Artikelen bij JOIN(2012)14 - Uitwerking nieuwe richting voor Nabuurschapsbeleid

Dit is een beperkte versie

U kijkt naar een beperkte versie van dit dossier in de EU Monitor.

dossier JOIN(2012)14 - Uitwerking nieuwe richting voor Nabuurschapsbeleid.
document JOIN(2012)14 NLEN
datum 15 mei 2012
 

|
52012JC0014

GEZAMENLIJKE MEDEDELING AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO’S Resultaten boeken voor een nieuw Europees nabuurschapsbeleid /* JOIN/2012/014 final */


GEZAMENLIJKE MEDEDELING AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO’S

Resultaten boeken voor een nieuw Europees nabuurschapsbeleid

Inleiding

De veranderingen van het afgelopen jaar in de nabuurschap, meer bepaald in het zuidelijke Middellandse Zeegebied, maar ook in Oost-Europa, hebben tot een snelle reactie van de EU geleid. Na enkele weken al publiceerden de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid en de Europese Commissie een gezamenlijke mededeling over een partnerschap voor democratie en gedeelde welvaart, met daarin de onmiddellijke respons op de historische gebeurtenissen die zich voordeden. Tezamen met de herziening van het nabuurschapsbeleid heeft dit geleid tot een nieuwe strategie voor de veranderingen in de Europese nabuurschap. Hiermee werd een duidelijk signaal van solidariteit en steun gegeven aan de volkeren van het zuidelijke Middellandse Zeegebied. Hun strijd voor democratie, waardigheid, welvaart en vrijheid van vervolgingen zou door Europa worden gesteund. Europa zou ook zijn ervaring en deskundigheid aanbieden om de overgang van autoritair regime naar democratie te helpen aanpakken. Dit is een topprioriteit geweest voor de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) en de Europese Commissie. Voortbouwend op de verwezenlijkingen van het Oostelijk partnerschap was het nieuwe beleid ook een antwoord op de oproep van de Oost-Europese partners van de EU tot nauwere politieke samenwerking en meer economische integratie met de EU. De succesvolle top van het Oostelijk partnerschap in Warschau en de gezamenlijke verklaring van de top gaven een nieuwe impuls aan de uitvoering van deze nieuwe aanpak.

Het beleid is gebaseerd op een nieuwe aanpak, zoals “meer voor meer”, het belang van wederzijdse verantwoordingsplicht tussen de EU en haar partners, de noodzaak van partnerschappen, niet alleen met de overheden, maar ook met maatschappelijke organisaties (zoals ngo’s, bedrijven, universiteiten, media, vakbonden, religieuze groepen) en de erkenning van de bijzondere rol van vrouwen om zowel de politiek als de maatschappij nieuwe vorm te geven.

Met de nieuwe aanpak van het Europees nabuurschapbeleid wordt ook het belang van differentiëring erkend en worden de betrekkingen op de wensen van de partners toegespitst. De nieuwe aanpak is daarom gebaseerd op respect voor de specifieke kenmerken van elke partner en diens weg naar hervormingen. Het nieuwe beleid heeft een grotere flexibiliteit verankerd en een kader ingesteld voor respons op maat, volgens de specifieke behoeften van de landen, hun vooruitgang met de hervormingen en de aard van het partnerschap dat zij met de EU nastreven.

Na één jaar biedt deze gezamenlijke mededeling van de hoge vertegenwoordiger en de Commissie een evaluatie van de tenuitvoerlegging van de nieuwe aanpak. Deze mededeling gaat vergezeld van een reeks gemeenschappelijke werkdocumenten en toont aan dat de EU zonder dralen de grondslag heeft gelegd voor een nieuw beleid en dat de meeste partnerlanden daarop positief hebben gereageerd, en ook hun bereidheid hebben laten blijken om met meer vastberadenheid politieke en economische hervormingen door te voeren en de banden met de EU nauwer aan te halen.

Een aantal vernieuwingen is van bijzonder belang:

· In juli 2011 wees de Raad een speciale EU-vertegenwoordiger aan voor het zuidelijke Middellandse Zeegebied. De nieuwe speciale EU-vertegenwoordiger heeft in samenwerking met de Commissie en de EDEO bijgedragen tot de respons van de EU door een grotere doeltreffendheid en zichtbaarheid van de Unie via politieke dialoog en economische samenwerking met alle partijen die betrokken zijn bij het proces van democratische omvorming in de regio. Om deze doelstellingen te bereiken, is het de bedoeling dat de taskforce samenwerkt met onze partners door het beschikbaar stellen van landenspecifieke deskundigheid en middelen uit de EU, de lidstaten, de Europese Investeringsbank, de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling, alsook andere internationale financiële instellingen en de particuliere sector. De taskforces EU-Tunesië en EU-Jordanië zijn doeltreffende instrumenten gebleken voor democratische veranderingen, waardoor de bijstand en de financiële steun sneller konden worden verstrekt, via een breed spectrum aan instellingen. De taskforce kan als katalysator fungeren voor een verdieping van de betrekkingen van de EU met deze landen op een resultaatgerichte, op maat gesneden en gedifferentieerde wijze.

· De Commissie heeft een aantal overkoepelende financiële programma’s opgezet (SPRING voor het Zuiden en EaPIC voor het Oosten) om de extra fondsen die in 2011 werden aangekondigd, sneller beschikbaar te stellen om de democratische omvorming, de opbouw van instellingen en verdere groei in de partnerlanden te steunen.

· In het licht van de problematische economische vooruitzichten in Europa hebben de hoge vertegenwoordiger en de Commissie moedige stappen gezet om buiten de traditionele gemeenschapsbegroting om financiële steun voor de overgang in de nabuurschap vrij te maken. Dit omvatte onder meer een stijging van de plafonds van 1,15 miljard euro voor de partnerlanden van leningen van de Europese Investeringsbank, en een uitbreiding van het mandaat van de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling om ook de landen van het zuidelijke en oostelijke Middellandse Zeegebied te bestrijken.

· Een faciliteit voor het maatschappelijk middenveld voor de hele nabuurschap werd in september met een initiële begroting van 26 miljoen euro voor 2011 opgezet. Vergelijkbare bedragen zijn gepland voor 2012.

Hoewel de vooruitgang niet algemeen was, hebben ettelijke partners sinds vorig jaar belangrijke stappen gezet om hun democratiserings- en hervormingsproces te versnellen. Er zijn meer vrije en eerlijke verkiezingen geweest en de fundamentele rechten en de mensenrechten werden beter beschermd. Er is ook meer ruimte geboden voor openbare debatten, waarbij de verantwoordingsplicht van de regeringen werd verscherpt.

“Meer voor meer”

Het nieuwe beleid plaatste het beginsel “meer voor meer” centraal: alleen die partners welke politieke hervormingen willen ondernemen en de gemeenschappelijke universele waarden van mensenrechten, democratie en de rechtsstaat willen respecteren, kunnen van de meest ambitieuze aspecten van het aanbod van de EU gebruik maken, namelijk economische integratie (binnen de op te richten diepe en brede vrijhandelszones – DCFTA’s), mobiliteit van mensen (mobiliteitspartnerschappen), alsook grotere financiële steun van de EU. Evenzo heeft de EU op schendingen van de mensenrechten en de democratische normen gereageerd door de steunverlening terug te schroeven.

“Meer voor meer” in de praktijk · In het licht van de belangrijke stappen die met het democratische overgangsproces in Tunesië zijn gezet, heeft de EU haar financiële steun van 80 miljoen euro in 2010 verdubbeld tot 160 miljoen euro in 2011 en technische steun verleend om de parlementaire verkiezingen te helpen organiseren. · Onderhandelingen over een DCFTA gingen van start met de Republiek Moldavië, Georgië en binnenkort ook met Armenië. De onderhandelingsrichtsnoeren voor DCFTA’s met Egypte, Jordanië, Marokko en Tunesië werden door de Raad goedgekeurd. Deze overeenkomsten zullen de economische integratie van de partners in de interne markt van de EU verbeteren. · Als antwoord op de verslechterende situatie in Syrië heeft de EU besloten de financiële steun aan de regering op te schorten en sancties op te leggen. De hoge vertegenwoordiger en de Commissie hebben actief hun steun betuigd aan de bemiddelingspogingen van de Verenigde Naties en de Liga van Arabische staten, terwijl de Commissie humanitaire steun verleent. · De EU heeft onlangs een mobiliteitspartnerschap gesloten met Armenië en is dat ook van plan met Marokko en Tunesië. · Om de hervormingsinspanningen in de partnerlanden verder te steunen, wordt 670 miljoen euro ter beschikking gesteld als aanvulling op de bestaande landenprogramma’s. De steun wordt verstrekt via twee overkoepelende programma’s (SPRING voor het Zuiden en EaPIC voor het Oosten) en wordt toegewezen aan die partnerlanden welke de meeste vooruitgang boeken voor duurzame democratie. Voor Algerije, Jordanië, Marokko en Tunesië werden er reeds toewijzingen aangekondigd. · De associatie-overeenkomst met Oekraïne werd geparafeerd. De prestaties van Oekraïne, meer bepaald wat betreft het respect voor gemeenschappelijke waarden en de rechtsstaat, zullen van cruciaal belang zijn voor de snelheid waarmee de politieke associatie en de economische integratie van het land met de EU zal verlopen, met name in de context van de sluiting van de overeenkomst en de uitvoering daarna. In deze context wekken de processen en vonnissen tegen oppositieleiders grote bezorgdheid over het respect van een eerlijke procesvoering en de onafhankelijkheid van het gerecht. · De hervatting van de officiële 5+2-gesprekken voor een beslechting van het conflict in de regio Transnistrië in de Republiek Moldavië ging vergezeld van een intensieve samenwerking met de regering van de Republiek Moldavië, het opzetten van grootschalige vertrouwenwekkende maatregelen vanwege de EU en een geleidelijke herziening van de EU-sancties tegen de regio Transnistrië, als erkenning van de constructieve houding van de leiders van deze regio. · Om uitdrukking te geven aan haar grote bezorgdheid in verband met het voortdurende gebrek aan respect voor de mensenrechten, de democratie en de rechtsstaat in Belarus, heeft de EU een reeks beperkende maatregelen afgekondigd en het grootste deel van haar steun herschikt ten behoeve van de maatschappelijke organisaties. De EU heeft tevens een Europese dialoog over modernisering opgezet met de oppositie en maatschappelijke organisaties.

