Artikelen bij COM(2018)462 - Europees instrument voor nucleaire veiligheid, aanvullend op instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking op basis van het Euratom-Verdrag - EU monitor

EU monitor
Zondag 15 september 2019
kalender

Dit is een beperkte versie

U kijkt naar een beperkte versie van dit dossier in de EU Monitor.




TITEL I
ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1 - Onderwerp

Bij deze verordening wordt het 'Europees instrument voor nucleaire veiligheid, ter aanvulling van het instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking op basis van het Euratom-Verdrag' vastgesteld.

In deze verordening worden de doelstellingen van dit programma, de begroting voor de periode†2021-2027, de vormen van financiering door de Unie alsmede de regels voor de verstrekking van die financiering vastgelegd.

Artikel†2
Doelstellingen

1. Deze verordening heeft tot doel de in het kader van de [NDICI-verordening] gefinancierde activiteiten inzake nucleaire samenwerking aan te vullen, in het bijzonder om een hoog niveau van nucleaire veiligheid en stralingsbescherming, alsmede de toepassing van efficiŽnte en effectieve veiligheidscontroles voor nucleair materiaal in derde landen te bevorderen, voortbouwend op de activiteiten binnen de Gemeenschap en overeenkomstig de bepalingen van deze verordening.

2. In overeenstemming met lid 1 zijn de specifieke doelstellingen van deze verordening de volgende:

(a)het bevorderen van een effectieve nucleaire veiligheidscultuur en de toepassing van de†strengste normen inzake nucleaire veiligheid en stralingsbescherming, en het gestaag verbeteren van nucleaire veiligheid;

(b)een verantwoord en veilig beheer van verbruikte splijtstof en radioactief afval en een verantwoorde en veilige ontmanteling en sanering van voormalige nucleaire terreinen en installaties;

(c)het waarborgen van efficiŽnte en effectieve veiligheidssystemen.

Artikel†3
Samenhang, consistentie en complementariteit

1. Bij de uitvoering van deze verordening worden consistentie, synergieŽn en complementariteit met Verordening (EU) nr. XXX/XXX NDICI, andere programma's van het externe optreden van de Unie en met andere relevante beleidslijnen en programma's van de Unie gewaarborgd, evenals de beleidscoherentie voor ontwikkeling.

2. Waar passend kunnen ook andere programma's van de Unie bijdragen tot maatregelen in het kader van deze verordening, op voorwaarde dat die bijdragen niet dezelfde kosten dekken. Waar passend kan deze verordening ook bijdragen tot maatregelen in het kader van andere programma's van de Unie, op voorwaarde dat die bijdragen niet dezelfde kosten dekken. In dergelijke gevallen wordt in het desbetreffende werkprogramma bepaald welk pakket regels van toepassing is.

Artikel 4 - Begroting

De beschikbare financiŽle middelen voor de uitvoering van deze verordening voor de periode 2021-2027 bedragen 300†miljoen EUR in lopende prijzen.

Artikel 5 - Beleidskader

De associatieovereenkomsten, partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomsten, multilaterale overeenkomsten en andere overeenkomsten die een juridisch bindende relatie met de partnerlanden vaststellen, alsmede conclusies van de Europese Raad, conclusies van de Raad en verklaringen van topontmoetingen of conclusies van bijeenkomsten op hoog niveau met partnerlanden, mededelingen van de Commissie of de gezamenlijke mededelingen van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, vormen het algemene beleidskader voor de uitvoering van deze verordening.


TITEL II
TENUITVOERLEGGING VAN DEZE VERORDENING

Artikel 6 - Meerjarige indicatieve programma's

1. De samenwerking van de Gemeenschap in het kader van deze verordening gebeurt op basis van meerjarige indicatieve programmaís.

2. De meerjarige indicatieve programmaís hebben tot doel een samenhangend kader te scheppen voor de samenwerking tussen de Gemeenschap en de betrokken derde landen of regio's, dat in overeenstemming is met het overkoepelende doel en toepassingsgebied, de doelstellingen, de†beginselen en het beleid van de Gemeenschap en gebaseerd is op het in artikel 5 bedoelde beleidskader.

3. De meerjarige indicatieve programmaís vormen een algemene basis voor de samenwerking en omschrijven de doelstellingen van de Gemeenschap voor de samenwerking uit hoofde van deze verordening, rekening houdend met de behoeften van de betrokken landen, de prioriteiten van de Gemeenschap, de internationale situatie en de activiteiten van de betrokken derde landen. In de meerjarige indicatieve programmaís wordt ook aangegeven welke meerwaarde samenwerking biedt, en hoe overlapping met andere programmaís en initiatieven, met name van internationale organisaties die soortgelijke doelstellingen nastreven, en van belangrijke donoren, moet worden voorkomen.

