Bijlagen bij COM(2011)843 - Partnerschapsinstrument voor samenwerking met derde landen - Hoofdinhoud
| dossier | COM(2011)843 - Partnerschapsinstrument voor samenwerking met derde landen. |
|---|---|
| document | COM(2011)843 |
| datum | 7 december 2011 |
GEDETAILLEERDE SAMENWERKINGSGEBIEDEN IN HET KADER VAN HET PARTNERSCHAPSINSTRUMENT
Ter ondersteuning van de in artikel 1 genoemde doelstellingen kan de door de Unie verstrekte steun onder andere de volgende samenwerkingsgebieden omvatten:
(a) steun voor specifieke initiatieven, waaronder begrepen onderzoekswerkzaamheden, onderzoeken, proefprogramma's of gezamenlijke projecten met als doel doeltreffend en flexibel te reageren op samenwerkingsdoelstellingen die voortkomen uit de betrekkingen van de Unie met de betreffende derde landen;
(b) de bevordering van samenwerking, partnerschappen en gemeenschappelijke ondernemingen tussen economische, sociale, culturele, gouvernementele en wetenschappelijke actoren in de Unie en in derde landen;
(c) het bevorderen (en ondersteunen) van handelsbetrekkingen en handelsintegratieprocessen, waaronder zuid-zuid, steun aan investeringsstromen van de Unie en economische partnerschappen, onder meer met bijzondere aandacht voor kleine en middelgrote ondernemingen;
(d) het bevorderen van beleids- en sectorale dialogen waarbij politieke, economische, regelgevings-, milieu-, sociale, onderzoeks- en culturele actoren en niet-gouvernementele organisaties van binnen en buiten de Unie betrokken zijn;
(e) het bevorderen van stimuleringsactiviteiten, intellectuele uitwisselingen en het uitbreiden van interculturele dialogen;
(f) het bevorderen van initiatieven en acties van Unie- of wederzijds belang op terreinen als klimaatverandering, milieuaangelegenheden waaronder begrepen biodiversiteit, efficiënt hulpbronnengebruik, grondstoffen, energie, transport, wetenschap, onderzoek en innovatie, werkgelegenheid en sociaal beleid, duurzame ontwikkeling, waaronder het bevorderen van fatsoenlijk werk, en maatschappelijk verantwoord ondernemen, zuid-zuid-handel en samenwerking, onderwijs, cultuur, toerisme, informatie- en communicatietechnologieën, gezondheid, justitie, douane, belastingen, financiën, statistieken en andere zaken die verband houden met de specifieke belangen van de Unie of die van wederzijds belang zijn voor de Unie en derde landen;
(g) het verhogen van het bewustzijn over en het inzicht in de Unie en van de zichtbaarheid ervan in derde landen.
FINANCIEEL MEMORANDUM VOOR VOORSTELLEN
1. KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF
1.1. Benaming van het voorstel/initiatief
1.2. Betrokken beleidsterrein(en) in de ABM/ABB-structuur
1.3. Aard van het voorstel/initiatief
1.4. Doelstelling(en)
1.5. Motivering van het voorstel/initiatief
1.6. Duur en financiële gevolgen
1.7. Beheersvorm(en)
2. BEHEERSMAATREGELEN
2.1. Regels inzake het toezicht en de verslagen
2.2. Beheers- en controlesysteem
2.3. Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden
3. GERAAMDE FINANCIELE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF
3.1. Rubriek(en) van het meerjarige financiële kader en betrokken begrotingsonderde(e)l(en) voor uitgaven
3.2. Geraamde gevolgen voor de uitgaven
3.2.1. Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de uitgaven
3.2.2. Geraamde gevolgen voor de beleidskredieten
3.2.3. Geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten
3.2.4. Verenigbaarheid met het huidige meerjarige financiële kader
3.2.5. Bijdrage van derden aan de financiering
3.3. Geraamde gevolgen voor de ontvangsten
FINANCIEEL MEMORANDUM VOOR VOORSTELLEN
1. KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF
1.1. Benaming van het voorstel/initiatief
Voorstel voor een Verordening van het Europees Parlement en de Raad (EG) nr. __ tot vaststelling van een Partnerschapsinstrument voor samenwerking met derde landen
1.2. Betrokken beleidsterrein(en) in de ABM/ABB-structuur[10]
Titel 19: Externe betrekkingen
Activiteit 19 05: Betrekkingen en samenwerking met geïndustrialiseerde landen die geen lid zijn van de Europese Unie.
De titel van dit begrotingshoofdstuk 19 05 komt overeen met de huidige structuur van de financiële instrumenten voor 2007-2013. Het voorstel is dezelfde activiteit 19 05 aan te houden, maar de titel van dit hoofdstuk voor de periode 2014-2020 als volgt te veranderen:
19 05: Samenwerking met derde landen uit hoofde van het partnerschapsinstrument
1.3. Aard van het voorstel/initiatief
x Het voorstel/initiatief betreft een nieuwe actie
" Het voorstel/initiatief betreft een nieuwe actie na een proefproject/een voorbereidende actie[11]
"Het voorstel/initiatief betreft de verlenging van een bestaande actie
" Het voorstel/initiatief betreft een actie die wordt omgebogen naar een nieuwe actie
1.4. Doelstellingen
1.4.1. De met het voorstel/initiatief beoogde strategische meerjarendoelstelling(en) van de Commissie
Dit financieringsinstrument heeft als doel de volgende strategische doelstelling te steunen, zoals vermeld in de mededeling van de Commissie "Een begroting voor Europa 2020 - Deel II" van 29 juni 2011 (COM(2011) 500 - Een begroting voor Europa 2020 - Deel II. Beleidsfiche "Extern beleid", blz. 42):
"Versterkt EU-beleid opzetten ter ondersteuning van of tot aanpak van belangrijke mondiale uitdagingen zoals de bestrijding van de klimaatverandering, het herstel van de biodiversiteit en de bescherming van mondiale openbare voorzieningen en hulpbronnen. De Commissie stelt voor een proactieve agenda op te stellen van EU- en wederzijdse belangen met derde landen, met speciale aandacht voor de strategische partners."
1.4.2. Specifieke doelstelling(en) en betrokken ABM/ABB-activiteiten
Onder activiteit 19 05 worden de volgende drie specifieke doelstellingen nagestreefd:
1) het ten uitvoer leggen van de internationale dimensie van de Europa 2020-strategie door de strategieën van de Unie voor bilaterale, regionale en interregionale samenwerking en partnerschap te ondersteunen, door beleidsdialogen te bevorderen en collectieve benaderingen van en antwoorden op uitdagingen van mondiaal belang te ontwikkelen.
2) het verbeteren van toegang tot de markt en het ontwikkelen van handels-, investerings- en zakelijke kansen voor Europese bedrijven door middel van economische partnerschappen en samenwerking op zakelijk en regelgevingsgebied.
3) het vergroten van de sterke aanwezigheid van Europa in de mondiale economie en de rol van Europa op het wereldtoneel door ondersteuning van openbare diplomatie, onderwijskundige/universitaire samenwerking en stimuleringsactiviteiten en -netwerken om de waarden en belangen van de EU te bevorderen.
Betrokken ABM/ABB-activiteit(en)
Activiteit 19 05 moet als volgt worden "hernoemd": Samenwerking met derde landen uit hoofde van het partnerschapsinstrument
1.4.3. Verwacht(e) resulta(a)t(en) en gevolg(en)
Een innovatief partnerschapsinstrument zou de EU in staat stellen het EU-beleid wereldwijd te bevorderen.
Gevolgen voor de Europese economie en de economische dialogen tussen de EU en partnerlanden
De tenuitvoerlegging van een nieuw partnerschapsinstrument zou de EU een nieuwe kans bieden om de eigen ondernemingen (met name kmo's) en producten te bevorderen. Het zou de financiële mogelijkheid creëren om het Europese bedrijfsleven in derde landen te steunen, waarbij stimulansen worden geboden voor het Europese concurrentievermogen en innovatie op een manier die aanvullend zou moeten blijven op de acties die gefinancierd worden in het kader van het programma voor concurrentievermogen en kmo's en van Horizon 2020 (onderzoek en innovatie), en om de Europese internationale handel en investeringen te steunen, hetgeen vervolgens weer zou kunnen leiden tot meer buitenlandse investeringen in de EU. Samenwerking is mogelijk op allerlei gebieden, waaronder klimaatverandering, milieu, aanpassing van technische voorschriften en standaardisatie, maatschappelijk verantwoord ondernemen, intellectuele-eigendomsrechten, bescherming van persoonsgegevens, beste praktijken in economische, handels-, fiscale en financiële aangelegenheden, de zuid-zuid-handel en samenwerking. Hiermee zou de economische zekerheid in de EU versterkt kunnen worden en kunnen mogelijk nieuwe banen gecreëerd worden, hetgeen uiteindelijk zou bijdragen aan economische groei.
