Toelichting bij COM(2017)256 - Oprichting van één digitale toegangspoort voor informatie, procedures en diensten voor ondersteuning en probleemoplossing

Dit is een beperkte versie

U kijkt naar een beperkte versie van dit dossier in de EU Monitor.

1. ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

Motivering en doel van het voorstel

De eengemaakte markt is een van de belangrijke verwezenlijkingen van Europa en speelt een centrale rol in de economie van de Europese Unie. De eengemaakte markt zorgt voor een vrijer verkeer van personen, goederen, diensten en kapitaal, waardoor nieuwe kansen ontstaan voor burgers, werknemers, consumenten en bedrijven. Voor Europa levert dit nieuwe banen en duurzame groei op. De Europese Raad heeft herhaaldelijk bevestigd dat de eengemaakte markt voltooid moet worden 1 .

Het creëren van een diepere en eerlijkere interne markt is een van de tien hoofdprioriteiten van de Commissie-Juncker, evenals de ontwikkeling van de digitale interne markt. In dit initiatief, waarmee een belangrijke maatregel van de strategie van de Commissie voor de eengemaakte markt uit november 2016 ten uitvoer wordt gelegd, komen beide prioriteiten samen. Doel is de mogelijkheden van nieuwe digitale hulpmiddelen optimaal te benutten om bedrijven te helpen de kansen te benutten van een markt waarbinnen 500 miljoen burgers in elk EU-land kunnen reizen, werken en studeren.

Burgers en bedrijven die naar een ander EU-land willen verhuizen of daar producten willen verkopen of diensten willen verlenen, stuiten op aanzienlijke belemmeringen. Het online vinden van relevante, accurate en begrijpelijke informatie, alsook onlinetoegang tot administratieve procedures, zijn cruciaal voor degenen die willen profiteren van de voordelen van de eengemaakte markt. Als deze mogelijkheden er al zijn, is het momenteel veelal een ingewikkelde, tijdrovende en dure aangelegenheid.

Wanneer burgers en bedrijven naar een andere lidstaat reizen of in een andere lidstaat werken, wonen of zakendoen, moeten zij aan de nationale voorschriften voldoen. Daarom is het essentieel dat zij geïnformeerd zijn over de toepasselijke voorschriften, de juiste ondersteunende diensten kunnen vinden en niet op onnodige belemmeringen stuiten wanneer zij te maken hebben met nationale overheidsdiensten om ervoor te zorgen dat zij aan de relevante voorschriften voldoen.

Als er in eigen land al onlineprocedures voor burgers beschikbaar zijn, dan zijn die doorgaans niet zomaar beschikbaar voor EU-burgers uit andere lidstaten.

Meer in het algemeen kunnen open, efficiënte en inclusieve overheidsdiensten met ambitieuze e-overheidsbenaderingen, die over de grenzen heen gebruikersvriendelijke en volledig digitale overheidsdiensten op maat bieden, aanzienlijke voordelen voor alle Europeanen opleveren. Dit heeft grote gevolgen voor het leven van burgers en de activiteiten van bedrijven in zowel hun eigen land als daarbuiten. Burgers en bedrijven profiteren echter nog niet ten volle van de digitale diensten die overal in de EU probleemloos beschikbaar zouden moeten zijn. Digitale technologieën kunnen, als geïntegreerd onderdeel van de modernisering van de overheid, aanzienlijke economische en sociale voordelen voor Europese burgers en voor de samenleving als geheel opleveren.

De digitalisering van de overheid is een belangrijke sleutel tot het succes van de interne markt.

De digitale toegangspoort zal hier een rol in spelen door EU-burgers en bedrijven gecentraliseerd toegang te geven tot alle informatie die zij nodig hebben om hun rechten op mobiliteit binnen de EU uit te oefenen. Ook zal de digitale toegangspoort op niet-discriminerende wijze volledig toegang bieden tot onlineprocedures: als een procedure voor een ingezetene van een lidstaat beschikbaar is, moet die ook toegankelijk zijn voor gebruikers uit andere lidstaten. De lidstaten worden verplicht volledige onlinetoegang te bieden tot de belangrijkste en meest gebruikte procedures. Zij krijgen een sterke stimulans om ambitieuze grensoverschrijdende en nationale e-overheidsstrategieën vast te stellen, zodat EU-burgers en bedrijven volledig kunnen profiteren van de beschikbare technologische ontwikkelingen.

De digitalisering biedt grote mogelijkheden om de tijdsduur en de kosten van het verkrijgen van informatie en het doorlopen van administratieve procedures te beperken. Vandaag de dag verwachten burgers en bedrijven van de overheid dat zij even gebruikersvriendelijke en intuïtieve oplossingen biedt als de particuliere sector.

Snellere en goedkopere digitale overheidsdiensten, waarbij de gebruiker centraal staat, vergroten het concurrentievermogen van de EU en maken de EU tot een aantrekkelijkere plaats om te wonen, werken en investeren. Het online vinden van relevante, accurate en begrijpelijke informatie, alsook onlinetoegang tot administratieve procedures, zijn voor zowel burgers als bedrijven cruciaal.

Bedrijven besteden vaak een aanzienlijk deel van hun capaciteit om te achterhalen welke voorschriften en procedures zij bij de uitoefening van hun activiteit moeten toepassen. Grote bedrijven kunnen speciale medewerkers in dienst nemen om informatie te verzamelen en procedures te doorlopen. Voor kleine en middelgrote ondernemingen en starters kan dit een aanzienlijke belemmering vormen. In een recente studie is berekend dat bedrijven jaarlijks 170 miljoen euro kunnen uitsparen als acht belangrijke procedures volledig, dus ook voor grensoverschrijdende gebruikers, online beschikbaar zouden zijn. Als op internet zeer toegankelijke informatie van hoge kwaliteit beschikbaar zou zijn, kunnen zij volgens een recente studie 2 11 tot 55 miljard euro uitsparen voor onderzoek naar negen relevante onderwerpen voordat grensoverschrijdende activiteiten worden ontplooid. In een interne markt van 28 lidstaten nemen de kosten van het vergaren van informatie snel toe en worden kleinere bedrijven onevenredig hard getroffen, waardoor zij er veelal van afzien kansen buiten hun eigen markt te onderzoeken.

Ook voor burgers is het in grensoverschrijdend verband moeilijker om snel accurate informatie over belangrijke praktische aspecten te vinden, bijvoorbeeld over de manier waarop zij zich als inwoner kunnen registreren, hun beroepskwalificaties kunnen laten erkennen, kinderen op school kunnen inschrijven, hun auto kunnen laten registreren, pensioen kunnen ontvangen enz.

Bovendien verwachten burgers en bedrijven terecht dat zij accurate, volledige en actuele informatie krijgen. Om daadwerkelijk van nut te kunnen zijn, moeten antwoorden snel worden gegeven en relevant zijn. Bovendien is het voor grensoverschrijdende activiteiten van groot belang dat de informatie in verschillende talen beschikbaar is.

