Artikelen bij COM(2014)163 - Vaststelling van een rondreisvisum en tot wijziging van de Schengenuitvoeringsovereenkomst en van de Verordeningen (EG) nr. 562/2006 en (EG) nr. 767/2008

Dit is een beperkte versie

U kijkt naar een beperkte versie van dit dossier in de EU Monitor.



Hoofdstuk I – Algemene bepalingen

Artikel 1 - Onderwerp en toepassingsgebied

1. Bij deze verordening worden de voorwaarden en procedures voor de afgifte van rondreisvisa vastgesteld.

2. Zij is van toepassing op onderdanen van derde landen die geen burger van de Unie in de zin van artikel 20, lid 1, van het Verdrag zijn, maar doet geen afbreuk aan:

a) het recht van vrij verkeer dat wordt genoten door onderdanen van derde landen die familieleden van burgers van de Unie zijn;

b) de gelijkwaardige rechten die worden genoten door onderdanen van derde landen en hun familieleden die krachtens overeenkomsten tussen de Unie en haar lidstaten enerzijds en deze derde landen anderzijds rechten van vrij verkeer genieten die gelijkwaardig zijn aan de rechten van burgers van de Unie en hun familieleden.

3. Deze verordening doet geen afbreuk aan de bepalingen van de op onderdanen van derde landen van toepassing zijnde nationale of EU-wetgeving op het gebied van:

a) toelating voor verblijven van meer dan drie maanden op het grondgebied van één lidstaat en aansluitend vertrek naar het grondgebied van andere lidstaten;

b) toegang tot de arbeidsmarkt en de uitoefening van een economische activiteit.

Artikel 2

Toepassing van Verordening (EG) nr. 767/2008 en Verordening (EG) nr. xxx/201x [Visumcode (herschikking)]

1. Verordening (EG) nr. 767/2008 is van toepassing op rondreisvisa.

2. Verordening (EU) nr. xxx/201x [Visumcode (herschikking)] is van toepassing op rondreisvisa, overeenkomstig de artikelen 4 tot en met 10.

Artikel 3 - Definities

Voor de toepassing van deze verordening:

(1) gelden de definities van artikel 2, leden 1 en 11 tot en met 16, van Verordening (EU) nr. xxx/201x [Visumcode (herschikking)].

(2) wordt 'rondreisvisum' gedefinieerd als een door een lidstaat afgegeven vergunning voor een voorgenomen verblijf in twee of meer lidstaten van in totaal meer dan 90 dagen binnen een periode van 180 dagen, mits de aanvrager niet voornemens is langer dan 90 dagen binnen een periode van 180 dagen in dezelfde lidstaat te blijven.

Hoofdstuk II – Voorwaarden en procedures voor de afgifte van rondreisvisa

Artikel 4 - Bij de aanvraagprocedures betrokken autoriteiten

1. Artikel 4, leden 1, 3, 4 en 5, artikel 6, lid 1, en artikel 7, leden 2 en 3 van Verordening (EU) nr. xxx/201x [Visumcode (herschikking)] zijn van toepassing.

2. Het onderzoeken van en beslissen over aanvragen vindt niet aan de buitengrenzen van de lidstaten plaats.

3. De lidstaat die bevoegd is voor het behandelen van en beslissen over een aanvraag voor een rondreisvisum is de lidstaat waarvan de aanvrager voornemens is de buitengrens te overschrijden om het grondgebied van de lidstaten binnen te komen.

4. Aanvragen van legaal op het grondgebied van een lidstaat verblijvende onderdanen van derde landen die opgenomen zijn in de lijst van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 539/2001 kunnen worden ingediend op het grondgebied van die lidstaat, mits het consulaat van de bevoegde lidstaat ten minste 20 kalenderdagen heeft om een beslissing over de aanvraag te nemen.

5. Onderdanen van derde landen die houder zijn van een door een lidstaat afgegeven geldige verblijfsvergunning of geldig visum voor een verblijf van langere duur, kunnen, ongeacht hun nationaliteit, ten minste 20 kalenderdagen voordat de verblijfsvergunning of het visum voor verblijf van langere duur verloopt, een aanvraag indienen op het grondgebied van diezelfde lidstaat.