Dit instrument zou de handelsbetrekkingen tussen de EU en partnerlanden met een positieve uitwerking op de Europese betalingsbalans en de economische en handelsbetrekkingen met de rest van de wereld kunnen versterken, en strookt met de beginselen van markttoegang/een open markt. Het zou dan ook kunnen bijdragen aan het verminderen van het risico van protectionisme en het ondersteunen van internationaal concurrentievermogen en het actuele mondialiseringsproces, terwijl tevens wordt zeker gesteld dat alle landen hier voordeel uit trekken overeenkomstig de beginselen van de Europa 2020-strategie.
Het nieuwe partnerschapsinstrument zou ook bijdragen aan het ondersteunen van het concurrentievermogen van de EU via gerichte ontwikkeling van menselijk potentieel: de beschikbaarheid van hoog opgeleide mensen en hun capaciteit tot innoveren en tot het aanvatten van wetenschappelijke en technologische ontwikkelingen is een conditio sine qua non voor economische bloei.
Economische gevolgen voor partnerlanden
Het nieuwe instrument zou goed ontwikkelde vormen van economische samenwerking tussen de EU en partnerlanden kunnen bevorderen. In deze context zou het de EU in staat stellen ervoor te zorgen dat er voldoende aandacht wordt besteed aan waarden op het gebied van milieu, duurzame energie, werkgelegenheid, sociale en andere welzijnswaarden bij het opstellen en ten uitvoer leggen van het beleidsprogramma.
Meer investeringen door Europese bedrijven zouden ook bijdragen aan de economische groei in het gastland. Acties gericht op het bevorderen van maatschappelijk verantwoord ondernemen zullen leiden tot betere sociale, arbeids- en milieuregels en tenuitvoerlegging in het partnerland.
Door technische bijstand te verlenen zou het instrument duurzame wegen kunnen aangeven voor de begrotingsconsolidatie van groei, waarmee landen geholpen worden bij hun inspanningen om hun rekeningen onder controle te krijgen. Het zou ook initiatieven kunnen ondersteunen gericht op het verbeteren van administratieve efficiëntie, het productieve gebruik van het geld dat werknemers vanuit het buitenland overmaken en het bevorderen van nieuwe investeringen en de overdracht van technologieën in nationale industrialiseringsprogramma's of infrastructurele ontwikkeling teneinde efficiënt hulpbronnengebruik en duurzaamheid te bevorderen, onder andere bij de productie en het gebruik van energie.
Gevolgen voor economisch bestuur
Naar verwachting zal het partnerschapsinstrument ook gevolgen hebben voor het economisch bestuur. Met de crisis is een harde les geleerd over de grenzen van markten. Het is nodig gebleken de rol van de overheid nog eens kritisch tegen het licht te houden, het evenwicht tussen overheid en markt opnieuw te definiëren en te zoeken naar manieren om het vertrouwen van burgers in de overheid en de markt te versterken.
De crisis heeft aangetoond dat overheidsbeleid van essentieel belang is voor nationale economieën in tijden van economische onrust, nu regeringen de vrije val van de financiële markt een halt hebben toegeroepen en een financiële catastrofe hebben voorkomen. De belastingdruk als gevolg daarvan heeft in veel landen echter tot een grotere noodzaak van bezuinigen op overheidsuitgaven geleid, hetgeen in de meeste gevallen betekent dat de overheid gestroomlijnd moet worden. Hierdoor is het noodzakelijk geworden de rol van overheidsinterventies opnieuw te bezien om beter en effectiever bestuur, gezonde instellingen en effectieve regels en procedures te verwezenlijken.
Een andere belangrijke bestuurskwestie betreft corruptiebestrijding, transparantie en integriteit. Het nieuwe instrument zou gericht kunnen worden op het verbeteren van de hulpmiddelen voor het bestrijden van corruptie en het versterken van de tenuitvoerlegging ervan. Nieuwe initiatieven zouden de wereldwijde afstemming van acties ter bestrijding van corruptie en voor meer transparantie evenals het naleven van de relevante internationale verdragen en conventies, beste praktijken en richtsnoeren kunnen verbeteren.
Ten slotte zal het bevorderen van de volledige betrokkenheid van strategische partners bij mondiale milieubeleidsvorming en bestuur, met name ten aanzien van multilaterale milieuovereenkomsten, van cruciaal belang zijn voor het bevorderen van duurzame economische verandering.
Sociale gevolgen voor de Europese economie
Het is de ambitie van de EU aan de slag te gaan met onderling verbonden sociaal beleid en strategische richtsnoeren te identificeren die verder gaan dan groei. Dit zou versterkt kunnen worden door economische samenwerking met partnerlanden, het versterken van nationale en internationale regelgevingskaders en het bijdragen aan verbeterd nationaal, regionaal of mondiaal economisch bestuur. Deze strategieën en benaderingen zouden een positieve uitwerking kunnen hebben op de Europese werkgelegenheid en het sociaal beleid, zoals het Europese welzijnsmodel van sociale bescherming, het scheppen van "groene" banen, de sociale agenda in het kader van "Europa 2020", enz. Toenemende concurrentie vanuit opkomende economieën zou ook een strategische stimulans voor Europa kunnen zijn om meer middelen toe te wijzen aan opleiding en om- of bijscholing, het verbeteren van de kwaliteit van onderwijs en onderzoek en aan de hervorming van nationale welzijnssystemen.
Sociale gevolgen voor partnerlanden
Door de financieringsinstrumenten van de EU en van de EU-lidstaten te harmoniseren en gezamenlijke activiteiten met andere bilaterale en multilaterale donoren te ondersteunen, zou het nieuwe instrument een belangrijk effect kunnen hebben op het sociale weefsel van opkomende landen. Het zou ondersteuning kunnen bieden aan de hervorming van socialezekerheidsstelsels, nationaal werkgelegenheidsbeleid, nationaal beleid voor opleiding en ontwikkeling van vaardigheden, onderwijs, het opbouwen van onderzoeks- en innovatiecapaciteit en programma's en het versterken van nationale "vangnetten". De bijdrage van het instrument aan het creëren van meer "groene" banen, de toename van het inkomen per hoofd van de bevolking en doeltreffende strategieën voor sociale samenhang en de verlichting van armoede op nationaal niveau zal ook relevant zijn. In dit opzicht zou het instrument bijdragen aan de succesvolle tenuitvoerlegging van de internationale sociale agenda die bevorderd wordt door de Internationale Arbeidsorganisatie van de VN en de G-8/G-20.
Milieugevolgen voor de EU en partnerlanden
Ervoor zorgen dat "groene" groei werkt, de strategie uitvoeren en partnerlanden ondersteunen bij hun beleid voor een milieuvriendelijker groeipad zal een van de belangrijkste strategische prioriteiten van het nieuwe instrument voor de komende jaren zijn.
EU-partnerschappen via het nieuwe instrument zullen zich richten op het bevorderen en ondersteunen van groei en ecologische duurzaamheid op de lange termijn. In dit opzicht wordt verwacht dat het nieuwe instrument een belangrijke rol zal gaan spelen bij het ondersteunen van de milieu- en klimaatveranderingsgerelateerde acties en beleidsdialogen van zowel de EU als de partnerlanden.
Het instrument zou een koolstofarm bedrijfsmodel kunnen ondersteunen door stimulansen te bieden voor de Europese private sector. Voortbouwend op de geslaagde resultaten van COP 16, de conferentie van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering die in Cancún is gehouden, zou het gebruikt kunnen worden om Europese bedrijven te helpen doeltreffend beleid tegen de laagste kosten te ontwikkelen om milieuvriendelijke doelen in de partnerlanden te realiseren. Ook zal het de economieën van de partnerlanden helpen om de milieu-, ecologische en energie-efficiëntievoordelen van innovatie ten volle te benutten.
Het instrument zou samenwerking mogelijk kunnen maken om een beter inzicht te krijgen in de economische en sociale kosten van het verlies van biodiversiteit en de achteruitgang van ecosystemen in landen met mondiaal belang.
