Artikelen bij COM(2018)465 - Instrument voor pretoetredingssteun (IPA III)

Dit is een beperkte versie

U kijkt naar een beperkte versie van dit dossier in de EU Monitor.

dossier COM(2018)465 - Instrument voor pretoetredingssteun (IPA III).
document COM(2018)465 NLEN
datum 15 september 2021

HOOFDSTUK I - Algemene bepalingen


Artikel 1

Onderwerp

Bij deze verordening wordt het Instrument voor pretoetredingssteun (IPA III) vastgesteld voor de periode van het meerjarig financieel kader 2021-2027 (“MFK 2021-2027”).

Deze verordening bepaalt de doelstellingen van IPA III, de begroting voor de periode 2021-2027, de vormen van financiering door de Unie en de regels voor de verstrekking van die financiering.

Artikel 2

Definitie

Voor de toepassing van deze verordening wordt onder “grensoverschrijdende samenwerking” verstaan:

a) samenwerking tussen de lidstaten en de in bijlage I bij deze verordening vermelde begunstigden als bedoeld in artikel 3, lid 1, punt b), van Verordening (EU) 2021/1059,

b) samenwerking tussen twee of meer in bijlage I bij deze verordening vermelde begunstigden, of

c) samenwerking tussen in bijlage I bij deze verordening vermelde begunstigden en de in bijlage I bij Verordening (EU) 2021/947 vermelde landen en gebieden.

Artikel 3

Doelstellingen van IPA III

1. De algemene doelstelling van IPA III is het verlenen van steun aan de in bijlage I vermelde begunstigden ten behoeve van de vaststelling en tenuitvoerlegging van de politieke, institutionele, juridische, administratieve, sociale en economische hervormingen die voor die begunstigden noodzakelijk zijn om te voldoen aan de waarden van de Unie en zich, met het oog op het toekomstig lidmaatschap van de Unie, geleidelijk aan te passen aan de regels, de normen, het beleid en de praktijken (“acquis”) van de Unie, en aldus bij te dragen tot wederzijdse stabiliteit, veiligheid, vrede en welvaart.

2. IPA III heeft de volgende specifieke doelstellingen:

a) versterken van de rechtsstaat, de democratie, de eerbiediging van de mensenrechten en fundamentele vrijheden, onder meer door het bevorderen van een onafhankelijke rechterlijke macht, een versterkte veiligheid en de bestrijding van corruptie en georganiseerde criminaliteit, de inachtneming van het internationaal recht, mediavrijheid en academische vrijheid en een gunstig klimaat voor het maatschappelijk middenveld, bevorderen van non-discriminatie en verdraagzaamheid, zorgen voor de eerbiediging van de rechten van personen die tot minderheden behoren en bevorderen van gendergelijkheid en verbeteren van migratiebeheer, inclusief grensbeheer, en aanpakken van irreguliere migratie en gedwongen ontheemding;

b) effectiever maken van het openbaar bestuur en ondersteunen van transparantie, structurele hervormingen en goed bestuur op alle niveaus, ook wat betreft overheidsopdrachten en staatssteun;

c) aanpassen van de regels, de normen, het beleid en de praktijken van de in bijlage I vermelde begunstigden aan die van de Unie en versterken van regionale samenwerking, verzoeningsprocessen en goede nabuurschapsbetrekkingen, alsook van persoonlijke contacten en strategische communicatie;

d) versterken van economische en sociale ontwikkeling en cohesie, met bijzondere aandacht voor jongeren, onder meer door onderwijs van hoge kwaliteit en werkgelegenheidsmaatregelen, het ondersteunen van investeringen en het ontwikkelen van de particuliere sector, met een focus op kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s), alsook op landbouw en plattelandsontwikkeling;

e) versterken van de milieubescherming, verbeteren van de klimaatbestendigheid, versnellen van de overgang naar een koolstofarme economie, ontwikkelen van de digitale economie en samenleving, en versterken van duurzame connectiviteit in alle dimensies ervan;

f) ondersteunen van territoriale samenhang en grensoverschrijdende samenwerking over land- en zeegrenzen heen, met inbegrip van transnationale en interregionale samenwerking.

3. In overeenstemming met de specifieke doelstellingen kan de steun, naargelang het geval, betrekking hebben op de onderstaande thematische prioriteiten:

a) tot stand brengen en reeds in een vroeg stadium bevorderen van het goed functioneren van de instellingen die nodig zijn voor een goed werkende rechtsstaat, en democratische instellingen verder consolideren;

b) versterken van de capaciteit om migratieproblemen op regionaal en internationaal niveau het hoofd te bieden;

c) opvoeren van de strategische-communicatiecapaciteiten, onder meer voor communicatie met het publiek over noodzakelijke hervormingen om aan de criteria voor lidmaatschap van de Unie te voldoen;

d) bevorderen van goed bestuur en hervormen van het openbaar bestuur conform de beginselen van openbaar bestuur;

e) versterken van begrotings- en economische governance;

f) versterken van alle aspecten van goede nabuurschapsbetrekkingen, regionale stabiliteit en wederzijdse samenwerking;

g) versterken van het vermogen van de Unie en haar partners om conflicten te voorkomen, vrede op te bouwen en pre- en postcrisisbehoeften aan te pakken;

h) versterking van de capaciteiten, onafhankelijkheid en pluraliteit van maatschappelijke organisaties;

i) bevorderen van de afstemming van de regels, normen, beleidsmaatregelen en praktijken van de begunstigden op die van de Unie;

j) bevorderen van gendergelijkheid en versterking van de positie van vrouwen en meisjes;

k) versterken van de toegang tot en de kwaliteit van onderwijs, opleiding en een leven lang leren op alle niveaus en het ondersteunen van de culturele en de creatieve sector en sport;

l) bevorderen van kwalitatief hoogstaande werkgelegenheid en toegang tot de arbeidsmarkt;

m) bevorderen van sociale bescherming en integratie en bestrijden van armoede;

n) bevorderen van slim, duurzaam, inclusief en veilig vervoer, elimineren van knelpunten in essentiële netwerkinfrastructuren, en zorgen voor meer energiezekerheid en -diversificatie;

o) verbeteren van het klimaat voor de particuliere sector en van het concurrentievermogen van ondernemingen, in het bijzonder van kmo’s;

p) verbeteren van de toegang tot digitale technologieën en diensten en versterken van onderzoek, technologische ontwikkeling en innovatie;

q) bijdragen tot de veiligheid en de zekerheid van de voedsel- en watervoorziening;

r) beschermen van het milieu en verbeteren van de kwaliteit van het milieu;

s) samenwerken met de in bijlage I vermelde begunstigden inzake het vreedzaam gebruik van kernenergie op het gebied van gezondheidszorg, landbouw en voedselveiligheid;

t) versterken van het vermogen van de agro-voedingssector en de visserijsector om de concurrentiedruk en de marktkrachten het hoofd te kunnen bieden.

4. Ter bevordering van goede nabuurschapsbetrekkingen, de integratie met de Unie en sociaal-economische ontwikkeling, kan steun voor grensoverschrijdende samenwerking tussen de in bijlage I vermelde begunstigden, naargelang het geval, betrekking hebben op de onderstaande thematische prioriteiten:

a) bevorderen van werkgelegenheid, arbeidsmobiliteit en maatschappelijke en culturele inclusie op grensoverschrijdend niveau;

b) beschermen van het milieu en bevorderen van de aanpassing aan de klimaatverandering, de beperking van de klimaatverandering, en risicopreventie en -beheer;

c) bevorderen van duurzaam vervoer en verbeteren van de openbare infrastructuur;

d) bevorderen van de digitale economie en samenleving;

e) stimuleren van toerisme en behouden en bevorderen van cultureel en natuurlijk erfgoed;

f) investeren in jeugd, sport, onderwijs en vaardigheden;

g) bevorderen van lokale en regionale governance;

h) bevorderen van grensoverschrijdende initiatieven ter bevordering van verzoening en overgangsjustitie;

i) vergroten van het concurrentievermogen, verbeteren van het ondernemingsklimaat en de ontwikkeling van kmo’s, handel en investeringen;

j) versterken van onderzoek, technologische ontwikkeling, innovatie en digitale technologieën.

5. De thematische prioriteiten voor de steunverlening, afgestemd op de behoeften en capaciteiten van de in bijlage I vermelde begunstigden, worden verder omschreven in bijlage II. De thematische prioriteiten voor grensoverschrijdende samenwerking tussen de in bijlage I vermelde begunstigden worden verder omschreven in bijlage III. Elk van die thematische prioriteiten kan bijdragen tot de verwezenlijking van meer dan één specifieke doelstelling.

6. De Commissie is bevoegd om, voorafgaand aan de vaststelling van het IPA-programmeringskader, overeenkomstig de artikelen 14 en 15 een gedelegeerde handeling vast te stellen om deze verordening aan te vullen met bepaalde specifieke doelstellingen en thematische steunprioriteiten met betrekking tot de in lid 3, punten a) tot en met m), en punt r), en lid 4, punten a) tot en met j), van dit artikel bedoelde aangelegenheden.

Artikel 4

Begroting

1. De financiële middelen voor de uitvoering van IPA III voor de periode 2021-2027 bedragen 14 162 000 000 EUR in lopende prijzen.

2. Het in lid 1 van dit artikel bedoelde bedrag kan worden gebruikt voor het financieren van ondersteunende maatregelen voor het uitvoeren van IPA III, zoals activiteiten op het gebied van voorbereiding, monitoring, controle, audit en evaluatie, daaronder begrepen institutionele informatietechnologiesystemen, overeenkomstig artikel 24 van Verordening (EU) 2021/947.

Artikel 5

Programmaoverschrijdende bepalingen

1. Bij de uitvoering van deze verordening wordt gezorgd voor samenhang, synergieën en complementariteit met andere gebieden van het externe optreden van de Unie en met andere relevante beleidslijnen en programma’s van de Unie, en voor beleidscoherentie op het gebied van ontwikkeling.

2. Verordening (EU) 2021/817 is van toepassing op in het kader van deze verordening uitgevoerde activiteiten wanneer daarnaar in deze verordening wordt verwezen.

3. IPA III draagt bij in de financiering van acties die worden uitgevoerd en beheerd overeenkomstig Verordening (EU) 2021/817. Verordening (EU) 2021/817 is van toepassing op het gebruik van de desbetreffende middelen. Daartoe wordt de bijdrage van IPA III opgenomen in het enkelvoudige programmeringsdocument als bedoeld in artikel 13, lid 6, van Verordening (EU) 2021/947 en vastgesteld overeenkomstig de in die verordening vastgestelde procedures. Dat programmeringsdocument bevat een indicatie van het minimumbedrag dat aan in het kader van Verordening (EU) 2021/817 vastgestelde acties moet worden toegewezen.

4. De steun uit hoofde van deze verordening kan worden verstrekt voor het soort acties dat is voorzien in het kader van het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling en het Cohesiefonds, waarvan de specifieke doelstellingen en de reikwijdte van de steun zijn vastgesteld bij Verordening (EU) 2021/1058 van het Europees Parlement en de Raad (25), het Europees Sociaal Fonds Plus dat is opgericht bij Verordening (EU) 2021/1057 van het Europees Parlement en de Raad (26) en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling dat moet worden ingesteld door een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van voorschriften inzake steun voor de strategische plannen die de lidstaten in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid opstellen (strategische GLB-plannen) en die uit het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) worden gefinancierd en tot intrekking van Verordeningen (EU) nr. 1305/2013 en van Verordening (EU) nr. 1307/2013 van het Europees Parlement en de Raad.

5. Het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling draagt bij aan programma’s of maatregelen die voor grensoverschrijdende samenwerking tussen de in bijlage I vermelde begunstigden en een of meer lidstaten zijn vastgesteld. De Commissie stelt die programma’s en maatregelen vast overeenkomstig artikel 17, lid 3, van deze verordening. Het bedrag van de steun uit IPA III-fondsen die zijn toegewezen aan grensoverschrijdende samenwerking, als bedoeld in artikel 10, lid 3, van Verordening (EU) 2021/1059, wordt overeenkomstig dat artikel bepaald. IPA III-fondsen die zijn toegewezen aan grensoverschrijdende samenwerking worden beheerd overeenkomstig Verordening (EU) 2021/1059.

6. IPA III kan bijdragen aan programma’s of maatregelen voor transnationale en interregionale samenwerking die zijn vastgesteld en ten uitvoer worden gelegd op grond van Verordening (EU) 2021/1059, in voorkomend geval rekening houdend met macroregionale of zeegebiedstrategieën, en waaraan wordt deelgenomen door de in bijlage I bij deze verordening vermelde begunstigden.

Indien een programma of maatregel voor transnationale en interregionale samenwerking eveneens steun ontvangt in het kader van het NDICI, wordt voorfinanciering uitgekeerd overeenkomstig artikel 22, lid 5, van Verordening (EU) 2021/947.

7. Waar passend kunnen andere programma’s van de Unie overeenkomstig artikel 9 bijdragen aan acties die in het kader van deze verordening zijn vastgesteld, mits de bijdragen niet dezelfde kosten dekken. Deze verordening kan ook bijdragen aan maatregelen die in het kader van andere programma’s van de Unie zijn vastgesteld, mits de bijdragen niet dezelfde kosten dekken. In dergelijke gevallen wordt in het desbetreffende werkprogramma bepaald welk pakket regels van toepassing is.

8. Teneinde de coherentie en de doeltreffendheid van de financiering van de Unie te waarborgen of de regionale samenwerking te bevorderen, kan de Commissie, indien dat naar behoren wordt gemotiveerd, besluiten dat landen, gebieden of regio’s die anders niet in aanmerking komen voor financiering op grond van artikel 3, lid 1, toch in aanmerking komen voor actieplannen en maatregelen als bedoeld in artikel 9, lid 1, mits de uit te voeren plannen of maatregelen een mondiaal, regionaal of grensoverschrijdend karakter hebben.

Hoofdstuk II - Strategische planning


Artikel 6

Beleidskader en algemene beginselen

1. Het uitbreidingsbeleidskader dat de Europese Raad en de Raad hebben vastgesteld, de overeenkomsten die juridisch bindende betrekkingen met de in bijlage I vermelde begunstigden tot stand brengen, alsmede resoluties van het Europees Parlement en mededelingen van de Commissie en gezamenlijke mededelingen van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, vormen het algemene beleidskader voor de tenuitvoerlegging van deze verordening. De Commissie zorgt voor samenhang tussen de steun uit hoofde van deze verordening en het uitbreidingsbeleidskader.

2. In de programma’s en acties in het kader van IPA III ter verwezenlijking van de in artikel 3, lid 2, genoemde specifieke doelstellingen worden de horizontale prioriteiten klimaatverandering, milieubescherming, mensenrechten en gendergelijkheid geïntegreerd, ter bevordering van geïntegreerde acties die wederzijdse voordelen opleveren en waarmee meerdere doelstellingen op coherente wijze worden verwezenlijkt. In voorkomend geval wordt in de programma’s en acties aandacht besteed aan de onderlinge verbanden tussen de duurzame-ontwikkelingsdoelen, onder meer wat betreft de doelstellingen van het bevorderen van vreedzame en inclusieve samenlevingen en het terugdringen van armoede.

3. De Commissie draagt in overleg met de lidstaten bij tot het verwezenlijken van de inspanningen van de Unie voor grotere transparantie en verantwoording bij de verstrekking van steun, mede door het beschikbaar maken, via internetdatabanken, van informatie over het volume en de toewijzing van de steun, waarbij zij ervoor zorgt dat gegevens vergelijkbaar zijn en gemakkelijk kunnen worden ingezien, gedeeld en gepubliceerd.

4. De Commissie en de lidstaten werken samen om coherentie te waarborgen en streven ernaar overlapping te vermijden tussen de steun uit hoofde van deze verordening en andere steun van de Unie, de lidstaten en de Europese Investeringsbank Groep, overeenkomstig de beginselen die zijn vastgelegd voor de versterking van de operationele coördinatie op het gebied van externe steun, onder meer via verbeterde coördinatie met de lidstaten op lokaal niveau, en via de harmonisering van beleid en procedures, in het bijzonder de internationale beginselen inzake de effectiviteit van ontwikkeling. Dergelijke coördinatie omvat regelmatig en tijdig overleg, frequente uitwisseling van informatie in de diverse fasen van de steuncyclus, alsook bijeenkomsten met alle betrokkenen ter bespreking van de coördinatie van de steun, onder meer op lokaal niveau, en vormt een belangrijk onderdeel van de programmeringsprocedures van de Unie en de lidstaten.

5. Conform het beginsel van inclusief partnerschap zorgt de Commissie er, waar passend, voor dat de betrokken belanghebbenden in de in bijlage I vermelde begunstigden, met inbegrip van maatschappelijke organisaties en lokale en regionale overheden, naargelang het geval, terdege worden geraadpleegd en op tijd toegang hebben tot relevante informatie, zodat zij een zinvolle rol kunnen spelen bij de opzet en uitvoering van programma’s en daarmee verband houdende monitoring. De Commissie moedigt de coördinatie tussen de betrokken belanghebbenden aan.

De capaciteit van maatschappelijke organisaties wordt vergroot, onder meer hun capaciteiten als direct begunstigden van steun, waar passend.

6. De Commissie neemt in overleg met de lidstaten de nodige maatregelen om te zorgen voor coördinatie en complementariteit met multilaterale en regionale organisaties en entiteiten, zoals internationale organisaties en financiële instellingen, en agentschappen en donoren buiten de Unie.

Hoofdstuk III - Uitvoering


Artikel 7

IPA-programmeringskader

1. De steun uit hoofde van deze verordening is gebaseerd op een IPA-programmeringskader voor de verwezenlijking van de in artikel 3, lid 2, vermelde specifieke doelstellingen en de in artikel 3, lid 3, vermelde en in de bijlagen II en III verder omschreven thematische prioriteiten. De Commissie stelt het IPA-programmeringskader vast voor de duur van het MFK 2021-2027.

2. Het Europees Parlement en de Raad keuren de jaarlijkse kredieten goed binnen de grenzen van het MFK 2021-2027.

3. Het IPA-programmeringskader wordt conform het beleidskader en de algemene beginselen van artikel 6 ontwikkeld en houdt terdege rekening met de geldende nationale strategieën en het geldende sectorale beleid.

4. Het IPA-programmeringskader omvat naar jaar uitgesplitste indicatieve toewijzingen van de Uniemiddelen voor thematische gebieden, in overeenstemming met de in artikel 3, lid 2, vermelde specifieke doelstellingen, naargelang het geval, onverminderd de mogelijkheid van het combineren van steun die verschillende specifieke doelstellingen moet helpen verwezenlijken.

5. Het IPA-programmeringskader bevat indicatoren voor het beoordelen van de vorderingen bij het verwezenlijken van de in artikel 3, lid 2, bedoelde specifieke doelstellingen. Die indicatoren zijn coherent met de in bijlage IV vermelde kernprestatie-indicatoren.

6. De Commissie verricht jaarlijks een beoordeling van de uitvoering van het IPA-programmeringskader in het licht van de ontwikkeling van het in artikel 6 bedoelde beleidskader en aan de hand van de in lid 5 van dit artikel bedoelde indicatoren. Die beoordeling bevat ook een stand van zaken wat betreft de gecommitteerde en geplande toewijzingen voor de in bijlage I vermelde begunstigden en op welke wijze de in artikel 8 bedoelde aanpak op grond van prestaties en het beginsel van eerlijke verdeling zijn toegepast. De Commissie legt die beoordeling voor aan het in artikel 17 genoemde comité.

7. Op basis van de in lid 6 bedoelde jaarlijkse beoordeling kan de Commissie, indien nodig, een herziening van het IPA-programmeringskader voorstellen. Voorts kan de Commissie het IPA-programmeringskader naar aanleiding van de in artikel 42 van Verordening (EU) 2021/947 bedoelde tussentijdse beoordeling evalueren en, waar passend, herzien. Elke herziening van het IPA-programmeringskader vindt plaats overeenkomstig de in lid 8 bedoelde procedure.

8. Onverminderd lid 9 stelt de Commissie het IPA-programmeringskader vast door middel van een uitvoeringshandeling. Die uitvoeringshandeling wordt volgens de in artikel 17, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

9. De Commissie stelt het programmeringskader voor grensoverschrijdende samenwerking met lidstaten vast overeenkomstig artikel 17, lid 3.

Artikel 8

Steun aan begunstigden, prestatiebeoordeling en beginsel van eerlijke verdeling

1. De steun uit hoofde van deze verordening is zowel op een prestatiebenadering als op het beginsel van eerlijke verdeling gebaseerd, zoals bepaald in de leden 2, 3 en 4.

2. De steun heeft tot doel vorderingen te bewerkstelligen met betrekking tot alle in bijlage I vermelde begunstigden en is gericht op en aangepast aan hun specifieke situatie, rekening houdend met eventuele verdere inspanningen die nodig zijn om de doelstellingen van deze verordening te verwezenlijken. De behoeften en capaciteiten van die begunstigden worden in aanmerking genomen volgens het beginsel van eerlijke verdeling, zulks ter voorkoming van een disproportioneel lage steun in vergelijking met andere begunstigden.

3. De steun is gedifferentieerd in omvang en intensiteit naargelang de prestaties van de in bijlage I vermelde begunstigden, meer bepaald naargelang hun inzet en vorderingen bij het doorvoeren van hervormingen, en naargelang hun behoeften.

4. Bij het beoordelen van de prestaties van de in bijlage I vermelde begunstigden en het beslissen over de te verstrekken steun, gaat bijzondere aandacht uit naar de geleverde inspanningen op het gebied van de rechtsstaat en de grondrechten, de democratische instellingen en de hervorming van het openbaar bestuur, alsmede op het gebied van economische ontwikkeling en concurrentievermogen.

5. In geval van een aan de hand van de in artikel 7, lid 5, bedoelde indicatoren gemeten significante achteruitgang of aanhoudend uitblijven van vorderingen op de in lid 4 van dit artikel vermelde gebieden bij een in bijlage I vermelde begunstigde, worden de reikwijdte en intensiteit van de steun dienovereenkomstig bijgesteld overeenkomstig lid 6, onder meer door de middelen proportioneel te verminderen en een andere bestemming te geven, op zodanige wijze dat de steun voor het verbeteren van de grondrechten, de democratie en de rechtsstaat, waaronder steun aan het maatschappelijk middenveld en, waar passend, samenwerking met lokale overheden, niet in het gedrang komt. Indien de vorderingen worden hervat, wordt de steun ook dienovereenkomstig bijgesteld overeenkomstig lid 6, teneinde die inspanningen verder te ondersteunen.

6. Over de steun aan de in bijlage I vermelde begunstigden wordt beslist in het kader van de in artikel 9 bedoelde maatregelen.

Artikel 9

Uitvoeringsmaatregelen en -methoden

1. De steun in het kader van deze verordening wordt uitgevoerd in direct beheer of indirect beheer, overeenkomstig het Financieel Reglement, door middel van jaarlijkse of meerjarige actieplannen en maatregelen als bedoeld in titel II, hoofdstuk III, van Verordening (EU) 2021/947. De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen actieplannen en maatregelen vast. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 17, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure. Titel II, hoofdstuk III, van Verordening (EU) 2021/947 is van toepassing op deze verordening, met uitzondering van artikel 28, lid 1, van die verordening.

2. De overgang van direct beheer door de Commissie naar indirect beheer door de in bijlage I vermelde begunstigden verloopt geleidelijk en wordt afgestemd op de capaciteit van elk van die begunstigden, met inachtneming van de beginselen van goed bestuur. De Commissie neemt, indien nodig, passende toezichtsmaatregelen ter bescherming van de financiële belangen van de Unie. De Commissie mag die overgang ook terugdraaien indien een in bijlage I vermelde begunstigde de toepasselijke verplichtingen, beginselen, doelstellingen en regels van het Financieel Reglement niet nakomt.

3. Het Europees Parlement kan regelmatig met de Commissie van gedachten wisselen over zijn eigen bijstandsprogramma’s, onder meer over capaciteitsopbouw, met inbegrip van bemiddeling en dialoog, en verkiezingswaarneming.

4. Actieplannen in het kader van deze verordening kunnen worden vastgesteld voor een periode van ten hoogste zeven jaar.

5. Begrotingssteun is gebaseerd op wederzijdse verantwoordingsplicht en een gezamenlijke inzet voor democratie, mensenrechten en de rechtsstaat, en wordt verstrekt overeenkomstig artikel 236 van het Financieel Reglement en artikel 27 van Verordening (EU) 2021/947. Acties in het kader van IPA III dienen ter ondersteuning van de ontwikkeling van parlementaire controle, auditcapaciteit en grotere transparantie en toegang van het publiek tot informatie.

Artikel 10

Grensoverschrijdende samenwerking

1. Ten hoogste 3 % van de financiële middelen wordt indicatief toegewezen aan programma’s voor grensoverschrijdende samenwerking tussen de in bijlage I vermelde begunstigden en de lidstaten, in overeenstemming met hun behoeften en prioriteiten.

2. Het medefinancieringspercentage van de Unie bedraagt voor elke prioriteit ten hoogste 85 % van de subsidiabele uitgaven van een programma voor grensoverschrijdende samenwerking.

3. Het bedrag van de voorfinanciering voor grensoverschrijdende samenwerking met lidstaten mag het percentage bedoeld in artikel 51, lid 3, van Verordening (EU) 2021/1059 overschrijden en bedraagt maximaal 50 % van de eerste drie begrotingsvastleggingen voor het programma.

4. Indien programma’s voor grensoverschrijdende samenwerking overeenkomstig artikel 12 van Verordening (EU) 2021/1059 worden stopgezet, kan de steun voor het stopgezette programma die uit hoofde van deze verordening was verleend en beschikbaar blijft, worden gebruikt voor de financiering van andere acties die voor steun in het kader van deze verordening in aanmerking komen.

Hoofdstuk IV - Subsidiabiliteit


Artikel 11

Subsidiabiliteit in het kader van IPA III

Deelname aan procedures voor de gunning van aanbestedingen of de toekenning van subsidies en prijzen voor krachtens deze verordening gefinancierde acties staat open voor internationale en regionale organisaties en voor alle andere natuurlijke personen die onderdaan zijn van, en voor rechtspersonen die daadwerkelijk gevestigd zijn in:

a) lidstaten, in bijlage I bij deze verordening vermelde begunstigden, partijen bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte en landen die vallen onder bijlage I bij Verordening (EU) 2021/947, en

b) landen ten aanzien waarvan de Commissie wederzijdse toegang tot externe bijstand heeft vastgesteld.

Voor de toepassing van punt b), kan wederzijdse toegang voor een beperkte periode van ten minste één jaar worden vastgesteld indien een land entiteiten van de Unie en entiteiten uit landen die voor deelname in het kader van deze verordening in aanmerking komen, op gelijke voorwaarden tot deelname toelaat. De Commissie beslist over de wederzijdse toegang na raadpleging van het betrokken begunstigde land of de betrokken begunstigde landen.

Hoofdstuk - V


EFDO+ en begrotingsgaranties

Artikel 12

Financieringsinstrumenten en garantie voor extern optreden

1. Overeenkomstig artikel 31, lid 7, van Verordening (EU) 2021/947 komen de in bijlage I van deze verordening vermelde begunstigden in aanmerking voor steun via het Europees Fonds voor duurzame ontwikkeling+ (EFDO+) en de garantie voor extern optreden. Verrichtingen in het kader van het EFDO+ en de garantie voor extern optreden worden uit hoofde van deze verordening gefinancierd, als bepaald in titel II, hoofdstuk IV, van Verordening (EU) 2021/947, mutatis mutandis, met inachtneming van de bijzondere bepalingen van dit artikel.

2. De Commissie wordt geadviseerd door een specifieke strategische raad bij het beheer van de EFDO+ verrichtingen voor de Westelijke Balkan (“strategische raad”).

3. De strategische raad adviseert de Commissie over de strategische oriëntatie van de investeringen voor de Westelijke Balkan in het kader van het EFDO+, en zorgt mede voor de afstemming daarvan op de leidende beginselen, het beleidskader en de doelstellingen in deze verordening.

De strategische raad ondersteunt de Commissie bij de vaststelling van de algemene investeringsdoeleinden voor de Westelijke Balkan wat betreft het gebruik van de garantie voor extern optreden voor steun aan EFDO+-verrichtingen en ziet toe op een goede en gediversifieerde thematische dekking van de investeringsvensters.

4. De strategische raad van het EFDO+ bestaat uit vertegenwoordigers van de Commissie, vertegenwoordigers van elke lidstaat en de Europese Investeringsbank (EIB).

Het Europees Parlement heeft de status van waarnemer. Andere betrokken belanghebbenden kunnen deelnemen aan de strategische raad. De strategische raad beslist over de opneming van nieuwe leden of waarnemers.

Onverminderd de specifieke regelingen inzake gezamenlijk voorzitterschap, wordt de strategische raad voorgezeten door de Commissie en worden, voor zover mogelijk, adviezen bij consensus aangenomen.

Deelname aan de vergaderingen van de strategische raad is vrijwillig.

5. De Commissie legt het reglement van orde — inclusief regels inzake de deelname van vertegenwoordigers aan het investeringskader voor de Westelijke Balkan, de rol van waarnemers en de aanwijzing van medevoorzitters — vóór de eerste vergadering van de strategische raad ter goedkeuring voor aan de strategische raad.

De notulen en de agenda’s van de vergaderingen van de strategische raad worden na de goedkeuring ervan openbaar gemaakt.

6. De Commissie dient jaarlijks een voortgangsverslag in bij de strategische raad over de uitvoering van de verrichtingen met betrekking tot de Westelijke Balkan.

Hoofdstuk VI - Monitoring, verslaglegging en evaluatie


Artikel 13

Monitoring, audit en evaluatie en bescherming van de financiële belangen van de Unie

1. Artikel 41 van Verordening (EU) 2021/947 inzake toezicht en verslaglegging is van overeenkomstige toepassing op deze verordening. Het in artikel 41, lid 5, van Verordening (EU) 2021/947 bedoelde jaarverslag bevat ook informatie over vastleggingen en betalingen per instrument (IPA, IPA II en IPA III).

2. De kernprestatie-indicatoren voor de monitoring van de uitvoering en de vorderingen van IPA III bij de verwezenlijking van de in artikel 3 genoemde specifieke doelstellingen zijn vermeld in bijlage IV bij deze verordening.

3. Wat de grensoverschrijdende samenwerking met lidstaten betreft, gelden de indicatoren, bedoeld in artikel 34 van Verordening (EU) 2021/1059.

4. Bij het resultatenkader voor de IPA III-steun wordt, naast de in bijlage IV vermelde indicatoren, rekening gehouden met de verslagen ter begeleiding van de jaarlijkse mededeling van de Commissie inzake het uitbreidingsbeleid van de Unie en de beoordelingen van de economische hervormingsprogramma’s door de Commissie.

5. Naast de in artikel 41, leden 5 en 6, van Verordening (EU) 2021/947 bedoelde gegevens bevat het jaarverslag informatie over de vastleggingen voor specifieke doelstellingen als bedoeld in artikel 3 van deze verordening.

6. Artikel 42 van Verordening (EU) 2021/947 inzake de tussentijdse en eindevaluatie is van overeenkomstige toepassing.

7. In aanvulling op artikel 129 van het Financieel Reglement betreffende de bescherming van de financiële belangen van de Unie, melden, bij indirect beheer, de in bijlage I van deze verordening vermelde begunstigden alle onregelmatigheden, met inbegrip van fraude, waarover een eerste administratief of gerechtelijk proces-verbaal is opgesteld, onverwijld aan de Commissie en houden zij de Commissie op de hoogte van het verloop van alle administratieve en gerechtelijke procedures in verband met deze onregelmatigheden. Dergelijke rapportering wordt verricht met door de Commissie ingestelde elektronische middelen die gebruikmaken van het Irregularity Management System.

Hoofdstuk VII - Slotbepalingen


Artikel 14

Bevoegdheidsdelegatie

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 15 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van de bijlagen II, III en IV en tot aanvulling van deze verordening overeenkomstig artikel 3, lid 6.

Artikel 15

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1. De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2. De in artikel 14 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen wordt aan de Commissie toegekend voor de looptijd van deze verordening.

3. Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 14 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheden. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4. Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

5. Een overeenkomstig artikel 14 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

Artikel 16

Vaststelling van nadere uitvoeringsvoorschriften

Specifieke voorschriften tot vaststelling van eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van deze verordening, in het bijzonder met betrekking tot de ter voorbereiding van de toetreding op te zetten structuren en steun voor plattelandsontwikkeling, worden vastgesteld door de Commissie volgens de in artikel 17, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure.

Artikel 17

Comitéprocedure

1. De Commissie wordt bijgestaan door een comité voor het instrument voor pretoetredingssteun (het “IPA III-comité”). Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.

2. Het IPA III-comité assisteert de Commissie om de in artikel 3 vermelde doelstellingen te vervullen in het licht van de jaarlijkse beoordeling door de Commissie overeenkomstig artikel 7, lid 6, en artikel 13, lid 5.

3. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

4. Het reglement van orde van het IPA III-comité voorziet in termijnen die in verhouding staan tot het vereiste dat de leden van het comité in een vroeg stadium en daadwerkelijk de gelegenheid krijgen de ontwerpuitvoeringshandelingen te bestuderen en hun standpunten kenbaar te maken, overeenkomstig artikel 3 van Verordening (EU) nr. 182/2011.

5. In gevallen waarin het advies van het comité via een schriftelijke procedure dient te worden verkregen, wordt die procedure zonder gevolg beëindigd indien, binnen de termijn voor het uitbrengen van het advies, de voorzitter van het comité daartoe besluit of een eenvoudige meerderheid van de leden van het comité daarom verzoekt.

6. Een waarnemer van de EIB neemt deel aan de werkzaamheden van het IPA III-comité voor wat betreft kwesties die betrekking hebben op de EIB.

7. Het IPA III-comité staat de Commissie bij en is ook bevoegd voor rechtshandelingen en vastleggingen uit hoofde van Verordeningen (EG) nr. 1085/2006 en (EU) nr. 231/2014, alsmede voor de uitvoering van artikel 3 van Verordening (EG) nr. 389/2006.

8. Het IPA III-comité is niet bevoegd voor de bijdrage aan Erasmus+ als bedoeld in artikel 5, lid 3.

Artikel 18

Informatie, communicatie en zichtbaarheid

1. De ontvangers van Uniefinanciering uit hoofde van IPA III erkennen de oorsprong van die middelen en geven zichtbaarheid aan de Uniefinanciering, met name bij het promoten van en de verslaglegging over de acties en de resultaten ervan, door in communicatiemateriaal in verband met de uit hoofde van deze verordening ondersteunde acties op een zichtbare wijze de aandacht te vestigen op de van de Unie ontvangen steun en de voordelen ervan voor de bevolking, en door op strategische wijze samenhangende, doeltreffende en evenredige gerichte informatie te verschaffen aan uiteenlopende doelgroepen, waaronder de media en het grote publiek.

In overeenkomsten met ontvangers van Uniefinanciering uit hoofde van IPA III worden in dat verband verplichtingen opgenomen.

In overeenkomsten met in bijlage I vermelde begunstigden worden de beginselen die in acht moeten worden genomen inzake zichtbaarheid en communicatieactiviteiten en de doelstellingen van die activiteiten opgenomen, evenals een duidelijke verplichting om actief bekendheid te geven aan de informatie over programma’s en acties in het kader van IPA III.

Teneinde de resultaten van communicatieactiviteiten voor grensoverschrijdende samenwerkingsprogramma’s tussen de in bijlage I vermelde begunstigden te verbeteren, worden specifieke gezamenlijke communicatieactiviteiten gepland.

Acties uit hoofde van IPA III worden uitgevoerd overeenkomstig de communicatie- en zichtbaarheidsvereisten voor door de Unie gefinancierd extern optreden en andere toepasselijke richtsnoeren.

2. Om de financiële steun van de Unie zichtbaar te maken, voert de Commissie informatie- en communicatieacties uit met betrekking tot IPA III en de acties en resultaten ervan, met name op lokaal en regionaal niveau. De uit hoofde van IPA III toegewezen financiële middelen dragen tevens bij aan de institutionele communicatie en de verslaglegging over de politieke prioriteiten van de Unie, voor zover zij direct verband houden met de in artikel 3 bedoelde doelstellingen.

3. IPA III ondersteunt strategische communicatie en publieksdiplomatie, met inbegrip van de strijd tegen desinformatie, met het oog op het overbrengen van de waarden van de Unie en van de meerwaarde en de resultaten van het optreden van de Unie.

4. De Commissie maakt relevante informatie over alle in het kader van deze verordening overeenkomstig artikel 38 van het Financieel Reglement gefinancierde acties, openbaar, onder meer, indien nodig, via een uitgebreide gemeenschappelijke website.

5. Wanneer veiligheidskwesties of politieke gevoeligheden het wenselijk of noodzakelijk kunnen maken om de communicatie en zichtbaarheid in bepaalde landen of gebieden of tijdens bepaalde perioden te beperken, worden de doelgroep en de instrumenten, producten en kanalen die worden gebruikt in verband met de zichtbaarheid van een bepaalde actie, per geval bepaald, in overleg en overeenstemming met de Unie. Dergelijke uitzonderingen moeten naar behoren worden gemotiveerd en de reikwijdte ervan moet per geval worden gespecificeerd en beperkt. Indien snel optreden vereist is naar aanleiding van een plotse crisis, is het niet nodig om onmiddellijk een volledig communicatie- en zichtbaarheidsplan voor te leggen. In dergelijke gevallen wordt echter van meet af aan op geëigende wijze op de steun van de Unie gewezen.

Artikel 19

Overgangsbepalingen

1. Deze verordening doet geen afbreuk aan de voortzetting of de wijziging van acties op grond van Verordeningen (EG) nr. 1085/2006 of (EU) nr. 231/2014, die op die acties van toepassing blijven totdat die acties worden afgesloten. Titel II, hoofdstuk III, van Verordening (EU) 2021/947 is van toepassing op die acties, met uitzondering van artikel 28, leden 1 en 3, daarvan, in de plaats waarvan artikel 8, lid 4, en artikel 10, leden 1 en 3, van Verordening (EU) nr. 236/2014 van het Europees Parlement en de Raad (27) van toepassing zijn.

2. De financiële middelen voor IPA III kunnen tevens de uitgaven dekken voor de technische en administratieve bijstand die noodzakelijk zijn om de overgang te waarborgen tussen de maatregelen die zijn vastgesteld op grond van IPA II en op grond van IPA III, alsmede eventuele activiteiten in verband met de voorbereiding van het vervolgprogramma voor pretoetredingssteun.

3. Zo nodig kunnen voor het beheer van acties die op 31 december 2027 nog niet zijn voltooid, ook na 2027 kredieten ter dekking van de in artikel 4, lid 2, bedoelde uitgaven in de begroting van de Unie worden opgenomen.

Artikel 20

Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2021.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.