6. In de in de leden 4 en 5 bedoelde gevallen is de voor het behandelen van en beslissen  over aanvragen van rondreisvisa bevoegde lidstaat de lidstaat die de aanvrager voornemens is het eerst met het rondreisvisum aan te doen.

Artikel 5 - Aanvraag

1. Artikel 8, leden 1, 2, 5, 6 en 7, artikel 9, artikel 10, leden 1 en 3 tot en met 7, artikel 11, onder b) en c), artikel 12, artikel 13, lid 1, onder a) tot en met d), artikel 13, leden 5, 6 en 7, en de artikelen 14 en 15 van Verordening (EU) nr. xxx/201x/ [Visumcode (herschikking)] zijn van toepassing.

2. Het rondreisvisum wordt aangevraagd via het in bijlage I opgenomen formulier.

3. Naast de in artikel 11, onder b) en c), van Verordening (EU) nr. xxx/201x [Visumcode (herschikking)] vastgestelde criteria leggen aanvragers een reisdocument over dat door de voor het onderzoeken van en beslissen over aanvragen bevoegde lidstaat en ten minste één andere te bezoeken lidstaat wordt erkend.

4. Naast de in artikel 12, lid 7, van Verordening (EU) nr. xxx/201x [Visumcode (herschikking)] vermelde categorieën personen zijn onderdanen van de in bijlage II van Verordening (EG) nr. 539/2001 vermelde landen vrijgesteld van de verplichte afname van vingerafdrukken. In de in lid 7 bedoelde gevallen wordt in het VIS de vermelding „niet van toepassing” ingevoerd, overeenkomstig artikel 8, lid 5, van de VIS-verordening.

5. Naast de bewijsstukken vermeld in artikel 13, lid 1, van Verordening (EU) nr. xxx/201x [Visumcode (herschikking)] leggen aanvragers het volgende over:

a) passend bewijs dat zij voornemens zijn langer dan 90 dagen binnen een periode van 180 dagen op het grondgebied van twee of meer lidstaten te blijven, zonder langer dan 90 dagen binnen een periode van 180 dagen op het grondgebied van een van de betrokken lidstaten te blijven;

b) bewijs dat zij over een ziektekostenverzekering beschikken die alle risico's dekt die doorgaans ook zijn gedekt voor de onderdanen van de te bezoeken lidstaten.

6. Het bezit van voldoende middelen van bestaan en een stabiele economische situatie wordt aangetoond door middel van salarisstrookjes of bankafschriften van een periode van 12 maanden voorafgaand aan de datum van aanvraag, en/of bewijsstukken waaruit blijkt dat aanvragers gedurende hun verblijf over voldoende financiële middelen zullen beschikken of deze op rechtmatige wijze zullen verkrijgen.

7. Indien voor het doel van het bezoek een werkvergunning vereist is in één of meer lidstaten, hoeft bij de aanvraag van een rondreisvisum slechts het bezit te worden aangetoond van een werkvergunning in de lidstaat die bevoegd is om aanvragen voor een rondreisvisum te onderzoeken en daarover een beslissing te nemen. Houders van een rondreisvisum mogen de werkvergunning die vereist is in de volgende te bezoeken lidstaat, aanvragen in de lidstaat waar zij legaal verblijven.

8. Consulaten mogen ontheffing verlenen van de vereiste om een of meer bewijsstukken over te leggen, indien de aanvragers met name als leidinggevende of als onderzoeker, student, kunstenaar, professional uit de cultuursector, sporter of personeelslid met specialistische kennis, ervaring en technische deskundigheid, werken voor of uitgenodigd zijn door een betrouwbare onderneming, organisatie of instelling die bij het consulaat bekend is, mits hiervan deugdelijk bewijs wordt ingediend bij het consulaat. Ontheffing van dit vereiste kan ook worden verleend aan naaste familieleden van de aanvrager, waaronder zijn echtgenoot, kinderen jonger dan 18 jaar en ouders van een kind jonger dan 18 jaar, indien zij voornemens zijn samen te reizen.