De EU is ook nauw betrokken bij samenwerking met de partners over een breed spectrum van sectorale kwesties, gebaseerd op EU-normen en -waarden. De hervormingen moeten door de partners met hernieuwde inzet worden voortgezet omdat zij de basis vormen voor inclusieve sociaal-economische groei, de schepping van werkgelegenheid (speciaal voor jongeren), de terugdringing van de armoede en meer buitenlandse investeringen. Gerichte financiële steun, institutionele capaciteitsopbouw, meer sectorale dialoog en de geleidelijke openstelling van programma’s en agentschappen bieden de EU en de partnerlanden de mogelijkheid terdege rekening te houden met het complexe karakter van dit proces, waarmee moeilijke keuzen gemoeid zijn, naast begeleidende maatregelen ter bescherming van kwetsbare burgers.

Een partnerschap met de samenleving

De EU heeft in toenemende mate contacten gelegd met maatschappelijke organisaties in alle buurlanden, met inbegrip van de landen waarvoor sancties gelden en de financiële steun werd opgeschort. Dit engagement is over het algemeen goed onthaald door de partnerlanden en ook door de lokale en internationale maatschappelijke organisaties. De EU is voornemens dit engagement te verbreden, meer bepaald door de maatschappelijke organisaties te betrekken bij de voorbereiding van en het toezicht op actieplannen en dergelijke.

Concrete stappen naar een partnerschap met de maatschappelijke organisaties · Een “faciliteit voor het maatschappelijk middenveld” voor de hele nabuurschap werd in september 2011 met een initiële begroting van 26 miljoen euro voor 2011 opgezet. Vergelijkbare bedragen zijn gepland voor 2012 en 2013. · De mensenrechtendialoog in het kader van het Oostelijk partnerschap werd aangevuld door gezamenlijke seminars met maatschappelijke organisaties, en het Forum van het maatschappelijk middenveld van het Oostelijk partnerschap is een permanent lid van alle vier multilaterale platforms geworden. · In de zuidelijke nabuurschap heeft de EU haar steun voor de Anna Lindh-Stichting vergroot om de maatschappelijke organisaties in de regio te mobiliseren en te revitaliseren. · De Raad van Europa heeft zijn betrokkenheid in deze regio vergroot. Na een eerste faciliteit voor steun aan de werkzaamheden van de Raad in de oostelijke nabuurschap heeft de Commissie besloten tot een faciliteit ten bedrage van 4,8 miljoen euro voor de activiteiten van de Raad van Europa in de landen van de zuidelijke Middellandse Zee. · Ter bevordering van de vrijheid van meningsuiting heeft de EU een “blijf aan de lijn”- strategie opgezet om de maatschappelijke organisaties en individuele burgers te helpen arbitraire onderbrekingen van de toegang tot elektronische communicatietechnologieën op te vangen. · In december 2011 kwam de Raad de voornaamste beginselen voor de oprichting van een Europees Fonds voor Democratie (EED) overeen. Het EED zal in het begin, hoewel niet uitsluitend, de focus richten op de nabuurschap van de EU. · Parallel met de opschorting of herschikking van steun heeft de EU haar financiële steun aan maatschappelijke organisaties verhoogd in landen waar de mensenrechten blijvend geschonden worden. · De EU heeft ook aangeboden te onderhandelen over visumfacilitering en overname-overeenkomsten met Belarus om de contacten van mens tot mens te vergemakkelijken. Tot dusver hebben de autoriteiten van Belarus niet op dit aanbod gereageerd. De EU-lidstaten streven naar een optimaal gebruik van de flexibiliteit die wordt geboden door de visumcode om visumtarieven af te schaffen of te verlagen voor bepaalde categorieën Belarussische burgers of in individuele gevallen. · De EU biedt meer mogelijkheden voor de modernisering van het hoger onderwijs, academische mobiliteit en jeugduitwisselingen. In 2012 en 2013 zal de financiering van de deelname van de nabuurschapslanden aan de samenwerkingsprogramma’s voor hoger onderwijs worden verdubbeld, zullen nieuwe mogelijkheden worden gecreëerd voor jeugduitwisselingen en netwerking van jeugdwerkers. Voorts werden diverse regionale dialogen over onderwijs, jeugd en cultuurbeleid opgezet of zal dit binnenkort gebeuren.

Wederzijdse verantwoordingsplicht

In het kader van de algemene “meer voor meer”-aanpak is de EU in overleg met de partnerlanden doende haar beleidsmiddelen aan te passen om de wederzijdse verantwoordingsplicht te bevorderen en de beleidsdialoog meer interactief en directer te maken.

Middelen om de wederzijdse verantwoordingsplicht te versterken · Meer formele en informele contacten en dialoogvoering op politiek niveau bieden de mogelijkheid de hervormingen in de partnerlanden en de daarmee verbonden EU-steun beter politiek te sturen. · Met ingang van dit jaar zullen de voortgangsverslagen per land steeds duidelijker worden in hun evaluatie van de vooruitgang die wordt geboekt, meer bepaald naar een goed verankerde en duurzame democratie. De voortgangsverslagen bieden de mogelijkheid om een aanpak op basis van stimulansen toe te passen en een sterkere band te scheppen met alle relevante aspecten van de EU-respons, met inbegrip van financiële steunverlening. De voortgangsverslagen zullen specifieke aanbevelingen per land omvatten die de partnerlanden ter harte zouden moeten nemen. · Er zijn meer contacten geweest op alle niveaus, van hoge ambtenaren tot belanghebbenden en maatschappelijke organisaties, waarbij de vertegenwoordigers van de partnerlanden hun opvatting konden uiteenzetten over de tenuitvoerlegging van de nieuwe aanpak en konden reageren op de verwezenlijking door de EU van haar verbintenissen. Deze bijeenkomsten zullen op regelmatiger basis plaatsvinden.

1. Ontwikkelingen in de nabuurschapslanden

1.1         Een jaar van snelle, zij het ongelijke ontwikkelingen

Na jaren van betrekkelijke stagnatie schiet de democratie steeds meer wortel in de nabuurschap als gevolg van de democratische revoluties van vorig jaar in Noord-Afrika. In een aantal landen werden belangrijke verkiezingen gehouden met de deelname van diverse politieke partijen. De algemene trend gaat in de richting van meer democratie, een verantwoordelijker goed bestuur en een groter respect voor de mensenrechten en de fundamentele vrijheden. Op bepaalde gebieden die zeer belangrijk zijn voor de duurzaamheid van de aan de gang zijnde politieke hervormingen, is de vooruitgang echter beperkter gebleven. In sommige landen is de vooruitgang stilgevallen of zijn er tekenen van achteruitgang.

Waar structurele hervormingen werden doorgevoerd, is de armoede teruggelopen en werden buitenlandse investeringen aangetrokken, hoewel nog belangrijke sociale problemen blijven bestaan. De voortdurende aanpassing aan de normen en waarden van de EU heeft geleid tot sterkere commerciële banden, ondanks het slechte economische klimaat. De steeds grotere toename van de sectorale samenwerking met de EU is een steun voor het oplossen van transport- en energieproblemen en de aanpak van milieu- en klimaatkwesties.

1.2         Duurzame democratieën opbouwen

In Egypte, Jordanië, Marokko en Tunesië is een proces van constitutionele hervormingen aan de gang met het oog op meer verantwoordingsplicht van de regeringen ten aanzien van democratisch gekozen parlementen, een grotere onafhankelijkheid van het gerecht en het wegwerken van verdere belemmeringen voor een grotere deelname aan het politieke leven. Tunesië heeft een constitutionele vergadering verkozen in de eerste democratische en geloofwaardige verkiezingen sinds de onafhankelijkheid van het land. Ook Egypte en Marokko hebben een parlement verkozen op een over het algemeen vrije en transparante manier.

Over het algemeen is er meer respect voor de vrijheid van meningsuiting, vereniging en vergadering dan in het verleden. De Republiek Moldavië en Tunesië hebben vandaag voldoende wettelijke kaders voor de bescherming van de vrijheid van vergadering en vereniging. Er moet echter nog veel gebeuren in de nabuurschap om te verzekeren dat deze vrijheid zowel in de wet als in de praktijk volledig wordt gegarandeerd en om de maatschappelijke organisaties de noodzakelijke ruimte te bieden om hun cruciale rol te vervullen. In Egypte is er enige opening waarneembaar van de politieke ruimte, hoewel de vrijheid van meningsuiting, activiteiten van maatschappelijke organisaties en vreedzame demonstraties vaak met repressie te maken krijgen. In Azerbeidzjan worden de burgerlijke vrijheden nog steeds in ernstige mate beperkt.

In toenemende mate wordt aandacht besteed aan het corruptieprobleem, ook al volgen op moedige politieke uitspraken niet steeds vastberaden acties. Waar dit toch gebeurt, zoals in Georgië, draagt het bij tot respect voor de rechtsstaat en tot het creëren van een bedrijfsklimaat dat ondernemers aanmoedigt en buitenlandse investeringen aantrekt.

In de hele nabuurschap zijn meer inspanningen nodig om respect voor de rechtsstaat te verzekeren, waarop door een doeltreffend, onpartijdig en onafhankelijk rechtssysteem toezicht wordt uitgeoefend, met garanties voor gelijke toegang tot het gerecht en respect voor correcte en eerlijke procesnormen, alsook de voortzetting van de hervorming van de veiligheidssector. Hoewel het proces van democratische overgang en constitutionele hervormingen in een aantal landen uit de nabuurschap aan de gang is, heeft dit nog niet geleid tot een sneller, meer transparant en eerlijker rechtsstelsel en een groter gevoel van veiligheid. In Egypte worden burgers nog steeds door militaire rechtbanken berecht.

