Artikelen bij COM(2016)815 - Wijziging van Verordening 883/2004 over de co÷rdinatie van de socialezekerheidsstelsels en Verordening 987/2009 over de toepassing van Verordening 883/2004 - EU monitor

EU monitor
Maandag 21 oktober 2019
kalender

Dit is een beperkte versie

U kijkt naar een beperkte versie van dit dossier in de EU Monitor.



Artikelá1

Verordening (EG) nr.á883/2004 wordt als volgt gewijzigd:

1. Aan overweging 2 wordt de volgende zin toegevoegd:

"Artikelá21 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie waarborgt iedere burger van de Unie het recht op vrij verkeer, onder voorbehoud van de beperkingen en voorwaarden die bij de Verdragen en de bepalingen ter uitvoering daarvan zijn vastgesteld."

2. In overweging 5 wordt na 'wordt gegarandeerd dat alle betrokkenen binnen de Gemeenschap krachtens de verschillende nationale wetgevingen gelijke behandeling genieten' de volgende tekst ingevoegd:

40 ', onder de in Richtlijn 2004/38/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden vastgestelde voorwaarden met betrekking tot de toegang van economisch niet-actieve mobiele EU-burgers tot bepaalde socialezekerheidsuitkeringen in het gastland.'

3. Na overweging 5 wordt de volgende tekst ingevoegd:

"(5 bis) Het Hof van Justitie heeft geoordeeld dat de lidstaten het recht hebben om de toegang van economisch niet-actieve burgers in het gastland tot socialezekerheidsuitkeringen die geen sociale bijstand in de zin van Richtlijn 2004/38/EG vormen, afhankelijk te maken van een wettelijk verblijfsrecht in de zin van die richtlijn. De verificatie van het wettelijk verblijfsrecht moet worden uitgevoerd in overeenstemming met het vereiste van Richtlijn 2004/38/EG. Daartoe moet een economisch niet-actieve burger duidelijk worden onderscheiden van een werkzoekende aan wie het verblijfsrecht rechtstreeks wordt verleend uit hoofde van artikelá45 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Met het oog op meer juridische duidelijkheid voor burgers en instellingen is een codificatie van deze jurisprudentie noodzakelijk.

(5 ter) De lidstaten moeten ervoor zorgen dat economisch niet-actieve mobiele EU-burgers niet worden verhinderd te voldoen aan de voorwaarde over een verzekering te beschikken die de ziektekosten in het gastland volledig dekt, zoals vastgesteld in Richtlijn 2004/38/EG. Dit kan inhouden dat het dergelijke burgers wordt toegestaan evenredig bij te dragen aan een stelsel voor ziekteverzekering in de lidstaat waar zij gewoonlijk wonen.

(5 quater) Ondanks de uit Richtlijn 2004/38/EG of anderszins uit het recht van de Unie voortvloeiende beperkingen van het recht op gelijke behandeling voor economisch niet-actieve personen, mag niets in deze verordening afbreuk doen aan de in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie erkende grondrechten, met name het recht op menselijke waardigheid (artikelá1), het recht op leven (artikelá2) en het recht op gezondheidszorg (artikelá35)."

4. De eerste zin van overweging 18 ter wordt vervangen door:

41 "In subdeel FTL van bijlage III bij Verordening (EU) nr.á965/2012 van de Commissie van 5 oktober 2012 tot vaststelling van technische eisen en administratieve procedures voor vluchtuitvoering, overeenkomstig Verordening (EG) nr.á216/2008 van het Europees Parlement en de Raad, zoals gewijzigd bij Verordening (EU) nr.á83/2014/EU van de Commissie van 29 januari 2014 houdende wijziging van Verordening (EU) nr.á965/2012 tot vaststelling van technische eisen en administratieve procedures voor vluchtuitvoering, overeenkomstig Verordening (EG) nr.á216/2008 van het Europees Parlement en de Raad wordt het begrip 'thuisbasis' voor leden van het cockpit- en het cabinepersoneel gedefinieerd als de locatie die door de exploitant aan het bemanningslidáis aangewezen en waar het bemanningslidáin de regel een dienstperiode of een reeks dienstperioden aanvangt en beŰindigt, en waar, onder normale omstandigheden, de exploitant niet verantwoordelijk is voor de accommodatie van het bemanningslidáin kwestie."

5. Overweging 24 wordt vervangen door:

"(24) Prestaties bij langdurige zorg voor verzekerden en hun gezinsleden moeten worden geco÷rdineerd volgens specifieke regels die in beginsel de regels voor prestaties bij ziekte volgen overeenkomstig de jurisprudentie van het Hof van Justitie. Er moet ook in specifieke bepalingen worden voorzien ingeval verstrekkingen en uitkeringen bij langdurige zorg elkaar overlappen."

6. Na overweging 35 wordt de volgende tekst ingevoegd:

"(35 bis) Gezinsuitkeringen ter vervanging van het inkomen tijdens een periode waarin een kind wordt opgevoed, zijn individuele rechten die de ouder persoonlijk toekomen onder de voorwaarden van de wetgeving van de bevoegde lidstaat. Gezien de specifieke aard van deze gezinsuitkeringen moeten zij in deel I van bijlage XIII bij deze verordening worden opgenomen en uitsluitend voor de betrokken ouder worden voorbehouden. De lidstaat met secundaire bevoegdheid kan ervoor kiezen dat de prioriteitsregels niet op gezinsuitkeringen van toepassing zijn, als de rechten op gezinsuitkeringen op grond van de wetgeving van de bevoegde lidstaat en op grond van de wetgeving van de lidstaat waar de gezinsleden wonen, elkaar overlappen. Een lidstaat die ervoor kiest de prioriteitsregels niet toe te passen, moet dat consequent doen ten aanzien van alle rechthebbende personen in een analoge situatie en moet in deel II van bijlage XIII worden opgenomen."

7. Na overweging 39 wordt de volgende overweging ingevoegd:

42 "(39 bis) Het relevante EU-acquis inzake gegevensbescherming ľ en met name Verordening (EU) nr.á679/2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) ľ is van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens uit hoofde van deze verordening."

8. Na overweging 45 worden de volgende overwegingen ingevoegd:

43 "(46) Om deze verordening tijdig aan de ontwikkelingen op nationaal niveau te kunnen aanpassen moet de bevoegdheid om handelingen overeenkomstig artikelá290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie vast te stellen aan de Europese Commissie worden overgedragen voor wijzigingen van de bijlagen bij deze verordening en Verordening (EG) nr.á987/2009.áHet is van bijzonder belang dat de Commissie tijdens haar voorbereidende werkzaamheden passende raadplegingen houdt ľ onder meer op deskundigenniveau ľ en dat die raadplegingen worden gehouden in overeenstemming met de beginselen van het Interinstitutioneel Akkoord over betere wetgeving van 13 april 2016. Om er met name voor te zorgen dat alle partijen in gelijke mate bij de voorbereiding van gedelegeerde handelingen worden betrokken, ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die de gedelegeerde handelingen voorbereiden.

(47) Deze verordening eerbiedigt de grondrechten, neemt de in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie erkende beginselen in acht ľ met name de bescherming van persoonsgegevens (artikelá8), de vrijheid van beroep en het recht om te werken (artikelá15), het recht op eigendom (artikelá17), het recht op non-discriminatie (artikelá21), de rechten van het kind (artikelá24), de rechten van ouderen (artikelá25), de integratie van personen met een handicap (artikelá26), het recht op gezins- en beroepsleven (artikelá33), het recht op sociale zekerheid en sociale bijstand (artikelá34), het recht op gezondheidszorg (artikelá35) en het recht op vrijheid van verkeer en van verblijf (artikelá45) ľ en moet in overeenstemming met die rechten en beginselen worden uitgevoerd.

(48) Niets in deze verordening mag de in het Europees Verdrag voor de rechten van de mens erkende autonome rechten en plichten ľ en met name het recht op leven (artikelá2), het recht op bescherming tegen onmenselijke of vernederende behandelingen (artikelá3), het recht op eigendom (artikelá1 van het eerste aanvullende protocol) en het recht op non-discriminatie (artikelá14) ľ beperken en deze verordening moet in overeenstemming met die rechten en plichten worden uitgevoerd."