Artikel 6 - Onderzoeken van en nemen van beslissingen over aanvragen

1. De artikelen 16 en 17, artikel 18, leden 1, 4, 5, 9, 10 en 11, artikel 19 en artikel 20, lid 4, laatste volzin, van Verordening (EU) nr. xxx/201x [Visumcode (herschikking)] zijn van toepassing.

2. Naast de in artikel 17, lid 1,van Verordening (EU) nr. xxx/201x [Visumcode (herschikking)] bedoelde controles inzake de ontvankelijkheid van de aanvraag, onderzoekt het bevoegde consulaat tevens of het reisdocument voldoet aan het vereiste van artikel 5, lid 3.

3. Bij de behandeling van een aanvraag van een rondreisvisum wordt met name beoordeeld of aanvragers over voldoende financiële middelen beschikken voor de gehele duur van het voorgenomen verblijf, ook wat huisvesting betreft, tenzij de uitnodigende of als gastheer optredende onderneming, organisatie of instelling daarin voorziet.

4. Bij het behandelen van een aanvraag voor een rondreisvisum en het nemen van een beslissing over die aanvraag wordt geen rekening gehouden met verblijven op grond van eerder afgegeven visa voor kort verblijf of een vrijstelling van de visumplicht voor kort verblijf, visa voor een verblijf van langere duur of verblijfvergunningen.

5. Over ontvankelijke aanvragen wordt binnen 20 kalenderdagen na de datum van indiening beslist. Bij uitzondering kan deze periode worden verlengd tot ten hoogste 40 kalenderdagen.

Artikel 7 - Visumafgifte

1. Artikel 21, lid 6, artikel 24, leden 1, 3 en 4, artikel 25, artikel 26, leden 1 en 5, de artikelen 27 en 28, artikel 29, lid 1, onder a), punten i) tot en met iii), v) en vi), en onder b), en artikel 29, leden 3 en 4, van Verordening (EU) nr. xxx/201x [Visumcode (herschikking)] zijn van toepassing.

2. Het rondreisvisum maakt meerdere binnenkomsten op het grondgebied van de lidstaten mogelijk, onverminderd lid 5.

3. De duur van het toegestane verblijf wordt vastgesteld op grond van een grondig onderzoek van de aanvraag. De duur van het toegestane verblijf is niet langer dan één jaar, maar kan overeenkomstig artikel 8 met ten hoogste nog één jaar worden verlengd.

4. De geldigheidsduur van het rondreisvisum komt overeen met de duur van het toegestane verblijf.

5. Indien aanvragers over een reisdocument beschikken dat door een of meer, doch niet alle lidstaten wordt erkend, is het rondreisdocument geldig op het grondgebied van de lidstaten die het reisdocument erkennen, mits het voorgenomen verblijf op het grondgebied van de betrokken lidstaten langer duurt dan 90 dagen binnen een periode van 180 dagen.

6. Het rondreisvisum wordt afgegeven met gebruikmaking van het uniforme visummodel dat in Verordening (EG) nr. 1683/95 van de Raad is vastgelegd, waarbij het type visum met de letter 'T' wordt aangeduid.

7. Naast de weigeringsgronden vermeld in artikel 29, lid 1, van Verordening (EU) nr. xxx/201x [Visumcode (herschikking)], wordt een visum geweigerd indien aanvragers het volgende niet overleggen:

a) passend bewijs dat zij voornemens zijn langer dan 90 dagen binnen een periode van 180 dagen op het grondgebied van twee of meer lidstaten te blijven, zonder langer dan 90 dagen binnen een periode van 180 dagen op het grondgebied van een van de betrokken lidstaten te blijven;

b) bewijs dat zij over een ziektekostenverzekering beschikken die alle risico's dekt die doorgaans ook zijn gedekt voor de onderdanen van de te bezoeken lidstaten.

8. De aanvrager wordt zowel van de beslissing om een aanvraag af te wijzen als van de redenen hiervoor in kennis gesteld door middel van het in bijlage IV opgenomen standaardformulier.

