Artikelen bij COM(2018)383 - Programma Rechten en waarden - EU monitor

EU monitor
Maandag 3 augustus 2020
kalender

Artikelen bij COM(2018)383 - Programma Rechten en waarden

Dit is een beperkte versie

U kijkt naar een beperkte versie van dit dossier in de EU Monitor.

dossier COM(2018)383 - Programma Rechten en waarden.
document COM(2018)383 NLEN
datum 30 mei 2018


Hoofdstuk I
Algemene bepalingen

Artikel 1 - Onderwerp

Bij deze verordening wordt het programma Rechten en waarden ingesteld, hierna „het programma” genoemd.

In deze verordening worden de doelstellingen van het programma, de begroting voor de periode 2021–2027, de vormen van financiering door de Unie alsmede de regels voor de verstrekking van die financiering vastgelegd.

Artikel 2 - Doelstellingen van het programma

1. De algemene doelstelling van het programma is de bescherming en bevordering van de rechten en waarden die in de EU-Verdragen zijn verankerd, onder meer door ondersteuning van maatschappelijke organisaties met het oog op de instandhouding van een open, democratische en inclusieve samenleving.

2. Binnen het kader van de algemene doelstelling als bedoeld in lid 1 heeft het programma de volgende specifieke doelstellingen, die overeenstemmen met de onderdelen ven het programma:

a) bevordering van gelijkheid en rechten (onderdeel Gelijkheid en rechten)

b) bevordering van de betrokkenheid van de burgers bij en hun participatie in het democratisch bestel van de Unie (onderdeel Betrokkenheid en participatie van de burger)

c) bestrijding van geweld (onderdeel Daphne).

Artikel 3 - Onderdeel Gelijkheid en rechten

In het kader van de specifieke doelstelling in artikel 2, lid 2, ander a), is het programma vooral gericht op:

a) het voorkomen en bestrijden van ongelijkheid en discriminatie op grond van geslacht, ras of etnische afstamming, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele oriëntatie, en het ondersteunen van een alomvattend beleid ter bevordering van gendergelijkheid en discriminatiebestrijding en de mainstreaming daarvan, en van beleid ter bestrijding van racisme en alle vormen van onverdraagzaamheid;

b) het beschermen en bevorderen van de rechten van het kind, de rechten van personen met een handicap, de rechten van burgers van de Unie en het recht op de bescherming van persoonsgegevens.

Artikel 4 - Onderdeel Betrokkenheid en participatie van de burger

In het kader van de specifieke doelstelling in artikel 2, lid 2, ander b), is het programma vooral gericht op:

a) het vergroten van het inzicht van de burgers in de Unie, haar geschiedenis, haar cultureel erfgoed en haar culturele diversiteit;

b) het bevorderen van uitwisseling en samenwerking tussen burgers van verschillende landen; het bevorderen van democratische participatie van de burgers, waardoor burgers en representatieve organisaties hun standpunten over alle onderdelen van het optreden van de Unie kenbaar kunnen maken en publiekelijk kunnen uitwisselen.

Artikel 5 - Onderdeel Daphne

In het kader van de specifieke doelstelling in artikel 2, lid 2, ander c), is het programma vooral gericht op:

a) het voorkomen en bestrijden van alle vormen van geweld tegen kinderen, jongeren en vrouwen, alsmede geweld tegen andere groepen die risico lopen;

b) het ondersteunen en beschermen van slachtoffers van dergelijk geweld.

Artikel 6 - Begroting

1. De financiële middelen voor de uitvoering van het programma voor de periode 2021–2027 bedragen [641 705 000] EUR in lopende prijzen.

2. Van het in lid 1 bedoelde totaal worden de onderstaande indicatieve bedragen toegewezen aan de verschillende doelstellingen:

a) [408 705 000] EUR voor de specifieke doelstellingen bedoeld in artikel 2, lid 2, onder a) en c);

b) [233 000 000] EUR voor de specifieke doelstelling bedoeld in artikel 2, lid 2, onder b).

3. Het in lid 1 bedoelde bedrag kan worden gebruikt voor technische en administratieve bijstand voor het uitvoeren van het programma, zoals werkzaamheden op het gebied van voorbereiding, monitoring, controle, audit en evaluatie, met inbegrip van institutionele informatietechnologiesystemen, studies, bijeenkomsten van deskundigen en mededelingen over prioriteiten en gebieden die verband houden met de algemene doelstellingen van het programma.

