Artikelen bij COM(2018)439 - InvestEU programme 2021-2027 - EU monitor

EU monitor
Maandag 6 juli 2020
kalender

Artikelen bij COM(2018)439 - InvestEU programme 2021-2027

Dit is een beperkte versie

U kijkt naar een beperkte versie van dit dossier in de EU Monitor.

dossier COM(2018)439 - InvestEU programme 2021-2027.
document COM(2018)439 NLEN
datum 6 juni 2018


HOOFDSTUK 1 - ALGEMENE BEPALINGEN


Artikel 1

Voorwerp


Bij deze verordening wordt het InvestEU-fonds ingesteld dat voorziet in een EU-garantie voor financierings- en investeringsverrichtingen van de uitvoerende partners ter ondersteuning van het interne beleid van de Unie.

Bij deze verordening wordt ook een adviesmechanisme ingesteld om de ontwikkeling van voor investering in aanmerking komende projecten en de toegang tot financiering te ondersteunen en te voorzien in daarmee samenhangende capaciteitsopbouw (“InvestEU-advieshub”). Voorts wordt voorzien in een databank om zichtbaarheid te verlenen aan projecten waarvoor projectontwikkelaars financiering zoeken, en om investeerders informatie te verstrekken over investeringskansen (“InvestEU-portaal”).

In deze verordening worden de doelstellingen van het InvestEU-programma, de begroting en de bedragen voor de EU-garantie voor de periode 2021-2027, de vormen van financiering door de Unie alsmede de regels voor de verstrekking van die financiering vastgelegd.

Artikel 2

Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

(1)"blendingverrichtingen": door de EU-begroting ondersteunde verrichtingen, waarbij niet-terugbetaalbare vormen van steun of terugbetaalbare steun of beide instrumenten uit de begroting van de Unie worden gecombineerd met terugbetaalbare vormen van steun van instellingen voor ontwikkelingsfinanciering of andere openbare financiële instellingen, alsmede van commerciële financiële instellingen en investeerders; voor de toepassing van deze definitie kunnen programma's van de Unie die worden gefinancierd uit andere bronnen dan de begroting van de Unie, zoals het innovatiefonds van de EU-regeling voor de handel in emissierechten (ETS), worden gelijkgesteld met door de begroting van de Unie gefinancierde programma's van de Unie;

(2)“EU-garantie”: een door de begroting van de Unie verstrekte algemene garantie volgens welke de begrotingsgaranties overeenkomstig [artikel 219, lid 1,] van het [Financieel Reglement] van kracht worden door de ondertekening van individuele garantieovereenkomsten met uitvoerende partners;

(3)“financieel product”: een financieel mechanisme of een financiële regeling die is overeengekomen tussen de Commissie en de uitvoerende partner krachtens welke de uitvoerende partner directe financiering of financiering via intermediairs aan eindontvangers verstrekt in een van de vormen bedoeld in artikel 13;

(0)“financierings- en/of investeringsverrichtingen”: verrichtingen waarbij financiering aan eindontvangers op directe of indirecte wijze in de vorm van financiële producten wordt verstrekt, die door een uitvoerende partner in eigen naam worden uitgevoerd, in overeenstemming met zijn interne regels worden verstrekt en in zijn eigen financiële rekeningen worden verwerkt;

(1)“fondsen onder gedeeld beheer”: fondsen die in de mogelijkheid voorzien om een bedrag daarvan toe te wijzen aan de voorziening voor een begrotingsgarantie in het lidstaatcompartiment van het InvestEU-fonds, namelijk het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO), het Europees Sociaal Fonds+ (ESF+), het Cohesiefond, het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij (EFMZV) en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (ELFPO);

(2)“garantieovereenkomst”: het rechtsinstrument waarbij de Commissie en een uitvoerende partner bepalen onder welke voorwaarden voor financierings- of investeringsverrichtingen het voordeel van de EU-garantie moet worden voorgesteld, de begrotingsgarantie voor deze verrichtingen moet worden verleend en deze in overeenstemming met de bepalingen van deze verordening moeten worden uitgevoerd;

(3)“uitvoerende partner”: de in aanmerking komende tegenpartij zoals een financiële instelling of een andere intermediair waarmee de Commissie een garantieovereenkomst en/of een overeenkomst ter uitvoering van de InvestEU-advieshub ondertekent;

(4)“InvestEU-advieshub”: de technische bijstand als omschreven in artikel 20;

(5)“InvestEU-portaal”: de databank als omschreven in artikel 21;

(6)“InvestEU-programma”: het InvestEU-fonds, de InvestEU-advieshub, het InvestEU-portaal en de blendingverrichtingen gezamenlijk;

(7)“microfinanciering”: microfinanciering als omschreven in Verordening [[ESF+] nummer];

(8)„midcap-ondernemingen”: entiteiten met maximaal 3000 werknemers die geen kmo of kleine midcap-onderneming zijn;

(9)„nationale stimuleringsbanken of -instellingen”: juridische entiteiten die beroepsmatig financiële activiteiten verrichten en van een lidstaat of een entiteit van een lidstaat op centraal, regionaal of lokaal niveau de opdracht hebben gekregen om ontwikkelings- of stimuleringsactiviteiten te verrichten;

(10)“kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's)”: micro-, kleine en middelgrote ondernemingen als omschreven in de bijlage bij Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie 27 ;

(11)„kleine midcap-ondernemingen”: entiteiten met maximaal 499 werknemers die geen kmo zijn;

(12)“sociale onderneming”: een sociale onderneming als omschreven in Verordening [[ESF+]nummer];

(13)"derde land": een land dat geen lidstaat van de Unie is.


Artikel 3

Doelstellingen van het InvestEU-programma


1. De algemene doelstelling van het InvestEU-programma is de ondersteuning van de beleidsdoelstellingen van de Unie door middel van financierings- en investeringsverrichtingen die bijdragen tot:

(a)het concurrentievermogen van de Unie, waaronder innovatie en digitalisering;

(b)de duurzaamheid van de economie van de Unie en van de groei;

(c)de sociale veerkracht en inclusiviteit van de Unie;

(d)de integratie van de kapitaalmarkten van de Unie en de versterking van de eengemaakte markt, met inbegrip van oplossingen om de fragmentatie van de kapitaalmarkten van de Unie aan te pakken, meer diversiteit te brengen in de financieringsbronnen voor ondernemingen in de Unie en houdbare financiering te bevorderen.

2. De specifieke doelstellingen van het InvestEU-programma zijn:

(a)ondersteuning van financierings- en investeringsverrichtingen in duurzame infrastructuur op de gebieden bedoeld in artikel 7, lid 1, onder a);

(b)ondersteuning van financierings- en investeringsverrichtingen in onderzoek, innovatie en digitalisering;

(c)verbetering van de toegang tot en de beschikbaarheid van financiering voor kleine en middelgrote ondernemingen en, in gerechtvaardigde gevallen, voor kleine mid-capondernemingen;

(d)verbetering van de toegang tot en de beschikbaarheid van microfinanciering voor sociale ondernemingen, ondersteuning van financierings- en investeringsverrichtingen met betrekking tot sociale investeringen en vaardigheden en ontwikkeling en consolidatie van markten voor sociale investeringen, op de gebieden als bedoeld in artikel 7, lid 1, onder d).


Artikel 4

Begroting en bedrag van de EU-garantie


1. De EU-garantie ten behoeve van het EU-compartiment als bedoeld in artikel 8, lid 1, onder a), bedraagt 38 000 000 000 EUR (lopende prijzen). Er wordt een voorzieningspercentage van 40 % ingesteld.

Een bijkomend bedrag van de EU-garantie kan worden verstrekt ten behoeve van het lidstaatcompartiment bedoeld in artikel 8, lid 1, onder b), op voorwaarde dat de overeenstemmende bedragen overeenkomstig [artikel 10, lid 1,] van Verordening [[VGB] nummer] 28 en artikel [75, lid 1,] van Verordening [inzake GLB-plannen.] nummer] 29 door de lidstaten worden toegewezen.