Het vinden van duidelijke en volledige informatie over de geldende voorschriften is slechts een eerste stap. Om aan de voorschriften te voldoen, moeten administratieve procedures worden doorlopen. Door de belangrijkste procedures te digitaliseren, dalen de nalevingskosten en stijgt de naleving van de toepasselijke voorschriften.

Specifieke praktische belemmeringen in verband met de toegang tot onlineprocedures en informatie uit een andere lidstaat die Europese burgers en bedrijven hebben gemeld, moeten worden aangepakt. Enkele voorbeelden hiervan zijn het ontbreken van informatie en formulieren in verschillende talen, het gebruik van velden in formulieren die alleen binnenlandse gegevens accepteren, het alleen accepteren van nationale identificatiemiddelen en het alleen accepteren van de betaling van vergoedingen of terugbetaling via nationale betaalsystemen.

Een ander belangrijk struikelblok dat vaak is genoemd, betreft de grensoverschrijdende indiening van bewijzen in het kader van een procedure. Lidstaten verlangen, met name van buitenlandse indieners, vaak gecertificeerde (vertaalde) en gewaarmerkte documenten of gegevens. Enkele lidstaten hebben zelf al nationale oplossingen ingevoerd waarbij de gegevens slechts een keer hoeven te worden ingediend en tussen nationale basisregisters onderling worden uitgewisseld, maar de digitalisering is nog niet afgerond. Bovendien is nog geen grensoverschrijdende uitwisseling mogelijk.

Ten slotte is 92 % van de consumenten en bedrijven niet op de hoogte van het bestaan van onlinediensten op Europees niveau waarvan zij gebruik kunnen maken bij problemen. Het gebruik van deze diensten is momenteel laag. De diensten zijn versnipperd en van wisselende kwaliteit en beschikken vaak niet over mechanismen voor gebruikersreacties.

De EU heeft in het verleden al een aantal stappen ondernomen om al deze aspecten aan te pakken, waarbij het meestal om een sectorgebonden aanpak ging: er zijn eenloketten voor diensten opgericht, productcontactpunten en productcontactpunten voor de bouw op het gebied van goederen, assistentiecentra voor beroepskwalificaties, consumentencentra enz. Deze diensten zijn gewoonlijk niet aan elkaar gekoppeld en door het beperkte aandachtsgebied genieten zij meestal geen grote bekendheid en kunnen gebruikers ze mogelijk niet vinden als zij er behoefte aan hebben. Het huidige aanbod van online-informatie, ondersteunende diensten en onlineprocedures voor burgers en bedrijven is onvoldoende op de behoeften van de gebruikers afgestemd.

Er is al vaak op gewezen dat de hierboven beschreven problemen op systematische en doeltreffende wijze zouden moeten worden aangepakt en deze aanpak wordt door burgers, bedrijven en de lidstaten sterk gesteund:

·in het verslag uit 2014 van de groep op hoog niveau voor zakelijke dienstverlening 3 , in resoluties van het Europees Parlement en in verschillende mededelingen van de Commissie is gevraagd om een vollediger, gebruikersvriendelijk informatie- en bijstandspakket om bedrijven wegwijs te maken op de interne markt. Voorgesteld werd de bestaande platforms en contactpunten te verbeteren, of over te gaan tot een meer ingrijpende samenvoeging van alle bestaande platforms en contactpunten tot één „one-stop shop”;

·in de conclusies van de Raad Concurrentievermogen uit maart 2015 over beleid voor de eengemaakte markt werd gevraagd om een politieke toezegging om „de instrumenten voor de eengemaakte markt [...] te versterken en te stroomlijnen om beter te voldoen aan de behoeften van het bedrijfsleven en de burgers in hun grensoverschrijdende activiteiten”. Deze oproep werd in februari 2016 door de Raad Concurrentievermogen herhaald, toen hij „ingenomen [was] met het concept van één digitale toegangspoort, die [...] op de behoeften van start-ups zou zijn afgestemd”;

·in 2015 kondigde de Commissie in de strategie voor de digitale eengemaakte markt en de strategie voor de eengemaakte markt het voornemen aan de hierboven genoemde problemen aan te pakken door middel van één digitale toegangspoort, die ook een belangrijke plaats inneemt in het actieplan inzake e-overheid 4 , waarin acties zijn opgenomen om de digitalisering van de overheidsdiensten te versnellen;

·in januari 2016 heeft het Europees Parlement opgeroepen tot de ontwikkeling van een alomvattende gemeenschappelijke digitale toegangspoort als één volledig digitaal proces waarmee bedrijven kunnen worden opgericht en in de hele EU kunnen opereren, met inbegrip van het online oprichten van bedrijven, alsmede domeinnamen, de uitwisseling van informatie over naleving, erkenning van e-facturen, belastingaangifte, een vereenvoudigde online btw-regeling, online-informatie over productconformiteit, detachering van werknemers, consumentenrechten, toegang tot consumenten- en zakelijke netwerken, kennisgevingsprocedures en geschillenbeslechtingsmechanismen;

·in juni 2016 heeft het REFIT-platform, dat bestaat uit vertegenwoordigers van bedrijven, sociale partners, het maatschappelijk middenveld en de lidstaten, een advies uitgebracht waarin werd aanbevolen één toegangspoort op te richten met duidelijke informatie en gecoördineerde diensten voor bedrijven in elke lidstaat, om bedrijven bij activiteiten op de eengemaakte markt bij te staan, en gemeenschappelijke minimumkwaliteitscriteria voor de inhoud, de werking en de mate van integratie in de digitale toegangspoort van elk portaal vast te stellen;

·ten slotte werd in het in januari 2017 gepubliceerde verslag over het EU-burgerschap 2017 aangegeven dat de digitale toegangspoort een prioriteit is voor de aan het EU-burgerschap verbonden rechten.

Met dit initiatief wordt op ambitieuze wijze gehoor gegeven aan deze oproepen. Beoogd wordt te komen tot een aanzienlijke verbetering van de onlinebeschikbaarheid, de kwaliteit en de toegankelijkheid van de informatie, de ondersteunende diensten en de procedures die voor burgers en bedrijven in de EU van belang zijn, in het bijzonder wanneer zij binnen de eengemaakte markt willen opereren en mobiel willen zijn. Het initiatief berust op nauwe samenwerking tussen de Commissie en de lidstaten om de verschillende elementen van het project effectief en stap voor stap uit te voeren.

De Commissie en de lidstaten worden belast met het verstrekken van informatie over de voorschriften, rechten en verplichtingen op de in deze verordening vermelde sleutelgebieden.

Bovendien worden de lidstaten verplicht een aantal belangrijke procedures volgens een afgesproken tijdschema volledig online aan te bieden en volledig toegankelijk te maken voor grensoverschrijdende EU-gebruikers. Hierdoor zal de administratieve belasting aanzienlijk afnemen en zullen de buitenproportionele hordes die EU-burgers en bedrijven uit een andere lidstaat moeten nemen om te voldoen aan de in andere lidstaten geldende regels, worden weggenomen.

