COM(2004)497 - Voorstel voor een verordening van de Raad - Europees Visserijfonds - EU monitor

EU monitor; Kennis Management Tool
logo PDC
Woensdag 22 mei 2013

Let op

Deze pagina is een beperkte versie van het dossier dat onderdeel is van de EU Monitor.

 

Deze Monitor is een betaalde dienst van ANP en PDC Informatie Architectuur en stelt u in staat op eenvoudige wijze het Europese proces van wet- en regelgeving op de voet te volgen: van de indiening van het voorstel tot en met de uiteindelijke stemmingen in het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie

 

Zie onderaan deze pagina voor meer informatie.

 

Bent u al gebruiker van de EU Monitor? Log dan in voor de uitgebreide versie.

 
 

1.

Kengegevens

officiële titel

Voorstel voor een verordening van de Raad - Europees Visserijfonds

officiële Engelstalige titel

Proposal for a Council Regulation - European Fisheries Fund
 
COM-nummer COM(2004)497NLEN
extra com nummer COM(2004)497;SEC(2004)965
raadsdocument 2004/93
interinstitutioneel nummer 2004/0169(CNS)

2.

Oorspronkelijk voorstel

3.

Initieel standpunt Nederlandse regering

Nederland steunt de voorstellen grotendeels, in het bijzonder de

«vergroening» in het kader van het nieuwe GVB, en de vereenvoudi-

gingen ten aanzien van de programmering en besteding van de gelden.

Administratieve lastenverlichting is een horizontaal criterium op basis

waarvan Nederland de voorstellen nader zal beoordelen Hierbij dient

opgemerkt te worden dat de maatregelen in het EVF inhoudelijk niet

bijzonder afwijken van het huidige FIOV. Het FIOV is met ingang van 2003

aanzienlijk aangepast volgend uit het herziene GVB. Deze aanpassing en

de herziening van het GVB kwamen ook vergaand tegemoet aan de

Nederlandse wensen.

Ten aanzien van de hoogte van de financiële enveloppe geldt dat deze

bezien moet worden in het brede kader van de onderhandelingen over de

Financiële Perspectieven. Een reëel constant uitgavenkader is daarbij het

uitgangspunt. Met het oog op de procedure is Nederland van mening dat

de Landbouw- en Visserijraad geen aparte conclusies kan aannemen die

vooruitlopen op de uitkomsten van de discussie over de Financiële

Perspectieven.

Nederland zal de Commissie om verduidelijking vragen t.a.v. de volgende

punten:

  • De voorkeur van de Commissie voor kleine, en middelgrote onderne-

mingen: Nederland vraagt zich af of dergelijke (onbeargumenteerde)

voorkeursbepalingen discriminatoir zijn en tevens zullen leiden tot

oneigenlijke splitsingen van grote bedrijven.

  • de voorkeurspositie voor ultra-perifere gebieden. Nederland vraagt

zich af of de voorkeursbepalingen (hogere subsidiepercentages) voor

deze gebieden (nog hoger dan de convergentieregio's) niet buiten-

proportioneel zijn.

  • de co-financieringscriteria, en de voorwaarden bij sanering van vaar-

tuigen. Nederland vraagt zich af of de restwaarde van de gesaneerde

(uitgekochte) vaartuigen niet aangewend kan worden ter verlaging van

de steunbedragen. In het voorstel wordt de restwaarde kunstmatig

verlaagd als gevolg van verplichte sloop, dan wel bestemming voor

niet-commerciële doeleinden.

  • De verruiming (t.o.v. de huidige periode) van de definitie van «publieke

co-financiering». Gezien de veronderstelde schaarse cofinanciering

door het Rijk ondersteunt Nederland een voorstel tot verruiming.

Nederland vraagt zich af hoever deze verruiming nu bedoeld wordt

onder verwijzing naar aangehaalde Richtlijn 2004/18/EC (zbo's, pbo's).

  • Nederland vraagt zich af of het de doelstellingen van het GVB niet

verder zou ondersteunen als de steunpercentages voor de maatre-

gelen van collectief belang niet hoger zouden kunnen worden naar

mate van internationale participatie aan een dergelijke maatregel. Dit

zou het gemeenschappelijk draagvlak van het GVB, de verantwoorde-

lijkheid van de sector, en de internationale samenwerking ten goede

komen.

  • Nederland bepleit opname in het voorstel van steun aan de Inland

Fishery Communities (zoals mogelijk onder de oude PESCA-regeling)

onder dezelfde voorwaarden die in het voorstel reeds gelden voor de

aan zee gelegen kustgemeenschappen.

Ten aanzien van de beschikbaar gestelde middelen gelden de nationale

uitgangspunten die van toepassing zijn op de Financiële Perspectieven.

 

4.

Europese rechtsgrond

Deze Verordening is gebaseerd op EG-Verdrag artikel 36 en 37. Artikel 37 maakt onderdeel uit van het hoofdstuk 'Landbouw' van het EG-Verdrag. Het heeft betrekking op vaststelling van verordeningen, richtlijnen en beschikkingen, en gemeenschappelijke ordening der markten.

 

5.

Uitgebreide versie

Van deze pagina bestaat een uitgebreide versie met de stand van zaken van het dossier, de samenvatting van de European Parliament Legislative Observatory, gegevens over de te volgen procedure, de juridische context, een overzicht van verwante dossiers, de betrokken Europese organisaties (denk aan directoraten-generaal van de Europese Commissie, EP-commissies en Raadsformaties) en personen (denk aan eurocommissarissen en Europarlementariërs) en tot slot relevante documenten.

De uitgebreide versie is beschikbaar voor betalende gebruikers van de EU Monitor van ANP en PDC Informatie Architectuur.

6.

EU Monitor

Met de EU Monitor volgt u alle Europese dossiers die voor u van belang zijn, op de voet. De Monitor signaleert de recent aan deze dossiers toegevoegde documenten en de vergaderingen waarin ze aan de orde komen. U ziet in één oogopslag van elk lopend voorstel de stand van zaken. Via e-mail-alerts en de nieuwsbrieffunctie zijn u en uw relaties altijd onmiddellijk op de hoogte.

De EU Monitor is ook beschikbaar in het Engels.

Als u meer wilt weten over de EU Monitor, neem dan contact op met René Wijne van ANP. U kunt hem telefonisch bereiken op 070-4141424.