De bijdragen van derde landen als bedoeld in artikel 5 verhogen eveneens de EU-garantie als bedoeld in de eerste alinea, door het verstrekken van een volledige voorziening in contanten overeenkomstig [artikel 218, lid 2,] van het [Financieel Reglement].

2. De indicatieve verdeling van het bedrag bedoeld in de eerste alinea van lid 1 wordt vastgesteld in bijlage I bij deze verordening. De Commissie kan de in bijlage I bedoelde bedragen indien nodig verhogen met maximaal 15 % voor elke doelstelling. Zij stelt het Europees Parlement en de Raad op de hoogte van eventuele wijzigingen.

3. De financiële middelen voor de uitvoering van de maatregelen bedoeld in de hoofdstukken V en VI bedragen 525 000 000 EUR (lopende prijzen).

4. Het in lid 3 bedoelde bedrag kan ook worden gebruikt voor technische en administratieve bijstand bij de uitvoering van het InvestEU-programma, zoals activiteiten op het gebied van voorbereiding, monitoring, controle, audit en evaluatie, met inbegrip van bedrijfsinformatietechnologiesystemen.

Artikel 5

Met het InvestEU-fonds geassocieerde derde landen


Het EU-compartiment van het InvestEU-fonds bedoeld in artikel 8, lid 1, onder a), en elk van de beleidsvensters bedoeld in artikel 7, lid 1, kunnen bijdragen van de volgende derde landen ontvangen om deel te nemen aan bepaalde financiële producten overeenkomstig [artikel 218, lid 2,] van het [Financieel Reglement]:

(1)landen van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA) die lid zijn van de Europese Economische Ruimte (EER), in overeenstemming met de in de EER-overeenkomst vastgestelde voorwaarden;

(2)toetredingslanden, kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaten, in overeenstemming met de algemene beginselen en algemene voorwaarden voor hun deelname aan programma's van de Unie zoals vastgesteld in de desbetreffende kaderovereenkomsten en besluiten van de associatieraad, of in soortgelijke overeenkomsten, alsmede in overeenstemming met de specifieke voorwaarden die zijn vastgesteld in overeenkomsten tussen de Unie en die landen;

(3)landen die onder het Europees nabuurschapsbeleid vallen, in overeenstemming met de algemene beginselen en algemene voorwaarden voor deelname van die landen aan programma's van de Unie zoals vastgesteld in de desbetreffende kaderovereenkomsten en besluiten van de associatieraad, of in soortgelijke overeenkomsten, alsmede in overeenstemming met de specifieke voorwaarden die zijn vastgesteld in overeenkomsten tussen de Unie en die landen;

(4)derde landen, in overeenstemming met de voorwaarden die zijn vastgesteld in een specifieke overeenkomst betreffende de deelname van het derde land aan programma's van de Unie, op voorwaarde dat de overeenkomst:

(5)een billijk evenwicht waarborgt tussen de bijdragen van en de voordelen voor het derde land dat aan programma's van de Unie deelneemt;

(6)de voorwaarden voor deelname aan de programma's vaststelt, met inbegrip van de berekening van de financiële bijdragen aan afzonderlijke programma's en de administratieve kosten ervan. Deze bijdragen worden aangemerkt als bestemmingsontvangsten overeenkomstig artikel [21, lid 5,] van het [Financieel Reglement];

(7)het derde land geen beslissingsbevoegdheid ten aanzien van het programma verleent;

(8)de rechten van de Unie waarborgt om te zorgen voor een goed financieel beheer en haar financiële belangen te beschermen.

Artikel 6

Uitvoering en vormen van financiering door de Unie


1. De EU-garantie wordt ten uitvoer gelegd in indirect beheer met organen als bedoeld in artikel [62, lid 1, onder c), ii) tot en met vii),] van het [Financieel Reglement]. Andere vormen van EU-financiering uit hoofde van deze verordening worden ten uitvoer gelegd in direct of indirect beheer in overeenstemming met het [Financieel Reglement], met inbegrip van subsidies die ten uitvoer worden gelegd in overeenstemming met [titel VIII] daarvan.

2. Door de EU-garantie gedekte financierings- en investeringsverrichtingen die deel uitmaken van blendingverrichtingen waarbij steun uit hoofde van deze verordening wordt gecombineerd met steun uit hoofde van een of meerdere andere programma's van de Unie of uit hoofde van het innovatiefonds van de EU-regeling voor de handel in emissierechten (ETS):

(a)    zijn in overeenstemming met de beleidsdoelstellingen en voldoen aan de criteria om in aanmerking te komen die zijn vastgesteld in de regels van het programma van de Unie op grond waarvan de steun is toegekend;

(b)    nemen de bij deze verordening vastgestelde regels in acht. 

3. Blendingverrichtingen met een financieringsinstrument dat volledig door andere programma's van de Unie of door het ETS-innovatiefonds zonder gebruik van de EU-garantie uit hoofde van deze verordening wordt gefinancierd, voldoen aan de beleidsdoelstellingen en criteria om in aanmerking te komen die zijn vastgesteld in de regels van het programma van de Unie op grond waarvan de steun is toegekend.

4. Overeenkomstig artikel 6, lid 2, wordt over de niet-terugbetaalbare vormen van steun en/of financieringsinstrumenten uit de begroting van de Unie die deel uitmaken van de blendingverrichting bedoeld in de leden 2 en 3, beslist volgens de regels van het desbetreffende programma van de Unie en worden deze in de blendingverrichting ten uitvoer gelegd in overeenstemming met deze verordening en [titel X] van het [Financieel Reglement].

   De verslaglegging omvat ook informatie over de overeenstemming met de beleidsdoelstellingen en de criteria om in aanmerking te komen die zijn vastgesteld in de regels van het programma van de Unie op grond waarvan de steun is toegekend, alsmede over de naleving van deze verordening.

HOOFDSTUK II - InvestEU-fonds


Artikel 7

Beleidsvensters


1. Het InvestEU-fonds verricht zijn activiteiten via de volgende beleidsvensters die tekortkomingen van de markt of suboptimale investeringssituaties behandelen binnen hun specifiek toepassingsgebied:

(a)    beleidsvenster voor duurzame infrastructuur: omvat duurzame investeringen op het gebied van vervoer, energie, digitale connectiviteit, levering en verwerking van grondstoffen, ruimtevaart, oceanen en water, afval, natuur en andere milieu-infrastructuur, uitrusting, mobiele activa en invoering van innovatieve technologieën die bijdragen aan de doelstellingen inzake milieu of sociale duurzaamheid van de Unie of aan beide, of voldoen aan de normen van de Unie inzake milieu of sociale duurzaamheid;

(b)    beleidsvenster voor onderzoek, innovatie en digitalisering: omvat activiteiten op het gebied van onderzoek en innovatie, overdracht van onderzoeksresultaten aan de markt, demonstratie en invoering van innovatieve oplossingen en steun voor opschaling van andere innovatieve ondernemingen dan kmo’s en digitalisering van het bedrijfsleven in de EU;

(c)    beleidsvenster voor kleine en middelgrote ondernemingen: toegang tot en beschikbaarheid van financiering voor kleine en middelgrote ondernemingen en, in gerechtvaardigde gevallen, voor kleine mid-capondernemingen;

(d)    beleidsvenster voor sociale investeringen en vaardigheden: omvat microfinanciering, financiering voor sociale ondernemingen en sociale economie; vaardigheden, educatie, opleiding en aanverwante diensten; sociale infrastructuur (met inbegrip van sociale woningen en studentenwoningen); sociale innovatie; gezondheidszorg en langdurige zorg; inclusiviteit en toegankelijkheid; culturele activiteiten met een maatschappelijk doel; integratie van kwetsbare personen, waaronder onderdanen van derde landen;

2. Wanneer een financierings- of investeringsverrichting die aan het in artikel 19 bedoelde investeringscomité wordt voorgesteld, onder meer dan één beleidsvenster valt, wordt deze toegewezen aan het venster waaronder haar voornaamste doelstelling of de voornaamste doelstelling van de meeste van haar subprojecten valt, tenzij de investeringsrichtsnoeren anders bepalen.