1.4.4. Resultaat- en effectindicatoren
De drie specifieke doelstellingen zullen worden bewaakt via de volgende drie indicatoren:
1) het door belangrijke strategische partnerlanden overnemen van het beleid en de doelstellingen van "Europa 2020" en de invloed op de ontwikkeling van beleid in deze landen;
2) het aandeel van de EU in buitenlandse handel met belangrijke partnerlanden evenals in handels- en investeringsstromen naar partnerlanden waarop de acties, programma's en maatregelen uit hoofde van deze verordening zich specifiek richten;
3) meer wederzijds begrip en een betere perceptie van de EU in belangrijke strategische partnerlanden, onder meer aangetoond door opinieonderzoeken en/of evaluaties.
1.5. Motivering van het voorstel/initiatief
1.5.1. Behoefte(n) waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien
Zie de toelichting bij het wetgevingsvoorstel en de effectbeoordeling:
Het voorgestelde partnerschapsinstrument is opgezet om de beperking van het vermogen van de EU om zich internationaal zo doeltreffend mogelijk te kunnen inzetten, weg te nemen. Het zou de EU in staat stellen om met nieuwe machten agenda's ten uitvoer te leggen die verder gaan dan ontwikkelingssamenwerking, en om zo nodig de kernagenda van de EU wereldwijd bij andere partnerlanden te verdedigen. De belangrijkste kenmerken van het voorgestelde partnerschapsinstrument in vergelijking met het voorgaande instrument voor samenwerking met geïndustrialiseerde landen zijn:
Geografische dekking: mondiaal bereik, met bijzondere aandacht voor strategische partners (geïndustrialiseerde landen, opkomende economieën, Rusland).
Doelstelling: aandacht voor het bevorderen van de belangen van de EU en de Europa 2020-strategie door doeltreffend en flexibel te reageren op samenwerkingsdoelstellingen die voortkomen uit de bilaterale/regionale relatie van de Unie met partnerlanden en door uitdagingen van mondiaal belang aan te pakken.
Prioritaire gebieden: internationale dimensie van de Europa 2020-strategie, beleidsdialogen, uitdagingen van mondiaal belang, samenwerking op zakelijk en regelgevingsgebied, bilaterale/ trilaterale/regionale samenwerking, openbare diplomatie, onderwijskundige/universitaire samenwerking en stimulering.
Programmering: niet gebonden aan ODA-vereisten, meerjarenprogramma's voor langetermijninvesteringen, niet-programmeerbare voorzieningen voor een snelle reactie op veranderende omgevingen en ad hoc acties.
1.5.2. Toegevoegde waarde van de deelname van de EU
De EU heeft een groot aantal internationale overeenkomsten met partnerlanden overal ter wereld gesloten dat niet kan worden geëvenaard door de afzonderlijke lidstaten, maar waardoor alle lidstaten invloed verwerven op bijna alle gebieden van de internationale betrekkingen. Met haar 27 lidstaten die optreden in het kader van gemeenschappelijke beleidslijnen en strategieën beschikt alleen de EU over de nodige schaalgrootte om wereldwijde uitdagingen aan te pakken. De EU heeft als mondiale speler de geloofwaardigheid en neutraliteit waarover de afzonderlijke lidstaten niet beschikken. De EU bevindt zich ook in een unieke positie om de normen van de EU te bevorderen en deze door internationale samenwerking tot mondiale normen te maken.
Het voorgestelde partnerschapsinstrument zal ook meer toegevoegde waarde blijken op te leveren in vergelijking met de bestaande situatie, aangezien het de Europa 2020-strategie omarmt die gebaseerd is op samenwerking gericht op groene groei, een sterkere nadruk op de belangen van de EU bij de samenwerking met opkomende en geïndustrialiseerde landen en meer aandacht voor het verbeteren van het klimaat voor het bedrijfsleven, investeringen, handel en onderzoek en innovatie. In het kader van het instrument moet een proactieve agenda van wederzijdse belangen met partnerlanden worden ontwikkeld met bijzondere aandacht voor strategische partners van de EU.
Het nieuwe partnerschapsinstrument zou ook meer recht doen aan de verbintenissen van de EU ten opzichte van derde landen waarmee de EU partnerschaps- en samenwerkings-/kaderovereenkomsten is aangegaan. Het maakt het externe beleid van de EU geloofwaardiger en consistenter, het beleid dat gericht is op het koppelen van het bevorderen van de waarden en belangen van de EU aan specifieke samenwerkingsactiviteiten. In het kader van de overeenkomsten zou het partnerschapsinstrument kunnen fungeren als katalysator voor gezamenlijke projecten door de EU en lidstaten, aangezien de EU en de EU-lidstaten gebonden zijn aan de bepalingen van deze overeenkomsten. Ten slotte zou het het regionale en bilaterale beleid van de EU steunen, evenals de verbintenissen van de EU inzake regionale en internationale samenwerkingsprocessen.
1.5.3. Nuttige ervaring die bij soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan
De conclusie van de tussentijdse evaluatie (COM(2009) 196) van de financiële instrumenten voor externe acties, die werd uitgevoerd in 2009, was dat de beperkte werkingssfeer van het instrument voor ontwikkelingssamenwerking (DCI) een belemmering vormde voor het financieren van activiteiten die niet "partnergericht" waren en daarom niet voldeden aan de criteria voor officiële ontwikkelingshulp (ODA), maar die van wederzijds voordeel waren in de context van de globalisering. Het instrument voor ontwikkelingssamenwerking (DCI) werd ongeschikt bevonden voor het aanpakken van dit probleem, aangezien de belangrijkste doelstelling daarvan het bevorderen van de economische ontwikkeling en de welvaart van ontwikkelingslanden is, en meer specifiek het uitbannen van armoede in partnerlanden en regio's in de context van duurzame ontwikkeling, waaronder het verwezenlijken van de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling. Deze beperking had zijn weerslag op de meest dynamische regio's ter wereld (bijv. Latijns-Amerika, Azië, Zuid-Afrika) en de EU beschikte niet langer over een financieel instrument waarmee de ontwikkeling van internationale betrekkingen gekoppeld aan mondialisering, met name ten aanzien van opkomende economieën, ondersteund kon worden. Met het oog daarop heeft de begrotingsautoriteit voorbereidende acties in Latijns-Amerika en Azië opgezet om de leemte in de wetgeving tijdelijk op te vullen. In april 2009 heeft de Europese Commissie een voorstel gedaan voor een wetgevingsvervolg (COM(2009) 197) om de financiering mogelijk te maken van maatregelen in landen die vallen onder de DCI-verordening teneinde de geografische werkingssfeer van het huidige instrument voor de samenwerking met geïndustrialiseerde landen (ICI) uit te breiden tot ontwikkelingslanden (waaronder begrepen opkomende economieën) uit Azië en Latijns-Amerika, en tot Iran, Irak, Jemen en Zuid-Afrika.
In de tussentijdse evaluatie werd ook bevestigd dat het ICI, waarop het onderhavige voorstel voor een nieuw instrument voortbouwt, een flexibele basis heeft verschaft voor het ontwikkelen van de samenwerking met een breder aantal geïndustrialiseerde landen en gebieden met een hoog inkomen, hoewel de financiële middelen vrij beperkt waren.
In aanvulling op de tussentijdse evaluatie zijn er de afgelopen jaren evaluaties uitgevoerd van vlaggenschipprogramma's die gefinancierd zijn uit hoofde van het ICI-instrument "EU Gateway programme for Japan and the Republic of Korea" (het financieren van Europese paviljoens op jaarbeurzen) en de Europese Centra (consortia van universiteiten die "EU-studiemodules" aanbieden en kerninformatie over de EU onder een zeer breed publiek verspreiden); deze evaluaties waren zeer positief.
De in 2010 uitgevoerde evaluatie[12] van het Executive Training Programme (ETP) (taal- en opleidingsprogramma's voor managers) heeft aangetoond dat het ETP een uniek aanbod heeft in de zin van de programmastructuur (bekendheid met Japanse en Koreaanse bedrijfscultuur is van onschatbare waarde) en het doelpubliek (zowel grote als kleine en middelgrote ondernemingen waarderen het programma). Het biedt kansen voor mogelijke deelnemers uit lidstaten waar geen soortgelijk initiatief wordt aangeboden. Bovendien levert het een goede zichtbaarheid van de EU op. Het ETP heeft een positieve uitwerking gehad op Europese ondernemingen die hun bedrijfsactiviteiten met Japan en Korea wilden opzetten/uitbreiden door de Europese ondernemingen bij te staan bij het verkrijgen van toegang tot Japanse/Koreaanse markten, te zorgen voor een blijvend effect op de bedrijfsactiviteiten van Europese ondernemingen, in plaats van een tijdelijk effect op de korte termijn, en de zakelijke mogelijkheden van Europese ondernemingen in andere Aziatische landen te verbreden.