Ook de overheidsinstanties hebben er voordeel bij als het gemakkelijker wordt de regels na leven, aangezien zij daardoor efficiënter kunnen werken. Door een volledige overgang op onlineprocedures worden de overheidsdiensten gemoderniseerd en kunnen zij veel kosten besparen, zoals blijkt uit de reacties van verschillende lidstaten die al nationale digitaliseringsprojecten hebben uitgevoerd 5 . Dit voorschrift heeft geen gevolgen voor de bestaande materiële regels en voorschriften, maar zal deze wel inzichtelijker maken. Ook wordt het gemakkelijker om de regels en procedures van de lidstaten en de EU na te leven.

Er zullen duidelijke en operationele kwaliteitscriteria gelden voor informatie, ondersteunende diensten en onlineprocedures. In het bijzonder zal de informatie in ten minste één officiële taal van de Unie, naast de nationale taal of talen van de lidstaat, voor burgers en bedrijven beschikbaar moeten zijn. Er zullen specifieke mechanismen worden ingevoerd om ervoor te zorgen dat de digitale toegangspoort volgens een gebruikersgerichte aanpak wordt opgezet en dat gebruikersreacties worden verzameld.

Om te waarborgen dat de uitvoering van de digitale toegangspoort doeltreffend verloopt, wordt een coördinatiegroep opgericht, die als forum voor de samenwerking tussen de Commissie en de lidstaten zal fungeren. Door de ervaringen van gebruikers te verbeteren, zal het initiatief burgers en bedrijven veel meer vertrouwen in de eengemaakte markt geven. De digitalisering van procedures en de verstrekking van accurate en betrouwbare informatie, alsook de gemakkelijkere toegang tot ondersteunende diensten, zullen grensoverschrijdende uitwisselingen vlotter doen verlopen, de efficiëntie vergroten en de bureaucratie reduceren, en aldus bijdragen tot het scheppen van nieuwe banenkansen en groei.

Verenigbaarheid met bestaande bepalingen op het beleidsterrein

1.

a) Toegang tot online-informatie


De dienstenrichtlijn 6 heeft al een recht op het verkrijgen van informatie gecreëerd voor zowel verrichters als ontvangers van diensten: zo moet informatie over de vereisten die in elke lidstaat voor dienstverrichters gelden, via de eenloketten online toegankelijk worden gemaakt. In het Charter for the electronic Points of Single Contact under the Services Directive, dat in 2013 door de Raad is gesteund, zijn de lidstaten aangemoedigd bij de verstrekking van informatie via de eenloketten een gebruikersgerichte aanpak te volgen, zodat alle gebieden worden bestreken die van belang zijn voor bedrijven, waaronder btw, inkomstenbelastingen, sociale zekerheid en arbeidswetgeving.

Uw Europa, het Europees e-justitieportaal, het btw-informatieportaal en het Europees netwerk van diensten voor de arbeidsvoorziening (Eures) geven al uitgebreide informatie over de rechten en verplichtingen van burgers, bedrijven, werknemers en consumenten op de interne markt en op het gebied van justitie.

Dit voorstel bouwt voort op deze bestaande diensten: de lidstaten zullen betrouwbare, duidelijke en begrijpelijke online-informatie moeten geven over de regels en vereisten die in hun rechtsgebied gelden voor burgers en bedrijven die hun rechten uit hoofde van de eengemaakte markt willen uitoefenen. Het heeft geen gevolgen voor de materiële bepalingen op de beleidsgebieden waarover informatie moet worden gegeven, maar vraagt slechts van de lidstaten volledige openheid te geven over de toepasselijke regels.

2.

b) Toegang tot diensten voor ondersteuning en probleemoplossing


Op grond van EU-handelingen zijn verschillende contactpunten en mechanismen voor probleemoplossing opgericht om burgers en bedrijven te helpen bij het uitoefenen van hun rechten op de eengemaakte markt. Dit initiatief zal een einde maken aan de huidige versnippering en onbekendheid van de diensten voor ondersteuning en probleemoplossing, doordat deze gemakkelijker te vinden en toegankelijker worden gemaakt en doordat alle diensten die via de toegangspoort beschikbaar zijn, aan bepaalde minimumkwaliteitseisen moeten voldoen.

3.

c) Toegang tot onlineprocedures


Op grond van de dienstenrichtlijn moeten de lidstaten erop toezien dat alle procedures en formaliteiten betreffende de toegang tot en de uitoefening van een dienstenactiviteit online kunnen worden afgewikkeld via het betrokken eenloket of met de relevante bevoegde instanties (artikel 8). In de richtlijn erkenning beroepskwalificaties 7 (artikel 57 bis) is dezelfde verplichting opgenomen met betrekking tot vereisten, procedures en formaliteiten inzake onder die richtlijn vallende aangelegenheden.

Dit voorstel vergroot de internemarktdimensie van de onlineprocedures die de lidstaten reeds op basis van die richtlijnen of andere nationale of EU-wetgeving hebben ingevoerd, doordat van hen verlangd wordt die procedures ook volledig toegankelijk te maken voor burgers en bedrijven uit andere lidstaten en doordat de belangrijkste voorwaarden worden vastgesteld om die grensoverschrijdende toegankelijkheid te waarborgen.

Bovendien verplicht dit initiatief de lidstaten ervoor te zorgen dat de in deze verordening vermelde belangrijkste procedures die van algemeen belang zijn voor burgers en bedrijven volledig online toegankelijk zijn, dus ook voor grensoverschrijdende gebruikers. Het zorgt er tevens voor dat bewijzen op verzoek van gebruikers elektronisch kunnen worden uitgewisseld tussen de betrokken autoriteiten in verschillende lidstaten.

Van deze procedures is die voor de registratie van een bedrijfsactiviteit van bijzonder belang voor bedrijven. De procedures die leiden tot de oprichting van een vennootschap als rechtspersoon moeten er echter niet onder vallen. Zoals aangekondigd in de strategie voor de eengemaakte markt 8 en het actieplan inzake e-overheid, heeft de Commissie in haar werkprogramma voor 2017 9 een initiatief opgenomen om op alomvattende wijze digitale oplossingen in de gehele levenscyclus van een onderneming te vergemakkelijken, onder meer met procedures voor de onlineregistratie van een bedrijfsactiviteit. De Commissie bereidt dit vennootschapsrechtsinitiatief momenteel voor en het is de bedoeling dat de betrokken onlineprocedures aan de toegangspoort zullen worden gekoppeld zodra zij op basis van dat initiatief worden ingesteld.

Deze verordening schrijft voor dat de „gebruikerskant” van bepaalde belangrijke procedures volledig wordt gedigitaliseerd (de interface tussen burgers of bedrijven en de nationale overheidsdiensten; het kan slechts een onlineformulier betreffen dat moet worden ingevuld). De verordening heeft geen gevolgen voor de „achterkant” (de verdere procedurele stappen binnen en tussen nationale overheidsdiensten) of de inhoud van de door de lidstaten ingestelde procedures, zoals de verschillende stappen of de bevoegdheden van nationale of subnationale autoriteiten. De aanpassingen die als gevolg van dit initiatief nodig zijn, betreffen alleen het proces van de digitalisering van de procedures en de opheffing van belemmeringen voor de toegankelijkheid ervan voor grensoverschrijdende gebruikers.

