Artikelen bij COM(2020)673 - Éénloketomgeving van de EU voor de douane

Dit is een beperkte versie

U kijkt naar een beperkte versie van dit dossier in de EU Monitor.

dossier COM(2020)673 - Éénloketomgeving van de EU voor de douane.
document COM(2020)673 NLEN
datum 28 oktober 2020


HOOFDSTUK I
Algemene bepalingen

Artikel 1 - Onderwerp

Deze verordening stelt een éénloketomgeving van de Europese Unie voor de douane vast die via het douane-éénloketsysteem van de Europese Unie voor de uitwisseling van certificaten voorziet in een geïntegreerde reeks interoperabele elektronische diensten op nationaal en Unieniveau, om de interactie en uitwisseling van informatie tussen de nationale éénloketomgevingen voor de douane en de in de bijlage bedoelde niet-douanegerelateerde Uniesystemen te ondersteunen. 

De verordening bevat regels voor de nationale éénloketomgevingen voor de douane en regels over digitale administratieve samenwerking en het delen van informatie binnen de éénloketomgeving van de Europese Unie voor de douane.

Artikel 2 - Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt naast de definities in artikel 5, punten 1, 2, 5, 8, 12, 15 en 16, van Verordening (EU) nr. 952/2013 verstaan onder:

1) “nationale éénloketomgeving voor de douane”: een reeks elektronische diensten die door een lidstaat worden geleverd zodat informatie tussen de elektronische systemen van douaneautoriteiten, bevoegde partnerautoriteiten en marktdeelnemers kan worden uitgewisseld;

2) “bevoegde partnerautoriteit”: een autoriteit van een lidstaat of de Commissie die bevoegd is een bepaalde taak uit te voeren om de relevante niet-douanegerelateerde Unieformaliteiten te vervullen;

3) “niet-douanegerelateerde Unieformaliteit”: elke formaliteit voor de internationale handel in goederen die in andere Uniewetgeving dan de douanewetgeving is vastgelegd;

4) “bewijsstuk”: een door de bevoegde partnerautoriteiten afgegeven certificaat, attest, conformiteitsverklaring, vergunning of machtiging, ter verklaring dat niet-douanegerelateerde Unieformaliteiten zijn vervuld;

5) “kwantiteitsbeheer”: het monitoren en beheren van de hoeveelheid door de bevoegde partnerautoriteiten toegelaten goederen in overeenstemming met niet-douanegerelateerde Uniewetgeving op basis van de informatie over het in- en uitklaren van verwante zendingen die door de douaneautoriteiten is verstrekt;

6) “niet-douanegerelateerd Uniesysteem”: een elektronisch Uniesysteem waarin informatie van alle relevante bevoegde partnerautoriteiten wordt opgeslagen, die de douaneautoriteiten nodig hebben om de naleving van de respectieve niet-douanegerelateerde Unieformaliteiten te controleren. 

Artikel 3 - Éénloketomgeving van de Europese Unie voor de douane

Er wordt een éénloketomgeving van de Europese Unie voor de douane opgericht. Deze omgeving omvat het douane-éénloketsysteem van de Europese Unie voor de uitwisseling van certificaten, de nationale éénloketomgevingen voor de douane en de in de bijlage bedoelde niet-douanegerelateerde Uniesystemen.

Hoofdstuk II
Douane-éénloketsysteem van de Europese Unie voor de uitwisseling van certificaten

Artikel 4 - Oprichting van het douane-éénloketsysteem van de Europese Unie voor de uitwisseling van certificaten

Er wordt een elektronisch douane-éénloketsysteem van de Europese Unie voor de uitwisseling van certificaten (EU-CSW-CERTEX) opgericht.  EU-CSW-CERTEX verbindt de nationale éénloketomgevingen voor de douane met de in de bijlage bedoelde niet-douanegerelateerde Uniesystemen.

Artikel 5 - Taken en verantwoordelijkheden voor EU-CSW-CERTEX

1. De Commissie ontwikkelt, integreert en exploiteert EU-CSW-CERTEX samen met de lidstaten.

2. De Commissie verbindt de in de bijlage bedoelde niet-douanegerelateerde Uniesystemen met EU-CSW-CERTEX en zorgt ervoor dat informatie over de in de bijlage bedoelde niet-douanegerelateerde Unieformaliteiten kan worden uitgewisseld.

