| dossier | COM(2005)266 - Instelling van begeleidende maatregelen voor landen van het suikerprotocol die getroffen zijn door de hervorming van de ... |
|---|---|
| document | Verordening (EG) nr. 266/2006 |
| datum | 15 februari 2006 |
(2) De bepalingen inzake de gemeenschappelijke ordening der markten in de sector suiker, zoals vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1260/2001 van de Raad [3], zullen worden herzien, rekening houdend met de wetgevingsvoorstellen van de Commissie aan de Raad.
(3) Uit hoofde van het suikerprotocol, dat aan bijlage V bij de ACS-EG-Partnerschapsovereenkomst is gehecht, hangen sommige ACS-landen van de EU-markt af om hun suiker te exporteren. De hervorming zal voor hen tot een aanzienlijke verandering van hun marktvoorwaarden leiden.
(4) De aanpassing van de landen van het suikerprotocol aan deze nieuwe marktvoorwaarden zal een complex proces zijn, gezien het sociaaleconomische belang en de multifunctionele rol van de suikersector en, voor een aantal van deze landen, de grote afhankelijkheid van de EU-markt.
(5) De Commissie heeft zich er in haar mededeling aan het Europees Parlement en de Raad over de totstandbrenging van een duurzaam landbouwmodel voor Europa via het hervormde GLB _ hervorming van de suikersector toe verbonden het aanpassingsproces van de landen van het suikerprotocol te steunen; zij heeft de principes van haar steunvoorstellen neergelegd in het werkdocument van de diensten van de Commissie betreffende een actieplan inzake begeleidende maatregelen voor landen van het suikerprotocol die getroffen zijn door de hervorming van de suikerregeling. Dit werkdocument werd met de landen van het suikerprotocol besproken.
(6) Het is van essentieel belang dat de landen van het suikerprotocol zo spoedig mogelijk steun ontvangen, zodat zij maximale kansen hebben om zich aan de nieuwe marktvoorwaarden aan te passen, zulks volledig complementair met bestaande vormen van bijstand.
(7) Het is derhalve noodzakelijk dat de landen van het suikerprotocol, ter aanvulling op de bijstand in het kader van de ACS-EG-Partnerschapsovereenkomst, financiële en technische bijstand wordt geboden, waar nodig met inbegrip van begrotingssteun, om deze landen in staat te stellen zich aan de nieuwe marktvoorwaarden aan te passen; er moet een breed spectrum aan steun worden aangeboden, rekening houdende met de uiteenlopende situaties in verschillende landen en binnen eenzelfde land. De steun moet betrekking hebben op verbetering van het concurrentievermogen van hun suikerrietsector, ontwikkeling van alternatieve economische activiteiten, toereikende middelen voor aanpassing aan de ernstige bredere sociale, economische en milieugevolgen van de vermindering van de bijdrage van de suikersector aan hun economieën, of een combinatie hiervan.
(8) Aangezien de bijstand in overeenstemming dient te zijn met de specifieke aanpassingsinspanningen die in elk van deze ACS-leverancierslanden vereist zijn als gevolg van de hervorming, moeten objectieve criteria worden vastgesteld om de omvang van de steun te bepalen.
(9) De bijstand dient te worden verleend voor een periode van één jaar, waarna de steun tot 2013 wordt voortgezet door middel van het ontwikkelingsgedeelte van het instrument voor ontwikkelingssamenwerking en economische samenwerking.
(10) Aangezien de doelstelling van deze verordening, namelijk begeleiding van het proces van aanpassing van de landen van het suikerprotocol die getroffen worden door de hervorming van de suikersector in de Europese Unie niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt en derhalve vanwege de omvang en de gevolgen van de voorgestelde maatregel beter door de Gemeenschap kan worden verwezenlijkt, kan de Gemeenschap, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan wat nodig is om deze doelstelling te verwezenlijken.
(11) De voor de uitvoering van deze verordening vereiste maatregelen worden vastgesteld overeenkomstig Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden [4].