De toegang tot onlineprocedures en de digitalisering van de procedures zal worden ondersteund door de eIDAS-verordening 10 , waarin bepaald is dat de lidstaten uiterlijk in september 2018 door andere lidstaten aangemelde elektronische identificatiemiddelen moeten erkennen. Hiermee wordt een van de belemmeringen voor de toegankelijkheid van elektronische procedures voor gebruikers uit andere lidstaten weggenomen.

Samenhang met andere beleidsterreinen van de Unie

Dit initiatief draagt bij tot de strategische doelstelling van de digitale eengemaakte markt om het overheidsbestuur te moderniseren, grensoverschrijdende interoperabiliteit te realiseren en de interactie met de burgers te vergemakkelijken, die ook tot uitdrukking is gekomen in het actieplan inzake e-overheid. Het strookt met de digitaliseringsdoelstelling van de Commissie om de aanwezigheid op internet te stroomlijnen en verdere versnippering, die het gevolg zou zijn van de oprichting van nieuwe portalen en contactpunten, te voorkomen. Het initiatief voldoet aan de aanbevelingen van het Europees interoperabiliteitskader.

Het voorstel draag bij tot de uitvoering van het starters- en opschalingsinitiatief, dat de groei van bedrijven bevordert door het ondernemingsklimaat te verbeteren en de bureaucratie te verminderen. Kleine en middelgrote ondernemingen, en met name de ondernemingen met grensoverschrijdende activiteiten, zullen gebaat zijn bij de lagere kosten voor het vinden van informatie, waarvan zij relatief meer voordeel zullen ondervinden dan grote ondernemingen. Zij zullen ook gebaat zijn bij de meer uniforme kwaliteit van de online beschikbare informatie, ondersteuning en procedures. Kleine en middelgrote ondernemingen met grensoverschrijdende activiteiten zullen gebaat zijn bij de onlinetoegang tot procedures die belangrijk zijn voor deze ondernemingen. Bovendien zal het voor kleine en middelgrote ondernemingen gemakkelijker worden de juiste procedures in verband met de eengemaakte markt te vinden, waardoor zij zich binnen de Unie op nieuwe markten kunnen begeven. Dankzij de gemakkelijkere toegang tot diensten voor ondersteuning en probleemoplossing en een speciaal hulpmiddel voor gebruikersreacties, kunnen zij op eenvoudige en intuïtieve wijze in alle EU-talen problemen melden die zij in verband met voorschriften en overheidsdiensten ondervinden.

De volgende lopende of geplande initiatieven op EU-niveau zijn van belang voor de digitale toegangspoort, aangezien zij zullen bijdragen tot het bestreken informatiegebied of tot de digitalisering van procedures:

·het Europees interoperabiliteitskader (EIF): bevordert de interoperabiliteit van de overheidsinstanties in Europa, waardoor de overheidsdiensten beter aan elkaar kunnen worden gekoppeld;

·het Core Public Service Vocabulary (CPSV), een gemeenschappelijk gegevensmodel voor de beschrijving van belangrijke zakelijke evenementen en overheidsdiensten. Als de lidstaten deze woordenlijst bij het ontwerpen of aanpassen van hun websites gebruiken, kan de vertaling van de inhoud ervan en de ontwikkeling van het zoekhulpmiddel van de digitale toegangspoort worden vergemakkelijkt, waardoor de informatie, procedures en ondersteunende diensten beter te vinden zullen zijn;

·gekoppelde vennootschapsregisters (Business Registers Interconnection System – BRIS) 11 zullen ervoor zorgen dat op EU-niveau informatie beschikbaar komt over bedrijven die in de lidstaten zijn ingeschreven en de uitwisseling van informatie tussen verschillende registers mogelijk maken (uiterlijk in juni 2017 operationeel);

·door de elektronische koppeling van de EU-insolventieregisters zal (vanaf 2019) de doeltreffende administratie van grensoverschrijdende insolventieprocedures worden verbeterd;

·de Europese e-kaart voor diensten, waarvoor de Commissie in januari 2017 een voorstel heeft goedgekeurd 12 . Het betreft een vereenvoudigde elektronische procedure voor de verleners van bepaalde zakelijke en bouwdiensten, die hun diensten in een andere lidstaat willen verlenen; de communicatie tussen de autoriteiten van de lidstaat van herkomst en de lidstaat van ontvangst vormt daarbij een belangrijk aspect;

·het Uniform Europees Aanbestedingsdocument (ESPD) 13 is een eigen verklaring van naleving van de vereisten in verband met procedures voor overheidsopdrachten. De elektronische versie kan uitgroeien tot een belangrijke bouwsteen voor de toepassing van het eenmaligheidsbeginsel op het gebied van overheidsopdrachten;

·het geplande vennootschapsrechtsinitiatief ter vergemakkelijking van digitale oplossingen in de gehele levenscyclus van een onderneming, dat vermeld is in het werkprogramma van de Commissie voor 2017;

·de geplande uitbreiding van het mini-eenloketsysteem voor btw;

·acties betreffende het eenmaligheidsbeginsel in het kader van het actieplan inzake e-overheid zullen het voor overheidsinstanties van de lidstaten gemakkelijker maken informatie en gegevens te delen. Het grootschalige proefproject betreffende businesscases en een beoordeling van de haalbaarheid voor burgers zullen de eerste stap in deze richting zijn.

2. RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID

Rechtsgrondslag

Artikel 21, lid 2, artikel 48 en artikel 114, lid 1, VWEU zijn relevant voor dit voorstel betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen. Ingevolge artikel 26, lid 2, VWEU omvat de interne markt een ruimte zonder binnengrenzen waarin het vrije verkeer van goederen, personen, diensten en kapitaal is gewaarborgd volgens de bepalingen van de Verdragen. Bij artikel 21, lid 2, VWEU is een rechtsgrondslag ingevoerd voor de vaststelling van bepalingen die de uitoefening van de in lid 1 van dat artikel bedoelde rechten van burgers van de Unie vergemakkelijken. Artikel 48 voorziet in een rechtsgrondslag voor de vaststelling van maatregelen op het gebied van de sociale zekerheid die noodzakelijk zijn voor de totstandkoming van het vrije verkeer van werknemers. Artikel 114 voorziet, tenzij in de Verdragen anders is bepaald, in een rechtsgrondslag voor de vaststelling van maatregelen voor de verwezenlijking van de doeleinden van artikel 26 VWEU.

Dit voorstel strekt ertoe burgers en bedrijven eenvoudig toegang te geven tot de informatie, procedures en diensten voor ondersteuning en probleemoplossing die zij nodig hebben om hun rechten op de interne markt uit te oefenen. Daartoe wordt bij deze verordening één digitale toegangspoort opgericht, waarbij voor de Commissie en de bevoegde instanties een belangrijke rol is weggelegd om bovenstaande doelstellingen te verwezenlijken. Dit initiatief is uitsluitend bedoeld om een einde te maken aan discriminatie en de administratieve belasting te beperken voor burgers en bedrijven die geheel overeenkomstig de nationale voorschriften en procedures in andere lidstaten actief zijn of willen zijn. Het heeft geen gevolgen voor de inhoud van die regels en procedures, noch voor de bevoegdheden dienaangaande.