De opbouw van een duurzame democratie betekent ook dat gelijke behandeling van vrouwen en mannen moet worden gegarandeerd en de deelname van vrouwen aan het politieke en economische leven moet worden bevorderd. In een aantal landen was er in de praktijk weerstand tegen wettelijke bepalingen met het oog op een meer evenwichtige samenstelling van de parlementen, waardoor zij niet het beoogde effect hebben kunnen sorteren. De lokale en regionale autoriteiten hebben een essentiële rol om de kloof tussen de bevolking en de instellingen te dichten, waarbij politieke participatie op lokaal niveau wordt bevorderd en wordt verzekerd dat bij de politieke besluitvorming rekening wordt gehouden met lokale behoeften.

Er is ook vooruitgang geboekt met betrekking tot het respect voor andere mensenrechten. Tunesië heeft een aantal optionele protocollen geratificeerd bij belangrijke mensenrechtenverdragen. Marokko en Tunesië hebben het optionele protocol bij het VN-Verdrag tegen foltering geratificeerd. Er is meer respect voor de rechten van minderheden in Armenië en Marokko. Toch blijven in een aantal landen foltering en vernederende en onmenselijke behandeling door de veiligheidsdiensten aan de orde van de dag. Ook discriminatie op gronden van godsdienst of geloofsovertuiging, etnische afkomst of seksuele oriëntatie blijft wijd verspreid en in vele landen blijft mensenhandel een ernstig probleem.

De situatie in Belarus is het afgelopen jaar ernstig verslechterd na het aanpakken van de oppositie en de maatschappelijke organisaties in december 2010 in de nasleep van de presidentsverkiezingen. De EU heeft opnieuw sancties moeten afkondigen en deze verscherpen. De EU blijft ernstig bezorgd om de situatie in Belarus waar de autoriteiten geweigerd hebben om alle politieke gevangenen vrij te laten en te rehabiliteren en de onderdrukking van de oppositie, de media en de maatschappelijke organisaties te staken. Tot dusver hebben de autoriteiten van Belarus niet geantwoord op het aanbod van de EU om te onderhandelen over visumfacilitering en overname-overeenkomsten, waardoor zij hun burgers de mogelijkheid ontnemen gemakkelijker door de EU te reizen. Momenteel zijn de voorwaarden niet gegeven voor een volle deelname van Belarus aan het Europees nabuurschapsbeleid. Belarus neemt alleen deel aan de multilaterale dimensie van het Oostelijk partnerschap. De EU blijft vastbesloten om haar partnerschap met de bevolking van Belarus te versterken en meer steun te bieden aan de maatschappelijke organisaties in dat land.

Algerije is van start gegaan met een proces van politieke hervormingen die begin 2012 hebben geleid tot de goedkeuring van een aantal nieuwe strenge wetten over het houden van verkiezingen, de deelname van vrouwen aan verkozen vergaderingen, verenigingen, de media, politieke partijen, decentralisatie en de onverenigbaarheid van politieke mandaten. Na de parlementsverkiezingen van 10 mei wordt een herziening van de grondwet verwacht. In de context van de nieuwe focus van het Europees nabuurschapsbeleid op een op maat gesneden en gedifferentieerde aanpak, heeft Algerije besloten toe te treden tot het Europees nabuurschapsbeleid en de gesprekken over het desbetreffende ENB-actieplan zijn reeds van start gegaan.

De situatie in Libië is zich geleidelijk aan het stabiliseren na afloop van de burgeroorlog. De EU steunt het overgangsproces en bekijkt regelmatig met de autoriteiten de problemen in verband met de eerbiediging van de mensenrechten. De EU is bereid onderhandelingen te beginnen met de nieuwe Libische regering voor een contractuele overeenkomst en in deze context te spreken over de mogelijke deelname van Libië aan het Europees nabuurschapsbeleid, gebaseerd op gedeelde verbintenissen ten aanzien van de waarden van democratie, de rechtstaat en het respect voor de mensenrechten.

1.3         Conflicten

Vreedzame oplossingen vinden voor langdurige conflicten blijft een knellend probleem in de nabuurschap. De voornaamste verantwoordelijkheid hiervoor ligt bij de partijen bij het conflict die grotere inspanningen moeten leveren om in een geest van compromis tot overeenstemming te komen. Zolang dat niet gebeurt, kan van de internationale bemiddelingspogingen volgens vaste formules geen doorbraak worden verwacht. De volledige realisatie van het potentieel van het Europees nabuurschapsbeleid vereist geloofwaardiger en volgehouden inspanningen van de kant van de nabuurschapslanden om werk te maken van de oplossing van conflicten. Daarnaast staat de EU klaar om de nodige steun te verlenen voor de tenuitvoerlegging van de overeengekomen regelingen.

In het geval van Syrië heeft de EU de systematische schendingen van de mensenrechten door de Syrische regering streng veroordeeld. De EU heeft president Assad opgeroepen af te treden en de weg vrij te maken voor een vreedzame en democratische overgang. Tezamen met de EU-lidstaten en de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties heeft de EU alle moeite gedaan om te verzekeren dat de internationale gemeenschap met één stem spreekt ter ondersteuning van het plan van de speciale gezant van de VN en de Liga van Arabische staten, Kofi Annan. De hoge vertegenwoordiger en de Europese dienst voor extern optreden hebben deelgenomen aan vergaderingen van de Vrienden van Syrië. De hoge vertegenwoordiger riep regelmatig het crisisplatform bijeen waarin alle relevante diensten in de Europese dienst voor extern optreden en de Commissie zetelen (sancties, humanitaire steun, ontwikkelingssamenwerking, contacten met de delegaties en steun aan de VN). Als antwoord op de crisis heeft de EU alle soorten samenwerking opgeschort en beperkende maatregelen vastgesteld waarop constant wordt toegezien. De EU heeft alleen die steun gehandhaafd die de bevolking, studenten, mensenrechtenactivisten en de oppositie in Syrië ten goede komt. De EU maakte een bijdrage van 10 miljoen euro vrij voor humanitaire steun aan Syrië en de getroffen buurlanden. De EU heeft ook nauw samengewerkt met de buurlanden van Syrië en heeft een speciale maatregel van de Commissie voorgesteld om 23 miljoen euro ENPI-middelen te reserveren om specifieke steun te bieden aan de maatschappelijke organisaties in Syrië, alsook aan vluchtelingen en de getroffen bevolkingen in de buurlanden.

De EU-delegatie in Damascus bleef open om de Syrische bevolking te steunen en de EU-respons voor de crisis te helpen coördineren. In de EU-delegatie zijn ettelijke diplomaten uit lidstaten gevestigd die besloten hebben de activiteiten van hun eigen ambassades op te schorten.

In 2011 is de EU er enigszins in geslaagd het Kwartet nieuwe impulsen te geven en heeft zij haar inspanningen voortgezet om zowel Israël als de Palestijnse autoriteit ertoe aan te zetten terug te keren naar de onderhandelingstafel. In zijn verklaring van 23 september riep het Kwartet op tot een onverwijlde en onvoorwaardelijke hervatting van directe bilaterale onderhandelingen om te komen tot een overeenkomst binnen een door de partijen overeen te komen tijdskader, maar niet later dan eind 2012. Het Kwartet riep de partijen er tevens toe op geen provocerende acties te ondernemen en herhaalde de verplichtingen van de Routekaart.

In de oostelijke nabuurschap werden dankzij de verenigde inspanningen van de 5+2-leden en de EU in een goede sfeer formele gesprekken hervat om het conflict in Transnistrië op te lossen. Er vond een aantal ontmoetingen op hoog niveau plaats en er werden stappen gezet om vertrouwenwekkende maatregelen te intensifiëren (bv. de mogelijkheid voor bedrijven uit Transnistrië om zich in te schrijven in de Republiek Moldavië en te genieten van de autonome handelspreferenties, tariefvrijstellingen voor inschrijvingen bij bezoeken aan Transnistrië, het opzetten van een werkgroep ter bestudering van verdere vertrouwenwekkende maatregelen, discussies tussen douane- en spoorwegautoriteiten om de uitvoer van goederen te vergemakkelijken). De gesprekken tussen de presidenten van Armenië en Azerbeidzjan over Nagorno-Karabach, die door de Minsk-groep van de OVSE als bemiddelaar werden gesteund, hebben niet tot een doorbraak geleid. Het internationale overleg van Genève over Abchazië en Zuid-Ossetië werd voortgezet onder gezamenlijk EU-VN-OVSE-voorzitterschap, met name over de kwestie van het niet-gebruik van geweld.

1.4.        Inclusieve economische ontwikkeling en handel

In de meeste oostelijke buurlanden van de EU was de groei constant en werden de gevolgen van de crisis van 2009 verder overwonnen. Dit stelde landen als Armenië, Azerbeidzjan en de Republiek Moldavië in staat verder vooruitgang te boeken met de bestrijding van de armoede en de werkloosheid. De Republiek Moldavië en Georgië hebben ook doelbewust structurele hervormingen doorgevoerd, terwijl de vooruitgang in Oekraïne is stilgevallen en het landenprogramma met het Internationaal Monetair Fonds (IMF) ontspoord is.

De groei in de zuidelijke nabuurschap van de EU was trager, met name in die landen waar de democratische overgang vergezeld ging van sociale onrust, stakingen en politieke instabiliteit of die te lijden hadden onder conflicten in buurlanden. Om de groeiende werkloosheid aan te pakken en verdere interne onrusten te verhinderen, hebben vele landen hun begrotingsbeleid versoepeld, de uitgaven van de overheid verhoogd en als gevolg daarvan een begrotingsdeficit veroorzaakt. Deze tendens moet worden rechtgetrokken om de macro-economische stabiliteit te handhaven en mogelijke problemen met de schuldfinanciering te vermijden. In Israël wezen protesten op wijdverspreide bezorgdheid over de sociale rechtvaardigheid en de groeiende ongelijkheid in de verdeling van de rijkdom. In de hele nabuurschap, net als binnen de EU, moet de nadruk liggen op een meer inclusieve economische ontwikkeling door de interne samenhang te bevorderen en de regionale en sociale ongelijkheden aan te pakken.

2. EU-samenwerking met de partners

2.1         Een succesvol jaar

De meeste partnerlanden hebben positief gereageerd op de nieuwe nadruk die komt te liggen op meer differentiatie en wederzijdse verantwoordingsplicht, en hebben zich bereid verklaard met meer daadkracht politieke en economische hervormingen door te voeren en de banden met de EU nauwer aan te halen. Dit werpt reeds vruchten af.

In het oosten heeft de mededeling van de afgelopen maand mei een extra impuls gegeven aan de ontwikkeling van het Oostelijk partnerschap. De top van het Oostelijk partnerschap in Warschau nam nota van de behaalde resultaten en bevestigde de politieke verbintenissen van de EU en haar oostelijke buurlanden om verder te gaan naar meer politieke associatie en economische integratie en erkende tevens de Europese aspiraties en de keuze voor Europa van sommige partners. De top kwam overeen een routekaart voor het Oostelijk partnerschap op te zetten, die tezamen met deze mededeling wordt goedgekeurd en een praktische handleiding biedt voor toezicht op de uitvoering, tot de volgende top die voor het najaar van 2013 is gepland.

Drie jaar na het opzetten ervan heeft het Oostelijk partnerschap aanzienlijke vooruitgang geboekt. De EU en de oostelijke partnerlanden hebben hun dialoog over de mensenrechten opgevoerd. Met alle partners (met uitzondering van Belarus) werden onderhandelingen over associatie-overeenkomsten gestart. Met Oekraïne werden de onderhandelingen afgesloten. De onderhandelingen over de diepe en brede vrijhandelszones (DCFTA’s) maken vooruitgang. Het doel om geleidelijk aan te komen tot visumvrij reizen en andere elementen van de samenwerkingsagenda van het Oostelijk partnerschap worden met succes aangepakt.

In de zuidelijke nabuurschap is de EU erg actief geweest om te antwoorden op de historische veranderingen. De EU heeft betrekkingen aangeknoopt met regionale organisaties (met name de Liga van Arabische staten) om oplossingen voor de conflicten te zoeken. De hoge vertegenwoordiger en de Commissie hebben de resultaten van de democratische verkiezingen verwelkomd en hun bereidheid bevestigd om met de nieuwe regeringen samen te werken. De EU heeft waar nodig onmiddellijk humanitaire steun verleend, haar financiële bijstand geheroriënteerd, het bedrag voor landen waar grotere behoeften bestaan, opgevoerd en in andere gevallen teruggeschroefd. De EU heeft ook nieuwe samenwerking en dialoog aangeboden inzake handel en mobiliteit. De EU is een erkende en betrouwbare partner geworden bij de voorbereiding, de organisatie en het toezicht op verkiezingen. De EU heeft haar engagement voor en steun aan de maatschappelijke organisaties in de regio aanzienlijk vergroot.

Op voorstel van de hoge vertegenwoordiger heeft de Raad een speciale EU-vertegenwoordiger voor het zuidelijke Middellandse Zeegebied aangewezen om de dialoog met de landen in een overgangssituatie te ontwikkelen, de inbreng en coördinatie van de EU en de lidstaten op te voeren en de coördinatie met de internationale financiële instellingen en de particuliere sector te verzekeren. Dit begint in de regio reeds tastbare resultaten op te leveren. De eerste taskforce kwam bijeen in Tunesië in september 2011 en kondigde een zeer belangrijk internationaal steunpakket aan, met zowel subsidies als leningen, waaraan de Commissie voor de periode 2011-2013 met een bedrag van 400 miljoen euro subsidies bijdraagt. De tweede taskforce kwam bijeen in Jordanië in februari 2012 om er het proces van de politieke en economische hervormingen te steunen. Politieke partijen en maatschappelijke organisaties leverden hun bijdrage tot de taskforce. Bij deze gelegenheid werd tevens een substantieel internationaal financieel steunpakket aangekondigd. De taskforces zijn geen eenmalige gebeurtenissen maar een proces waarbij follow-upvergaderingen op verschillende niveaus zijn verbonden voor de evaluatie van de vooruitgang en de tenuitvoerlegging. De gemeenschappelijke organen die zijn opgezet in het kader van de associatie-overeenkomst, houden toezicht op de uitvoering van de aanbevelingen van de taskforce. Na de presidentsverkiezingen en de overgang naar een burgerregering zal ook met Egypte in 2012 een taskforce worden georganiseerd.

2.2         Duurzame democratieën opbouwen

De nieuwe nadruk van de EU op het opzetten van goed verankerde democratieën en de bevordering van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden is gepaard gegaan met vastberaden acties.

Om de democratische overgang te steunen heeft de EU haar samenwerking met de Raad van Europa opgedreven en synergieën nagestreefd met de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa, door aan de parlementen van de landen van de zuidelijke Middellandse Zee de status van “partner voor democratie” aan te bieden. Deze status werd toegekend aan Marokko en de Palestijnse autoriteit. De EU heeft met de Raad van Europa ook een programma ontwikkeld om het hervormingsproces in de landen van het Oostelijk partnerschap te steunen. Dat programma omvat de hervorming van het gerecht en het respect voor de mensenrechten in strafzaken, het naleven van Europese verkiezingsnormen en de strijd tegen corruptie en ernstige vormen van cybercriminaliteit. Dit werd later aangevuld door een vergelijkbaar programma met de zuidelijke buurlanden van de EU, met de nadruk op constitutionele hervormingen en de hervorming van het gerecht en van het verkiezingsstelsel.

De EU heeft technische bijstand verleend aan de verkiezingsautoriteiten in Tunesië om hen te helpen met de voorbereiding van de eerste democratische verkiezingen daar en heeft ook de Tunesische maatschappelijke organisaties gesteund met de voorbereidingen van deze verkiezingen. De EU heeft een uitgebreide waarnemersmissie naar Tunesië afgevaardigd en verkiezingsdeskundigen naar Marokko gezonden. Na een uitnodiging door Algerije heeft de EU een uitgebreide waarnemingsmissie gestuurd om de parlementsverkiezingen van 10 mei te observeren. De EU heeft technische bijstand verstrekt aan de hoge verkiezingscommissie in Egypte en de voorlichting van kiezers en de opleiding van binnenlandse observatoren via de maatschappelijke organisaties gesteund. Libië heeft de EU verzocht de komende verkiezingen voor een constitutionele vergadering te komen observeren.

2.3         Steun aan inclusieve economische ontwikkeling, handel en samenwerking tussen sectoren

Economische en sociale ontwikkeling

In de context van ernstige economische en financiële problemen in de eurozone en in de meeste Arabische partnerlanden (ook ten gevolge van de “Arabische lente”) is een macro-economische dialoog erg nuttig gebleken voor zowel de EU als haar partners. Deze dialoog heeft een vrijmoedige en diepgaande uitwisseling van informatie en opvattingen mogelijk gemaakt in verband met de economische problemen en de beleidsantwoorden daarop van beide partijen, waarbij de nadruk wordt gelegd op de noodzaak van structurele hervormingen.

Om een inclusieve economische ontwikkeling te bevorderen heeft de EU stappen gezet om haar financiële steunverlening en de leningscapaciteit van de Europese financiële instellingen (zie punt 2.4) te vergroten, en heeft zij de beleidsdialoog over werkgelegenheid en sociale zaken nieuw leven ingeblazen.

Handel

Onderhandelingen over een DCFTA werden afgesloten voor Oekraïne en gingen van start met de Republiek Moldavië, Georgië en binnenkort ook met Armenië. Na een verkennende studie die is gepland voor 2012 over de capaciteiten van de partners om de verworvenheden van de EU-wetgeving over te nemen, kunnen voor het eind van het jaar onderhandelingen worden geopend met Jordanië, Marokko en Tunesië op basis van de onderhandelingsrichtsnoeren die de Raad in december heeft aangenomen. De overeenkomst inzake landbouw- en visserijproducten met Marokko wordt in juli van kracht en snelle vooruitgang met de andere lopende onderhandelingen, zoals de equivalente overeenkomst met Tunesië, is door de Europese Raad van maart als prioriteit vooropgesteld.

De regionale conventie betreffende de pan-Euro-mediterrane oorsprongsregels werd in juni 2011 ter ondertekening opengesteld en door Jordanië en Marokko ondertekend. De andere zuidelijke mediterrane partners die deze conventie nog niet hebben ondertekend, zouden de procedures voor ondertekening en ratificatie spoedig moeten voltooien. Verdere onderhandelingen over overeenkomsten betreffende overeenstemmingsbeoordeling en de aanvaarding van industrieproducten (ACAA’s) moeten in 2012 worden opgestart om de markten voor industriële producten open te stellen met Tunesië en later met Egypte, Jordanië en Marokko.

Sectorale samenwerking

De aanpassing van de regelgeving aan de EU en andere markten die EU-normen toepassen is essentieel ter vergemakkelijking van handel en economische ontwikkeling. In het kader van het Oostelijk partnerschap wordt hieraan steun verleend door programma's voor alomvattende institutionele opbouw (CIB) en andere relevante steunmaatregelen. Het voorbereidende proces voor de DCFTA-onderhandelingen met Armenië, Georgië en de Republiek Moldavië, alsook de afsluiting van deze onderhandelingen met Oekraïne zijn een stimulans geweest voor legislatieve werkzaamheden, met name op het gebied van sanitaire en fytosanitaire normen en technische voorschriften. Dit is ook de binnenlandse levensmiddelen- en productveiligheid ten goede gekomen. Op het gebied van het beheer van de overheidsfinanciën zijn echter nog steeds verbeteringen noodzakelijk.

De marktintegratie met de EU en de convergentie van de regelgeving zijn ook stimulansen voor broodnodige sectorale hervormingen. Deze hervormingen zijn over het algemeen van wat langere adem en ervoor zijn aanzienlijke investeringen noodzakelijk. Op alle gebieden is de samenwerking tussen de EU en de partnerlanden intenser geworden, zoals blijkt uit de gemeenschappelijke werkdocumenten in de bijlage bij deze mededeling. De EU heeft bijvoorbeeld een “blijf aan de lijn”- strategie opgezet om de maatschappelijke organisaties en individuele burgers te helpen arbitraire onderbrekingen van de toegang tot elektronische communicatietechnologieën op te vangen. De EU heeft tevens het ENB-programma voor landbouw en plattelandsontwikkeling (ENPARD) gelanceerd, dat via investeringssteun en technische bijstand de modernisering van de landbouwproductie in de partnerlanden mede mogelijk maakt, kansen creëert op lokaal niveau en het partnerland voorbereidt op een meer doeltreffend meedraaien op de EU-markt.

De Commissie hecht ook belang aan de ontwikkeling van de sectorale dialoog en de samenwerking in de regionale kaders van het Oostelijk partnerschap en de Unie voor het Middellandse Zeegebied. Deze dialoog zal het onderlinge begrip inzake de sectorale prioriteiten verder onderbouwen en bijdragen tot concrete projecten en initiatieven.

Momenteel wordt een informele dialoog van het Oostelijk partnerschap ingesteld als een verder middel om de band tussen de bilaterale en multilaterale processen te versterken, de zin voor gedeelde verantwoordelijkheid voor het Oostelijk partnerschap te versterken en een regionale dynamiek te stimuleren. Deze tweejaarlijkse informele multilaterale dialogen tussen de ministers van Buitenlandse Zaken van de partnerlanden en de hoge vertegenwoordiger van de EU en de commissaris verantwoordelijk voor het nabuurschapsbeleid zullen een kans bieden op informele discussies op ministersniveau over de ontwikkelingen in de partnerlanden, vooruitgang mogelijk maken met de hervormingsprocessen en toezicht op de tenuitvoerlegging van de routekaart voor het Oostelijk partnerschap vergemakkelijken. Dit kader zal ook voorzien in een informele dialoog tussen de relevante sectorale ministers en EU-commissarissen met het oog op een versterkte multilaterale sectorale samenwerking tussen de EU en de partners van de oostelijke nabuurschap.

In de context van de Unie voor het Middellandse Zeegebied en volgend op het besluit van de Raad om het noordelijke medevoorzitterschap aan de EU toe te wijzen, is de Commissie van plan om de sectorale dialogen op ministersniveau te hervatten. Momenteel zijn discussies met de partners aan de gang om een aantal vergaderingen overeen te komen inzake handel, vervoer, energie en milieu en andere sectorale beleidsterreinen. Het is de bedoeling dat tijdens deze sectorale ministeriële vergaderingen doelstellingen voor regionale samenwerking worden vastgesteld en mogelijke concrete projecten die in het kader van de Unie voor het Middellandse Zeegebied zouden kunnen worden uitgevoerd.

Als onderdeel van haar nieuwe respons en het vernieuwde engagement ten aanzien van de nabuurschap heeft de EU haar steun aan de deelname van de partnerlanden aan EU-programma’s en agentschappen opgevoerd. De protocollen die de deelname van de Republiek Moldavië en Oekraïne aan EU-programma’s mogelijk maken, zijn van kracht geworden. Na een positieve stemming in het Europees Parlement zal het protocol met Marokko spoedig van kracht worden. De onderhandelingen voor een protocol met Jordanië zijn van start gegaan. Er is een project in voorbereiding om de voorbereidende maatregelen van de EU-agentschappen te steunen voor een vlottere deelname aan de werkzaamheden van de agentschappen. De partnerlanden kunnen een beroep doen op EU-middelen om hun deelname aan EU-programma’s mede te financieren.

Mobiliteit

Er wordt vooruitgang geboekt naar visumliberalisering met de oostelijke nabuurschap van de EU. Er bestaan mobiliteitspartnerschappen met Armenië, Georgië en de Republiek Moldavië. De Republiek Moldavië en Oekraïne geven uitvoering aan de actieplannen voor visumliberalisering. Met Georgië zou voor de zomer een visumdialoog kunnen worden gestart. Na de succesvolle tenuitvoerlegging van de visumfaciliterings- en overname-overeenkomsten met Georgië, de Republiek Moldavië en Oekraïne, zijn onderhandelingen over vergelijkbare overeenkomsten van start gegaan met Armenië en Azerbeidzjan.

In de zuidelijke nabuurschap van de EU heeft de EU aangeboden partnerschapsdialogen over migratie, mobiliteit en veiligheid aan te gaan met Egypte, Marokko en Tunesië. Dergelijke dialogen bestrijken legale en illegale migratie, mensenhandel, overname, visumkwesties, asiel en internationale bescherming. Er is aanzienlijke vooruitgang geboekt met Marokko en Tunesië waarmee de dialoog in oktober 2011 van start is gegaan, en de komende maanden zouden gezamenlijke verklaringen moeten worden ondertekend die de weg effenen naar mobiliteitspartnerschappen. Egypte heeft tot dusver geweigerd concrete gesprekken aan te gaan. De hoge vertegenwoordiger en de Commissie stellen voor een dialoog over migratie, mobiliteit en veiligheid aan te gaan met Jordanië.

2.4         Financiële steun

Om steun te verlenen aan de hervormingsinspanningen van de partners heeft de EU op twee niveaus gehandeld.

Ten eerste heeft de EU ernaar gestreefd de band tussen de nieuwe beleidsaanpak en de bestaande financiële steunprogramma’s te versterken. In de zuidelijke nabuurschap heeft dit geleid tot de herschikking van 600 miljoen euro van de bestaande steunverlening voor de doelstellingen die zijn neergelegd in de gezamenlijke mededeling “Een partnerschap voor democratie en gedeelde welvaart met het zuidelijke Middellandse Zeegebied”. Ten gevolge daarvan werden nieuwe programma’s voor institutionele opbouw gelanceerd op gebieden als de hervorming van het gerecht en de bestrijding van corruptie.

Ten tweede heeft de EU gestreefd naar het beschikbaar stellen van extra financiële middelen uit de EU-begroting. In de gezamenlijke mededeling “Inspelen op de veranderingen in onze buurlanden” van mei 2011 was voorgesteld tot 1,24 miljard euro aanvullende middelen vrij te maken om de tenuitvoerlegging van de nieuwe aanpak te financieren. Van dit bedrag is 1 miljard euro beschikbaar gesteld aan de partnerlanden. De hoge vertegenwoordiger en de Commissie betreuren dat er in de Raad nog geen consensus is bereikt over het voorstel van de Commissie om de herbenutting van naar de EIB terugvloeiende middelen toe te staan. Dit zal leiden tot een terugval van ten minste 240 miljoen euro tegenover het oorspronkelijke voorstel.

Het grootste deel van deze aanvullende middelen (670 miljoen euro) zal via twee overkoepelende programma’s worden toegeleid: SPRING in de landen van de zuidelijke Middellandse Zee met een begroting van 540 miljoen euro voor 2011-2013; en EaPIC in de Oostelijke nabuurschap met een begroting van 130 miljoen euro voor de periode 2012-2013. Beide programma’s zullen zich vooral richten op de bevordering van de democratische hervormingen en institutionele opbouw, naast steunverlening aan duurzame en inclusieve groei. De rest van de aanvullende middelen is voornamelijk toegewezen aan mobiliteitsprogramma’s (Tempus, Erasmus Mundus, enz.) en steun voor maatschappelijke organisaties en niet-overheidsactoren.

De uitbreiding van het mandaat van de Europese Investeringsbank (EIB) in oktober effent de weg voor extra leningen van 1,15 miljard euro aan de partnerlanden en voor maximaal 1 miljard euro aan leningen in verband met de klimaatverandering. Extra bijdragen van de lidstaten op vrijwillige basis aan het trustfonds dat is opgericht in het kader van de Europees-mediterrane investerings- en partnerschapsfaciliteit (FEMIP), zullen de EIB in staat stellen om in de zuidelijke nabuurschap transacties met risicodragend kapitaal te versterken.

Het gebied dat bestreken wordt door de operaties van de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling (EBWO) wordt uitgebreid tot Egypte, Jordanië, Marokko en Tunesië. Bovendien werd tot maximaal 100 miljoen euro, gedeeltelijk afkomstig uit de EU-begroting, toegewezen voor steun aan de identificatie en voorbereiding van projecten. Verdere middelen (tot 1 miljard euro) zullen worden vrijgemaakt door de EBWO via haar speciale fonds zodra genoeg belanghebbenden de noodzakelijke wijzigingen van de overeenkomst tot oprichting van de EBWO hebben goedgekeurd. De lopende steun in het kader van het Europese nabuurschaps- en partnerschapsinstrument is ook opnieuw gericht op de bevordering van de ontwikkeling van kleine en middelgrote ondernemingen en het creëren van werkgelegenheid, meer bepaald in Algerije, Egypte, Jordanië en Tunesië.

Eind 2011 bedroegen de toewijzingen van de ENB-investeringsfaciliteit (NIF) in totaal 400 miljoen euro (waarvan 174 miljoen euro voor het oosten en 226 miljoen euro voor het zuiden), resulterend in projecten met een totale kostprijs van 13,6 miljard euro (waarvan 4,2 miljard euro voor het oosten en 9,4 miljard euro voor het zuiden). De aanzienlijke toename van subsidiefinanciering in het kader van de ENB-investeringsfaciliteit voor de periode 2011-2013 (450 miljoen euro) zou op haar beurt tot gevolg moeten hebben dat door grotere leningen spoedig investeringen in infrastructuur (milieu en klimaatverandering, interconnecties met partnerlanden) en kleine en middelgrote ondernemingen mogelijk worden, waardoor de werkloosheid in de nabuurschap mee kan worden aangepakt.

De EU streeft naar grotere steunverlening voor transacties met risicodragend kapitaal in de zuidelijke nabuurschap via de Europees-mediterrane investerings- en partnerschapsfaciliteit (FEMIP) en ontwikkelt verdere mogelijkheden om transacties met risicodragend kapitaal te ondersteunen en te garanderen in de oostelijke nabuurschap, tezamen met de EIB, de EBWO en andere Europese financiële instellingen.

In december keurde de Commissie het wetgevingsvoorstel voor een nieuw financieel instrument goed, nl. het Europees nabuurschapsinstrument (ENI), dat met ingang van 2014 het lopende Europese nabuurschaps- en partnerschapsinstrument (ENPI) moet gaan vervangen. Tegenover het lopende instrument zal het ENI de band tussen beleid en steun verder aanhalen en in samenwerking met de partnerlanden een hoger niveau van differentiëring vooropstellen, waarin het engagement voor universele waarden, vooruitgang met een diepgaande democratisering en gezamenlijk overeengekomen doelstellingen tot uiting komen. Het instrument zal zijn samenwerkingsactiviteiten speciaal richten op minder beleidsdoelstellingen en daardoor de impact vergroten. Het instrument zal de complexiteit en lengte van het programmeringsproces aanpakken en de uitvoeringsbepalingen vereenvoudigen, met inbegrip van de bepalingen inzake grensoverschrijdende samenwerking aan de buitengrenzen van de EU. De voorgestelde begroting bedraagt 18,2 miljard euro voor een looptijd van zeven jaar; dit is een toename met 22% in reële termen tegenover de huidige financiële vooruitzichten. Het ENI zal bijdragen tot de EU-doelstelling om de klimaatgerelateerde proportie van de begroting van de Unie ten minste op 20% te brengen overeenkomstig het voornemen in de mededeling van de Commissie van juni 2011 over het meerjarige financiële kader voor de periode 2014-2020.

2.5         Een meer gezamenlijke aanpak met andere EU-instellingen

De herziening van het Europees nabuurschapsbeleid in 2011 heeft in alle EU-instellingen tot een breed debat geleid en tot een brede consensus over de noodzaak van een groter EU-engagement in de nabuurschap. Meer bepaald heeft het Europees Parlement in december een belangrijk rapport over het Europees nabuurschapsbeleid aangenomen. Er is aanzienlijk meer interactie geweest tussen het Europees Parlement, de Commissie en de hoge vertegenwoordiger in hun betrekkingen met individuele partners met betrekking tot het Europees nabuurschapsbeleid.

Daarnaast heeft het Europees Parlement zijn contacten en samenwerking opgevoerd met de verkozen vergaderingen in de ENB-partners, met het oog op een betere politieke dialoog en een grotere capaciteit van deze vergaderingen om toezicht te houden op hun regeringen. Euronest en de parlementaire vergadering van de Unie voor het Middellandse Zeegebied hebben hun activiteiten ontwikkeld. Zowel het Europees Economisch en Sociaal Comité als het Comité van de Regio’s (meer bepaald via de Euromediterrane Vergadering van Lokale en Regionale Overheden – ARLEM en de Conferentie van lokale en regionale overheden van het Oostelijk partnerschap – CORLEAP) hebben hun betrokkenheid vergroot.

2.6         Een gezamenlijke aanpak met andere donorlanden en internationale instellingen

De EU werkt nauw samen met andere donorlanden en internationale instellingen om in de partnerlanden het hoofd te bieden aan humanitaire crises, de democratische overgang te bevorderen en de economische ontwikkeling te stimuleren.

Tijdens de Libische crisis heeft de EU het voortouw genomen van de internationale humanitaire respons, in nauwe samenwerking met andere donoren en internationale organisaties teneinde te verzekeren dat de behoeften snel konden worden vastgesteld en de hulp snel en doeltreffend kon worden verstrekt.

De EU heeft op beslissende wijze bijgedragen tot het opzetten van het Deauville-partnerschapsinitiatief van de G-8, waarmee de internationale inspanningen voor steun aan de democratische overgang in het zuidelijke Middellandse Zeegebied worden gecoördineerd. Zij werkt nauw samen met de internationale organisaties die tijdens de vergadering van de ministers van Financiën van de G-8 in Marseille in september hebben beloofd steun te verlenen aan het Deauville-partnerschap. Via haar macrofinancieel steuninstrument werkt de EU ook nauw samen met het Internationaal Monetair Fonds en andere internationale organisaties om de betrokken partnerlanden te helpen macro-economische wanverhoudingen aan te pakken en groeigeoriënteerde structurele hervormingen door te voeren.

Landen als Rusland en Turkije kunnen een grote bijdrage leveren tot regionale stabiliteit. Zwitserland heeft op het hoogste niveau deelgenomen aan de vergadering van de EU-taskforce voor Tunesië.

Voorts bestaat er in de context van het Oostelijk partnerschap een informatie- en coördinatiegroep met niet-EU-landen en geïnteresseerde internationale financiële instellingen om de donorcoördinatie te bevorderen en meer in het algemeen de ontwikkeling van het Oostelijk partnerschap te stimuleren.

3. Toekomstperspectieven

2011 is een jaar van veranderingen geweest in de nabuurschap van de EU. Hoewel de eerste tekenen hoopgevend zijn, zijn nog onverdroten inspanningen nodig om deze vooruitgang te consolideren. Vele gemeenschappen in onze partnerlanden ondergaan momenteel verreikende veranderingen. Het is fundamenteel de snelheid van het hervormingsproces in elk individueel geval te onderkennen en te respecteren. Hiervoor zijn voortdurende dialoog, zorgvuldige aandacht en nauw toezicht door de EU vereist. Er zijn een aantal punten waarop de partnerlanden hun hervormingsinspanningen nog moeten opvoeren en er zijn aspecten uit het EU-aanbod waar directere actie van de EU noodzakelijk is.

3.1.        Toekomstige uitdagingen

Duurzame democratie

De democratische omvorming in een aantal zuidelijke buurlanden brengt nieuwe politieke partijen op het voorplan van de politiek, meer bepaald, maar niet uitsluitend, partijen met een islamistische achtergrond. De EU moet met deze partijen en met alle democratisch verkozen regeringen verder dialoog voeren en is daartoe ook bereid. De bestaande middelen en ook het nog op te richten Europees Fonds voor Democratie (EED) kunnen de dialoog stimuleren en de uitwisseling van ervaringen met politieke partijen uit de EU bevorderen.

Tot aan de volgende top moeten de Oost-Europese partners de brede en goedgevulde agenda van het Oostelijk partnerschap, zoals uitgetekend in de routekaart, verder ten uitvoer leggen. In dit verband blijft de consolidering van de democratie essentieel, in het vooruitzicht van de parlementsverkiezingen in Armenië, Georgië en Oekraïne die voor deze drie landen een mijlpaal zullen zijn. In de zuidelijke nabuurschap zullen de komende verkiezingen in Algerije, Jordanië, Libië en Tunesië ook zeer belangrijk zijn om het democratiseringsproces dieper te verankeren.

De vrijheid van meningsuiting, vereniging en vergadering dient bij wet en in de praktijk ten volle te worden gegarandeerd, en er dient een sterke traditie van respect voor de mensenrechten over de hele lijn te worden opgebouwd, meer bepaald de bescherming tegen alle vormen van discriminatie in de politiek en in het dagelijkse leven. Hiertoe worden de partnerlanden uitgenodigd in te gaan op de specifieke aanbevelingen op dit vlak in de voortgangsverslagen per land in de bijlage bij deze mededeling. Hiermee wordt een ruimte gegarandeerd waarin de maatschappelijke organisaties hun cruciale rol kunnen vervullen als agent voor democratisering en zo de duurzaamheid en het inclusieve karakter van het hervormingsproces garanderen. Zodra de faciliteit voor het maatschappelijk middenveld volledig operationeel wordt, zal de EU meer steun kunnen gaan verlenen. In de zuidelijke nabuurschap zou de Anna Lindh-Stichting moeten bijdragen tot de interculturele dialoog tussen de maatschappelijke organisaties door na te gaan welke de actoren voor verandering zijn en welke verbindende organisaties normaal niet interageren, waardoor de dialoog met de EU-organisaties wordt bevorderd.

Vrouwen hebben een essentiële rol gespeeld in de “Arabische lente”, en zij mogen bij de veranderingen die daarna plaatsvinden, er niet op achteruitgaan. De EU zal haar inspanningen om de vrouwenrechten in de regio te verbeteren, blijven opvoeren en verzekeren dat de gelijke behandeling van mannen en vrouwen in alle relevante samenwerkingsactiviteiten wordt doorgetrokken en effectief wordt opgetreden tegen mensenhandel in de nabuurschap.

In de hele nabuurschap zijn meer inspanningen nodig om een doeltreffend en onafhankelijk rechtsstelsel op te bouwen, teneinde het recht op een eerlijk proces voor alle burgers te garanderen, alsook rechtszekerheid voor bedrijven en investeringen door een onpartijdige rechtsspraak. De hervorming van de veiligheidssector is ook essentieel voor een duurzame democratisering. Ter ondersteuning van deze inspanningen is de EU bereid om haar technische en financiële steun op te drijven, door gebruik te maken van de extra middelen die na de beleidsherziening van het afgelopen jaar beschikbaar werden, in de context van nationale omvattende strategieën.

Inclusieve economische ontwikkeling en handel

Werkloosheid, sociale uitsluiting, ongelijkheid en armoede zijn voor vele mensen grote punten van zorg voor de toekomst. Zij zijn de grondoorzaken van instabiliteit en onrust en moeten worden aangepakt om de democratisering duurzaam te maken. Hiertoe moeten de partnerlanden hervormingen doorvoeren en een geïntegreerde aanpak toepassen die een combinatie is van beleidsmaatregelen op economisch, budgettair, werkgelegenheids-, sociaal en onderwijsgebied. De EU is bereid steun te verlenen aan deze hervormingen door gerichte maatregelen om de sociale samenhang en de werkgelegenheid (vooral van jongeren) te bevorderen.

Om EU-investeringen in de partnerlanden te bevorderen heeft de EU de bescherming van investeringen opgenomen in de werkingssfeer van de DCFTA’s waarover met Egypte, Jordanië, Marokko en Tunesië moet worden onderhandeld. Het is de bedoeling met andere buurlanden geleidelijk aan vergelijkbare bepalingen overeen te komen, hetzij als afzonderlijke overeenkomsten, of in de context van toekomstige DCFTA’s. In samenwerking met de OESO en de Wereldbank zal de Commissie in juni een schema lanceren voor een verlaging van de verzekeringskosten voor grootschalige investeringen in het zuidelijke Middellandse Zeegebied, met als doel directe buitenlandse investeringen in de regio te verhogen. Er is ook vooruitgang geboekt met de voorbereidingen van een garantiemechanisme in de hele EU dat dekking biedt tegen politieke risico’s voor investeringen die door kleine en middelgrote ondernemingen uit de EU in de partnerlanden worden gedaan. Dit schema, dat de hele nabuurschap zal bestrijken, moet tegen het eind van het jaar worden opgezet. Ten slotte is uit overleg gebleken dat het verkieslijk is de geografische reikwijdte van het Europees Investeringsfonds (EIF) te vergroten om de buurlanden expliciet te omvatten. De Commissie is voornemens om later dit jaar voor te stellen dat de raad van bestuur van het EIF het EIF-statuut dienovereenkomstig aanpast. Hiermee zal onder meer de deelname van de partnerlanden aan toekomstige EU-programma’s worden vergemakkelijkt, zoals het programma COSME voor concurrentievermogen, ondernemingen en kleine en middelgrote ondernemingen.

