Artikelen bij COM(2006)57 - Europese betalingsbevelprocedure (door de Commissie overeenkomstig artikel 250, lid 2 van het EG-verdrag ingediend) - Hoofdinhoud
Dit is een beperkte versie
U kijkt naar een beperkte versie van dit dossier in de EU Monitor.
dossier | COM(2006)57 - Europese betalingsbevelprocedure (door de Commissie overeenkomstig artikel 250, lid 2 van het EG-verdrag ingediend). |
---|---|
document | COM(2006)57 ![]() ![]() |
datum | 7 februari 2006 |
Inhoudsopgave
- Artikel 1 - Doel
- Artikel 2 - Toepassingsgebied
- Artikel 3 - Grensoverschrijdende zaken
- Artikel 4 - Europese betalingsbevelprocedure
- Artikel 5 - Definities
- Artikel 6 - Rechterlijke bevoegdheid
- Artikel 7 - Verzoek om een Europees betalingsbevel
- Artikel 8 - Onderzoek van het verzoek
- Artikel 9 - Aanvulling en correctie
- Artikel 10 - Wijziging van het verzoek
- Artikel 11 - Afwijzing van het verzoek
- Artikel 12 - Uitvaardiging van een Europees betalingsbevel
- Artikel 13 - Betekening of kennisgeving met bewijs van ontvangst door de verweerder
- Artikel 14 - Betekening of kennisgeving zonder bewijs van ontvangst door de verweerder
- Artikel 15 - Betekening of kennisgeving aan een vertegenwoordiger
- Artikel 16 - Verzet tegen het Europees betalingsbevel
- Artikel 17 - Gevolgen van de indiening van een verzetschrift
- Artikel 18 - Uitvoerbaarheid
- Artikel 19 - Afschaffing van het exequatur
- Artikel 20 - Heroverweging in uitzonderingsgevallen
- Artikel 21 - Tenuitvoerlegging
- Artikel 22 - Weigering van de tenuitvoerlegging
- Artikel 23 - Opschorting of beperking van de tenuitvoerlegging
- Artikel 24 - Procesvertegenwoordiging Vertegenwoordiging door een advocaat of een andere beoefenaar van een juridisch beroep is niet verplicht
- Artikel 25 - Gerechtskosten
- Artikel 26 - Verhouding tot het nationale procesrecht
- Artikel 28 - Gegevens betreffende kosten voor betekening of kennisgeving en tenuitvoerlegging De lidstaten werken samen om het publiek en de beroepskringen informatie te verstrekken over
- Artikel 29 - Gegevens betreffende rechterlijke bevoegdheid, heroverwegingsprocedures, communicatiemiddelen en talen
- Artikel 30 - Wijziging in de bijlagen
- Artikel 31 - Comité
- Artikel 32 - Evaluatie
- Artikel 33 - Inwerkingtreding
Artikel 1 - Doel
- de beslechting van een geschil in grensoverschrijdende zaken met betrekking tot niet-betwiste geldvorderingen te vereenvoudigen, te versnellen en goedkoper te maken door een Europese betalingsbevelprocedure in te voeren; en
- het vrije verkeer van Europese betalingsbevelen tussen de lidstaten te bewerkstelligen door minimumnormen vast te stellen waarvan de eerbiediging tot gevolg heeft dat in de lidstaat van tenuitvoerlegging geen intermediaire procedure hoeft te worden ingeleid voorafgaand aan de erkenning en tenuitvoerlegging.
2. Deze verordening belet geenszins dat een eiser een vordering in de zin van artikel 4 geldend maakt met behulp van een andere procedure waarin het recht van een lidstaat of het Gemeenschapsrecht voorziet.
Artikel 2 - Toepassingsgebied
2. Deze verordening is niet van toepassing op:
a) het huwelijksgoederenrecht, testamenten en erfenissen;
b) het faillissement, akkoorden en andere soortgelijke procedures;
c) de sociale zekerheid;
d) vorderingen als gevolg van niet-contractuele verbintenissen, tenzij:
i) er een akkoord tussen de partijen of een schuldbekentenis is; of
ii) deze betrekking hebben op geliquideerde schulden die voortvloeien uit gezamenlijk eigendom van vermogensbestanddelen.