4. Onverminderd het Financieel Reglement zijn uitgaven voor acties die voortvloeien uit in het eerste werkprogramma opgenomen projecten vanaf 1 januari 2021 subsidiabel.

5. Op verzoek van de lidstaten kunnen de aan hen in gedeeld beheer toegewezen middelen worden overgeschreven naar het programma. De Commissie voert die middelen uit overeenkomstig artikel 62, lid 1, onder a), van het Financieel Reglement op directe wijze dan wel overeenkomstig artikel 62, lid 1, onder c), van het Financieel Reglement op indirecte wijze. Indien mogelijk worden die middelen gebruikt ten voordele van de betrokken lidstaat.

Artikel 7 - Met het programma geassocieerde derde landen

1. Het programma staat open voor de volgende landen, mits aan de voorwaarden wordt voldaan:

a) landen van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA) die lid zijn van de Europese Economische Ruimte (EER), in overeenstemming met de in de EER-overeenkomst vastgestelde voorwaarden;

b) toetredingslanden, kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten, in overeenstemming met de algemene beginselen en algemene voorwaarden voor deelname van die landen aan programma’s van de Unie zoals vastgesteld in de desbetreffende kaderovereenkomsten en besluiten van de Associatieraad, of in soortgelijke overeenkomsten, alsmede in overeenstemming met de specifieke voorwaarden die zijn vastgesteld in overeenkomsten tussen de Unie en die landen;

c) landen die onder het Europees nabuurschapsbeleid vallen, in overeenstemming met de algemene beginselen en algemene voorwaarden voor deelname van die landen aan programma’s van de Unie zoals vastgesteld in de desbetreffende kaderovereenkomsten en besluiten van de Associatieraad, of in soortgelijke overeenkomsten, alsmede in overeenstemming met de specifieke voorwaarden die zijn vastgesteld in overeenkomsten tussen de Unie en die landen;

d) andere derde landen, in overeenstemming met de voorwaarden die zijn vastgesteld in een specifieke overeenkomst betreffende de deelname van het derde land aan programma’s van de Unie, op voorwaarde dat de overeenkomst:

– een billijk evenwicht waarborgt tussen de bijdragen van en de voordelen voor het derde land dat aan programma’s van de Unie deelneemt;

– de voorwaarden voor deelname aan de programma’s vaststelt, met inbegrip van de berekening van de financiële bijdragen aan afzonderlijke programma’s en de administratieve kosten ervan. Deze bijdragen worden aangemerkt als bestemmingsontvangsten overeenkomstig artikel [21, lid 5], van [het nieuwe Financieel Reglement];

– het derde land geen beslissingsbevoegdheid ten aanzien van het programma verleent;

– de rechten van de Unie om naar een goed financieel beheer te streven en haar financiële belangen te beschermen, waarborgt.

Artikel 8 - Uitvoering en vormen van EU-financiering

1. Het programma wordt uitgevoerd in direct beheer in overeenstemming met het Financieel Reglement of in indirect beheer met organen als bedoeld in artikel 61, lid 1, onder c), van het Financieel Reglement.

2. In het kader van het programma kan financiering worden verstrekt in een van de vormen als vastgesteld in het Financieel Reglement.

3. [Bijdragen aan een systeem voor onderlinge verzekeringen kunnen dienen ter dekking van het risico dat verbonden is aan de terugvordering van door de begunstigden verschuldigde middelen en wordt beschouwd als een toereikende garantie krachtens het Financieel Reglement. De bepalingen van [artikel X] van Verordening XXX [opvolger van de verordening inzake het Garantiefonds] zijn van toepassing.]

Artikel 9 - Soorten acties

Acties die bijdragen tot de verwezenlijking van een specifieke doelstelling als bedoeld in artikel 2 kunnen in aanmerking komen voor financiering uit hoofde van deze verordening. Met name de in bijlage I genoemde activiteiten komen in aanmerking voor financiering.

Hoofdstuk II
Subsidies

Artikel 10 - Subsidies

1. Subsidies in het kader van het programma worden toegekend en beheerd in overeenstemming met titel VIII van het Financieel Reglement.