Aangezien het initiatief een drieledige doelstelling heeft en de onderdelen ervan die betrekking hebben op het vrije verkeer van burgers en sociale zekerheid, en de doelstelling om de interne markt tot stand te brengen en de werking ervan te verzekeren ten aanzien van de verstrekking van informatie, procedures en diensten voor ondersteuning en probleemoplossing niet als slechts bijkomstig kunnen worden beschouwd, moet het op artikel 21, lid 2, artikel 48 en artikel 114, lid 1, VWEU worden gebaseerd.

Subsidiariteit

Het hoofddoel van dit voorstel is de werking van de eengemaakte markt voor alle burgers en bedrijven in de Unie te verbeteren. De eengemaakte markt is geen gebied met volledig geharmoniseerde voorschriften. Buiten de basisbeginselen en de gebieden waarop volledig geharmoniseerde voorschriften zijn overeengekomen, moeten burgers en bedrijven nog altijd aan de nationale voorschriften voldoen wanneer zij naar een andere lidstaat reizen of in een andere lidstaat werken, wonen of zakendoen. Daarom is het voor de werking van de eengemaakte markt essentieel dat burgers en bedrijven gemakkelijk kunnen nagaan welke voorschriften er in andere lidstaten gelden. Het is evenzeer essentieel dat de procedures voor de naleving van die voorschriften voor gebruikers uit andere lidstaten geen grote extra regelgevingslast opleveren ten opzichte van die van binnenlandse gebruikers.

Deze doelstellingen kunnen niet voldoende worden verwezenlijkt zonder optreden op EU-niveau. Het huidige systeem van informatie en ondersteunende diensten vertoont onvoldoende samenhang, aangezien de instrumenten die met optreden op EU-niveau tot stand zijn gekomen onvoldoende aan elkaar gekoppeld zijn en niet gebruikersvriendelijk genoeg zijn. Er ontbreekt een gemeenschappelijke aanpak om te waarborgen dat de kwaliteit aan bepaalde minimumeisen voldoet. In het wettelijk kader wordt weliswaar gestreefd naar synergieën, maar de lidstaten hebben daar onvoldoende werk van gemaakt (aangezien er geen bindende verplichtingen waren).

Gezien de transnationale aard van de eengemaakte markt en de noodzaak de huidige situatie in grensoverschrijdend verband aan te pakken, is optreden van de Unie het meest doeltreffend om de kosten te beperken die EU-burgers en bedrijven moeten maken wanneer zij grensoverschrijdende activiteiten willen ontplooien.

Evenredigheid

In dit voorstel wordt een zorgvuldig evenwicht bewaard tussen, enerzijds, de noodzaak om de zeggenschap over en verantwoordelijkheid voor de nationale informatieverstrekking, procedures en diensten voor ondersteuning en probleemoplossing bij de lidstaten te laten blijven berusten en, anderzijds, de noodzaak om de in de loop der tijd ontstane belemmeringen voor burgers en bedrijven om hun rechten uit hoofde van de eengemaakte markt uit te oefenen, aan te pakken.

De maatregelen waarin deze verordening voorziet, gaan niet verder dan nodig is om de vastgestelde problemen op te lossen en de beoogde doelstellingen te verwezenlijken. De initiële investeringskosten voor de uitbreiding van het bestreken informatiegebied, vertalingen of de invoering van onlineprocedures kunnen worden beperkt door het gebruik van EU-fondsen. Bovendien zullen deze initiële kosten op termijn worden gecompenseerd door kostenbesparingen van zowel bedrijven als nationale overheidsinstanties.

Deze verordening brengt geen aanvullende verplichtingen voor burgers en bedrijven met zich mee, aangezien het gebruik van de digitale toegangspoort geheel vrijwillig is.

Keuze van het instrument

Deze verordening is gebaseerd op artikel 21, lid 2, VWEU (bepalingen betreffende het vrije verkeer van burgers), artikel 48 VWEU (bepalingen betreffende digitalisering van bepaalde procedures in verband met sociale zekerheid) en artikel 114, lid 1, VWEU (alle overige bepalingen ter verbetering van de werking van de interne markt door betere grensoverschrijdende toegang te bieden tot informatie, ondersteuning, diensten voor probleemoplossing en elektronische procedures). Op die rechtsgrondslag draagt het voorstel tevens bij tot de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten betreffende de kwaliteit van deze diensten voor burgers en bedrijven die grensoverschrijdend actief zijn.

3. EVALUATIE, RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELING

Evaluatie van bestaande wetgeving en controle van de resultaatgerichtheid ervan

Uit de evaluatie van het bestaande (regelgevende en niet-regelgevende) kader dat relevant is voor de digitale toegangspoort zijn een aantal problemen met betrekking tot individuele diensten naar voren gekomen en is bovendien gebleken dat deze diensten als totaalpakket voor burgers en bedrijven onvoldoende doeltreffend, doelmatig en coherent zijn.

De doeltreffendheid van de bestaande diensten wordt aangetast doordat zij onvoldoende zichtbaar en gemakkelijk online te vinden zijn, doorgaans van ontoereikende kwaliteit zijn en te weinig worden gebruikt. De meeste burgers en bedrijven zijn niet op de hoogte van het bestaan van ondersteunende onlinediensten op Europees niveau.

De grensoverschrijdende toegankelijkheid blijft beperkt, aangezien de informatie op nationaal niveau veelal gefragmenteerd is of alleen in de nationale taal beschikbaar is en de onlineprocedures voor nationale gebruikers vaak niet toegankelijk zijn voor buitenlandse gebruikers. Bovendien variëren de kwaliteit en de gebruikersgerichtheid van de diensten sterk.

Voor de diensten die bij bindende EU-wetgeving zijn opgericht, geldt dat de kwaliteitscriteria te algemeen zijn gebleken (eenloketten) of vrijwel geheel ontbreken (productcontactpunten). Aanvullende vrijwillige kwaliteitscriteria (handvest voor eenloketten) hebben een matig succes gehad. Voor de diensten die bij niet-bindende EU-wetgeving zijn opgericht en door de Commissie worden beheerd (Solvit, Uw Europa) zijn kwaliteitscriteria overeengekomen, maar door de vrijwillige aard ervan doen sommige lidstaten er volledig aan mee en andere niet. Daardoor blijft de toegankelijkheid van deze diensten voor buitenlandse gebruikers beperkt en gefragmenteerd.

De ondersteunende diensten op EU-niveau worden, gezien de besparingen en andere voordelen die zij voor bedrijven en burgers opleveren, beschouwd als kostenefficiënt. De particuliere alternatieven zijn namelijk veel duurder. De doeltreffendheid van de ondersteunende diensten voor bedrijven op nationaal niveau (eenloketten, productcontactpunten, productcontactpunten voor de bouw) laat te wensen over. Bovendien vormt de slechte kwaliteit van hun websites een gemiste kans om het aantal aanvragen te beperken door betere online-informatie te geven en daardoor de kostenefficiëntie verder te vergroten. De doeltreffendheid en de „onlinevindbaarheid” van de afzonderlijke diensten kunnen worden verbeterd door een gemeenschappelijke merknaam te gebruiken. Dit kan beter door de EU worden verwezenlijkt.

Alle in dit verband geëvalueerde instrumenten zijn door optreden op EU-niveau ontstaan, maar zij functioneren niet als één geheel. In het wettelijk kader wordt weliswaar gestreefd naar synergieën, maar de lidstaten hebben daar onvoldoende werk van gemaakt. Dit komt met name door het ontbreken van bindende verplichtingen en van een overkoepelende beheersstructuur van de EU en de lidstaten die de consistentie van alle instrumenten controleert en waarborgt.

De slechte prestaties van de huidige diensten hebben de volgende oorzaken: de verkokerde, overheidsgerichte benaderingen leiden tot versnippering; de overheidsdiensten van de EU en de lidstaten zijn meer gericht op hun eigen behoeften dan op die van de gebruikers; technische oplossingen die jaren geleden zijn ontwikkeld, berusten op achterhaalde technieken en komen niet overeen met de huidige beste praktijken; en de nationale overheden hebben geen oog voor gebruikers uit andere lidstaten.

Raadpleging van belanghebbenden

De algemene raadpleging over de digitale toegangspoort liep van november 2015 tot en met december 2016. De raadpleging omvatte een specifieke workshop voor belanghebbenden, een openbare onlineraadpleging en vele bilaterale besprekingen met belanghebbenden en lidstaten.

4.

a) Workshop over de digitale toegangspoort, maart 2016


Onder de deelnemers waren vertegenwoordigers van de eenloketten, kamers van koophandel en nationale autoriteiten. De deelnemers meldden veel problemen in verband met de toegankelijkheid van informatie, de beschikbaarheid van elektronische procedures en de toegang tot ondersteunende diensten. Deze lijken te worden veroorzaakt door hiaten in de wetgeving, een gebrek aan informatie of ondersteuning en slechte uitvoering door de nationale en lokale autoriteiten.

In de discussie over elektronische procedures wezen de deelnemers erop dat deze procedures zeer lastig zijn te gebruiken vanuit een andere lidstaat. Hoewel sommige lidstaten op het gebied van e-overheid indrukwekkende stappen hebben gezet voor hun eigen burgers, worden zelden elektronische handtekeningen en identificatiemiddelen uit andere lidstaten erkend, waardoor buitenlandse gebruikers van elektronische procedures worden uitgesloten.

5.

b) Openbare raadpleging via internet


Er werden 367 reacties op de openbare raadpleging via internet ontvangen, waarbij 45 % van bedrijven, 45 % van burgers en 10 % van overheidsinstanties afkomstig was.


Onder bedrijven en burgers bleek grote overeenstemming te zijn over het belang van de voornaamste pijlers van dit initiatief:

de behoefte aan online-informatie over de voorschriften en procedures in andere EU-landen: 93 % van de bedrijven en 92 % van de burgers achtten dit (zeer) belangrijk;

toegang tot elektronische procedures: 94 % van de bedrijven en 92 % van de burgers achtten dit (zeer) belangrijk;

toegang tot diensten die op verzoek ondersteuning bieden: 88 % van de bedrijven en 87 % van de burgers achtten dit (zeer) belangrijk.

6.

c) Bespreking met belanghebbenden en lidstaten


De mening van belanghebbenden werd gepeild tijdens talrijke vergaderingen en evenementen, waaronder de hoorzitting „EU-burgerschap in de praktijk” (maart 2016), de jaarlijkse mkb-vergadering in Luxemburg (november 2015), besprekingen met de mkb-gezanten (juni en oktober 2016) en bilaterale besprekingen met verschillende ondernemers- en consumentenorganisaties, zoals Eurochambres, Eurocommerce, BusinessEurope, nationale kamers van koophandel, CEA-PME, Startup City Alliance Europe enz. (in de loop van 2016).

Verschillende ondernemersorganisaties hebben bevestigd dat het voor het bedrijfsleven zeer nuttig zou zijn om alle informatiehulpmiddelen op internet onder één noemer te brengen. Bovendien gingen er stemmen op om één gezamenlijke informatiestructuur voor alle lidstaten te ontwikkelen. Belanghebbenden uit het bedrijfsleven wezen erop dat de verstrekte informatie toereikend moet zijn om rechtmatig grensoverschrijdende activiteiten te ontplooien en dat niet alleen aandacht moet worden besteed aan gedetailleerde technische informatie, maar ook aan regelgevingsvoorschriften voor bijvoorbeeld tests en rapportage. De meeste belanghebbenden uit het bedrijfsleven vonden dat alle procedures volledig online beschikbaar zouden moeten zijn om verspilling van tijd en geld te voorkomen.

De lidstaten zijn geraadpleegd in het kader van de deskundigengroep voor de dienstenrichtlijn (en de subgroep voor het EUGO-netwerk), het comité wederzijdse erkenning en in bilaterale bijeenkomsten met nationale autoriteiten. 17 lidstaten hebben een standpuntnota ingediend waarin gevraagd werd een netwerk van digitale toegangspoorten (volledig functionerende e-overheidsportalen) op te richten waar bedrijven alle informatie vinden die zij nodig hebben om grensoverschrijdend een onderneming op te richten, hun activiteiten uit te breiden of handel te drijven. Zij spraken ook hun steun uit voor het idee om bedrijven maar één digitaal proces te laten doorlopen om overal in de EU activiteiten te ontplooien.

De meeste lidstaten benadrukten dat de in de digitale toegangspoort opgenomen websites van goede kwaliteit en gebruikersvriendelijk moeten zijn en steunden het voorstel om een kwaliteitslabel te gebruiken. Zij steunden tevens het idee dat de informatie in ten minste één andere gangbare EU-taal voor gebruikers beschikbaar moet zijn. De lidstaten merkten op dat substantiële investeringen moeten worden gedaan om onlineprocedures in te voeren, waardoor vertraging kan optreden. De meeste lidstaten pleitten voor een duidelijke afbakening van de verantwoordelijkheden tussen het nationale en het EU-niveau en vonden dat de lidstaten verantwoordelijk moeten zijn voor de inhoud en het beheer ervan. De meeste lidstaten wilden dat de Commissie een sterke coördinerende rol op zich zou nemen en streefdoelen zou vaststellen voor bijvoorbeeld updates, inhoud en nuttigheid.

Bijeenbrengen en gebruik van expertise

De EU-instellingen en belanghebbenden hebben tussen 2008 en 2017 uiteenlopende studies en enquêtes uitgevoerd en er is, onder meer tijdens een specifieke workshop, uitgebreid met deskundigen, de lidstaten en andere belanghebbenden overlegd, waardoor er gedegen expertise is opgebouwd.

Effectbeoordeling

Ter voorbereiding van dit initiatief werd een effectbeoordeling uitgevoerd. In het opnieuw ingediende verslag is rekening gehouden met de aanbevelingen die de Raad voor regelgevingstoetsing in zijn oorspronkelijke negatieve advies van 20 januari 2017 heeft geformuleerd en met de aanvullende punten waarop deze raad heeft gewezen in zijn uiteindelijke positieve advies van 7 maart 2017.