3. In deze verordening wordt onder lidstaat verstaan: alle lidstaten behalve Denemarken.
Artikel 3 - Grensoverschrijdende zaken
2. De woonplaats wordt bepaald overeenkomstig de artikelen 59 en 60 van Verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken.
3. Of een zaak grensoverschrijdend is, wordt bepaald op het tijdstip waarop het verzoek om een Europees betalingsbevel overeenkomstig deze verordening bij het bevoegde gerecht wordt ingediend.
Artikel 4 - Europese betalingsbevelprocedure
Artikel 5 - Definities
1. 'lidstaat van oorsprong': de lidstaat waar een Europees betalingsbevel wordt uitgevaardigd;
2. 'lidstaat van tenuitvoerlegging': de lidstaat waar wordt verzocht om tenuitvoerlegging van het Europees betalingsbevel;
3. 'gerecht': elke instantie van een lidstaat die bevoegd is voor het Europees betalingsbevel of andere verwante aangelegenheden;
4. 'gerecht van oorsprong': het gerecht dat het Europees betalingsbevel uitvaardigt.
Artikel 6 - Rechterlijke bevoegdheid
2. Wanneer de vordering evenwel betrekking heeft op een overeenkomst gesloten door een persoon, de consument, voor een gebruik dat als niet-bedrijfs- of niet-beroepsmatig kan worden beschouwd, en de consument de verweerder is, zijn de gerechten van de lidstaat waar de verweerder zijn woonplaats heeft in de zin van artikel 59 van Verordening (EG) nr. 44/2001 bij uitsluiting bevoegd.
Artikel 7 - Verzoek om een Europees betalingsbevel
2. In het verzoek worden vermeld:
a) naam en adres van de partijen en, in voorkomend geval, van hun vertegenwoordigers, en van het gerecht waarbij het verzoek wordt ingediend;
b) het bedrag van de schuldvordering, met inbegrip van de hoofdsom en, in voorkomend geval, rente en contractuele sancties;
c) indien rente over de schuldvordering wordt gevorderd, de rentevoet en de periode waarvoor rente wordt gevorderd, tenzij volgens het recht van de lidstaat van oorsprong de hoofdsom automatisch met de wettelijke rente wordt vermeerderd;
d) de grondslag van de rechtsvordering, waaronder een beschrijving van de elementen waarmee de schuldvordering en, in voorkomend geval, de gevorderde rente worden gestaafd;
e) een beschrijving van het bewijs tot staving van de schuldvordering;
f) de gronden voor de rechterlijke bevoegdheid; en
g) het grensoverschrijdende karakter van de zaak overeenkomstig artikel 3.
3. In het verzoek verklaart de eiser dat de verstrekte inlichtingen naar zijn weten waarheidsgetrouw zijn, en erkent hij dat het opzettelijk afleggen van een valse verklaring aanleiding kan geven tot passende sancties overeenkomstig het recht van de lidstaat van oorsprong.
4. In een bijlage bij het verzoek kan de eiser aan het gerecht meedelen dat hij bezwaar maakt tegen een overgang naar een gewone procedure overeenkomstig artikel 17 in geval van verzet door de verweerder. Dit belet de eiser niet het gerecht later, maar in elk geval voordat het betalingsbevel wordt uitgevaardigd, daarvan in kennis te stellen.
5. Het verzoek wordt ingediend op papieren drager of met behulp van elk ander communicatiemiddel, elektronische vorm daaronder begrepen, dat in de lidstaat van oorsprong wordt aanvaard en dat in het gerecht van oorsprong beschikbaar is.
6. Het verzoek wordt door de eiser of, in voorkomend geval, door zijn vertegenwoordiger ondertekend. Een overeenkomstig lid 5 elektronisch ingediend verzoek wordt ondertekend overeenkomstig artikel 2, lid 2, van Richtlijn 1999/93/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 1999 betreffende een gemeenschappelijk kader voor elektronische handtekeningen. De elektronische handtekening wordt in de lidstaat van oorsprong erkend zonder dat verdere voorwaarden kunnen worden gesteld.
Een dergelijke elektronische handtekening is evenwel niet vereist indien en voorzover er een alternatief elektronisch communicatiesysteem bij het gerecht van de lidstaat van oorsprong bestaat dat voor een bepaalde groep tevoren geregistreerde geauthentiseerde gebruikers beschikbaar is en waarmee die gebruikers op een veilige manier kunnen worden geïdentificeerd. De lidstaten stellen de Commissie in kennis van dergelijke communicatiesystemen.