De in 2010 uitgevoerde evaluatie[13] van het initiatief voor de Europese Centra (gewijd aan openbare diplomatie) heeft aangetoond dat "de Centra werkelijk waarde toevoegen en dat de Commissie in sterke mate profiteert van het initiatief. De hoeveelheid werk die de Centra uitvoeren compenseert ruimschoots de kosten die de Commissie maakt voor het programma." Het programma heeft een gedegen basis verworven in de landen die als pionier voor het initiatief fungeerden (VS en Canada) en het streeft met succes naar een grotere mate van rijpheid in Australië en Nieuw-Zeeland. De financiering door de EU kan fungeren als voedingsbodem, met name doordat zij andere financieringsbronnen voor het initiatief aantrekt, zodat de duurzaamheid ervan wordt zeker gesteld.
1.5.4. Samenhang en eventuele synergie met andere relevante instrumenten
In het Verdrag van Lissabon worden gemeenschappelijke beginselen en doelstellingen beschreven en wordt een nieuw institutioneel kader gedefinieerd voor het externe optreden van de Unie (te weten de EDEO), hetgeen tot hoge verwachtingen leidt op het gebied van extern optreden, zowel intern binnen de EU als bij partners op nationaal en regionaal niveau, onder meer in multilateraal verband. Het partnerschapsinstrument (PI) wordt een integratief element van de algehele architectuur van de financiële instrumenten voor extern optreden, die rond vier kernhoofdstukken is opgezet: een op beleid gebaseerd hoofdstuk dat met name gericht is op samenwerking met partnerlanden op bilateraal, regionaal en internationaal niveau, en hoofdstukken over het werken aan overkoepelende prioriteiten en waarden: mensenrechten en democratie, humanitaire hulp en bescherming van de burgerbevolking, crisisbeheer en -preventie. Het PI valt onder het eerste hoofdstuk, namelijk samenwerking met partnerlanden. De belangrijkste doelstelling is het naar voren brengen van het Europees beleid ter ondersteuning van de agenda voor "Europa 2020", het aanpakken van belangrijke mondiale uitdagingen en het ontwikkelen van een proactieve agenda van EU- en wederzijdse belangen met derde landen, met bijzondere aandacht voor de strategische partners.
Een van de hoofdprioriteiten van de Europa 2020-strategie is het herstellen van de groei. De agenda erkent dat snelgroeiende opkomende economieën met een groeiende middenklasse een belangrijke rol spelen voor het in stand houden van de Europese uitvoer van goederen en diensten waarin de EU een comparatief voordeel heeft. Het partnerschapsinstrument moet een instrumentele rol spelen bij het ondersteunen van handelsbeleid[14], met name ten aanzien van de strategische economische partners. De steun voor markttoegang voor Europese bedrijven zal een aanvulling zijn op maatregelen die gefinancierd worden vanuit het programma voor concurrentievermogen en kmo's.
Opkomende economieën spelen een steeds prominentere rol als verantwoordelijke partners bij het aanpakken van uitdagingen van mondiaal belang: thema's zoals armoedeverlichting, migratie, concurrentievermogen en de vrijmaking van het handelsverkeer, milieu, klimaatverandering, energie, het verbeteren van digitale geletterdheid en inclusie, pandemieën, cyberveiligheid, terrorisme en georganiseerde misdaad kunnen alleen in internationaal verband worden aangepakt. Tegen de achtergrond van toenemende globalisering is het van essentieel belang dat de interne agenda voor het zeker stellen van duurzame groei en werkgelegenheid in Europa en het intern beleid van de EU in het algemeen door een externe dimensie aangevuld worden. Deze externe dimensie van intern beleid moet de consistentie en coherentie verbeteren van het externe optreden van de EU en moet dit aanvullen, waarbij dubbel werk wordt voorkomen.
Het partnerschapsinstrument zal daarom prioriteit geven aan het ondersteunen van de externe dimensie van EU-beleid inzake klimaatverandering, milieu, energie, handel en duurzame ontwikkeling, evenals informatie- en communicatietechnologieën. De EU heeft al een zeer geavanceerd pakket stimuleringsmaatregelen, regels en voorschriften ontwikkeld om onze eigen overgang naar een koolstofarme economie mogelijk te maken en heeft eenzijdig ambitieuze doelen vastgesteld. Dit kader voorziet in uitgebreid en concreet beleidsinzicht dat gebruikt zou kunnen en moeten worden om soortgelijke ambities mogelijk te maken bij onze belangrijkste strategische partners. Een dergelijk optreden zou duidelijk goed zijn voor het milieu en als katalysator fungeren voor investeringen op brede basis in onderzoek en innovatie, capaciteitsopbouw en -programma's, nieuwe groenere technologieën en het voorzien in commerciële openingen voor het Europese bedrijfsleven. Voor het partnerschapsinstrument zullen het integreren van de klimaatproblematiek en klimaatdoelstellingen met name relevant zijn voor activiteiten die de beleidsdialoog met geïndustrialiseerde en opkomende economieën mogelijk maken.
Efficiënt gebruik van hulpbronnen zal van cruciaal belang zijn om te zorgen dat economische groei duurzaam blijft binnen de milieurandvoorwaarden van onze planeet. De EU stelt een strategie voor efficiënt hulpbronnengebruik vast als een van de vlaggenschepen van de Europa 2020-strategie. Die zal onder andere van invloed zijn op Europese normen, maar kan alleen echt doeltreffend zijn als alle grote economieën praktijken gaan toepassen waarbij efficiënt gebruik wordt gemaakt van hulpbronnen. Opkomende economieën hebben de kans de vervuilende en niet-duurzame consumptie- en productiepatronen te omzeilen waarin de EU en andere geavanceerde economieën zo vaak zijn vervallen tijdens ons industrialiseringsproces, en de EU heeft er alle belang bij hen hierbij te helpen. Opkomende economieën, met name India en China, hebben echter ook een grote, ronduit arme bevolking die voor haar bestaan afhankelijk is van gezonde ecosystemen, zoals schoon water en productieve zeeën en bossen, terwijl Brazilië, Zuid-Afrika, India en China een enorme biodiversiteit kennen. Dialoog en samenwerking op het gebied van de economische aspecten van het beschermen en duurzaam beheren van ecosystemen is in het wederzijds belang van de EU en de partners van de EU.
Dialoog en praktische samenwerking met de belangrijkste mondiale energieproducenten en -verbruikers is van essentieel belang om de uitdaging van het veiligstellen van de energievoorziening van de EU aan te pakken, met name naarmate de EU steeds afhankelijker wordt van invoer, en om een wereldwijde koolstofarme agenda, duurzaam energiebeleid, transparantie en voorspelbaarheid op mondiale energiemarkten en samenwerking op technologisch gebied te bevorderen.
Staten die de status van "ontwikkelingsland" achter zich laten, vragen om nieuwe vormen van samenwerking op technologisch en innovatiegebied. Om een strategische partner te blijven op deze gebieden en de leiderspositie bij het bevorderen van mondiale normen te behouden, moet de EU in staat zijn samenwerkingspartnerschappen op deze terreinen op te zetten.
Resumerend: de externe toepassing van intern beleid van de EU wordt volledig geïntegreerd in de programmering van het partnerschapsinstrument dat ook, binnen de beperkte financiële kaders, een aanvulling zal vormen op de externe dimensie van intern beleid dat gevoerd wordt uit hoofde van andere EU-programma's (zoals maatregelen uit hoofde van het Horizon 2020-kaderprogramma voor onderzoek en innovatie, het programma voor concurrentievermogen en kmo's waaronder begrepen samenwerking op het gebied van toerisme, het programma "Erasmus voor iedereen", het migratiefonds en het fonds voor interne veiligheid) om dubbel werk te voorkomen. Tijdens de totale programmering wordt rekening gehouden met coherentie en complementariteit met andere geografische instrumenten voor extern optreden, met name met het instrument voor ontwikkelingssamenwerking, terwijl de differentiatie- en concentratiebeginselen worden geïntegreerd.
