Let op
Deze pagina is een beperkte versie van het dossier dat onderdeel is van de EU Monitor.
Deze Monitor is een betaalde dienst van ANP en PDC Informatie Architectuur en stelt u in staat op eenvoudige wijze het Europese proces van wet- en regelgeving op de voet te volgen: van de indiening van het voorstel tot en met de uiteindelijke stemmingen in het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie
Zie onderaan deze pagina voor meer informatie.
Bent u al gebruiker van de EU Monitor? Log dan in voor de uitgebreide versie.
Inhoud
officiële titel
Voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een kaderprogramma voor concurrentievermogen en innovatie (2007-2013)officiële Engelstalige titel
Proposal for a Decision of the European Parliament and of the Council establishing a Competitiveness and Innovation Framework Programme (2007-2013)| COM-nummer | COM(2005)121 |
|---|---|
| extra com nummer | COM(2005)121;SEC(2005)433 |
| raadsdocument | 2005/81 |
| interinstitutioneel nummer | 2005/0050(COD) |
Nederland vindt het positief dat een aantal communautaire programma's gericht op concurrentievermogen en innovatie onder één noemer wordt gebracht. Met deze ontwikkeling wordt een stap gezet in de richting van de door Nederland gewenste integrale aanpak ter bevordering van het concurrentievermogen en innovatie in de EU. Dit spoort met de oproep van de Raad om een meer geïntegreerde benadering van de bevordering van het concurrentie- en innovatievermogen van de Europese economie. In het verleden is er vaak sprake geweest van versnipperd of zelfs overlappend beleid. De vraag rest dan ook in hoeverre er in dit voorstel sprake is van een daadwerkelijke integrale benadering. Er is behoefte aan een gebruiksvriendelijk, duidelijk, effectief en in de Lissabon-doelstellingen verankerd CIP.
Nederland is nog niet volledig overtuigd dat de plannen in de praktijk goed zullen uitpakken. Het CIP toont in de huidige vorm nog steeds tekenen van versnippering. Het heeft er veel weg van dat een aantal bestaande programma's wordt samengeraapt en innovatie als doorsnijdend thema wordt genoemd, zonder dat er sprake is van een daadwerkelijk geïntegreerde aanpak. Het is van belang dat de Commissie duidelijk aangeeft hoe de afzonderlijke programmaonderdelen zich tot elkaar verhouden en op welke wijze wordt aangesloten bij de Lissabondoelstellingen. Verder dient aandacht uit te gaan naar een effectieve en zoveel mogelijk geharmoniseerde aansturing van de verschillende programmaonderdelen (Innovatie en Ondernemerschap, beter en breder gebruik van ICT en Energie), zeker wanneer daar meerdere Commissieonderdelen bij betrokken zijn.
Het CIP kan ten aanzien van de actielijn gericht op innovatie en ondernemerschap beschouwd worden als een kans om meer aandacht te besteden aan «innovatief ondernemerschap» en aan de commercialisering en overdracht van onderzoeksresultaten die voortvloeien uit activiteiten binnen het KP. Voorwaarde voor dit laatste is dat het KP en het CIP complementair zijn. Ten aanzien van het KP zet Nederland in op bestrijding van de Europese paradox, respectievelijk de innovatieparadox: ondanks de aanwezige kennis slagen we er onvoldoende in deze kennis te vertalen in nieuwe diensten, producten en processen. Daarom dient in het KP meer nog dan in het verleden aandacht voor ontsluiting van kennis, disseminatie en demonstratie te zijn. Het CIP ontleent zijn toegevoegde waarde, voor wat betreft deze activiteiten, alleen als de aansluiting met het KP gerealiseerd wordt.