Artikel 8 - Onderzoek van het verzoek
Artikel 9 - Aanvulling en correctie
2. Wanneer het gerecht de eiser vraagt zijn verzoek aan te vullen of te corrigeren, geeft het aan welke termijn het in de gegeven omstandigheden passend acht. Het gerecht kan deze termijn naar eigen goeddunken verlengen.
Artikel 10 - Wijziging van het verzoek
2. Indien de eiser het voorstel van het gerecht aanvaardt, vaardigt het gerecht overeenkomstig artikel 12 een Europees betalingsbevel uit voor het door de eiser aanvaarde gedeelte van het verzoek. De gevolgen met betrekking tot het resterende gedeelte van het oorspronkelijke verzoek worden door het nationale recht beheerst.
3. Indien de eiser zijn antwoord niet toezendt binnen de door het gerecht gestelde termijn of het voorstel van het gerecht afwijst, wijst het gerecht het verzoek om een Europees betalingsbevel volledig af overeenkomstig artikel 11.
Artikel 11 - Afwijzing van het verzoek
a) de eiser zijn antwoord niet toezendt binnen de termijn die het gerecht overeenkomstig artikel 9, lid 2, heeft vastgesteld; of
b) de eiser zijn antwoord niet toezendt binnen de door het gerecht vastgestelde termijn of het voorstel van het gerecht afwijst, overeenkomstig artikel 10; of
c) niet aan de in de artikelen 2, 3, 4, 6 en 7 gestelde eisen is voldaan; of
d) de vordering kennelijk ongegrond of niet-ontvankelijk is.
De eiser wordt door middel van het in de bijlage opgenomen standaardformulier in kennis gesteld van de gronden voor de afwijzing.
2. Tegen de afwijzing van het verzoek staan geen rechtsmiddelen open.
3. De afwijzing van het verzoek belet geenszins dat de eiser zijn vordering geldend maakt door middel van een nieuw verzoek om een Europees betalingsbevel of door middel van een andere procedure waarin het recht van een lidstaat voorziet.
Artikel 12 - Uitvaardiging van een Europees betalingsbevel
De termijn van 30 dagen omvat niet de tijd die de eiser nodig heeft om het verzoek aan te vullen, te corrigeren of te wijzigen.
2. Het Europees betalingsbevel wordt uitgevaardigd samen met een afschrift van het verzoekformulier. Het bevat niet de door de eiser krachtens artikel 7, lid 4, verstrekte informatie.
3. In het Europees betalingsbevel wordt de verweerder in kennis gesteld van de mogelijkheid:
a) het in het betalingsbevel vermelde bedrag aan de eiser te betalen; of
b) zich tegen het betalingsbevel te verzetten door binnen de in artikel 16, lid 2, gestelde termijn een verzetschrift toe te zenden aan het gerecht van oorsprong.
4. In het Europees betalingsbevel wordt de verweerder ervan in kennis gesteld dat:
a) het betalingsbevel uitsluitend op basis van de door de eiser verstrekte informatie is uitgevaardigd en niet door het gerecht is geverifieerd;
b) het betalingsbevel uitvoerbaar wordt, tenzij overeenkomstig artikel 16 bij het gerecht verzet wordt aangetekend;
c) ingeval verzet wordt aangetekend, de procedure voor de bevoegde gerechten van de lidstaat van oorsprong wordt voortgezet volgens de regels van het gewone burgerlijk procesrecht, tenzij de eiser uitdrukkelijk heeft verzocht de procedure in dat geval stop te zetten.
5. Het gerecht zorgt ervoor dat het betalingsbevel overeenkomstig het nationale recht aan de verweerder wordt betekend of ter kennis gebracht; daarbij moet aan de minimumnormen van de artikelen 13 tot en met 15 worden voldaan
Artikel 13 - Betekening of kennisgeving met bewijs van ontvangst door de verweerder
a) door persoonlijke betekening of kennisgeving blijkend uit een door de verweerder ondertekende ontvangstbevestiging met de datum van ontvangst;
b) door persoonlijke betekening of kennisgeving blijkend uit een document ondertekend door de bevoegde persoon die de betekening of kennisgeving heeft verricht, en waarin wordt verklaard dat de verweerder het stuk in ontvangst heeft genomen of zonder wettige grond geweigerd heeft, en waarin de datum van betekening of kennisgeving is vermeld;
c) door betekening of kennisgeving per post, blijkend uit een door de verweerder ondertekende en teruggezonden ontvangstbevestiging met de datum van ontvangst;
d) door betekening of kennisgeving langs elektronische weg, bijvoorbeeld door middel van een faxbericht of een elektronisch postbericht, blijkend uit een door de verweerder ondertekende en teruggezonden ontvangstbevestiging met de datum van ontvangst.