4. De meerjarige indicatieve programma's bepalen de prioritaire terreinen die voor financiering in aanmerking komen, de specifieke doelstellingen, de verwachte resultaten, de prestatie-indicatoren en de indicatieve financiŽle toewijzingen, zowel in totaal als per doelstelling.

5. De meerjarige indicatieve programmaís worden op basis van een dialoog met de partnerlanden en -regioís vastgesteld.

6. De Commissie neemt de meerjarige indicatieve programmaís aan overeenkomstig de in†artikel†13, lid†2, bedoelde onderzoeksprocedure. Volgens dezelfde procedure evalueert de Commissie die indicatieve programmaís en actualiseert ze indien nodig.

Artikel†7

Actieplannen en maatregelen

1. De Commissie keurt jaarlijkse of meerjarige actieplannen en afzonderlijke maatregelen goed op basis van het meerjarige indicatieve programma. De Commissie kan ook bijzondere maatregelen en ondersteunende maatregelen aannemen.

In de actieplannen en afzonderlijke maatregelen worden voor elke actie de nagestreefde doelstellingen, de verwachte resultaten en hoofdactiviteiten, de uitvoeringsmethoden, de begroting en eventuele bijbehorende steunuitgaven vermeld.

Indien nodig kan een actie, vůůr of na de vaststelling van het meerjarige indicatieve programma, als afzonderlijke maatregel worden vastgesteld.

In geval van onvoorziene, naar behoren gemotiveerde behoeften, omstandigheden of verbintenissen kan de Commissie bijzondere maatregelen vaststellen.

2. De actieplannen en maatregelen worden door middel van uitvoeringshandelingen vastgesteld overeenkomstig de in artikel†13, lid†2, bedoelde onderzoeksprocedure.

3. De in lid†2 bedoelde procedure is niet vereist voor:

(a)actieplannen, individuele maatregelen en ondersteunende maatregelen, waarvoor de EU-financiering 10 miljoen EUR niet overschrijdt;

(b)speciale maatregelen waarvoor de financiering van de Unie niet meer dan†10†miljoen EUR bedraagt,

(c)technische wijzigingen, mits deze wijzigingen de doelstellingen van het betrokken actieplan of de betrokken maatregel niet substantieel aantasten, zoals:

i) wijziging van de tenuitvoerleggingsmethode;

ii) herschikking van middelen tussen acties die in een actieplan zijn opgenomen;

iii) verhoging of verlaging van het budget van de actieplannen en maatregelen voor een bedrag dat niet meer dan 20% van het oorspronkelijke budget bedraagt, met een maximum van 10†miljoen†EUR;

In het geval van meerjarige actieplannen en maatregelen, zijn de drempels als bedoeld onder lid 3, a), b), en c), iii), van toepassing op jaarbasis.

De uit hoofde van dit lid vastgestelde actieplannen, maatregelen en technische wijzigingen worden binnen ťťn maand na de vaststelling ervan aan het in artikel†12 bedoelde relevante comitť meegedeeld.

4. Om naar behoren gemotiveerde dwingende redenen van urgentie die verband houden met een noodzakelijk snelle reactie van de Gemeenschap, worden de actieplannen of maatregelen door de Commissie volgens de†procedure van artikel†13, lid†3, door middel van onmiddellijk toepasselijke uitvoeringshandelingen aangenomen of aangepast.

Artikel†8
Ondersteunende maatregelen

1. De Uniefinanciering kan dienen ter dekking van uitgaven voor de uitvoering van het instrument en voor de verwezenlijking van de doelstellingen ervan, waaronder administratieve steun in verband met activiteiten op het gebied van voorbereiding, follow-up, toezicht, controle, audit en evaluatie die noodzakelijk zijn voor de uitvoering, alsmede van uitgaven bij de centrale diensten voor de administratieve ondersteuning die nodig is voor het programma en voor het beheer van in het kader van deze verordening gefinancierde maatregelen, met inbegrip van informatie- en communicatiemaatregelen en bedrijfsinformatietechnologiesystemen.

2. Wanneer ondersteunende uitgaven niet zijn opgenomen in de actieplannen of maatregelen als bedoeld in artikel†6, stelt de Commissie, indien van toepassing, ondersteunende maatregelen vast. De financiering door de Unie in het kader van ondersteunende maatregelen kan betrekking hebben op:

(a)studies, bijeenkomsten, activiteiten op het gebied van informatie, voorlichting, opleiding, voorbereiding en uitwisseling van geleerde lessen en beste praktijken, publicatie en andere uitgaven voor administratieve of technische bijstand die voor de programmering en het beheer van de acties vereist zijn, met inbegrip van onderzoeksmissies of bezoldigde externe deskundigen;

(b)uitgaven voor informatie- en communicatieactiviteiten, onder meer de ontwikkeling van communicatiestrategieŽn en pr-activiteiten, en zichtbaarheid van de politieke prioriteiten van de Unie.


