Let op
Deze pagina is een beperkte versie van het dossier dat onderdeel is van de EU Monitor.
Deze Monitor is een betaalde dienst van ANP en PDC Informatie Architectuur en stelt u in staat op eenvoudige wijze het Europese proces van wet- en regelgeving op de voet te volgen: van de indiening van het voorstel tot en met de uiteindelijke stemmingen in het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie
Zie onderaan deze pagina voor meer informatie.
Bent u al gebruiker van de EU Monitor? Log dan in voor de uitgebreide versie.
officiële titel
Mededeling van de Commissie aan de Raad, het Europees Parlement, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's - Migratie en ontwikkeling : een aantal concrete ideeënofficiële Engelstalige titel
Communication from the Commission to the Council, the European Parliament, the European Economic and Social Committee and the Committee of the Regions - Migration and Development : some concrete orientations| COM-nummer | COM(2005)390 |
|---|---|
| extra com nummer | COM(2005)390 |
| raadsdocument | 2005/78 |
Nederland verwelkomt de tweede mededeling migratie en ontwikkeling. Het is van mening dat het EU debat over migratie en ontwikkeling kan worden voortgezet. Nederland hecht aan de uitwisseling van ervaringen met de overige lidstaten over deze thematiek. De Commissie doet een flink aantal voorstellen op de terreinen «remittances», diaspora, circulaire migratie en «brain drain». Daarbij wordt vooral aandacht besteed aan hoe migratie een bijdrage kan leveren aan de ontwikkeling van landen. Initiatieven over wat ontwikkeling kan betekenen voor migratie komen echter weinig aan de orde.
Nederland waardeert de inzet van de Commissie op het terrein van migratie en ontwikkeling. Nederland is voorstander van de ontwikkeling van een bredere strategie op het onderwerp migratie en ontwikkeling waarbij de wederzijdse versterking centraal staat. Nederland hecht aan een integrale en coherente benadering van dit onderwerp waarbij het onderwerp van twee kanten wordt bekeken en bovendien het belang van de individuele migrant niet uit het oog verloren wordt. In deze zin zou Nederland graag meer inzicht krijgen in wat er in concrete zin op dit gebied al is gerealiseerd. Daarbij dient ook aandacht te worden besteed aan onderwerpen als vluchtelingen, mensenrechten en de synergie tussen migratie en ontwikkeling zoals dit in de eerste mededeling van 2002 is gebeurd. Daarnaast komen onderwerpen als migratiemanagement, capaciteitsopbouw en terug- en overnameclausules in de onderhavige mededeling nauwelijks aan de orde.
Ad I) «remittances»
Nederland is van mening dat «remittances» privé gelden zijn en ziet vooralsnog geen noodzaak voor het verder reguleren van dergelijke gelden op Europees niveau, buiten hetgeen dat reeds wordt geregeld middels de richtlijn over betalingsdiensten («directive on payment services»).
Nederland staat in beginsel positief t.a.v. het stimuleren van het vergroten van de competitie en de transparantie van betalingsdiensten, maar heeft de indruk dat verschillende van de voorstellen aan het doel voorbij zullen schieten en onnodige kosten met zich mee brengen. Terughoudendheid is geboden bij verdere harmonisering van EU-brede licentie bepalingen, dan wel het stimuleren van het uitvaardigen van nieuwe richtlijnen voor het overzichtelijker maken en een betere informatieverstrekking van de transfermarkt. Nederland stelt daarom voor het Commissievoorstel inzake het New Legal Framework af te wachten; een richtlijnvoorstel dat voorziet in een nieuw rechtskader voor betaaldiensten in Europa (waaronder geldtransactiekantoren). Temeer nu internationaal nog een discussie gaande is over de verschillende vormen van regulering van de geldtransactiekantoren. Daarbij komt dat de voorstellen niet overeenkomen met het in de EU vastgestelde standpunt de komen jaren terughoudend te zijn met nieuwe regelgeving ten aanzien van financiële markten. T.a.v. van het promoten van onderzoek op huishoudensniveau stelt Nederland voor de resultaten af te wachten van het thans lopende brede Wereldbank-onderzoek mbt «remittances» alvorens kan worden beoordeeld wat de nog resterende onderzoekslacunes zijn. Het lopende onderzoek dat eind 2005 gereed zou moeten zijn, omvat al huishoudens onderzoeken (o.a. Pakistan en Ghana) bedoeld om het inzicht in de aanwending van ontvangen «remittances» te vergroten.
Ad II) Diaspora
De betrokkenheid van migranten(organisaties) bij de ontwikkeling in het land van herkomst wordt door Nederland aangemoedigd. Belangrijke voorwaarde hierbij is dat het niet de integratie in de Nederlandse maatschappij moet belemmeren. Ook is Nederland van mening dat het eigen initiatief daarbij belangrijk is. Het is niet de rol van de overheid dit op alle terreinen te organiseren. Nederland verwelkomt een EU-brede discussie op het terrein van de betrokkenheid van de diaspora.
Er bestaan verschillende ontwikkelings- en investeringsprogramma's. Het probleem is echter vaak dat de diaspora daar niet mee bekend is of onvoldoende is georganiseerd. Taak voor LS en EU is om de migranten(organisaties) te bereiken en ze te informeren over bestaande programma's/mogelijkheden. Het werken met tussenpersonen daarbij, zoals de Commissie voorstelt, hoeft geen probleem te zijn. Nederland is van mening dat terughoudend moet worden opgetreden tav het faciliteren van het opzetten van een database waar de diaspora zich kan laten registreren. Dit kan immers makkelijk voor verkeerde doeleinden worden gebruikt.
Nederland ondersteunt het initiatief voor wat betreft de informatieuitwisseling van «best practices» op het terrein van vrijwillige terugkeer. Nederland zou ook ervaringen willen uitwisselen over tijdelijke terugkeer.
Ad III) Circulaire migratie en brain circulation Bij het uitwerken van de aanbevelingen en voorstellen van de Commissie op dit terrein staat voorop dat deze moeten passen binnen het nationale migratiebeleid. In dat kader wil Nederland graag deelnemen aan het debat op het terrein van circulaire migratie en brain circulatie. Nederland verwelkomt de aanzet die de Commissie op deze deelonderwerpen doet en kijkt met belangstelling uit naar het beleidsplan over legale migratie. In Nederland wordt actief nagedacht hoe tijdelijke migratie gefaciliteerd en gereguleerd kan worden. Belangrijkste vraag binnen deze discussie is hoe er voor te zorgen dat tijdelijke (arbeids)migratie ook daadwerkelijk tijdelijk blijft. In dit verband is een versterking van met name de terugkeer component van circulaire migratie van belang. De voorstellen van de Commissie die zich richten op het verminderen van de belemmeringen die tijdelijke, circulaire migratie en terugkeer in de weg staan zullen daarbij wellicht van pas kunnen komen. Ervaringen van andere lidstaten op dit terrein worden ook verwelkomd. De EU heeft zelf ervaring opgedaan op het gebied van onderzoek om brain circulation te stimuleren. Nederland heeft hier ook ervaring mee op het gebied van versimpeling van de toegang voor internationale kenniswerkers geïnitieerd door het Innovatieplatform.
T.a.v. het bevorderen van (tijdelijke) terugkeer heeft Nederland enige positieve ervaringen met projecten en wil de ervaringen graag delen met andere lidstaten. Hoewel Nederland geïnteresseerd is in de voorstellen van de Commissie met betrekking tot tijdelijke en virtuele terugkeer (contact met de moderne communicatiemiddelen, die de fysieke terugkeer ondersteunen) is wel meer onderzoek nodig naar de effecten ervan: zowel wat betreft de effecten op ontwikkeling als wat betreft de effecten op duurzame terugkeer.
Nederland is er met de Commissie voorstander van om binnen de GATS op het terrein van de zogenaamde mode 4, de tijdelijke aanwezigheid van natuurlijke personen voor dienstverlening, te komen tot een gezamenlijke terminologie en transparante regelgeving over de categorieen van en over de verblijfsduur voor tijdelijke dienstverleners.
Ad IV) Brain drain
Nederland onderschrijft dat de verantwoordelijkheid voor brain drain ligt bij de lidstaten en is van mening dat de lidstaten dan ook een verantwoordelijkheid hebben om dit te beperken. NL ziet de voorstellen van de Commissie voor suggesties om actieve rekrutering uit kwestbare sectoren te beperken dan ook graag tegemoet en ook de mededeling over «Addressing the crisis in human resources for health». Nederland staat open voor het idee over het opzetten van institutionele partnerschappen en wil graag ervaringen vernemen van lidstaten met partnerschappen tussen onderzoeksinstellingen, individuele onderzoekers en studenten, instituties, universiteiten, ziekenhuizen etc.
Van deze pagina bestaat een uitgebreide versie met de stand van zaken van het dossier, de samenvatting van de European Parliament Legislative Observatory, gegevens over de te volgen procedure, een overzicht van verwante dossiers, de betrokken Europese organisaties (denk aan directoraten-generaal van de Europese Commissie, EP-commissies en Raadsformaties) en personen (denk aan eurocommissarissen en Europarlementariërs) en tot slot relevante documenten.
De uitgebreide versie is beschikbaar voor betalende gebruikers van de EU Monitor van ANP en PDC Informatie Architectuur.
Met de EU Monitor volgt u alle Europese dossiers die voor u van belang zijn, op de voet. De Monitor signaleert de recent aan deze dossiers toegevoegde documenten en de vergaderingen waarin ze aan de orde komen. U ziet in één oogopslag van elk lopend voorstel de stand van zaken. Via e-mail-alerts en de nieuwsbrieffunctie zijn u en uw relaties altijd onmiddellijk op de hoogte.
De EU Monitor is ook beschikbaar in het Engels.
Als u meer wilt weten over de EU Monitor, neem dan contact op met René Wijne van ANP. U kunt hem telefonisch bereiken op 070-4141424.