1.6. Duur en financiële gevolgen
xVoorstel/initiatief met een beperkte geldigheidsduur
- x Voorstel/initiatief van kracht vanaf 01/01/2014 tot ten met 31/12/2020
- x Financiële gevolgen vanaf 01/01/2014 tot en met 31/12/2020
- "Voorstel/initiatief met een onbeperkte geldigheidsduur
- Uitvoering met een opstartperiode vanaf JJJJ tot en met JJJJ,
- gevolgd door een volledige uitvoering.
1.7. Beheersvorm(en)[15]
x Direct gecentraliseerd beheer door de Commissie
x Indirect gecentraliseerd beheer door delegatie van uitvoeringstaken aan:
- " uitvoerende agentschappen
- " door de Gemeenschappen opgerichte organen[16]
- " nationale publiekrechtelijke organen of organen met een openbaredienstverleningstaak
- " personen aan wie de uitvoering van specifieke acties in het kader van titel V van het Verdrag betreffende de Europese Unie is toevertrouwd en die worden genoemd in het betrokken basisbesluit in de zin van artikel 49 van het Financieel Reglement
" Gedeeld beheer met lidstaten
" Gedecentraliseerd beheer met derde landen
" Gezamenlijk beheer met internationale organisaties (geef aan welke)
Verstrek, indien meer dan een beheersvorm is aangekruist, extra informatie onder "Opmerkingen".
Opmerkingen
2. BEHEERSMAATREGELEN
2.1. Regels inzake het toezicht en de verslagen
De systemen van toezicht en evaluatie van de Europese Commissie zijn in toenemende mate resultaatgericht. Hierbij zijn zowel interne medewerkers als externe expertise betrokken.
Task Managers bij delegaties en bij de hoofdzetel oefenen voortdurend op allerlei manieren, waar mogelijk ook door bezoeken ter plekke, toezicht uit op de uitvoering van projecten en programma's. Dit toezicht levert waardevolle informatie op over de voortgang; het helpt managers de bestaande en mogelijke knelpunten te achterhalen en corrigerende maatregelen te nemen.
Externe, onafhankelijke deskundigen worden ingehuurd om de prestaties van het extern optreden van de EU te beoordelen via drie verschillende systemen. Deze beoordelingen dragen bij aan het afleggen van verantwoording en het verbeteren van lopende interventies; ook wordt hierdoor lering getrokken uit ervaringen uit het verleden, hetgeen dient als informatie voor toekomstig beleid en optreden. Voor alle hulpmiddelen wordt gebruikgemaakt van de internationaal erkende OESO/DAC-evaluatiecriteria, inclusief de (mogelijke) gevolgen.
Ten eerste voorziet het door de hoofdzetel beheerde systeem van resultaatgericht toezicht (ROM) in een korte, gerichte momentopname van de kwaliteit van een steekproef van interventies. Aan de hand van een sterk gestructureerde, gestandaardiseerde methodiek kennen onafhankelijke ROM-deskundigen cijfers toe die de sterke en zwakke punten van het project naar voren brengen en doen zij aanbevelingen over hoe de effectiviteit verbeterd kan worden.
Evaluaties op projectniveau, die beheerd worden door de EU-delegatie die verantwoordelijk is voor het project, leveren een meer gedetailleerde diepteanalyse op en helpen projectmanagers lopende interventies te verbeteren en toekomstige interventies voor te bereiden. Externe, onafhankelijke deskundigen met thematische en geografische expertise worden ingehuurd om de analyse uit te voeren en terugkoppeling en bewijzen te verzamelen van alle belanghebbenden, waaronder met name de eindbegunstigden.
Ook voert de Commissie strategische evaluaties uit van het eigen beleid, uiteenlopend van programmering en strategie tot de uitvoering van interventies in een specifieke sector (zoals volksgezondheid, onderwijs enz.), in een land of regio, of voor een specifiek instrument. Deze evaluaties vormen belangrijke input voor het formuleren van beleid en het opzetten van instrumenten en projecten. Ze worden alle gepubliceerd op de website van de Commissie en een samenvatting van de bevindingen wordt opgenomen in het jaarverslag voor de Raad en het Europees Parlement.
2.2. Beheers- en controlesysteem
2.2.1. Mogelijke risico's
De operationele omgeving van het partnerschapsinstrument wordt, wat betreft het verwezenlijken van de doelstellingen van het instrument, gekenmerkt door de volgende risico's:
- geografisch verspreide projecten en programma's: het PI krijgt een mondiaal bereik met speciale aandacht voor strategische partners. Het zet de huidige samenwerking met de geïndustrialiseerde landen en gebieden (van het huidige ICI) voort, maar er worden ook nieuwe projecten/programma's aangegaan met een groep landen waarvoor de samenwerking op ODA gericht was. De wereldwijde dekking kan tot uitdagingen op logistiek/personeel gebied leiden wat betreft het toezicht - met name voor eventuele opvolging van activiteiten ter plekke;
- de introductie van nieuwe programma's/projecten kan, in combinatie met het risico van een tekort aan institutionele en administratieve capaciteit in bepaalde partnerlanden, tot problemen en vertragingen leiden bij het opzetten en uitvoeren van interventies;
- problemen wat betreft het opvolgen en kwantificeren van de gevolgen van dergelijke samenwerking voor de EU en partnerlanden kunnen frustrerend werken voor het vermogen van de Commissie om verslag uit te brengen over en verantwoording af te leggen voor de resultaten;
- de economische/politieke agenda kan tot problemen en vertragingen leiden bij het opzetten en uitvoeren van interventies;
- aangezien het PI een nieuw instrument is, kan een tekort aan personele middelen en administratieve kredieten voor het ondersteunen van de tenuitvoerlegging van het instrument in delegaties en bij de hoofdzetel problemen opleveren voor wat betreft het naar behoren beheren van het instrument.
2.2.2. Controlemiddel(en)
Het interne controle-/beheerproces van de Commissie is opgezet om redelijke zekerheid te bieden voor het verwezenlijken van doelstellingen wat betreft de efficiëntie en doeltreffendheid van de activiteiten van de Commissie, de betrouwbaarheid van de financiële verslaglegging en het voldoen aan het desbetreffende wetgevings- en procedurele kader.
Om de efficiëntie en doeltreffendheid van de activiteiten zeker te stellen en het hoge risiconiveau in de externe samenwerkingsomgeving te verminderen, zullen, in aanvulling op alle elementen van het voor alle geledingen van de Commissie geldende strategische beleids- en planningsproces, de interne auditomgeving en andere eisen van de interne controlenormen van de Commissie, de volgende elementen van toepassing zijn:
- waar van toepassing, gedeconcentreerd beheer van de samenwerking door EU-delegaties in het veld;
- duidelijke lijnen van financiële verantwoording via subdelegatie vanaf de gesubdelegeerde ordonnateur (directeur/diensthoofd) op de hoofdzetel aan het hoofd van de delegatie;
- periodieke verslaglegging vanaf EU-delegaties aan de hoofdzetel, met onder andere een jaarlijkse betrouwbaarheidsverklaring door het hoofd van de delegatie;
- voorzien in een substantieel opleidingsprogramma voor medewerkers, zowel op de hoofdzetel als in delegaties;
- substantiële ondersteuning en begeleiding hoofdzetel/delegaties (onder andere via internet);
- regelmatige ex-postcontroles;
- een project- en programmacyclusbeheermethodiek met onder andere:
- kwaliteitsondersteuningsinstrumenten voor het opzetten van de interventie, de methode van uitvoering, het financieringsmechanisme, het beheersysteem, de beoordeling en selectie van eventuele uitvoerende partners enz.;
- programma- en projectbeheer, toezicht- en verslagleggingsinstrumenten voor doeltreffende uitvoering met inbegrip van regelmatig extern toezicht op projecten ter plekke;
- significante evaluatie- en auditcomponenten.