Artikel†9

Methoden van samenwerking

Financiering uit hoofde van dit instrument wordt uitgevoerd door de Commissie, zoals bepaald in het Financieel Reglement, hetzij rechtstreeks door de Commissie zelf, of indirect door een van de entiteiten die worden genoemd in artikel†62, lid†1, onder c), van het Financieel Reglement.


Artikel†10
Vormen van EU-financiering en uitvoeringsmethoden

1. De financiering van de Unie kan worden verstrekt door middel van de financieringsvormen waarin het Financieel Reglement voorziet, met name:

(a)subsidies;

(b)overheidsopdrachten voor diensten of leveringen;

(c)bezoldigde externe deskundigen.

(d)blending;

2. De steun in het kader van deze verordening kan ook worden uitgevoerd overeenkomstig de regels die gelden voor de garantie voor extern optreden die is opgericht uit hoofde van Verordening (EU) nr. XXX/XXX NDICI, en bijdragen aan de voorziening voor de garantie voor extern optreden. Met de garantie voor extern optreden die is opgericht op grond van Verordening (EU) nr. XXX/XXX NDICI worden ook activiteiten op basis van Besluit 77/270/Euratom van de Raad 33 ondersteund.

Het voorzieningspercentage voor de onder de garantie voor extern optreden vallende maatregelen, waartoe deze Verordening een bijdrage levert, bedraagt 9%.

3. De voorzieningspercentages worden om de drie jaar herzien met ingang van de datum van toepassing van deze verordening.

Artikel†11
In aanmerking komende personen en entiteiten

1. Deelname aan overheidsopdrachten, subsidies en de uitreiking van prijzen voor acties die worden gefinancierd op grond van onderhavige verordening, staan open voor internationale organisaties en alle rechtspersonen die onderdaan zijn van en, in het geval van rechtspersonen, die ook daadwerkelijk gevestigd zijn in de volgende landen of gebieden:

(a)lidstaten, begunstigden van Verordening (EU) (IPA III), en partijen bij de overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte;

(b)partnerlanden uit het nabuurschap overeenkomstig Verordening (EU) NDICI;

(c)ontwikkelingslanden en ontwikkelingsgebieden, zoals vermeld in de lijst van ontvangers van officiŽle ontwikkelingsbijstand, zoals bekend gemaakt door de Commissie voor Ontwikkelingsbijstand van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling, die geen lid zijn van de G20, alsmede landen en gebieden overzee waarop Besluit (EU) .../... van toepassing is;

(d)ontwikkelingslanden, zoals vermeld in de lijst van ontvangers van officiŽle ontwikkelingsbijstand van de Commissie voor Ontwikkelingsbijstand van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling, die lid zijn van de G20, en andere landen en gebieden, indien de betrokken procedure plaatsvindt in het kader van acties waaraan zij deelnemen en die door de Unie worden gefinancierd uit hoofde van deze verordening;

(e)landen ten aanzien waarvan de Commissie wederzijdse toegang tot externe bijstand heeft vastgesteld; deze toegang kan voor een beperkte periode van ten minste ťťn jaar worden vastgesteld indien een land entiteiten van de Unie en entiteiten uit landen die voor deelname onder deze verordening in aanmerking komen, op gelijke voorwaarden tot deelname toelaat; de Commissie beslist over de wederkerigheid van de toegang en de duur daarvan, na raadpleging van het betrokken begunstigde land of de betrokken begunstigde landen;

(f)landen die lid zijn van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling, ten aanzien van opdrachten die worden uitgevoerd in een van de†minst ontwikkelde landen of arme landen met hoge schulden, zoals opgenomen in de lijst van ontvangers van officiŽle ontwikkelingsbijstand;

(g)andere derde landen waarin de activiteiten overeenkomstig de meerjarige indicatieve programmaís, actieplannen of maatregelen plaatsvinden;

2. Alle in het kader van deze verordening gefinancierde leveringen en materialen kunnen van oorsprong zijn uit de in lid 1 beschreven landen en moeten voldoen aan de in dat lid vermelde voorwaarden.

3. De voorschriften van dit artikel zijn niet van toepassing op en leiden niet tot nationaliteitsbeperkingen voor natuurlijke personen die bij een voor deelname in aanmerking komende contractant of, in voorkomend geval, subcontractant in dienst zijn of anderszins door deze wettig zijn aangeworven.

4. Voor acties die gezamenlijk worden medegefinancierd door een entiteit, of uitgevoerd in direct of indirect beheer met entiteiten als bedoeld in artikel†62, lid†1, onder c), ii), tot en met viii), van het Financieel Reglement, zijn de subsidiabiliteitsvoorschriften van deze entiteiten eveneens van toepassing.

5. Wanneer donoren financiering te verstrekken voor een trustfonds dat is opgericht door de Commissie of via externe bestemmingsontvangsten, zijn de subsidiabiliteitsvoorschriften van de oprichtingsakte van het trustfonds of van de overeenkomst met de donor in geval van externe bestemmingsontvangsten van toepassing.

6. In het geval van acties die worden gefinancierd uit hoofde van deze verordening en een ander programma van de Unie, worden alle in aanmerking komende entiteiten onder een van die programma's als subsidiabel beschouwd.

7. De subsidiabiliteitsvoorschriften van dit artikel kunnen worden beperkt op het gebied van de nationaliteit, de geografische ligging of aard van de aanvrager, of de oorsprong van de leveringen en materialen, indien deze beperkingen vereist zijn op grond van de specifieke aard en de doelstellingen van de actie en voor zover zij noodzakelijk zijn voor een doeltreffende uitvoering.

8. Inschrijvers, aanvragers en gegadigden uit niet voor deelname in aanmerking komende landen kunnen worden aanvaard in geval van urgentie of de niet-beschikbaarheid van diensten op de markten van de betrokken landen of gebieden, of in andere naar behoren gemotiveerde gevallen waarin de toepassing van de voorschriften voor het in aanmerking nemen de uitvoering van een actie onmogelijk of uiterst moeilijk zou maken.

9. Om de lokale capaciteit en lokale markten en aankopen te bevorderen, wordt voorrang gegeven aan lokale en regionale contractanten indien het Financieel Reglement voorziet in gunning op basis van ťťn offerte. In alle andere gevallen wordt deelname van plaatselijke en regionale contracten bevorderd in overeenstemming met de desbetreffende bepalingen van die verordening.

Artikel†12
Toezicht, verslaglegging en evaluatie

1. Het toezicht, de verslaglegging en de evaluatie worden verricht overeenkomstig artikel†31, leden 2, 4, 5 en 6, en de artikelen 32 en 36 van Verordening (EU) nr. XXX/XXX NDICI.

2. De verwezenlijking van de doelstelling van deze verordening wordt gemeten aan de hand van de volgende indicatoren:

(a)het aantal opgestelde, aangenomen en/of herziene wettelijke en regelgevingshandelingen; en

(b)het aantal ontwerp-, plannings- of haalbaarheidsstudies voor de oprichting van structuren die aan de hoogste normen op het gebied van nucleaire veiligheid voldoen.


TITEL†III
SLOTBEPALINGEN

Artikel†13
Comitť

1. De Commissie wordt bijgestaan door het Comitť voor nucleaire veiligheid. Dat comitť is een comitť in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.

2. Wanneer naar dit lid†wordt verwezen, is artikel†5 van Verordening (EU) nr.†182/2011 van toepassing.

3. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 8 van Verordening (EU) nr. 182/2011, in samenhang met artikel 5 daarvan, van toepassing.

Artikel 14 - Informatie, communicatie, publiciteit en afwijking van de zichtbaarheidsvereisten

Voor de informatie, communicatie en publiciteit in verband met de in artikel†3 genoemde doelstelling en de afwijking van de zichtbaarheidsvereisten zijn de bepalingen van artikel†36 en 37 van Verordening (EU) nr. XXX/XXX NDICI van toepassing.

Artikel†15
EDEO-clausule

Deze verordening is van toepassing overeenkomstig Besluit 2010/427/EU.

Artikel 16 - Overgangsbepalingen

1. De financiŽle middelen voor deze verordening kunnen eveneens de uitgaven dekken voor noodzakelijke technische en administratieve bijstand om de overgang te waarborgen tussen deze verordening en de maatregelen die zijn vastgesteld voordat zij in werking treedt, met name die welke vallen onder Verordening (Euratom) nr.†237/2014 van de Raad.

2. De financiŽle middelen voor deze verordening kunnen dienen ter dekking van uitgaven in verband met de voorbereiding van een opvolger van deze verordening.

3. Zo nodig kunnen voor het beheer van acties die op 31†december 2027 nog niet zullen zijn voltooid, ook na 2027 kredieten ter dekking van de in artikel†6 bedoelde uitgaven in de begroting worden opgenomen.

Artikel†17
Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de [...] dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing vanaf 1 januari 2021.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.