Artikelen bij COM(2006)57 - Europese betalingsbevelprocedure (door de Commissie overeenkomstig artikel 250, lid 2 van het EG-verdrag ingediend)

Dit is een beperkte versie

U kijkt naar een beperkte versie van dit dossier in de EU Monitor.


Inhoudsopgave

Artikel 1 - Doel

1. Deze verordening heeft ten doel:

- de beslechting van een geschil in grensoverschrijdende zaken met betrekking tot niet-betwiste geldvorderingen te vereenvoudigen, te versnellen en goedkoper te maken door een Europese betalingsbevelprocedure in te voeren; en

- het vrije verkeer van Europese betalingsbevelen tussen de lidstaten te bewerkstelligen door minimumnormen vast te stellen waarvan de eerbiediging tot gevolg heeft dat in de lidstaat van tenuitvoerlegging geen intermediaire procedure hoeft te worden ingeleid voorafgaand aan de erkenning en tenuitvoerlegging.

2. Deze verordening belet geenszins dat een eiser een vordering in de zin van artikel 4 geldend maakt met behulp van een andere procedure waarin het recht van een lidstaat of het Gemeenschapsrecht voorziet.

Artikel 2 - Toepassingsgebied

1. Deze verordening is, in grensoverschrijdende zaken, van toepassing op burgerlijke en handelszaken, ongeacht de aard van het gerecht. Zij heeft in het bijzonder geen betrekking op fiscale zaken, douanezaken en bestuursrechtelijke zaken of op de aansprakelijkheid van de staat wegens handelingen en omissies bij de uitoefening van het staatsgezag ("acta iure imperii").

2. Deze verordening is niet van toepassing op:

a) het huwelijksgoederenrecht, testamenten en erfenissen;

b) het faillissement, akkoorden en andere soortgelijke procedures;

c) de sociale zekerheid;

d) vorderingen als gevolg van niet-contractuele verbintenissen, tenzij:

i) er een akkoord tussen de partijen of een schuldbekentenis is; of

ii) deze betrekking hebben op geliquideerde schulden die voortvloeien uit gezamenlijk eigendom van vermogensbestanddelen.

3. In deze verordening wordt onder lidstaat verstaan: alle lidstaten behalve Denemarken.

Artikel 3 - Grensoverschrijdende zaken

1. In deze verordening wordt onder grensoverschrijdende zaak verstaan: een zaak waarin ten minste een van de partijen haar woonplaats of haar gewone verblijfplaats heeft in een andere staat dan de lidstaat van het aangezochte gerecht.

2. De woonplaats wordt bepaald overeenkomstig de artikelen 59 en 60 van Verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken.

3. Of een zaak grensoverschrijdend is, wordt bepaald op het tijdstip waarop het verzoek om een Europees betalingsbevel overeenkomstig deze verordening bij het bevoegde gerecht wordt ingediend.

Artikel 4 - Europese betalingsbevelprocedure

De Europese betalingsbevelprocedure wordt ingevoerd voor de inning van liquide geldvorderingen die opeisbaar zijn op het tijdstip waarop het verzoek om een Europees betalingsbevel wordt ingediend.

Artikel 5 - Definities

In deze verordening wordt verstaan onder:

1. 'lidstaat van oorsprong': de lidstaat waar een Europees betalingsbevel wordt uitgevaardigd;

2. 'lidstaat van tenuitvoerlegging': de lidstaat waar wordt verzocht om tenuitvoerlegging van het Europees betalingsbevel;

3. 'gerecht': elke instantie van een lidstaat die bevoegd is voor het Europees betalingsbevel of andere verwante aangelegenheden;

4. 'gerecht van oorsprong': het gerecht dat het Europees betalingsbevel uitvaardigt.

Artikel 6 - Rechterlijke bevoegdheid

1. Voor de toepassing van deze verordening wordt de rechterlijke bevoegdheid bepaald volgens de ter zake geldende regels van het Gemeenschapsrecht, en met name Verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken.

2. Wanneer de vordering evenwel betrekking heeft op een overeenkomst gesloten door een persoon, de consument, voor een gebruik dat als niet-bedrijfs- of niet-beroepsmatig kan worden beschouwd, en de consument de verweerder is, zijn de gerechten van de lidstaat waar de verweerder zijn woonplaats heeft in de zin van artikel 59 van Verordening (EG) nr. 44/2001 bij uitsluiting bevoegd.

Artikel 7 - Verzoek om een Europees betalingsbevel

1. Het verzoek om een Europees betalingsbevel wordt ingediend met behulp van het in de bijlage opgenomen standaardformulier.

2. In het verzoek worden vermeld:

a) naam en adres van de partijen en, in voorkomend geval, van hun vertegenwoordigers, en van het gerecht waarbij het verzoek wordt ingediend;

b) het bedrag van de schuldvordering, met inbegrip van de hoofdsom en, in voorkomend geval, rente en contractuele sancties;

c) indien rente over de schuldvordering wordt gevorderd, de rentevoet en de periode waarvoor rente wordt gevorderd, tenzij volgens het recht van de lidstaat van oorsprong de hoofdsom automatisch met de wettelijke rente wordt vermeerderd;

d) de grondslag van de rechtsvordering, waaronder een beschrijving van de elementen waarmee de schuldvordering en, in voorkomend geval, de gevorderde rente worden gestaafd;

e) een beschrijving van het bewijs tot staving van de schuldvordering;

f) de gronden voor de rechterlijke bevoegdheid; en

g) het grensoverschrijdende karakter van de zaak overeenkomstig artikel 3.

3. In het verzoek verklaart de eiser dat de verstrekte inlichtingen naar zijn weten waarheidsgetrouw zijn, en erkent hij dat het opzettelijk afleggen van een valse verklaring aanleiding kan geven tot passende sancties overeenkomstig het recht van de lidstaat van oorsprong.

4. In een bijlage bij het verzoek kan de eiser aan het gerecht meedelen dat hij bezwaar maakt tegen een overgang naar een gewone procedure overeenkomstig artikel 17 in geval van verzet door de verweerder. Dit belet de eiser niet het gerecht later, maar in elk geval voordat het betalingsbevel wordt uitgevaardigd, daarvan in kennis te stellen.

5. Het verzoek wordt ingediend op papieren drager of met behulp van elk ander communicatiemiddel, elektronische vorm daaronder begrepen, dat in de lidstaat van oorsprong wordt aanvaard en dat in het gerecht van oorsprong beschikbaar is.

6. Het verzoek wordt door de eiser of, in voorkomend geval, door zijn vertegenwoordiger ondertekend. Een overeenkomstig lid 5 elektronisch ingediend verzoek wordt ondertekend overeenkomstig artikel 2, lid 2, van Richtlijn 1999/93/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 1999 betreffende een gemeenschappelijk kader voor elektronische handtekeningen. De elektronische handtekening wordt in de lidstaat van oorsprong erkend zonder dat verdere voorwaarden kunnen worden gesteld.

Een dergelijke elektronische handtekening is evenwel niet vereist indien en voorzover er een alternatief elektronisch communicatiesysteem bij het gerecht van de lidstaat van oorsprong bestaat dat voor een bepaalde groep tevoren geregistreerde geauthentiseerde gebruikers beschikbaar is en waarmee die gebruikers op een veilige manier kunnen worden geïdentificeerd. De lidstaten stellen de Commissie in kennis van dergelijke communicatiesystemen.

Artikel 8 - Onderzoek van het verzoek

Aan de hand van het verzoekformulier onderzoekt het gerecht waarbij een verzoek om een Europees betalingsbevel is ingediend, zo spoedig mogelijk of aan de in de artikelen 2, 3, 4, 6 en 7 gestelde eisen is voldaan en of de vordering gegrond en ontvankelijk lijkt. Dit onderzoek kan geschieden in het kader van een geautomatiseerde procedure.

Artikel 9 - Aanvulling en correctie

1. Indien niet aan de voorwaarden van artikel 7 is voldaan, en tenzij het verzoek duidelijk ongegrond of niet-ontvankelijk is, stelt het gerecht de eiser in de gelegenheid het verzoek aan te vullen of te corrigeren. Het gerecht gebruikt daartoe het in de bijlage opgenomen standaardformulier.

2. Wanneer het gerecht de eiser vraagt zijn verzoek aan te vullen of te corrigeren, geeft het aan welke termijn het in de gegeven omstandigheden passend acht. Het gerecht kan deze termijn naar eigen goeddunken verlengen.