2.3. Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden
Gezien de hoge risico's bij extern optreden moeten systemen anticiperen op een significant aantal mogelijke nalevingsfouten (onregelmatigheden) in transacties en moet een groot aantal preventieve en detectiecontroles en correctiemogelijkheden zo vroeg mogelijk in het betalingsproces worden ingebouwd. Dit betekent in de praktijk dat voor nalevingscontroles vooral gebruik gemaakt zal worden van significante voorafgaande controles op meerjarenbasis door zowel externe auditoren als medewerkers van de Commissie in het veld, voorafgaand aan definitieve betalingen voor projecten (terwijl er ook nog een aantal audits en controles achteraf zullen plaatsvinden), hetgeen aanzienlijk verder gaat dan de op grond van het Financieel Reglement vereiste financiële waarborgen. Het nalevingskader bestaat uit de volgende significante componenten:
· preventieve maatregelen;
· verplichte basisopleiding voor samenwerkingsbeheermedewerkers, met aandacht voor fraudeaangelegenheden;
· nalevingsbeoordelingen vooraf om zeker te stellen dat alle uitvoerende partners passende fraudebestrijdingsmaatregelen toepassen voor het voorkomen en opsporen van fraude bij het beheer van EU-middelen;
· de Commissie heeft in 2008 in Accra het initiatief inzake transparantie van ontwikkelingshulp (IATI) ondertekend, waarmee een norm voor de transparantie van ontwikkelingshulp werd overeengekomen die een tijdiger verstrekking van gedetailleerde en regelmatige gegevens over hulpstromen en documenten moet waarborgen;
· opsporings- en corrigerende maatregelen;
· door medewerkers van de Commissie vooraf uitgevoerde transactiecontroles op alle contract- en betalingstransacties;
· externe audits en controles (zowel verplicht als op risicobasis), onder andere door de Europese Rekenkamer;
· controles achteraf (op risicobasis) en terugvordering.
Bovendien kunnen, indien het vermoeden bestaat dat onregelmatigheden opzettelijk zijn (fraude), de volgende maatregelen worden toegepast:
· opschorting van de termijn voor betalingen en kennisgeving aan de entiteit;
· specifieke audits (ad hoc/forensische audit);
· systeem voor vroegtijdige waarschuwing en versterkt toezicht op overeenkomsten;
· opschorting/beëindiging van overeenkomsten;
· uitsluitingsprocedure.
De diensten van de Commissie werken volledig met OLAF samen voor de tenuitvoerlegging van het actieplan van de nieuwe fraudebestrijdingsstrategie van de Commissie die door het College in 2011 is vastgesteld om onder andere zeker te stellen dat:
- interne controles in verband met fraudebestrijding volledig zijn afgestemd met de CAFS;
- de aanpak van het frauderisicobeheer is gericht op het identificeren van gebieden waar het risico van fraude bestaat en op passende reacties;
- de systemen die worden gebruikt voor het besteden van EU-middelen in derde landen het mogelijk maken relevante gegevens te vergaren met als doel deze gegevens te gebruiken als invoer om frauderisico's te beheren (bijv. dubbele financiering);
- er in voorkomend geval netwerkgroepen en toereikende IT-instrumenten specifiek voor het analyseren van gevallen van fraude in verband met de buitenlandse-hulpsector kunnen worden opgezet.
2.4 Raming van de kosten en baten van de controles
De kosten voor interne controle/intern beheer van het partnerschapsinstrument zouden vergelijkbaar moeten zijn met de door EuropeAid berekende kosten voor het beheer van de instrumenten voor extern optreden van EuropeAid (d.w.z. 6% van de financiële middelen):
Voor de portfolio van EuropeAid als geheel bedragen de geraamde totale kosten voor interne controle/intern beheer jaarlijks gemiddeld 658 miljoen euro aan vastleggingen in de begrotingsplanning voor 2014-2020. Dit cijfer omvat het beheer van het EOF, dat op geïntegreerde wijze binnen de beheerstructuur van EuropeAid werkt. Deze "niet-operationele" kosten maken circa 6,4 % uit van het geraamde jaarlijkse gemiddelde van 10,2 miljard euro dat gepland is voor de totale (operationele + administratieve) vastleggingen door EuropeAid in de uitgavenportfolio van EuropeAid, die gefinancierd wordt uit de algemene begroting van de EU en het Europees Ontwikkelingsfonds voor de periode 2014-2020.
Bij deze beheerkosten is rekening gehouden met alle medewerkers van EuropeAid op de hoofdzetel en in delegaties, infrastructuur, reiskosten, opleidingen, toezicht, evaluatie en auditovereenkomsten (ook indien die op initiatief van de begunstigden zijn).
EuropeAid is voornemens de verhouding beheer/operationele activiteiten na verloop van tijd onder de verbeterde en vereenvoudigde regelingen van de nieuwe instrumenten af te bouwen, voortbouwend op wijzigingen die naar alle waarschijnlijkheid hun intrede zullen doen krachtens het herziene Financieel Reglement. De belangrijkste voordelen van deze beheerkosten worden behaald in termen van het voldoen aan beleidsdoelstellingen, efficiënt en doeltreffend gebruik van middelen en hulpbronnen, en het uitvoeren van krachtige kosteneffectieve preventiemaatregelen en andere controles om het legale en reguliere gebruik van de financiële middelen zeker te stellen.
Hoewel er voortdurend gestreefd zal worden naar verbeteringen in de aard en de gerichtheid van beheersactiviteiten en nalevingscontroles in verband met de portfolio, zijn deze kosten globaal gezien nodig om de doelstellingen van de instrumenten op doeltreffende en efficiënte wijze te verwezenlijken bij een minimaal risico van niet-naleving (minder dan 2% resterende fouten). Ze zijn aanzienlijk lager dan de risico's die gepaard gaan met het schrappen of verminderen van interne controles op dit zeer risicovolle terrein.
3. GERAAMDE FINANCIELE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF
3.1. Rubriek(en) van het meerjarige financiële kader en betrokken begrotingsonderde(e)l(en) voor uitgaven
· Bestaande begrotingsonderdelen voor uitgaven
In volgorde van de rubrieken van het meerjarige financiële kader en de begrotingsonderdelen.
Rubriek van het meerjarige financiële kader || Begrotingsonderdeel || Soort krediet || Bijdrage
Nummer [Omschrijving_________...__.] || GK/NGK ([17]) || van EVA-[18]landen || van kandidaat-lidstaten[19] || van derde landen || in de zin van artikel 18, lid 1, onder a bis), van het Financieel Reglement
Rubriek 4 - Europa in de wereld || 19 01 04 08 - Instrument voor geïndustrialiseerde landen (ICI) - Uitgaven voor administratief beheer 19 05 01 - Samenwerking met de geïndustrialiseerde derde landen 19 05 02 - KEDO 19 05 03 - Proefproject inzake trans-Atlantische methoden voor het inspelen op globale uitdagingen 19 09 03 - Samenwerking met Latijns-Amerika anders dan officiële ontwikkelingshulp (Latijns-Amerika) 19 09 02 - Voorbereidende maatregel _ Samenwerking met landen met een middeninkomen in Latijns-Amerika 19 10 04 - Samenwerking anders dan officiële ontwikkelingshulp (Azië, Centraal-Azië, Iran, Irak en Jemen) 19 10 01 03 - Voorbereidende acties voor handels- en wetenschappelijke uitwisselingen met India 19 10 01 04 - Voorbereidende acties voor handels- en wetenschappelijke uitwisselingen met China 19 10 01 05 - Voorbereidende maatregel _ Samenwerking met landen met een middeninkomen in Azië || Versch. || NEE || NEE || NEE || NEE
· Te creëren nieuwe begrotingsonderdelen
Rubriek van het meerjarige financiële kader || Begrotingsonderdeel || Soort krediet || Bijdrage
Nummer [Omschrijving______________..] || GK/ NGK || van EVA-landen || van kandidaat-lidstaten || van derde landen || in de zin van artikel 18, lid 1, onder a bis), van het Financieel Reglement
Rubriek 4 - Europa in de wereld || 19 01 04 08 - Partnerschapsinstrument (PI) - Uitgaven voor administratief beheer. 19 05 01 - Samenwerking met derde landen uit hoofde van het partnerschapsinstrument. 19 05 02 - Samenwerking met de geïndustrialiseerde derde landen - voltooiing van het vorige programma 2007-2013 (voormalig begrotingsonderdeel 19 05 01). NB: Andere bestaande begrotingsonderdelen onder hoofdstuk 19 09 en 19 10 blijven bestaan onder afsluiting van de acties (met "pm" voor vastleggingen). || Versch. || NEE || NEE || NEE || NEE
3.2. Geraamde gevolgen voor de uitgaven
3.2.1. Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de uitgaven
in miljoenen euro's (tot op 3 decimalen)
Rubriek van het meerjarige financiële kader: || Nummer || Rubriek 4 - Europa in de wereld ||
|| DG: FPI || 2014 || 2015 || 2016 || 2017 || 2018 || 2019 || 2020 || TOTAAL
|| Beleidskredieten (huidig prijspeil à 2% vanaf prijzen 2011) || || || || || || || ||
|| 19 05 01 - Samenwerking met derde landen uit hoofde van het partnerschapsinstrument. || Vastleggingen || (1) || 128,853 || 135,586 || 143,670 || 153,001 || 163,782 || 176,106 || 188,812 || 1 089,710
|| Betalingen (a) || (2) || 27,753 || 68,486 || 110,870 || 143,201 || 152,182 || 162,506 || 174,112 || 839,110
|| Uit het budget van specifieke programma's gefinancierde administratieve kredieten[20] || || || || || || || ||
|| 19 01 04 08 - Partnerschapsinstrument (PI) - Uitgaven voor administratief beheer (b) || || (3) || 4,847 || 5,114 || 5,430 || 5,799 || 6,218 || 6,694 || 7,188 || 41,290
|| TOTAAL kredieten voor DG FPI || Vastleggingen || =1+1a +3 || 133,700 || 140,700 || 149,100 || 158,800 || 170,000 || 182,800 || 196,000 || 1 131,000
|| Betalingen || =2+2a +3 || 32,600 || 73,600 || 116,300 || 149,000 || 158,400 || 169,200 || 181,300 || 880,400
(a) Betalingen voor beleidsuitgaven zijn berekend op basis van een standaard projectcyclus van 4 jaar van 20%-30%-30%-20%.