Artikel 14 - Betekening of kennisgeving zonder bewijs van ontvangst door de verweerder
a) door persoonlijke betekening of kennisgeving op het persoonlijke adres van de verweerder, aan een persoon die als huisgenoot van de verweerder dezelfde woonplaats heeft of aldaar in dienst is;
b) wanneer de verweerder een zelfstandige of een rechtspersoon is, door persoonlijke betekening of kennisgeving op het zakenadres van de verweerder, aan een persoon die bij de verweerder in dienst is;
c) door deponering van het betalingsbevel in de brievenbus van de verweerder;
d) door deponering van het betalingsbevel op het postkantoor of bij de bevoegde autoriteiten, en schriftelijke mededeling daarvan in de brievenbus van de verweerder, mits in de schriftelijke mededeling duidelijk wordt vermeld dat het om een gerechtelijk stuk gaat of dat deze schriftelijke mededeling rechtsgeldig is als betekening of kennisgeving en de toepasselijke termijnen doet ingaan;
e) per post zonder bewijs overeenkomstig lid 3 indien de verweerder zijn adres in de lidstaat van oorsprong heeft;
f) langs elektronische weg, blijkens een automatische aankomstbevestiging, op voorwaarde dat de verweerder vooraf uitdrukkelijk met deze vorm van betekening of kennisgeving heeft ingestemd.
2. Voor de toepassing van deze verordening is betekening of kennisgeving overeenkomstig lid 1 niet toegestaan, indien het adres van de verweerder niet met zekerheid bekend is.
3. Betekening of kennisgeving overeenkomstig lid 1, onder a) tot en met d), blijkt uit:
a) een document dat is ondertekend door de bevoegde persoon die de betekening of de kennisgeving heeft verricht, en waarin het volgende wordt vermeld:
i) de wijze waarop de betekening of kennisgeving is geschied;
ii) de datum van betekening of kennisgeving;
iii) indien het betalingsbevel ter betekening of kennisgeving is aangeboden aan een andere persoon dan de verweerder, de naam van die persoon en zijn relatie tot de verweerder;
of
b) voor de toepassing van lid 1, onder a) en b), een ontvangstbevestiging van de persoon aan wie betekening of kennisgeving is geschied.
Artikel 15 - Betekening of kennisgeving aan een vertegenwoordiger
Artikel 16 - Verzet tegen het Europees betalingsbevel
2. Het verzetschrift wordt toegezonden binnen 30 dagen nadat het betalingsbevel is betekend of ter kennis gebracht aan de verweerder.
3. In het verzetschrift vermeldt de verweerder dat hij de vordering betwist, zonder gehouden te zijn te verklaren op welke gronden hij de vordering betwist.
4. Het verzetschrift wordt ingediend op papieren drager of met behulp van elk ander communicatiemiddel, elektronische vorm daaronder begrepen, dat in de lidstaat van oorsprong wordt aanvaard en dat in het gerecht van oorsprong beschikbaar is.
5. Het verzetschrift moet door de verweerder of, in voorkomend geval, door zijn vertegenwoordiger worden ondertekend. Een overeenkomstig lid 4 elektronisch ingediend verzetschrift wordt ondertekend overeenkomstig artikel 2, lid 2, van Richtlijn 1999/93/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 december 1999 betreffende een gemeenschappelijk kader voor elektronische handtekeningen. De elektronische handtekening wordt in de lidstaat van oorsprong erkend zonder dat verdere voorwaarden kunnen worden gesteld.
Een dergelijke elektronische handtekening is evenwel niet vereist indien en voorzover er een alternatief elektronisch communicatiesysteem bij het gerecht van de lidstaat van oorsprong bestaat dat voor een bepaalde groep tevoren geregistreerde geauthentiseerde gebruikers beschikbaar is en waarmee die gebruikers op een veilige manier kunnen worden geïdentificeerd. De lidstaten stellen de Commissie in kennis van dergelijke communicatiesystemen.
