COM(2004)495 - Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling - EU monitor

EU monitor; Kennis Management Tool
logo PDC
Maandag 20 mei 2013

Let op

Deze pagina is een beperkte versie van het dossier dat onderdeel is van de EU Monitor.

 

Deze Monitor is een betaalde dienst van ANP en PDC Informatie Architectuur en stelt u in staat op eenvoudige wijze het Europese proces van wet- en regelgeving op de voet te volgen: van de indiening van het voorstel tot en met de uiteindelijke stemmingen in het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie

 

Zie onderaan deze pagina voor meer informatie.

 

Bent u al gebruiker van de EU Monitor? Log dan in voor de uitgebreide versie.

 
 

1.

Kengegevens

officiële titel

Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling

officiële Engelstalige titel

Proposal for a Regulation of the European Parliament and of the Council on the European Regional Development Fund
 
COM-nummer COM(2004)495EN
extra com nummer COM(2004)495;COM(2006)309
raadsdocument 2004/88
interinstitutioneel nummer 2004/0167(COD)

2.

Oorspronkelijk voorstel

3.

Initieel standpunt Nederlandse regering

De Nederlandse stellingname ten aanzien van het cohesiebeleid ­ waar

EFRO onder valt ­ maakt integraal onderdeel uit van de Nederlandse inzet

voor de nieuwe Financiële Perspectieven (2007­2013). Leidend hierbij is

het Hoofdlijnenakkoord, dat uitgaat van reëel constante bruto-afdrachten.

Dit is vertaald naar reëel constante financiële perspectieven: een EU-begro-

ting van ten hoogste 1% EU-BNI. Om ruimte te creëren voor de gewenste

intensiveringen (bijvoorbeeld JBZ) zet Nederland in op een structuur-

enveloppe die in reële termen daalt. Voor Nederland is op het gebied van

cohesiefondsen de cohesiebenadering, waarbij cohesiemiddelen uitslui-

tend worden gericht op de armste lidstaten, het uitgangspunt.

Nederland heeft er verder belang bij dat ­ ongeacht of de Europese Raad

besluit dat ook Nederland in de periode 2007­2013 EFRO-middelen toege-

wezen krijgt ­ het rendement van de inzet van deze middelen maximaal is.

Immers ­ ook in het geval Nederland geen EFRO ­ middelen ontvangt­

betaalt Nederland wel mee.

De Commissie streeft een betere aansluiting van Cohesiebeleid op de

Lissabonstrategie na, met name via de doelstelling Regionale concurren-

tiekracht en werkgelegenheid. De mate waarin dit mogelijk is, is volgens

Nederland beperkt. Investeringen in (relatieve) achterstandsregio's op

thema's die overeenkomen met die van de Lissabonstrategie komt

wellicht ten goede aan groei van die regio, maar kan ten koste gaan van

groei op nationaal of Europees niveau (bijvoorbeeld wanneer natuurlijke

processen als agglomeratievorming en arbeidsmigratie worden tegenge-

gaan). Instemming met de thema's in de EFRO verordening leidt daarom

niet automatisch tot een bijdrage aan de Lissabonstrategie. Wat betreft de

convergentiedoelstelling gaan de thema's verder dan puur Lissabon-

gerelateerd, wat vanuit cohesieoogpunt ondersteund kan worden. De

doelstelling regionale concurrentiekracht en werkgelegenheid is niet

slechts bedoeld voor het wegwerken van de grootste achterstanden maar

kan volgens de Commissievoorstellen ook ingezet worden in (relatief)

welvarende regio's, inclusief die in rijke lidstaten. Deze doelstelling past

niet binnen het Nederlandse cohesiestandpunt. Mocht de Raad besluiten

deze doelstelling te handhaven en daaronder middelen te verstrekken aan

rijke lidstaten, is een aanscherping van de thematiek gewenst (scherper

richten op de Lissabondoelstelling, mogelijk in relatie tot eventuele

aanscherping van de Lissabonstrategie zelf) om investeren in groei i.p.v.

regionale achterstanden mogelijk te maken. Toevoegingen aan de opge-

nomen thema's dienen te worden tegengegaan.

Ten aanzien van de stedelijke dimensie dient een relatie te kunnen worden

gelegd tussen kansen en problemen in stedelijke gebieden.

Ten aanzien van de specifieke regels voor de doelstelling Europese territo-

riale samenwerking was de inzet hiervoor maatwerk in regelgeving te

bieden. Het aparte hoofdstuk hiervoor in de EFRO-verordening is daarom

toe te juichen. Nadere bestudering is noodzakelijk om te beoordelen of de

voorstellen in voldoende mate voorzien in het gewenste maatwerk.

Nadere verduidelijking ten opzichte van de EGCC verordening is gewenst.

 

4.

Europese rechtsgrond

Deze Verordening is gebaseerd op EG-Verdrag artikel 162 lid 1 en artikel 299 lid 2.

 

5.

Uitgebreide versie

Van deze pagina bestaat een uitgebreide versie met de stand van zaken van het dossier, de samenvatting van de European Parliament Legislative Observatory, gegevens over de te volgen procedure, de juridische context, een overzicht van verwante dossiers, de betrokken Europese organisaties (denk aan directoraten-generaal van de Europese Commissie, EP-commissies en Raadsformaties) en personen (denk aan eurocommissarissen en Europarlementariërs) en tot slot relevante documenten.

De uitgebreide versie is beschikbaar voor betalende gebruikers van de EU Monitor van ANP en PDC Informatie Architectuur.

6.

EU Monitor

Met de EU Monitor volgt u alle Europese dossiers die voor u van belang zijn, op de voet. De Monitor signaleert de recent aan deze dossiers toegevoegde documenten en de vergaderingen waarin ze aan de orde komen. U ziet in één oogopslag van elk lopend voorstel de stand van zaken. Via e-mail-alerts en de nieuwsbrieffunctie zijn u en uw relaties altijd onmiddellijk op de hoogte.

De EU Monitor is ook beschikbaar in het Engels.

Als u meer wilt weten over de EU Monitor, neem dan contact op met René Wijne van ANP. U kunt hem telefonisch bereiken op 070-4141424.