(b) Een bedrag van 4% van de middelen is gereserveerd voor uitgaven voor administratieve ondersteuning
Rubriek van het meerjarige financiële kader: || 5 || "Administratieve uitgaven" ||
|| || 2014 || 2015 || 2016 || 2017 || 2018 || 2019 || 2020 || TOTAAL
|| DG: FPI ||
|| Personele middelen || 3,227 || 3,195 || 3,163 || 3,131 || 3,131 || 3,131 || 3,131 || 22,111
|| Andere administratieve uitgaven || 0,150 || 0,153 || 0,156 || 0,159 || 0,163 || 0,166 || 0,169 || 1,116
|| TOTAAL DG FPI || Kredieten || 3,377 || 3,348 || 3,319 || 3,291 || 3,294 || 3,297 || 3,301 || 23,227
TOTAAL kredieten onder RUBRIEK 5 van het meerjarige financiële kader || (totaal vastleggingen = totaal betalingen) || 3,377 || 3,348 || 3,319 || 3,291 || 3,294 || 3,297 || 3,301 || 23,227
miljoen euro
|| || || 2014 || 2015 || 2016 || 2017 || 2018-2020 || TOTAAL
TOTAAL kredieten onder de RUBRIEKEN 1 tot en met 5 van het meerjarige financiële kader || Vastleggingen || 137,077 || 144,048 || 152,419 || 162,091 || 173,294 || 186,097 || 199,301 || 1 154,227
Betalingen || 35,977 || 76,948 || 119,619 || 152,291 || 161,694 || 172,497 || 184,601 || 903,627
3.2.2. Geraamde gevolgen voor de beleidskredieten
- " Voor het voorstel/initiatief zijn geen beleidskredieten nodig
- y Voor het voorstel/initiatief zijn beleidskredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven:
Vastleggingskredieten, in miljoenen euro's (tot op 3 decimalen)
|| Vermeld doelstellingen en outputs ò || || || Jaar N || Jaar N+1 || Jaar N+2 || Jaar N+3 || _ invullen: zoveel jaren als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6) || TOTAAL ||
|| OUTPUTS ||
|| Soort output[21] || Gem. kosten van de ouput || Aantal outputs || Kosten || Aantal outputs || Kosten || Aa n t a l o u t p u t s || Kosten || A a n t a l o u t p u t s || Kosten || Aantaloutputs || Kosten || Aantaloutputs || Kosten || Aantaloutputs || Kosten || Totaal aantal outputs || Totale kosten ||
|| SPECIFIEKE DOELSTELLING NR. 1 De externe dimensie uitdragen van de Europa 2020-strategie, beleidsdialogen, uitdagingen van mondiaal belang || || || || || || || || || || || || || || || ||
|| - Output || || || || || || || || || || || || || || || || || ||
|| - Output || || || || || || || || || || || || || || || || || ||
|| Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 1 || || 70,861 || || 74,571 || || 79,023 || || 84,164 || || 90,100 || || 96,884 || || 103,880 || || 599,483
|| SPECIFIEKE DOELSTELLING NR. 2 Economische partnerschappen en samenwerking op zakelijk en regelgevingsgebied || || || || || || || || || || || || || || || ||
|| - Output || || || || || || || || || || || || || || || || || ||
|| Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 2 || || 26,740 || || 28,140 || || 29,820 || || 31,760 || || 34,000 || || 36,560 || || 39,200 || || 226,220
|| SPECIFIEKE DOELSTELLING NR. 3 Openbare diplomatie, onderwijskundige/universitaire samenwerking en stimulering || || || || || || || || || || || || || || || ||
|| - Output || || || || || || || || || || || || || || || || || ||
|| Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 3 || || 24,567 || || 25,840 || || 27,372 || || 29,137 || || 31,182 || || 33,522 || || 35,932 || || 207,452
|| Niet-toegewezen reserve || || 6,685 || || 7,035 || || 7,455 || || 7,940 || || 8,500 || || 9,140 || || 9,800 || || 56,555
|| TOTALE KOSTEN || || 128,853 || || 135,586 || || 143,670 || || 153,001 || || 163,782 || || 176,106 || || 188,812 || || 1 089,710
NB: de uitsplitsing in specifieke doelstellingen is als volgt uit de financiële middelen van 1.131,000 miljoen euro:
Doelstelling nr. 1: 53%
Doelstelling nr. 2: 20%
Doelstelling nr. 3: 18%
Niet-toegewezen reserve: 5%, te programmeren tussen de drie doelstellingen naar gelang van de behoeften.
Toewijzingen tussen outputs zijn niet passend vanwege de aard van het instrument (geen standaardaantal outputs en geen gemiddelde kosten).
3.2.3. Geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten
3.2.3.1. Samenvatting
- " Voor het voorstel/initiatief zijn geen administratieve kredieten nodig
- y Voor het voorstel/initiatief zijn administratieve kredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven:
in miljoenen euro's (tot op 3 decimalen)
RUBRIEK 5 van het meerjarige financiële kader || 2014 || 2015 || 2016 || 2017 || 2018 || 2019 || 2020 || TOTAAL
Personele middelen || 3,227 || 3,195 || 3,163 || 3,131 || 3,131 || 3,131 || 3,131 || 22,111
Andere administratieve uitgaven || 0,150 || 0,153 || 0,156 || 0,159 || 0,163 || 0,166 || 0,169 || 1,116
Subtotaal RUBRIEK 5 van het meerjarige financiële kader || 3,377 || 3,348 || 3,319 || 3,291 || 3,294 || 3,297 || 3,301 || 23,227
Buiten RUBRIEK 5[22] van het meerjarige financiële kader || 2014 || 2015 || 2016 || 2017 || 2018 || 2019 || 2020 || TOTAAL
Personele middelen || 3,565 || 3,658 || 3,778 || 3,925 || 4,139 || 4,384 || 4,631 || 28,080
Andere administratieve uitgaven || 1,282 || 1,456 || 1,652 || 1,875 || 2,079 || 2,310 || 2,557 || 13,210
Subtotaal buiten RUBRIEK 5 van het meerjarige financiële kader || 4,847 || 5,114 || 5,430 || 5,799 || 6,218 || 6,694 || 7,188 || 41,290
TOTAAL || 8,224 || 8,462 || 8,750 || 9,090 || 9,512 || 9,991 || 10,489 || 64,517
3.2.3.2. Geraamde personeelsbehoeften
- " Voor het voorstel/initiatief zijn geen personele middelen nodig
- y Voor het voorstel/initiatief zijn personele middelen nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven:
Raming in een geheel getal (of met hoogstens 1 decimaal)
|| 2014 || 2015 || 2016 || 2017 || 2018 || 2019 || 2020
Posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten (ambtenaren en tijdelijke functionarissen) ||
XX 01 01 01 (hoofdzetel en vertegenwoordigingen van de Commissie) || 17,4 || 17,3 || 17,1 || 16,9 || 16,9 || 16,9 || 16,9
XX 01 01 02 (delegaties) || || || || || || ||
XX 01 05 01 (onderzoek door derden) || || || || || || ||
10 01 05 01 (eigen onderzoek) || || || || || || ||
Extern personeel (in voltijdequivalenten: VTE)[23] ||
XX 01 02 01 (AC, END, INT van de "totale financiële middelen") || 13,0 || 12,9 || 12,8 || 12,6 || 12,6 || 12,6 || 12,6
12,6XX 01 02 02 (AC, AL, END, INT en JED in de delegaties) || 2,0 || 1,9 || 1,9 || 1,9 || 1,9 || 1,9 || 1,9
19 01 04 08 [24] || - zetel || || || || || || ||
- delegaties || 39,4 || 40,4 || 41,8 || 43,4 || 45,7 || 48,4 || 51,2
XX 01 05 02 (AC, END, INT - onderzoek door derden) || || || || || || ||
10 01 05 02 (AC, END, INT - eigen onderzoek) || || || || || || ||
Ander begrotingsonderdeel (te vermelden) || || || || || || ||
TOTAAL || 71,8 || 72,5 || 73,5 || 74,9 || 77,2 || 79,9 || 82,7
Personele middelen onder rubriek 5 komen overeen met de noodzakelijke medewerkers voor het beheren van het nieuwe partnerschapsinstrument.