3. De lidstaten verbinden de nationale éénloketomgevingen voor de douane met EU-CSW-CERTEX en zorgen ervoor dat informatie over de in de bijlage bedoelde niet-douanegerelateerde Unieformaliteiten kan worden uitgewisseld.

4. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 21 gedelegeerde handelingen vast te stellen om de bijlage te wijzigen, met name om andere niet-douanegerelateerde Unieformaliteiten te regelen.

Artikel 6 - Verwerking van persoonsgegevens in EU-CSW-CERTEX

1. De verwerking van persoonsgegevens in EU-CSW-CERTEX mag alleen plaatsvinden om:

a) ervoor te zorgen dat informatie wordt uitgewisseld tussen nationale éénloketomgevingen voor de douane en niet-douanegerelateerde Uniesystemen als bedoeld in de bijlage, wat betreft de daarin vermelde niet-douanegerelateerde Unieformaliteiten;

b) de in artikel 10, lid 2, vermelde transformatie van gegevens te verrichten om de in onderhavig lid, onder a), bedoelde uitwisseling van informatie mogelijk te maken.

2. EU-CSW-CERTEX mag alleen voor de volgende categorieën betrokkenen persoonsgegevens verwerken:

a) natuurlijke personen van wie persoonsgegevens in de douaneaangifte zijn vervat;

b) natuurlijke personen van wie persoonsgegevens zijn vervat in de bewijsstukken of in ander aanvullend bewijs dat nodig is om aan de in de bijlage vermelde niet-douanegerelateerde Unieformaliteiten te voldoen;

c) bevoegd personeel van douaneautoriteiten, bevoegde partnerautoriteiten, autoriteiten voor de controle van zendingen of andere relevante autoriteiten of bevoegde instanties waarvan de persoonsgegevens in de onder a) en b) bedoelde documenten zijn vervat;

d) personeel van de Commissie en namens de Commissie optredende derde dienstverleners die EU-CSW-CERTEX-gerelateerde operationele en onderhoudsactiviteiten verrichten.

3. EU-CSW-CERTEX mag alleen de volgende categorieën persoonsgegevens verwerken:

a) naam, adres, landcode en identificatienummer van de in lid 2, onder a) en b), bedoelde natuurlijke personen, die ofwel op grond van douanewetgeving ofwel van niet-douanegerelateerde Uniewetgeving zijn vereist om de respectieve formaliteiten ervan te vervullen;

b) naam en handtekening van het in lid 2, onder c) en d), bedoelde bevoegde personeel.

4. EU-CSW-CERTEX slaat geen informatie op die is uitgewisseld tussen de nationale éénloketomgevingen voor de douane en niet-douanegerelateerde Uniesystemen.

5. De in lid 1, onder b), bedoelde transformatie van persoonsgegevens geschiedt met behulp van informatietechnologie-infrastructuur in de Unie.       

Artikel 7 - Gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijkheid voor EU-CSW-CERTEX

1. Wat de verwerking van persoonsgegevens in EU-CSW-CERTEX betreft, is de Commissie een gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijke in de zin van artikel 28, lid 1, van Verordening (EU) 2018/1725, en zijn de douaneautoriteiten en de bevoegde partnerautoriteiten gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijken in de zin van artikel 26, lid 1, van Verordening (EU) 2016/679.

2. De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen de respectieve verantwoordelijkheden van de gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijken vast om aan de verplichtingen uit hoofde van Verordeningen (EU) 2016/679 en (EU) 2018/1725 te voldoen. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 22, lid 3, van onderhavige verordening bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

3. De gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijken zorgen ervoor dat zij:

a) samenwerken om het (de) verzoek(en) van de betrokkene(n) tijdig te verwerken;

b) elkaar bijstaan in kwesties inzake de vaststelling en afhandeling van gegevensinbreuken die met gezamenlijke verwerking samenhangen;

c) de relevante informatie uitwisselen die nodig is om betrokkenen te informeren overeenkomstig afdeling 2 van Verordening (EU) 2016/679 en afdeling 2 van Verordening (EU) 2018/1725;

d) de beveiliging, integriteit, beschikbaarheid en vertrouwelijkheid van de gezamenlijk verwerkte persoonsgegevens overeenkomstig artikel 32 van Verordening (EU) 2016/679 en artikel 33 van Verordening (EU) 2018/1725 waarborgen en beschermen.