3. Financierings- en investeringsverrichtingen die onder het beleidsvenster voor duurzame infrastructuur als bedoeld in lid 1, onder a), vallen, worden onderworpen aan een toetsing van hun duurzaamheid op het gebied van klimaat-, milieu- en sociale effecten, om milieuschade te beperken en om maximale klimaat-, milieu- en sociale voordelen te verwezenlijken. Met dat doel verstrekken ontwikkelaars die om financiering verzoeken, passende informatie op basis van door de Commissie op te stellen richtsnoeren. Projecten die een bepaalde omvang zoals omschreven in de richtsnoeren niet overschrijden, worden uitgesloten van de toetsing.

   De richtsnoeren van de Commissie maken het mogelijk:

a) wat aanpassing betreft, de weerbaarheid ten aanzien van potentiële ongunstige gevolgen van klimaatverandering te verzekeren door middel van een kwetsbaarheids- en risicobeoordeling, met inbegrip van toepasselijke aanpassingsmaatregelen, en wat beperking betreft, de kosten van broeikasgasemissies en de positieve effecten van mitigerende maatregelen in de kosten-batenanalyse op te nemen;

b) rekenschap te geven van geconsolideerde projectimpact met betrekking tot de voornaamste bestanddelen van het natuurlijk kapitaal op het gebied van lucht, water, land en biodiversiteit;

c) de gevolgen in te schatten voor de sociale inclusie van bepaalde gebieden of bevolkingsgroepen.

4. De uitvoerende partners verstrekken de nodige informatie voor het volgen van investeringen die bijdragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen van de Unie inzake klimaat en milieu, op basis van de door de Commissie te verstrekken richtsnoeren.

5. De uitvoerende partners streven ernaar dat ten minste 50 % van de investeringen uit hoofde van het beleidsvenster voor duurzame infrastructuur bijdraagt tot de doelstellingen van de Unie inzake klimaat en milieu.

6. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 26 gedelegeerde handelingen vast te stellen om de investeringsrichtsnoeren voor elk van de beleidsvensters te bepalen.

Artikel 8

Compartimenten


1. Elk beleidsvenster bedoeld in artikel 7, lid 1, bestaat uit twee compartimenten die specifieke tekortkomingen van de markt of suboptimale investeringssituaties behandelen als volgt:

(9)het EU-compartiment behandelt een van de volgende situaties:

(i)    tekortkomingen van de markt of suboptimale investeringssituaties met betrekking tot beleidsprioriteiten van de Unie die op het niveau van de Unie worden behandeld;

(ii)    Uniebrede tekortkomingen van de markt of suboptimale investeringssituaties; of

(iii)    nieuwe of complexe tekortkomingen van de markt of suboptimale investeringssituaties met het oog op de ontwikkeling van nieuwe financiële oplossingen en marktstructuren;

(10)het lidstaatcompartiment behandelt specifieke tekortkomingen van de markt of suboptimale investeringssituaties in een of meerdere lidstaten om te voldoen aan de doelstellingen van de bijdragende fondsen onder gedeeld beheer.

2. De in lid 1 bedoelde compartimenten kunnen op complementaire wijze worden gebruikt ter ondersteuning van een financierings- of investeringsverrichting, onder meer door steun van beide compartimenten te combineren.

Artikel 9

Specifieke bepalingen die van toepassing zijn op het lidstaatcompartiment


1. Bedragen die door een lidstaat zijn toegewezen krachtens artikel [10, lid 1,] van Verordening [[VGB] nummer] of artikel [75, lid 1,] van Verordening [inzake GLB-plannen] nummer] worden gebruikt voor de voorziening van het gedeelte van de EU-garantie in het lidstaatcompartiment ter dekking van financiering- en investeringsverrichtingen in de betrokken lidstaat.

2. Om dat gedeelte van de EU-garantie in het lidstaatcompartiment in te stellen wordt een bijdrageovereenkomst gesloten tussen de lidstaat en de Commissie.

De lidstaat en de Commissie sluiten de bijdrageovereenkomst of een wijziging daarvan binnen vier maanden na het besluit van de Commissie tot goedkeuring van de partnerschapsovereenkomst of het GLB-plan of gelijktijdig met het besluit van de Commissie tot wijziging van een programma of een GLB-plan.

Twee of meer lidstaten kunnen een gezamenlijke bijdrageovereenkomst met de Commissie sluiten.

In afwijking van [artikel 211, lid 1,] van het [Financieel Reglement] wordt het voorzieningspercentage voor de EU-garantie in het lidstaatcompartiment vastgesteld op 40 % en kan het in elke bijdrageovereenkomst opwaarts of neerwaarts worden aangepast om rekening te houden met de risico's die verbonden zijn aan de voor gebruik in aanmerking komende financiële producten.

3. De bijdrageovereenkomst bevat ten minste de volgende elementen:

a) het totale bedrag van het gedeelte van de EU-garantie in het lidstaatcompartiment dat aan de lidstaat toebehoort, het voorzieningspercentage daarvan, het bedrag van de bijdrage uit fondsen onder gedeeld beheer, de opbouwperiode van de voorziening in overeenstemming met het jaarlijks financieel plan en het bedrag van de daaruit voortspruitende voorwaardelijke verplichting die met de door de betrokken lidstaat te verstrekken back-to-backgarantie moet worden gedekt;

b) de strategie met de financiële producten en hun minimale hefboomeffect, de geografische dekking, de investeringsperiode en indien van toepassing, de categorieën van eindontvangers en in aanmerking komende intermediairs;

c) de uitvoerende partner of partners die hun interesse hebben laten blijken en de verplichting voor de Commissie om de lidstaat te informeren over de geselecteerde uitvoerende partner of partners;

d) de mogelijke bijdrage uit de fondsen onder gedeeld beheer aan de InvestEU-advieshub;

e) de jaarlijkse verslagleggingsverplichtingen ten aanzien van de lidstaat, met inbegrip van de verslaglegging in overeenstemming met de in de bijdrageovereenkomst vermelde indicatoren;

f) bepalingen over de vergoeding van het gedeelte van de EU-garantie in het lidstaatcompartiment;

g) mogelijke combinatie met middelen uit het EU-compartiment, onder meer in een gelaagde structuur om in overeenstemming met artikel 8, lid 2, een betere risicodekking te bereiken.

4. De bijdrageovereenkomsten worden door de Commissie ten uitvoer gelegd door middel van garantieovereenkomsten gesloten met de uitvoerende partners overeenkomstig artikel 14.

Indien binnen negen maanden na de ondertekening van de bijdrageovereenkomst geen garantieovereenkomst is gesloten of het bedrag van de bijdrageovereenkomst niet volledig is vastgelegd door middel van een of meerdere garantieovereenkomsten, wordt in het eerste geval de bijdrageovereenkomst beëindigd of in het tweede geval dienovereenkomstig gewijzigd, en wordt het niet-gebruikte bedrag van de voorziening opnieuw gebruikt in overeenstemming met [artikel 10, lid 5,] van Verordening [[VGB] nummer] en artikel [75, lid 5,] van Verordening [inzake GLB-plannen] nummer].

Indien de garantieovereenkomst niet naar behoren ten uitvoer is gelegd binnen een termijn vastgesteld in artikel [10, lid 6,] van Verordening [[VGB] nummer] of in artikel [75, lid 5,] van Verordening [inzake GLB-plannen] nummer], wordt de bijdrageovereenkomst beëindigd en wordt het niet-gebruikte bedrag van de voorziening opnieuw gebruikt in overeenstemming met [artikel 10, lid 6,] van Verordening [[VGB] nummer] en artikel [75, lid 6,] van Verordening [inzake GLB-plannen] nummer].

5. De volgende regels zijn van toepassing op de voorziening voor het gedeelte van de EU-garantie in het lidstaatcompartiment dat bij de bijdrageovereenkomst is ingesteld:

(a)na de opbouwfase bedoeld in lid 3, onder a), van dit artikel wordt elk jaarlijks overschot van voorzieningen, berekend door vergelijking tussen het bedrag van voorzieningen dat vereist is door het voorzieningspercentage en de daadwerkelijke voorzieningen, opnieuw gebruikt in overeenstemming met [artikel 10, lid 6,] van het [VGB] en artikel [75, lid 6,] van Verordening [inzake GLB-plannen] nummer];

(b)in afwijking van [artikel 213, lid 4,] van het [Financieel Reglement] geeft de voorziening na de in lid 3, onder a), van dit artikel bedoelde opbouwfase tijdens de beschikbaarheid van dat gedeelte van de EU-garantie in het lidstaatcompartiment geen aanleiding tot jaarlijkse aanvullingen;

(c)de Commissie stelt de lidstaat onmiddellijk in kennis wanneer het niveau van de voorzieningen voor het gedeelte van de EU-garantie in het lidstaatcompartiment als gevolg van een beroep op dat gedeelte van de EU-garantie onder 20 % van de initiële voorziening valt;

(d)indien het niveau van de voorzieningen voor dat gedeelte van de EU-garantie in het lidstaatcompartiment 10 % van de initiële voorziening bereikt, verstrekt de betrokken lidstaat aan het gemeenschappelijk voorzieningsfonds op verzoek van de Commissie maximaal 5 % van de initiële voorziening.

HOOFDSTUK III

EU-garantie

Artikel 10

EU-garantie


1. De EU-garantie wordt aan de uitvoerende partners verleend in overeenstemming met [artikel 219, lid 1,] van het [Financieel Reglement] en wordt beheerd overeenkomstig [titel X] van het [Financieel Reglement].

2. Ondersteuning met de EU-garantie kan voor onder deze verordening vallende financierings- en investeringsverrichtingen worden verleend voor een investeringsperiode die eindigt op 31 december 2027. Contracten tussen de uitvoerende partner en de eindontvanger of de financiële intermediair of een andere entiteit bedoeld in artikel 13, lid 1, onder a), worden ondertekend vóór 31 december 2028.

Artikel 11

In aanmerking komende financierings- en investeringsverrichtingen


1. Het InvestEU-fonds ondersteunt alleen financierings- en investeringsverrichtingen die

(a)voldoen aan de voorwaarden gesteld in [de punten a) tot en met e) van artikel 209, lid 2, van [het Financieel Reglement], met name het in [artikel 309, lid 2, onder b),] van [het Financieel Reglement] gestelde additionaliteitsvereiste, en indien van toepassing door de particuliere investeringen in overeenstemming met [artikel 209, lid 2,] van [het Financieel Reglement] te maximaliseren;

(b)bijdragen tot de beleidsdoelstellingen van de Unie en binnen het toepassingsgebied vallen van de beleidsdomeinen die in aanmerking komen voor financierings- en investeringsverrichtingen volgens het passende beleidsvenster in overeenstemming met bijlage II bij deze verordening; en

(c)overeenstemmen met de investeringsrichtsnoeren.

2. Naast projecten die zich in de Unie bevinden, kan het InvestEU-fonds de volgende projecten en activiteiten ondersteunen via financierings- en investeringsverrichtingen:

(a)grensoverschrijdende projecten tussen entiteiten die in een of meer lidstaten zijn gevestigd en zich uitstrekken over een of meerdere derde landen, waaronder toetredende landen, kandidaat-landen en potentiële kandidaten, landen die onder het nabuurschapsbeleid vallen, leden van de Europese Economische Ruimte of van de Europese Vrijhandelsassociatie, of over landen en gebieden overzee als bedoeld in bijlage II bij het VWEU of een geassocieerd derde land, ongeacht of er een partner is in die derde landen of overzeese landen of gebieden;

(b)financierings- en investeringsverrichtingen in de in artikel 5 bedoelde landen die tot een specifiek financieel product hebben bijgedragen.

3. Het InvestEU-fonds kan financierings- en investeringsverrichtingen ondersteunen voor het verstrekken van financiering aan ontvangende juridische entiteiten die gevestigd zijn in een van de volgende landen:

(a)een lidstaat of een met een lidstaat verbonden land of gebied overzee;

(b)een derde land of gebied dat met het InvestEU-programma geassocieerd is in overeenstemming met artikel 5;

(c)een derde land als bedoeld in lid 2, onder a), indien van toepassing;

(d)andere landen waar dat nodig is voor de financiering van een project in een land of een gebied als bedoeld in de punten a) tot en met c).


Artikel 12

Selectie van uitvoerende partners


1. De Commissie selecteert overeenkomstig [artikel 154] van het [Financieel Reglement] de uitvoerende partners of een groep van uitvoerende partners, als bedoeld in de tweede alinea van dit lid, uit de in aanmerking komende tegenpartijen.

Voor het EU-compartiment hebben de in aanmerking komende tegenpartijen hun interesse laten blijken en zijn zij in staat financierings- en investeringsverrichtingen in ten minste drie lidstaten te dekken. De uitvoerende partners kunnen samen ook financierings- en investeringsverrichtingen in ten minste drie lidstaten dekken door een groep te vormen.

Voor het lidstaatcompartiment kan de betrokken lidstaat een of meerdere in aanmerking komende tegenpartijen als uitvoerende partners voorstellen uit die welke hun interesse overeenkomstig artikel 9, lid 3, onder c), hebben laten blijken.

Wanneer de betrokken lidstaat geen uitvoerende partner voorstelt, handelt de Commissie in overeenstemming met de tweede alinea van dit lid ten aanzien van de uitvoerende partners die in staat zijn financierings- en investeringsverrichtingen te dekken in de betrokken geografische gebieden.

2. Bij de selectie van de uitvoerende partners zorgt de Commissie ervoor dat de portefeuille van financiële producten in het InvestEU-fonds:

(a)de dekking van de in artikel 3 genoemde doelstellingen maximaliseert;

(b)de impact van de EU-garantie maximaliseert door middel van de eigen middelen die door de uitvoerende partner worden ingezet;

(c)waar mogelijk particuliere investeringen maximaliseert;

(d)geografische diversificatie nastreeft;

(e)voor voldoende risicodiversificatie zorgt;

(f)innoverende financiële en risico-oplossingen bevordert om tekortkomingen van de markt en suboptimale investeringssituaties aan te pakken.

3. Bij de selectie van de uitvoerende partners houdt de Commissie ook rekening met:

(a)de mogelijke kosten en vergoeding voor de begroting van de Unie;

(b)de capaciteit van de uitvoerende partner om de vereisten van [artikel 155, lid 2,] van het [Financieel Reglement] met betrekking tot belastingontwijking, belastingfraude, belastingontduiking, witwassen, financiering van terrorisme en niet-coöperatieve rechtsgebieden nauwgezet ten uitvoer te leggen.

4. Nationale stimuleringsbanken of -instellingen kunnen als uitvoerende partner worden geselecteerd op voorwaarde dat zij voldoen aan de voorschriften neergelegd in dit artikel en in artikel 14, lid 1, tweede alinea.