Artikel 8 - Wijziging van een afgegeven visum

1. Artikel 30, leden 1, 3, 6 en 7, en artikel 31, leden 1 tot en met 5, 7 en 8, van Verordening (EU) nr. xxx/201x [Visumcode (herschikking)] zijn van toepassing.

2. Naast de mogelijkheid van verlenging om de specifieke redenen als vermeld in artikel 30, lid 1, van Verordening (EU) nr. xxx/201x [Visumcode (herschikking)], mogen houders van een rondreisvisum op zijn vroegst 90 dagen en uiterlijk 15 dagen voordat hun rondreisvisum verloopt, op het grondgebied van de lidstaten een verlenging aanvragen.

3. Het consulaat van de volgende te bezoeken lidstaat is bevoegd tot het behandelen van en beslissen over een aanvraag voor een verlenging.

4. Aanvragers vragen de verlenging aan door een ingevuld modelaanvraagformulier als opgenomen in bijlage I in te dienen.

5. De leges voor een verlengingsaanvraag bedragen 30 EUR.

6. Op verlengingen van werkvergunningen is, in voorkomend geval, artikel 5, lid 7, van toepassing.

7. Over ontvankelijke verlengingsaanvragen wordt binnen 15 kalenderdagen na de datum van indiening beslist.

8. Bij het aanvragen van een verlenging bewijzen aanvragers dat zij nog steeds aan de voorwaarden voor binnenkomst en visumafgifte voldoen, alsook aan het vereiste niet langer dan 90 dagen binnen een periode van 180 dagen op het grondgebied van een bepaalde lidstaat te blijven.

9. Bij het onderzoeken van een verlengingsaanvraag kan de bevoegde autoriteit de aanvrager in gerechtvaardigde gevallen voor een onderhoud oproepen en om aanvullende documenten verzoeken.

10. Een verlenging beloopt ten hoogste één jaar en de totale duur van een toegestaan verblijf, dat wil zeggen van het aanvankelijk toegestane verblijf en de verlenging samen, is ten hoogste twee jaar.

11. De aanvrager wordt zowel van de beslissing om een verlenging te weigeren als van de redenen hiervoor in kennis gesteld door middel van het in bijlage II opgenomen standaardformulier.

12. Aanvragers wier verlengingsaanvraag is afgewezen, hebben het recht daartegen beroep in te stellen. Het beroep wordt ingesteld tegen de lidstaat die de definitieve beslissing over de verlengingsaanvraag heeft genomen; de nationale wetgeving van die lidstaat is op het beroep van toepassing. De lidstaten verstrekken de aanvragers gedetailleerde informatie over de beroepsprocedure, zoals gespecificeerd in bijlage II.

13. De aanvrager wordt zowel van de beslissing tot nietigverklaring als van de redenen hiervoor in kennis gesteld door middel van het in bijlage II opgenomen standaardformulier.

Hoofdstuk III – Administratief beheer en organisatie

Artikel 9 - Administratief beheer en organisatie

1. De artikelen 35 tot en met 43, artikel 45, artikel 52, lid 1, onder a), c) tot en met f) en h), en artikel 52, lid 2, van Verordening (EU) nr. xxx/201x [Visumcode (herschikking)] zijn van toepassing.

2. De lidstaten stellen jaarlijkse statistieken op over rondreisvisa, overeenkomstig bijlage III. De statistieken over het voorgaande kalenderjaar worden jaarlijks uiterlijk op 1 maart bij de Commissie ingediend.

3. De in artikel 45, lid 1, onder e), van Verordening (EU) nr. xxx/201x bedoelde [Visumcode (herschikking)] bedoelde, aan het publiek te verstrekken informatie over de termijnen voor de behandeling van aanvragen omvat ook de in artikel 6, lid 5, van de onderhavige verordening vastgestelde termijnen voor rondreisvisa.

4. In het kader van de plaatselijke Schengensamenwerking in de zin van artikel 46 van Verordening (EU) nr. xxx/201x [Visumcode (herschikking)] worden kwartaalstatistieken over de aangevraagde, afgegeven en geweigerde rondreisvisa alsook informatie over de soorten aanvragers uitgewisseld.

