Artikelen bij COM(2018)465 - Instrument voor pretoetredingssteun (IPA III) - EU monitor

EU monitor
Maandag 6 juli 2020
kalender

Artikelen bij COM(2018)465 - Instrument voor pretoetredingssteun (IPA III)

Dit is een beperkte versie

U kijkt naar een beperkte versie van dit dossier in de EU Monitor.

dossier COM(2018)465 - Instrument voor pretoetredingssteun (IPA III).
document COM(2018)465 NLEN
datum 14 juni 2018

HOOFDSTUK I - ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1 - Onderwerp

Bij deze verordening wordt het programma „Instrument voor pretoetredingssteun (IPA III)” vastgesteld.

Deze verordening bepaalt de doelstellingen ervan, de begroting voor de periode 2021-2027, de vormen van financiering door de Unie en de regels voor de verstrekking van die financiering.

Artikel 2 - Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

„grensoverschrijdende samenwerking”: samenwerking tussen lidstaten van de EU en in bijlage I vermelde begunstigden, tussen twee of meer van de in bijlage I vermelde begunstigden of tussen de in bijlage I vermelde begunstigde landen en landen en gebieden die zijn vermeld in bijlage I bij [de NDICI-verordening] als bedoeld in artikel 3, lid 1, punt b), van [de ETS-verordening] 28 .

Artikel 3 - Doelstellingen van IPA III

1. De algemene doelstelling van IPA III is het verlenen van steun aan de in bijlage I vermelde begunstigden ten behoeve van de vaststelling en tenuitvoerlegging van de politieke, institutionele, juridische, administratieve, sociale en economische hervormingen die voor die begunstigden noodzakelijk zijn om te voldoen aan de waarden van de Unie en zich, met het oog op het lidmaatschap van de Unie, geleidelijk aan te passen aan de regels, de normen, het beleid en de praktijken van de Unie en aldus bij te dragen tot hun stabiliteit, veiligheid en welvaart.

2. IPA III heeft de volgende specifieke doelstellingen:

a) versterking van de rechtsstaat, de democratie, de eerbiediging van de mensenrechten, de grondrechten en het internationaal recht, het maatschappelijk middenveld en de veiligheid, alsmede verbetering van het migratiebeheer, met inbegrip van grensbeheer;

b) versterking van de effectiviteit van het openbaar bestuur en ondersteuning van structurele hervormingen en goed bestuur op alle niveaus;

c) aanpassing van de regels, de normen, het beleid en de praktijken van de in bijlage I vermelde begunstigden aan die van de Unie en versterking van verzoeningsprocessen en goede nabuurschapsbetrekkingen, alsook persoonlijke contacten en communicatie;

d) versterking van de economische en sociale ontwikkeling, onder meer door verbetering van de connectiviteit en stimulering van regionale ontwikkeling, landbouw en plattelandsontwikkeling, sociaal beleid en werkgelegenheidsbeleid, versterking van de milieubescherming, verbetering van de bestendigheid tegen klimaatverandering, versnelling van de overgang naar een koolstofarme economie en ontwikkeling van de digitale economie en samenleving;

e) ondersteuning van territoriale en grensoverschrijdende samenwerking.

3. In overeenstemming met de specifieke doelstellingen zijn in bijlage II thematische prioriteiten opgenomen voor de steunverlening, afgestemd op de behoeften en capaciteiten van de in bijlage I vermelde begunstigden. Thematische prioriteiten voor grensoverschrijdende samenwerking tussen de in bijlage I vermelde begunstigden zijn opgenomen in bijlage III. Elk van deze thematische prioriteiten kan bijdragen tot de verwezenlijking van meer dan één specifieke doelstelling.

Artikel 4 - Begroting

1. De beschikbare financiële middelen voor de uitvoering van IPA III in de periode 2021–2027 bedragen 14 500 000 000 EUR in lopende prijzen.

2. Het in lid 1 genoemde bedrag kan worden gebruikt voor technische en administratieve bijstand ten behoeve van de uitvoering van het programma, zoals voorbereidende activiteiten en activiteiten op het gebied van monitoring, controle, audit en evaluatie, ook met betrekking tot informatietechnologiesystemen, en alle activiteiten die verband houden met de voorbereiding van het vervolgprogramma voor pretoetredingssteun in overeenstemming met artikel 20 van [de NDICI-verordening].

Artikel 5 - Programmaoverschrijdende bepalingen

1. Bij de uitvoering van deze verordening wordt gezorgd voor samenhang, synergieën en complementariteit met andere gebieden van het externe optreden van de Unie en met andere relevante beleidslijnen en programma’s van de Unie, evenals voor beleidscoherentie op het gebied van ontwikkeling.

2. [De NDICI-verordening] is van toepassing op in het kader van deze verordening uitgevoerde activiteiten wanneer daarnaar in deze verordening wordt verwezen.

3. Deze verordening draagt bij aan acties uit hoofde van [de Erasmusverordening 29 ]. [De Erasmusverordening] is van toepassing op het gebruik van de desbetreffende middelen. Daartoe wordt de bijdrage van IPA III opgenomen in het indicatieve programmeringsdocument zoals bedoeld in artikel 11, lid 7, van [de NDICI-verordening] en vastgesteld overeenkomstig de in die verordening omschreven procedures.

4. De bijstand in het kader van IPA III kan worden verstrekt voor acties van het type waarin is voorzien in het kader van het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling en het Cohesiefonds 30 , het Europees Sociaal Fonds Plus 31 en het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling 32 .

5. Het [EFRO] 33 draagt bij aan programma’s en maatregelen die voor grensoverschrijdende samenwerking („CBC”) tussen de in bijlage I vermelde begunstigden en lidstaten zijn vastgesteld. Die programma’s en maatregelen worden door de Commissie vastgesteld volgens artikel 16. Het bedrag van de bijdrage uit hoofde van IPA-CBC wordt bepaald overeenkomstig artikel 10, lid 3, van [de ETS-verordening]. IPA-programma’s voor grensoverschrijdende samenwerking worden beheerd overeenkomstig [de ETS-verordening].

6. IPA III kan bijdragen aan programma’s of maatregelen voor transnationale en interregionale samenwerking die zijn vastgesteld en ten uitvoer worden gelegd uit hoofde van [de ETS-verordening] en waaraan wordt deelgenomen door de in bijlage I bij deze verordening vermelde begunstigden.

7. Waar passend kunnen andere programma’s van de Unie overeenkomstig artikel 8 bijdragen aan acties die in het kader van deze verordening zijn vastgesteld, mits de bijdragen niet dezelfde kosten dekken. Deze verordening kan ook bijdragen aan maatregelen die in het kader van andere programma’s van de Unie zijn vastgesteld, mits de bijdragen niet dezelfde kosten dekken. In dergelijke gevallen wordt in het desbetreffende werkprogramma bepaald welk pakket regels van toepassing is.

8. Om de coherentie en de effectiviteit van de financiering van de Unie te waarborgen en regionale samenwerking te bevorderen, kan de Commissie in naar behoren gemotiveerde gevallen besluiten dat niet in bijlage I vermelde landen, gebieden en regio’s toch in aanmerking komen voor actieprogramma’s en maatregelen als bedoeld in artikel 8, lid 1, wanneer het uit te voeren programma of de uit te voeren maatregel een mondiaal, regionaal of grensoverschrijdend karakter heeft.

HOOFDSTUK II - STRATEGISCHE PLANNING

Artikel 6 - Beleidskader en algemene beginselen

1. Het beleidskader voor de uitbreiding dat de Europese Raad en de Raad hebben vastgesteld, de overeenkomsten die juridisch bindende betrekkingen met de in bijlage I vermelde begunstigden tot stand brengen, alsmede de desbetreffende resoluties van het Europees Parlement en mededelingen van de Commissie dan wel gezamenlijke mededelingen van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, vormen het algemene beleidskader voor de tenuitvoerlegging van deze verordening. De Commissie zorgt voor samenhang tussen de steun en het uitbreidingsbeleidskader.

2. Klimaatverandering, milieubescherming en gendergelijkheid worden geïntegreerd in de programma’s en acties uit hoofde van deze verordening, waarbij in voorkomend geval tevens de onderlinge verbanden tussen de duurzameontwikkelingsdoelstellingen 34 aan de orde komen, zulks ter bevordering van geïntegreerde maatregelen die wederzijdse voordelen kunnen opleveren en waarmee meerdere doelstellingen op coherente wijze kunnen worden verwezenlijkt.

3. De Commissie en de lidstaten werken samen om coherentie te waarborgen en streven ernaar overlapping te vermijden tussen de steun uit hoofde van IPA III en andere steun van de Unie, de lidstaten en de Europese Investeringsbank, overeenkomstig de beginselen die zijn vastgelegd voor de versterking van de operationele coördinatie op het gebied van externe bijstand, en met het oog op harmonisering van beleid en procedures, in het bijzonder de internationale beginselen inzake de effectiviteit van ontwikkeling 35 . De coördinatie omvat regelmatig overleg, frequente uitwisseling van informatie in de diverse fasen van de steuncyclus, en bijeenkomsten met alle betrokkenen ter bespreking van de coördinatie van de bijstand, en vormt een belangrijk onderdeel van de programmeringsprocedures van de Unie en de lidstaten.

4. De Commissie neemt ook in overleg met de lidstaten de nodige maatregelen om te zorgen voor coördinatie en complementariteit met multilaterale en regionale organisaties en entiteiten, zoals internationale organisaties en financiële instellingen, agentschappen en donoren buiten de Unie.

HOOFDSTUK III - UITVOERING

Artikel 7 - IPA-programmeringskader

1. De bijstand in het kader van IPA III is gebaseerd op een IPA-programmeringskader voor de verwezenlijking van de in artikel 3 bedoelde specifieke doelstellingen. Het IPA-programmeringskader wordt door de Commissie vastgesteld voor de duur van het meerjarig financieel kader van de Unie.

2. Het IPA-programmeringskader houdt de nodige rekening met de desbetreffende nationale strategieën en het desbetreffende sectorale beleid.

De steun wordt gericht op en aangepast aan de specifieke situatie van de in bijlage I vermelde begunstigden, rekening houdend met de verdere inspanningen die nodig zijn om aan de lidmaatschapscriteria te voldoen en met de capaciteit van de begunstigden. De steun wordt naar reikwijdte en intensiteit gedifferentieerd naargelang de behoeften, het hervormingsengagement en de vorderingen bij het uitvoeren van die hervormingen.

3. Het werkprogramma wordt door de Commissie vastgesteld door middel van een uitvoeringshandeling, onverminderd het bepaalde in lid 4. Die uitvoeringshandeling wordt vastgesteld volgens de in artikel 16 bedoelde onderzoeksprocedure.

4. Het programmeringskader voor grensoverschrijdende samenwerking met lidstaten wordt door de Commissie vastgesteld overeenkomstig artikel 10, lid 1, van [de ETS-verordening].

5. Het IPA-programmeringskader omvat indicatoren voor het beoordelen van de vorderingen met betrekking tot de verwezenlijking van de daarin opgenomen doelstellingen.

Artikel 8 - Uitvoeringsmaatregelen en methoden

1. De bijstand in het kader van IPA III wordt uitgevoerd in direct beheer of in indirect beheer, overeenkomstig het Financieel Reglement, door middel van jaarlijkse of meerjarige actieprogramma’s en maatregelen als bedoeld in titel II, hoofdstuk III van [de NDICI verordening]. Titel II, hoofdstuk III, van [de NDICI-verordening] is van toepassing op deze verordening, met uitzondering van artikel 24, lid 1 [in aanmerking komende personen en entiteiten].