9. Artikelá1 wordt als volgt gewijzigd:

a) In punt c) worden de woorden 'titel III, hoofdstukken 1 en 3' vervangen door de woorden 'titel III, hoofdstukken 1, 1 bis en 3'.

b) In punt i), onder 1, ii), worden na de woorden 'titel III, hoofdstuk 1 inzake prestaties bij ziekte, en moederschaps- en daarmee gelijkgestelde vaderschapsuitkeringen' de woorden 'en hoofdstuk 1 bis inzake prestaties bij langdurige zorg' ingevoegd.

c) In punt v bis), i), worden na de woorden 'titel III, hoofdstuk 1 (prestaties bij ziekte en moederschaps- en daarmee gelijkgestelde vaderschapsuitkeringen)' de woorden 'en hoofdstuk 1 bis (prestaties bij langdurige zorg)' ingevoegd en wordt de laatste zin geschrapt.

d) Het volgende punt wordt na punt v bis) ingevoegd:

"v ter) 'prestatie bij langdurige zorg': alle verstrekkingen, uitkeringen of combinaties van beide voor personen die wegens ouderdom, invaliditeit, ziekte of gebrekkige gezondheid gedurende langere tijd aanzienlijke bijstand van een of meer andere personen nodig hebben om essentiŰle dagelijkse activiteiten uit te voeren, onder meer om hun persoonlijke autonomie te bevorderen; inbegrepen zijn uitkeringen die worden toegekend aan of bestemd zijn voor de persoon die dergelijke bijstand verleent;"

10. In artikelá3, lidá1, wordt na punt b) het volgende punt ingevoegd:

"b bis) prestaties bij langdurige zorg;"

11. Artikelá4 van Verordening (EG) nr.á883/2004 wordt vervangen door:

"Artikelá4

Gelijke behandeling

1. Tenzij in deze verordening anders bepaald, hebben personen op wie de bepalingen van deze verordening van toepassing zijn, dezelfde rechten en verplichtingen voortvloeiende uit de wetgeving van elke lidstaat onder dezelfde voorwaarden als de onderdanen van die staat.

44 2. Een lidstaat mag eisen dat de toegang van een economisch niet-actieve in die lidstaat wonende persoon tot socialezekerheidsuitkeringen in die lidstaat afhankelijk wordt gemaakt van de in Richtlijn 2004/38/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden vastgestelde voorwaarden inzake het recht op wettelijk verblijf.".

12. Artikelá11 wordt als volgt gewijzigd:

a) In lidá2 worden de woorden 'prestaties bij ziekte voor behandeling voor onbepaalde tijd' vervangen door de woorden 'uitkeringen bij langdurige zorg'.

b) Lidá5 wordt vervangen door:

45 "5. Werkzaamheden van een lidávan het cockpit- of het cabinepersoneel dat met betrekking tot luchtpassagiers of luchtvrachtvervoer diensten verricht, worden beschouwd als werkzaamheden die uitsluitend worden verricht in de lidstaat waar het lidázijn thuisbasis heeft, zoals gedefinieerd in subdeel FTL van bijlage III bij Verordening (EU) nr.á965/2012 van de Commissie van 5 oktober 2012 tot vaststelling van technische eisen en administratieve procedures voor vluchtuitvoering, overeenkomstig Verordening (EG) nr.á216/2008 van het Europees Parlement en de Raad, zoals gewijzigd bij Verordening (EU) nr.á83/2014 van de Commissie van 29 januari 2014."

13. Artikelá12 wordt vervangen door:

"Artikelá12

Bijzondere regels

46 1. Degene die werkzaamheden in loondienst verricht in een lidstaat voor rekening van een werkgever die daar zijn werkzaamheden normaliter verricht, en die door die werkgever wordt gedetacheerd in de zin van Richtlijn 96/71/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 1996 betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten of uitgezonden om voor zijn rekening werkzaamheden in een andere lidstaat te verrichten, blijft onderworpen aan de wetgeving van de eerste lidstaat, mits de te verwachten duur van die werkzaamheden niet meer dan 24 maanden bedraagt en de betrokkene niet ter beschikking wordt gesteld of wordt uitgezonden om een eerder in de zin van dit artikeláter beschikking gestelde of uitgezonden persoon ľ al dan niet in loondienst ľ te vervangen.

2. Op degene die in een lidstaat werkzaamheden anders dan in loondienst pleegt te verrichten en werkzaamheden van gelijke aard in een andere lidstaat gaat verrichten, blijft de wetgeving van de eerste lidstaat van toepassing, mits de te verwachten duur van die werkzaamheden niet meer dan 24 maanden bedraagt en de betrokkene geen andere ter beschikking gestelde persoon ľ al dan niet in loondienst ľ vervangt.".

14. In Artikelá13 wordt het volgende lidá4ábis ingevoegd na lidá4:

"4 bis. Op degene die een werkloosheidsuitkering in de ene lidstaat ontvangt en tegelijkertijd werkzaamheden ľ al dan niet in loondienst ľ in een andere lidstaat verricht, is de wetgeving van toepassing van de lidstaat die de werkloosheidsuitkering betaalt.".

15. Aan artikelá32 wordt het volgende lidá3 toegevoegd:

"3. Wanneer een gezinslidáeen afgeleid recht op prestaties heeft op grond van de wetgeving van meer dan een lidstaat, zijn de volgende prioriteitsregels van toepassing:

a) indien het gaat om rechten die verkregen zijn op verschillende gronden, is de volgorde van prioriteit als volgt:

i) rechten die verkregen zijn op grond van werkzaamheden ľ al dan niet in loondienst ľ van de verzekerde;

ii) rechten die verkregen zijn op grond van het feit dat de verzekerde een pensioen ontvangt;

iii) rechten die verkregen zijn op grond van de woonplaats van de verzekerde;

b) indien het gaat om afgeleide rechten die verkregen zijn op dezelfde grond, wordt de volgorde van prioriteit vastgesteld op basis van de woonplaats van het gezinslidáals subsidiair criterium;

c) wanneer het onmogelijk is de volgorde van prioriteit op basis van de voorgaande criteria vast te stellen, is als laatste criterium het langste tijdvak van verzekering van de verzekerde uit hoofde van een nationaal pensioenstelsel van toepassing.".

16. Artikelá34 wordt geschrapt.

17. Na artikelá35 wordt het volgende hoofdstuk ingevoegd:

"HOOFDSTUK 1 bis

Prestaties bij langdurige zorg

Artikelá35ábis

Algemene bepalingen

1. Onverminderd de specifieke bepalingen van dit hoofdstuk zijn de artikelen 17 tot en met 32 van overeenkomstige toepassing op prestaties bij langdurige zorg.

2. De Administratieve Commissie stelt een gedetailleerde lijst op van prestaties bij langdurige zorg die aan de criteria van artikelá1, punt v ter), van deze verordening voldoen, en specificeert welke prestaties verstrekkingen en welke uitkeringen zijn.

3. In afwijking van lidá1 kunnen de lidstaten uitkeringen bij langdurige zorg verlenen in overeenstemming met de andere hoofdstukken van titel III, als de uitkering en de specifieke voorwaarden met betrekking tot de uitkering in bijlage XII worden vermeld en het resultaat van een dergelijke co÷rdinatie voor de begunstigden ten minste even gunstig is als wanneer de uitkering krachtens dit hoofdstuk werd geco÷rdineerd.

Artikelá35 ter

Samenloop van prestaties bij langdurige zorg

1. Als een begunstigde van uit hoofde van de wetgeving van de bevoegde lidstaat verleende uitkeringen bij langdurige zorg tegelijkertijd en krachtens dit hoofdstuk verstrekkingen bij langdurige zorg ontvangt van het orgaan van de woon- of verblijfplaats in een andere lidstaat en als een orgaan in de eerste lidstaat de kosten van die verstrekkingen ook moet terugbetalen krachtens artikelá35 quater, is de algemene bepaling van artikelá10 ter voorkoming van de samenloop van prestaties van toepassing, met alleen de volgende beperking: het bedrag van de uitkering wordt verminderd met het terugvorderbare bedrag voor de verstrekking, dat krachtens artikelá35áquater kan worden gevorderd van het orgaan van de eerste lidstaat.

2. Twee of meer lidstaten of de bevoegde autoriteiten van die lidstaten kunnen besluiten tot andere of aanvullende maatregelen, die voor de betrokkenen niet minder gunstig mogen zijn dan de beginselen van lidá1.

Artikelá35 quater

Vergoedingen tussen organen onderling

1. Artikelá35 is van overeenkomstige toepassing op prestaties bij langdurige zorg.

2. Als de wetgeving van een lidstaat waar het uit hoofde van dit hoofdstuk bevoegde orgaan zich bevindt, niet voorziet in verstrekkingen bij langdurige zorg, wordt het orgaan dat in die lidstaat uit hoofde van hoofdstuk 1 bevoegd is of zou zijn voor de vergoeding van in een andere lidstaat verleende verstrekkingen bij ziekte, ook als het bevoegde orgaan beschouwd uit hoofde van hoofdstuk 1 bis.".

18. In artikelá50, lidá2, worden de woorden "artikelá52, lidá1, onder a) of b)" vervangen door "artikelá52, lidá1, onderáb)".

19. Artikelá61 wordt vervangen door:

"Artikelá61

Specifieke regels voor de samentelling van tijdvakken van verzekering, van werkzaamheden in loondienst of van werkzaamheden anders dan in loondienst

1. Behoudens in de in artikelá65, lidá2, bedoelde gevallen wordt de toepassing van artikelá6 afhankelijk gesteld van de voorwaarde dat de betrokkene laatstelijk, overeenkomstig de wetgeving op grond waarvan de uitkeringen worden aangevraagd, een tijdvak van verzekering, van werkzaamheden in loondienst of van werkzaamheden anders dan in loondienst van ten minste drie maanden heeft vervuld.