Hoofdstuk IV – Slotbepalingen

Artikel 10 - Aanwijzingen voor de praktische toepassing van deze verordening

De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen de operationele aanwijzingen voor de praktische toepassingen van de bepalingen van deze verordening vast. Deze uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de onderzoeksprocedure als bedoeld in artikel 11, lid 2.

Artikel 11 - Comitéprocedure

1. De Commissie wordt bijgestaan door het comité dat bij artikel 51, lid 1, van Verordening (EU) nr. xxx/201x [Visumcode (herschikking)] is ingesteld (het Visumcomité).

2. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

Artikel 12 - Wijziging van de Schengenuitvoeringsovereenkomst

Artikel 20, lid 2, van de Schengenuitvoeringsovereenkomst wordt vervangen door:

"2. Lid 1 doet geen afbreuk aan het recht van iedere overeenkomstsluitende partij om in bijzondere omstandigheden de verblijfstermijn van 90 dagen van een vreemdeling op haar grondgebied te verlengen."

Artikel 13

Wijzigingen van Verordening (EG) nr. 562/2006

Verordening (EG) nr. 562/2006 wordt als volgt gewijzigd:

1) Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd:

a) in lid 1 wordt punt b) vervangen door:

"b) indien vereist op grond van Verordening (EG) nr. 539/2001 van de Raad*, in het bezit zijn van een geldig visum of beschikken over een geldig rondreisvisum als omschreven in artikel 3, lid 2, van Verordening (EU) nr. xxx/201x van xxx**, een geldige verblijfsvergunning of een geldig visum voor verblijf van langere duur;

_________

*Verordening (EG) nr. 539/2001 van de Raad* van 15 maart 2001 tot vaststelling van de lijst van derde landen waarvan de onderdanen bij overschrijding van de buitengrenzen in het bezit moeten zijn van een visum en de lijst van derde landen waarvan de onderdanen van die plicht zijn vrijgesteld (PB L 81 van 21.3.2001, blz. 1).

** Verordening (EU) nr. xxx/201x van het Europees Parlement en de Raad van xx.xx.201x tot invoering van een rondreisvisum en tot wijziging van de Schengenuitvoeringsovereenkomst en van Verordeningen (EG) nr. 562/2006 en (EG) nr. 767/2008 (PB L xxx).’

b) Lid 1 bis wordt vervangen door:

"1 bis. Voor de uitvoering van lid 1 geldt de inreisdatum als de eerste dag van verblijf op het grondgebied van de lidstaten, en de uitreisdatum als de laatste dag van verblijf op het grondgebied van de lidstaten. Perioden van verblijf die zijn toegestaan op grond van een rondreisvisum, een verblijfsvergunning of een visum voor verblijf van langere duur worden bij de berekening van de verblijfsduur op het grondgebied van de lidstaten niet in aanmerking genomen."

c) het volgende lid 3 bis wordt ingevoegd:

"3 bis. De leden 1 tot en met 3 zijn mutatis mutandis van toepassing op binnenkomsten in verband met verblijven op basis van een geldig rondreisvisum."

2) Artikel 7, lid 3, wordt als volgt gewijzigd:

a) wordt punt a bis) vervangen door:

"a bis) Indien de onderdaan van het derde land houder is van een visum of rondreisvisum als bedoeld in artikel 5, lid 1, onder b), behelzen de grondige controles bij binnenkomst ook de verificatie van de identiteit van de houder van het visum/rondreisvisum en van de echtheid van het visum/rondreisvisum, door middel van raadpleging van het Visuminformatiesysteem (VIS) overeenkomstig artikel 18 van Verordening (EG) nr. 767/2008 van het Europees Parlement en de Raad***;

_________

*** Verordening (EG) nr. 767/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 9 juli 2008 betreffende het Visuminformatiesysteem (VIS) en de uitwisseling tussen de lidstaten van gegevens op het gebied van visa voor kort verblijf (VIS-verordening) (PB L 218 van 13.8.2008, blz. 60)."

