Uitvoeringsbesluit 2015/2429 - 10 december 2015 Machtiging van Letland een bijzondere maatregel in te stellen die afwijkt van artikel 26, lid 1, onder a), en de artikelen 168 en 168 bis van de btw-richtlijn

1.

Wettekst

22.12.2015   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 334/15

 

UITVOERINGSBESLUIT (EU) 2015/2429 VAN DE RAAD

van 10 december 2015

waarbij Letland wordt gemachtigd een bijzondere maatregel in te stellen die afwijkt van artikel 26, lid 1, onder a), en de artikelen 168 en 168 bis van Richtlijn 2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 291, lid 2,

Gezien Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (1), en met name artikel 395, lid 1,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

 

(1)

Bij brieven, ingekomen bij de Commissie op 8 april 2015 en 30 juli 2015, heeft Letland verzocht om machtiging om, met enkele wijzigingen, een maatregel die afwijkt van artikel 26, lid 1, onder a), en de artikelen 168 en 168 bis van Richtlijn 2006/112/EG, te blijven toepassen teneinde het recht op aftrek ter zake van de belasting over de toegevoegde waarde (btw) op uitgaven voor bepaalde personenauto's die niet uitsluitend voor bedrijfsdoeleinden worden gebruikt, te mogen beperken.

 

(2)

Overeenkomstig artikel 395, lid 2, tweede alinea, van Richtlijn 2006/112/EG heeft de Commissie de overige lidstaten bij brieven van 21 en 24 augustus 2015 van het verzoek van Letland in kennis gesteld. Bij brief van 24 augustus 2015 heeft de Commissie Letland meegedeeld dat zij over alle gegevens beschikte die zij nodig achtte voor de beoordeling van het verzoek.

 

(3)

Krachtens de artikelen 168 en 168 bis van Richtlijn 2006/112/EG is een belastingplichtige gerechtigd de btw af te trekken ter zake van de goederen en diensten die hij ten behoeve van zijn belaste activiteiten heeft ontvangen. Krachtens artikel 26, lid 1, onder a), van die richtlijn zijn belastingplichtigen btw verschuldigd wanneer een tot het bedrijf behorend goed voor andere dan bedrijfsdoeleinden wordt gebruikt.

 

(4)

Bij Uitvoeringsbesluit 2013/191/EU van de Raad (2) is Letland op grond van artikel 395, lid 1, van Richtlijn 2006/112/EG gemachtigd om een derogatiemaatregel in te stellen waarbij het recht op aftrek van de voorbelasting ter zake van de aankoop, leasing, intracommunautaire verwerving en invoer van bepaalde personenauto's alsook ter zake van met die voertuigen samenhangende uitgaven, met inbegrip van de aankoop van brandstof, tot 80 % wordt beperkt, wanneer die personenauto's niet uitsluitend voor bedrijfsdoeleinden worden gebruikt. Dat uitvoeringsbesluit verstrijkt op 31 december 2015.

 

(5)

Op grond van artikel 6 van Uitvoeringsbesluit 2013/191/EU heeft Letland ook een verslag ingediend met daarin ook een evaluatie van het percentage van de beperking van het recht op aftrek. Die evaluatie geeft aan dat, gebaseerd op statistische gegevens over een bijzondere belasting op lichte voertuigen in eigendom of bezit van commerciële ondernemingen die voor particuliere en zakelijke activiteiten worden gebruikt, het aftrekpercentage van 80 % moet worden beperkt tot 50 %.

 

(6)

De beperking van het recht op aftrek uit hoofde van deze maatregel geldt voor de btw die is betaald op de aankoop, leasing, intracommunautaire verwerving en invoer van bepaalde personenauto's alsook op de daarmee samenhangende uitgaven, met inbegrip van de aankoop van brandstof.

 

(7)

Deze maatregel geldt uitsluitend voor personenauto's met een toegestaan maximumgewicht van ten hoogste 3 500 kg en niet meer dan acht zitplaatsen, de bestuurdersplaats niet meegerekend. Personenauto's met een gewicht van meer dan 3 500 kg of meer dan acht zitplaatsen, de bestuurdersplaats niet meegerekend, worden nauwelijks voor niet-zakelijke doeleinden gebruikt vanwege de aard van het voertuig of het soort bedrijvigheid waarvoor het wordt gebruikt. Er wordt ook een gedetailleerde lijst opgesteld van specifieke personenauto's die van de machtiging zijn uitgesloten op basis van hun bijzondere gebruik.

 

(8)

Letland moet derhalve worden gemachtigd de derogatiemaatregel gedurende een beperkte periode toe te passen, namelijk tot en met 31 december 2018.

 

(9)

Indien Letland een verdere verlenging van de derogatiemaatregel na 2018 noodzakelijk acht, moet het uiterlijk op 31 maart 2018 een verslag bij de Commissie indienen, met daarin een evaluatie van het toepasselijke percentage, samen met het verzoek om verlenging.

 

(10)

De derogatie zal geen noemenswaardige invloed hebben op de totale belastingopbrengst in het stadium van het eindverbruik en geen negatieve gevolgen hebben voor de eigen middelen van de Unie uit de btw,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

In afwijking van de artikelen 168 en 168 bis van Richtlijn 2006/112/EG wordt Letland gemachtigd om het recht op aftrek van de btw ter zake van uitgaven voor personenauto's die niet uitsluitend voor bedrijfsdoeleinden worden gebruikt, tot 50 % te beperken.

Artikel 2

In afwijking van artikel 26, lid 1, onder a), van Richtlijn 2006/112/EG merkt Letland het privégebruik van een tot het bedrijf van een belastingplichtige behorende personenauto niet aan als een dienst onder bezwarende titel, wanneer het recht op aftrek voor dit voertuig krachtens artikel 1 van dit besluit is beperkt.

Artikel 3

De in artikel 1 bedoelde uitgaven omvatten de aankoop, leasing, intracommunautaire verwerving en invoer van dergelijke voertuigen alsook de uitgaven in verband met onderhoud, reparatie en brandstof voor deze voertuigen.

Artikel 4

Dit besluit geldt uitsluitend voor personenauto's met een toegestaan maximumgewicht van ten hoogste 3 500 kg en niet meer dan acht zitplaatsen, de bestuurdersplaats niet meegerekend.

Artikel 5

De artikelen 1 en 2 zijn niet van toepassing op de volgende categorieën personenauto's:

 

a)

voertuigen die zijn aangekocht met het oog op wederverkoop, verhuur of leasing;

 

b)

voertuigen die worden gebruikt voor het vervoer van personen tegen vergoeding, met inbegrip van taxidiensten;

 

c)

voertuigen die worden gebruikt voor het goederenvervoer;

 

d)

voertuigen die worden gebruikt voor het geven van rijlessen;

 

e)

voertuigen die worden gebruikt voor bewakingsdiensten;

 

f)

voertuigen die worden gebruikt als hulpverleningsvoertuig;

 

g)

voertuigen die worden gebruikt als demonstratievoertuig in de autoverkoop.

Artikel 6

  • 1. 
    Dit besluit is van toepassing met ingang van 1 januari 2016. Het vervalt op 31 december 2018.
  • 2. 
    Een verzoek om verlenging van de bij dit besluit verleende machtiging wordt uiterlijk op 31 maart 2018 bij de Commissie ingediend. Een dergelijk verzoek gaat vergezeld van een verslag met daarin ook een evaluatie van het in artikel 1 vastgestelde percentage.

Artikel 7

Dit besluit is gericht tot de Republiek Letland.

Gedaan te Brussel, 10 december 2015.

Voor de Raad

De voorzitter

  • F. 
    BAUSCH
 

  • (2) 
    Uitvoeringsbesluit 2013/191/EU van de Raad van 22 april 2013 waarbij Letland wordt gemachtigd een bijzondere maatregel toe te passen die afwijkt van artikel 26, lid 1, onder a), en de artikelen 168 en 168 bis van Richtlijn 2006/112/EG betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PB L 113 van 25.4.2013, blz. 11).
 

Deze samenvatting is overgenomen van EUR-Lex.