Artikel 10 - Wijziging van het verzoek

1. Indien slechts voor een gedeelte van het verzoek aan de in artikel 8 genoemde eisen is voldaan, stelt het gerecht de eiser daarvan in kennis met behulp van het in de bijlage opgenomen standaardformulier. De eiser wordt verzocht een voorstel voor een Europees betalingsbevel voor het door het gerecht gespecificeerde bedrag te aanvaarden of af te wijzen en wordt in kennis gesteld van de gevolgen van zijn besluit. De eiser antwoordt door het standaardformulier dat hem door het gerecht is toegezonden, terug te zenden binnen een door het gerecht overeenkomstig artikel 9, lid 2, vastgestelde termijn.

2. Indien de eiser het voorstel van het gerecht aanvaardt, vaardigt het gerecht overeenkomstig artikel 12 een Europees betalingsbevel uit voor het door de eiser aanvaarde gedeelte van het verzoek. De gevolgen met betrekking tot het resterende gedeelte van het oorspronkelijke verzoek worden door het nationale recht beheerst.

3. Indien de eiser zijn antwoord niet toezendt binnen de door het gerecht gestelde termijn of het voorstel van het gerecht afwijst, wijst het gerecht het verzoek om een Europees betalingsbevel volledig af overeenkomstig artikel 11.

Artikel 11 - Afwijzing van het verzoek

1. Het gerecht wijst het verzoek af, indien:

a) de eiser zijn antwoord niet toezendt binnen de termijn die het gerecht overeenkomstig artikel 9, lid 2, heeft vastgesteld; of

b) de eiser zijn antwoord niet toezendt binnen de door het gerecht vastgestelde termijn of het voorstel van het gerecht afwijst, overeenkomstig artikel 10; of

c) niet aan de in de artikelen 2, 3, 4, 6 en 7 gestelde eisen is voldaan; of

d) de vordering kennelijk ongegrond of niet-ontvankelijk is.

De eiser wordt door middel van het in de bijlage opgenomen standaardformulier in kennis gesteld van de gronden voor de afwijzing.

2. Tegen de afwijzing van het verzoek staan geen rechtsmiddelen open.

3. De afwijzing van het verzoek belet geenszins dat de eiser zijn vordering geldend maakt door middel van een nieuw verzoek om een Europees betalingsbevel of door middel van een andere procedure waarin het recht van een lidstaat voorziet.

Artikel 12 - Uitvaardiging van een Europees betalingsbevel

1. Indien aan de in artikel 8 genoemde voorwaarden is voldaan, vaardigt het gerecht met behulp van het in de bijlage opgenomen standaardformulier zo spoedig mogelijk en normaliter binnen 30 dagen na de indiening van het verzoek een Europees betalingsbevel uit.

De termijn van 30 dagen omvat niet de tijd die de eiser nodig heeft om het verzoek aan te vullen, te corrigeren of te wijzigen.

2. Het Europees betalingsbevel wordt uitgevaardigd samen met een afschrift van het verzoekformulier. Het bevat niet de door de eiser krachtens artikel 7, lid 4, verstrekte informatie.

3. In het Europees betalingsbevel wordt de verweerder in kennis gesteld van de mogelijkheid:

a) het in het betalingsbevel vermelde bedrag aan de eiser te betalen; of

b) zich tegen het betalingsbevel te verzetten door binnen de in artikel 16, lid 2, gestelde termijn een verzetschrift toe te zenden aan het gerecht van oorsprong.

4. In het Europees betalingsbevel wordt de verweerder ervan in kennis gesteld dat:

a) het betalingsbevel uitsluitend op basis van de door de eiser verstrekte informatie is uitgevaardigd en niet door het gerecht is geverifieerd;

b) het betalingsbevel uitvoerbaar wordt, tenzij overeenkomstig artikel 16 bij het gerecht verzet wordt aangetekend;

c) ingeval verzet wordt aangetekend, de procedure voor de bevoegde gerechten van de lidstaat van oorsprong wordt voortgezet volgens de regels van het gewone burgerlijk procesrecht, tenzij de eiser uitdrukkelijk heeft verzocht de procedure in dat geval stop te zetten.