2. Als een werkloze niet voldoet aan de voorwaarden voor de samentelling van tijdvakken overeenkomstig lidá1 omdat de totale duur van zijn/haar meest recent vervulde tijdvakken van verzekering of van werkzaamheden ľ al dan niet in loondienst ľ in die lidstaat minder dan drie maanden bedraagt, heeft die persoon recht op werkloosheidsuitkeringen volgens de wetgeving van de lidstaat waar hij/zij eerder dergelijke tijdvakken heeft vervuld onder de voorwaarden en met de beperkingen die zijn vastgesteld in artikelá64ábis.".

20. Artikelá64 wordt als volgt gewijzigd:

a) In lidá1, onder c), wordt het woord 'drie' vervangen door 'zes' en de woorden 'van drie maanden tot maximaal zes maanden' door 'van zes maanden tot het einde van de periode waarin de betrokkene recht heeft op uitkeringen';

b) In lidá3 wordt het woord 'drie' vervangen door 'zes' en de woorden 'maximaal zes maanden' door 'het einde van de periode waarin de betrokkene recht heeft op uitkeringen'.

21. Na artikelá64 wordt het volgende artikelá64 bis ingevoegd:

"Artikelá64ábis

Bijzondere regels voor werklozen die naar een andere lidstaat zijn verhuisd zonder te voldoen aan de voorwaarden van artikelá61, lidá1, en artikelá64

In de in artikelá61, lidá2, bedoelde situaties wordt de lidstaat waarvan de wetgeving eerder op de werkloze van toepassing was, bevoegd voor het verlenen van werkloosheidsuitkeringen. Zij worden op kosten van het bevoegde orgaan verleend gedurende de in artikelá64, lidá1, onderác), vastgestelde periode, als de werkloze zich ter beschikking stelt van de diensten voor arbeidsvoorziening van de lidstaat van de meest recente verzekering en zich aan de in de wetgeving van die lidstaat vastgestelde voorwaarden houdt. Artikelá64, leden 2 tot en met 4, is van overeenkomstige toepassing."

22. Artikelá65 wordt vervangen door:

"Artikelá65

Werklozen die tijdens het verrichten van hun laatste werkzaamheden in een andere dan de bevoegde lidstaat woonden

1. Een werkloze die tijdens het verrichten van zijn/haar laatste werkzaamheden ľ al dan niet in loondienst ľ in een andere dan de bevoegde lidstaat woonde, stelt zich ter beschikking van de vroegere werkgever of van de diensten voor arbeidsvoorziening van de bevoegde lidstaat. Hij/zij ontvangt uitkeringen overeenkomstig de wetgeving van de bevoegde lidstaat, alsof hij/zij in die lidstaat woonde. Deze uitkeringen worden door het orgaan van de bevoegde lidstaat verleend.

2. In afwijking van lidá1 stelt een volledig werkloze die tijdens het verrichten van zijn laatste werkzaamheden ľ al dan niet in loondienst ľ in een andere dan de bevoegde lidstaat woonde en niet ten minste twaalf maanden werkloosheidsverzekering uitsluitend onder de wetgeving van de bevoegde lidstaat had vervuld, zich ter beschikking van de diensten voor arbeidsvoorziening van de lidstaat van zijn/haar woonplaats. Hij/zij ontvangt uitkeringen overeenkomstig de wetgeving van de lidstaat van zijn/haar woonplaats, alsof hij/zij alle tijdvakken van verzekering onder de wetgeving van die lidstaat had vervuld. Die uitkeringen worden door het orgaan van de lidstaat van zijn/haar woonplaats verleend. Bij wijze van alternatief kan een in dit lidábedoelde volledig werkloze die alleen recht zou hebben op een werkloosheidsuitkering uit hoofde van de nationale wetgeving van de bevoegde lidstaat als hij/zij daar woonde, in plaats daarvan verkiezen zich ter beschikking van de diensten voor arbeidsvoorziening van die lidstaat te stellen en uitkeringen overeenkomstig de wetgeving van die lidstaat te ontvangen, alsof hij/zij daar woonde.

3. Als een in lidá1 of 2 bedoelde volledig werkloze zich niet of niet langer ter beschikking wenst te stellen van de diensten voor arbeidsvoorziening van de bevoegde lidstaat ľ na zich daar eerder te hebben ingeschreven ľ en werk wenst te zoeken in de lidstaat van zijn/haar woonplaats of de lidstaat waar hij/zij het laatst werkzaam was, is artikelá64 van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van artikelá64, lidá1, onder a). Het bevoegde orgaan kan het in de eerste zin van artikelá64, lidá1, onder c), bedoelde tijdvak verlengen tot het einde van de periode waarin een recht op uitkering bestaat.

4. Een in dit artikelábedoelde volledig werkloze kan zich niet alleen ter beschikking stellen van de diensten voor arbeidsvoorziening van de bevoegde lidstaat maar ook van de diensten voor arbeidsvoorziening van de andere lidstaat.

5. De leden 2 tot en met 4 van dit artikelázijn niet van toepassing op iemand die gedeeltelijk of periodiek werkloos is."

23. Na artikelá68 bis wordt het volgende artikeláingevoegd:

"Artikelá68 ter

Bijzondere bepalingen voor gezinsuitkeringen ter vervanging van het inkomen gedurende tijdvakken van kinderopvoeding

1. In deel 1 van bijlage XIII vermelde gezinsuitkeringen ter vervanging van het inkomen gedurende tijdvakken van kinderopvoeding worden alleen verleend aan de persoon op wie de wetgeving van de bevoegde lidstaat van toepassing is, en er bestaat geen afgeleid recht voor zijn/haar gezinsleden op dergelijke uitkeringen. Artikelá68ábis van deze verordening is niet van toepassing op dergelijke uitkeringen en het bevoegde orgaan is niet verplicht rekening te houden met een uit hoofde van artikelá60, lidá1, van de toepassingsverordening ingediende aanvraag door de andere ouder, een als ouder beschouwde persoon of een instelling die de voogdij over het kind of de kinderen uitoefent.

2. In afwijking van artikelá68, lidá2, kan een lidstaat bij samenloop van rechten onder tegenstrijdige wetgeving of wetgevingen een in lidá1 bedoelde gezinsuitkering volledig aan een begunstigde toekennen, ongeacht het bij de eerste wetgeving vastgestelde bedrag. Lidstaten die ervoor kiezen een dergelijke afwijking toe te passen, worden in deel 2 van bijlage XIII vermeld met een verwijzing naar de gezinsuitkering waarop de afwijking van toepassing is.".

24. Na artikelá75 wordt het volgende artikelá75ábis ingevoegd in 'Titel V DIVERSE BEPALINGEN':

"Artikelá75ábis

Verplichting van de bevoegde autoriteiten

1. De bevoegde autoriteiten zorgen ervoor dat hun organen alle wettelijke en andere bepalingen ľ met inbegrip van de besluiten van de Administratieve Commissie ľ op de gebieden en onder de voorwaarden van deze verordening en de toepassingsverordening kennen en toepassen.

2. Met het oog op de correcte vaststelling van de toepasselijke wetgeving bevorderen de bevoegde autoriteiten de samenwerking tussen organen en arbeidsinspecties in hun lidstaten.".


25. Na artikelá76 wordt het volgende artikelá76ábis ingevoegd:

"Artikelá76ábis

Bevoegdheid om uitvoeringshandelingen vast te stellen

1. De Commissie is bevoegd uitvoeringshandelingen vast te stellen tot nadere bepaling van de procedure die moet worden gevolgd om te zorgen voor uniforme voorwaarden voor de toepassing van de artikelen 12 en 13 van deze verordening. Die handelingen stellen een standaardprocedure inclusief termijnen vast voor

ľ de afgifte, de vorm en de inhoud van een draagbaar document waarin officieel wordt vermeld welke socialezekerheidswetgeving op de houder van toepassing is,

ľ de vaststelling van de omstandigheden waarin het document wordt afgegeven,

ľ de elementen die gecontroleerd moeten worden voordat het document kan worden afgegeven,

ľ de intrekking van het document wanneer de juistheid en de geldigheid ervan worden betwist door het bevoegde orgaan in de lidstaat van de werkzaamheden.

47 2. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikelá5 van Verordening (EU) nr.á182/2011 bedoelde onderzoeksprocedure.

3. De Commissie wordt bijgestaan door de Administratieve Commissie, die een comitÚ is in de zin van Verordening (EU) nr.á182/2011."


26. Het volgende artikelá87 ter wordt ingevoegd:

"Artikelá87 ter

48 Overgangsbepaling voor de toepassing van Verordening (EU) xxxx

1. Aan Verordening (EU) xxxx worden geen rechten ontleend voor het tijdvak dat aan de datum van haar toepassing voorafgaat.