2. Het evaluatiecomité kan uit externe deskundigen bestaan.

Artikel 11 - Cumulatieve [, complementaire] en gecombineerde financiering

1. Aan een actie waaraan in het kader van het programma een bijdrage is toegekend, kan ook een bijdrage worden toegekend uit een ander programma van de Unie, met inbegrip van fondsen in gedeeld beheer, op voorwaarde dat de bijdragen niet dezelfde kosten dekken. [De cumulatieve financiering mag de totale subsidiabele kosten van de actie niet overschrijden en de steun uit de verschillende programma’s van de Unie kan pro rata worden berekend].

2. Indien via het programma en de fondsen in gedeeld beheer, bedoeld in artikel 1 van Verordening (EU) [XX] [verordening gemeenschappelijke bepalingen] gezamenlijk financiële steun wordt verstrekt aan eenzelfde actie, wordt die actie uitgevoerd volgens de voorschriften van deze verordening, met inbegrip van de voorschriften inzake de terugvordering van ten onrechte betaalde bedragen.

3. Acties die in aanmerking komen voor subsidie via het programma en aan de voorwaarden van de tweede alinea voldoen, kunnen worden geïdentificeerd met het oog op financiering via de fondsen in gedeeld beheer. In dat geval gelden de medefinancieringspercentages en de subsidiabiliteitsvoorschriften waarin deze verordening voorziet.

Voor de in de eerste alinea bedoelde acties gelden de volgende cumulatieve voorwaarden:

a) de maatregelen zijn beoordeeld in het kader van een oproep tot het indienen van voorstellen voor het programma;

b) de maatregelen voldoen aan de minimumkwaliteitseisen die in het kader van die oproep tot het indienen van voorstellen zijn vastgesteld;

c) de maatregelen kunnen als gevolg van budgettaire beperkingen niet in het kader van die oproep tot het indienen van voorstellen worden gefinancierd.

De acties worden uitgevoerd door de beheersautoriteit bedoeld in artikel van Verordening (EU) [XX] [verordening gemeenschappelijke bepalingen] overeenkomstig de in die verordening en de fondsspecifieke verordeningen opgenomen voorschriften inzake financiële correcties.

Artikel 12 - In aanmerking komende entiteiten

1. Naast de in artikel van het Financieel Reglement vermelde criteria zijn de in de leden 2 en 3 vastgestelde criteria om in aanmerking te komen van toepassing.

2. De volgende entiteiten komen in aanmerking:

a) juridische entiteiten die gevestigd zijn in een van de volgende landen:

een lidstaat of een met een lidstaat verbonden land of gebied overzee;

een met het programma geassocieerd derde land;

b) juridische entiteiten die zijn opgericht krachtens het Unierecht, of internationale organisaties.

3. Zonder oproep tot het indienen van voorstellen kunnen exploitatiesubsidies worden toegekend aan het Europees netwerk van instanties voor gelijke behandeling Equinet ter dekking van uitgaven die betrekking hebben op het permanente werkprogramma.

Hoofdstuk III
Programmering, monitoring, evaluatie en controle

Artikel 13 - Werkprogramma

1. Het programma wordt uitgevoerd door middel van werkprogramma’s als bedoeld in artikel 110 van het Financieel Reglement.

2. Het werkprogramma wordt door de Commissie vastgesteld door middel van een uitvoeringshandeling. Die uitvoeringshandeling wordt vastgesteld volgens de in artikel 19 bedoelde raadplegingsprocedure.

Artikel 14 - Monitoring en verslaglegging

1. De indicatoren om verslag uit te brengen over de door het programma geboekte vooruitgang bij het verwezenlijken van de in artikel 2 vermelde specifieke doelstellingen zijn vastgesteld in bijlage II.

2. Om te zorgen voor een effectieve evaluatie van de voortgang van het programma in de richting van de verwezenlijking van zijn doelstellingen, wordt de Commissie overeenkomstig artikel 16 gemachtigd om gedelegeerde handelingen voor de ontwikkeling van een kader voor monitoring en evaluatie vast te stellen, onder meer door wijziging van bijlage II teneinde de indicatoren waar nodig te herzien en aan te vullen.

