Let op
Deze pagina is een beperkte versie van het dossier dat onderdeel is van de EU Monitor.
Deze Monitor is een betaalde dienst van ANP en PDC Informatie Architectuur en stelt u in staat op eenvoudige wijze het Europese proces van wet- en regelgeving op de voet te volgen: van de indiening van het voorstel tot en met de uiteindelijke stemmingen in het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie
Zie onderaan deze pagina voor meer informatie.
Bent u al gebruiker van de EU Monitor? Log dan in voor de uitgebreide versie.
Inhoud
officiële titel
Voorstel voor een verordening van de Raad - Europees Visserijfondsofficiële Engelstalige titel
Proposal for a Council Regulation - European Fisheries Fund| COM-nummer | COM(2004)497 |
|---|---|
| extra com nummer | COM(2004)497;SEC(2004)965 |
| raadsdocument | 2004/93 |
| interinstitutioneel nummer | 2004/0169(CNS) |
Nederland steunt de voorstellen grotendeels, in het bijzonder de
«vergroening» in het kader van het nieuwe GVB, en de vereenvoudi-
gingen ten aanzien van de programmering en besteding van de gelden.
Administratieve lastenverlichting is een horizontaal criterium op basis
waarvan Nederland de voorstellen nader zal beoordelen Hierbij dient
opgemerkt te worden dat de maatregelen in het EVF inhoudelijk niet
bijzonder afwijken van het huidige FIOV. Het FIOV is met ingang van 2003
aanzienlijk aangepast volgend uit het herziene GVB. Deze aanpassing en
de herziening van het GVB kwamen ook vergaand tegemoet aan de
Nederlandse wensen.
Ten aanzien van de hoogte van de financiële enveloppe geldt dat deze
bezien moet worden in het brede kader van de onderhandelingen over de
Financiële Perspectieven. Een reëel constant uitgavenkader is daarbij het
uitgangspunt. Met het oog op de procedure is Nederland van mening dat
de Landbouw- en Visserijraad geen aparte conclusies kan aannemen die
vooruitlopen op de uitkomsten van de discussie over de Financiële
Perspectieven.
Nederland zal de Commissie om verduidelijking vragen t.a.v. de volgende
punten:
-
-De voorkeur van de Commissie voor kleine, en middelgrote onderne-
mingen: Nederland vraagt zich af of dergelijke (onbeargumenteerde)
voorkeursbepalingen discriminatoir zijn en tevens zullen leiden tot
oneigenlijke splitsingen van grote bedrijven.
-
-de voorkeurspositie voor ultra-perifere gebieden. Nederland vraagt
zich af of de voorkeursbepalingen (hogere subsidiepercentages) voor
deze gebieden (nog hoger dan de convergentieregio's) niet buiten-
proportioneel zijn.
-
-de co-financieringscriteria, en de voorwaarden bij sanering van vaar-
tuigen. Nederland vraagt zich af of de restwaarde van de gesaneerde
(uitgekochte) vaartuigen niet aangewend kan worden ter verlaging van
de steunbedragen. In het voorstel wordt de restwaarde kunstmatig
verlaagd als gevolg van verplichte sloop, dan wel bestemming voor
niet-commerciële doeleinden.
-
-De verruiming (t.o.v. de huidige periode) van de definitie van «publieke
co-financiering». Gezien de veronderstelde schaarse cofinanciering
door het Rijk ondersteunt Nederland een voorstel tot verruiming.
Nederland vraagt zich af hoever deze verruiming nu bedoeld wordt
onder verwijzing naar aangehaalde Richtlijn 2004/18/EC (zbo's, pbo's).
-
-Nederland vraagt zich af of het de doelstellingen van het GVB niet
verder zou ondersteunen als de steunpercentages voor de maatre-
gelen van collectief belang niet hoger zouden kunnen worden naar
mate van internationale participatie aan een dergelijke maatregel. Dit
zou het gemeenschappelijk draagvlak van het GVB, de verantwoorde-
lijkheid van de sector, en de internationale samenwerking ten goede
komen.
-
-Nederland bepleit opname in het voorstel van steun aan de Inland
Fishery Communities (zoals mogelijk onder de oude PESCA-regeling)
onder dezelfde voorwaarden die in het voorstel reeds gelden voor de
aan zee gelegen kustgemeenschappen.
Ten aanzien van de beschikbaar gestelde middelen gelden de nationale
uitgangspunten die van toepassing zijn op de Financiële Perspectieven.
Van deze pagina bestaat een uitgebreide versie met de stand van zaken van het dossier, de samenvatting van de European Parliament Legislative Observatory, gegevens over de te volgen procedure, de juridische context, een overzicht van verwante dossiers, de betrokken Europese organisaties (denk aan directoraten-generaal van de Europese Commissie, EP-commissies en Raadsformaties) en personen (denk aan eurocommissarissen en Europarlementariërs) en tot slot relevante documenten.
De uitgebreide versie is beschikbaar voor betalende gebruikers van de EU Monitor van ANP en PDC Informatie Architectuur.
Met de EU Monitor volgt u alle Europese dossiers die voor u van belang zijn, op de voet. De Monitor signaleert de recent aan deze dossiers toegevoegde documenten en de vergaderingen waarin ze aan de orde komen. U ziet in één oogopslag van elk lopend voorstel de stand van zaken. Via e-mail-alerts en de nieuwsbrieffunctie zijn u en uw relaties altijd onmiddellijk op de hoogte.
De EU Monitor is ook beschikbaar in het Engels.
Als u meer wilt weten over de EU Monitor, neem dan contact op met René Wijne van ANP. U kunt hem telefonisch bereiken op 070-4141424.