2. Voor de vaststelling van de aan deze verordening ontleende rechten wordt rekening gehouden met alle tijdvakken van verzekering en, in voorkomend geval, alle tijdvakken van werkzaamheden ľ al dan niet in loondienst ľ of van wonen die krachtens de wetgeving van een lidstaat vˇˇr [de datum van toepassing van Verordening (EU) xxxx] in de betrokken lidstaat zijn vervuld.

3. Onverminderd lidá1 ontstaat krachtens Verordening (EU) xxxx ook dan een recht, als dit recht in verband staat met een gebeurtenis die vˇˇr de datum van haar toepassing in de betrokken lidstaat heeft plaatsgevonden.

4. De artikelen 61, 64 en 65 van deze verordening, die vˇˇr [de datum van toepassing van Verordening (EU) xxxx] in werking zijn getreden, blijven van toepassing op werkloosheidsuitkeringen die zijn toegekend aan personen die vˇˇr die datum werkloos zijn geworden.".

27. Artikelá88 wordt vervangen door:

"Artikelá88

Delegeren van de bevoegdheid om de bijlagen bij te werken

De Europese Commissie is bevoegd om gedelegeerde handelingen overeenkomstig artikelá88 bis vast te stellen om de bijlagen bij deze verordening en de toepassingsverordening periodiek op verzoek van de Administratieve Commissie te wijzigen.

Artikelá88ábis

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1. De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikeláneergelegde voorwaarden.

2. De in artikelá88 bedoelde bevoegdheidsdelegatie wordt aan de Europese Commissie voor onbepaalde tijd toegekend met ingang van de [datum van inwerkingtreding van Verordening (EU) xxxx].

3. Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikelá88 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beŰindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4. Alvorens een gedelegeerde handeling vast te stellen raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen van het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13áaprilá2016.

5. Zodra de Europese Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6. Een overeenkomstig artikelá88 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement en de Raad binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad daartegen geen bezwaar hebben gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Europese Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.".

28. De bijlagen I, II, III, IV, X en XI worden gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.

29. De bijlagen XII en XIII worden ingevoegd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.

Artikelá2

Verordening (EG) nr.á987/2009 wordt als volgt gewijzigd:

1. Na overweging 18 wordt de volgende overweging ingevoegd:

"(18 bis) Er zijn bepaalde specifieke regels en procedures nodig voor de vergoeding van de door de lidstaat van de woonplaats gemaakte kosten van prestaties, wanneer de betrokkenen in een andere lidstaat verzekerd zijn. Lidstaten die op basis van vaste uitgaven vergoed moeten worden, moeten de gemiddelde jaarlijkse kosten per persoon binnen een bepaalde termijn meedelen, zodat de kosten zo snel mogelijk kunnen worden vergoed.áAls een lidstaat niet in staat is binnen de termijn de gemiddelde jaarlijkse kosten per persoon voor elke leeftijdsklasse in een bepaald referentiejaar mee te delen, moet in een alternatief worden voorzien waarbij de lidstaat aanvragen voor dat jaar kan indienen op basis van de eerder in het Publicatieblad bekendgemaakte gemiddelde jaarlijkse kosten. De vergoeding van de kosten van verstrekkingen op basis van vaste bedragen moet de werkelijke kosten zo dicht mogelijk benaderen. Daarom moet elke afwijking van de kennisgevingsplicht door de Administratieve Commissie worden goedgekeurd en mag een afwijking niet in een opeenvolgend jaar worden verleend.".

2. Overweging 19 wordt vervangen door:

49 '(19) Met het oog op een effectievere invordering en een vlotter functioneren van de socialezekerheidsstelsels moeten de procedures inzake de wederzijdse bijstand tussen organen bij de invordering van schuldvorderingen op het gebied van de sociale zekerheid worden versterkt. Een effectieve invordering is ook een middel om misbruik en fraude te voorkomen en te bestrijden en de duurzaamheid van de socialezekerheidsstelsels te waarborgen. Dit houdt in dat op basis van een aantal bestaande bepalingen van Richtlijn 2010/24/EU van de Raad betreffende de wederzijdse bijstand inzake de invordering van schuldvorderingen die voortvloeien uit belastingen, rechten en andere maatregelen nieuwe procedures worden vastgesteld, met name door de vaststelling van een uniforme titel voor executiemaatregelen en standaardprocedures voor verzoeken om wederzijdse bijstand en de notificatie van akten en maatregelen met betrekking tot de invordering van schuldvorderingen op het gebied van de sociale zekerheid.'


3. Na overweging 24 worden de volgende overwegingen ingevoegd:

50 "(25) De Administratieve Commissie heeft Besluit nr.áH5 van 18 maart 2010 betreffende de samenwerking bij de bestrijding van fraude en onjuistheden in het kader van de Verordening (EG) nr.á883/2004 van de Raad en Verordening (EG) nr.á987/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de co÷rdinatie van de socialezekerheidsstelsels vastgesteld, waarin wordt beklemtoond dat het ondernemen van actie ter bestrijding van fraude en fouten deel uitmaakt van de correcte uitvoering van Verordening (EG) nr.á883/2004 en deze verordening.áHet is daarom in het belang van de rechtszekerheid dat deze verordening een duidelijke rechtsgrondslag bevat op basis waarvan de bevoegde organen persoonsgegevens met betrekking tot personen van wie de rechten en plichten uit hoofde van Verordening (EG) nr.á883/2004 en deze verordening reeds zijn vastgesteld, met de relevante autoriteiten in de lidstaat van de verblijf- of woonplaats kunnen uitwisselen om fraude en fouten op te sporen in het kader van de correcte uitvoering van deze verordeningen. Ook moet worden gepreciseerd wanneer persoonsgegevens verwerkt mogen worden voor andere doeleinden dan sociale zekerheid, zoals het toezicht op de naleving van wettelijke verplichtingen op het niveau van de Unie of op nationaal niveau inzake arbeid, gezondheid en veiligheid, immigratie en fiscaal recht.

(26) Ter bescherming van de rechten van de betrokkenen moeten de lidstaten ervoor zorgen dat alle verzoeken om gegevens en alle antwoorden noodzakelijk en evenredig zijn voor de correcte uitvoering van Verordening (EG) nr.á883/2004 en deze verordening overeenkomstig de Europese wetgeving inzake gegevensbescherming. Het recht op een uitkering mag niet automatisch worden ingetrokken als gevolg van de uitwisseling van gegevens en alle besluiten op basis van de uitwisseling van gegevens moeten de grondrechten en de vrijheden van de betrokkene eerbiedigen door op voldoende bewijs gebaseerd te zijn en via een faire beroepsprocedure aangevochten te kunnen worden.".

4. In artikelá1, lidá2, wordt na punt e) het volgende punt ingevoegd:

"e bis) 'fraude': elk opzettelijk handelen of elk opzettelijk nalaten te handelen dat tot doel heeft socialezekerheidsuitkeringen te verwerven of te ontvangen of de betaling van socialezekerheidsbijdragen te vermijden en dat in strijd is met de wetgeving van een lidstaat;".

5. In artikelá2 worden de volgende leden 5 tot en met 7 na lidá4 toegevoegd:

"5. Wanneer iemands rechten of verplichtingen waarop de basis- en de toepassingsverordening van toepassing zijn, zijn vastgesteld of bepaald, kan het bevoegde orgaan het orgaan in de lidstaat van woonplaats of verblijf verzoeken om persoonsgegevens over de betrokkene. Het verzoek en het eventuele antwoord betreffen informatie die de bevoegde lidstaat in staat stelt fouten op te sporen in de feiten waarop een document of een besluit tot vaststelling van iemands rechten en plichten uit hoofde van de basis- of de toepassingsverordening is gebaseerd. Het verzoek kan ook worden ingediend als er geen twijfel bestaat over de geldigheid of de juistheid van de informatie die in het document is vermeld of waarop het besluit is gebaseerd in een specifiek geval. Het verzoek om informatie en het eventuele antwoord moeten noodzakelijk en evenredig zijn.

6. De Administratieve Commissie stelt een gedetailleerde lijst op van de soorten verzoeken om gegevens en antwoorden uit hoofde van lidá5 en de Europese Commissie geeft de nodige bekendheid aan die lijst. Alleen in die lijst opgenomen verzoeken om gegevens en antwoorden zijn toegestaan.

51 7. Het verzoek en het eventuele antwoord voldoen aan de voorschriften van de verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (algemene verordening gegevensbescherming), zoals ook is vastgesteld in artikelá77 van de basisverordening.".

