COM(2006)208 - Invulling van de moderniseringsagenda voor de universiteiten - Onderwijs, onderzoek en innovatie - EU monitor

EU monitor; Kennis Management Tool
logo PDC
Woensdag 22 mei 2013

Let op

Deze pagina is een beperkte versie van het dossier dat onderdeel is van de EU Monitor.

 

Deze Monitor is een betaalde dienst van ANP en PDC Informatie Architectuur en stelt u in staat op eenvoudige wijze het Europese proces van wet- en regelgeving op de voet te volgen: van de indiening van het voorstel tot en met de uiteindelijke stemmingen in het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie

 

Zie onderaan deze pagina voor meer informatie.

 

Bent u al gebruiker van de EU Monitor? Log dan in voor de uitgebreide versie.

 
 

1.

Kengegevens

officiële titel

Mededeling van de Commissie aan de Europese Raad en het Europees Parlement - Invulling van de moderniseringsagenda voor de universiteiten - Onderwijs, onderzoek en innovatie

officiële Engelstalige titel

Communication from the Commission to the Council and the European Parliament - Delivering on the modernisation agenda for universities - Education, research and innovation
 
COM-nummer COM(2006)208NLEN
extra com nummer COM(2006)208

2.

Tekst

3.

Initieel standpunt Nederlandse regering

Nederland ondersteunt het belang dat wordt gehecht aan de rol van de hoger onderwijsinstellingen en hun met elkaar samenhangende onderwijs-, onderzoek- en innovatietaken voor het globaliseringsproces, de zich ontwikkelende kenniseconomie en het bereiken van de Lissabon doelstellingen. Nederland is het eens met de analyse die ten grondslag ligt aan de mededeling. De ideeën van de Commissie over de hervorming van universiteiten ondersteunen grotendeels de agenda van de Nederlandse regering. Echter, zij betreffen aanbevelingen en deze moeten niet verder gaan dan de verantwoordelijkheid van de EG. Nederland waardeert het op zichzelf dat de Commissie aanbevelingen formuleert, maar het is aan de lidstaten zelf om de aanbevelingen te waarderen en om er een eigen invulling aan te geven. Nederland is geen voorstander van monitoring en/of voortgangsrapportages op nationaal niveau. Dit zou een onnodige verhoging van de rapportage druk betekenen, te meer daar ook in ander verband (Nationaal Hervormingsprogramma) over het onderwijsbeleid wordt gerapporteerd.

Het 7de Kader Programma voorziet expliciet in financiële mogelijkheden voor projecten ter hervorming van de universiteiten (in het onderdeel «Capaciteiten»). Ook in het Leven Lang Leren Programma stelt de Commissie voor om projecten in dit kader te financieren. Nederland stelt zich ten aanzien van dit punt positief op in de nog lopende onderhandelingen over deze programma's.

