Complete tekst van COM(1998)380 - Voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden - EU monitor

EU monitor; Kennis Management Tool
logo PDC
Donderdag 23 mei 2013
 


Gezien het advies van het Europees Parlement,

Overwegende dat de Raad krachtens artikel 145 van het Verdrag in de besluiten die hij neemt de Commissie de bevoegdheden verleent ter uitvoering van de regels die hij stelt; dat hij de uitoefening van deze bevoegdheden aan bepaalde voorwaarden kan onderwerpen en dat hij zich ook het recht kan voorbehouden in bijzondere gevallen en op deugdelijk gemotiveerde gronden bepaalde uitvoeringsbevoegdheden rechtstreeks uit te oefenen;

Overwegende dat de Raad Besluit 87/373/EEG van 13 juli 1987 tot vaststelling van de voorwaarden die gelden voor de uitoefening van aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden (1); heeft vastgesteld dat het onderhavige besluit het aantal typen voorwaarden waaraan deze uitoefening kan worden onderworpen, heeft beperkt;

Overwegende dat de Commissie bij Verklaring nr. 31, gevoegd bij de Slotakte van de Intergouvernementele Conferentie die het Verdrag van Amsterdam heeft vastgesteld, is verzocht bij de Raad een voorstel tot wijziging van Besluit 87/373/EEG in te dienen;

Overwegende dat de aan te brengen wijzigingen in de eerste plaats beogen de criteria te verduidelijken op grond waarvan de voor het nemen van uitvoeringsmaatregelen in aanmerking komende procedures moeten worden gekozen;

Overwegende dat de maatregelen op het gebied van de tenuitvoerlegging of het beheer moeten worden genomen volgens een procedure die een besluitvorming binnen passende termijnen waarborgt;

Overwegende dat de maatregelen met algemene strekking die ten doel hebben essentiële onderdelen van de basiswetgeving toe te passen, aan te passen of bij te werken, moeten worden vastgesteld in een procedure die de tussenkomst van de wetgever, dat wil zeggen de Raad of het Europees Parlement en de Raad mogelijk maakt;

Overwegende dat van de raadplegingsprocedure gebruik moet worden gemaakt wanneer de beheersprocedure of de reglementeringsprocedure niet of niet langer noodzakelijk wordt geacht; dat daarbij rekening dient te worden gehouden met de reeds bij de uitvoering van de betrokken besluiten opgedane ervaring;

Overwegende dat de aan te brengen wijzigingen in de tweede plaats beogen de voorwaarden voor de uitoefening van aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden in hun geheel te vereenvoudigen; dat daartoe hun aantal dient te worden verminderd en dat zij moeten worden aangepast met inachtneming van de respectieve bevoegdheden van elke instelling;

Overwegende dat het Europees Parlement in deze geest regelmatig van de werkzaamheden van de comités, op de hoogte moet worden gesteld;

Overwegende dat de vereenvoudiging van de uitoefening van de uitvoeringsbevoegheden impliceert, dat het onderhavige besluit van toepassing is op de voorwaarden voor de uitoefening van de vóór de vaststelling van onderhavig besluit vastgestelde besluiten; dat bijgevolg al deze besluiten overeenkomstig het onderhavige besluit moeten worden aangepast;

Overwegende dat sommige bepalingen van de Gemeenschapswetgeving, met name betreffende de bescherming van de volksgezondheid, een snelle besluitvorming vereisen; dat er bijgevolg voor moet worden gezorgd, dat in deze gevallen een besluitvormingsprocedure wordt gevolgd die het mogelijk maakt de fundamentele doelstellingen van deze wetgeving in acht te nemen;

Overwegende dat de door de Raad buiten het mechanisme van artikel 145, derde streepje, opgerichte comités niet onder dit besluit vallen; dat hetzelfde geldt voor de specifieke procedures van comités die in het leven zijn geroepen voor de toepassing van de gemeenschappelijke handelspolitiek en van de in de verdragen vervatte mededingingsregels;

Overwegende dat Besluit 87/373/EEG moet worden ingetrokken.

BESLUIT:


Artikel 1


Met uitzondering van naar behoren gemotiveerde bijzondere gevallen waarin de Raad zich het recht voorbehoudt uitvoeringsbevoegdheden rechtstreeks uit te oefenen, worden deze aan de Commissie verleend overeenkomstig de daartoe in het basisbesluit vastgestelde bepalingen.

Wanneer het basisbesluit de vaststelling van de uitvoeringsmaatregelen aan bepaalde procedurevoorwaarden onderwerpt, zijn deze voorwaarden in overeenstemming met de in de artikelen 3 tot en met 6 bedoelde procedures en worden zij volgens artikel 2 bepaald.

Artikel 2


Toepassings- en beheersmaatregelen, met name die welke betrekking hebben op de uitvoering van onderdelen van het gemeenschappelijke beleid, zoals het gemeenschappelijke landbouwbeleid, of op de tenuitvoerlegging van programma's met aanmerkelijke begrotingsgevolgen of op de toekenning van aanzienlijke financiële steun, worden volgens de beheersprocedure vastgesteld.

Maatregelen met algemene strekking die de toepassing beogen van essentiële onderdelen van een basisbesluit, dan wel de bijwerking of aanpassing ervan worden volgens de reglementeringsprocedure vastgesteld.

De raadplegingsprocedure is van toepassing wanneer een beheersprocedure of reglementeringsprocedure niet of niet langer noodzakelijk wordt geacht.