6. Artikelá3, lidá3, wordt vervangen door:

"3. Bij het overeenkomstig hun eigen wetgeving verzamelen, doorgeven en verwerken van persoonsgegevens voor de uitvoering van de basisverordening zorgen de lidstaten ervoor dat de betrokkenen hun rechten ten aanzien van de bescherming van persoonsgegevens ten volle kunnen uitoefenen overeenkomstig de bepalingen van de Unie betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens ľ en met name het recht om toegang te hebben, correcties aan te brengen en bezwaar te maken tegen de verwerking van die persoonsgegevens ľ en ten volle worden ge´nformeerd over de beschermingsmaatregelen met betrekking tot geautomatiseerde individuele beslissingen. De betrokkene kan het recht op toegang tot zijn of haar uit hoofde van deze verordening verwerkte persoonsgegevens niet alleen uitoefenen door zich te wenden tot de autoriteit die de gegevens controleert, maar ook via het bevoegde orgaan van de lidstaat waar hij of zij woont.".

7. In artikelá5 worden de ledená1 ená2 vervangen door:

"1. De door het orgaan van een lidstaat voor de toepassing van de basisverordening en de toepassingsverordening afgegeven documenten over iemands situatie en de ondersteunende bewijsstukken op grond waarvan de documenten zijn afgegeven, zijn voor de organen van de andere lidstaten bindend zolang zij niet door de lidstaat waar zij zijn afgegeven, zijn ingetrokken of ongeldig zijn verklaard. Dergelijke documenten zijn alleen geldig als alle verplichte delen zijn ingevuld.

2. Bij twijfel aan de geldigheid van documenten of de juistheid van de feiten waarop zij gebaseerd zijn, verzoekt het orgaan van de lidstaat dat het document ontvangt, het orgaan van afgifte om opheldering en eventueel om intrekking van het document.

a) Het orgaan van afgifte dat een dergelijk verzoek ontvangt, heroverweegt de gronden voor de afgifte van het document en gaat ľ indien nodig ľ over tot de intrekking of de correctie ervan binnen 25 werkdagen te rekenen vanaf de ontvangst van het verzoek. Als onweerlegbaar wordt vastgesteld dat de aanvrager van het document fraude heeft begaan, gaat het orgaan van afgifte onmiddellijk en met terugwerkende kracht over tot de intrekking of de correctie van het document.

b) Als het orgaan van afgifte ľ na de gronden voor de afgifte van het document te hebben heroverwogen ľ geen enkele fout kan vaststellen, stuurt het alle ondersteunende bewijsstukken binnen 25 werkdagen te rekenen vanaf de ontvangst van het verzoek naar het orgaan dat het verzoek heeft ingediend. In dringende gevallen ľ waarbij de redenen voor de urgentie duidelijk in het verzoek worden vermeld ľ gebeurt dit binnen twee werkdagen te rekenen vanaf de ontvangst van het verzoek, ook al is het mogelijk dat het orgaan van afgifte zijn beraadslagingen uit hoofde van lidá2, onder a), nog niet heeft afgerond.

c) Als het orgaan dat het verzoek heeft ingediend, na ontvangst van de ondersteunende bewijsstukken blijft twijfelen aan de geldigheid van documenten of aan de juistheid van de feiten of gegevens waarop zij gebaseerd zijn, kan het daarvoor bewijsmateriaal voorleggen, een nieuw verzoek om opheldering indienen en ľ in voorkomend geval ľ om de intrekking van dat document door het orgaan van afgifte verzoeken overeenkomstig de bovenvermelde procedure en termijnen.".

8. Artikelá14 wordt als volgt gewijzigd:

a) Lidá1 wordt vervangen door:

52 "1. Voor de toepassing van artikelá12, lidá1, van de basisverordening slaat degene 'die werkzaamheden in loondienst verricht in een lidstaat voor rekening van een werkgever die daar zijn werkzaamheden normaliter verricht en die door die werkgever naar een andere lidstaat wordt uitgezonden of gedetacheerd in de zin van Richtlijn 96/71/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 1996 betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten' ook op wie is aangeworven om naar een andere lidstaat te worden uitgezonden of ter beschikking te worden gesteld, op voorwaarde dat de wetgeving van de uitzendende lidstaat onmiddellijk voor het begin van zijn/haar werkzaamheden in loondienst al op de betrokkene van toepassing is overeenkomstig titel II van de basisverordening.".

b) Lidá5 bis wordt vervangen door:

"5 bis. Voor de toepassing van titel II van de basisverordening wordt onder 'zetel of domicilie' de zetel of het domicilie verstaan waar de voornaamste beslissingen betreffende de onderneming worden genomen en waar de centrale bestuurstaken ervan worden uitgeoefend, op voorwaarde dat de onderneming aanzienlijke werkzaamheden in die lidstaat verricht. Zo niet, wordt de zetel of het domicilie geacht zich te bevinden in de lidstaat waar zich het overeenkomstig de criteria van de leden 9 en 10 vastgestelde centrum van belangen van de werkzaamheden van de onderneming bevindt.".

c) Na lidá11 wordt een nieuw lidá12 ingevoegd:

"12. Als iemand die buiten het grondgebied van de Unie woont, zijn/haar werkzaamheden ľ al dan niet in loondienst ľ in twee of meer lidstaten verricht en uit hoofde van de nationale wetgeving van een van die lidstaten aan de wetgeving van die staat onderworpen is, zijn de bepalingen van de basisverordening en de toepassingsverordening inzake de vaststelling van de toepasselijke wetgeving van overeenkomstige toepassing, op voorwaarde dat zijn/haar woonplaats geacht wordt zich te bevinden in de lidstaat waar zich de zetel of het domicilie van de onderneming of zijn/haar werkgever of het centrum van belangen van zijn/haar werkzaamheden bevindt.".

9. Artikelá15, lidá2, wordt vervangen door:

"2. Lidá1 is van overeenkomstige toepassing op personen die onder artikelá11, lidá3, onder d), en artikelá11, lidá5, van de basisverordening vallen.

10. De leden 1, 2, 3 en 5 van artikelá16 worden vervangen door:

"1. Degene die in twee of meer lidstaten werkzaamheden verricht, of zijn/haar werkgever stelt het door de bevoegde autoriteit van de lidstaat van woonplaats aangewezen orgaan daarvan in kennis.

2. Het aangewezen orgaan van de woonplaats stelt onverwijld de op de betrokkene toepasselijke wetgeving vast, met inachtneming van artikelá13 van de basisverordening en artikelá14 van de toepassingsverordening. Het orgaan brengt de aangewezen organen van elke lidstaat waar werkzaamheden worden verricht of de werkgever zich bevindt, op de hoogte.

3. Als dat orgaan bepaalt dat de wetgeving van een andere lidstaat van toepassing is, doet het dat voorlopig en brengt het het orgaan van de lidstaat dat het als bevoegd voor deze voorlopige beslissing beschouwt, onverwijld op de hoogte. De beslissing wordt definitief uiterlijk twee maanden nadat het door de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaat aangewezen orgaan ervan op de hoogte is gebracht, tenzij het laatstgenoemde orgaan het eerste orgaan en de betrokkenen meedeelt dat het de voorlopige vaststelling nog niet kan aanvaarden of er een ander standpunt over inneemt.

5. Het bevoegde orgaan van de lidstaat waarvan de wetgeving voorlopig of definitief van toepassing is verklaard, brengt de betrokkene en/of zijn/haar werkgever onverwijld op de hoogte. "

11. Na artikelá19, lidá2, worden de volgende leden ingevoegd:

"3. Wanneer een orgaan verzocht wordt om de hierboven bedoelde verklaring te verstrekken, voert het een passende beoordeling van de relevante feiten uit en waarborgt het dat de informatie op basis waarvan de verklaring wordt verstrekt, juist is.

4. Indien zulks nodig is voor de uitoefening van wetgevende bevoegdheden op nationaal of EU-niveau, wordt relevante informatie over de socialezekerheidsrechten en -plichten van de betrokkenen rechtstreeks uitgewisseld tussen de bevoegde organen en de arbeidsinspecties, de immigratiediensten of de belastingdiensten van de betrokken lidstaten. Daarbij kunnen ook persoonsgegevens worden verwerkt voor andere doeleinden dan de uitoefening of handhaving van rechten en plichten uit hoofde van de basisverordening en deze verordening, met name om de naleving van relevante wettelijke verplichtingen inzake arbeid, gezondheid en veiligheid, immigratie en fiscaal recht te waarborgen. Nadere bijzonderheden worden bij besluit van de Administratieve Commissie vastgesteld.

53 5. De bevoegde autoriteiten zijn verplicht de betrokkenen specifieke en adequate informatie over de verwerking van hun persoonsgegevens te verstrekken overeenkomstig de verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (algemene verordening gegevensbescherming), zoals ook is vastgesteld in artikelá77 van de basisverordening, en zij leven de vereisten van artikelá3, lidá3, van deze verordening na.".

