Artikelen bij COM(2006)249 - Bevordering van waardig werk voor iedereen - Bijdrage van de EU aan de uitvoering van de agenda voor waardig werk over de hele wereld

Dit is een beperkte versie

U kijkt naar een beperkte versie van dit dossier in de EU Monitor.

Belangrijke juridische mededeling

|
52006DC0249


[pic] | COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN |

Brussel, 24.5.2006

COM(2006) 249 definitief

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN DE RAAD, HET EUROPEES PARLEMENT, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO'S

Bevordering van waardig werk voor iedereen Bijdrage van de Europese Unie aan de uitvoering van de agenda voor waardig werk over de hele wereld

{SEC(2006) 643}

1. INLEIDING

IN SEPTEMBER 2005 IS OP DE TOP VAN DE VERENIGDE NATIES OVER DE FOLLOW-UP VAN DE MILLENNIUMVERKLARING DE NOODZAAK VAN EEN BILLIJKE MONDIALISERING BEVESTIGD. BIJ DIE GELEGENHEID IS DE BEVORDERING VAN PRODUCTIEF EN waardig werk voor iedereen toegevoegd aan de doelstellingen van het nationale en internationale beleid. Op die manier is gewezen op de essentiële rol van arbeid en arbeidskwaliteit in de strijd tegen armoede en voor ontwikkeling: ondanks enige vooruitgang heeft de helft van de werknemers wereldwijd een inkomen van minder dan twee dollar per dag en geniet de helft van de wereldbevolking geen enkele vorm van sociale bescherming.

Vóór de Top hadden de Commissie, de Raad en het Europees Parlement opgeroepen de sociale dimensie van de mondialisering te versterken en waardig werk voor iedereen te bevorderen overeenkomstig de strategie van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO) op dit gebied.

De bevordering van waardig werk staat sinds 2000 centraal op de politieke agenda van de IAO: via haar agenda voor waardig werk stelt de IAO voor alle mannen en alle vrouwen reële kansen op toegang tot waardig en productief werk te bieden in omstandigheden van vrijheid, billijkheid, veiligheid en menselijke waardigheid. Deze agenda voor waardig werk is door de regeringen en de sociale partners in de IAO goedgekeurd en vormt een geheel van richtsnoeren met universele strekking die niet aan een specifiek ontwikkelingsmodel gebonden zijn. Hij is in 2004 opgenomen in de aanbevelingen van de Wereldcommissie voor de sociale dimensie van de mondialisering (CMDSM).

De agenda voor waardig werk stoelt op een geïntegreerde aanpak waarin ruimte is voor productief en vrij gekozen werk, het recht op werk, sociale bescherming, sociale dialoog en de genderdimensie. Hij omvat dus de “sociale grondrechten” die het minimumpakket van sociale rechten vormen dat de internationale gemeenschap heeft vastgesteld en waarvan de EU reeds de verwezenlijking ondersteunt. De doelstellingen van de agenda zijn echter ambitieuzer: er wordt niet alleen naar gestreefd een minimumpakket van rechten te waarborgen, maar ook de ontwikkeling te organiseren rond waarden en beginselen voor actie en governance waarbij economische concurrentiekracht en sociale rechtvaardigheid hand in hand gaan.

Deze combinatie van economische concurrentiekracht en sociale rechtvaardigheid staat centraal in het Europese ontwikkelingsmodel. Actief bijdragen aan de bevordering van waardig werk maakt integrerend deel uit van de Europese sociale agenda en van de inspanningen van de EU om haar waarden uit te dragen en haar ervaring en haar geïntegreerd economisch en sociaal ontwikkelingsmodel met anderen te delen.

Bij de bevordering van de agenda voor waardig werk voor iedereen houdt de Commissie ten volle rekening met de specifieke kenmerken en de verscheidenheid van de economische en sociale situaties in de wereld. Zij erkent het belang van een strategische en gefaseerde aanpak waarbij de eigen inbreng van de partners wordt bevorderd en waarin de context en de prioriteiten op nationaal en regionaal niveau tot hun recht komen.

In deze mededeling stelt de Commissie richtsnoeren voor om het beleid en de acties van de EU meer te doen bijdragen aan de bevordering van de agenda voor waardig werk. Deze richtsnoeren impliceren dat de samenwerking tussen de Europese instellingen, de lidstaten en alle betrokken actoren moet worden geïntensiveerd.