b) de voorlaatste volzin van punt a ter) wordt vervangen door:

"In alle gevallen waarin echter twijfel bestaat over de identiteit van de houder van het visum of het rondreisvisum en/of over de echtheid van het visum of het rondreisvisum, wordt de raadpleging van het VIS uitgevoerd door een systematisch gebruik van het nummer van de visumsticker in combinatie met een verificatie van vingerafdrukken."

c) in punt c) wordt punt i) vervangen door:

i) de verificatie dat de betrokkene in het bezit is van een geldig visum, indien zulks op grond van Verordening (EG) nr. 539/2001 vereist is, of een geldig rondreisvisum, tenzij de betrokkene houder is van een geldige verblijfsvergunning of een geldig visum voor verblijf van langere duur; deze verificatie kan inhouden dat het VIS wordt geraadpleegd overeenkomstig artikel 18 van Verordening (EG) nr. 767/2008;"

Artikel 14

Wijziging van Verordening (EG) nr. 767/2008

Verordening (EG) nr. 767/2008 wordt als volgt gewijzigd:

1) Artikel 1 wordt vervangen door:

"In deze verordening worden het doel en de functies van, alsmede de verantwoordelijkheden inzake het in artikel 1 van Beschikking 2004/512/EG bedoelde Visuminformatiesysteem (VIS) omschreven. De verordening legt de voorwaarden en procedures vast voor de uitwisseling van informatie tussen de lidstaten over aanvragen van visa voor kort verblijf en rondreisvisa als gedefinieerd in artikel 3, lid 2, van Verordening (EU) nr. xxx/201x van xxx* en over de in dat verband genomen beslissingen, inclusief de beslissing het visum nietig te verklaren, in te trekken of te verlengen, teneinde de behandeling van dergelijke aanvragen en de daarmee samenhangende beslissingen te vergemakkelijken."

_________

* Verordening (EU) nr. xxx/201x van het Europees Parlement en de Raad van xx.xx.201x tot invoering van een rondreisvisum en tot wijziging van de Schengenuitvoeringsovereenkomst en van Verordeningen (EG) nr. 562/2006 en (EG) nr. 767/2008 (PB L xxx).’

2) Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:

a) aan punt 1 wordt het volgende punt toegevoegd:

"e) 'rondreisvisum' in de zin van artikel 3, lid 2, van Verordening (EU) nr. xxx/201x;”

b) de punten 4 en 5 worden vervangen door:

"4. 'aanvraagformulier': het geharmoniseerde formulier voor de indiening van een aanvraag voor visa/een visum in bijlage I bij Verordening (EG) nr. xxx/201x [Visumcode (herschikking)] of bijlage I bij Verordening (EU) nr. xxx/201x;

5. 'aanvrager': eenieder die overeenkomstig Verordening (EG) nr. 539/2001 van de Raad** visumplichtig is en een visumaanvraag heeft ingediend, of eenieder die een aanvraag heeft ingediend voor een rondreisvisum overeenkomstig Verordening (EU) nr. xxx/201x;

_________

** Verordening (EG) Nr. 539/2001 van de Raad van 15 maart 2001 tot vaststelling van de lijst van derde landen waarvan de onderdanen bij overschrijding van de buitengrenzen in het bezit moeten zijn van een visum en de lijst van derde landen waarvan de onderdanen van die plicht zijn vrijgesteld (PB L 81 van 21.3.2001, blz. 1). "

3) Aan artikel 14, lid 2, wordt het volgende punt e) toegevoegd:

"e) verzoek om verlenging, mits de houder van een rondreisvisum nog steeds voldoet aan de voorwaarden."

Artikel 15 - Toezicht en evaluatie

Op [drie jaar na de datum waarop deze verordening van toepassing wordt] evalueert de Commissie de toepassing van deze verordening.

Artikel 16 - Inwerkingtreding

1. Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

2. Zij is van toepassing met ingang van [6 maanden na de datum van inwerkingtreding van de verordening].

3. Artikel 12 is van toepassing vanaf [5 jaar na de inwerkingtreding van de verordening].

4. Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in de lidstaten overeenkomstig de Verdragen.