De universiteiten kunnen zich in de verlegging van hun aandacht van wetenschapsgebieden naar onderzoeksgebieden oriënteren op de thematische prioriteiten die in Europees verband zijn vastgesteld (in het onderdeel Samenwerking). De samenwerking met de industrie op deze thema's levert ook goede kansen voor loopbaanbeleid en bevordering van de mobiliteit van onderzoekers tussen academia en de industrie. De aanbevelingen betreffen een aantal zaken die de Nederlandse regering nationaal ook nastreeft en zaken die reeds door instellingen worden nagestreefd. Zo moeten de huidige Kennismigrantenregeling en de uitwerking van de beleidsnotitie «Naar een modern migratiebeleid» van het kabinet de internationale mobiliteit van studenten, onderzoekers en werknemers bevorderen. Ook het programma Mozaïek voor allochtone onderzoekers blijkt succesvol. In het kader van de bevordering van internationale mobiliteit blijft in deze mededeling van de Commissie het aspect van loopbaanperspectieven voor onderzoekers onderbelicht. De Nederlandse instellingen voeren actief beleid ten aanzien van de verbetering van deze loopbaanperspectieven. Daarnaast is Nederland voorstander van studiefinanciering ten laste van het thuisland van studenten. Zo werkt Nederland aan een wetsvoorstel dat meeneembaarheid van studiefinanciering naar alle Bologna landen mogelijk maakt. Met de nieuwe wet op het hoger onderwijs en onderzoek zullen instellingen beter kunnen inspelen op maatschappelijke en economische (internationale) ontwikkelingen. Een nieuw concept van governance biedt die mogelijkheid: de overheid trekt zich verder terug en geeft instellingen meer autonomie. Wat betreft de stimulering van partnerschappen tussen instellingen en bedrijfsleven heeft de overheid onder andere de Smart Mix, de Innovatievouchers en de Innovatieprogramma's ontwikkeld. Het afstemmen van vaardigheden en kennis op de behoeften van de arbeidsmarkt en het aanscherpen van ondernemerschap van studenten en onderzoekers worden onder meer gestimuleerd door het Deltaplan Bèta Techniek en het Partnership Leren Ondernemen. Kwaliteit van onderwijs en onderzoek wil de overheid stimuleren door de invoering van de Leerrechten, het verbeteren van studiekeuze informatie en experimenten met opleidingen met erkende evidente meerwaarde. De aantrekkelijkheid en zichtbaarheid van het Nederlandse hoger onderwijs worden onder andere gestimuleerd door instrumenten om goede en excellente buitenlandse studenten aan te trekken: Huygens Scholarship Programme, Kennisbeurzen en Nederlandse instituten in het buitenland (zoals de NESO's). Het vergroten van de kwaliteit van onderzoek wordt onder andere gestimuleerd door de succesvolle Vernieuwingsimpuls voor jong talent en het stimuleren van concurrentie. Ook de verspreiding van kennis in de samenleving is in Nederland al een speerpunt.

De Commissie beveelt aan dat de EU uiterlijk in 2010 minstens 2% van het BBP (inclusief particuliere en overheidsfinanciering) aan gemoderniseerd hoger onderwijs spendeert (naast de 3% van het BBP voor R&D). Het percentage ligt voor Nederland nu op 1,3%. Nederland wil zich niet vastleggen op een percentage. Met het oog op meer gedifferentieerd hoger onderwijs is het naar de mening van Nederland noodzakelijk enerzijds publieke middelen strategischer in te zetten en anderzijds de mogelijkheden voor private bijdragen van zowel studerende als bedrijfsleven te vergroten.

Zoals de Commissie aangeeft in haar mededeling ligt de verantwoordelijkheid voor de genoemde innovaties niet alleen bij de overheden van de lidstaten. Het is belangrijk dat bovenstaande innovaties structureel door gaan werken in de agenda's van universiteiten en hogescholen zelf. En dit kan meer tijd kosten dan voorzien. Daarnaast geldt voor een aantal aanbevelingen dat de verantwoordelijkheid deels bij de hoger onderwijsinstellingen zelf ligt. De hogescholen en universiteiten zullen in dat geval zelf actie moeten ondernemen. Met andere woorden, voor de uitwerking van de aanbevelingen is de overheid deels afhankelijk van de hoger onderwijsinstellingen.

 
 

4.

Uitgebreide versie

Van deze pagina bestaat een uitgebreide versie met de stand van zaken van het dossier, gegevens over de te volgen procedure, een overzicht van verwante dossiers, de betrokken Europese organisaties (denk aan directoraten-generaal van de Europese Commissie, EP-commissies en Raadsformaties) en personen (denk aan eurocommissarissen en Europarlementariërs) en tot slot relevante documenten.

De uitgebreide versie is beschikbaar voor betalende gebruikers van de EU Monitor van ANP en PDC Informatie Architectuur.

5.

EU Monitor

Met de EU Monitor volgt u alle Europese dossiers die voor u van belang zijn, op de voet. De Monitor signaleert de recent aan deze dossiers toegevoegde documenten en de vergaderingen waarin ze aan de orde komen. U ziet in één oogopslag van elk lopend voorstel de stand van zaken. Via e-mail-alerts en de nieuwsbrieffunctie zijn u en uw relaties altijd onmiddellijk op de hoogte.

De EU Monitor is ook beschikbaar in het Engels.

Als u meer wilt weten over de EU Monitor, neem dan contact op met René Wijne van ANP. U kunt hem telefonisch bereiken op 070-4141424.