De aanpassing van de regelgeving als gevolg van de DCFTA’s op diverse gebieden als sanitaire en fytosanitaire kwesties, technische regelingen, douaneprocedures, openbare aanbestedingen en mededinging vereist zeer aanzienlijke inspanningen door de partners om hun wetgeving te hervormen en de middelen te ontwikkelen om de wetgeving uit te voeren en af te dwingen. De strijd tegen corruptie en fraude en de versterking van het beheer van de overheidsfinanciën zijn daar een onderdeel van. De EU verbindt zich ertoe haar steun voor deze inspanningen op te voeren door verder steun aan institutionele opbouw aan te bieden.

Mobiliteit

De mobiliteitsagenda moet verder worden opgenomen. Wat de oostelijke buurlanden van de EU betreft, betekent dit visumfaciliterings- en overname-overeenkomsten sluiten met Armenië, Azerbeidzjan en Belarus, alsook een visumdialoog lanceren met Georgië, en later met Armenië en Azerbeidzjan. Oekraïne en de Republiek Moldavië zullen de volledige tenuitvoerlegging van hun actieplannen inzake visumliberalisering wensen. Azerbeidzjan heeft belangstelling om te onderhandelen over een mobiliteitspartnerschap zoals die met andere oostelijke buurlanden zijn gesloten. Wat de zuidelijke buurlanden betreft, betekent dit het opzetten van mobiliteitspartnerschappen met Marokko en Tunesië en het aanvangen van een mobiliteitsdialoog met Egypte en Jordanië.

Om de doelstellingen op het gebied van onderwijs te halen, handelscontacten te bevorderen, culturele uitwisselingen en contacten van mens tot mens te stimuleren, nodigen de hoge vertegenwoordiger en de Commissie de EU-lidstaten uit systematischer gebruik te maken van de mogelijkheden die de Europese visumcode biedt. Meer bepaald moeten visa voor meervoudige binnenkomst worden afgegeven aan wie kan staven dat regelmatig en te goeder trouw reizen naar de EU om redenen van werk of om familiale redenen noodzakelijk is, alsook aan vertegenwoordigers van maatschappelijke organisaties en studenten die deelnemen aan door de EU gefinancierde programma’s. Jongeren onder de leeftijd van 25 jaar die deelnemen aan seminars, conferenties, sportactiviteiten, culturele en opvoedkundige evenementen die worden georganiseerd door organisaties zonder winstoogmerk, en kinderen onder de leeftijd van 12 jaar moeten worden vrijgesteld van visumtarieven.

Sectorale samenwerking

De beginselen van de EU, respect voor de mensenrechten, democratie en de rechtsstaat, vormen de basis voor de EU en de samenwerking tussen de lidstaten en vinden hun weerslag in de wetgeving, normen en waarden van de EU. De overname van EU-normen en waarden via sectorale samenwerking beantwoordt enerzijds aan de wens van de partners dichter bij de EU aan te sluiten, en zal anderzijds ook, wat erg belangrijk is, deze waarden bevorderen. Sectorale hervorming en samenwerking dragen bijgevolg bij tot beter politiek en economisch bestuur, politieke en administratieve transparantie en verantwoordingsplicht, sociaal-economische ontwikkeling, conflictpreventie en de oplossing van conflicten, staatsopbouw, en de betrokkenheid van de maatschappelijke organisaties.

In vele sectoren, met name transport en energie, ontwikkelt de Commissie een speciale focus op de ENB-regio en zij is van plan deze aanpak verder te ontwikkelen. In deze geest, en zonder aanspraak te maken op volledigheid, wijst deze gezamenlijke mededeling in de volgende punten op een aantal sectorale kwesties waar de EU en de partnerlanden nauwer zouden kunnen samenwerken om de komende jaren een aantal concrete resultaten te boeken.

· Wat betreft energie zal de Commissie de ontwikkeling van de zuidelijke gascorridor verder blijven steunen. De Commissie zal ook verder blijven samenwerken met de oostelijke buurlanden inzake de zekerheid van de energiedoorvoer, gebaseerd op een transparante werking van het netwerk. Voorts zal de Commissie in 2012 de zuidelijke mediterrane partners consulteren om energiepartnerschappen op te zetten als eerste stap naar een integratie van de regionale markt voor elektriciteit en duurzame energie, met als perspectief op de lange termijn de oprichting van een energiegemeenschap tussen de EU en het zuidelijke Middellandse Zeegebied.

· Op het gebied van het industrie- en ondernemingenbeleid dient het Europees-mediterraan handvest voor ondernemingen te worden omgevormd tot een Euro-mediterraan handvest voor kleine ondernemingen en dienen de sectoroverschrijdende en sectorspecifieke netwerken en acties van de EU te worden uitgebreid tot de zuidelijke mediterrane partners. Informatie en beste praktijken over duurzaam toerisme moeten worden uitgewisseld.

· Op het gebied van luchtvervoer moeten in 2012 de onderhandelingen over de sluiting van omvattende akkoorden inzake luchtvervoer met Oekraïne worden versneld, opnieuw opgestart met Tunesië en aangevat met Azerbeidzjan.

· De EU zal moderne douanepraktijken en procedures verder blijven bevorderen tot maximale facilitering van de handel, met inbegrip van de uitvoering van de strategische kaders voor douanesamenwerking met de oostelijke partners en de lopende en toekomstige onderhandelingen over DCFTA’s.

· De EU zal steun verlenen aan de capaciteit van de partnerlanden om de aftakeling van het milieu tegen te gaan en duurzaam gebruik van natuurlijke hulpbronnen te bevorderen, met inbegrip van kwesties als water, industriële vervuiling, gevaarlijke pesticiden, luchtkwaliteit, afvalverwerking, natuurbehoud en bosbeheer, en om de informatiesystemen en goed bestuur op milieugebied te versterken. De EU zal de partnerlanden bijstaan om milieuaspecten beter te integreren in andere sectorale beleidsmaatregelen en aldus de overgang naar een groenere economie te bevorderen, met inbegrip van duurzamere consumptie en productie. De EU zal tevens de samenwerking met de ENB-partners versterken op de VN-wereldconferentie over duurzame ontwikkeling in 2012.

· De opzet en uitvoering van een ambitieus klimaatbeleid is een belangrijke kwestie waarvoor de EU bereid is nauw samen te werken met de partnerlanden. De EU zal de overgang van de partnerlanden ondersteunen naar een koolstofarme ontwikkeling en klimaatbestendigheid via capaciteitsopbouw, de uitwisseling van informatie en investeringen. Hierdoor zullen de partners de overeenkomsten van Cancún en Durban kunnen uitvoeren en meer bepaald ontwikkelingsstrategieën ontwikkelen voor lage emissie, de klimaatbestendigheid vergroten en geactualiseerde informatie over doelstellingen of uit te voeren acties verstrekken.

· Het beleid in verband met de informatiemaatschappij binnen het ENB streeft naar een eerlijke, moderne, open en transparante markt voor telecommunicatie, een open en vrij gebruik van internet voor allen en een gediversifieerde media-omgeving. De veiligheid, stabiliteit en weerbaarheid van internet en andere elektronische communicatietechnologieën verzekeren is een fundamenteel element voor de democratie en het opzetten van een dynamisch en innovatief bedrijfsklimaat. Om het groei- en productiviteitspotentieel van de informatiemaatschappij volledig te benutten, zal de Commissie verder steun verlenen aan hervormingen van de regelgeving, ook door netwerken van regelgevende instanties. Het mediterrane netwerk van regelgevende instanties zal worden versterkt en een oostelijk netwerk zal worden opgezet. De Commissie zal ook steun verlenen aan een verbetering van de elektronische communicaties op gebieden als netwerk-interconnectie en e-gezondheid. Voorts zal de Commissie de hogesnelheidsverbindingen van de regionale e-infrastructuur voor onderzoek en onderwijs verbeteren. Het actieve en democratische gebruik van ICT en internet, alsook stappen naar een transparant en doeltreffend regelgevend kader op audiovisueel en mediavlak zullen ook worden bevorderd.

· Wat betreft de ontwikkeling naar een gemeenschappelijke ruimte voor kennis en innovatie zal de Commissie de samenwerking met de partners opdrijven en steun verlenen aan betere netwerken en coördinatie tussen de partnerlanden en de EU bij het opzetten en de synchronisatie van onderzoeksprioriteiten. Met het oog op een grotere betrokkenheid van de ENB-onderzoeksgemeenschappen bij het zevende kaderprogramma voor onderzoek en technologische ontwikkeling zal de Commissie de partnerlanden steunen met het opbouwen van onderzoekscapaciteit, meer samenwerking tussen onderzoekers uit de nabuurschap en de EU bevorderen en het netwerk van contactpunten van het zevende kaderprogramma helpen versterken. De Commissie zal speciale informatie-evenementen over de mogelijkheden van het zevende kaderprogramma steunen. De Commissie is voorts bereid met de ENB-partners te onderhandelen over memoranda van overeenstemming over hun betrokkenheid met het vervolg van het zevende kaderprogramma.

· Het nieuwe ENB-programma voor landbouw en plattelandsontwikkeling (ENPARD) zal de partnerlanden helpen op meer doeltreffende wijze te opereren op vreemde markten, beter gebruik te maken van de toekomstige DCFTA’s en de binnenlandse landbouw te bevorderen. In dat kader zal de Commissie nauwe politieke dialoog plegen met de partnerlanden om strategieën op de lange termijn voor landbouw- en plattelandsontwikkeling te bevorderen in nauwe samenwerking met alle relevante belanghebbenden.