12. Na artikelá20 wordt het volgende artikelá20 bis ingevoegd:

"Artikelá20ábis

Bevoegdheid om uitvoeringshandelingen vast te stellen

1. De Commissie is bevoegd uitvoeringshandelingen vast te stellen tot nadere bepaling van de procedure die moet worden gevolgd om te zorgen voor uniforme voorwaarden voor de toepassing van de artikelen 12 en 13 van de basisverordening. Die handelingen stellen een standaardprocedure inclusief termijnen vast voor:

ľ de afgifte, de vorm en de inhoud van een draagbaar document waarin officieel wordt vermeld welke socialezekerheidswetgeving op de houder van toepassing is,

ľ de vaststelling van de omstandigheden waarin het document wordt afgegeven,

ľ de elementen die gecontroleerd moeten worden voordat het document kan worden afgegeven,

ľ de intrekking van het document wanneer de juistheid en de geldigheid ervan worden betwist door het bevoegde orgaan in de lidstaat van de werkzaamheden.

54 2. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikelá5 van Verordening (EU) nr.á182/2011 bedoelde onderzoeksprocedure.

3. De Commissie wordt bijgestaan door de Administratieve Commissie, die een comitÚ is in de zin van Verordening (EU) nr.á182/2011."

13. In titel III, hoofdstuk 1, wordt de titel vervangen door:

"Prestaties bij ziekte, moederschaps- en daarmee gelijkgestelde vaderschapsuitkeringen en prestaties bij langdurige zorg".

14. Aan het eind van artikelá23 wordt de volgende zin toegevoegd:

"Deze bepaling is van overeenkomstige toepassing op prestaties bij langdurige zorg."

15. In artikelá24, lidá3, worden de woorden 'en 26' vervangen door ", 26 en 35ábis".

16. In artikelá28, lidá1, worden de woorden "overeenkomstig artikelá35 bis daarvan" toegevoegd na de woorden "op grond van artikelá21, lidá1, van de basisverordening".

17. Artikelá31 wordt als volgt gewijzigd:

(a) De titel wordt vervangen door:

"Toepassing van artikelá35 ter van de basisverordening";

(b)In lidá1 worden de woorden "artikelá34" vervangen door "artikelá35 ter";

(c)In lidá2 worden de woorden "artikelá34, lidá2" vervangen door "artikelá35 bis, lidá2".

18. Aan artikelá32 wordt na lidá3 het volgende lidá4 toegevoegd:

"4. Dit artikeláis van overeenkomstige toepassing op prestaties bij langdurige zorg."

19. In artikelá43, lidá3, wordt de tweede alinea geschrapt.

20. In de derde alinea van artikelá55, lidá4, worden de woorden 'Op verzoek van het bevoegde orgaan' geschrapt.

21. In artikelá55, lidá7, worden de woorden "artikelá65 bis, lidá3" vervangen door "artikelá64 bis en artikelá65 bis, lidá3".

22. Na artikelá55 wordt het volgende artikelá55 bis ingevoegd:

"Artikelá55ábis

Verplichting van de dienst voor arbeidsvoorziening van de lidstaat van de meest recente verzekering

In de in artikelá61, lidá2, van de basisverordening bedoelde situatie stuurt het orgaan van de lidstaat van de meest recente verzekering onmiddellijk een document naar het bevoegde orgaan van de lidstaat van de vorige verzekering waarin het volgende wordt vermeld: de datum waarop de betrokkene werkloos is geworden; het overeenkomstig zijn/haar wetgeving vervulde tijdvak van verzekering, van werkzaamheden in loondienst of van werkzaamheden anders dan in loondienst; de relevante omstandigheden van de werkloosheid die op het recht op uitkeringen van invloed kunnen zijn; de datum van registratie als werkloze en het adres van de werkloze.".

23. Artikelá56 wordt als volgt gewijzigd:

a) In lidá1 worden de woorden "artikelá65, lidá2" vervangen door "artikelá65, lidá4";

b) Lidá3 wordt geschrapt.

24. De benaming van titel IV, hoofdstuk 1, wordt als volgt gewijzigd:

"HOOFDSTUK I

Vergoeding van de kosten voor prestaties op grond van de artikelená35, 35 quater ená41 van de basisverordening"

25. In artikelá64, lidá1, wordt het eerste streepje vervangen door:

" - de index (i = 1, 2, 3 en 4) staat voor de vier leeftijdsklassen die voor de berekening van de vaste bedragen worden gebruikt:

i = 1: personen jonger dan 65 jaar,

i = 2: personen tussen 65 en 74 jaar,

i = 3: personen tussen 75 en 84 jaar,

i = 4: personen van 85 jaar en ouder,"

26. Artikelá65 wordt vervangen door:

"Artikelá65

Kennisgeving van de gemiddelde jaarlijkse kosten

1. De gemiddelde jaarlijkse kosten per persoon voor elke leeftijdsklasse in een bepaald jaar worden uiterlijk aan het eind van het tweede jaar na het jaar in kwestie aan de Rekencommissie meegedeeld.

2. De overeenkomstig lidá1 meegedeelde gemiddelde jaarlijkse kosten worden elk jaar ľ na door de Administratieve Commissie te zijn goedgekeurd ľ in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakt.

3. Als een lidstaat de gemiddelde kosten in een bepaald jaar niet binnen de in lidá1 bedoelde termijn kan meedelen, vraagt die lidstaat binnen dezelfde termijn de toestemming van de Administratieve Commissie en de Rekencommissie om gebruik te maken van de in het Publicatieblad bekendgemaakte gemiddelde jaarlijkse kosten voor die lidstaat in het jaar dat voorafgaat aan het jaar waarvoor nog geen gegevens kunnen worden meegedeeld. De lidstaat die om een dergelijke toestemming verzoekt, moet toelichten waarom de gemiddelde jaarlijkse kosten voor het jaar in kwestie niet kunnen worden meegedeeld. Als de Administratieve Commissie ľ na het advies van de Rekencommissie in overweging te hebben genomen ľ met het verzoek van de lidstaat instemt, worden de bovengenoemde gemiddelde jaarlijkse kosten opnieuw in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendgemaakt.

4. De afwijking in lidá3 wordt niet voor opeenvolgende jaren verleend.".

27. Artikelá70 wordt geschrapt.

28. Artikelá73 wordt vervangen door:

"Artikelá73

Vereffening van onrechtmatig toegekende of betaalde uitkeringen en premies in het geval van voorlopige toekenning van uitkeringen of bij wijziging van de toepasselijke wetgeving met terugwerkende kracht

1. Bij een wijziging van de toepasselijke wetgeving met terugwerkende kracht ľ met inbegrip van de in artikelá6, leden 4 en 5, van de toepassingsverordening bedoelde situaties ľ stelt het orgaan dat onrechtmatig uitkeringen heeft betaald, uiterlijk drie maanden nadat de toepasselijke wetgeving of het voor de betaling van de uitkeringen verantwoordelijke orgaan is vastgesteld, een verklaring op van het betaalde bedrag en stuurt het die verklaring naar het als bevoegd aangemerkte orgaan met het oog op de terugbetaling van de uitkeringen.

Hetzelfde geldt voor verstrekkingen, die door het als bevoegd aangemerkte orgaan worden vergoed overeenkomstig titel IV van de toepassingsverordening.

2. Het orgaan dat als bevoegd voor de betaling van de uitkeringen is aangemerkt, brengt het bedrag dat het aan het niet-bevoegde of slechts voorlopig bevoegde orgaan moet vergoeden, in mindering op de achterstallige betalingen van de overeenkomstige uitkeringen die het aan de betrokkene verschuldigd is, en maakt het in mindering gebrachte bedrag onmiddellijk over aan het laatstgenoemde orgaan.

Als de onrechtmatig betaalde uitkeringen meer bedragen dan de door het als bevoegd aangemerkte orgaan te betalen achterstallige betalingen of als er geen achterstallige betalingen zijn, brengt het als bevoegd aangemerkte orgaan dit bedrag in mindering op de lopende betalingen onder de voorwaarden en binnen de grenzen die voor dit soort verrekeningsprocedure gelden krachtens de wetgeving die het toegepast, en maakt het het in mindering gebrachte bedrag onmiddellijk over aan het orgaan dat de uitkeringen onrechtmatig heeft betaald, met het oog op de terugbetaling ervan.

3. Het orgaan dat onrechtmatig premies heeft ontvangen van een rechtspersoon en/of een natuurlijke persoon, gaat pas over tot vergoeding van de bedragen in kwestie aan de persoon die ze heeft betaald, nadat het bij het als bevoegd aangemerkte orgaan navraag heeft gedaan naar de bedragen die de betrokkene aan dit orgaan verschuldigd is.

Op verzoek van het als bevoegd aangemerkte orgaan ľ een verzoek dat uiterlijk drie maanden na de vaststelling van de toepasselijke wetgeving wordt ingediend ľ maakt het orgaan dat onrechtmatig premies heeft ontvangen, deze premies aan het als bevoegd aangemerkte orgaan over, opdat deze worden verrekend met de over dezelfde periode door de betrokken rechtspersoon en/of natuurlijke persoon aan het voor de betrokken periode als bevoegd aangemerkte orgaan verschuldigde premies. De overgemaakte premies worden met terugwerkende kracht geacht betaald te zijn aan het als bevoegd aangemerkte orgaan.

