COM(2004)492 - Algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds en het Cohesiefonds - EU monitor

EU monitor; Kennis Management Tool
logo PDC
Zondag 19 mei 2013

Let op

Deze pagina is een beperkte versie van het dossier dat onderdeel is van de EU Monitor.

 

Deze Monitor is een betaalde dienst van ANP en PDC Informatie Architectuur en stelt u in staat op eenvoudige wijze het Europese proces van wet- en regelgeving op de voet te volgen: van de indiening van het voorstel tot en met de uiteindelijke stemmingen in het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie

 

Zie onderaan deze pagina voor meer informatie.

 

Bent u al gebruiker van de EU Monitor? Log dan in voor de uitgebreide versie.

 
 

1.

Kengegevens

officiële titel

Voorstel verordening van de Raad houdende algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds en het Cohesiefonds

officiële Engelstalige titel

Proposal for a Council Regulation laying down general provisions on the European Regional Development Fund, the European Social Fund and the Cohesion Fund
 
COM-nummer COM(2004)492NLEN
extra com nummer COM(2004)492;SEC(2004)924
interinstitutioneel nummer 2004/0163(AVC)

2.

Oorspronkelijk voorstel

3.

Initieel standpunt Nederlandse regering

De Nederlandse stellingname ten aanzien van het cohesiebeleid maakt

integraal onderdeel uit van de Nederlandse inzet voor de nieuwe Finan-

ciële Perspectieven (2007­2013). Leidend hierbij is het Hoofdlijnen-

akkoord, dat uitgaat van reëel constante bruto-afdrachten. Dit is vertaald

naar reëel constante financiële perspectieven: een EU-begroting van ten

hoogste 1% EU-BNI. Om ruimte te creëren voor de gewenste intensive-

ringen (bijvoorbeeld JBZ) zet Nederland in op een structuurenveloppe die

in reële termen daalt.

Het kabinet is van mening dat het huidige cohesiebeleid hervormd moet

worden. De definitieve voorstellen van de Commissie zijn een gemiste

kans om, na de uitbreiding van de EU met tien lidstaten in 2004 en een

mogelijke uitbreiding met nog eens twee lidstaten in de komende periode

van de Financiële Perspectieven, het cohesiebeleid grondig te heroriën-

teren. Met het huidige voorstel van de Commissie komen alle lidstaten,

rijk en arm, in aanmerking voor steun. In de Commissievoorstellen zou

nog steeds bijna de helft van de middelen naar rijke lidstaten gaan. Het

kabinet wenst een stevig debat aan te gaan binnen de Raad over de vraag

of dit de beste manier is om invulling te geven aan de solidariteits-

gedachte die ten grondslag ligt aan het cohesiebeleid. Het kabinet zal ter

invulling van deze solidariteitsgedachte het volgende inbrengen:

  • er dient een sterkere heroriëntatie van de uitgaven voor het toekomstig

cohesiebeleid plaats te vinden gericht op de armste lidstaten in de EU

dan de Commissie nu voorstelt.

  • regionaal beleid dient zo veel mogelijk omgezet te worden in beleid

gericht op lidstaten waarbij de nationale welvaart gerelateerd aan het

EU-gemiddelde het criterium voor toewijzing van de middelen zou

moeten zijn.

  • er moet een vorm van uitfaseringssteun komen die in omvang en in

duur beperkter is dan de Commissie nu voorstelt.

  • de 4% BNI maximering van middelen voor lidstaten die op het

Cohesiebeleid aanspraak kunnen maken dient gehandhaafd te blijven.

Hierbij wenst het kabinet te voorkomen dat middelen die vrijvallen als

gevolg van deze regeling terecht komen bij andere (rijke) lidstaten.

  • grensoverschrijdende en transnationale samenwerking met een werke-

lijk Europees toegevoegde waarde moet worden voortgezet. Het voor-

liggende voorstel zal worden beoordeeld op de mogelijkheden voor

Nederland om hierin optimaal te participeren.

  • steun aan regio's in rijke lidstaten dient in principe door de lidstaten

zelf, binnen een Europees beleidsraamwerk, gefinancierd te worden.

  • er dient een aanzienlijk lager uitgavenplafond voor het toekomstig

cohesiebeleid te komen dan de Commissie nu voorstelt.

Met deze inbreng meent het Kabinet een goede aanzet te kunnen geven

tot een discussie over de hervorming van het beleid. In de komende

onderhandelingen zal het Kabinet nauwgezet de ontwikkelingen in het

krachtenveld volgen en de koers daarop afstemmen.

 

4.

Europese rechtsgrond

Deze Verordening is gebaseerd op EG-Verdrag artikel 161. Artikel 161 maakt onderdeel uit van het hoofdstuk 'Economische en sociale samenhang' van het EG-Verdrag. Het heeft betrekking op vaststelling van de taken, de prioritaire doelstellingen en de organisatie van de Structuurfondsen alsook van de algemene regels die voor deze fondsen gelden, naast bepalingen die nodig zijn voor de doeltreffende werking van de fondsen en de coördinatie tussen de fondsen onderling en met de andere bestaande financieringsinstrumenten.

 

5.

Uitgebreide versie

Van deze pagina bestaat een uitgebreide versie met de stand van zaken van het dossier, de samenvatting van de European Parliament Legislative Observatory, gegevens over de te volgen procedure, de juridische context, een overzicht van verwante dossiers, de betrokken Europese organisaties (denk aan directoraten-generaal van de Europese Commissie, EP-commissies en Raadsformaties) en personen (denk aan eurocommissarissen en Europarlementariërs) en tot slot relevante documenten.

De uitgebreide versie is beschikbaar voor betalende gebruikers van de EU Monitor van ANP en PDC Informatie Architectuur.

6.

EU Monitor

Met de EU Monitor volgt u alle Europese dossiers die voor u van belang zijn, op de voet. De Monitor signaleert de recent aan deze dossiers toegevoegde documenten en de vergaderingen waarin ze aan de orde komen. U ziet in één oogopslag van elk lopend voorstel de stand van zaken. Via e-mail-alerts en de nieuwsbrieffunctie zijn u en uw relaties altijd onmiddellijk op de hoogte.

De EU Monitor is ook beschikbaar in het Engels.

Als u meer wilt weten over de EU Monitor, neem dan contact op met René Wijne van ANP. U kunt hem telefonisch bereiken op 070-4141424.