HOOFDSTUK III
Nationale éénloketomgevingen voor de douane

Artikel 8 - Oprichting van nationale éénloketomgevingen voor de douane 

1. De lidstaten richten nationale éénloketomgevingen voor de douane op. Elke lidstaat is verantwoordelijk voor de ontwikkeling, integratie en exploitatie van zijn éénloketomgeving voor de douane.

2. De nationale éénloketomgevingen voor de douane maken de uitwisseling van informatie en samenwerking via elektronische middelen tussen douaneautoriteiten, bevoegde partnerautoriteiten en marktdeelnemers mogelijk met het oog op de naleving en efficiënte handhaving van douanewetgeving en de in de bijlage vermelde niet-douanegerelateerde Unieformaliteiten.

3. De nationale éénloketomgevingen voor de douane voorzien met name in de volgende functionaliteiten:

a) ze stellen douaneautoriteiten in staat om de naleving van de in de bijlage vermelde niet-douanegerelateerde Unieformaliteiten automatisch te controleren op basis van de gegevens die zijn ontvangen van niet-douanegerelateerde Uniesystemen voor het in- en uitklaren van goederen;

b) ze staan bevoegde partnerautoriteiten toe om, in voorkomend geval, kwantiteitsbeheer met betrekking tot de in de bijlage vermelde niet-douanegerelateerde Unieformaliteiten te verrichten; 

c) ze bieden één communicatiekanaal voor marktdeelnemers om de relevante douaneformaliteiten en niet-douanegerelateerde Unieformaliteiten te vervullen waarop overeenkomstig artikel 12 aanvullende digitale samenwerking van toepassing is.

4. De nationale éénloketomgevingen voor de douane kunnen ook als platform worden gebruikt voor het coördineren van controles overeenkomstig artikel 47, lid 1, van Verordening (EU) nr. 952/2013.

Artikel 9 - Verwerking van persoonsgegevens in de nationale éénloketomgevingen voor de douane

1. De verwerking van persoonsgegevens in de nationale éénloketomgevingen voor de douane vindt overeenkomstig Verordening (EU) 2016/679 afzonderlijk van de in artikel 6 van deze verordening bedoelde verwerkende handelingen plaats.

2. Elke lidstaat is de enige verwerkingsverantwoordelijke voor de gegevensverwerkende handelingen die in zijn nationale éénloketomgeving voor de douane plaatsvinden.

3. Elke lidstaat stelt de Commissie in kennis van inbreuken op persoonsgegevens die de beveiliging, vertrouwelijkheid, beschikbaarheid of integriteit van de in zijn éénloketomgeving voor de douane verwerkte persoonsgegevens in gevaar brengen.

HOOFDSTUK IV
Digitale samenwerking - informatie-uitwisseling en andere procedureregels

Afdeling 1
DIGITALE SAMENWERKING INZAKE NIET-DOUANEGERELATEERDE UNIEFORMALITEITEN

Artikel 10 - Uitwisseling van via EU-CSW-CERTEX verwerkte informatie

1. EU-CSW-CERTEX maakt het voor elke in de bijlage vermelde niet-douanegerelateerde Unieformaliteit mogelijk om informatie uit te wisselen tussen de nationale éénloketomgevingen voor de douane en de relevante niet-douanegerelateerde Uniesystemen voor de volgende doeleinden:

a) het ter beschikking stellen van de relevante gegevens aan douaneautoriteiten om de noodzakelijke geautomatiseerde verificatie van deze formaliteiten te verrichten overeenkomstig Verordening (EU) nr. 952/2013;

b) het ter beschikking stellen van de relevante gegevens aan bevoegde partnerautoriteiten om het kwantiteitsbeheer van toegelaten goederen in niet-douanegerelateerde Uniesystemen te verrichten op basis van de bij douaneautoriteiten aangegeven en door die autoriteiten vrijgegeven goederen;

c) het vergemakkelijken van de integratie van procedures tussen de douane- en bevoegde partnerautoriteiten voor een volledig geautomatiseerd proces voor het in- en uitklaren van goederen en voor de coördinatie van controles overeenkomstig artikel 47, lid 1, van Verordening (EU) nr. 952/2013;

d) het mogelijk maken van elke andere geautomatiseerde doorgifte van gegevens tussen de douane- en relevante bevoegde partnerautoriteiten die door de in de bijlage bedoelde Uniewetgeving is vereist.