Artikel 17 - Gevolgen van de indiening van een verzetschrift
Indien de eiser zijn vordering door middel van de Europese betalingsbevelprocedure geldend heeft gemaakt, laat het nationale recht zijn status in de daaropvolgende gewone procedure onverlet.
2. De overgang naar de gewone procedure in de zin van lid 1 wordt beheerst door het recht van de lidstaat van oorsprong.
3. Aan de eiser wordt medegedeeld of de verweerder een verzetschrift heeft ingediend en of er naar een gewone procedure wordt overgegaan.
Artikel 18 - Uitvoerbaarheid
2. Onverminderd lid 1 worden de formele voorwaarden waaronder het betalingsbevel uitvoerbaar wordt, beheerst door het recht van de lidstaat van oorsprong.
3. Het gerecht zendt het uitvoerbare Europese betalingsbevel aan de eiser toe.
Artikel 19 - Afschaffing van het exequatur
Artikel 20 - Heroverweging in uitzonderingsgevallen
a) i) het betalingsbevel werd betekend of ter kennis gebracht op een van de in artikel 14 vermelde wijzen; en
ii) de betekening of kennisgeving is buiten zijn schuld niet zo tijdig geschied als met het oog op zijn verdediging nodig was,
of
b) de verweerder heeft de vordering niet kunnen betwisten wegens overmacht of wegens buitengewone omstandigheden buiten zijn wil,
mits de verweerder in beide gevallen onmiddellijk handelt.
2. De verweerder heeft tevens het recht om, na het verstrijken van de in artikel 16, lid 2, gestelde termijn, voor het bevoegde gerecht in de lidstaat van oorsprong om heroverweging van het Europees betalingsbevel te verzoeken, wanneer het Europees betalingsbevel, in het licht van de in deze verordening neergelegde vereisten, kennelijk ten onrechte is uitgevaardigd, of in andere uitzonderlijke omstandigheden.
3. Indien het gerecht het verzoek afwijst omdat geen van de in de leden 1 en 2 genoemde heroverwegingsgronden van toepassing is, blijft het Europees betalingsbevel van kracht.
Indien het gerecht besluit dat heroverweging om één van de in de leden 1 en 2 genoemde redenen gegrond is, is het Europees betalingsbevel nietig.
Artikel 21 - Tenuitvoerlegging
Een Europees betalingsbevel dat uitvoerbaar is geworden, wordt onder dezelfde voorwaarden ten uitvoer gelegd als een uitvoerbare beslissing die in de lidstaat van tenuitvoerlegging is gegeven.
2. Met het oog op tenuitvoerlegging in een andere lidstaat verstrekt de eiser aan de bevoegde tenuitvoerleggingsautoriteiten in die lidstaat de volgende stukken:
a) een afschrift van het door het gerecht van oorsprong uitvoerbaar verklaarde Europees betalingsbevel, dat aan de nodige voorwaarden voldoet om de echtheid ervan te kunnen vaststellen; en
b) indien nodig, een vertaling van het Europees betalingsbevel in de officiële taal van de lidstaat van tenuitvoerlegging, of indien er in die lidstaat verscheidene officiële talen bestaan, in de officiële taal of een der officiële rechtstalen in de plaats waar het betalingsbevel ten uitvoer moet worden gelegd overeenkomstig het recht van die lidstaat, of in een andere taal die de lidstaat van tenuitvoerlegging heeft aangeven te aanvaarden. Elke lidstaat kan mededelen welke officiële taal of talen van de instellingen van de Europese Gemeenschap hij naast zijn eigen taal of talen voor het Europees betalingsbevel kan aanvaarden. De vertaling wordt door een daartoe in een van de lidstaten bevoegde persoon als officiële vertaling gewaarmerkt.
3. Van een eiser die in een lidstaat om de tenuitvoerlegging van een in een andere lidstaat uitgevaardigd Europees betalingsbevel verzoekt, wordt geen zekerheid, borg of pand, in welke vorm ook, gevraagd op grond van het feit dat hij een onderdaan van een derde land is of zijn woon- of verblijfplaats niet in de lidstaat van tenuitvoerlegging heeft.