Artikel 13

In aanmerking komende soorten financiering


1. De EU-garantie kan worden gebruikt ten behoeve van risicodekking voor de volgende soorten financiering die door uitvoerende partners worden verstrekt:

(a)leningen, garanties, tegengaranties, kapitaalmarktinstrumenten, andere vormen van financiering of kredietaanvulling, waaronder achtergestelde schulden, deelnemingen of quasi-deelnemingen in aandelenkapitaal die direct of indirect door financiële intermediairs, fondsen, investeringsplatforms of andere platforms worden verstrekt om aan eindontvangers te worden doorgegeven;

(b)financiering of garanties door een uitvoerende partner aan een andere financiële instelling om deze in staat te stellen de onder a) bedoelde financieringsactiviteiten te verrichten.

Voor de dekking door de EU-garantie wordt de onder a) en b) van de eerste alinea bedoelde financiering verleend, verkregen of uitgegeven ten behoeve van de in artikel 11, lid 1, bedoelde financierings- of investeringsverrichtingen wanneer de financiering door de uitvoerende partner is verleend in overeenstemming met een financieringsovereenkomst of -transactie die is ondertekend of is aangegaan door de uitvoerende partner na de ondertekening van de garantieovereenkomst tussen de Commissie en de uitvoerende partner en die niet is verstreken of niet is geannuleerd.

2. Financierings- en investeringsverrichtingen via fondsen of andere intermediaire structuren worden door de EU-garantie gedekt overeenkomstig in de investeringsrichtsnoeren neer te leggen bepalingen, zelfs indien een minderheid van de geïnvesteerde middelen via deze structuur wordt belegd buiten de Unie en in de in artikel 11, lid 2, bedoelde landen of in andere activa die niet in aanmerking komen uit hoofde van deze verordening.

Artikel 14

Garantieovereenkomsten

1. De Commissie sluit met elke uitvoerende partner een garantieovereenkomst overeenkomstig de voorschriften van deze verordening met betrekking tot de verlening van de EU-garantie ten belope van een door de Commissie vast te stellen bedrag.

Ingeval uitvoerende partners een groep als bedoeld in artikel 12, lid 1, tweede alinea, vormen, wordt één enkele garantieovereenkomst gesloten tussen de Commissie en elke uitvoerende partner binnen de groep of één uitvoerende partner namens de groep.

2. De garantieovereenkomst bevat in het bijzonder bepalingen betreffende:

(a)het bedrag en de voorwaarden van de door de uitvoerende partner te verstrekken financiële bijdrage;

(b)de voorwaarden van de financiering of de garanties die door de uitvoerende partner aan een andere aan de uitvoering deelnemende juridische entiteit worden verstrekt, indien dat het geval is;

(c)in overeenstemming met artikel 16, nadere regels betreffende de verlening van de EU-garantie, waaronder de dekking van portefeuilles van specifieke soorten instrumenten en de respectieve gebeurtenissen die aanleiding geven tot een mogelijk beroep op de EU-garantie;

(d)de vergoeding voor het nemen van risico's, te verdelen tussen de Unie en de uitvoerende partner in verhouding tot hun respectieve aandeel in het nemen van risico's;

(e)de betalingsvoorwaarden;

(f)de verbintenis van de uitvoerende partner om de besluiten van de Commissie en het investeringscomité te aanvaarden met betrekking tot het gebruik van de EU-garantie ten behoeve van de voorgestelde financierings- of investeringsverrichting, onverminderd de door de uitvoerende partner genomen beslissingen over de voorgestelde verrichting zonder de EU-garantie;

(g)regelingen en procedures met betrekking tot de invordering van schulden waarmee de uitvoerende partner wordt belast;

(h)financiële en operationele verslaglegging en monitoring van de verrichtingen onder EU-garantie;

(i)essentiële prestatie-indicatoren, met name met betrekking tot het gebruik van de EU-garantie, de verwezenlijking van de in de artikelen 3, 7 en 11 bedoelde doelstellingen en criteria alsmede het aantrekken van particulier kapitaal;

(j)indien van toepassing, de regelingen en procedures met betrekking tot blendingverrichtingen;

(k)andere toepasselijke bepalingen overeenkomstig de vereisten van [titel X] van het [Financieel Reglement].

3. De garantieovereenkomst bepaalt eveneens dat de vergoeding die de Unie toekomt uit hoofde van onder deze verordening vallende financierings- en investeringsverrichtingen, wordt verminderd met betalingen als gevolg van een beroep op de EU-garantie.

4. Voorts bepaalt de garantieovereenkomst dat aan de uitvoerende partner verschuldigde bedragen met betrekking tot de EU-garantie worden afgetrokken van het totale bedrag van de vergoeding, de inkomsten en de terugbetalingen die de uitvoerende partner aan de Unie verschuldigd is uit hoofde van onder deze verordening vallende financierings- en investeringsverrichtingen. Wanneer dit bedrag niet toereikend is om het overeenkomstig artikel 15, lid 3, aan de uitvoerende partner verschuldigde bedrag te dekken, wordt het uitstaande bedrag opgenomen uit de voorziening voor de EU-garantie.

5. Wanneer de garantieovereenkomst uit hoofde van het lidstaatcompartiment wordt gesloten, kan zij voorzien in participatie door vertegenwoordigers van de lidstaten of de regio’s die betrokken zijn bij het toezicht op de uitvoering van de garantieovereenkomst.

Artikel 15 - Voorschriften voor het gebruik van de EU-garantie

1. De verlening van de EU-garantie wordt afhankelijk gesteld van de inwerkingtreding van de garantieovereenkomst met de betrokken uitvoerende partner.

2. Financierings- en investeringsverrichtingen worden alleen door de EU-garantie gedekt als ze aan de in deze verordening en in de desbetreffende investeringsrichtsnoeren neergelegde criteria voldoen en als het investeringscomité heeft geconcludeerd dat ze voldoen aan de vereisten om door de EU-garantie te worden ondersteund. De uitvoerende partners blijven verantwoordelijk voor het waarborgen dat de financierings- en investeringsverrichtingen aan deze verordening en de desbetreffende investeringsrichtsnoeren voldoen.

3. Voor de uitvoering van financierings- en investeringsverrichtingen met de EU-garantie is de Commissie geen administratieve uitgaven of vergoedingen verschuldigd aan de uitvoerende partner, tenzij de uitvoerende partner op grond van de aard van de beleidsdoelstellingen die door het uit te voeren financiële product worden nagestreefd, kan aantonen dat een uitzondering moet worden gemaakt. De dekking van die kosten wordt geregeld in de garantieovereenkomst en voldoet aan [artikel 209, lid 2, onder g),] van het [Financieel Reglement].

4. Bovendien mag de uitvoerende partner de EU-garantie overeenkomstig artikel 14, lid 4, gebruiken voor de dekking van het betreffende aandeel in de mogelijke invorderingskosten, tenzij dit in mindering wordt gebracht op de opbrengst van de invordering.

Artikel 16 - Dekking en voorwaarden van de EU-garantie

1. De vergoeding voor het nemen van risico's wordt verdeeld tussen de Unie en een uitvoerende partner in verhouding tot hun respectieve aandeel in het nemen van risico's met een portefeuille van financierings- en investeringsverrichtingen of, in voorkomend geval, met afzonderlijke verrichtingen. De uitvoerende partner heeft op eigen risico een passende blootstelling aan financierings- en investeringsverrichtingen die door de EU-garantie worden ondersteund, tenzij uitzonderlijk de beleidsdoelstellingen die door het uit te voeren financiële product worden nagestreefd, van die aard zijn dat de uitvoerende partner redelijkerwijs niet zijn eigen risicodragende capaciteit daaraan kan bijdragen.

2. De EU-garantie dekt:

(a)met betrekking tot de in artikel 13, lid 1, onder a), bedoelde schuldproducten:

(i)    de hoofdsom en alle rente en overeenkomstig de voorwaarden van de financieringsverrichtingen aan de uitvoerende partner verschuldigde maar niet door hem ontvangen bedragen tot het moment van de wanbetaling; met betrekking tot achtergestelde schuld worden uitstel, verlaging of een vereiste exit als wanbetaling beschouwd;

(ii)    herstructureringsverliezen;

(iii)    verliezen die voortvloeien uit schommelingen van andere valuta’s dan de euro op markten waarop de mogelijkheden tot langetermijnhedging beperkt zijn;

(b)met betrekking tot de in artikel 13, lid 1, onder a), bedoelde investeringen in de vorm van deelnemingen of quasi-deelnemingen: de geïnvesteerde bedragen en de eraan verbonden financieringskosten en verliezen die voortvloeien uit schommelingen van andere valuta’s dan de euro;

(c)met betrekking tot financiering of garanties door een uitvoerende partner aan een andere juridische entiteit dan de in artikel 13, lid 1, onder b), bedoelde juridische entiteiten: de gebruikte bedragen en de eraan verbonden financieringskosten.

3. Ingeval de Unie na een beroep op de EU-garantie een betaling aan de uitvoerende partner doet, treedt zij in de desbetreffende rechten, in zoverre die blijven bestaan, van de uitvoerende partner met betrekking tot zijn financierings- of investeringsverrichtingen die door de EU-garantie worden gedekt.

De uitvoerende partner gaat namens de Unie over tot invordering van de schuldvorderingen voor de bedragen waarvoor de Unie in de rechten is getreden, en betaalt de Unie terug met de ingevorderde bedragen.

HOOFDSTUK IV - BESTUUR

Artikel 17 - Adviesraad

1. De Commissie wordt geadviseerd door een adviesraad die twee formaties heeft, namelijk vertegenwoordigers van de uitvoerende partners en vertegenwoordigers van de lidstaten.

2. Elke uitvoerende partner en elke lidstaat mag voor de betrokken formatie één vertegenwoordiger benoemen.

3. De Commissie is in beide formaties van de adviesraad vertegenwoordigd.

4. De bijeenkomst van de adviesraad van de vertegenwoordigers van de uitvoerende partners wordt gezamenlijk voorgezeten door een vertegenwoordiger van de Commissie en de door de Europese Investeringsbank benoemde vertegenwoordiger.

Een vertegenwoordiger van de Commissie is de voorzitter van de bijeenkomst van de adviesraad van de vertegenwoordigers van de lidstaten.

De adviesraad komt op gezette tijden bijeen en ten minste tweemaal per jaar op verzoek van de voorzitter. Er kunnen ook gezamenlijke bijeenkomsten van de twee formaties van de adviesraad worden georganiseerd op gezamenlijk verzoek van hun voorzitters.

De Commissie stelt de werkingsregels en -procedures vast en beheert het secretariaat van de adviesraad.

5. De adviesraad,

(a)in zijn formatie van de vertegenwoordigers van de uitvoerende partners,:

(i)    verleent advies over het ontwerp van op grond van deze verordening uit te voeren financiële producten;

(ii)    verleent de Commissie advies over marktfalen en suboptimale investeringssituaties en marktomstandigheden;

(b)in zijn formatie van de vertegenwoordigers van de lidstaten,:

(i)    informeert de lidstaten over de uitvoering van het InvestEU-fonds;

(ii)    wisselt met de lidstaten standpunten over marktontwikkelingen uit en deelt beste praktijken.

Artikel 18 - Projectteam

1. Er wordt een projectteam opgericht, bestaande uit deskundigen die kosteloos voor de Uniebegroting door de uitvoerende partners ter beschikking van de Commissie zijn gesteld.

2. Elke uitvoerende partner wijst deskundigen aan het projectteam toe. Het aantal deskundigen wordt in de garantieovereenkomst vastgesteld.

3. De Commissie bevestigt of de door de uitvoerende partners voorgestelde financierings- en investeringsverrichtingen voldoen aan het recht en het beleid van de Unie.

4. Onder voorbehoud van de in lid 3 bedoelde bevestiging door de Commissie verricht het projectteam een kwaliteitscontrole van het zorgvuldigheidsonderzoek van de voorgestelde financierings- en investeringsverrichtingen dat door de uitvoerende partners is uitgevoerd. De financierings- en investeringsverrichtingen worden vervolgens aan het investeringscomité voorgelegd ter goedkeuring van de dekking door de EU-garantie.

Het projectteam bereidt voor het investeringscomité het scorebord van de voorgestelde financierings- en investeringsverrichtingen voor.

Het scorebord bevat met name een beoordeling van:

(a)het risicoprofiel van de voorgestelde financierings- en investeringsverrichtingen;

(b)het voordeel voor de eindontvangers;

(c)de naleving van de criteria om in aanmerking te komen.

Elke uitvoerende partner verstrekt het projectteam adequate en geharmoniseerde informatie, zodat het zijn risicoanalyse kan uitvoeren en het scorebord kan voorbereiden.

5. Een deskundige van het projectteam beoordeelt niet het zorgvuldigheidsonderzoek of de beoordeling met betrekking tot een potentiële financierings- of investeringsverrichting, zoals ingediend door de uitvoerende partner die de deskundige ter beschikking van de Commissie heeft gesteld. Die deskundige bereidt evenmin het scorebord met betrekking tot die voorstellen voor.

6. Elke deskundige van het projectteam meldt de Commissie alle belangenconflicten en deelt de Commissie onverwijld alle informatie mee die nodig is om op continue basis de afwezigheid van belangenconflicten na te gaan.

7. De Commissie stelt nadere regels vast voor de werking van het projectteam en voor de controle van de situaties waarin zich belangenconflicten voordoen.

8. De Commissie stelt nadere regels vast voor het scorebord dat het investeringscomité in staat stelt het gebruik van de EU-garantie voor een voorgestelde financierings- of investeringsverrichting goed te keuren.

Artikel 19 - Investeringscomité

1. Er wordt een investeringscomité opgericht. Het investeringscomité:

(a)onderzoekt de voorstellen voor financierings- en investeringsverrichtingen die door uitvoerende partners met het oog op dekking door de EU-garantie worden ingediend;

(b)gaat na of die voorstellen aan deze verordening en de desbetreffende investeringsrichtsnoeren voldoen, waarbij het bijzondere aandacht schenkt aan het in [artikel 209, lid 2, onder b),] van het [Financieel Reglement] bedoelde vereiste van additionaliteit en aan het in [artikel 209, lid 2, onder d),] van het [Financieel Reglement] bedoelde vereiste van betrokkenheid van particuliere investeringen; en

(c)controleert of de financierings- en investeringsverrichtingen die door de EU-garantie zouden worden ondersteund, aan alle desbetreffende vereisten voldoen.

2. Het investeringscomité komt in vier verschillende formaties bijeen, die overeenstemmen met de in artikel 7, lid 1, bedoelde beleidsvensters.

Elke formatie van het investeringscomité bestaat uit zes bezoldigde externe deskundigen. De deskundigen worden overeenkomstig [artikel 237] van het [Financieel Reglement] geselecteerd en worden door de Commissie benoemd voor een vaste termijn van ten hoogste vier jaar. Deze termijn kan worden hernieuwd maar mag in totaal niet langer dan zeven jaar duren. De Commissie kan besluiten de ambtstermijn van een zittend lid van het investeringscomité te hernieuwen zonder de in dit lid vastgestelde procedure te hoeven volgen.

De deskundigen beschikken over veel relevante marktervaring inzake projectstructurering en -financiering of financiering van kmo's of grote ondernemingen.

De samenstelling van het investeringscomité garandeert dat het een ruime kennis heeft van de sectoren die door de in artikel 7, lid 1, bedoelde beleidsvensters worden bestreken, en van de geografische markten in de Unie en dat het in zijn geheel genderevenwicht realiseert.

Vier leden zijn permanente leden van alle vier formaties van het investeringscomité. Bovendien hebben de vier formaties elk twee deskundigen met ervaring op het gebied van investeringen in de sectoren die door dat beleidsvenster worden bestreken. Ten minste één van de permanente leden beschikt over deskundigheid op het gebied van duurzame investeringen. De Commissie wijst de leden van het investeringscomité aan de passende formatie of formaties toe. Het investeringscomité kiest een voorzitter uit zijn permanente leden.

De Commissie stelt de procedureregels vast en beheert het secretariaat voor het investeringscomité.

3. Wanneer zij deelnemen aan de activiteiten van het investeringscomité voeren de leden ervan hun taken in onpartijdigheid en uitsluitend in het belang van het InvestEU-fonds uit. Zij vragen noch aanvaarden instructies van de uitvoerende partners, de instellingen van de Unie, de lidstaten of andere publieke of private organen.

De cv’s en belangenverklaringen van alle leden van het investeringscomité worden openbaar gemaakt en voortdurend bijgewerkt. Elk lid van het investeringscomité deelt de Commissie onverwijld alle informatie mee die nodig is om op continue basis de afwezigheid van belangenconflicten na te gaan.

De Commissie kan een lid uit zijn functie ontheffen als hij de in dit lid vastgestelde vereisten niet naleeft, of om andere naar behoren gemotiveerde redenen.

4. Wanneer het investeringscomité overeenkomstig dit artikel handelt, baseert het zich op de documentatie die door de uitvoerende partners is verstrekt, en op alle andere documenten die het relevant acht. Voor financierings- of investeringsverrichtingen die door de EU-garantie worden gedekt, zijn projectbeoordelingen door een uitvoerende partner niet bindend voor het investeringscomité.

Het investeringscomité gebruikt voor zijn beoordeling en controle van de voorstellen het in artikel 18, lid 3, bedoelde scorebord van indicatoren.

5. De conclusies van het investeringscomité worden bij gewone meerderheid van alle leden genomen. Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter van het investeringscomité doorslaggevend.

De conclusies van het investeringscomité waarbij de steun van de EU-garantie voor een financierings- of investeringsverrichting wordt goedgekeurd, worden openbaar gemaakt en bevatten de redenen voor de goedkeuring. De openbaarmaking bevat geen commercieel gevoelige informatie.

Het scorebord wordt openbaar gemaakt na de ondertekening van een financierings- of investeringsverrichting of subproject, indien van toepassing. De openbaarmaking bevat geen commercieel gevoelige informatie of persoonsgegevens die op grond van de gegevensbeschermingsregels van de Unie niet openbaar mogen worden gemaakt.

De conclusies van het investeringscomité waarmee het gebruik van de EU-garantie wordt afgewezen, worden twee maal per jaar toegezonden aan het Europees Parlement en de Raad, met inachtneming van strikte vertrouwelijkheidseisen.

6. Wanneer het investeringscomité wordt gevraagd het gebruik van de EU-garantie goed te keuren voor een financierings- of investeringsverrichting die een faciliteit, programma of structuur met onderliggende subprojecten is, ziet die goedkeuring ook op de onderliggende subprojecten, tenzij het investeringscomité besluit zich het recht voor te behouden die subprojecten afzonderlijk goed te keuren.

HOOFDSTUK V - InvestEU-advieshub

Artikel 20 - InvestEU-advieshub

1. De InvestEU-advieshub verstrekt ondersteunend advies voor de identificatie, voorbereiding, ontwikkeling, structurering, aanbesteding en uitvoering van investeringsprojecten, of versterkt de capaciteit van ontwikkelaars en financiële intermediairs om financierings- en investeringsverrichtingen uit te voeren. Zijn ondersteunend advies kan betrekking hebben op alle fasen van de levenscyclus van een project of financiering van een ondersteunde entiteit, naargelang het geval.

De InvestEU-advieshub is beschikbaar als een onderdeel in elk in artikel 7, lid 1, bedoeld beleidsvenster en bestrijkt alle sectoren binnen dat beleidsvenster. Bovendien zijn sectoroverschrijdende adviesdiensten beschikbaar.

2. De InvestEU-advieshub verricht met name de volgende diensten:

(a)het inrichten van een centraal contactpunt voor bijstand voor projectontwikkeling aan autoriteiten en projectontwikkelaars voor centraal beheerde programma's van de Unie;

(b)het bijstaan van projectontwikkelaars, in voorkomend geval, bij de ontwikkeling van hun projecten zodat die voldoen aan de in de artikelen 3, 7 en 11 vastgestelde doelstellingen en criteria om in aanmerking te komen, en het vergemakkelijken van de ontwikkeling van aggregatoren voor kleinschalige projecten; die bijstand loopt echter niet vooruit op de conclusies van het investeringscomité over de dekking van de steun van de EU-garantie voor die projecten;

(c)het ondersteunen van acties en het mobiliseren van lokale kennis om het gebruik van de steun van het InvestEU-fonds in de hele Unie te vergemakkelijken en het actief bijdragen waar mogelijk aan de doelstelling van sectorale en geografische diversificatie van het InvestEU-fonds door de uitvoerende partners te ondersteunen bij het creëren en ontwikkelen van potentiële financierings- en investeringsverrichtingen;

(d)het faciliteren van de oprichting van samenwerkingsplatformen voor collegiale uitwisseling en deling van gegevens, knowhow en beste praktijken ter ondersteuning van een pijplijn van projecten en sectorontwikkeling;

(e)het verlenen van proactieve adviserende ondersteuning bij de oprichting van investeringsplatformen, in het bijzonder grensoverschrijdende investeringsplatformen waar meerdere lidstaten bij betrokken zijn;

(f)het ondersteunen van acties voor capaciteitsopbouw voor de ontwikkeling van organisatiecapaciteiten, vaardigheden en processen en de versnelling van de investeringsbereidheid van organisaties, zodat ontwikkelaars en autoriteiten pijplijnen van investeringsprojecten kunnen uitbouwen en projecten kunnen beheren, en financiële intermediairs financierings- en investeringsverrichtingen kunnen uitvoeren voor entiteiten die moeilijkheden ondervinden om toegang tot financiering te krijgen, inclusief door steun voor de ontwikkeling van risicobeoordelingscapaciteit of sectorspecifieke kennis.

3. De InvestEU-advieshub is beschikbaar voor publieke en private projectontwikkelaars en voor financiële en andere intermediairs.

4. Er mogen vergoedingen in rekening worden gebracht voor de in lid 2 bedoelde diensten om een deel van de kosten van de dienstverrichting te dekken.

5. Om de in lid 1 bedoelde doelstelling te bereiken en om het verlenen van adviserende ondersteuning te vergemakkelijken, bouwt de InvestEU-advieshub voort op de deskundigheid van de Commissie en de uitvoerende partners.

6. De InvestEU-advieshub heeft waar nodig lokale aanwezigheid. Er wordt met name voorzien in een lokale aanwezigheid in lidstaten of regio’s die moeilijkheden ondervinden bij de ontwikkeling van projecten in het kader van het InvestEU-fonds. De InvestEU-advieshub biedt ondersteuning bij de overdracht van kennis aan regionale en lokale instanties teneinde voor de in lid 1 bedoelde steun regionale en lokale capaciteit en deskundigheid op te bouwen.

7. De uitvoerende partners adviseren projectontwikkelaars die financiering aanvragen, met name wanneer het kleinschaligere projecten betreft, om hun projecten aan de InvestEU-advieshub voor te leggen, met het oog op, in voorkomend geval, een betere voorbereiding van hun projecten en een beoordeling van een mogelijke bundeling van projecten.

De uitvoerende partners brengen in voorkomend geval ontwikkelaars ook op de hoogte van de mogelijkheid hun projecten op het in artikel 21 bedoelde InvestEU-portaal te plaatsen.

HOOFDSTUK V - I

Artikel 21 - InvestEU-portaal

1. Het InvestEu-portaal wordt door de Commissie opgericht. Het is een openbaar toegankelijke en gebruiksvriendelijke projectendatabank, waarin relevante informatie over elk project wordt verstrekt.

2. Het InvestEU-portaal biedt een kanaal voor projectontwikkelaars om hun projecten waarvoor zij financiering zoeken, zichtbaarheid te geven en er investeerders informatie over te verstrekken. De opname van projecten in het InvestEU-portaal heeft geen invloed op de besluiten betreffende de projecten die uiteindelijk worden geselecteerd voor ondersteuning uit hoofde van deze verordening, enig ander Unie-instrument, of voor publieke financiering.

3. Alleen projecten die met het recht en het beleid van de Unie verenigbaar zijn, worden op het portaal geplaatst.

4. Projecten die aan de in lid 3 vastgestelde voorwaarden voldoen, worden door de Commissie aan de relevante uitvoerende partners toegezonden.

5. De uitvoerende partners onderzoeken de projecten die binnen hun geografische en activiteitenbereik vallen.

HOOFDSTUK VII - Monitoring en rapportage, evaluatie en controle

Artikel 22 - Monitoring en rapportage

1. De indicatoren om te rapporteren over de voortgang van het InvestEU-programma in de richting van de algemene en specifieke doelstellingen die in artikel 3 zijn vastgesteld, zijn opgenomen in bijlage III bij deze verordening.

2. Teneinde te zorgen voor een effectieve beoordeling van de voortgang van het InvestEU-programma naar de verwezenlijking van zijn doelstellingen, is de Commissie bevoegd overeenkomstig artikel 26 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van bijlage III bij deze verordening om indien nodig de indicatoren te herzien of aan te vullen en tot aanvulling van deze verordening met bepalingen inzake de vaststelling van een kader voor monitoring en evaluatie.

3. Het prestatierapportagesysteem waarborgt dat de gegevens voor het monitoren van de uitvoering en de resultaten op efficiënte en doeltreffende wijze en tijdig worden verzameld. Daartoe worden evenredige rapportagevereisten opgelegd aan de uitvoerende partners en andere ontvangers van middelen van de Unie, naargelang het geval.

4. De Commissie rapporteert over de uitvoering van het InvestEU-programma overeenkomstig [de artikelen 241 en 250] van het [Financieel Reglement]. De uitvoerende partners verstrekken daartoe jaarlijks de informatie die de Commissie nodig heeft om haar rapportageverplichting te kunnen nakomen.

5. Daarnaast dient iedere uitvoerende partner elke zes maanden een verslag bij de Commissie in over de financierings- en investeringsverrichtingen die onder deze verordening vallen, uitgesplitst tussen het EU-compartiment en het lidstaatcompartiment per lidstaat, naargelang het geval. Het verslag bevat een beoordeling van de naleving van de voorschriften voor het gebruik van de EU-garantie en van de in bijlage III bij deze verordening vastgestelde essentiële prestatie-indicatoren. Het verslag bevat ook operationele, statistische, financiële en boekhoudkundige gegevens over elke financierings- en investeringsverrichting en op het niveau van de compartimenten, de beleidsvensters en het InvestEU-fonds. Een van deze verslagen bevat de informatie die de uitvoerende partners verstrekken overeenkomstig [artikel 155, lid 1, onder a),] van het [Financieel Reglement].

Artikel 23 - Evaluatie

1. Evaluaties worden tijdig verricht zodat ze in de besluitvorming kunnen worden meegenomen.

2. Tegen 30 september 2025 verricht de Commissie een tussentijdse evaluatie van het InvestEU-programma, in het bijzonder van het gebruik van de EU-garantie.

3. Aan het einde van de uitvoering van het InvestEU-programma, doch uiterlijk vier jaar na afloop van de in artikel 1 genoemde periode, verricht de Commissie een eindevaluatie van het InvestEU-programma, in het bijzonder van het gebruik van de EU-garantie.

4. De Commissie deelt de conclusies van de evaluaties tezamen met haar opmerkingen mee aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's.

5. De uitvoerende partners dragen bij aan en verstrekken de Commissie de nodige informatie voor het verrichten van de in de leden 1 en 2 bedoelde evaluaties.

6. In overeenstemming met [artikel 211, lid 1,] van het [Financieel Reglement] neemt de Commissie elke drie jaar in het in [artikel 250] van het [Financieel Reglement] bedoelde jaarverslag een herziening op van de toereikendheid van het in artikel 4, lid 1, van deze verordening bedoelde voorzieningspercentage in het licht van het werkelijke risicoprofiel van de financierings- en investeringsverrichtingen die door de EU-garantie worden gedekt. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 26 gedelegeerde handelingen vast te stellen om het in artikel 4, lid 1, van deze verordening bedoelde voorzieningspercentage op basis van die herziening met ten hoogste 15 % aan te passen.

Artikel 24 - Audits

Audits naar het gebruik van de financiering van de Unie uitgevoerd door personen of entiteiten, daaronder begrepen door andere personen of entiteiten dan die welke door de instellingen of organen van de Unie zijn gemachtigd, vormen de basis van de algemene zekerheid in de zin van [artikel 127] van het [Financieel Reglement].

Artikel 25 - Bescherming van de financiële belangen van de Unie

Wanneer een derde land aan het InvestEU-programma deelneemt op grond van een besluit in het kader van een internationale overeenkomst of op grond van een ander rechtsinstrument, verleent het derde land de nodige rechten en toegang aan de verantwoordelijke ordonnateur, het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en de Europese Rekenkamer, zodat deze hun respectieve bevoegdheden ten volle kunnen uitoefenen. In het geval van OLAF omvatten deze rechten het recht om onderzoeken, waaronder controles en verificaties ter plaatse, uit te voeren, overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF).

Artikel 26 - Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1. De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2. De in artikel 7, lid 6, artikel 22, lid 2, en artikel 23, lid 6, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor een termijn van vijf jaar met ingang van [de inwerkingtreding van deze verordening]. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden vóór het einde van die termijn van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met termijnen van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van elke termijn tegen deze verlenging verzet.

3. De in artikel 7, lid 6, artikel 22, lid 2, en artikel 23, lid 6, bedoelde bevoegdheidsdelegatie kan te allen tijde door het Europees Parlement of de Raad worden ingetrokken. Een besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4. Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016.

5. Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6. Een overeenkomstig artikel 7, lid 6, artikel 22, lid 2, en artikel 23, lid 6, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie heeft medegedeeld daartegen geen bezwaar te zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

HOOFDSTUK VIII - Transparantie en zichtbaarheid

Artikel 27 - Informatie, communicatie en publiciteit

1. De uitvoerende partners erkennen de oorsprong van en geven zichtbaarheid aan de financiering van de Unie (met name wanneer zij de acties en de resultaten ervan promoten), door meerdere doelgroepen, waaronder de media en het grote publiek, doelgericht en op samenhangende en doeltreffende wijze te informeren.

2. De Commissie voert informatie- en communicatieacties uit met betrekking tot het InvestEU-programma en de acties en de resultaten ervan. De aan het InvestEU-programma toegewezen financiële middelen dragen tevens bij aan de institutionele communicatie over de politieke prioriteiten van de Unie, voor zover ze verband houden met de in artikel 3 bedoelde doelstellingen.

HOOFDSTUK IX - OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 28 - Overgangsbepalingen

1. Ontvangsten, terugbetalingen en invorderingen van financieringsinstrumenten die zijn ingevoerd bij de in bijlage IV bij deze verordening genoemde programma's kunnen worden gebruikt voor de voorziening van de EU-garantie uit hoofde van deze verordening.

2. Ontvangsten, terugbetalingen en invorderingen uit de bij Verordening (EU) 2015/1017 ingevoerde EU-garantie kunnen worden gebruikt voor de voorziening van de EU-garantie uit hoofde van deze verordening, tenzij ze worden gebruikt voor de in de artikelen 4, 9 en 12 van Verordening (EU) 2015/1017 bedoelde doeleinden.

Artikel 29 - Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2021.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.