Het CIP zou zich vooral richten op het (innovatieve) MKB. In het verleden is het echter vaak moeilijk gebleken om via een Europees programma het MKB effectief te bereiken. Nederland wenst graag duidelijkheid te krijgen over waarom het CIP het MKB nu wel effectief zal bereiken. Nederland vindt dat het CIP de randvoorwaarden voor innovatie in brede zin dient te stimuleren. Het verbeteren van de toegang tot risicokapitaal en garanties kan in dat verband een belangrijk instrument zijn, gelet op het beter in de markt kunnen zetten van innovaties. Aandachtspunt is de uitvoering van de financieringsregelingen door het Europees Investeringsfonds (EIF) m.b.t. eigen vermogen (risicokapitaal). Het is van belang dat deze uitvoeringspraktijk voldoende aansluit bij het beleid in de lidstaten. Het bevorderen van de marktintroductie van eco-efficiënte innovaties kan zowel een positieve bijdrage leveren aan groei en werkgelegenheid als aan behoud van milieu en zuinig gebruik van natuurlijke hulpbronnen. De betere beschikbaarheid van risicokapitaal kan, met name voor het MKB, een belangrijke stimulans zijn voor verbeterde markintroductie van eco-efficiënte innovaties. In dat verband is ook de aansluiting van het CIP op het LIFE programma van belang. Waar LIFE+ zich gaat richten op kennisoverdracht en uitwisseling van best practices op het gebied van milieutechnologie dient het CIP de daaraan voorafgaande fase van demonstratieprojecten (installaties en productieprocessen op praktijkschaal) te ondersteunen. De fase van demonstratie is onontbeerlijk voor een succesvolle marktintroductie van nieuwe technologie. Nederland betwijfelt of het huidige voorstel voor CIP daar voldoende mogelijkheden voor biedt. De Commissie dient duidelijk te maken hoe de gehele innovatieketen van onderzoek, ontwikkeling, demonstratie, marktintroductie, marktverbreding, brede toepassing op Europees niveau wordt gestimuleerd en welke rol met name het CIP daarin speelt.
Nederland verwelkomt dat het CIP ook aandacht schenkt aan de stimulering van lokale en regionale partnerships. Daarbij is een specifiek aandachtspunt de stimulering van innovatie bij decentrale overheden zelf. Als voorbeeld kan dienen de noodzaak voor breedband, elektronische infrastructuur.
Voor wat betreft de financiële consequenties dient rekening te worden gehouden met de onderhandelingen over de Financiële Perspectieven 20072013 en het Nederlandse kabinetsstandpunt dienaangaande. Het Nederlandse kabinetsstandpunt is dat de nieuwe Financiële Perspectieven niet meer mogen bedragen dan 1% BNI, ofwel 815 miljard in vastleggingen. Indien binnen een reëel constant uitgavenkader middelen door besparingen elders vrijkomen, dan zijn intensiveringen in cat. 1a mogelijk. De nadruk van mogelijke intensiveringen binnen categorie 1a zullen echter op onderzoek en TEN's en in mindere mate op onderwijs moeten liggen. Dit betekent dat het budget voor de in het CIP ondergebrachte programma's maximaal reëel constant gehouden dient te worden ten opzichte van de afgelopen periode. In eerste aanleg moet worden ingezet op het behoud van (reeds bestaande) acties die complementair zijn aan de nationale beleidsagenda voor concurrentievermogen en innovatie.
Algemeen aandachtspunt voor Nederland zijn beperkte administratieve lasten bij de uitvoering van programma's.
- Artikel 156 maakt onderdeel uit van het hoofdstuk 'Trans-Europese netwerken' van het EG-Verdrag. Het heeft betrekking op vaststelling van de richtsnoeren en maatregelen ter verwezenlijking van de doelstelling van de Gemeenschap op het gebied van Trans-Europese netwerken.
- Artikel 175 lid 1 maakt onderdeel uit van het hoofdstuk 'Milieu' van het EG-Verdrag. Het heeft betrekking op acties die moeten worden ondernomen om de doelstellingen van de Gemeenschap op milieugebied te verwezenlijken.
Van deze pagina bestaat een uitgebreide versie met de stand van zaken van het dossier, de samenvatting van de European Parliament Legislative Observatory, gegevens over de te volgen procedure, de juridische context, een overzicht van verwante dossiers, de betrokken Europese organisaties (denk aan directoraten-generaal van de Europese Commissie, EP-commissies en Raadsformaties) en personen (denk aan eurocommissarissen en Europarlementariërs) en tot slot relevante documenten.
De uitgebreide versie is beschikbaar voor betalende gebruikers van de EU Monitor van ANP en PDC Informatie Architectuur.
Met de EU Monitor volgt u alle Europese dossiers die voor u van belang zijn, op de voet. De Monitor signaleert de recent aan deze dossiers toegevoegde documenten en de vergaderingen waarin ze aan de orde komen. U ziet in één oogopslag van elk lopend voorstel de stand van zaken. Via e-mail-alerts en de nieuwsbrieffunctie zijn u en uw relaties altijd onmiddellijk op de hoogte.
De EU Monitor is ook beschikbaar in het Engels.
Als u meer wilt weten over de EU Monitor, neem dan contact op met René Wijne van ANP. U kunt hem telefonisch bereiken op 070-4141424.