Artikel 22 - Weigering van de tenuitvoerlegging
a) de eerdere beslissing tussen dezelfde partijen is gegeven in een geschil dat op dezelfde grondslag berust; en
b) de eerdere beslissing aan de voorwaarden voor erkenning in de lidstaat van tenuitvoerlegging voldoet; en
c) de onverenigbaarheid in de gerechtelijke procedure in de lidstaat van oorsprong niet als verweer had kunnen worden aangevoerd.
2. Op verzoek wordt de tenuitvoerlegging eveneens geweigerd indien en voorzover de verweerder aan de eiser het in het Europees betalingsbevel toegekende bedrag heeft betaald.
3. In geen geval wordt in de lidstaat van tenuitvoerlegging de juistheid van het Europees betalingsbevel onderzocht.
Artikel 23 - Opschorting of beperking van de tenuitvoerlegging
a) de tenuitvoerleggingsprocedure tot bewarende maatregelen beperken; of
b) de tenuitvoerlegging afhankelijk maken van het stellen van een door dit gerecht te bepalen zekerheid; of
c) in buitengewone omstandigheden de tenuitvoerleggingsprocedure opschorten.
Artikel 24 - Procesvertegenwoordiging Vertegenwoordiging door een advocaat of een andere beoefenaar van een juridisch beroep is niet verplicht
b) voor de verweerder bij het aantekenen van verzet tegen een Europees betalingsbevel.
Artikel 25 - Gerechtskosten
2. Voor de toepassing van deze verordening omvatten de gerechtskosten de aan het gerecht te betalen vergoedingen en kosten, waarvan het bedrag overeenkomstig het nationale recht wordt vastgesteld.
Artikel 26 - Verhouding tot het nationale procesrecht
Artikel 27 Verhouding tot Verordening (EG) nr. 1348/2000
Deze verordening laat de toepassing onverlet van Verordening (EG) nr. 1348/2000 van de Raad van 29 mei 2000 inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken.
Artikel 28 - Gegevens betreffende kosten voor betekening of kennisgeving en tenuitvoerlegging De lidstaten werken samen om het publiek en de beroepskringen informatie te verstrekken over
b) de instanties die bevoegd zijn tot tenuitvoerlegging in de zin van de artikelen 21 tot en met 23,
met name via het overeenkomstig Beschikking 2001/470/EG van de Raad van 28 mei 2001 opgerichte Europese justitiële netwerk in burgerlijke en handelszaken.
Artikel 29 - Gegevens betreffende rechterlijke bevoegdheid, heroverwegingsprocedures, communicatiemiddelen en talen
a) de gerechten die bevoegd zijn voor het uitvaardigen van een Europees betalingsbevel;
b) de heroverwegingsprocedure en de bevoegde gerechten in de zin van artikel 20;
c) de voor de Europese betalingsbevelprocedure aanvaarde communicatiemiddelen waarover de gerechten beschikken; en
d) de uit hoofde van artikel 21, lid 2, onder b), aanvaarde talen.
De lidstaten stellen de Commissie in kennis van elke wijziging van deze gegevens.
2. De Commissie maakt de overeenkomstig lid 1 meegedeelde gegevens openbaar door bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie of door enig ander passend middel.
Artikel 30 - Wijziging in de bijlagen
Artikel 31 - Comité
2. Wanneer naar dit artikel wordt verwezen, zijn de artikelen 3 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van de bepalingen van artikel 8 van dat besluit.
Artikel 32 - Evaluatie
Te dien einde en om te waarborgen dat naar behoren rekening wordt gehouden met de beproefde methoden in de Europese Unie en dat deze de beginselen van betere wetgeving weerspiegelen, verstrekken de lidstaten de Commissie informatie over de grensoverschrijdende werking van het Europees betalingsbevel. Deze informatie heeft betrekking op de gerechtskosten, de duur van de procedure, de doeltreffendheid, de gebruiksvriendelijkheid en de interne betalingsbevelprocedures van de lidstaten.
Dit verslag van de Commissie gaat zo nodig vergezeld van voorstellen tot aanpassing van deze verordening.
Artikel 33 - Inwerkingtreding
Deze verordening is van toepassing met ingang van __ _________ 200_, met uitzondering van de artikelen 29, 30 en 31, die van toepassing zijn met ingang van __ ________ 200_.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in de lidstaten overeenkomstig het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap.