Artikelen bij COM(2018)369 - Programma inzake uitwisselingen, bijstand en opleiding voor de bescherming van de euro tegen valsemunterij voor de periode 2021-2027 (het Ďprogramma Pericles IVí) - EU monitor

EU monitor
Zaterdag 21 september 2019
kalender

Dit is een beperkte versie

U kijkt naar een beperkte versie van dit dossier in de EU Monitor.

EUROPESE COMMISSIE

Brussel, 31.5.2018

COM(2018) 369 final

2018/0194(COD)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

tot vaststelling van een programma inzake uitwisselingen, bijstand en opleiding voor de bescherming van de euro tegen valsemunterij voor de periode 2021-2027 (het Ďprogramma Pericles IVí)

{SWD(2018) 281 final}


TOELICHTING

1. ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

Dit voorstel voorziet in een datum van toepassing, namelijk 1 januari 2021, en heeft betrekking op een Unie met 27 lidstaten, in overeenstemming met de kennisgeving van het voornemen van het Verenigd Koninkrijk om zich uit de Europese Unie en Euratom terug te trekken overeenkomstig artikel 50 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, dat door de Europese Raad werd ontvangen op 29 maart 2017.

∑Redenen en doelstellingen

De euro is, als gemeenschappelijke munt van de Unie, een kernbelang van Europa, waarvan de integriteit in al zijn dimensies moet worden beschermd. Vervalsing van de euro is een reŽel probleem voor de Unie en haar instellingen. De bedreigingen zijn nog steeds groot, zoals blijkt uit de toenemende beschikbaarheid van hoogwaardige vervalste euro's en veiligheidskenmerken op het internet/darknet en het bestaan van namaakhotspots, bijvoorbeeld in Colombia, Peru en China. Valsemunterij berokkent zowel burgers als bedrijven financiŽle schade omdat vals geld, zelfs wanneer het in goed vertrouwen werd aanvaard, niet wordt vergoed. Meer in het algemeen heeft het gevolgen voor de status van wettig betaalmiddel en het vertrouwen van burgers en bedrijven in echte eurobankbiljetten en -munten.

∑Verenigbaarheid met bestaande bepalingen op het beleidsterrein

Sinds de invoering van de euro als gemeenschappelijke munt is het noodzakelijk de euro op EU-niveau tegen valsemunterij te beschermen en over een specifiek programma voor dit doel te beschikken. Het huidige programma ď,Pericles 2020Ē heeft specifiek betrekking op de bescherming van eurobankbiljetten en -munten tegen valsemunterij 1 en is vastgesteld bij Verordening (EU) nr. 331/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2014 2 .

De duidelijke transnationale en multidisciplinaire 3 aanpak van Pericles 2020 en de focus op capaciteitsopbouw ter bescherming van de euro maken het programma uniek onder de programma's op EU-niveau. Andere beleidsterreinen van de Unie, zoals het politie-instrument van het Fonds voor interne veiligheid (ISF-politie) en het instrument voor de uitwisseling van informatie over technische bijstand (TAIEX), kunnen als complementair worden beschouwd, zoals door verschillende nationale autoriteiten is bevestigd 4 .

Onderhavig wetgevingsvoorstel betreft het initiatief om het programma Pericles 2020 na 2020 voort te zetten.


∑Samenhang met andere beleidsterreinen van de Unie

Een degelijke bescherming van de euro tegen valsemunterij vormt een essentieel onderdeel van de veiligheid als een van de kernpunten van het optreden van de EU, zoals is opgemerkt in de discussienota over de toekomst van de financiŽn van de EU. Het voorkomen en bestrijden van valsemunterij en daarmee verband houdende fraude beschermt de integriteit van het eurostelsel, waardoor het concurrentievermogen van de economie van de EU wordt versterkt en de houdbaarheid van de overheidsfinanciŽn wordt veiliggesteld. Er is derhalve ook een rechtstreeks verband met de doelstelling van de Unie om de efficiŽnte werking van de Economische en Monetaire Unie te verbeteren.

2. RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID

∑Rechtsgrondslag

De wetgeving van de Unie betreffende de bescherming van de euro tegen valsemunterij valt onder artikel 133 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). Deze bepaling voorziet erin dat het Europees Parlement en de Raad, volgens de gewone wetgevingsprocedure en na raadpleging van de Europese Centrale Bank, de maatregelen vaststellen die nodig zijn voor het gebruik van de euro als gemeenschappelijke munt. De toepassing van Pericles zal worden uitgebreid tot de lidstaten die de euro niet als munteenheid hebben, door middel van een voorstel voor een parallelle verordening op basis van artikel 352 VWEU.

∑Subsidiariteit (bij niet-exclusieve bevoegdheid)

Onderhavig voorstel is in overeenstemming met het subsidiariteitsbeginsel. De bescherming van de Europese gemeenschappelijke munt als een publiek goed heeft een duidelijke transnationale dimensie, en daarom gaat de bescherming van de euro verder dan het belang en de verantwoordelijkheid van de afzonderlijke EU-lidstaten. Gezien de grensoverschrijdende circulatie van de euro en de grote betrokkenheid van de internationale georganiseerde misdaad bij valsemunterij met de euro (productie en distributie), moeten de nationale beschermingskaders worden aangevuld met een EU-initiatief om te zorgen voor homogene nationale en internationale samenwerking en om mogelijke nieuwe transnationale risico's het hoofd te bieden.

Volgens de tussentijdse evaluatie van het programma†ligt de toegevoegde waarde van het programma hoofdzakelijk in zijn vermogen om vormen van internationale samenwerking te ondersteunen die voor de nationale autoriteiten niet haalbaar zijn wegens de unieke transnationale dimensie ervan 5 . Het programma heeft de transnationale en grensoverschrijdende samenwerking binnen de EU duidelijk bevorderd, alsook gezorgd voor een wereldwijde bescherming van de euro tegen valsemunterij, en heeft in het bijzonder de taak op zich genomen om specifieke nieuwe bedreigingen (zoals het deep/dark web) en de (moeilijke) betrekkingen met bepaalde landen (bijvoorbeeld China) het hoofd te bieden, aangezien het voor afzonderlijke lidstaten moeilijk is om deze bedreigingen alleen doeltreffend aan te pakken. Initiatieven zoals de instelling van een dialoog met de Chinese autoriteiten die zich bezighouden met de bestrijding van valsemunterij 6 en steun voor activiteiten ter bescherming van de euro in Latijns-Amerika 7 zouden zonder het programma niet haalbaar zijn geweest. Onderzoek naar de innovatieve veiligheidskenmerken van de euromuntstukken van de tweede generatie valt ook onder deze categorie transnationale thema's.


∑Evenredigheid

De voorgestelde verordening is noodzakelijk, geschikt en passend om het gewenste doel te bereiken. Voorgesteld wordt de samenwerking tussen de lidstaten onderling en tussen de Commissie en de lidstaten doeltreffend te versterken, zonder de mogelijkheden van de lidstaten om de euro tegen valsemunterij te beschermen in te perken. Optreden op het niveau van de Unie is gerechtvaardigd, omdat dit de lidstaten duidelijk ondersteunt bij de collectieve bescherming van de euro en het gebruik aanmoedigt van gemeenschappelijke Unie-structuren ter versterking van de samenwerking en de uitwisseling van informatie tussen de bevoegde autoriteiten 8 .

∑Keuze van instrument

Het voorgestelde instrument is een verordening, die aansluit bij Verordening (EU) nr. 331/2014 tot vaststelling van het programma Pericles 2020. De verordening heeft bewezen de rechtszekerheid te bieden die nodig is voor een doeltreffende bescherming van de euro tegen valsemunterij, hetgeen niet met andere rechtsinstrumenten had kunnen worden bereikt.

3. EVALUATIE, RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELING

∑Evaluatie achteraf van bestaande wetgeving en controle van de resultaatgerichtheid ervan

Op grond van artikel 13, lid 4, van Verordening (EU) nr. 331/2014 heeft een onafhankelijke contractant een tussentijdse evaluatie van het programma uitgevoerd. De Commissie heeft op 6 december 2017 mededeling COM(2017) 741 aan het Europees Parlement en de Raad over de resultaten van de tussentijdse evaluatie van het programma goedgekeurd, waarin zij de conclusie deelt dat het programma moet worden voortgezet tot het vanzelf afloopt in 2020, de voortzetting van het programma na 2020 steunt gezien zijn toegevoegde waarde voor de EU, zijn langetermijneffect en duurzaamheid, en zich aansluit bij de beoordeling van de evaluatie inzake de voortzetting van het programma als zelfstandig programma na 2020 9 . In de onafhankelijke evaluatie wordt geconcludeerd dat alle bevindingen convergeren naar een ondubbelzinnig positieve algemene beoordeling van de toegevoegde waarde voor de EU, coherentie, relevantie, doeltreffendheid, duurzaamheid en efficiŽntie. Om de efficiŽntie van het programma verder te versterken, werd in de evaluatie voorgesteld:

Ėaanmoediging van een grotere betrokkenheid van de bevoegde nationale autoriteiten 10 : aandacht moet worden besteed aan het leggen van contacten met nationale besluitvormers om ervoor te zorgen dat de door het programma geboden mogelijkheden goed worden begrepen;

Ėvereenvoudiging van de aanvraagprocedure: de mogelijkheid moet worden onderzocht om aanvragen en andere relevante documentatie online in te dienen;

Ėversterking van het monitoringproces: Aanbevolen wordt de kernprestatie-indicatoren van het programma eventueel aan te passen om er kwalitatieve indicatoren in op te nemen.

∑Raadpleging van belanghebbenden

Het thema van de bescherming van de euro tegen valsemunterij en het MFK-voorstel betreffende de voortzetting van het Pericles 2020-programma zijn opgenomen in de openbare raadpleging over EU-middelen op het gebied van veiligheid, waarvoor de raadplegingsperiode van 10 januari 2018 tot en met 9 maart 2018 liep. In totaal werden 153 bijdragen ontvangen van particuliere en publieke belanghebbenden, waarvan er 20 (13,07%) specifiek betrekking hadden op het programma Pericles 2020 11 . Deze respondenten onderstreepten het grote belang van het programma Pericles 2020, waarbij 50% specifiek de nadruk legde op de toegevoegde waarde voor de EU bij het waarborgen van internationale samenwerking. Wat de noodzaak betreft om de doelstellingen van de programma's/middelen op dit beleidsterrein te wijzigen of aan te vullen, waren de meningen verdeeld: vier respondenten stelden voor om het financieringsniveau op het huidige peil te houden en drie respondenten waren voorstander van een verhoging van de middelen.

∑Effectbeoordeling

Overeenkomstig de vereisten van het Financieel Reglement van de EU [insert reference] is voor programma's die continuÔteit bieden wat inhoud en structuur betreft of die een relatief klein budget hebben, geen effectbeoordeling vereist, maar een evaluatie vooraf in de vorm van een werkdocument van de diensten van de Commissie. De bij dit voorstel gevoegde evaluatie vooraf SWD (SWD(2018) 281) voldoet aan de vereisten voor betere regelgeving.

∑Vereenvoudiging

In de tussentijdse evaluatie van het programma Pericles 2020 wordt voorgesteld om als vereenvoudigingsmaatregel voor de voortzetting van het programma de mogelijkheid te bieden aanvragen en andere relevante documentatie online in te dienen. Om de financiŽle uitvoering van Pericles 2020-subsidies te vereenvoudigen, zijn in 2017 voorts eenheidskosten voor levensonderhoud 12 ingevoerd.

4. GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

De financiŽle middelen voor de uitvoering van het programma voor de periode 2021-2027 bedragen 7 700 000 EUR in lopende prijzen. Dit bedrag stemt overeen met het voorstel van de Commissie voor het volgend meerjarig financieel kader voor de periode 2021-2027 13 . Het bij dit voorstel voor een verordening gevoegd financieel memorandum betreft de gevolgen voor de begroting en de benodigde personele en administratieve middelen.

5. OVERIGE ELEMENTEN

∑Regelingen voor monitoring, evaluatie en rapportage

In het Interinstitutioneel Akkoord tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie over beter wetgeven zijn de drie instellingen overeengekomen verslaggevings-, monitoring- en evaluatievereisten in wetgeving op te nemen en daarbij overregulering en administratieve lasten, met name voor de lidstaten, te vermijden.

Overeenkomstig het Interinstitutioneel Akkoord en de artikelen 12 en 13 van het voorstel:

Ėwordt door het Europees Parlement en de Raad jaarlijks informatie verstrekt over de resultaten, waaronder informatie over de consistentie en complementariteit met andere EU-programma's, rekening houdend met de indicatoren die zijn vastgesteld in de bijlage bij dit voorstel;

Ėwordt een tussentijdse evaluatie van het programma uitgevoerd zodra voldoende informatie over de uitvoering van het programma beschikbaar is, maar uiterlijk vier jaar nadat met de uitvoering van het programma is begonnen; en

Ėvoert de Commissie aan het einde van de uitvoering van het programma, maar uiterlijk twee jaar na afloop van de in artikel†1 genoemde periode, een eindevaluatie van het programma uit.

2018/0194 (COD)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

tot vaststelling van een programma inzake uitwisselingen, bijstand en opleiding voor de bescherming van de euro tegen valsemunterij voor de periode 2021-2027 (het Ďprogramma Pericles IVí)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 133,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van de Europese Centrale Bank 14 ,

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure 15 ,

Overwegende hetgeen volgt:

1) De Unie en de lidstaten hebben zich ten doel gesteld de maatregelen vast te stellen die noodzakelijk zijn voor het gebruik van de euro als munteenheid. Die maatregelen omvatten de bescherming van de euro tegen valsemunterij en daarmee verband houdende fraude, en vergroten aldus de doeltreffendheid van de economie van de Unie en zorgen voor de houdbaarheid van de overheidsfinanciŽn.

2) Verordening†(EG) nr.†1338/2001 16 van de Raad voorziet in de uitwisseling van informatie, samenwerking en wederzijdse bijstand waardoor een geharmoniseerd kader wordt geschapen voor de bescherming van de euro. De werking van die verordening werd bij Verordening†(EG) nr.†1339/2001 17 van de Raad uitgebreid tot de lidstaten die de euro niet als munteenheid hebben aangenomen, teneinde in de hele Unie een gelijkwaardig niveau van bescherming van de euro te bieden.

3) Acties ter bevordering van de uitwisseling van informatie en personeel en van technische en wetenschappelijke bijstand en gespecialiseerde opleiding dragen wezenlijk bij tot de bescherming van de munteenheid van de Unie tegen valsemunterij en daarmee verband houdende fraude en derhalve tot het realiseren van een hoog en gelijkwaardig beschermingsniveau in de hele Unie, terwijl wordt aangetoond dat de Unie in staat is om ernstige vormen van georganiseerde criminaliteit aan te pakken.

4) Een programma voor de bescherming van de euro tegen valsemunterij draagt bij tot de bewustmaking van burgers van de Unie en verbetert de bescherming van de euro, in het bijzonder door de voortdurende verspreiding van resultaten van door dat programma ondersteunde acties.

5) Eerdere steun voor dergelijke acties, door middel van de Besluiten 2001/923/EG 18 en 2001/924/EG 19 van de Raad, naderhand gewijzigd en verlengd bij de Besluiten 2006/75/EG 20 , 2006/76/EG 21 , 2006/849/EG 22 , 2006/850/EG 23 en Verordening (EU) nr. 331/2014 van het Europees Parlement en de Raad 24 , heeft het mogelijk gemaakt om de acties van de Unie en de lidstaten op het gebied van de bescherming van de euro tegen valsemunterij te versterken. De doelstellingen van het programma voor de bescherming van de euro tegen valsemunterij (Ďhet programma Periclesí) voor de periode 2002-2006, 2007-2013 en 2014 tot 2017 25 zijn met succes verwezenlijkt.

6) In de mededeling aan het Europees Parlement en de Raad over de tussentijdse evaluatie van het programma Pericles 2020 is de Commissie tot de conclusie gekomen dat de voortzetting van het programma Pericles 2020 na 2020 moet worden ondersteund, gezien de toegevoegde waarde ervan voor de EU, het langetermijneffect ervan en de duurzaamheid van de acties ervan.

7) Het advies in de tussentijdse evaluatie luidde dat de in het kader van het programma Pericles 2020 gefinancierde acties moeten worden voortgezet, rekening houdend met mogelijkheden om de indiening van aanvragen te vereenvoudigen, de differentiatie van begunstigden aan te moedigen, zich te blijven richten op nieuwe en terugkerende bedreigingen van namaak en de belangrijkste prestatie-indicatoren te stroomlijnen.

8) Daarom moet een nieuw programma voor de periode 2021-2027 (het 'programma Pericles IV') worden vastgesteld. Er dient voor te worden gezorgd dat het programma Pericles IV in overeenstemming is met andere relevante programmaís en acties en deze aanvult. Voor de toepassing van het programma Pericles IV dient de Commissie derhalve, in het kader van het in Verordening (EG) nr. 1338/2001 vermelde raadgevend comitť, het nodige overleg te plegen met de belangrijkste betrokken actoren, met name de door de lidstaten aangewezen bevoegde nationale autoriteiten, de Europese Centrale Bank, en Europol, ter evaluatie van de behoeften op het gebied van de bescherming van de euro, in het bijzonder met betrekking tot uitwisselingen, bijstand en opleiding.

9) De horizontale financiŽle regels die het Europees Parlement en de Raad op grond van artikel 322 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie hebben vastgesteld, zijn op deze verordening van toepassing. Deze regels zijn neergelegd in het Financieel Reglement en bepalen met name de procedure voor het opstellen en uitvoeren van de begroting door middel van subsidies, overheidsopdrachten, prijzen, indirecte uitvoering, en voorzien in controles op de verantwoordelijkheid van financiŽle actoren. De op basis van artikel 322 VWEU vastgestelde regels hebben ook betrekking op de bescherming van de begroting van de Unie in geval van algemene tekortkomingen ten aanzien van de rechtsstaat in de lidstaten, aangezien de eerbiediging van de rechtsstaat een essentiŽle basisvoorwaarde is voor een goed financieel beheer en effectieve EU-financiering.

10) Deze verordening is in overeenstemming met de beginselen van toegevoegde waarde en evenredigheid. Het programma Pericles IV moet de samenwerking bevorderen tussen de lidstaten onderling en tussen de Commissie en de lidstaten, met het oog op de bescherming van de euro tegen valsemunterij, zonder afbreuk te doen aan de verantwoordelijkheden van de lidstaten en met een efficiŽnter gebruik van middelen dan op nationaal niveau mogelijk zou zijn. Optreden op het niveau van de Unie is noodzakelijk en gerechtvaardigd, omdat dit de lidstaten duidelijk ondersteunt bij de collectieve bescherming van de euro en het gebruik aanmoedigt van gemeenschappelijke Uniestructuren ter versterking van de samenwerking en de uitwisseling van informatie tussen de bevoegde autoriteiten.

11) Het programma Pericles IV moet worden uitgevoerd in overeenstemming met het meerjarig financieel kader dat is vastgesteld in [verwijzing naar de MFK-verordening voor de periode na 2020 ("Verordening (EU, Euratom) .../2018 van de Raad")].

12) Om eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van het programma Pericles IV te waarborgen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend. De Commissie dient jaarlijkse werkprogramma s vast te stellen waarin de prioriteiten, de verdeling van de begrotingsmiddelen en de beoordelingscriteria voor de subsidies voor acties zijn bepaald. De uitzonderlijke en naar behoren gemotiveerde gevallen, waarin een verhoging van de cofinanciering noodzakelijk is om de lidstaten meer financiŽle flexibiliteit te bieden opdat zij de projecten ter bescherming en vrijwaring van de euro naar tevredenheid kunnen uitvoeren en voltooien, moeten een onderdeel zijn van de jaarlijkse werkprogramma s.

13) Bij deze verordening worden de financiŽle middelen voor het programma Pericles IV vastgesteld, die voor het Europees Parlement en de Raad in de loop van de jaarlijkse begrotingsprocedure het voornaamste referentiebedrag vormen in de zin van [verwijzing die in voorkomend geval moet worden bijgewerkt overeenkomstig het nieuwe interinstitutioneel akkoord: punt 17 van het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer].

14) Overeenkomstig het Financieel Reglement, Verordening (EU, Euratom) nr.†883/2013 van het Europees Parlement en de Raad 26 , Verordening (Euratom, EG) nr.†2185/96 van de Raad 27 en Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad 28 moeten de financiŽle belangen van de Unie worden beschermd door evenredige maatregelen, daaronder begrepen voorkoming, opsporing, correctie en onderzoek van onregelmatigheden en fraude, terugvordering van verloren gegane, onverschuldigd betaalde of onjuist bestede financiŽle middelen alsmede, in voorkomend geval, oplegging van administratieve sancties. In het bijzonder kan het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) nr.†883/2013 en Verordening (Euratom, EG) nr.†2185/96 onderzoeken, daaronder begrepen controles en verificaties ter plaatse, uitvoeren om vast te stellen of er sprake is van fraude, corruptie of andere onwettige activiteiten waardoor de financiŽle belangen van de Unie worden geschaad. Overeenkomstig Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad kan het Europees Openbaar Ministerie overgaan tot onderzoek en vervolging van fraude en andere onwettige activiteiten waardoor de financiŽle belangen van de Unie worden geschaad in de zin van Richtlijn (EU)†2017/1371 van het Europees Parlement en de Raad. Personen of entiteiten die middelen van de Unie ontvangen, moeten overeenkomstig het Financieel Reglement ten volle meewerken aan de bescherming van de financiŽle belangen van de Unie en de nodige rechten en toegang verlenen aan de Commissie, OLAF, het EOM, en de Europese Rekenkamer (ERK).

15) De Commissie moet bij het Europees Parlement en de Raad een tussentijds evaluatieverslag over de uitvoering van het Pericles IV-programma indienen, alsmede een definitief evaluatieverslag over de verwezenlijking van de doelstellingen van het programma.

16) Verordening (EU) nr.†331/2014 moet daarom worden ingetrokken.

17) Er moet worden gezorgd voor een soepele overgang zonder onderbreking tussen het programma Pericles 2020 en het programma Pericles IV, en de looptijd van het programma Pericles IV moet worden afgestemd op [verwijzing naar de MFK-verordening voor de periode na 2020] Verordening (EU, Euratom) .../2018 29 ]. Het programma Pericles IV moet derhalve van toepassing zijn met ingang van 1 januari 2021,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD

HOOFDSTUK I
ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel†1
Onderwerp

Deze verordening stelt het programma Pericles IV vast, een programma inzake uitwisselingen, bijstand en opleiding voor de bescherming van de euro tegen valsemunterij ("het programma").

Zij stelt de doelstellingen van het programma, de begroting voor de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2027, de vormen van financiering door de Unie en de regels voor het verstrekken van deze financiering vast.

Artikel†2
Doelstellingen van het programma

1. De algemene doelstelling van het programma is:

Het voorkomen en bestrijden van valsemunterij en daarmee verband houdende fraude, teneinde het concurrentievermogen van de economie van de Unie te versterken en de houdbaarheid van de overheidsfinanciŽn te waarborgen.

2. Het programma heeft de volgende specifieke doelstelling:

eurobankbiljetten en -munten tegen valsemunterij en daarmee verband houdende fraude beschermen door de maatregelen van de lidstaten te ondersteunen en aan te vullen en de bevoegde nationale en uniale autoriteiten bij te staan bij hun inspanningen om onderling en met de Commissie een nauwe en regelmatige samenwerking en een uitwisseling van beste praktijken te ontwikkelen, waarbij in voorkomend geval ook derde landen en internationale organisaties worden betrokken.

Artikel†3
Begroting

1. De financiŽle middelen voor de uitvoering van dit programma voor de periode van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2027 bedragen 7†700†000 EUR (in lopende prijzen).

2. De jaarlijkse kredieten worden door het Europees Parlement en de Raad toegestaan binnen de grenzen van het meerjarig financieel kader.

3. Het in lid 1 genoemde bedrag kan worden gebruikt voor technische en administratieve bijstand bij de uitvoering van het programma, zoals activiteiten op het gebied van voorbereiding, monitoring, controle, audit en evaluatie, met inbegrip van bedrijfsinformatietechnologiesystemen.

Artikel†4
Uitvoering en vormen van EU-financiering

1. Het programma wordt uitgevoerd in direct beheer overeenkomstig [laatste versie van het Financieel Reglement, Verordening (EU, Euratom) nr. 966/2012.]

2. Het programma wordt door de Commissie in samenwerking met de lidstaten uitgevoerd door middel van regelmatige raadplegingen tijdens de verschillende uitvoeringsfasen van het programma, rekening houdend met de relevante maatregelen die worden genomen door andere bevoegde entiteiten, waaronder met name de Europese Centrale Bank en Europol.

3. FinanciŽle steun uit hoofde van het programma voor de in artikel†6, vermelde subsidiabele acties wordt verstrekt in de vorm van:

subsidies; of

aanbestedingen.

Artikel†5
Gezamenlijke acties

1. Acties uit hoofde van het programma kunnen gezamenlijk worden georganiseerd door de Commissie en andere partners met relevante deskundigheid, zoals:

(a)de nationale centrale banken en de Europese Centrale Bank (ECB);

(b)de nationale analysecentra (NAC) en de nationale centra voor de analyse van muntstukken (NCAM);

(c)het Europees Technisch en Wetenschappelijk Centrum (ETWC) en de munthuizen;

(d)Europol, Eurojust en Interpol;

(e)de nationale centra voor de bestrijding van valsemunterij waarin voorzien is bij artikel†12 van het Internationale Verdrag van GenŤve van 20†april†1929 30 ter bestrijding van de valsemunterij, alsmede andere diensten die gespecialiseerd zijn in de preventie, opsporing en rechtshandhaving met betrekking tot valsemunterij;

(f)de betrokken gespecialiseerde organen op het gebied van reprografie- en legaliseringstechniek, drukkers en graveurs;

(g)andere dan de onder a) tot en met f) bedoelde organen met een bijzondere deskundigheid, eventueel ook in derde landen en met name in toetredende staten en kandidaat-lidstaten; en

(h)private entiteiten die technische kennis hebben ontwikkeld en die kennis hebben aangetoond of gespecialiseerde teams voor het opsporen van vervalste bankbiljetten en munten.

2. Wanneer de subsidiabele acties gezamenlijk door de Commissie en de ECB, Eurojust, Europol of Interpol worden georganiseerd, worden de daaruit voortvloeiende kosten onder hen verdeeld. In elk geval draagt elk van hen de reis- en verblijfkosten van zijn eigen gastsprekers.

HOOFDSTUK II
SUBSIDIABILITEIT

Artikel†6
In aanmerking komende acties

1. Uit hoofde van het programma wordt, onder de voorwaarden die zijn vastgesteld in de in artikel†10 bedoelde jaarlijkse werkprogrammaīs, financiŽle steun verleend voor de volgende acties:

(a)de uitwisseling en verspreiding van informatie, in het bijzonder door het organiseren van workshops, bijeenkomsten en seminars, met inbegrip van opleiding, doelgerichte plaatsing en uitwisseling van personeel van bevoegde nationale autoriteiten en andere soortgelijke acties. De uitwisseling van informatie heeft onder meer betrekking op:

Ėmethoden voor het toezicht op en de analyse van de economische en financiŽle gevolgen van valsemunterij;

Ėde werking van databanken en systemen voor vroegtijdige waarschuwing;

Ėhet gebruik van computerondersteunde opsporingsinstrumenten;

Ėde onderzoeks- en opsporingsmethoden;

Ėwetenschappelijke bijstand, waaronder follow-up van nieuwe ontwikkelingen;

Ėde bescherming van de euro buiten de Unie;

Ėonderzoeksacties;

Ėde terbeschikkingstelling van gespecialiseerde operationele deskundigheid;

(b)technische, wetenschappelijke en operationele bijstand die noodzakelijk wordt geacht in het kader van het programma, waaronder met name:

Ėalle passende maatregelen waarbij op het niveau van de Unie leermiddelen worden ontwikkeld, zoals een handboek over de wetgeving van de Unie, informatiebulletins, praktische handleidingen, glossaria en lexicons, databanken, met name op het gebied van wetenschappelijke bijstand of technologiebewaking of ondersteunende computertoepassingen, zoals software;

Ėrelevante studies met een multidisciplinaire en transnationale dimensie, inclusief onderzoek naar innovatieve veiligheidskenmerken;

Ėde ontwikkeling van instrumenten en methoden voor technische ondersteuning ter bevordering van opsporingsacties op het niveau van de Unie;

Ėsteun voor samenwerking bij operaties waarbij minstens twee staten zijn betrokken, mits dergelijke steun niet beschikbaar is in het kader van andere programmaís van Europese instellingen en organen;

(c)de aanschaf van apparatuur die in de bestrijding van valsemunterij gespecialiseerde autoriteiten van derde landen gebruiken voor de bescherming van de euro tegen valsemunterij, in overeenstemming met artikel†10, lid†3.

2. Het programma houdt rekening met de transnationale en multidisciplinaire aspecten van de bestrijding van valsemunterij door zich te richten op de deelname van de volgende groepen:

(a)personeel van instanties die betrokken zijn bij de opsporing en bestrijding van valsemunterij, in het bijzonder de politiediensten, douane en de financiŽle autoriteiten, overeenkomstig hun specifieke nationale bevoegdheden;

(b)het personeel van inlichtingendiensten;

(c)vertegenwoordigers van de nationale centrale banken, de munthuizen, commerciŽle banken en andere financiŽle intermediairs, met name wat betreft de verplichtingen van de financiŽle instellingen;

(d)magistraten en op dit gebied gespecialiseerde juristen en leden van de rechterlijke macht;

(e)alle overige betrokken gespecialiseerde groepen, zoals de kamers van koophandel en industrie of vergelijkbare structuren die toegang kunnen verschaffen tot het midden- en kleinbedrijf, detailhandelaren en geldtransportbedrijven.

3. De groepen waarvan sprake in lid 2 van dit artikel kunnen deelnemers uit derde landen omvatten als dat belangrijk is voor de verwezenlijking van de doelstellingen van artikel 2.

HOOFDSTUK†III
SUBSIDIES

Artikel†7
Subsidies

De toekenning en het beheer van subsidies uit hoofde van het programma geschieden overeenkomstig titel VIII van het Financieel Reglement.

Bij acties die met subsidies worden uitgevoerd, mag de aankoop van apparatuur niet het enige onderdeel van de subsidieovereenkomst zijn.

Artikel†8
Cofinancieringspercentages

Het cofinancieringspercentage voor subsidies die uit hoofde van het programma worden verleend bedraagt niet meer dan 75†% van de subsidiabele kosten. In uitzonderlijke en naar behoren gemotiveerde gevallen, die in het in artikel 10 genoemde jaarlijkse werkprogramma worden vastgelegd, bedraagt de medefinanciering niet meer dan 90†% van de subsidiabele kosten.

Artikel†9
Voor financiering in aanmerking komende entiteiten

De entiteiten die uit hoofde van het programma voor financiering in aanmerking komen zijn de bevoegde nationale autoriteiten als gedefinieerd in artikel†2, onder†b), van Verordening†(EG) nr.†1338/2001.

HOOFDSTUK†IV
PROGRAMMERING, MONITORING, EVALUATIE EN CONTROLE

Artikel†10
Werkprogrammaís

1. Het programma wordt uitgevoerd door middel van werkprogramma's waarvan sprake in artikel 110 van het Financieel Reglement.

2. In het geval van subsidies specificeert het werkprogramma, naast de vereisten van artikel 108 van het Financieel Reglement, de essentiŽle selectie- en toekenningscriteria en het maximaal mogelijke medefinancieringspercentage.

Artikel†11
Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1. De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2. De in artikel 12, lid 2, bedoelde bevoegdheidsdelegatie wordt aan de Commissie verleend van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2027.

3. Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 12, lid 2, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beŽindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4. Vůůr de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13†april 2016.

5. Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6. Een overeenkomstig artikel 12, lid 2, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad binnen een termijn van drie maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad daartegen bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met drie maanden verlengd.

Artikel†12
Monitoring

1. De bijlage bij dit voorstel bevat indicatoren voor de rapportage over de voortgang van het programma bij de verwezenlijking van de in artikel 2 genoemde specifieke doelstelling.

2. Om een doeltreffende beoordeling van de voortgang van het programma op weg naar de verwezenlijking van de doelstellingen ervan te waarborgen, is de Commissie gemachtigd om overeenkomstig artikel 11 gedelegeerde handelingen vast te stellen om de bepalingen voor een monitoring- en evaluatiekader te ontwikkelen, inclusief door middel van wijzigingen in de bijlage om de indicatoren te herzien en aan te vullen indien dit nodig is voor evaluatiedoeleinden.

3. De Commissie verstrekt het Europees Parlement en de Raad jaarlijks informatie over de resultaten van het programma, rekening houdend met de kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren waarvan sprake in de bijlage bij dit voorstel.

4. De deelnemende landen en andere begunstigden verstrekken de Commissie alle gegevens en informatie die nodig zijn voor het toezicht op en de evaluatie van het programma.

Artikel†13
Evaluatie

1. De tussentijdse evaluatie van het programma wordt uitgevoerd zodra voldoende informatie over de uitvoering van het programma beschikbaar is, maar uiterlijk vier jaar nadat met de uitvoering van het programma is begonnen.

2. Aan het einde van de uitvoering van het programma, maar uiterlijk twee jaar na afloop van de in artikel†1 genoemde periode, voert de Commissie een eindevaluatie van het programma uit.

3. De Commissie deelt de conclusies van de evaluaties tezamen met haar opmerkingen mee aan het Europees Parlement, de Raad en de Europese Centrale Bank.

HOOFDSTUK V
SLOTBEPALINGEN

Artikel†14
Informatie, communicatie en publiciteit

1. De ontvangers van financiering van de Unie erkennen de oorsprong van en geven zichtbaarheid aan de financiering van de Unie (met name wanneer zij de acties en de resultaten ervan promoten) door meerdere doelgroepen, waaronder de media en het grote publiek, doelgericht en op samenhangende, doeltreffende en evenredige wijze te informeren.

2. De Commissie voert informatie- en communicatieacties uit met betrekking tot het programma alsmede de acties en de resultaten ervan. De aan het programma toegewezen financiŽle middelen dragen tevens bij aan de institutionele communicatie over de politieke prioriteiten van de Unie, voor zover zij verband houden met de in artikel†2 genoemde doelstellingen.

Artikel†15
Intrekking

Verordening (EU) nr. 331/2014 wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2021.

Artikel†16
Overgangsbepalingen

Deze verordening doet geen afbreuk aan de voortzetting of de wijziging van de betrokken acties op grond van Verordening (EU) nr. 331/2014, die op de betrokken acties van toepassing blijft tot zij worden afgesloten.

Artikel†17
Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2021.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat overeenkomstig de Verdragen.