5. Het gerecht zorgt ervoor dat het betalingsbevel overeenkomstig het nationale recht aan de verweerder wordt betekend of ter kennis gebracht; daarbij moet aan de minimumnormen van de artikelen 13 tot en met 15 worden voldaan

Artikel 13 - Betekening of kennisgeving met bewijs van ontvangst door de verweerder

Het Europees betalingsbevel kan op een van de volgende wijzen aan de verweerder worden betekend of ter kennis gebracht, overeenkomstig het nationale recht van de aangezochte staat:

a) door persoonlijke betekening of kennisgeving blijkend uit een door de verweerder ondertekende ontvangstbevestiging met de datum van ontvangst;

b) door persoonlijke betekening of kennisgeving blijkend uit een document ondertekend door de bevoegde persoon die de betekening of kennisgeving heeft verricht, en waarin wordt verklaard dat de verweerder het stuk in ontvangst heeft genomen of zonder wettige grond geweigerd heeft, en waarin de datum van betekening of kennisgeving is vermeld;

c) door betekening of kennisgeving per post, blijkend uit een door de verweerder ondertekende en teruggezonden ontvangstbevestiging met de datum van ontvangst;

d) door betekening of kennisgeving langs elektronische weg, bijvoorbeeld door middel van een faxbericht of een elektronisch postbericht, blijkend uit een door de verweerder ondertekende en teruggezonden ontvangstbevestiging met de datum van ontvangst.

Artikel 14 - Betekening of kennisgeving zonder bewijs van ontvangst door de verweerder

1. Het Europees betalingsbevel kan ook op een van de volgende wijzen aan de verweerder worden betekend of ter kennis gebracht, overeenkomstig het nationale recht van de aangezochte staat:

a) door persoonlijke betekening of kennisgeving op het persoonlijke adres van de verweerder, aan een persoon die als huisgenoot van de verweerder dezelfde woonplaats heeft of aldaar in dienst is;

b) wanneer de verweerder een zelfstandige of een rechtspersoon is, door persoonlijke betekening of kennisgeving op het zakenadres van de verweerder, aan een persoon die bij de verweerder in dienst is;

c) door deponering van het betalingsbevel in de brievenbus van de verweerder;

d) door deponering van het betalingsbevel op het postkantoor of bij de bevoegde autoriteiten, en schriftelijke mededeling daarvan in de brievenbus van de verweerder, mits in de schriftelijke mededeling duidelijk wordt vermeld dat het om een gerechtelijk stuk gaat of dat deze schriftelijke mededeling rechtsgeldig is als betekening of kennisgeving en de toepasselijke termijnen doet ingaan;

e) per post zonder bewijs overeenkomstig lid 3 indien de verweerder zijn adres in de lidstaat van oorsprong heeft;

f) langs elektronische weg, blijkens een automatische aankomstbevestiging, op voorwaarde dat de verweerder vooraf uitdrukkelijk met deze vorm van betekening of kennisgeving heeft ingestemd.

2. Voor de toepassing van deze verordening is betekening of kennisgeving overeenkomstig lid 1 niet toegestaan, indien het adres van de verweerder niet met zekerheid bekend is.

3. Betekening of kennisgeving overeenkomstig lid 1, onder a) tot en met d), blijkt uit:

a) een document dat is ondertekend door de bevoegde persoon die de betekening of de kennisgeving heeft verricht, en waarin het volgende wordt vermeld:

i) de wijze waarop de betekening of kennisgeving is geschied;

ii) de datum van betekening of kennisgeving;

iii) indien het betalingsbevel ter betekening of kennisgeving is aangeboden aan een andere persoon dan de verweerder, de naam van die persoon en zijn relatie tot de verweerder;

of

b) voor de toepassing van lid 1, onder a) en b), een ontvangstbevestiging van de persoon aan wie betekening of kennisgeving is geschied.

Artikel 15 - Betekening of kennisgeving aan een vertegenwoordiger

Betekening of kennisgeving in de zin van de artikelen 13 en 14 kan ook aan een vertegenwoordiger van de verweerder geschieden.

Artikel 16 - Verzet tegen het Europees betalingsbevel

1. De verweerder kan bij het gerecht van oorsprong verzet aantekenen tegen het Europees betalingsbevel door middel van het in de bijlage opgenomen standaardformulier, dat hem samen met het Europees betalingsbevel wordt verstrekt.

2. Het verzetschrift wordt toegezonden binnen 30 dagen nadat het betalingsbevel is betekend of ter kennis gebracht aan de verweerder.

3. In het verzetschrift vermeldt de verweerder dat hij de vordering betwist, zonder gehouden te zijn te verklaren op welke gronden hij de vordering betwist.

4. Het verzetschrift wordt ingediend op papieren drager of met behulp van elk ander communicatiemiddel, elektronische vorm daaronder begrepen, dat in de lidstaat van oorsprong wordt aanvaard en dat in het gerecht van oorsprong beschikbaar is.

5. Het verzetschrift moet door de verweerder of, in voorkomend geval, door zijn vertegenwoordiger worden ondertekend. Een overeenkomstig lid 4 elektronisch ingediend verzetschrift wordt ondertekend overeenkomstig artikel 2, lid 2, van Richtlijn 1999/93/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 1999 betreffende een gemeenschappelijk kader voor elektronische handtekeningen. De elektronische handtekening wordt in de lidstaat van oorsprong erkend zonder dat verdere voorwaarden kunnen worden gesteld.

Een dergelijke elektronische handtekening is evenwel niet vereist indien en voorzover er een alternatief elektronisch communicatiesysteem bij het gerecht van de lidstaat van oorsprong bestaat dat voor een bepaalde groep tevoren geregistreerde geauthentiseerde gebruikers beschikbaar is en waarmee die gebruikers op een veilige manier kunnen worden geïdentificeerd. De lidstaten stellen de Commissie in kennis van dergelijke communicatiesystemen.

Artikel 17 - Gevolgen van de indiening van een verzetschrift

1. Indien binnen de in artikel 16, lid 2, gestelde termijn verzet is aangetekend, wordt de procedure voor de bevoegde gerechten van de lidstaat van oorsprong voortgezet volgens de regels van het gewone burgerlijk procesrecht, tenzij de eiser uitdrukkelijk heeft verzocht de procedure in dat geval stop te zetten, overeenkomstig artikel 7, lid 4.

Indien de eiser zijn vordering door middel van de Europese betalingsbevelprocedure geldend heeft gemaakt, laat het nationale recht zijn status in de daaropvolgende gewone procedure onverlet.

2. De overgang naar de gewone procedure in de zin van lid 1 wordt beheerst door het recht van de lidstaat van oorsprong.

3. Aan de eiser wordt medegedeeld of de verweerder een verzetschrift heeft ingediend en of er naar een gewone procedure wordt overgegaan.

Artikel 18 - Uitvoerbaarheid

1. Indien, rekening houdend met een periode tijdens welke een verzetschrift kan binnenkomen, binnen de in artikel 16, lid 2, gestelde termijn geen verzetschrift is ingediend, verklaart het gerecht van oorsprong het Europees betalingsbevel onverwijld uitvoerbaar met behulp van het in de bijlage opgenomen standaardformulier. Het gerecht van oorsprong verifieert de datum van betekening of kennisgeving.

2. Onverminderd lid 1 worden de formele voorwaarden waaronder het betalingsbevel uitvoerbaar wordt, beheerst door het recht van de lidstaat van oorsprong.

3. Het gerecht zendt het uitvoerbare Europese betalingsbevel aan de eiser toe.

Artikel 19 - Afschaffing van het exequatur

Een Europees betalingsbevel dat uitvoerbaar is geworden in de lidstaat van oorsprong, wordt in de andere lidstaten erkend en ten uitvoer gelegd zonder dat een verklaring van uitvoerbaarheid nodig is en zonder enige mogelijkheid de erkenning te betwisten.

Artikel 20 - Heroverweging in uitzonderingsgevallen

1. De verweerder heeft het recht om, na het verstrijken van de in artikel 16, lid 2, gestelde termijn, voor het bevoegde gerecht van de lidstaat van oorsprong om heroverweging van het Europees betalingsbevel te verzoeken, indien aan de volgende voorwaarden is voldaan:

a) i) het betalingsbevel werd betekend of ter kennis gebracht op een van de in artikel 14 vermelde wijzen; en

ii) de betekening of kennisgeving is buiten zijn schuld niet zo tijdig geschied als met het oog op zijn verdediging nodig was,

of

b) de verweerder heeft de vordering niet kunnen betwisten wegens overmacht of wegens buitengewone omstandigheden buiten zijn wil,

mits de verweerder in beide gevallen onmiddellijk handelt.

2. De verweerder heeft tevens het recht om, na het verstrijken van de in artikel 16, lid 2, gestelde termijn, voor het bevoegde gerecht in de lidstaat van oorsprong om heroverweging van het Europees betalingsbevel te verzoeken, wanneer het Europees betalingsbevel, in het licht van de in deze verordening neergelegde vereisten, kennelijk ten onrechte is uitgevaardigd, of in andere uitzonderlijke omstandigheden.