In de effectbeoordeling zijn drie beleidsopties overwogen:

·optie 1: nationale gecentraliseerde portalen voor bedrijven en burgers, waarbij een centrale informatiestructuur wordt voorgeschreven via enkele portalen op nationaal en EU-niveau, maar een „soft law”-benadering wordt gevolgd voor het uitrollen van onlineprocedures. Geen EU-oplossing voor de acceptatie van documenten en gegevens uit andere lidstaten. Elke lidstaat moet de belangrijkste drie bedrijfscontactpunten (voor diensten en goederen) samenvoegen;

·optie 2: gecoördineerde EU-benadering, waarbij de lidstaten zelf kunnen bepalen waar zij de vereiste informatie online beschikbaar maken. De lidstaten hoeven slechts links naar die websites door te geven aan een centraal register van de Commissie, van waaruit een gemeenschappelijke zoekfunctie de websites vindt en als uitkomst van een zoekopdracht aan de gebruiker presenteert. Er wordt een „zoekfunctie voor ondersteunende diensten” ontwikkeld om gebruikers naar de juiste ondersteunende dienst te leiden. De zoekfunctie is beperkt tot de inhoud van de toegangspoort en kan worden opgenomen in de informatieportalen en websites van de EU en de lidstaten. Bij deze optie moeten de lidstaten bepaalde sleutelprocedures voor bedrijven en burgers volgens een overeengekomen tijdschema volledig online beschikbaar stellen;

·optie 3: volledig gecentraliseerde benadering voor de hele EU, waarbij alle informatie op EU- en nationaal niveau via een centrale databank op EU-niveau wordt verstrekt. Bij deze optie worden dezelfde twintig kernprocedures online beschikbaar gesteld als bij optie 2, maar wordt bovendien een speciaal IT-hulpmiddel ontwikkeld om samenwerking achter de schermen van de autoriteiten van de lidstaat van herkomst en de lidstaat van ontvangst mogelijk te maken om te beantwoorden aan de behoeften van buitenlandse gebruikers (met name ten aanzien van de indiening van bewijzen). De informatie en procedures zijn in de centrale databank gemakkelijk te vinden. Ondersteunende diensten kunnen worden gevonden via een gemeenschappelijke zoekfunctie (net als bij optie 2).

Optie 1 werd een doelmatige, maar niet zeer doeltreffende oplossing geacht. Het grootste nadeel ervan is dat de invoering van onlineprocedures door de lidstaten vrijwillig blijft en dat het probleem van het grensoverschrijdende gebruik van bewijzen bij procedures niet gezamenlijk wordt aangepakt. Bovendien wordt de vindbaarheid onvoldoende verbeterd aangezien de zoekfuncties van de nationale portalen voor bedrijven in principe geen zoekmogelijkheden in alle EU-talen hebben. Ten slotte wordt de handhaving van de kwaliteitscriteria bemoeilijkt door het ontbreken van een gemeenschappelijk instrument voor kwaliteitsbewaking. Daarom werd geconcludeerd dat deze optie waarschijnlijk onvoldoende tegemoetkomt aan de behoeften van de gebruikers.

Optie 3 voldoet veruit het beste aan de behoeften van de gebruikers. Door de volledig gecentraliseerde aanpak wordt de informatie op eenvormige wijze gepresenteerd, zodat de gebruikers de informatie gemakkelijk kunnen vinden. Geharmoniseerde procedures voor de hele EU zijn vanzelfsprekend volledig toegankelijk voor grensoverschrijdende gebruikers. Deze optie is echter niet haalbaar, doordat er bij de lidstaten weinig steun is voor een dergelijke gecentraliseerde aanpak. Bovendien werd deze optie over het geheel genomen niet zeer doelmatig geacht, aangezien er zeer hoge kosten aan verbonden zijn en er aanzienlijk doublures door ontstaan.

Er werd gekozen voor optie 2 omdat hierbij voldoende handhavingsmogelijkheden worden geboden doordat gebruik wordt gemaakt van een gemeenschappelijk hulpmiddel voor gebruikersreacties waarmee de volledigheid en de kwaliteit worden bewaakt. Het wordt het waarschijnlijkst geacht dat met de gekozen optie de doelstellingen op doelmatige en evenredige wijze worden verwezenlijkt, terwijl de voordelen voor de belanghebbenden worden gemaximaliseerd. De Commissie en de lidstaten zullen nauw met elkaar moeten samenwerken om de verschillende elementen van deze optie effectief en stap voor stap uit te voeren.

Resultaatgerichtheid en vereenvoudiging

De verordening zal de toegankelijkheid van de interne markt voor ondernemingen, waaronder kleine en middelgrote ondernemingen, vergemakkelijken doordat de transactiekosten voor het verlenen van diensten of het verkopen van goederen in andere lidstaten aanzienlijk zullen afnemen. Een betere toegang tot de interne markt zal leiden tot grotere schaal- en synergievoordelen en daardoor het concurrentievermogen en de kostenefficiëntie van bedrijven vergroten. Het voorstel vormt tevens een antwoord op het recente verzoek van het REFIT-platform om één toegangspoort op te richten met duidelijke informatie en gecoördineerde diensten voor bedrijven in elke lidstaat en gemeenschappelijke minimumkwaliteitscriteria voor de inhoud, de werking en de mate van integratie in de digitale toegangspoort van elk portaal vast te stellen.

Grondrechten

Dit voorstel eerbiedigt en bevordert de rechten die in het Handvest van de grondrechten neergelegd zijn, in het bijzonder het recht zich vrij op het grondgebied van de lidstaten te verplaatsen en er vrij te verblijven (artikel 45); het recht op onderwijs (artikel 14); en het recht in iedere lidstaat werk te zoeken, te werken, zich te vestigen en diensten te verrichten (artikel 15). De verordening bestrijdt bovendien discriminatie, waaronder indirecte discriminatie, van onderdanen van andere lidstaten ten opzichte van eigen onderdanen, aangezien bepaald wordt dat de via de toegangspoort beschikbare informatie ook in een andere taal dan de nationale taal beschikbaar moet zijn en dat de onlineprocedures voor gebruikers uit andere lidstaten toegankelijk moeten zijn (artikel 21, lid 2, van het Handvest en artikel 18 VWEU).

4. GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

De initiële investeringskosten voor de uitvoering van deze verordening bedragen 109 miljoen euro, terwijl de jaarlijkse operationele kosten 8 miljoen euro bedragen (totale kosten van alle lidstaten en de Commissie). De initiële investeringskosten kunnen in één jaar gedeeltelijk worden terugverdiend doordat bedrijven die grensoverschrijdende activiteiten ontplooien, naar schatting 86 miljoen euro aan vertaal-, certificerings- en consultancykosten kunnen uitsparen. Voor de landen die momenteel de minste onlineprocedures hebben, kost het 6,6 miljoen euro om de overige procedures te digitaliseren. Dit komt overeen met ongeveer 2 tot 4 % van de middelen van de Europese structuur- en investeringsfondsen voor de periode 2014-2020 die zij aan e-overheid hebben toegewezen.