2. EU-CSW-CERTEX voorziet voor elke in de bijlage vermelde niet-douanegerelateerde Unieformaliteit in het volgende:

a) het waar mogelijk in overeenstemming brengen van douaneterminologie en niet-douanegerelateerde terminologie en het vaststellen van douaneregelingen waarvoor de bewijsstukken kunnen worden gebruikt op basis van de administratieve besluiten van de bevoegde partnerautoriteit die in de bewijsstukken zijn vermeld;

b) het converteren van het formaat van gegevens die voor het vervullen van de relevante niet-douanegerelateerde Unieformaliteiten zijn vereist in gegevens die compatibel zijn met de douaneaangifte en omgekeerd, zonder de inhoud ervan te wijzigen.

3. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 21 gedelegeerde handelingen vast te stellen waarin de gegevenselementen die in overeenstemming met lid 1 van dit artikel via EU-CSW-CERTEX worden uitgewisseld, nader worden bepaald.

4. De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen specifieke regels vast voor de in de leden 1 en 2 bedoelde informatie-uitwisseling, met inbegrip van, in voorkomend geval, specifieke regels om de bescherming van persoonsgegevens te waarborgen. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 22, lid 2, bedoelde raadplegingsprocedure vastgesteld.

Afdeling 2
AANVULLENDE DIGITALE SAMENWERKING INZAKE NIET-DOUANEGERELATEERDE UNIEFORMALITEITEN

Artikel 11 - Stroomlijning van de vervulling van douaneformaliteiten en niet-douanegerelateerde Unieformaliteiten

Voor goederen die aan een van de in de bijlage vermelde niet-douanegerelateerde Unieformaliteiten zijn onderworpen, bieden de nationale éénloketomgevingen voor de douane de volgende functionaliteiten:

a) er zorg voor dragen dat marktdeelnemers de relevante informatie kunnen indienen die nodig is om aan de toepasselijke douaneformaliteiten en niet-douanegerelateerde Unieformaliteiten te voldoen;

b) het beschikbaar stellen aan marktdeelnemers van de elektronische feedback over het in- en uitklaren van goederen van de douane- en bevoegde partnerautoriteiten die voor het vervullen van de toepasselijke douaneformaliteiten en niet-douanegerelateerde Unieformaliteiten verantwoordelijk zijn.

Artikel 12 - Niet-douanegerelateerde Unieformaliteiten waarop aanvullende digitale samenwerking van toepassing is

1. Een in de bijlage vermelde niet-douanegerelateerde Unieformaliteit is onderworpen aan artikel 8, lid 3, onder c), de artikelen 11 tot en met 15 en artikel 16, lid 2, op voorwaarde dat de Commissie overeenkomstig lid 2 van dit artikel heeft vastgesteld dat die formaliteit aan de criteria in dat lid voldoet.

2. De Commissie bepaalt door middel van uitvoeringshandelingen welke in de bijlage vermelde niet-douanegerelateerde Unieformaliteiten aan de volgende criteria voldoen: 

a) er is overlap tussen verschillende gegevens die voor het verzoek om bewijsstukken en de douaneaangifte zijn vereist;

b) het aantal bewijsstukken dat in de Unie voor de specifieke formaliteit is afgegeven, is niet verwaarloosbaar:

c) in het in de bijlage bedoelde overeenkomstige niet-douanegerelateerde Uniesysteem kan de marktdeelnemer aan de hand van het EORI-nummer (registratie en identificatie van marktdeelnemers) worden vastgesteld;

d) de toepasselijke niet-douanegerelateerde Uniewetgeving maakt het mogelijk om de specifieke formaliteit via de nationale éénloketomgevingen voor de douane overeenkomstig artikel 11 te vervullen.

3. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 22, lid 2, bedoelde raadplegingsprocedure vastgesteld.

Artikel 13 - Harmonisatie en rationalisatie van gegevens

1. De Commissie stelt de gemeenschappelijke gegevens tussen de douaneaangifte en het overeenkomstige verzoek om bewijsstukken vast, evenals aanvullende gegevenselementen die uitsluitend aan niet-douanegerelateerde Uniewetgeving worden onderworpen.

2. De in lid 1 bedoelde aanvullende gegevenselementen worden aangeduid met het overeenkomstige acroniem van de in de bijlage vermelde niet-douanegerelateerde Unieformaliteit, gevolgd door het achtervoegsel “gegevensset van de bevoegde partnerautoriteit”.

3. De gegevens van de douaneaangifte en de aanvullende gegevenselementen als bedoeld in lid 1, die zijn vereist om goederen onder een specifieke douaneregeling te plaatsen, vormen een geïntegreerde aangifte, met daarin alle gegevens die de douane- en bevoegde partnerautoriteiten voor het in- en uitklaren van goederen nodig hebben.

4. De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 21 gedelegeerde handelingen vast te stellen om enerzijds de gegevenselementen te identificeren die zowel in de douaneaangifte als het verzoek om bewijsstukken voorkomen, en anderzijds de gegevensset van de bevoegde partnerautoriteit voor elke relevante handeling van de Unie die op de in de bijlage vermelde niet-douanegerelateerde Unieformaliteiten van toepassing is.

Artikel 14 - Indiening van douanegegevens en niet-douanegerelateerde Uniegegevens door marktdeelnemers

1. Voor de toepassing van artikel 11, onder a), kunnen de nationale éénloketomgevingen voor de douane marktdeelnemers in staat stellen om een geïntegreerde aangifte met de gegevensset(s) van de bevoegde partnerautoriteit in te dienen, samen met de douaneaangifte die is ingediend vóór de aanbrenging van de goederen bij de douane in overeenstemming met artikel 171 van Verordening (EU) nr. 952/2013.

2. De overeenkomstig lid 1 ingediende geïntegreerde aangifte omvat zowel de douaneaangifte als het verzoek om bewijsstukken.

Artikel 15 - Via EU-CSW-CERTEX verwerkte aanvullende informatie-uitwisseling

1. EU-CSW-CERTEX maakt de noodzakelijke uitwisselingen van informatie tussen nationale éénloketomgevingen voor de douane en niet-douanegerelateerde Uniesystemen mogelijk voor de volgende doeleinden:

a) het doorgeven van de gegevens van de douaneaangifte en het overeenkomstige verzoek om bewijsstukken die als gemeenschappelijk zijn aangemerkt overeenkomstig artikel 13, lid 4, evenals de toepasselijke gegevensset(s) van de bevoegde partnerautoriteit, om bevoegde partnerautoriteiten in staat te stellen hun taken met betrekking tot de relevante formaliteiten in overeenstemming met niet-douanegerelateerde Uniewetgeving te vervullen;

b) het aan marktdeelnemers doorgeven van feedback, voor de toepassing van artikel 11, onder b, van bevoegde partnerautoriteiten die zijn ingevoerd in het (de) toepasselijke niet-douanegerelateerde Uniesyste(e)m(en).

2. Wanneer een marktdeelnemer overeenkomstig artikel 9 van Verordening (EU) nr. 952/2013 bij de douaneautoriteiten is geregistreerd, wordt het EORI-nummer gebruikt voor de in lid 1 bedoelde uitwisselingen van informatie.

3. De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen procedureregels vast voor de in de lid 1 bedoelde uitwisselingen van informatie, met inbegrip van, in voorkomend geval, specifieke regels met betrekking tot de bescherming van persoonsgegevens. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 22, lid 2, bedoelde raadplegingsprocedure vastgesteld.

Afdeling 3
ANDERE PROCEDUREREGELS VOOR DE NIET-DOUANEGERELATEERDE UNIEFORMALITEITEN 

Artikel 16 - Gebruik van het EORI-systeem door bevoegde partnerautoriteiten

Bij de uitvoering van hun taken hebben de bevoegde partnerautoriteiten toegang tot het EORI-systeem dat is opgezet voor de toepassing van artikel 9 van Verordening (EU) nr. 952/2013, om de in dat systeem opgeslagen relevante gegevens over marktdeelnemers te valideren.

Artikel 17 - Nationale coördinatoren

Elke lidstaat wijst een bevoegde autoriteit aan die als nationale coördinator optreedt voor de éénloketomgeving van de Europese Unie voor de douane. De nationale coördinator voert de volgende taken uit:

a) hij fungeert als het nationaal contactpunt voor de Commissie voor alle aangelegenheden met betrekking tot de uitvoering van deze verordening;

b) hij bevordert de samenwerking tussen de douane- en nationale bevoegde partnerautoriteiten op nationaal niveau en coördineert de activiteiten die samenhangen met de verbinding tussen de nationale éénloketomgevingen voor de douane en EU-CWS-CERTEX om de uitvoering van deze verordening te ondersteunen. 