Wanneer de bevoegdheid om over vrijwaringsmaatregelen te besluiten aan de Commissie is verleend, kan de vrijwaringsprocedure worden gevolgd.


Artikel 3


Raadplegingsprocedure


De Commissie wordt bijgestaan door een raadgevend comité bestaande uit vertegenwoordigers van de lidstaten en voorgezeten door de vertegenwoordiger van de Commissie.

De vertegenwoordiger van de Commissie legt het comité een ontwerp van de te nemen maatregelen voor. Het comité brengt binnen een termijn die de voorzitter naar gelang van de dringendheid van de materie kan vaststellen, advies over dit ontwerp uit, zo nodig door middel van een stemming.

De Commissie houdt zo veel mogelijk rekening met het door het comité uitgebrachte advies. Zij stelt het comité in kennis van de wijze waarop zij met advies rekening heeft gehouden.


Artikel 4


Beheersprocedure


De Commissie wordt bijgestaan door een comité van beheer bestaande uit vertegenwoordigers van de lidstaten en voorgezeten door de vertegenwoordiger van de Commissie.

De vertegenwoordiger van de Commissie legt het comité een ontwerp van de te nemen maatregelen voor. Het comité brengt binnen een termijn die de voorzitter naar gelang van de dringendheid van de materie kan vaststellen, advies over dit ontwerp uit. Het comité spreekt zich uit met de meerderheid van stemmen die in artikel 148, lid 2, van het Verdrag is voorgeschreven. De voorzitter neemt niet aan de stemming deel.

De Commissie kan maatregelen vaststellen die onmiddellijk van toepassing zijn. Indien de vastgestelde maatregelen echter niet in overeenstemming zijn met het advies dat het comité heeft uitgebracht, worden zij onverwijld door de Commissie ter kennis van de Raad gebracht. In laatstgenoemd geval kan de Commissie de toepassing van de maatregelen waartoe zij heeft besloten voor ten hoogste drie maanden na de datum van deze kennisgeving uitstellen.

De Raad kan binnen de in de derde alinea genoemde termijn met gekwalificeerde meerderheid van stemmen een andersluidend besluit nemen;


Artikel 5


Reglementeringsprocedure


De Commissie wordt bijgestaan door een reglementeringscomité bestaande uit vertegenwoordigers van de lidstaten en voorgezeten door de vertegenwoordiger van de Commissie.

De vertegenwoordiger van de Commissie legt het comité een ontwerp van de te nemen maatregelen voor. Het comité brengt binnen een termijn die de voorzitter naar gelang van de dringendheid van de materie kan vaststellen, advies over dit ontwerp uit. Het comité spreekt zich uit met de meerderheid van stemmen die in artikel 148, lid 2, van het Verdrag is voorgeschreven. De voorzitter neemt niet aan de stemming deel.

De Commissie kan de beoogde maatregelen vaststellen indien zij in overeenstemming zijn met het advies van het comité.

Wanneer de beoogde maatregelen niet in overeenstemming zijn met het advies van het comité of wanneer geen advies is uitgebracht, stelt de Commissie de beoogde maatregelen niet vast. In dat geval kan zij overeenkomstig de bepalingen van het Verdrag een voorstel betreffende de te nemen maatregelen indienen.

Artikel 6


Vrijwaringsprocedure


Wanneer de Commissie besluit vrijwaringsmaatregelen te nemen, stelt zij de Raad en de lidstaten hiervan in kennis. Er kan worden bepaald, dat de Commissie de lidstaten volgens een per geval te bepalen procedure raadpleegt voordat zij haar besluit neemt;

Iedere lidstaat kan het besluit van de Commissie binnen een in het betrokken besluit van de Raad te bepalen termijn aan de Raad voorleggen.

De Raad kan binnen een in het betrokken besluit te bepalen termijn met gekwalificeerde meerderheid van stemmen een andersluidend besluit nemen.


Artikel 7


Elk comité stelt op voorstel van zijn voorzitter zijn reglement van orde vast.

Het Europees Parlement wordt regelmatig op de hoogte gesteld van de werkzaamheden van de comités. Daartoe ontvangt het de agenda's van de vergaderingen, de aan de comités voorgelegde ontwerpen betreffende maatregelen ter uitvoering van volgens de in artikel 189B van het EG-Verdrag bedoelde procedure vastgestelde besluiten alsmede de uitslagen van de stemmingen. Het wordt eveneens op de hoogte gesteld van alle door de Commissie aan de Raad medegedeelde maatregelen of voorstellen betreffende te nemen maatregelen.

Artikel 8


Op voorstel van de Commissie gaan de Raad of het Europees Parlement en de Raad zo spoedig mogelijk over tot de aanpassing van de bepalingen die betrekking hebben op de comités die de Commissie bijstaan in de uitoefening van haar uitvoeringsbevoegdheden en zijn vervat in de vóór het onderhavige besluit vastgestelde besluiten, teneinde deze met dit besluit in overeenstemming te brengen.

Deze aanpassing geschiedt met inachtneming van de op de Gemeenschapsinstellingen rustende verplichtingen. Zij mag geen afbreuk doen aan de doelstellingen van de basiswetgeving noch aan de doeltreffendheid van het optreden van de Gemeenschap.

Artikel 9


Besluit 87/373/EEG wordt ingetrokken.


PB L 197 van 18.7.1987, blz. 33.