De uitvoering van de agenda voor waardig werk zal het centrale thema zijn van het High-Level Segment van de Economische en Sociale Raad van de VN, dat in juli 2006 bijeenkomt. De werkzaamheden betreffende de agenda voor waardig werk zullen dan op internationaal niveau worden voortgezet en de Commissie is van plan daar ten volle aan deel te nemen.

2. EEN FACTOR VOOR ONTWIKKELING, GOVERNANCE EN PRESTATIE

DE MONDIALISERING EN DE TECHNOLOGISCHE EN DEMOGRAFISCHE VERANDERINGEN LEIDEN TOT EEN AANZIENLIJKE WIJZIGING VAN DE ORGANISATIE VAN DE PRODUCTIE EN DE DIENSTVERLENING OP WERELDNIVEAU, ALSMEDE VAN DE STRUCTUUR EN DE VERDELING VAN DE ARBEIDSPLAATSEN. DANKZIJ DEZE ONTWIKKELINGEN KUNNEN DE VOORDELEN VAN DE INTERNATIONALE HANDEL TOT EEN GROTER AANTAL LANDEN EN SOCIALE GROEPEN WORDEN UITGEBREID EN KUNNEN AAN IEDEREEN KANSEN EN VOORUITZICHTEN OP waardig werk worden geboden.

Economische groei houdt echter niet noodzakelijk in dat er nieuwe arbeidsplaatsen komen en dat de bestaande arbeidsplaatsen beter worden, waardoor de armoede zou worden verminderd. Veel ontwikkelingslanden hebben een economie waarin de informele sector en arbeidsplaatsen van lage kwaliteit een overheersende rol spelen en waarin de dualiteit op de arbeidsmarkt blijft bestaan, met name waar de meerderheid van de bevolking afhankelijk is van zelfvoorzieningslandbouw. Vooral vrouwen en jongeren worden in de informele economie aangetroffen en hebben weinig vooruitzichten wat inkomen, opleiding en sociale bescherming betreft.

Zelfs in de formele sector wordt het vermogen om de veranderingen in goede banen te leiden beperkt doordat de diensten voor arbeidsvoorziening, de governance van de arbeidsmarkt en de stelsels van sociale bescherming te zwak zijn.

In opkomende landen volstaat de groei niet om de armoede van grote delen van de bevolking te verminderen. De toename van de productiviteit leidt niet altijd tot een verhoging van de lonen. Het aantal banen van lage kwaliteit en het aandeel van de informele economie blijven aanzienlijk. In al deze landen, maar ook, in mindere mate, in de industrielanden zijn de werknemers in de informele economie feitelijk uitgesloten van arbeidsrecht en sociale bescherming.

De bevordering van waardig werk vergt een coherente en omvattende aanpak. De meest schrijnende misstanden op het gebied van sociale grondrechten zoals kinderarbeid moeten in ieder geval worden aangepakt. Maar daarnaast moet vooral ook de ontwikkelingslogica worden omgebogen. De ervaring wijst uit dat de uitroeiing van kinderarbeid ook verloopt via arbeidsmarktmaatregelen, sociale dialoog en sociale bescherming (bijvoorbeeld toelagen die kinderarbeid ontmoedigen of nutteloos maken en onderwijs bevorderen).

Om de armoede terug te dringen is het niet voldoende bijstand uit te keren of de resultaten van economische groei en de vestiging van internationale ondernemingen af te wachten. Het is noodzakelijk een klimaat te creëren dat bevorderlijk is voor nationale en buitenlandse investeringen die werkgelegenheid scheppen, de governance te verbeteren, onder meer via de sociale dialoog, misstanden op het gebied van waardig werk aan te wijzen, een wet- en regelgevingskader tot stand te brengen dat de werknemers beschermt en gelijke kansen van mannen en vrouwen waarborgt, levensvatbare stelsels van sociale bescherming, onderwijs en opleiding voor levenslang leren op te zetten, de rechtszekerheid voor ondernemingen te waarborgen, de corruptie in te dammen en billijke mededingingsregels vast te stellen. Overigens zijn ook de ondernemingen vragende partij voor een dergelijke bevordering van waardig werk: zij vinden dat niet alleen zij, maar ook de overheid haar verantwoordelijkheid moet opnemen.