3. Indien het gerecht het verzoek afwijst omdat geen van de in de leden 1 en 2 genoemde heroverwegingsgronden van toepassing is, blijft het Europees betalingsbevel van kracht.

Indien het gerecht besluit dat heroverweging om één van de in de leden 1 en 2 genoemde redenen gegrond is, is het Europees betalingsbevel nietig.

Artikel 21 - Tenuitvoerlegging

1. Onverminderd de bepalingen van deze verordening worden de tenuitvoerleggingsprocedures beheerst door het recht van de lidstaat van tenuitvoerlegging.

Een Europees betalingsbevel dat uitvoerbaar is geworden, wordt onder dezelfde voorwaarden ten uitvoer gelegd als een uitvoerbare beslissing die in de lidstaat van tenuitvoerlegging is gegeven.

2. Met het oog op tenuitvoerlegging in een andere lidstaat verstrekt de eiser aan de bevoegde tenuitvoerleggingsautoriteiten in die lidstaat de volgende stukken:

a) een afschrift van het door het gerecht van oorsprong uitvoerbaar verklaarde Europees betalingsbevel, dat aan de nodige voorwaarden voldoet om de echtheid ervan te kunnen vaststellen; en

b) indien nodig, een vertaling van het Europees betalingsbevel in de officiële taal van de lidstaat van tenuitvoerlegging, of indien er in die lidstaat verscheidene officiële talen bestaan, in de officiële taal of een der officiële rechtstalen in de plaats waar het betalingsbevel ten uitvoer moet worden gelegd overeenkomstig het recht van die lidstaat, of in een andere taal die de lidstaat van tenuitvoerlegging heeft aangeven te aanvaarden. Elke lidstaat kan mededelen welke officiële taal of talen van de instellingen van de Europese Gemeenschap hij naast zijn eigen taal of talen voor het Europees betalingsbevel kan aanvaarden. De vertaling wordt door een daartoe in een van de lidstaten bevoegde persoon als officiële vertaling gewaarmerkt.

3. Van een eiser die in een lidstaat om de tenuitvoerlegging van een in een andere lidstaat uitgevaardigd Europees betalingsbevel verzoekt, wordt geen zekerheid, borg of pand, in welke vorm ook, gevraagd op grond van het feit dat hij een onderdaan van een derde land is of zijn woon- of verblijfplaats niet in de lidstaat van tenuitvoerlegging heeft.

Artikel 22 - Weigering van de tenuitvoerlegging

1. De tenuitvoerlegging wordt op verzoek van de verweerder door het bevoegde gerecht in de lidstaat van tenuitvoerlegging geweigerd, indien het Europees betalingsbevel onverenigbaar is met een in een van de lidstaten of een derde land gegeven eerdere beslissing of eerder betalingsbevel, op voorwaarde dat:

a) de eerdere beslissing tussen dezelfde partijen is gegeven in een geschil dat op dezelfde grondslag berust; en

b) de eerdere beslissing aan de voorwaarden voor erkenning in de lidstaat van tenuitvoerlegging voldoet; en

c) de onverenigbaarheid in de gerechtelijke procedure in de lidstaat van oorsprong niet als verweer had kunnen worden aangevoerd.

2. Op verzoek wordt de tenuitvoerlegging eveneens geweigerd indien en voorzover de verweerder aan de eiser het in het Europees betalingsbevel toegekende bedrag heeft betaald.

3. In geen geval wordt in de lidstaat van tenuitvoerlegging de juistheid van het Europees betalingsbevel onderzocht.

Artikel 23 - Opschorting of beperking van de tenuitvoerlegging

Indien de verweerder overeenkomstig artikel 20 om heroverweging heeft verzocht, kan het bevoegde gerecht in de lidstaat van tenuitvoerlegging, op verzoek van de verweerder:

a) de tenuitvoerleggingsprocedure tot bewarende maatregelen beperken; of

b) de tenuitvoerlegging afhankelijk maken van het stellen van een door dit gerecht te bepalen zekerheid; of

c) in buitengewone omstandigheden de tenuitvoerleggingsprocedure opschorten.

Artikel 24 - Procesvertegenwoordiging Vertegenwoordiging door een advocaat of een andere beoefenaar van een juridisch beroep is niet verplicht

a) voor de eiser bij het indienen van het verzoek om een Europees betalingsbevel;

b) voor de verweerder bij het aantekenen van verzet tegen een Europees betalingsbevel.

