Artikelen bij COM(2021)141 - Actieplan voor de ontwikkeling van de biologische productie

Dit is een beperkte versie

U kijkt naar een beperkte versie van dit dossier in de EU Monitor.

dossier COM(2021)141 - Actieplan voor de ontwikkeling van de biologische productie.
document COM(2021)141 NLEN
datum 25 maart 2021
EUROPESE COMMISSIE

Brussel, 19.4.2021.

COM(2021) 141 final/2

CORRIGENDUM

This document corrects document COM(2021)141 final of 25.03.2021

Concerns all language versions.

It concerns linguistic errors and wrong references in the footnotes.

The text shall read as follows:

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO'S EMPTY

OVER EEN ACTIEPLAN VOOR DE ONTWIKKELING VAN DE BIOLOGISCHE SECTOR

{SWD(2021) 65 final}


INLEIDING EN ACHTERGROND

KERNCIJFERS: Het areaal biologische landbouw is de afgelopen tien jaar met bijna 66 % toegenomen — van 8,3 miljoen hectare in 2009 tot 13,8 miljoen hectare in 2019. Het is momenteel goed voor 8,5 % van de totale “oppervlakte cultuurgrond” van de EU. Deze toename van het areaal gaat gepaard met een aanzienlijke toename van de detailhandel. Die is de voorbije tien jaar in waarde verdubbeld, van ongeveer 18 miljard euro in 2010 tot meer dan 41 miljard euro in 2019.

De Europese Green Deal staat centraal op de beleidsagenda van de Commissie. De voornaamste doelstelling van deze deal, die als instrument voor investeringen en groei zal fungeren, is om uiterlijk in 2050 een duurzaam en klimaatneutraal Europa tot stand te brengen 1 .

In de Green Deal wordt benadrukt dat het van cruciaal belang is om de overgang naar een duurzamer voedselsysteem in goede banen te leiden, met name door de inspanningen van de landbouwers om de klimaatverandering aan te pakken, het milieu te beschermen en de biodiversiteit in stand te houden, kracht bij te zetten. Voor de landbouwgemeenschap is een essentiële rol weggelegd bij de verwezenlijking van deze doelstellingen. Landbouwers staan in de frontlinie omdat zij als eersten de gevolgen van klimaatverandering en biodiversiteitsverlies ondervinden, terwijl niet-duurzame landbouwpraktijken een grote aanjager van biodiversiteitsverlies blijven. Biologische landbouwers zijn de pioniers van de duurzame landbouw van de toekomst. Zij banen nieuwe wegen voor het vergroenen van de landbouw en voor innovatieve, milieuvriendelijke productietechnieken en bevorderen circulariteit en dierenwelzijn. Het biologische logo weerspiegelt de verbintenissen van de landbouwers ten aanzien van deze hoge productienormen, en de consumenten kunnen er zeker van zijn dat de producten vervaardigd zijn volgens zeer specifieke, strenge duurzaamheidsregels. Nog belangrijker is dat de biologische landbouw veel meer natuur naar onze akkers brengt en de landbouwers beter bestand maakt tegen zowel economische veranderingen als tegen de veranderingen die hun te beurt vallen door een steeds grilliger natuur en klimaat.

Daarom zijn in de EU-biodiversiteitsstrategie voor 2030 2 en de “van boer tot bord”-strategie 3 – in combinatie met het komende actieplan om lucht‑, water‑ en bodemverontreiniging tot nul terug te dringen – concrete acties vastgesteld die de volledige keten van voedselproductie tot ‑consumptie bestrijken en ook internationale samenwerking op het gebied van duurzame voedselsystemen omvatten. Deze strategieën zijn erop gericht de voedselproductie te verzoenen met milieubescherming en tegelijkertijd investeringen en duurzame productie te stimuleren, een doelstelling die de Commissie nastreeft in het kader van de duurzameontwikkelingsdoelstellingen. Daarnaast werd in het kader van de “van boer tot bord”-strategie het EU-initiatief voor koolstoflandbouw voor dit jaar aangekondigd, dat, in de context van het klimaatpact, tot doel heeft landbouwers te belonen voor geverifieerde dienstverlening op het gebied van ecosysteemherstel, emissiereductie en koolstofvastlegging.

Intussen heeft de COVID-19-pandemie de EU voor nooit geziene uitdagingen geplaatst. Zij heeft verstrekkende gevolgen voor de economie, de volksgezondheid en de voedselsystemen. Als reactie daarop is de EU met een herstelplan gekomen dat wordt ondersteund via het “NextGenerationEU”-instrument en het nieuwe meerjarig financieel kader. De “NextGenerationEU”-middelen kunnen worden gebruikt om investeringen in de biologische sector te ondersteunen, mits die aan de desbetreffende voorwaarden en doelstellingen voldoen. Europa’s herstel van de COVID-19-crisis biedt een snelle kans om van de Green Deal een realiteit te maken door een breed platform te bieden voor duurzame productie- en consumptiepatronen, ook op het gebied van landbouw en aquacultuur.

De biologische landbouw speelt een centrale rol bij Europa’s herstel, dat groen en digitaal moet zijn, doordat hij voor hogere inkomens op het platteland kan zorgen. Bij deze landbouw zijn de toeleveringsketens doorgaans korter en worden voor kleine landbouwers mogelijkheden gecreëerd, die worden versterkt door de nieuwe bepalingen van Verordening (EG) nr. 2018/848 inzake biologische productie 4 . Die verordening heeft tot doel de sector te moderniseren en de regels te harmoniseren, en zo een stabiel regelgevingskader tot stand te brengen.

Er bestaat brede consensus over de essentiële rol van de biologische productie en consumptie. In haar “van boer tot bord”-strategie en biodiversiteitsstrategie heeft de Commissie de doelstelling geformuleerd dat “uiterlijk in 2030 ten minste 25 % van de landbouwgrond van de EU voor biologische landbouw wordt gebruikt en dat de biologische aquacultuur aanzienlijk groeit”. In zijn resolutie van 15 januari 2020 over de Europese Green Deal heeft het Europees Parlement erop gewezen dat de landbouw over het potentieel beschikt om de EU te helpen haar emissies te beperken door middel van duurzame praktijken, zoals biologische landbouw 5 . In zijn conclusies van 19 oktober 2020 over de “van boer tot bord”-strategie 6 heeft de Raad de rol van biologische producten in een duurzaam voedselsysteem benadrukt. Tegelijk staan de mensen in de hele EU achter duurzame landbouw en voedselproductie, en is de bekendheid met het EU-logo voor biologische producten (biologo) aanzienlijk toegenomen, zoals bevestigd in speciaal Eurobarometer-verslag 504 7 .

Daarom komt de Commissie met dit actieplan voor de biologische landbouw. Het bouwt voort op het actieplan voor de periode 2014-2020, in het kader waarvan reeds een aantal van de problemen werden aangepakt die aan het licht waren gekomen bij de herziening van het biologische beleid van de EU die leidde tot de vaststelling van Verordening (EU) 2018/848 inzake biologische landbouw. Alle 18 acties van het actieplan voor 2014-2020 zijn volledig uitgevoerd. Belangrijke niet-regelgevende verwezenlijkingen zijn onder meer: de uitrol van het elektronische controlecertificaat (e-COI) in Traces, waardoor de traceerbaarheid en dus ook de integriteit van biologische producten zijn verbeterd en de informatie over de invoer van biologische producten in de EU is toegenomen; specifieke financiering voor onderzoek en innovatie op het gebied van de biologische productie in de EU-kaderprogramma’s voor onderzoek en innovatie; en de opname van de biologische productie in de “groene overheidsopdrachten”.

In het nieuwe actieplan (2021-2027) is ook rekening gehouden met de resultaten van de openbare raadpleging die van september tot en met november 2020 plaatsvond en waarin zowel belanghebbenden als het bredere publiek hun sterke steun voor het actieplan en de daarin voorgestelde acties hebben bevestigd.

De huidige prognoses voorspellen een opmerkelijke groei van de biologische sector in dit decennium. Zelfs als we gewoon blijven voortdoen wat we nu al doen, zou het aandeel biologische landbouw volgens sommige bronnen in 2030 wellicht tussen 15 % en 18 % van het landbouwareaal bedragen 8 . Met een streefcijfer van 25 % reikt onze ambitie evenwel aanzienlijk verder. Dit actieplan wil het aandeel van de biologische landbouw in de EU duidelijk doen toenemen door de landbouwers ertoe aan te sporen om op biologische landbouw over te schakelen en biologische levensmiddelen toegankelijker te maken. Zo zal de kloof tussen een “business-as-usual”-groeicurve en de “extra inspanning” die nodig is om uiterlijk in 2030 het streefcijfer van 25 % te bereiken, kunnen worden gedicht. 

BELANGRIJKSTE VOORDELEN: Op biologisch bebouwde grond is de biodiversiteit ongeveer 30 % hoger dan op traditioneel bebouwde grond. Biologische landbouw is bijvoorbeeld gunstig voor bestuivers. De biologische landbouwers mogen geen kunstmest gebruiken en mogen slechts een beperkt aantal chemische bestrijdingsmiddelen inzetten. Bovendien is het gebruik van ggo’s en ioniserende straling verboden en gelden strenge beperkingen voor de toepassing van antibiotica.

De Europese burgers kunnen genieten van veilig en kwalitatief hoogwaardig voedsel. Toch is het aandeel van het huishoudbudget dat naar voeding gaat, al tientallen jaren gedaald en zijn de inkomens van de landbouwers gestagneerd door de daling van de voedselprijzen. Biologische landbouw kost meer omdat biologische landbouwers op een meer extensieve wijze werken en inzetten op natuurlijke procedés en stoffen, zonder synthetische producten te gebruiken, en de opbrengsten zijn lager. Maar biologische landbouwers kunnen vaak rekenen op betere inkomsten omdat biologische producten doorgaans tegen hogere prijzen worden verkocht dan conventionele producten, terwijl de consumenten de bijdrage van de biologische landbouw aan het milieu waarderen.

Door biologische producten in schoolmaaltijden en bedrijfskantines te integreren door middel van overheidsopdrachten, in de horeca door middel van stimulansen en zichtbaarheid, in de supermarkten door middel van promotiecampagnes en in de dagelijkse keuken thuis, zullen meer Europese burgers toegang krijgen tot meer biologische levensmiddelen. Ook moeten biologische levensmiddelen toegankelijker en betaalbaarder worden zodat gezinnen met een laag inkomen gemakkelijker toegang tot biologisch voedsel krijgen. Voorts is het actieplan erop gericht landbouwers bij de omschakeling naar de biologische productie te ondersteunen. Daartoe zal het aanbod aan onderwijs- en opleidingsmogelijkheden worden uitgebreid, zal de markt voor biologische producten worden ondersteund en zal, parallel daarmee, worden nagegaan welke passende prikkels kunnen worden gegeven.

Biologische landbouw moet een voortrekkersrol spelen. Deze vorm van landbouw is niet het enige duurzame landbouwsysteem, maar totdat koolstoflandbouw volledig ingang heeft gevonden, is het voorlopig het enige systeem dat wordt erkend via een robuuste certificeringsmethode. Biologische landbouw moet dan ook het goede voorbeeld geven op weg naar duurzamere landbouwpraktijken, een beter gebruik van hernieuwbare hulpbronnen, hogere dierenwelzijnsnormen en hogere inkomens voor landbouwers. Deze landbouw kan ook de sociale duurzaamheid op verschillende manieren stimuleren en de ontwikkeling van plattelandsgebieden ondersteunen, in lijn met de komende langetermijnvisies voor plattelandsgebieden en voor kustgebieden. Hij kan jonge landbouwers mogelijkheden bieden en gelijke toegang en een gelijk inkomen voor vrouwen en mannen in de sector helpen bevorderen 9 . Uit studies 10 blijkt dat het voor vrouwelijke landbouwondernemers gemakkelijker is om in de biologische landbouw in te stappen dan in de traditionele sector. De biologische landbouw moet een inspiratiebron voor de conventionele landbouw zijn en het voortouw nemen.

In december 2020 publiceerde de Commissie aanbevelingen 11 voor de lidstaten betreffende hun strategische plannen voor het gemeenschappelijk landbouwbeleid. In die aanbevelingen is ingegaan op de economische, ecologische en maatschappelijke uitdagingen van de Europese landbouw en plattelandsgebieden, waarbij de nadruk is gelegd op de streefdoelen van de Europese Green Deal, onder meer het streefdoel om uiterlijk in 2030 op 25 % van de landbouwgrond aan biologische landbouw te doen. Met het oog daarop is de lidstaten verzocht in hun strategische GLB-plannen nationale waarden voor deze streefdoelen van de Green Deal vast te stellen. Op basis van de Europese gemiddelden en tendensen moeten de lidstaten zich richten op het vergroten van het biologische areaal door streefpercentages vast te stellen of positieve trends aan te moedigen. De lidstaten zal worden verzocht om bij het opstellen van hun nationale strategische GLB-plannen aan de bovengenoemde aanbevelingen gevolg te geven.

Aangezien de omvang van de biologische productie en consumptie aanzienlijk verschilt van lidstaat tot lidstaat — het aandeel landbouwgrond met biologische landbouw varieert van 0,5 % tot meer dan 25 % — is het van cruciaal belang dat elke lidstaat zo spoedig mogelijk zijn eigen nationale strategie voor biologische landbouw opstelt, op basis van een alomvattende analyse van de sector en met bijbehorende acties, stimulansen, duidelijke termijnen en nationale doelstellingen. Alle lidstaten moeten uitleggen hoe zij van plan zijn aan het EU-wijde streefdoel bij te dragen door, rekening houdend met hun verschillende uitgangspunten, een nationale waarde vast te stellen voor het aandeel areaal dat uiterlijk in 2030 biologisch wordt bebouwd. Om het welslagen van hun nationale biologische actieplannen te waarborgen, moeten de lidstaten passende capaciteit opbouwen voor de uitvoering daarvan. De Commissie zal de voortgang van de lidstaten in de richting van hun nationale streefcijfers monitoren, de lidstaten de gelegenheid bieden om de uitvoering van de voorgestelde maatregelen met haar te bespreken, en richtsnoeren geven voor noodzakelijke en relevante aanpassingen.

Wat aquacultuur betreft, zullen de nieuwe strategische richtsnoeren voor de duurzame ontwikkeling van de aquacultuur in de EU, die de Commissie in het voorjaar van 2021 zal aannemen, de biologische aquacultuur bevorderen. Daarnaast moedigt de Commissie de EU-lidstaten aan om de groei van de biologische aquacultuur op te nemen in de doelstellingen van hun herziene meerjarige nationale strategische plannen voor aquacultuur. Voorts is in het werkdocument van de diensten van de Commissie over een zeebekkenperspectief als leidraad voor de programmering van het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij (EFMZV) 12 bepaald dat het EFMZV (of het toekomstige Europees Fonds voor maritieme zaken, visserij en aquacultuur, EFMZVA) moet worden gebruikt om duurzame aquacultuurpraktijken zoals de biologische productie te bevorderen.

Het actieplan is opgebouwd rond drie assen waarin de structuur van de voedselvoorzieningsketen tot uiting komt (productie, verwerking, en kleinhandel en consumenten). Om positieve ontwikkelingen in de biologische sector te ondersteunen en een evenwichtige en rendabele markt voor biologische marktdeelnemers in stand te houden, is het van cruciaal belang de totale vraag naar biologische producten te stimuleren. Een groeiende consumptie van biologische producten is essentieel om de landbouwers aan te moedigen over te schakelen op biologische producten (as 1). Voorts zijn verdere stimulansen voor de productie nodig om uiterlijk in 2030 het streefcijfer van 25 % oppervlakte cultuurgrond voor biologische praktijken en een aanzienlijke toename van de biologische aquacultuur te halen (as 2). Tot slot moet de bijdrage van de biologische sector aan de uitdagingen op het gebied van duurzaamheid en milieu verder worden verbeterd (as 3). Naast de voortzetting van enkele van de bestaande succesvolle acties worden in dit actieplan ook een reeks nieuwe acties voorgesteld en worden verschillende financieringsbronnen aangeboord.

De Commissie is voornemens het aandeel onderzoek en innovatie (O&I) te verhogen en ten minste 30 % van het budget voor onderzoeks- en innovatieacties op het gebied van landbouw, bosbouw en plattelandsgebieden 13 te bestemmen voor onderwerpen die specifiek zijn voor de biologische sector of daarvoor van belang zijn. Het onderzoek zal onder meer betrekking hebben op het veranderen van het gedrag van landbouwers en consumenten, verhoogde gewasopbrengsten, genetische biodiversiteit en alternatieven voor omstreden producten. In dat verband zal de Commissie de coördinatie van de nationale O&I-programma’s voor biologisch voedsel versterken en nieuwe kansen bieden via de voorgestelde Horizon Europa-missie op het gebied van bodemgezondheid en levensmiddelen en via partnerschappen, met name die op het gebied van agro-ecologie en voedselsystemen. De verspreiding van de O&I-resultaten zal worden bevorderd via het Europees innovatiepartnerschap inzake landbouw (EIP-AGRI) en het kennis- en innovatiesysteem voor de landbouw (AKIS) om een algemene toename van de biologische productie in alle lidstaten te bevorderen.

Alle EU-instellingen, lidstaten en belanghebbenden moeten ten volle worden betrokken bij de ontwikkeling van de maatregelen die nodig zijn om het hoofddoel van het actieplan te bereiken: een solide basis bieden voor de toekomst van de sector.


AS 1. BIOLOGISCHE LEVENSMIDDELEN EN PRODUCTEN VOOR IEDEREEN: DE VRAAG STIMULEREN EN HET CONSUMENTENVERTROUWEN WAARBORGEN

KERNCIJFERS

Hoewel elke Europeaan gemiddeld ongeveer 84 euro per jaar aan biologische producten besteedt 14 , verschilt het jaarlijkse verbruik van bioproducten per hoofd van de bevolking aanzienlijk van lidstaat tot lidstaat, variërend van 344 euro tot 1 euro. Dit is niet alleen te wijten aan verschillen in koopkracht, maar ook aan het feit dat het een markt is die zich in bepaalde regio’s nog in de beginfase van haar ontwikkeling bevindt, aan een gebrek aan goede toeleveringsketens in veel gebieden en aan onvoldoende kennis van het logo en de voordelen van de biologische productie bij de consument. De biologische aquacultuurproductie, die een vrij nieuwe sector is, heeft een aanzienlijk groeipotentieel.

De gewenste groei van het areaal biologische landbouw zal niet tot stand komen zonder een toename van de vraag naar biologische producten. Dit actieplan is weliswaar alomvattend, maar benadrukt in de eerste plaats het “aanzuigeffect” en wil de consumptie van biologische levensmiddelen in de hele EU aanzwengelen. De EU-burgers hechten steeds meer waarde aan levensmiddelen die de samenleving grotere voordelen bieden, zoals biologische producten, producten met een geografische aanduiding, plaatselijke levensmiddelenproductiesystemen met een lagere koolstofvoetafdruk en innovatieve koolstofarme oplossingen voor de voedselproductie 15 .

De in het kader van deze as voorgestelde maatregelen zijn erop gericht de vraag naar biologische producten te stimuleren door het bewustzijn van de voordelen ervan aan te scherpen en het vertrouwen van de consument in het biologische logo te vergroten. De lidstaten kunnen zelf ook de consumptie van biologische producten aanwakkeren. Zij beschikken op hun niveau over een aantal instrumenten die hiervoor kunnen worden ingezet. Zo kunnen zij de btw-tarieven voor biologische groenten en fruit verlagen. De bevordering van de consumptie van biologische levensmiddelen zal landbouwers stimuleren om over te schakelen op biologische productie, wat op zijn beurt zal leiden tot een toename en diversificatie van het aanbod om aan deze hogere vraag van de consument te voldoen.


1.1. De biologische landbouw en het EU-logo promoten

Hoewel het biologo van de EU van alle Europese kwaliteitslogo’s het meest bekend is, is er nog ruimte om de bekendheidsgraad verder te verhogen. De meest recente Eurobarometer over dit onderwerp 16 , die in oktober 2020 is gepubliceerd, laat zien dat 56 % van de consumenten in de EU het biologo van de EU herkent. Dat is een aanzienlijke stijging ten opzichte van de voorgaande jaren. Er blijven echter aanzienlijke verschillen tussen de lidstaten bestaan, aangezien de waarden naargelang van de lidstaat variëren van 30 % tot 74 %.

In het kader van het afzetbevorderingsbeleid voor landbouwproducten van de EU promoot de Commissie reeds actief biologische producten, en zij zal dit ook in de toekomst blijven doen. Voor 2021 gaat in totaal 27 % van het budget voor afzetbevordering in de landbouw, d.i. 49 miljoen euro, naar biologische producten.


Actie 1: Op het gebied van informatie en communicatie zal de Commissie:

·vanaf 2021 bij de onderwerpen die aan bod komen in de jaarlijkse oproep tot het indienen van voorstellen voor voorlichtingsmaatregelen op het gebied van het GLB, meer focussen op biologische producten;

·vanaf 2022 constant gegevens over de ecologische, economische en maatschappelijke voordelen van de biologische landbouw verzamelen en de burgers, met inbegrip van de landbouwers, over deze voordelen informeren door meer gebruik te maken van sociale media;

·vanaf 2022 meten in hoeverre het biologo van de EU bij de consument bekend is, om te monitoren welke vooruitgang er sinds de Eurobarometer van 2020 wordt geboekt; Eurobarometer-enquêtes blijven houden als een waardevol instrument om de doeltreffendheid te meten van de acties van de Commissie om het biologo te promoten; en 

·in samenwerking met het Europees Parlement en andere organen zoals het Europees Economisch en Sociaal Comité, het Comité van de Regio’s en de vertegenwoordigingen van de Commissie in de lidstaten, de belangrijkste evenementen in kaart brengen waar informatie over biologische producten kan worden verstrekt 17 , met name in lidstaten waar de vraag onder het EU-gemiddelde ligt.


Actie 2: Op het gebied van de afzetbevordering zal de Commissie in het kader van het afzetbevorderingsbeleid van de EU een ambitieus budget blijven uittrekken om de consumptie aan te wakkeren van biologische producten die in lijn zijn met de ambitie, het beleid en de acties van de “van boer tot bord”-strategie en het Europees kankerbestrijdingsplan. De Commissie zal vanaf 2021:

·in het kader van de jaarlijkse werkprogramma’s van het afzetbevorderingsbeleid voor landbouwproducten meer middelen toewijzen om de consumenten beter bewust te maken van de biologische producten en de vraag daarnaar aan te wakkeren;

·de biologische producten van de EU intenser promoten op gerichte groeimarkten van derde landen, bijvoorbeeld door in samenwerking met de lidstaten aan beurzen deel te nemen;

·de biologische producenten van de EU beter bewust maken van de exportmogelijkheden die worden geboden door het netwerk van vrijhandelsovereenkomsten en gelijkwaardigheidsovereenkomsten van de EU; en

·de zichtbaarheid van de sector vergroten door prijzen toe te kennen waarmee de uitmuntendheid in de biologische voedselketen in de EU wordt erkend.


1.2. Het bio-aanbod in kantines bevorderen en het gebruik van groene overheidsopdrachten stimuleren

Gemeenten, steden en regio’s spelen een steeds belangrijkere rol bij de bevordering van de biologische productie. Zo zouden bijvoorbeeld een groter bio-aanbod in kantines en het uitreiken van vouchers voor biologisch voedsel aan kwetsbare mensen, aanzienlijk kunnen bijdragen tot een verhoging van de biologische consumptie en productie. De bestaande netwerken moeten worden aangemoedigd om het aantal steden en gemeenten die bij nationale of lokale strategieën ter bevordering van biologisch voedsel in kantines betrokken zijn, te verhogen.

KERNCIJFERS

Kopenhagen is de eerste stad waar alle openbare kantines biologische levensmiddelen aanbieden. Die producten zijn afkomstig van de ongeveer 25 000 hectare biologische landbouwgronden die voornamelijk rond de stad liggen. Wenen beschikt over een netwerk van biologische stadstuinen van ongeveer 860 ha, die ook de openbare kantines, en met name de crèches, bevoorraden. In Rome worden in de openbare kantines ongeveer 1 miljoen biologische maaltijden per dag geserveerd.

Een verschuiving naar biologische producten kan de voorstedelijke landbouw en aquacultuur voordelen opleveren en leiden tot de ontwikkeling van lokale toeleveringsketens en de uitwisseling van beste praktijken, bijvoorbeeld tussen openbare kantines en restaurants. Tegelijk zal het aanbieden van biologische producten in kantines deze producten toegankelijk maken voor een breder scala aan consumenten.

Groene overheidsopdrachten bieden mogelijkheden om de biologische landbouw te stimuleren. Bij de uitvoering van dergelijke aanbestedingsprocedures moet bijzondere aandacht worden besteed aan kleine landbouwbedrijven, micro-ondernemingen en kmo’s. In oktober 2019 heeft de Commissie nieuwe EU-criteria voor groene overheidsopdrachten voor levensmiddelen, cateringdiensten en verkoopautomaten gepubliceerd 18 . Er is echter nog steeds een gebrek aan kennis bij de overheidsdiensten, met name op lokaal niveau, van de mogelijkheden die de groene overheidsopdrachten bieden. In de “van boer tot bord”-strategie verbindt de Commissie zich ertoe na te gaan wat de beste manier is om verplichte minimumcriteria voor overheidsopdrachten voor de levering van duurzaam voedsel vast te stellen om zo gezonde en duurzame voedingspatronen, onder meer op basis van biologische producten, op scholen en in overheidsinstellingen te bevorderen. Deze aanpak zou de basis moeten vormen voor alle toekomstige maatregelen van de Commissie op dit gebied.


Actie 3: Om het gebruik van biologische producten in openbare kantines te stimuleren, zal de Commissie samen met de belanghebbenden en de lidstaten:

·meer bekendheid geven aan de in 2019 vastgestelde criteria voor groene overheidsopdrachten, aan de werkzaamheden op het gebied van overheidsopdrachten voor de levering van gezond voedsel (“Food for Health”) en aan de gezamenlijke actie Best‑ReMaP 19 ;

·biologische producten opnemen in de verplichte minimumcriteria voor overheidsopdrachten op het gebied van duurzame voeding, die uiterlijk in 2023 moeten worden opgesteld als onderdeel van het wetgevingskader voor duurzame voedselsystemen;

·de huidige situatie met betrekking tot de toepassing van groene overheidsopdrachten van de EU analyseren. De Commissie zal de nationale actieplannen voor biologische landbouw gebruiken om de toepassing van groene overheidsopdrachten te monitoren en zal de lidstaten vragen hun overheidsinstanties ertoe aan te zetten meer gebruik te maken van groene overheidsopdrachten. Zij zal de lidstaten ook verzoeken ambitieuze nationale streefcijfers voor biologische producten in het kader van groene overheidsopdrachten vast te stellen; en

·vanaf 2022, in nauwe samenwerking met het Europees Economisch en Sociaal Comité, het Comité van de Regio’s en het Burgemeestersconvenant, specifieke evenementen voorbereiden voor overheidsdiensten die verantwoordelijk zijn voor openbare catering. Doel hiervan is de bekendheid van de groene overheidsopdrachten van de EU te vergroten. Daartoe moeten deze initiatieven ook worden gekoppeld aan het Europees klimaatpact.


1.3. De biologische schoolregelingen versterken

De EU-schoolregeling biedt ondersteuning voor de distributie van groenten, fruit, melk en zuivelproducten aan kinderen, in combinatie met educatieve activiteiten. Doel hiervan is kinderen weer met de landbouw in contact te brengen en hun gezonde eetgewoonten aan te leren. Daarbij worden gezonde voedingspatronen gepromoot en worden de korte- en langetermijnconsumptie van de onder de schoolregeling vallende producten aangemoedigd.

In lijn met de “van boer tot bord”-strategie moeten de lidstaten in het kader van de EU-schoolregeling prioriteit geven aan de distributie van biologische producten, en wel door middel van selectie- of gunningscriteria in de aanbestedingsprocedures en/of door gunstigere voorwaarden. De Commissie zal met deze beginselen rekening houden bij de herziening van de schoolregelingen. Momenteel geven verschillende landen geen prioriteit aan biologische producten, vooral omdat die vaak duurder zijn dan niet-biologische producten. Om dit te verhelpen zouden de lidstaten belastingmaatregelen kunnen nemen, zoals het afschaffen van de verlaagde tarieven voor pesticiden als landbouwproductiemiddel.


Actie 4: Als onderdeel van de herziening van het rechtskader van de EU-schoolregeling, die in het kader van de “van boer tot bord”-strategie voor 2023 is gepland, en in overeenstemming met het Europees kankerbestrijdingsplan zal de Commissie:

·met de lidstaten samenwerken om na te gaan hoe de distributie van biologische producten in de schoolregelingen verder kan worden verbeterd. De Commissie zal de lidstaten oproepen het aandeel hiervan te blijven verhogen, en de lidstaten die achteroplopen zullen extra inspanningen moeten leveren; en

·een studie verrichten naar de reële voedselprijzen, met inbegrip van de rol van belastingen, om aanbevelingen te kunnen opstellen.


1.4. Voedselfraude voorkomen en het consumentenvertrouwen versterken

Of biologische producten succesvol zijn, zowel op het vlak van de ontwikkeling van de markt als wat de voorkeur van de consument betreft, hangt af van het vertrouwen dat de consument heeft in het biologo van de EU en in het bijbehorende controlesysteem. Frauduleus gedrag en opzettelijke schendingen van de biologische regelgeving kunnen het vertrouwen van de consument in biologische producten schaden.

Samenwerking tussen ambtenaren met kennis van de agrovoedingsketen, politie- en douanebeambten met onderzoeksbevoegdheden, rechters en openbare ministeries is op nationaal en EU-niveau van groot belang om fraude met biologische producten te voorkomen en te bestrijden. Dit geldt ook voor het verbeteren en optimaliseren van het gebruik van nieuwe technologieën.


Actie 5: De Commissie zal vanaf 2021 de strijd tegen frauduleuze praktijken opvoeren en met name:

·zorgen voor een robuust toezicht op de controlesystemen in de lidstaten en derde landen; intenser samenwerken met de overheidsdiensten van de lidstaten en met als gelijkwaardig erkende derde landen, en daarbij onder meer uitgaan van hun middelen en de resultaten van eerdere audits;

·de lidstaten bij het ontwikkelen en toepassen van een beleid om fraude met biologische producten te voorkomen, bijstaan door middel van gerichte workshops waarin opgedane ervaringen en beste praktijken worden uitgewisseld;

·samenwerken met het EU-voedselfraudenetwerk en Europol bij het analyseren van de sector om fraude te voorkomen en onderzoeken te coördineren; intenser samenwerken met de bevoegde autoriteiten en wetshandhavingsinstanties in derde landen om informatie uit te wisselen over handel in en fraude met biologische producten;

·de lidstaten ondersteunen met richtsnoeren voor versterkte invoercontroles aan de grens;

·aanzetten tot stringentere maatregelen om frauduleuze praktijken aan te pakken door middel van sanctiecatalogi;

·maatregelen nemen om consumenten te informeren en/of producten uit de handel te nemen wanneer fraude wordt vastgesteld; en

·systemen voor vroegtijdige waarschuwing ontwikkelen met behulp van kunstmatige intelligentie waarmee kan worden gedatamined in de databanken van de EU (bv. het informatiemanagementsysteem voor officiële controles – Imsoc 20 ) en de databanken van de lidstaten.


1.5. De traceerbaarheid verbeteren

De reputatie van de biologische sector hangt af van de capaciteit om de producten terug te traceren van het bord tot de boer. Om de traceerbaarheid en transparantie te vergroten, is het belangrijk een duidelijk overzicht te hebben van de marktdeelnemers die betrokken zijn bij de productie, de distributie en de afzet van de biologische producten in de EU. De controleorganen zijn reeds verplicht certificaten van biologische marktdeelnemers op hun website te publiceren, maar deze informatie is nog niet gecentraliseerd in één pan-Europese website.


Actie 6: De Commissie zal vanaf 2021:

·een databank opzetten met certificaten van alle marktdeelnemers van de EU en later ook van de betrokken marktdeelnemers van derde landen, voortbouwend op de analyse die reeds in het kader van het actieplan van 2014 is gestart, en als follow-up van de aanbevelingen van de Europese Rekenkamer 21 ;

·de bevoegde autoriteiten en controleorganen ertoe aanzetten zich in te schrijven en stimulansen bieden voor de digitale ondertekening van de controlecertificaten in Traces. Dit papierloze procedé zal de administratieve lasten en het risico op vervalsing van documenten verminderen; en

·in samenwerking met de lidstaten, hun controleorganen en derde landen, regelmatige traceerbaarheidsoefeningen voor biologische producten coördineren, met name bij een vermoeden van voedselfraude.


Digitale technologieën kunnen helpen om productgerelateerde gegevens te labelen, te traceren, te lokaliseren en te delen en de Commissie werkt aan oplossingen zoals digitale paspoorten. De biologische sector zou baat kunnen hebben bij het gebruik van nieuwe technologieën, met name omdat deze sector wordt gekenmerkt door steeds complexere waardeketens en een behoefte aan transparantie. Kunstmatige intelligentie, blockchaintoepassingen en soortgelijke technologieën kunnen bijdragen aan een betere certificering van biologische producten, met name doordat zij zorgen voor transparantie in de hele toeleveringsketen en voor traceerbaarheid van de producten, wat bijdraagt tot het consumentenvertrouwen.


Actie 7: De Commissie zal vanaf 2021:

·in synergie met de werkzaamheden op het gebied van de digitale productpaspoorten nagaan in hoeverre blockchaintechnologie of andere digitale technologieën de traceerbaarheid van biologische producten ten goede kunnen komen en, in een tweede fase, een proefproject met belanghebbenden overwegen. Deze stappen zullen worden aangevuld met acties in het kader van Horizon Europa betreffende het gebruik van blockchaintechnologieën in de agrovoedingssector en met andere gerichte onderzoeks‑ en innovatieacties die bedoeld zijn om innovatieve oplossingen te ontwikkelen voor het traceren van biologische levensmiddelen.


1.6. Bijdrage van de particuliere sector

Detailhandelaren, cateringdiensten, restaurants en besteldiensten kunnen een belangrijke rol spelen bij de promotie van biologische levensmiddelen. Zij kunnen bijvoorbeeld zorgen voor een toereikend en betaalbaar aanbod van biologische producten in voedingswinkels, supermarkten en onlinewinkels, en van biologische menu’s in restaurants en bij cateringdiensten. Bij deze acties kan uitleg worden gegeven over de economische, ecologische en maatschappelijke voordelen van de biologische productie.

Bovendien kan de particuliere sector een belangrijke rol spelen bij de promotie van biologisch voedsel, onder meer door hun werknemers te informeren over de voordelen van biologische landbouw (bv. aan de hand van door de EU beschikbaar gesteld communicatiemateriaal), door biologische producten in hun kantines aan te bieden en door hun werknemers te belonen met “biocheques” die zij kunnen gebruiken om biologische landbouwproducten te kopen.


Actie 8: Om de rol van detailhandelaren, groothandelaren, cateringdiensten, restaurants en andere bedrijven te versterken, zal de Commissie vanaf 2021:

·streven naar duidelijke toezeggingen van de betrokken belanghebbenden dat zij de distributie en verkoop van biologische producten zullen ondersteunen en vergroten in het kader van de gedragscode van de “van boer tot bord”-strategie voor verantwoorde bedrijfs- en marketingpraktijken, en beste praktijken verspreiden op relevante platforms zoals het stakeholdersplatform voor de circulaire economie; en

·partnerschappen aangaan met bedrijven die het gebruik van biologische producten willen bevorderen als onderdeel van het duurzaamheidsbeleid van hun onderneming. Deze maatregelen zullen verder worden besproken op het platform voor bedrijven en biodiversiteit 22 .


AS 2. OP WEG NAAR 2030: OMSCHAKELING STIMULEREN EN DE HELE WAARDEKETEN VERSTERKEN

Zoals reeds gezegd, verhult het EU-gemiddelde van 8,5 % aanzienlijke verschillen tussen de lidstaten wat betreft het aandeel landbouwgrond dat bestemd is voor biologische landbouw: van 0,5 % tot meer dan 25 %. Hetzelfde geldt voor de biologische aquacultuurproductie, die in sommige lidstaten aanzienlijk aan het groeien is, maar zich in andere lidstaten nog in een beginfase bevindt 23 .

Deze verschillen tussen de lidstaten zijn deels te wijten aan het ontbreken van adequate structuren in sommige lidstaten. Het opzetten van adequate structuren zou het mogelijk maken de biologische productie naar behoren te kanaliseren naar de toeleveringsketens, waardoor landbouwers op hun beurt ten volle kunnen profiteren van de toegevoegde waarde van de biologische productie. Het actieplan moet de overschakeling op de biologische productie stimuleren, met name in de lidstaten waar het aandeel onder het EU-gemiddelde ligt. De meeste lidstaten hebben reeds nationale streefcijfers vastgesteld voor het landbouwareaal voor biologische productie, meestal uitgedrukt als aandeel van de oppervlakte cultuurgrond.

Tegelijk blijft het GLB een belangrijk instrument voor de ondersteuning van de omschakeling. Momenteel wordt ongeveer 1,8 % van het GLB gebruikt om de biologische landbouw te ondersteunen. Het toekomstige GLB omvat ecoregelingen waarvoor, naargelang van het resultaat van de onderhandelingen 24 , een budget van 38 à 58 miljard euro voor de periode 2023-2027 zal worden uitgetrokken. De ecoregelingen kunnen worden ingezet om biologische landbouw te bevorderen. Het EFMZVA zal steun blijven verlenen voor de omschakeling naar biologische aquacultuur.


1.

2.

2.1. Omschakeling, investeringen en uitwisseling van beste praktijken bevorderen

In het kader van de programma’s voor plattelandsontwikkeling van het GLB kunnen landbouwers beschikken over financiële steun voor de omschakeling van hun bedrijven naar de biologische productie en voor de instandhouding van die productie. Deze steun is van fundamenteel belang gebleken om landbouwers ertoe aan te zetten naar biologische landbouw om te schakelen. Hij is een belangrijke factor voor de toename van het areaal biologische landbouw. Het toekomstige GLB zal de lidstaten de flexibiliteit bieden om biologische marktdeelnemers op maat te ondersteunen, zowel in het kader van de fondsen voor plattelandsontwikkeling als met gerichte ecoregelingen voor rechtstreekse inkomenssteun. Het budget dat in het kader van de strategische GLB-plannen wordt vooropgesteld voor steunmaatregelen voor de omschakeling naar en de instandhouding van biologische landbouw en voor investeringssteun moet in overeenstemming zijn met de ambitie van de betrokken lidstaat om de biologische productie te doen toenemen.

De biologische productie levert een waardevolle bijdrage aan de specifieke doelstellingen van het GLB en van het gemeenschappelijk visserijbeleid (GVB), met name “zorgen voor een billijk inkomen voor landbouwers”, “de positie van de landbouwers in de waardeketen weer in evenwicht brengen”, “zorgen voor duurzame ontwikkeling en efficiënt beheer van de natuurlijke hulpbronnen”, “beschermen van de biodiversiteit, versterken van ecosysteemdiensten en in stand houden van habitats en landschappen” en “beter inspelen door de EU-landbouw en de EU-aquacultuur op de maatschappelijke verwachtingen inzake voedsel en gezondheid, onder meer wat betreft dierenwelzijn”.

In de aanbevelingen aan de lidstaten betreffende de negen specifieke doelstellingen van het GLB komt biologische landbouw specifiek aan de orde. In die aanbevelingen verzoekt de Europese Commissie de lidstaten om expliciete nationale waarden voor het streefdoel voor biologisch areaal vast te stellen, rekening houdend met hun specifieke situatie en de bovengenoemde aanbevelingen.

In het kader van het GLB voor de periode na 2020 zal de Commissie de technische bijstand aan landbouwers in de hele EU intensiveren om hen ertoe aan te zetten biologische landbouw te gaan bedrijven. Via het Europees Fonds voor maritieme zaken, visserij en aquacultuur (EFMZVA) 2021-2027 zal steun voor biologische aquacultuur worden verleend.

De ontwikkeling van de biologische sector vereist ook bij- en omscholing van de arbeidskrachten in de agrovoedingssector. Het Europees pact voor vaardigheden biedt kansen voor grootschalige partnerschappen op het gebied van vaardigheden in industriële ecosystemen, zoals de agrovoedingssector, en moet ten volle worden benut om de doelstellingen van deze mededeling te verwezenlijken.


Actie 9: In het kader van het nieuwe GLB en het GVB zal de Commissie:

·vanaf 2023 de specifieke omstandigheden en behoeften van de lidstaten met betrekking tot de groei van de biologische sector beoordelen en ervoor zorgen dat de lidstaten optimaal gebruikmaken van de mogelijkheden die het nieuwe GLB biedt om hun nationale biologische sector te ondersteunen. Deze steun omvat technische bijstand, de uitwisseling van beste praktijken en innovaties op het gebied van biologische landbouw en de volledige benutting van de betrokken GLB-instrumenten zoals ecoregelingen en mileubeheersverbintenissen in het kader van de plattelandsontwikkeling, die ook betrekking hebben op de biologische landbouw. De bedrijfsadviesdiensten voor de landbouw die met betrekking tot specifieke onderwerpen worden verleend, zullen worden versterkt, met name als onderdeel van het kennis- en innovatiesysteem voor de landbouw (AKIS), om de uitwisseling van de desbetreffende kennis te bevorderen;

·vanaf 2022 de uitwisseling van beste praktijken (onderwijs- en opleidingsprogramma’s, cursussen, materiaal enz.) op EU- en nationaal niveau bevorderen, zodat onderwijsaanbieders (bv. technische scholen en universiteiten) cursussen over biologische landbouw kunnen opstellen als onderdeel van het algemene leerplan en innovatieve oplossingen kunnen voorstellen die gericht zijn op de biologische sector (productie, verwerking, detailhandel en consumptie). Over specifieke onderwerpen zullen EU-netwerken voor demonstratieboerderijen worden opgezet om een participatieve aanpak (verspreiding) te bevorderen. De beste praktijken en synergieën met EIP-AGRI-projecten zullen via het toekomstige GLB-netwerk worden bevorderd; en

·de lidstaten aanmoedigen om de groei van de biologische aquacultuur op te nemen in hun herziene nationale strategische meerjarenplannen voor de aquacultuur, en optimaal gebruik te maken van de mogelijkheden die het EFMZVA 2021-2027 biedt om dit doel te bereiken. De Commissie zal ook de uitwisseling van beste praktijken en innovaties op het gebied van biologische aquacultuur vergemakkelijken in het kader van de open coördinatiemethode.


2.2. De sectoranalyse ontwikkelen om de markttransparantie te vergroten

De beschikbaarheid van gegevens — met name over productie, prijzen in de hele biologische voedselvoorzieningsketen, handel, consumentenvoorkeuren en specifieke afzetkanalen — is van essentieel belang om het EU-beleid voor de biologische productie vorm te geven, te monitoren en te evalueren. Verdere inspanningen om regelmatig gegevens te verzamelen, te analyseren en te verspreiden zullen de transparantie en het vertrouwen in de biologische sector vergroten.


Actie 10: Om een volledig overzicht van de sector te geven, zal de Commissie vanaf 2021:

·op basis van Eurostat-gegevens regelmatig verslagen over de biologische productie in de EU publiceren, die met name informatie bevatten over de betrokken arealen en bedrijven en over de belangrijkste productiesector; en

·jaarlijks een verslag publiceren over de invoer van biologische producten uit derde landen.


Belanghebbenden, overheidsdiensten en de academische wereld zijn er ook steeds meer in geïnteresseerd toegang te krijgen tot nauwkeurige en actuele gegevens over biologische producten. Dit soort transparantie zal vertrouwen tussen de marktdeelnemers in de voedselketen helpen creëren, ervoor zorgen dat de productie gelijke tred houdt met de consumptietrends en uiteindelijk de marktdeelnemers in staat stellen betere productie- en investeringsbeslissingen te nemen.


Actie 11: De Commissie zal vanaf 2022:

·de verzameling van marktgegevens in samenwerking met de lidstaten intensiveren en de analyse van de EU-marktobservatoria uitbreiden tot biologische producten.


2.3. De organisatie van de voedselketen ondersteunen

Kenmerkend voor de biologische landbouw is de versnippering, waarbij de producenten slechts tot een beperkt aantal verwerkers en detailhandelaren toegang hebben. De onevenwichtigheden in de voedselketen die de onderhandelingspositie van biologische landbouwers beperken, kunnen groter worden naarmate het totale marktaandeel van biologische producten in de levensmiddelensector toeneemt.

Door een “producentenorganisatie” 25 op te richten of zich daarbij aan te sluiten kunnen biologische landbouwers van de EU-fondsen uit hoofde van het GLB en de steun en middelen die in het kader van de gemeenschappelijke marktordening voor visserij- en aquacultuurproducten en het EFMZVA beschikbaar zijn, gebruikmaken om de organisatie tussen de verschillende actoren in de biologische toeleveringsketen te verbeteren. Voor operationele programma’s voor de productie van biologische groenten en fruit geldt een hoger medefinancieringspercentage. Momenteel is er echter weinig bekend over de mate van concentratie in de biologische productie en over de noodzaak om aan de organisatie ervan bijzondere aandacht te besteden.

Kleine boeren in de EU worden geconfronteerd met vrij hoge kosten en administratieve rompslomp in verband met biologische certificering. Bij Verordening (EU) 2018/848 inzake biologische productie wordt een systeem van “groepscertificering” ingevoerd, waardoor landbouwbedrijven die aan bepaalde criteria voldoen, samen met andere kleine landbouwbedrijven een groep kunnen vormen om de inspectie- en certificeringskosten en de daarmee gepaard gaande administratieve lasten te verminderen. Deze regeling zal ook de lokale netwerken versterken en de afzetmogelijkheden verbeteren.


Actie 12: De Commissie zal vanaf 2021:

·een analyse verrichten van de organisatiegraad in de toeleveringsketens van de biologische sector en, in overleg met vertegenwoordigers van de producentenorganisaties en andere betrokken belanghebbenden, nagaan hoe die organisatiegraad kan worden verbeterd; en

·de wettelijke mogelijkheid onderzoeken om specifieke biologische producentenorganisaties op te richten of zich daarbij aan te sluiten en, waar mogelijk, de lidstaten aanmoedigen daarvoor middelen toe te kennen. Producentenorganisaties hebben meer marktmacht en kunnen over het algemeen de positie van biologische landbouwers in de agrovoedselvoorzieningsketen helpen versterken, met name wanneer die geconfronteerd worden met oneerlijke handelspraktijken 26 . Als er voldoende bewijs is dat er sprake is van oneerlijke handelspraktijken die biologische producenten benadelen, zal de Commissie deze aanpakken met behulp van alle instrumenten waarover zij beschikt.