Als de onrechtmatig betaalde premies meer bedragen dan de betrokken natuurlijke en/of rechtspersoon aan het als bevoegd aangemerkte orgaan verschuldigd is, betaalt het orgaan dat de premies onrechtmatig heeft ontvangen, het teveel betaalde bedrag terug aan de betrokken natuurlijke en/of rechtspersoon.

4. Het bestaan van termijnen krachtens nationale wetgeving vormt geen geldige reden om de vereffening van schuldvorderingen tussen organen uit hoofde van dit artikeláte weigeren.

5. Dit artikeláis niet van toepassing op schuldvorderingen met betrekking tot tijdvakken die ouder dan 60 maanden zijn op de datum waarop een procedure overeenkomstig artikelá5, lidá2, of artikelá6, lidá3, van deze verordening is ingeleid."


29. Aan artikelá75 wordt het volgende lidá4 toegevoegd:

55 "4. Overeenkomstig deze afdeling uitgewisselde informatie kan voor beoordeling en handhaving ľ onder meer de toepassing van conservatoire maatregelen met betrekking tot een schuldvordering ľ worden gebruikt en ook voor de beoordeling en de handhaving van belastingen en rechten die vallen onder artikelá2 van Richtlijn 2010/24/EU betreffende de wederzijdse bijstand inzake de invordering van schuldvorderingen die voortvloeien uit belastingen, rechten en andere maatregelen. Wanneer de terugbetaling van socialezekerheidspremies betrekking heeft op een persoon die in een andere lidstaat woont of verblijft, kan de lidstaat vanwaar de premies moeten worden terugbetaald, de lidstaat van woonplaats of verblijf zonder voorafgaand verzoek in kennis stellen van de aanstaande terugbetaling. "

30. In Artikelá76 wordt het volgende lidá3ábis ingevoegd na lidá3:

"3 bis. In geen geval wordt lidá3 zo uitgelegd dat een aangezochte partij in een lidstaat mag weigeren inlichtingen te verstrekken louter omdat de inlichtingen bij een bank, een andere financiŰle instelling, een gevolmachtigde of een als agent of zaakwaarnemer optredende persoon berusten, of omdat de inlichtingen betrekking hebben op eigendomsbelangen in een persoon."


31. Artikelá77 wordt als volgt gewijzigd:

a) Lidá2 wordt vervangen door:

"2. Het verzoek tot notificatie gaat vergezeld van een standaardformulier dat ten minste de volgende gegevens bevat:

a) naam, adres en andere voor de identificatie van de geadresseerde relevante gegevens;

b) het doel van de notificatie en de termijn waarbinnen de notificatie moet gebeuren;

c) een beschrijving van het aangehechte document en de aard en het bedrag van de schuldvordering;

d) naam, adres en andere contactgegevens van:

i) het kantoor dat voor het aangehechte document verantwoordelijk is, en, als dat een ander kantoor is,

ii) het kantoor waar nadere inlichtingen kunnen worden verkregen over het genotificeerde document of over de mogelijkheden om de betalingsverplichting aan te vechten."

b) Na lidá3 worden de volgende leden 4, 5 en 6 ingevoegd:

"4. De verzoekende partij dient alleen een verzoek tot notificatie uit hoofde van dit artikeláin wanneer zij niet kan notificeren volgens de regels voor de notificatie van het betrokken document in haar lidstaat of wanneer een dergelijke notificatie onevenredige moeilijkheden zou veroorzaken.

5. De aangezochte partij zorgt ervoor dat de notificatie in de lidstaat van de aangezochte partij gebeurt volgens de in de lidstaat van de aangezochte partij geldende wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen en administratieve gebruiken.

6. Lidá5 doet geen afbreuk aan enige andere vorm van notificatie door een autoriteit in de lidstaat van de verzoekende partij volgens de in die lidstaat geldende regels.

Een autoriteit in de lidstaat van de verzoekende partij kan een document rechtstreeks per aangetekende brief of langs elektronische weg notificeren aan een persoon op het grondgebied van een andere lidstaat."

32. Artikelá78 wordt als volgt gewijzigd:

a) Lidá1 wordt vervangen door:

"1. Op verzoek van de verzoekende partij vordert de aangezochte partij de schuldvorderingen in waarvoor een executoriale titel in de lidstaat van de verzoekende partij bestaat. Elk verzoek tot invordering gaat vergezeld van een uniforme titel voor het nemen van executiemaatregelen door de lidstaat van de aangezochte partij."

b) In lidá2 wordt punt b) geschrapt.

c) Lidá3 wordt vervangen door:

"3. Voordat de verzoekende partij een verzoek tot invordering indient, worden de in de lidstaat van de verzoekende partij beschikbare passende invorderingsprocedures toegepast, behalve wanneer:

a) duidelijk is dat er in de lidstaat van de verzoekende partij geen voor invordering vatbare vermogensbestanddelen zijn of dat die procedures niet tot een volledige betaling van de schuldvordering zullen leiden, en de verzoekende partij over specifieke inlichtingen beschikt dat de betrokkene in de lidstaat van de aangezochte lidstaat over vermogensbestanddelen beschikt;

b) de toepassing van die procedures in de lidstaat van de verzoekende partij onevenredige moeilijkheden zou veroorzaken.".

d) Het volgende lidá6 wordt ingevoegd:

"6. Het verzoek tot invordering van een schuldvordering kan vergezeld gaan van andere documenten met betrekking tot de schuldvordering, die in de lidstaat van de verzoekende partij zijn afgegeven."


33. Artikelá79 wordt vervangen door:

"Artikelá79

Executoriale titel van de schuldvordering

1. De uniforme titel die het nemen van executiemaatregelen in de aangezochte lidstaat mogelijk maakt, weerspiegelt de wezenlijke inhoud van de initiŰle executoriale titel en vormt de enige basis voor de invorderingsmaatregelen en de conservatoire maatregelen die in de lidstaat van de aangezochte partij worden genomen. In die lidstaat wordt geen erkenning, aanvulling of vervanging van de uniforme titel verlangd.

2. De uniforme executoriale titel bevat onder meer:

a) de naam, het adres en eventuele andere gegevens die relevant zijn voor de identificatie van de betrokken natuurlijke of rechtspersoon en/of de derde partij die houder is van zijn/haar vermogensbestanddelen;

b) de naam, het adres en eventuele andere relevante gegevens met betrekking tot het voor de beoordeling van de schuldvordering verantwoordelijke kantoor en, als dat een ander kantoor is, het kantoor waar nadere inlichtingen kunnen worden verkregen over de schuldvordering of over de mogelijkheden om de betalingsverplichtingen aan te vechten;

c) gegevens die relevant zijn voor de identificatie van de executoriale titel die in de lidstaat van de verzoekende partij is afgegeven;

d) een beschrijving van de schuldvordering, met inbegrip van de aard van de schuldvordering, het tijdvak waarop de schuldvordering betrekking heeft, eventuele voor de executie relevante data en het bedrag van de schuldvordering, inclusief hoofdsom, interesten, boetes, administratieve sancties en alle overige lasten en kosten, uitgedrukt in de valuta van de lidstaat van de verzoekende en van de aangezochte partij;

e) de datum waarop de titel aan de geadresseerde is genotificeerd door de verzoekende partij en/of de aangezochte partij;

f) de datum met ingang waarvan en de periode gedurende welke de executie mogelijk is volgens het geldende recht van de lidstaat van de verzoekende partij;

g) eventuele andere relevante gegevens.".

34. Artikelá80 wordt als volgt gewijzigd:

a) In lidá1 wordt de tweede zin vervangen door:

"Behoudens artikelá85, lidá1 bis, maakt de aangezochte partij het volledige door haar ingevorderde bedrag van de schuldvordering aan de verzoekende partij over."

b) In lidá2 wordt de tweede alinea vervangen door:

"Vanaf de datum van ontvangst van het verzoek tot invordering brengt de aangezochte partij interesten wegens laattijdige betaling in rekening overeenkomstig de in de lidstaat van de aangezochte partij geldende wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen."