HOOFDSTUK V
Kosten van EU-CSW-CERTEX, werkprogramma, en monitoring en verslaglegging

Artikel 18 - Kosten

1. De Unie draagt de kosten voor de ontwikkeling, integratie en exploitatie van EU-CSW-CERTEX en de interfaces ervan met niet-douanegerelateerde Uniesystemen.

2. Elke lidstaat draagt de kosten die zijn gemaakt in verband met de ontwikkeling, integratie en exploitatie van zijn nationale éénloketomgeving voor de douane en de verbinding ervan met EU-CSW-CERTEX.

Artikel 19 - Werkprogramma

De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen een werkprogramma vast om de uitvoering van de bepalingen van deze verordening te ondersteunen die betrekking hebben op de verbinding van de in de bijlage bedoelde niet-douanegerelateerde Uniesystemen met EU-CSW-CERTEX en de integratie van de respectieve niet-douanegerelateerde Unieformaliteiten. Het werkprogramma wordt actueel gehouden. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 22, lid 2, bedoelde raadplegingsprocedure vastgesteld.

Artikel 20 - Monitoring en verslaglegging

1. De Commissie ziet regelmatig toe op de werking van de éénloketomgeving van de Europese Unie voor de douane.

2. De Commissie verricht regelmatig een evaluatie van de prestaties van EU-CSW-CERTEX.

3. Uiterlijk 31 december 2027, en daarna om de drie jaar, dient de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in over de uitvoering van deze verordening. Het verslag bevat ook informatie over de monitoring en evaluatie die overeenkomstig respectievelijk lid 1 en lid 2 zijn uitgevoerd.

4. De lidstaten verstrekken op verzoek van de Commissie informatie die nodig is voor het in lid 3 bedoelde verslag.

Hoofdstuk VI
Procedures voor de vaststelling van uitvoeringshandelingen en gedelegeerde handelingen, wijzigingen van Verordening (EU) nr. 952/2013 en slotbepalingen

Artikel 21 - Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1. De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2. De in artikel 5, lid 4, artikel 10, lid 3, en artikel 13, lid 4, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze verordening.

3. Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 5, lid 4, artikel 10, lid 3, en artikel 13, lid 4, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4. Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven.

5. Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6. Een overeenkomstig artikel 5, lid 4, artikel 10, lid 3, en artikel 13, lid 4, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben medegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

Artikel 22 - Comitéprocedure

1. De Commissie wordt bijgestaan door het bij Verordening (EU) nr. 952/2013 ingestelde Comité douanewetboek. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.

2. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 4 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

3. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

Artikel 23

Wijzigingen van Verordening (EU) nr. 952/2013

Verordening (EU) nr. 952/2013 wordt als volgt gewijzigd:

(1) In artikel 5, punt 2, wordt het volgende punt ingevoegd:

e) Verordening (EU) [...] van het Europees Parlement en de Raad* en de bepalingen ter aanvulling of uitvoering daarvan;

*Verordening (EU) [...] van het Europees Parlement en de Raad van [datum] tot vaststelling van de éénloketomgeving van de Europese Unie voor de douane en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 952/2013 (PB L [...] van DD/MM/JJJJ, blz. XX).

(2) In artikel 163, lid 1, wordt de volgende alinea ingevoegd:

“De bewijsstukken voor de in de bijlage bij Verordening (EU) [...] vermelde toepasselijke niet-douanegerelateerde Unieformaliteiten worden geacht in het bezit te zijn van de aangever en ter beschikking van de douaneautoriteiten te staan op het tijdstip waarop de douaneaangifte wordt ingediend, op voorwaarde dat deze autoriteiten in staat zijn de nodige gegevens te verkrijgen van het (de) overeenkomstige niet-douanegerelateerde Uniesyste(e)m(en) via het douane-éénloketsysteem van de Europese Unie voor de uitwisseling van certificaten overeenkomstig artikel 10, lid 1, onder a) en c), van die verordening.”.

Artikel 24 - Inwerkingtreding en toepassing

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 5, leden 2 en 3, artikel 8, lid 3, onder a) en b), en artikel 10 zijn van toepassing op elke in de bijlage vermelde niet-douanegerelateerde Unieformaliteit met ingang van de daarin vermelde data.

Artikel 8, lid 3, onder c), artikel 11, artikel 13, leden 1, 2, en 3, artikel 14 en artikel 15, leden 1, en 2, zijn van toepassing met ingang van 1 januari 2031.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.