Doordat het accent wordt gelegd op werkgelegenheid, arbeidskwaliteit en passende sociale beleidsvormen, wordt de bevordering van waardig werk een factor voor rechtvaardigheid en sociale samenhang, maar ook voor economische prestatie.

Doelstellingen van sociale aard mogen in geen geval voor protectionistische doeleinden worden gebruikt. Het doel is de algemene sociale vooruitgang en de rechtvaardige verdeling ervan voor iedereen.

3. VERBINTENISSEN EN RICHTSNOEREN VOOR HET EU-BELEID

DE EU IS ACTIEF BETROKKEN BIJ DE UITVOERING VAN DE MILLENNIUMVERKLARING. ZIJ DRAAGT BIJ AAN GROEI EN DUURZAME ONTWIKKELING OP WERELDNIVEAU, MET NAME DOOR HAAR HANDELSBELEID EN HAAR ACTIES OP HET GEBIED VAN ONTWIKKELING EN EXTERNE BIJSTAND. Zij ondersteunt de ratificatie en de daadwerkelijke toepassing door alle landen ter wereld van de verdragen over de sociale grondrechten.

Zij kan specifiek bijdragen aan de bevordering van waardig werk door haar ervaring en deskundigheid ter beschikking van internationale organisaties te stellen en door een politieke dialoog met derde regio's en landen te ontwikkelen. De Commissie heeft reeds concrete initiatieven in die zin ontwikkeld, bijvoorbeeld de intensivering van haar samenwerking met de IAO, de invoering van het stelsel van algemene handelspreferenties (SAP), en de totstandbrenging van de Europese consensus voor de ontwikkeling en de opening van dialogen over werkgelegenheid met de Aziatische of Latijnsamerikaanse landen.

3.1. Waardig werk: een verbintenis voor de EU

De EU heeft in de loop van haar geschiedenis een economisch en sociaal ontwikkelingsmodel uitgewerkt dat, over de verscheidenheid van de nationale situaties heen, stoelt op gemeenschappelijke waarden en beginselen, met name het in het Verdrag erkende doel om gezamenlijk de economische vooruitgang en de sociale vooruitgang te bevorderen.

Het acquis communautaire op het gebied van werkgelegenheid, sociaal beleid en gelijke kansen gaat in veel opzichten verder dan de internationale normen en acties in verband met waardig werk, en het huldigt de voornaamste beginselen ervan. De normen van de IAO vormen de grondslag van tal van beleidsmaatregelen, wetgevingsbesluiten en collectieve overeenkomsten in de lidstaten en op Europees niveau. Bovendien vullen de normen en acties van de IAO het acquis aan op gebieden die niet – of slechts gedeeltelijk – door communautaire wetgeving en beleidsmaatregelen worden geregeld, zoals het arbeidsbeheer en de arbeidsinspectie, de vrijheid tot het oprichten van vakverenigingen, collectieve onderhandelingen en de minimumnormen inzake sociale zekerheid.

De lidstaten hebben reeds een groot aantal IAO-verdragen geratificeerd, met name op het gebied van sociale grondrechten, arbeidsinspectie, arbeidsbeheer, beroep en beroepsuitoefening, sociale zekerheid en lonen. Veel lidstaten zijn begonnen met de ratificatieprocedure voor de recentste verdragen (gezondheid en veiligheid op het werk, arbeidsomstandigheden). Het recentste geconsolideerde IAO-verdrag betreffende arbeid op zee (2006) is zeer relevant voor de Europese sociale dialoog en de toekomstige normatieve werkzaamheden van de Gemeenschap en de lidstaten.

Het is van belang dat de lidstaten het ratificatie- en toepassingsproces voortzetten, met name voor de geactualiseerde verdragen. De Commissie zal dit proces, voorzover nodig, aanmoedigen en in de hand werken, rekening houdend met de desbetreffende communautaire bevoegdheden en beleidsmaatregelen.

Naast de doelstellingen van de agenda voor waardig werk bieden de Lissabonstrategie en de Europese sociale agenda een veel ruimer politiek kader voor vastberaden actie ter bevordering van werkgelegenheid, gelijke kansen en sociale samenhang.