35. Artikelá81 wordt als volgt gewijzigd:

a) Lidá1 wordt vervangen door:

"1. Als tijdens de invorderingsprocedure de schuldvordering, de initiŰle titel voor het nemen van executiemaatregelen in de lidstaat van de verzoekende partij, de uniforme titel voor het nemen van executiemaatregelen in de lidstaat van de aangezochte partij of de geldigheid van een notificatie door een autoriteit in de lidstaat van de verzoekende partij wordt betwist door een belanghebbende partij, wordt de rechtsvordering door deze partij voor de bevoegde autoriteiten van de lidstaat van de verzoekende partij gebracht overeenkomstig de in die lidstaat geldende wetten. De verzoekende partij stelt de aangezochte partij onmiddellijk in kennis van deze rechtsvordering. Ook de belanghebbende partij kan de aangezochte partij over de rechtsvordering inlichten."

b) Lidá3 wordt vervangen door:

Wanneer de betwisting betrekking heeft op uitvoeringsmaatregelen die in de lidstaat van de aangezochte partij zijn genomen, of op de geldigheid van de notificatie door een autoriteit in de lidstaat van de aangezochte partij, wordt de rechtsvordering voor de bevoegde autoriteit van die lidstaat gebracht overeenkomstig de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van die lidstaat."

c) Lidá4 wordt vervangen door:

"4. De verzoekende partij licht de aangezochte partij onmiddellijk in over een eventuele latere wijziging van het verzoek tot invordering of over de intrekking van het verzoek, met opgave van de redenen voor die wijziging of intrekking."

d) Het volgende lidá5 wordt toegevoegd:

"5. Als de wijziging van het verzoek het gevolg is van een beslissing van de in artikelá81, lidá1, bedoelde bevoegde autoriteit, deelt de verzoekende partij deze beslissing mee samen met een herziene uniforme titel voor het nemen van executiemaatregelen in de lidstaat van de aangezochte partij. De aangezochte partij gaat dan voort met verdere invorderingsmaatregelen op basis van de herziene titel.

De invorderingsmaatregelen of conservatoire maatregelen die reeds zijn genomen op grond van de oorspronkelijke uniforme titel voor het nemen van executiemaatregelen in de lidstaat van de aangezochte partij, kunnen op grond van de herziene titel worden voortgezet, tenzij de wijziging van het verzoek te wijten is aan de ongeldigheid van de initiŰle titel voor het nemen van executiemaatregelen in de lidstaat van de verzoekende lidstaat of van de oorspronkelijke uniforme titel voor het nemen van executiemaatregelen in de lidstaat van de aangezochte partij.

De artikelená79 ená81 zijn van toepassing op de herziene titel."

36. Artikelá82, lidá1, onder b), wordt vervangen door:

"b) de in de artikelen 76 tot en met 81 van de toepassingsverordening bedoelde bijstand te verlenen, als het initiŰle verzoek op grond van de artikelen 76 tot en met 78 van de toepassingsverordening betrekking heeft op schuldvorderingen die meer dan vijf jaar oud zijn, te rekenen vanaf de vervaldatum van de schuldvordering in de lidstaat van de verzoekende partij tot de datum van het initiŰle verzoek om bijstand. Als de schuldvordering of de initiŰle titel voor het nemen van executiemaatregelen in de lidstaat van de verzoekende partij echter wordt betwist, wordt de periode van vijf jaar geacht te beginnen vanaf het ogenblik dat is vastgesteld dat de schuldvordering of de executoriale titel van de schuldvordering niet langer kan worden betwist.

Bovendien wordt ľ wanneer de autoriteiten in de lidstaat van de verzoekende partij uitstel van betaling hebben verleend of betaling in termijnen hebben toegestaan ľ de periode van vijf jaar geacht te beginnen vanaf het ogenblik waarop de volledige betalingsperiode is verstreken.

In die gevallen is de aangezochte partij echter niet verplicht bijstand te verlenen met betrekking tot schuldvorderingen die meer dan tien jaar oud zijn, te rekenen vanaf de vervaldatum van de schuldvordering in de lidstaat van de verzoekende partij."

37. Artikelá84 wordt vervangen door:

"Artikelá84

Conservatoire maatregelen

1. Op met redenen omkleed verzoek van de verzoekende partij neemt de aangezochte partij, voor zover haar nationale recht dit toelaat en overeenkomstig haar administratieve gebruiken, conservatoire maatregelen om de invordering te waarborgen wanneer een schuldvordering of de titel voor het nemen van executiemaatregelen in de lidstaat van de verzoekende partij bij de indiening van het verzoek wordt betwist, of wanneer de schuldvordering nog niet het voorwerp vormt van een titel voor het nemen van executiemaatregelen in de lidstaat van de verzoekende lidstaat, voor zover conservatoire maatregelen in een soortgelijke situatie ook op grond van het nationale recht en de administratieve gebruiken van de lidstaat van de verzoekende partij mogelijk zijn.

Het document dat in voorkomend geval is opgesteld om conservatoire maatregelen in de lidstaat van de verzoekende partij mogelijk te maken en dat betrekking heeft op de schuldvordering waarvoor om wederzijdse bijstand is verzocht, wordt aan het verzoek om conservatoire maatregelen in de lidstaat van de aangezochte partij gehecht. In de lidstaat van de aangezochte partij wordt geen erkenning, aanvulling of vervanging van dit document verlangd.

2. Het verzoek om conservatoire maatregelen kan vergezeld gaan van andere documenten met betrekking tot de schuldvordering, die in de lidstaat van de verzoekende partij zijn afgegeven.

3. Voor de uitvoering van het eerste lidázijn de bepalingen en de procedures van de artikelená78, 79, 81 ená82 van de toepassingsverordening van overeenkomstige toepassing.".

38. Aan artikelá85 wordt na lidá1 het volgende lidá1 bis toegevoegd:

"1 bis Wanneer de kosten met betrekking tot de invordering niet op de debiteur kunnen worden verhaald bovenop het bedrag van de schuldvordering, worden zij in mindering gebracht op het bedrag dat kon worden ingevorderd, of, indien dit niet mogelijk is, door de verzoekende partij vergoed. De verzoekende partij en de aangezochte partij kunnen een specifieke vergoedingsregeling overeenkomen of afzien van de vergoeding van dergelijke kosten."

39. Na artikelá85 wordt het volgende artikelá85ábis toegevoegd:

"Artikelá85ábis

Aanwezigheid in administratieve kantoren en deelname aan administratief onderzoek

1. In onderlinge overeenstemming tussen de verzoekende partij en de aangezochte partij en overeenkomstig de door de aangezochte partij vastgestelde regeling kunnen door de verzoekende partij gemachtigde ambtenaren, met het oog op de bevordering van de in deze afdeling bedoelde wederzijdse bijstand, :

a) aanwezig zijn in de kantoren waar de administratieve autoriteiten van de lidstaat van de aangezochte partij hun taken uitvoeren;

b) aanwezig zijn bij administratief onderzoek op het grondgebied van de lidstaat van de aangezochte partij;

c) de bevoegde ambtenaren van de lidstaat van de aangezochte lidstaat bijstaan bij rechtszaken in die lidstaat.

2. Als de in de lidstaat van de aangezochte partij geldende wetgeving zulks toestaat, kan in de in lidá1, onderáb), bedoelde overeenkomst worden bepaald dat ambtenaren van de lidstaat van de verzoekende partij personen mogen ondervragen en dossiers mogen onderzoeken.

3. Door de verzoekende partij gemachtigde ambtenaren die gebruikmaken van de bij de ledená1 ená2 geboden mogelijkheden, moeten te allen tijde een schriftelijke machtiging kunnen voorleggen waarin hun identiteit en hun officiŰle hoedanigheid zijn vermeld.".

40. Artikelá87 wordt als volgt gewijzigd:

a) In lidá4 wordt de verwijzing naar "artikelá34" geschrapt en vervangen door "artikelá1, punt v ter)",

b) Aan het eind van lidá6 wordt de volgende zin toegevoegd:

"Als het orgaan dat verzocht is de controle uit te voeren, echter ook gebruikmaakt van de bevindingen voor de toekenning van uitkeringen aan de betrokkene volgens de wetgeving die het toepast, vordert het de in de vorige zin bedoelde uitgaven niet terug.".

41. Artikelá89; lidá3, wordt geschrapt.

42. Artikelá92 wordt geschrapt.

43. In artikelá93 wordt "Artikelá87 van de basisverordening is" vervangen door 'De artikelen 87 tot en met 87 ter van de basisverordening zijn'.

44. Het volgende artikelá94 bis wordt ingevoegd:

"Artikelá94ábis

Overgangsbepaling met betrekking tot werkloosheidsuitkeringen

Tot de inwerkingtreding van Verordening (EU) XXX blijven de artikelen 56 en 70 van de vˇˇr [de datum van inwerkingtreding van Verordening (EU) XXXX] geldende versie van de toepassingsverordening van toepassing op werkloosheidsuitkeringen die zijn toegekend aan personen die vˇˇr die datum werkloos zijn geworden.".

45. Artikelá96 wordt als volgt gewijzigd:

a) De tweede zin van lidá1 wordt vervangen door:

"Met uitzondering van artikelá107 blijft Verordening (EEG) nr.á574/72 evenwel van kracht en behoudt zij haar rechtsgevolgen voor de toepassing van:"

b) Na lidá1 wordt een nieuw lidá1 bis toegevoegd

"1 bis. Voor de toepassing van de in lidá1 bedoelde wetgeving zijn de regels inzake de omrekening van valuta onderworpen aan artikelá90 van deze verordening.".


Artikelá3

Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.