Het omvat de bestaande FPI-medewerkers die het huidige ICI beheren, te weten 3,6 AD; 7 AST; 4,3 AC's, 2 AL's in Washington = 17 VTE, evenals een verzoek om een geraamd aantal extra medewerkers van 4 AD, 3 AST, 9 AC = 16 VTE.
19 is het beleidsterrein of de begrotingstitel.
De benodigde personele middelen zullen worden gefinancierd uit de middelen die al voor het beheer van de actie zijn toegewezen en/of binnen het DG zijn herverdeeld, eventueel aangevuld met middelen die in het kader van de jaarlijkse toewijzingsprocedure met inachtneming van de budgettaire beperkingen aan het beherende DG kunnen worden toegewezen.
Beschrijving van de uit te voeren taken
Ambtenaren en tijdelijke functionarissen || Beheer van het programma en projectcyclus
Extern personeel || Beheer van het programma en projectcyclus
3.2.4. Verenigbaarheid met het huidige meerjarige financiële kader
- xHet voorstel/initiatief is verenigbaar met het meerjarige financiële kader 2014-2020
- " Het voorstel/initiatief vergt herprogrammering van de betrokken rubriek van het meerjarige financiële kader
Zet uiteen welke herprogrammering nodig is, onder vermelding van de betrokken begrotingsonderdelen en de desbetreffende bedragen.
- " Het voorstel/initiatief vergt toepassing van het flexibiliteitsinstrument of herziening van het meerjarige financiële kader[25]
Zet uiteen wat nodig is, onder vermelding van de betrokken rubrieken en begrotingsonderdelen en de desbetreffende bedragen.
3.2.5. Bijdrage van derden aan de financiering
- Het voorstel/initiatief voorziet niet in medefinanciering door derden
- Het voorstel/initiatief voorziet in medefinanciering, zoals hieronder wordt geraamd:
Kredieten in miljoenen euro's (tot op 3 decimalen)
|| Jaar N || Jaar N+1 || Jaar N+2 || Jaar N+3 || _ invullen: zoveel jaren als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6) || Totaal
Medefinancieringsbron || || || || || || || ||
TOTAAL medegefinancierde kredieten || || || || || || || ||
3.3. Geraamde gevolgen voor de ontvangsten
- y Het voorstel/initiatief heeft geen financiële gevolgen voor de ontvangsten
- " Het voorstel/initiatief heeft de hieronder beschreven financiële gevolgen:
- " voor de eigen middelen
- " voor de diverse ontvangsten
in miljoenen euro's (tot op 3 decimalen)
Begrotingsonderdeel voor ontvangsten: || Voor de lopende begrotings-exercitie beschikbare kredieten || Gevolgen van het voorstel/initiatief[26]
Jaar N || Jaar N+1 || Jaar N+2 || Jaar N+3 || _ invullen: zoveel kolommen als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)
Artikel ____. || || || || || || || ||
Voor de diverse ontvangsten die worden "toegewezen", vermeld het (de) betrokken begrotingsonderde(e)l(en) voor uitgaven.
Vermeld de wijze van berekening van de gevolgen voor de ontvangsten.
[1] VS, Japan, Canada, de Republiek Korea, Australië en Nieuw-Zeeland; bepaalde geïndustrialiseerde landen en gebieden in Azië die zijn uitgesloten van de DAC-lijst met ontvangende landen (Singapore, Hongkong, Macau, Taiwan en Brunei) evenals de Raad voor samenwerking van de Arabische Golfstaten (Bahrein, Koeweit, Oman, Qatar, Saudi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten) die eveneens zijn uitgesloten van de DAC-lijst met ontvangers van officiële ontwikkelingshulp.
[2] "Handel, groei en wereldvraagstukken - HANDELSBELEID ALS KERNELEMENT VAN DE EUROPA 2020-STRATEGIE", COM(2010) 612 van 9.11.2010.
[3] D.w.z. vrede en veiligheid, het verminderen van armoede, humanitaire hulp, het investeren in stabiliteit en groei in uitbreidings- en buurlanden, het aanpakken van mondiale uitdagingen, het bevorderen van Europese en internationale normen en waarden, en het steunen van groei en concurrentievermogen in het buitenland.
[4] "Het energiebeleid van de EU: verbintenissen met partners buiten onze grenzen", COM(2011) 539 van 7.9.2011.
[5] PB L _
[6] PB L 405 van 30.12.2006.
[7] "Europa 2020: Een strategie voor slimme, duurzame en inclusieve groei", COM(2010) 2020.
[8] COM(2011) 500.
[9] PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13-18.
[10] ABM: Activity Based Management - ABB: Activity Based Budgeting.
[11] In de zin van artikel 49, lid 6, onder a) of b), van het Financieel Reglement.
[12] Ref. evaluatie: Intermediate evaluation of the Executive Training Programme in Japan and Korea. februari 2010. Deloitte consulting.
[13] Ref. evaluatie: http://www.eeas.europa.eu/eu-centres/docs/2010_evaluation_en.pdf
[14] "Handel, groei en wereldvraagstukken - HANDELSBELEID ALS KERNELEMENT VAN DE EUROPA 2020-STRATEGIE" (COM(2010) 612) van 9.11.2010.
[15] Nadere gegevens over de beheersvormen en verwijzingen naar het Financieel Reglement zijn beschikbaar op BudgWeb:[http://www.cc.cec/budg/man/budgmanag/budgmanag_en.html]
[16] In de zin van artikel 185 van het Financieel Reglement.
[17] GK = gesplitste kredieten/ NGK = niet-gesplitste kredieten
[18] EVA: Europese Vrijhandelsassociatie.
[19] Kandidaat-lidstaten en, in voorkomend geval, potentiële kandidaat-lidstaten van de Westelijke Balkan.
[20] Technische en/of administratieve bijstand en uitgaven ter ondersteuning van de uitvoering van programma's en/of acties van de EU (vroegere "BA"-onderdelen), onderzoek door derden, eigen onderzoek.
[21] Outputs zijn de te verstrekken producten en diensten (bv.: aantal gefinancierde studentenuitwisselingen, aantal km aangelegde wegen, enz.).
[22] Technische en/of administratieve bijstand en uitgaven ter ondersteuning van de uitvoering van programma's en/of acties van de EU (vroegere "BA"-onderdelen), onderzoek door derden, eigen onderzoek.
[23] AC= Agent Contractuel (arbeidscontractant); INT= Intérimaire (uitzendkracht); JED= Jeune Expert en Délégation (jonge deskundige in delegaties); AL= Agent Local (plaatselijk functionaris); END= Expert National Détaché (gedetacheerd nationaal deskundige);
[24] Onder het maximum voor extern personeel uit beleidskredieten (vroegere "BA"-onderdelen).
[25] Zie de punten 19 en 24 van het Interinstitutioneel Akkoord.
[26] Voor traditionele eigen middelen (douanerechten en suikerheffingen) moeten nettobedragen worden vermeld, d.w.z. na aftrek van 25% aan inningskosten.