· Inzake statistiek zal de EU steun verlenen aan de goedkeuring van de Praktijkcode Europese statistieken, met inbegrip van het beginsel van de onafhankelijkheid van de producenten van statistieken; de productie en verspreiding van statistieken van hoge kwaliteit over belangrijke sociaal-economische kwesties, overeenkomstig EU-normen en methoden; en het gebruik van statistieken voor wetenschappelijk onderbouwde besluitvorming, hetgeen essentieel is voor goed bestuur. De EU zal deskundigenbegeleiding versterken en de regionale dimensie van de steun daaraan.

· Wat betreft het maritieme beleid zal de EU haar samenwerking met de nabuurschap versterken met het oog op de ontwikkeling van gezamenlijke doelstellingen voor het bereiken van duurzame groei en werkgelegenheid in traditionele en opkomende maritieme sectoren, proefprojecten op gebieden van regionaal belang, alsook grotere consistentie in de acties die worden gefinancierd door interne en externe financiële EU-instrumenten op dit vlak. Meer speciaal in de mediterrane regio zal de Commissie tezamen met de EIB en de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) een gezamenlijk initiatief opzetten om investeringen van de particuliere sector en de betrokkenheid van financiële instellingen in de maritieme sector te stimuleren, met name op het gebied van infrastructuur, opleiding en maritiem toezicht. De Commissie zal eveneens de samenwerking opvoeren met de partnerlanden aan de kust in de context van de regionale organisaties voor visserijbeheer met het oog op een duurzamer gebruik van de visbestanden, versterkt toezicht op visserij en de bestrijding van illegale, ongerapporteerde en ongereguleerde visserij.

De nieuwe generatie van de ENB-actieplannen (of vergelijkbare documenten) waarover met een groot aantal partners wordt onderhandeld, zal een geactualiseerd beleidskader bieden waarmee moet worden verzekerd dat de EU en de lidstaten hun financiële en technische steun beter kunnen coördineren. Het programmeringsproces dat in de tweede helft van dit jaar in het kader van het nieuwe Europees nabuurschapsinstrument opnieuw van start zal gaan, biedt een reële kans aan geïnteresseerde lidstaten om hun steun gezamenlijk met de EU te programmeren.

Regionale samenwerking

De “Arabische lente” biedt nieuwe kansen voor regionale samenwerking in de zuidelijke nabuurschap. Vele van de problemen waarmee de partnerlanden te kampen hebben, kunnen slechts op regionaal of subregionaal niveau doeltreffend worden aangepakt. De EU nam het noordelijke medevoorzitterschap over van de Unie voor het Middellandse Zeegebied. Dit zal de complementariteit van de Unie voor het Middellandse Zeegebied met het Europees nabuurschapsbeleid bevorderen en ook de doeltreffendheid van de EU-steun aan de landen van het zuidelijke Middellandse Zeegebied. De EU zal verder steun verlenen aan het secretariaat van de Unie voor het Middellandse Zeegebied als katalysator voor projecten die tastbare resultaten opleveren voor de volkeren rond de Middellandse Zee. De Commissie is ook vastbesloten om een nieuwe stimulans te geven aan de sectorale dialoog in het kader van de Unie voor het Middellandse Zeegebied.

De EU heeft een meer gestructureerde dialoog met de Liga van Arabische staten ontwikkeld, met inbegrip van regelmatige vergaderingen tussen de hoge vertegenwoordiger en de secretaris-generaal van de Liga, en heeft ook concrete samenwerking aangevat, inclusief de oprichting van een crisiscentrum van de Liga en de opleiding van diplomaten of verkiezingsobservatoren.

Er zijn reeds bemoedigende tekenen van een verbeterde dialoog tussen Algerije en Marokko, waarmee de weg wordt geëffend voor meer subregionale samenwerking in de Maghreb, ook in de context van de 5+5-groep. De EU is bereid deze en andere vormen van regionale en subregionale samenwerking en integratie te steunen en samen te werken met de relevante regionale organisaties en processen. In deze context zijn de hoge vertegenwoordiger en de Commissie van plan voorstellen te doen voor nauwere relaties tussen de EU en de Maghreb in een gezamenlijke mededeling die de komende maanden zal worden voorbereid, mits de partners in de Maghreb duidelijke tekenen geven van vooruitgang met hun inspanningen voor regionale samenwerking.

Als antwoord op de oproep van de Europese Raad van maart voor een routekaart om de tenuitvoerlegging van het EU-beleid ten aanzien van de zuidelijke mediterrane partners te bepalen en te sturen, beschrijft het verslag over de tenuitvoerlegging van het partnerschap voor democratie en gedeelde welvaart dat deze gezamenlijke mededeling vergezelt, de na te streven doelstellingen, de aan te wenden instrumenten en de uit te voeren acties tegen eind 2013.

In de oostelijke nabuurschap is er groeiende regionale samenwerking over grensbeheer, in de context van de missie van de Europese Unie voor bijstandverlening inzake grensbeheer aan de Republiek Moldavië en Oekraïne (EUBAM) en het project voor geïntegreerd grensbeheer in de zuidelijke Kaukasus (SCIBM). De gezamenlijke mededeling over de routekaart voor het Oostelijk partnerschap gaat in groter detail in op de activiteiten die zijn gepland in het kader van het Oostelijk partnerschap.

Conclusies

De afgelopen maand mei legde de EU de laatste hand aan een volledige herziening van haar Europees nabuurschapsbeleid. Daarmee reageerde zij op een aantal zaken: de noodzaak om het democratiseringsproces dat de hele zuidelijke nabuurschap van de EU bestrijkt, te ondersteunen; de Europese aspiraties van een aantal Oost-Europese partners en de noodzaak om het Oostelijk partnerschap te verdiepen; de nieuwe mogelijkheden die worden geboden na de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon. Een jaar later is het perspectief rooskleurig, zoals uit de evaluatie blijkt. Op velerlei vlak is de nabuurschap van de EU vandaag democratischer en meer open voor veranderingen dan een jaar geleden. De nieuwe beleidsaanpak van de EU is vast verankerd. De meeste partnerlanden hebben er positief op gereageerd en hebben zich bereid verklaard met meer daadkracht politieke en economische hervormingen door te voeren en de banden met de EU nauwer aan te halen.

Dit is echter een overgangsfase. Veel landen zijn bezig met het opstellen van een nieuwe grondwet, het oprichten van nieuwe instellingen, het opbouwen van een interne consensus over democratische omvorming en de verkiezing van nieuwe leiders. Dit is een problematisch en in sommige gevallen zelfs precair proces. Het is begrijpelijk dat in sommige landen deze interne processen meer tijd nodig hebben, alvorens zij de volledige dialoog met de EU kunnen hervatten over hervormingen en onderhandelingen die de weg kunnen effenen voor nauwere handelsbetrekkingen, een diepgaandere economische en sectorale integratie en meer mobiliteit.

In deze situatie is het van belang dat de EU haar verbintenissen ten aanzien van de zuidelijke nabuurschap gestand doet en haar engagement voor de oostelijke nabuurschap vergroot. Dit zal ook bijdragen tot de veiligheid en de welvaart van de EU zelf. De geloofwaardigheid van de EU op wereldvlak zal in grote mate afhangen van het vermogen van de EU om op beslissende wijze actief te worden in haar nabuurschap. Daarom moet de EU ondanks de economische problemen een open en naar buiten gerichte blik behouden, de nabuurschapsrelaties nog verder aanhalen en de inspanningen van de partners om hun landen democratischer, welvarender en daarmee ook stabieler te maken, genereus ondersteunen.

               COM (2011) 303 van 25.5.2011.

               Aan deze gezamenlijke mededeling zijn de volgende documenten toegevoegd: twaalf voortgangsverslagen met een evaluatie van de tenuitvoerlegging van het Europees nabuurschapsbeleid in 2011 in de twaalf nabuurschapslanden waarmee een actieplan of een daarmee gelijkgesteld document werd overeengekomen; twee regionale voortgangsverslagen over de vooruitgang in 2011 met de tenuitvoerlegging van het Oostelijk partnerschap en het Partnerschap voor democratie en gedeelde welvaart; en een statistische bijlage.

               1 miljard euro voor de zuidelijke nabuurschap van de EU en 150 miljoen euro voor de oostelijke nabuurschap van de EU.

               SPRING (Support for Partnership, Reform and Inclusive Growth); EaPIC (Eastern Partnership Integration and Cooperation Programme).

               COM (2012) …. van 15.5.2012, Oostelijk partnerschap: een routekaart voor de top van het najaar 2013.

               Een goed verankerde en duurzame democratie omvat onder meer: vrije en eerlijke verkiezingen; vrijheid van vereniging, meningsuiting en vergadering en pers- en mediavrijheid; een rechtsstaat, met een onafhankelijke rechterlijke macht en het recht op een eerlijk proces; corruptiebestrijding; hervorming van de veiligheidssector en de wetshandhavingssector (met inbegrip van de politie); de instelling van democratische controle over het leger en de veiligheidsdiensten.

               COM(2011) 200 van 8.3.2011.

               1 miljard euro voor de zuidelijke nabuurschap van de EU en 150 miljoen euro voor de oostelijke nabuurschap van de EU.

               In december 2011 keurde de Commissie het voorstel goed voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende de ratificatie door de EU van de wijzigingen (COM (2011) 905 van 21.12.2011).

             COM (2011) 500 definitief van 29.6.2011, 'Een begroting voor Europa 2020'.

             Armenië, de republiek Moldavië, Oekraïne en in de toekomst eventueel Egypte en Georgië.

             Zie meer bepaald de volgende mededelingen van de Commissie: “De EU en haar aangrenzende regio's: een nieuw beleid voor samenwerking op het gebied van vervoer”, COM (2011) 415 van 7.7.2011 en “Het energiebeleid van de EU: verbintenissen met partners buiten onze grenzen”, COM (2011) 539 van 7.9.2011.