2. In het kader van deze verordening kunnen actieplannen worden vastgesteld voor een periode van ten hoogste zeven jaar.

Artikel 9 - Grensoverschrijdende samenwerking

1. Ten hoogste 3% van de financiële middelen wordt toegewezen aan programma’s voor grensoverschrijdende samenwerking tussen de in bijlage I vermelde begunstigden en de lidstaten, in overeenstemming met hun behoeften en prioriteiten.

2. Het medefinancieringspercentage van de Unie bedraagt voor elke prioriteit ten hoogste 85% van de subsidiabele uitgaven van een programma voor grensoverschrijdende samenwerking. Voor technische bijstand bedraagt het medefinancieringspercentage van de Unie 100%.

3. De hoogte van de voorfinanciering voor grensoverschrijdende samenwerking met lidstaten wordt vastgesteld in het werkprogramma, in overeenstemming met de behoeften van de in bijlage I vermelde begunstigden, en mag het percentage bedoeld in artikel 49 van de ETS-verordening overschrijden.

4. Indien programma’s voor grensoverschrijdende samenwerking overeenkomstig artikel 12 van [de ETS-verordening] worden beëindigd, kan de steun voor het stopgezette programma die via deze verordening was verleend en beschikbaar blijft, worden gebruikt voor de financiering van andere activiteiten die voor steun in het kader van deze verordening in aanmerking komen.

HOOFDSTUK IV - SUBSIDIABILITEIT EN ANDERE SPECIFIEKE BEPALINGEN

Artikel 10 - Subsidiabiliteit uit hoofde van IPA III

1. Inschrijvers, aanvragers en kandidaten uit de volgende landen komen voor financiering uit hoofde van IPA III:

a) lidstaten, begunstigden die worden vermeld in bijlage I bij deze verordening, partijen bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte en landen die vallen onder bijlage I bij [de NDICI verordening], en

b) landen ten aanzien waarvan de Europese Commissie wederzijdse toegang tot externe bijstand heeft vastgesteld. Wederzijdse toegang kan voor een beperkte periode van ten minste één jaar worden vastgesteld indien een land entiteiten van de Unie en entiteiten uit landen die voor deelname onder deze verordening in aanmerking komen, op gelijke voorwaarden tot deelname toelaat. De Commissie beslist over de wederkerigheid van de toegang na raadpleging van het betrokken begunstigde land of de betrokken begunstigde landen.

HOOFDSTUK - V


EFDO+ EN BEGROTINGSGARANTIES

Artikel 11 - Financiële instrumenten en garantie voor extern optreden

1. De in bijlage I vermelde begunstigden komen in aanmerking voor het Europees Fonds voor duurzame ontwikkeling (EFDO+) en de garantie voor extern optreden waarin is voorzien in titel II, hoofdstuk IV, van [de NDICI-verordening]. Daartoe levert IPA III een bijdrage aan de voorzieningen voor de garantie voor extern optreden bedoeld in artikel 26 van [de NDICI-verordening] die in verhouding staat tot de investeringen die worden gedaan ten behoeve van de in bijlage I vermelde begunstigden.

HOOFDSTUK VI - MONITORING EN EVALUATIE

Artikel 12 - Monitoring, audit en evaluatie en bescherming van de financiële belangen van de Unie

1. Titel II, hoofdstuk V, van [de NDICI-verordening] is met betrekking tot monitoring, rapportage en evaluatie van toepassing op deze verordening.

2. De indicatoren voor de monitoring van de uitvoering van IPA III en de vorderingen bij de verwezenlijking van de in artikel 3 vastgestelde specifieke doelstellingen zijn opgenomen in bijlage IV bij deze verordening.

3. Wat de grensoverschrijdende samenwerking met lidstaten betreft, gelden de indicatoren bedoeld in artikel 33 van [de ETS-verordening].

4. Bij het resultatenkader voor de IPA III-steun wordt rekening gehouden met de uitbreidingsverslagen, in aanvulling op de in bijlage IV opgenomen indicatoren.

5. Bij indirect beheer melden de in bijlage I vermelde begunstigden onregelmatigheden, met inbegrip van fraude, waarover een eerste administratief of gerechtelijk proces-verbaal is opgesteld, onverwijld aan de Commissie en houden zij haar op de hoogte van het verloop van de administratieve en gerechtelijke procedures, zulks in aanvulling op artikel 129 van het Financieel Reglement betreffende de bescherming van de financiële belangen van de Unie. De melding wordt elektronisch verricht met behulp van het Irregularity Management System dat door de Commissie is ingesteld.

HOOFDSTUK VII - SLOTBEPALINGEN

Artikel 13 - Bevoegdheidsdelegatie

De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 14 van deze verordening gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van de bijlagen II, III en IV bij deze verordening.

Artikel 14 - Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1. De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de voorwaarden van dit artikel.

2. De in artikel 13 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen wordt aan de Commissie toegekend.

3. Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 13 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheden. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4. Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

5. Een overeenkomstig artikel 13 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

Artikel 15 - Vaststelling van nadere uitvoeringsvoorschriften

1. Specifieke voorschriften tot vaststelling van uniforme voorwaarden voor de uitvoering van deze verordening, in het bijzonder met betrekking tot de ter voorbereiding van de toetreding op te zetten structuren en steun voor plattelandsontwikkeling, worden vastgesteld volgens de in artikel 16 bedoelde onderzoeksprocedure.

2. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

Artikel 16 - Comité

1. De Commissie wordt bijgestaan door een comité, het „comité voor het instrument voor pretoetredingssteun” (IPA III-comité). Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.

2. In gevallen waarin het advies van het comité via een schriftelijke procedure dient te worden verkregen, wordt die procedure zonder gevolg beëindigd indien, binnen de termijn voor het uitbrengen van het advies, de voorzitter van het comité daartoe besluit of een eenvoudige meerderheid van de leden van het comité daarom verzoekt.

3. Een waarnemer van de EIB neemt deel aan de werkzaamheden van het comité voor wat betreft kwesties die betrekking hebben op de EIB.

4. Het IPA III-comité staat de Commissie bij en is bevoegd voor rechtshandelingen en vastleggingen uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1085/2006 en Verordening (EU) nr. 231/2014 en voor de uitvoering van artikel 3 van Verordening (EG) nr. 389/2006.

5. Het IPA III-comité is niet bevoegd voor de bijdrage aan Erasmus+ als bedoeld in artikel 5, lid 3.

Artikel 17 - Informatie, communicatie en publiciteit

1. De artikelen 36 en 37 van [de NDICI-verordening] zijn van toepassing.

Artikel 18 - Overgangsbepalingen

1. Deze verordening doet geen afbreuk aan de voortzetting of de wijziging van acties op grond van Verordening (EU) nr. 231/2014 [IPA II] en Verordening (EG) nr. 1085/2006 [IPA], die op de betrokken acties van toepassing blijven totdat zij worden afgesloten. Titel II, hoofdstuk III, van [de NDICI-verordening] (voorheen Verordening (EU) nr. 236/2014) is van toepassing op deze acties, met uitzondering van artikel 24, lid 1.

2. De financiële middelen voor IPA III kunnen tevens de uitgaven dekken voor noodzakelijke technische en administratieve bijstand in verband met de overgang naar IPA III van maatregelen die uit hoofde van het voorgaande instrument IPA II zijn vastgesteld.

3. Zo nodig kunnen voor het beheer van acties die nog niet zijn voltooid, ook na 2027 kredieten ter dekking van de in artikel 4, lid 2, bedoelde uitgaven in de begroting worden opgenomen.

Artikel 19 - Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de […] [twintigste] dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing vanaf 1 januari 2021.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.