5. OVERIGE ELEMENTEN

Uitvoeringsplanning en regelingen betreffende controle, evaluatie en rapportage

Aan de lidstaten zal een uitvoeringsplan worden voorgesteld waarin aangegeven is welke acties zij moeten uitvoeren om de digitale toegangspoort op tijd te kunnen openen. In de verordening is bepaald dat twee jaar na de inwerkingtreding van de verordening, en vervolgens elke twee jaar, een beoordelingsverslag over de werking van de digitale toegangspoort en de geconstateerde belemmeringen voor de interne markt naar het Europees Parlement en de Raad moet worden gestuurd. Ook is er vijf jaar na de inwerkingtreding van de verordening een evaluatie gepland. De coördinatiegroep voor de digitale toegangspoort, een centraal coördinerend orgaan in de beheersstructuur van de digitale toegangspoort, zal de Commissie helpen bij het bewaken van de prestaties van de toegangspoort en de vorderingen bij de toepassing van de verordening.

Artikelsgewijze toelichting

In artikel 1 wordt het onderwerp van de voorgestelde verordening omschreven.

In artikel 2 wordt de digitale toegangspoort opgericht en de reikwijdte ervan bepaald. Verduidelijkt wordt dat de toegangspoort informatie geeft over de rechten, verplichtingen en regels in verband met de interne markt die van toepassing zijn op gebruikers van de toegangspoort op de in bijlage I vermelde terreinen, dat zij de gebruikers informatie over en koppelingen naar de op de in bijlage I vermelde procedures biedt en dat zij informatie over en toegang tot diensten voor ondersteuning en probleemoplossing biedt die gebruikers kunnen helpen de informatie te begrijpen of de in bijlage III vermelde en in artikel 6 bedoelde procedures af te handelen.

Artikel 3 bevat de voor de verordening relevante definities.

In artikel 4 zijn verplichtingen voor de lidstaten en de Commissie in verband met de verstrekking van informatie opgenomen.

Artikel 5 herinnert in verband met onlineprocedures aan het non-discriminatiebeginsel, doordat van de lidstaten wordt verlangd de onlineprocedures toegankelijk te maken voor gebruikers uit andere lidstaten. Ook is bepaald dat de lidstaten ervoor moeten zorgen dat 13 procedures, die vermeld zijn in bijlage II, volledig online afgehandeld kunnen worden en wordt verduidelijkt wat daaronder wordt verstaan.

Artikel 6 biedt de lidstaten de mogelijkheid om, onder bepaalde voorwaarden, het aanbod aan diensten voor ondersteuning en probleemoplossing via de toegangspoort aan te vullen met diensten van particuliere of semi-particuliere entiteiten.

De artikelen 7, 8 en 9 bevatten kwaliteitscriteria voor de informatie en de uitleg van procedures en ondersteunende diensten waarnaar de toegangspoort verwijst.

Artikel 10 bevat algemene kwaliteitseisen voor onlineprocedures.

Artikel 11 verduidelijkt de voorwaarden waaraan onlineprocedures moeten voldoen om voor gebruikers uit andere lidstaten toegankelijk te zijn (er moeten instructies in een andere taal dan de nationale taal voorhanden zijn, er mogen geen nationale gegevensformaten verlangd worden, de elektronische identificatiemiddelen, handtekeningen en zegels moeten worden erkend en er moeten elektronische bewijzen verstrekt kunnen worden). In dat artikel is bepaald dat het Informatiesysteem interne markt (IMI) gebruikt moet worden om de authenticiteit van bewijzen te controleren.

Artikel 12 voorziet in een mechanisme voor de elektronische uitwisseling van bewijzen op uitdrukkelijk verzoek van de gebruiker. Het verleent de Commissie de bevoegdheid de technische specificaties van dat mechanisme vast te stellen.

Artikel 13 bevat kwaliteitscriteria voor diensten voor ondersteuning en probleemoplossing.

Artikel 14 voorziet in een kwaliteitsbewakingsmechanisme voor de informatie, procedures en ondersteunende diensten waarnaar de toegangspoort verwijst. Ook worden de maatregelen gespecificeerd die de Commissie in geval van kwaliteitsproblemen kan nemen.

In de artikelen 15 t/m 18 worden de technische oplossingen gespecificeerd waarmee het doel van de toegangspoort wordt bereikt en worden de desbetreffende verantwoordelijkheden van de Commissie en de lidstaten uitgelegd.

De artikelen 19 en 20 betreffen de naam van de toegangspoort en stellen het kader voor gecoördineerde promotie vast.

De artikelen 21, 22 en 23 betreffen de verzameling van statistische gegevens en gebruikersreacties en verplichten de Commissie een gebruikersvriendelijk hulpmiddel te creëren om gebruikers van de toegangspoort de mogelijkheid te geven belemmeringen voor hun internemarktrechten te melden.

In artikel 24 is bepaald dat de lidstaten nationale coördinatoren moeten benoemen die beschikken over specifieke bevoegdheden in verband met de toegangspoort.

Bij artikel 25 wordt de coördinatiegroep van de toegangspoort opgericht.

Artikel 26 verduidelijkt de taken van de coördinatiegroep van de toegangspoort.

Artikel 27 voorziet in een jaarlijks werkprogramma ter ondersteuning van de uitvoering van deze verordening.

Artikel 28 betreft de kosten voor de ontwikkeling, het onderhoud en de promotie van de toegangspoort en de vertaling van informatie op de nationale websites.

Artikel 29 bevat bepalingen betreffende de verwerking van persoonsgegevens in het kader van deze verordening.

In artikel 30 is de samenwerking tussen de toegangspoort en de bij handelingen van de Unie opgerichte informatie- en ondersteuningsnetwerken geregeld.

In artikel 31 wordt uitgelegd hoe deze verordening zich verhoudt tot andere handelingen van de Unie.

Artikel 32 maakt het mogelijk het IMI voor de doeleinden van deze verordening te gebruiken.

Artikel 33 verplicht de Commissie periodiek verslag te doen aan het Europees Parlement en de Raad over de werking van de toegangspoort en de interne markt.

In artikel 34 is de uitoefening van de bij artikel 21 aan de Commissie verleende gedelegeerde bevoegdheden geregeld.

Bij artikel 35 wordt het comité opgericht. Het betreft bovendien de uitvoeringsbevoegdheden die bij deze verordening aan de Commissie worden verleend.

Artikel 36 betreft de wijziging van Verordening (EU) nr. 1024/2012 betreffende het IMI.

Artikel 37 betreft de inwerkingtreding en toepassing van deze verordening.

In bijlage I, waarnaar wordt verwezen in artikel 2, lid 2, onder a), zijn de informatiegebieden vermeld die voor burgers en bedrijven van belang zijn bij de uitoefening van hun rechten binnen de interne markt.

In bijlage II, waarnaar wordt verwezen in artikel 5, lid 2, zijn de procedures vermeld die gebruikers volledig online moeten kunnen afhandelen.

In bijlage III, waarnaar wordt verwezen in artikel 2, lid 2, onder c), zijn de diensten voor ondersteuning en probleemoplossing vermeld die via de toegangspoort toegankelijk moeten zijn.