Artikel 25 - Gerechtskosten

1. De totale gerechtskosten van een Europese betalingsbevelprocedure en van de gewone burgerrechtelijke procedure die volgt op het aantekenen van verzet tegen het Europees betalingsbevel in een lidstaat, zijn niet hoger dan de gerechtskosten van een gewone burgerrechtelijke procedure waaraan in die lidstaat geen Europese betalingsbevelprocedure is voorafgegaan.

2. Voor de toepassing van deze verordening omvatten de gerechtskosten de aan het gerecht te betalen vergoedingen en kosten, waarvan het bedrag overeenkomstig het nationale recht wordt vastgesteld.

Artikel 26 - Verhouding tot het nationale procesrecht

Niet uitdrukkelijk in deze verordening geregelde procedurekwesties worden beheerst door het nationale recht.

Artikel 27 Verhouding tot Verordening (EG) nr. 1348/2000

Deze verordening laat de toepassing onverlet van Verordening (EG) nr. 1348/2000 van de Raad van 29 mei 2000 inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken.

Artikel 28 - Gegevens betreffende kosten voor betekening of kennisgeving en tenuitvoerlegging De lidstaten werken samen om het publiek en de beroepskringen informatie te verstrekken over

a) de kosten voor betekening of kennisgeving van stukken; en

b) de instanties die bevoegd zijn tot tenuitvoerlegging in de zin van de artikelen 21 tot en met 23,

met name via het overeenkomstig Beschikking 2001/470/EG van de Raad van 28 mei 2001 opgerichte Europese justitiële netwerk in burgerlijke en handelszaken.

Artikel 29 - Gegevens betreffende rechterlijke bevoegdheid, heroverwegingsprocedures, communicatiemiddelen en talen

1. Uiterlijk __ _______________ 200_ doen de lidstaten de Commissie mededeling van:

a) de gerechten die bevoegd zijn voor het uitvaardigen van een Europees betalingsbevel;

b) de heroverwegingsprocedure en de bevoegde gerechten in de zin van artikel 20;

c) de voor de Europese betalingsbevelprocedure aanvaarde communicatiemiddelen waarover de gerechten beschikken; en

d) de uit hoofde van artikel 21, lid 2, onder b), aanvaarde talen.

De lidstaten stellen de Commissie in kennis van elke wijziging van deze gegevens.

2. De Commissie maakt de overeenkomstig lid 1 meegedeelde gegevens openbaar door bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie of door enig ander passend middel.

Artikel 30 - Wijziging in de bijlagen

De in de bijlagen opgenomen standaardformulieren worden volgens de in artikel 31 bedoelde procedure bijgewerkt of technisch aangepast zodat ze volledig in overeenstemming zijn met de bepalingen van deze verordening.

Artikel 31 - Comité

1. De Commissie wordt bijgestaan door het in artikel 75 van Verordening (EG) nr. 44/2001 bedoelde comité.

2. Wanneer naar dit artikel wordt verwezen, zijn de artikelen 3 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van de bepalingen van artikel 8 van dat besluit.

Artikel 32 - Evaluatie

Uiterlijk __ _________ 200_ dient de Commissie bij het Europees Parlement, de Raad en het Europees Economisch en Sociaal Comité een uitvoerig verslag in over de werking van de Europese betalingsbevelprocedure. Dat verslag bevat een beoordeling van de werking van de procedure en een uitvoerige effectbeoordeling voor elke lidstaat.

Te dien einde en om te waarborgen dat naar behoren rekening wordt gehouden met de beproefde methoden in de Europese Unie en dat deze de beginselen van betere wetgeving weerspiegelen, verstrekken de lidstaten de Commissie informatie over de grensoverschrijdende werking van het Europees betalingsbevel. Deze informatie heeft betrekking op de gerechtskosten, de duur van de procedure, de doeltreffendheid, de gebruiksvriendelijkheid en de interne betalingsbevelprocedures van de lidstaten.

Dit verslag van de Commissie gaat zo nodig vergezeld van voorstellen tot aanpassing van deze verordening.

Artikel 33 - Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op __ _______________ 200_.

Deze verordening is van toepassing met ingang van __ _________ 200_, met uitzondering van de artikelen 29, 30 en 31, die van toepassing zijn met ingang van __ ________ 200_.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in de lidstaten overeenkomstig het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap.