| dossier | COM(2005)266 - Instelling van begeleidende maatregelen voor landen van het suikerprotocol die getroffen zijn door de hervorming van de ... |
|---|---|
| bron | COM(2005)266 |
| datum | 22-06-2005 |
De hervorming van de suikersector in de EU kan, met de daarmee samenhangende prijsverlagingen, aanzienlijke gevolgen hebben en aanpassingen nodig maken, met ingrijpende sociaal-economische consequenties, in de ACS-landen die het suikerprotocol hebben ondertekend en die, in veel gevallen al sinds 1975, afhankelijk zijn van de preferentiële suikerexport naar de EU. In de context van de nieuwe suikerregeling kunnen de marktvoorwaarden zich verder ontwikkelen als gevolg van zowel interne als externe factoren, zoals de handelsstromen in het kader van het Everything But Arms (EBA)-initiatief. In haar hervormingsvoorstel in de Mededeling over de totstandbrenging van een duurzaam landbouwmodel voor Europa via het hervormde GLB - hervorming van de suikersector [1] verbond de Commissie zich er daarom toe het noodzakelijke aanpassingsproces in die landen te begeleiden.
In het kader van de overeenkomst van Cotonou heeft de Gemeenschap zich ertoe verbonden de ACS-landen te helpen bij hun streven naar armoedebestrijding en duurzame ontwikkeling. Via het EU-actieplan voor landbouwbasisproducten[2], dat in april 2004 is goedgekeurd, wil de EU bovendien de economieën die van basisproducten als suiker afhankelijk zijn, helpen de problemen die met deze sectoren te maken hebben, aan te pakken. Ten slotte hebben ook de ACS-landen zelf, in hun reactie op het hervormingsvoorstel van de Commissie, gevraagd om het opzetten van aanpassingsprogramma's.
In januari 2005 verscheen een werkdocument van de diensten van de Commissie getiteld Action Plan on accompanying measures for Sugar Protocol countries affected by the reform of the EU sugar regime [3]. Daarin werden de grote lijnen uitgezet voor de door de Commissie voorgestelde steun aan de landen van het suikerprotocol, en werd voorzien in een basis voor dialoog. Deze dialoog wordt op pan-ACS-niveau, regionaal niveau en nationaal niveau gevoerd en heeft laten zien dat de landen over het algemeen de benadering van de Commissie steunen. De lidstaten, die geconsulteerd zijn via de ACS-groep van de Raad, hebben eveneens over het algemeen hun steun uitgesproken.
De Commissie heeft zich ertoe verbonden zowel handelsmaatregelen als ontwikkelingsbijstand aan te bieden om de landen van het suikerprotocol te helpen bij de aanpassingen. De handelsmaatregelen worden opgezet in het kader van de onderhandelingen over economische partnerschapsovereenkomsten. De ontwikkelingsbijstand is het onderwerp van dit voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad voor een verordening tot instelling van begeleidende maatregelen voor landen van het suikerprotocol die getroffen zijn door de hervorming van de suikerregeling van de EU.
Deze verordening is de rechtsgrond voor de verstrekking van bijstand in het jaar 2006. Voor een maximale kans op een succesvol overgangsproces is het essentieel om ervoor te zorgen dat de landen van het suikerprotocol hun mogelijkheden kunnen benutten om zo veel mogelijk te anticiperen op de gevolgen van de hervorming van de suikersector, die al in juli 2006 haar beslag moet krijgen. Door herstructurering en omschakeling kunnen de waarschijnlijke gevolgen van de hervorming het best worden verzacht, wanneer ernstige verstoringen van het peil van economische activiteit daardoor kunnen worden voorkomen. Ook moeten ter voorbereiding op de aanzienlijke veranderingen voor zover mogelijk sociale maatregelen worden doorgevoerd, zoals stimulering van arbeidsmobiliteit.
Gezien de complexiteit van de herstructurerings- en diversifiëringsprocessen die in de landen van het suikerprotocol moeten worden ondernomen, moet de bijstandsregeling betrekking hebben op een relatief lange periode. De Commissie stelt hiervoor acht jaar voor. De verordening zal daarom worden gevolgd door een specifiek krediet in de financiële vooruitzichten voor 2007-2013, dat onder het ontwikkelingsgedeelte van het instrument voor ontwikkelingssamenwerking en economische samenwerking valt. Mocht dit instrument op 1 januari 2007 niet in werking kunnen treden, dan zal worden gestreefd naar verlenging van de verordening.
De landen die onder de regeling vallen, zijn de achttien ACS-landen die het suikerprotocol hebben ondertekend en die momenteel suiker naar de EU exporteren. In de twee ACS-landen die het suikerprotocol hebben ondertekend, maar de afgelopen jaren geen suiker naar de EU hebben geëxporteerd (Oeganda en Suriname), vereist de hervorming van de suikersector van de EU geen specifieke aanpassingen. De minst ontwikkelde landen, die het suikerprotocol niet hebben ondertekend, zijn historisch niet afhankelijk van suikerexport naar de EU. Door verbetering van de markttoegang in het kader van Everything But Arms kunnen een aantal suikerproducerende minst ontwikkelde landen, zelfs tegen het lagere peil van de EU-marktprijzen, hun inkomsten uit de suikerexport naar de EU verhogen. Deze minst ontwikkelde landen komen hier dan ook niet aan de orde.
Gezien de onderlinge verschillen tussen de landen van het suikerprotocol waar het gaat om problemen en mogelijke oplossingen daarvoor, moet een breed spectrum aan ondersteuningsmogelijkheden worden geboden, zodat aanpassing aan elke specifieke situatie mogelijk is. Het spectrum aan steungebieden moet beantwoorden aan de behoeften van landen die streven naar versterking van het concurrentievermogen van hun suikersector, maar ook van landen die in het kader van het aanpassingsproces moeten diversifiëren naar alternatieve economische activiteiten rondom of buiten de suikersector. Gezien de multifunctionele rol van de suikersector, met name in bepaalde gebieden, moeten de begeleidende maatregelen zo nodig ook de bredere sociale, economische en milieuconsequenties van de hervorming dekken.
De steun van de EG wordt gebaseerd op een per land specifieke, meerjarige, brede aanpassingsstrategie, die wordt ontworpen in het betrokken land, in samenspraak met de Commissie. Een belangrijk criterium aan de hand waarvan wordt bepaald of deze strategie in aanmerking komt voor steun van de Gemeenschap, is de duurzaamheid ervan op de lange termijn. Daarbij wordt vooral gelet op de relatieve vooruitzichten voor de winstgevendheid van de suikersector of alternatieve sectoren onder toekomstige marktvoorwaarden, dit gezien in het kader van het algemene doel, de ontwikkeling van een klimaat dat bevorderlijk is voor economische groei en terugdringing van de armoede. Bij het uitwerken van de strategie en de uitkomst van dat proces moet zorgvuldig worden gekeken naar de diverse belanghebbenden die door het aanpassingsproces worden getroffen en eraan kunnen bijdragen, zowel bij de overheid als in de particuliere sector. Daarbij moet speciale aandacht worden geschonken aan terugdringing van de armoede. Gepaste aandacht moet ook worden geschonken aan het milieueffect van de alternatieven. De strategie moet ook worden gekoppeld aan de algemene ontwikkelingsstrategie van het land en daarmee in overeenstemming zijn.
Voor het uitvoeren van de steun wordt de voorkeur gegeven aan (sectorale) begrotingssteun, hoewel ook programmasteun mogelijk is, dit afhankelijk van de situatie van een gegeven land. Deze steun moet een aanvulling vormen op andere instrumenten voor bijstand, zoals ontwikkelingshulp en handelsmaatregelen, en met name de economische partnerschapsovereenkomsten. De efficiëntie ervan moet worden verstrekt door te streven naar synergie met andere instrumenten.
Het proces van de uitwerking van de nationale strategie is in een aantal landen van het suikerprotocol al aan de gang. Landen echter die in 2006 nog geen geschikte aanpassingsstrategie hebben opgezet, moeten in dat jaar in aanmerking komen voor financiële steun ten behoeve van de uitwerking van zo'n strategie. Voor landen die in een politieke crisis verkeren, zal de Commissie beoordelen of de situatie effectief gebruik van de bijstand voor de suikersector toelaat. Zij kan beslissen het deel van het budget dat voor een dergelijk land bestemd is, toe te wijzen aan andere in aanmerking komende landen.
De hervorming van de suikersector creëert voor de landen van het suikerprotocol op begrotingsgebied specifieke nieuwe uitdagingen, die aanvullende steun voor het aanpassingsproces noodzakelijk maken. Aangezien het negende Europees Ontwikkelingsfonds voor andere doeleinden is bestemd, stelt de Commissie voor dat de uitgaven voor dit voorstel worden gedekt door de begroting van de Gemeenschap, zoals ook het geval is voor een programma met een vergelijkbare drijfveer, namelijk het speciale bijstandskader voor ACS-bananenproducenten. Het totale budget voor de bijstandsregeling moet het in 2006 mogelijk maken dat de achttien landen van het suikerprotocol prioritaire investeringen en programma's uitvoeren in het kader van de bovengenoemde aanpassingsstrategie. Het budget wordt verdeeld over de betrokken landen naar gelang van hun behoeften, die vooral afhangen van de impact van de hervorming van de suikerregeling op hun suikerindustrie en van het historische belang van de suikerexport voor hun economie. Een beperkt bedrag moet worden uitgetrokken voor de nodige administratieve capaciteit om de bijstandsregeling effectief te beheren.
Het is ook essentieel om uitvoeringsprocedures vast te stellen die de effectiviteit van de bijstand van de Gemeenschap waarborgen. Bij de comitéprocedures wordt hiermee rekening gehouden. De begrotingsprocedures sluiten aan bij die van het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen. Overeenkomstig de mededeling over de hervorming van het beheer van de externe steun (16 mei 2000) wordt het beheer van de maatregelen overgelaten aan de EG-delegaties in de begunstigde landen.