3.2. Betere kennis om beter te overtuigen en te mobiliseren

De Commissie zal met de IAO, de VN en andere organisaties samenwerken om de problematiek in verband met waardig werk uit te diepen, de capaciteit van de partnerlanden te verbeteren en geschikte indicatoren te ontwikkelen. Het komt er met name op aan:

- goede praktijken en behaalde successen op dit gebied aan te wijzen;

- de analysen op het gebied van waardig werk en de wisselwerking ervan met andere beleidsmaatregelen uit te diepen;

- methodologieën te ontwikkelen voor het meten van de effecten van de liberalisering van de handel en de effecten van de productie- en distributiesystemen op wereldniveau, ook in de vrije productiezones, op waardig werk; het lopende proefproject met de IAO voor het meten van het effect van de handel op waardig werk uit te breiden;

- de analysen van het effect van de handel op duurzame ontwikkeling (SIA’s, Sustainability Impact Assessments) uit te diepen;

- te zorgen voor een betere samenhang tussen de analysen, de operationele acties en de programmering van de externe bijstand; gezamenlijk met de partnerlanden en –regio’s opgestelde diagnoses te bevorderen om de prioriteiten beter te kunnen selecteren en gemakkelijker externe bijstand beschikbaar te kunnen stellen.

In deze context is de inschakeling van het onderzoekbeleid van de EU belangrijk, zowel om de kennis te bevorderen als om de sociale en economische ontwikkeling te ondersteunen.

De Commissie ondersteunt de ratificatie en de toepassing van de verdragen inzake de sociale grondrechten, alsmede de uitvoering van nationale programma’s voor waardig werk, zoals overeengekomen in de IAO, of een gelijkwaardig stappenplan, met name in de context van de nationale ontwikkelingsstrategieën. De Commissie zal met de IAO, de VN en andere internationale organisaties samenwerken om de analysen te verbeteren en indicatoren betreffende de uitvoering van de agenda voor waardig werk op te stellen.

De Commissie zal de opleiding en de voorlichting op het gebied van waardig werk in haar delegaties in derde landen ontwikkelen en zal ook regionale seminars organiseren om de capaciteiten van de actoren te vergroten.

3.3. Betere benutting van het externe beleid van de EU

Uitbreiding

Met het oog op de toetreding moeten de kandidaat-lidstaten het volledige acquis communautaire overnemen. De pretoetredingsstrategie moet deze integratie van het acquis communautaire in goede banen leiden en draagt aldus rechtstreeks bij aan de bevordering van de agenda voor waardig werk in de kandidaat-lidstaten. Deze agenda is voor de kandidaat-lidstaten van groot belang gezien het engagement van de EU voor waardig werk en de complementariteit van bepaalde verdragen en strategieën van de IAO ten opzichte van het acquis communautaire. In dit verband zal de Commissie met name initiatieven steunen betreffende:

- de bevordering van de vrijheid tot het oprichten van vakverenigingen en van collectieve onderhandelingen om de capaciteiten van de actoren op het gebied van autonome sociale dialoog te vergroten;

- de versterking van het arbeidsbeheer, de arbeidsinspecties en de structuren voor het beheer van de sociale bescherming;

- de ontwikkeling van preventiestrategieën op het gebied van gezondheid en veiligheid op het werk.

Beleid inzake nabuurschap, regionale en bilaterale betrekkingen

Nabuurschap

De agenda voor waardig werk is ook van belang voor de landen die onder het Europese nabuurschapsbeleid vallen. Deze landen zijn opgenomen in een proces waardoor ze geleidelijk dichter bij de EU worden gebracht, ook al hebben ze niet dezelfde verplichtingen tot overname van het acquis communautaire. Het nabuurschapsbeleid zal aan de bevordering van waardig werk bijdragen door:

- de uitvoering van de aangegane verbintenissen inzake hervorming op het gebied van sociale grondrechten, werkgelegenheid, sociale zaken en gelijke kansen, zoals ze zijn omschreven in de tussen de EU en de betrokken landen overeengekomen actieplannen;

- de regelmatige politieke dialoog over deze vraagstukken in het kader van de institutionele structuren die bij de partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomsten en de associatieovereenkomsten zijn opgericht;

- de uitvoering van het vijfjarenwerkplan dat in november 2005 is overeengekomen in het kader van het Barcelonaproces en dat met name tot doel heeft de stelsels van sociale bescherming in de landen aan de zuidkust van de Middellandse Zee te versterken;

- aandacht aan waardig werk te schenken in de strategiedocumenten per land en regio, de thematische programmering en andere samenwerkingsinstrumenten; de eventuele deelneming van de betrokken landen aan bepaalde programma’s en aan de samenwerking met de communautaire agentschappen op een nog te bepalen wijze.

Regionale en bilaterale betrekkingen

De Commissie heeft onlangs haar strategische betrekkingen met Latijns-Amerika, het Caribisch gebied en Afrika opnieuw gedefinieerd. Zij heeft elementen in verband met waardig werk in haar voorstellen opgenomen en zij zal deze actief ten uitvoer leggen.

De Commissie zal de samenwerking met Latijns-Amerika en het Caribisch gebied op het gebied van sociale samenhang verdiepen. Zij heeft met Chili en de Andesgemeenschap werkprogramma’s opgesteld en zij treft voorbereidingen voor bilaterale samenwerking met nog andere landen, met name met Brazilië en Mexico. Zij zal de samenwerking tussen alle Latijnsamerikaanse landen op dit gebied aanmoedigen en ondersteunen.

De Commissie zal met de Afrikaanse Unie samenwerken op het gebied van de sociale dimensie van de regionale integratie en waardig werk, en met Zuid-Afrika bilateraal samenwerken. Zij zal het aspect waardig werk laten meespelen in het kader van de Overeenkomst van Cotonou en de regionale strategieën (Afrika, Caribisch gebied, Stille Oceaan).

De Commissie zal deze problematiek ook opnemen in de politieke dialogen met de Aziatische landen. Zij heeft in 2005 een dialoog met China aangeknoopt op gebieden zoals werkgelegenheid, arbeidswetgeving, sociale dialoog, sociale bescherming en sociale samenhang. Voorts heeft zij met India en de ASEM op het gebied van werkgelegenheid samengewerkt om waardig werk over de hele wereld ingang te doen vinden.

De Commissie zal de sociale dialoog ondersteunen bij regionale integratieprocessen buiten Europa waaraan de EU haar steun verleent.

Ontwikkelingssamenwerking

De Europese consensus over het ontwikkelingsbeleid van de EU van 20.12.2005 is het basisdocument dat voor het eerst de Europese instellingen en de lidstaten mobiliseert voor een verbetering van de coördinatie, de samenhang en de complementariteit van hun acties. In dat consensusdocument worden sociale samenhang en werkgelegenheid als communautair actieterrein erkend en wordt bepaald dat de Gemeenschap en de lidstaten waardig werk voor iedereen zullen bevorderen.

De Commissie zal in het kader van de thematische programmering en de programmering per land en regio de volgende acties ondersteunen:

- de integratie van waardig werk in de nationale en regionale strategieën voor ontwikkeling en armoedebestrijding;

- het geleidelijk rekening houden met waardig werk bij de verlening van begrotingssteun;

- de verbetering van de capaciteit van de bevoegde overheidsdiensten en van de maatschappelijke organisaties;

- de ontwikkeling van het midden- en kleinbedrijf;

- het betrekken van de sociale partners en de civiele maatschappij bij de strategieën voor ontwikkeling en armoedebestrijding;

- het opvoeren van de externe bijstand voor sociale aanpassingen in derde landen en regio's die betrokken zijn bij de liberalisering van de handel;

- de bevordering van de politieke samenhang en van de samenwerking met bevoegde internationale en regionale organisaties.

Verordening (EG) nr. 2110/2005 verplicht degenen aan wie met communautaire steun gefinancierde opdrachten worden gegund, de sociale grondrechten in acht te nemen. De Commissie is voornemens deze bepaling uit te breiden tot contracten die door het Europees Ontwikkelingsfonds worden gefinancierd. De Commissie verzoekt de lidstaten en de overige donors dezelfde stappen te ondernemen.

In bijlage II worden voorbeelden van acties ter bevordering van waardig werk gegeven die kunnen worden ontwikkeld in het kader van de programmering van de externe bijstand, rekening houdend met de context en de behoeften van de landen in kwestie.

De handel als factor voor duurzame ontwikkeling

De liberalisering van de handel zou moeten bijdragen aan de verwezenlijking van doelstellingen zoals hoge groei, volledige werkgelegenheid, armoedebestrijding en bevordering van waardig werk.

In het communautaire handelsbeleid vormen het nieuwe SAP en zijn speciale stimulans voor duurzame ontwikkeling en goed bestuur, het SAP + (2006-2008), het instrument bij uitstek voor de bevordering van de sociale grondrechten.

Het nieuwe SAP heeft reeds een aanzienlijk effect gesorteerd, zoals de versnelling van de ratificatie van de IAO-verdragen betreffende de sociale grondrechten.

De Commissie zal haar commerciële gewicht nadrukkelijker in de schaal leggen ter bevordering van de sociale normen en de normen voor waardig werk bij bilaterale of multilaterale handelsbesprekingen. Zij is met name van plan:

- een betere band tot stand te brengen tussen SAP, SAP + en externe bijstand van de Gemeenschap;

- rekening te houden met de sociale dimensie en waardig werk en met de aanbevelingen van de SIA-studies bij bilaterale en regionale handelsbesprekingen (inclusief APE/EPA met de landen van de ACS, Mercosur, de Samenwerkingsraad van de Golfstaten, MED, Midden-Amerika);

- gebruik te maken van de beleidsinstrumenten van de EU zoals externe bijstand om waardig werk te bevorderen in het kader van een open handelsstelsel;

- door te gaan met de aanpak betreffende de wisselwerking tussen handel, sociale rechten en werkgelegenheid die in 2004 is gepresenteerd in de inschrijvingen voor het mechanisme ter herziening van het handelsbeleid; en die aanpak bij de andere WTO-lidstaten aan te moedigen;

- de samenwerking tussen de WTO, de CNUCED, de IAO en andere bevoegde organisaties te bevorderen.

3.4. Bevordering van internationale en multilaterale governance

De versterking van de internationale en multilaterale governance is onontbeerlijk om de sociale dimensie van de mondialisering en de eigen inbreng van de partners in de agenda voor waardig werk te bevorderen.

In het kader van economische en sociale samenwerking

De Commissie ondersteunt de onlangs aangevatte dialogen tussen de internationale financiële instellingen (IFI), de IAO, de VN en de WTO over de complementariteit en de samenhang van hun beleid en over de onderlinge afhankelijkheid van economische groei, investeringen, handel en waardig werk. Zij roept deze organisaties en de G8 op bij te dragen aan de bevordering van waardig werk bij het ontwerp en de uitvoering van hun beleid, hun strategieën en instrumenten.

Zij zal haar samenwerking met de IAO intensiveren.

De Commissie zal bijdragen aan de werkzaamheden van de VN voor de uitvoering van de conclusies van de Top van 2005 betreffende productief en waardig werk, en met name aan de werkzaamheden van het High-Level Segment van de Economische en Sociale Raad van de VN (ECOSOC) in juli 2006.

Beter beheer van economische migratie

Voor het beheer van de migratie is samenwerking vereist tussen de landen en regio's van herkomst, van doorreis en van bestemming en met de internationale organisaties (IAO, IOM, VN).

De Commissie heeft in 2005 een actieplan inzake legale economische immigratie goedgekeurd. Zij steunt de inspanningen voor een coherente aanpak van de internationale migratie, zoals het verslag van de Wereldcommissie voor internationale migratie (2005) en het IAO-actieplan voor migrerende werknemers (2004). Zij draagt bij aan de voorbereiding van de ‘High Level Dialogue on Migration and Development’ (dialoog op hoog niveau over migratie en ontwikkeling) van de VN (2006).

Om ervoor te zorgen dat het migratiebeleid van de EU bijdraagt aan de ontwikkeling, is het nodig overmakingen naar het land van herkomst en de bijdrage daarvan aan de ontwikkeling van die landen te vergemakkelijken, de diasporagemeenschappen te mobiliseren, circulaire migratie aan te moedigen, de negatieve gevolgen van de braindrain te verzachten en op verantwoordelijke wijze de aanwervingen te beperken die gebeuren ten nadele van de ontwikkeling in sectoren die te kampen hebben met een schaarste aan gekwalificeerde arbeidskrachten, met name de gezondheidssector.

Bovendien moeten de autoriteiten van de betrokken landen worden geholpen om de migratiestromen beter te beheren, de migranten tegen uitbuiting te beschermen en de migranten die op hun grondgebied verblijven, beter te behandelen. De strijd tegen illegale immigratie en mensenhandel maakt deel uit van deze inspanningen.

Voorts stelt de Commissie haar langdurige ervaring op het gebied van het vrije verkeer van werknemers, de bevordering van hun rechten, het immigratiebeleid en de integratie van migranten ter beschikking van de nationale en regionale autoriteiten.

3.5. Samenwerking met de civiele maatschappij en de ondernemingen

Sociale partners, sociale dialoog en partnerschappen

De Commissie zal haar steun verlenen aan:

- het vergroten van de technische capaciteiten van de sociale partners en de civiele maatschappij;

- de ontwikkeling van de instellingen, de mechanismen en de werkwijzen teneinde het proces van de bipartiete en tripartiete sociale dialoog in de hand te werken en te versterken;

- maatregelen om de sociale partners en andere actoren van de civiele maatschappij beter bij de mondiale governance (WTO, IFI) te betrekken naar het voorbeeld van het overlegmodel van de OESO;

- het sluiten van transnationale collectieve overeenkomsten en van mondiale raamovereenkomsten.

Maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO)

De Commissie erkent de belangrijke rol van MVO, dat de wetgeving, de collectieve onderhandelingen en de controle op de arbeidsomstandigheden aanvult. Zij is van mening dat gedragscodes en andere MVO-instrumenten moeten gebaseerd zijn op internationaal erkende instrumenten (OESO, IAO).

De Commissie zal MVO verder bevorderen. Zij verzoekt de ondernemingen, het Europees Verbond voor MVO en de overige belanghebbenden initiatieven ter bevordering van waardig werk voor iedereen te ontwikkelen.

4. CONCLUSIES

DE BEVORDERING VAN waardig werk maakt deel uit van de inspanningen van de EU om haar waarden en haar ervaring te bevorderen en met anderen te delen.

De EU en haar lidstaten hebben deze doelstelling bevestigd in de conclusies van de Top van de Verenigde Naties van 2005.

De Commissie is voornemens vastberaden bij te dragen aan de verwezenlijking van dit doel en daarbij nauw samen te werken met de betrokken actoren, de partnerlanden en -regio's en de internationale en regionale organisaties. Zij verzoekt de andere instellingen van de EU, de lidstaten, de sociale partners en alle betrokken actoren samen te werken voor de bevordering van waardig werk voor iedereen wereldwijd.

Zij zal daartoe gebruik maken van haar extern beleid, haar ontwikkelingshulp en haar handelsbeleid. Zij roept niet alleen op tot naleving van de sociale grondrechten, maar ook tot de uitvoering in elk land van ambitieuze programma’s ter bevordering van waardig werk. Zij zal samen met de internationale organisaties indicatoren opstellen om de geleverde inspanningen te monitoren.

De Commissie zal vóór de zomer 2008 de balans opmaken van de follow-up van deze mededeling.

Global Employment Trends, 2006, IAO; verslag van de CMDSM, 2004, IAO.

COM(2004) 383; conclusies van de Raad over de sociale dimensie van de mondialisering, 3.3.2005, doc. 6286/05; verslag van het EP, A 6-0308/2005 van 15.11.2005; advies van het EESC van 9.3.2005 en advies van het CvdR van 23.2.2005; conclusies van de Europese Raad van december 2004 en van juni 2005.

Voor de belangrijkste referentiedocumenten over waardig werk, zie de bijlagen I en III.

Europese waarden in een geglobaliseerde wereld, COM(2005) 525.

Decent Work – How to Operationalize it: the Employers’ Perspective, 2002, IOE (International Organisation of Employers).

COM(2001) 416; conclusies van de Raad van 21.7.2003 en 3.3.2005; verslagen van het EP, juli 2003 en november 2005.

http://www.ilo.org/ilolex/french/newratframeF.htm

Mededeling van de Commissie ‘Migratie en ontwikkeling: een aantal concrete ideeën’, COM(2005) 390 van 1.9.2005.

Zie COM(2006) 136.