3. Het systeem voor verslaglegging over de prestaties waarborgt dat de gegevens voor het monitoren van de uitvoering en de resultaten van het programma op efficiënte, doeltreffend en tijdig worden verzameld. Daartoe worden de ontvangers van middelen van de Unie en de lidstaten aan evenredige verslagleggingsvereisten onderworpen.

Artikel 15 - Evaluatie

1. Evaluaties worden tijdig uitgevoerd zodat zij in de besluitvorming kunnen worden meegenomen.

2. De tussentijdse evaluatie van het programma wordt uitgevoerd zodra voldoende informatie over de uitvoering van het programma beschikbaar is, doch uiterlijk vier jaar nadat met de uitvoering van het programma is begonnen. Bij de tussentijdse evaluatie wordt rekening gehouden met de evaluaties van het langetermijneffect van de voorgaande programma’s (Rechten, gelijkheid en burgerschap en Europa voor de burger).

3. Aan het einde van de uitvoering van het programma, doch uiterlijk vier jaar na afloop van de in artikel 1 genoemde periode, voert de Commissie een eindevaluatie van het programma uit.

4. De Commissie deelt de conclusies van de evaluaties tezamen met haar opmerkingen mee aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s.

Artikel 16 - Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1. De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2. De in artikel 14 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend tot en met 31 december 2027.

3. Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 14 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het besluit wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het besluit laat de geldigheid van reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4. Alvorens een gedelegeerde handeling vast te stellen, raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016.

5. Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6. Een overeenkomstig artikel 14 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt slechts in werking indien noch het Europees Parlement, noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van die handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad vóór het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

Artikel 17 - Bescherming van de financiële belangen van de Unie

Indien een derde land aan het programma deelneemt op grond van een besluit uit hoofde van een internationale overeenkomst of een ander rechtsinstrument, kent het derde land de nodige rechten toe en verleent het de nodige toegang aan de bevoegde ordonnateur, het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en de Europese Rekenkamer, zodat deze hun respectieve bevoegdheden ten volle kunnen uitoefenen. Wat OLAF betreft, omvatten deze rechten het recht om onderzoeken te verrichten, waaronder controles en verificaties ter plaatse als bedoeld in Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF).

Hoofdstuk IV
Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 18 - Informatie, communicatie en publiciteit

1. De ontvangers van financiering van de Unie erkennen de oorsprong van en geven zichtbaarheid aan de financiering van de Unie (met name wanneer zij de acties en de resultaten ervan promoten) door meerdere doelgroepen, waaronder de media en het grote publiek, doelgericht en op samenhangende, doeltreffende en evenredige wijze te informeren.

2. De Commissie zorgt voor informatie en communicatie uit met betrekking tot het programma alsmede de in de kader uitgevoerde acties en de resultaten daarvan. De aan het programma toegewezen financiële middelen dragen tevens bij aan de institutionele communicatie over de politieke prioriteiten van de Unie, voor zover zij verband houden met de in artikel 2 bedoelde doelstellingen.

Artikel 19 - Comitéprocedure

1. De Commissie wordt bijgestaan door een comité. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.

2. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 4 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

3. Het comité kan in specifieke configuraties bijeenkomen voor het bespreken van de afzonderlijke onderdelen van het programma.

Artikel 20 - Intrekking

Verordening (EU) nr. 1381/2013 en Verordening (EU) nr. 390/2014 worden ingetrokken met ingang van 1 januari 2021.

Artikel 21 - Overgangsbepalingen

1. Deze verordening doet geen afbreuk aan de voortzetting of de wijziging van de betrokken acties op grond van Verordening (EU) nr. 1381/2013 en Verordening (EU) nr. 390/2014, die op de betrokken acties van toepassing blijven totdat zij worden afgesloten.

2. De financiële middelen voor het programma kunnen eveneens de uitgaven dekken voor noodzakelijke technische en administratieve bijstand om de overgang te waarborgen tussen het programma en de maatregelen die zijn vastgesteld in het kader van de voorgaande programma’s die bij de Verordeningen (EU) nr. 1381/2013 en (EU) nr. 390/2014 zijn vastgesteld.

3. Zo nodig kunnen voor het beheer van acties die op 31 december 2027 nog niet zijn voltooid, ook na 2027 kredieten ter dekking van de in artikel 6, lid 3, bedoelde uitgaven in de begroting worden opgenomen.

Artikel 22 - Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.