Actie 13: De Commissie zal vanaf 2022:

·meer bekendheid geven aan “groepscertificering” en daarover beter informeren, zodat kleine landbouwers de kosten en administratieve lasten van certificering kunnen delen, in overeenstemming met Verordening (EU) 2018/848 inzake biologische productie.


2.4. Lokale en kleinschalige verwerking versterken en de korte handelsketen bevorderen

De biologische landbouw heeft zich voornamelijk ontwikkeld op het niveau van de primaire productie, terwijl de biologische verwerking minder ontwikkeld en minder gereguleerd is. Daarom is het, om voor de consument nieuwe waarde te creëren, van belang te investeren in zorgvuldige verwerkingstechnieken en duurzame en herbruikbare verpakkingen en een beter inzicht te krijgen in kwaliteits- en veiligheidskwesties in de biologische toeleveringsketens, dit alles in combinatie met de vereiste regelgeving.

Een andere uitdaging voor de biologische toeleveringsketens bestaat erin de voedselkilometers en de effecten van de klimaatverandering tot een minimum te beperken, wat een stroomlijning vereist van de logistiek van de biologische productie en van de landbouwinputnetwerken 27 . Dit zal kleine biologische producenten in afgelegen gebieden in staat stellen een afzetmarkt te vinden en te profiteren van de toegevoegde waarde van de biologische status van hun producten.

De marktdeelnemers zijn echter vaak terughoudend om op biologische productie over te schakelen wegens het gebrek aan georganiseerde en efficiënte biologische commerciële toeleveringsketens. Naast de horizontale problemen waarmee de toeleveringsketens van de agrovoedingssector te kampen hebben, kan de biologische distributie gepaard gaan met hoge exploitatiekosten en een gebrek aan evenwicht tussen vraag en aanbod.

De uitwisseling van ervaring en kennis kan de totstandkoming van lokale voedselmarkten en korte toeleveringsketens bevorderen en ervoor zorgen dat de integriteit van de biologische kwaliteit van het product gewaarborgd blijft. Ook specifieke programma’s en deelname aan plattelandsnetwerken zijn belangrijk.

De biologische productie kan nieuwe bedrijfsmodellen helpen stimuleren. “Biodistricten” zijn bij het integreren van biologische landbouw en andere lokale activiteiten succesvol gebleken om de toeristische aantrekkingskracht te vergroten 28 , ook van gebieden die buiten het reguliere toeristisch circuit liggen. Een “biodistrict” is een geografisch gebied waar landbouwers, het publiek, touroperators, verenigingen en overheden een overeenkomst sluiten om de lokale hulpbronnen duurzaam te beheren op basis van biologische beginselen en praktijken. Doel hiervan is het economisch en sociaal-cultureel potentieel van het gebied te maximaliseren. Bij elk “biodistrict” wordt aandacht besteed aan levensstijl, voeding, menselijke relaties en de natuur. Dit resulteert in een lokale landbouwproductie die door de consument wordt gewaardeerd en dus een hogere marktwaarde heeft.


Actie 14: De Commissie zal vanaf 2023:

·met de lidstaten en belanghebbenden samenwerken om de lokale en kleinschalige verwerking te bevorderen in overeenstemming met de doelstelling van Verordening (EU) 2018/848 inzake biologische productie om te komen tot “kortere biologische toeleveringsketens, die ecologische en sociale voordelen opleveren”, alsmede als onderdeel van haar inspanningen om de handel in biologische producten in de eengemaakte markt van de EU te ondersteunen. Deze actie zal worden versterkt door gericht onderzoek en gerichte innovatie in het kader van Horizon Europa, met onder meer steun voor het gebruik van digitale technologieën; en

·de lidstaten aanmoedigen om de ontwikkeling en concrete uitwerking van “biodistricten” te ondersteunen.


Actie 15: Aangezien biologische landbouw de sociale inclusie in plattelandsgebieden kan versterken en tegelijk fatsoenlijke arbeids- en levensomstandigheden in de hand kan werken, zal de Commissie vanaf 2022:

·de lidstaten bijstaan bij het uitwerken van maatregelen voor biologische landbouw in plattelandsgebieden die een stimulans zijn voor de gendergelijkheid, de jonge landbouwers en de werkgelegenheid in bredere zin en ook betrekking kunnen hebben op de uitwisseling van beste praktijken.


2.5. De diervoeding verbeteren overeenkomstig de biologische voorschriften

In overeenstemming met de ziektepreventieaanpak van de EU op het gebied van diergezondheid moet bij de biologische veehouderij worden voldaan aan de strenge EU-normen op het gebied van dierenwelzijn en moet rekening worden gehouden met de specifieke gedragsbehoeften van elke diersoort. Essentiële toevoegingsmiddelen voor diervoeding, zoals vitaminen, worden in toenemende mate geproduceerd door fermentatie met genetisch gemodificeerde micro-organismen (ggm’s) 29 . Aangezien die productietechniek niet met de biologische beginselen strookt en de diervoederadditievenindustrie mogelijk geen vergunning aanvraagt voor toevoegingsmiddelen die met conventionele micro-organismen worden geproduceerd, zijn er in de biologische veehouderij steeds meer problemen met de levering van essentiële toevoegingsmiddelen.

Naast het vergroten van de beschikbaarheid van voedereiwitten van lokale oorsprong moeten alternatieve eiwitbronnen voor diervoeders worden gevonden om te zorgen voor een duurzame en gediversifieerde diervoeding. Het kan daarbij gaan om insecten, mariene grondstoffen (bv. algen) en bijproducten van de bio-economie (bv. afval van de visserij en de aquacultuur). Voorts moeten de normen voor biologisch diervoeder worden bijgewerkt.


Actie 16: De Commissie is voornemens:

·in het kader van Horizon Europa onderzoek en innovatie te ondersteunen met betrekking tot alternatieve bronnen van biologische vitaminen en andere stoffen die noodzakelijk kunnen blijken te zijn, en met betrekking tot alternatieve eiwitbronnen, rekening houdend met de technische en economische haalbaarheid daarvan;

·na te gaan hoe het gebruik kan worden ondersteund van toevoegingsmiddelen voor diervoeding die zonder ggm’s worden geproduceerd en van diervoeders op basis van insecten en mariene grondstoffen; en

·in 2022 een algeninitiatief ter ondersteuning van de algenproductie in de EU goed te keuren en de algenindustrie in de EU te ondersteunen met als doel de levering te garanderen van algen als alternatief voedermateriaal voor de biologische veehouderij.


2.6. De biologische aquacultuur versterken

De biologische aquacultuur kan helpen tegemoet te komen aan de vraag van de consument naar gediversifieerd hoogwaardig voedsel dat op milieuvriendelijke wijze wordt geproduceerd en het dierenwelzijn waarborgt. Zij kan ook bijdragen tot het dichten van de kloof tussen de vraag naar aquacultuurproducten in de EU en de productie van duurzame aquacultuurproducten en kan de druk op de in het wild levende bestanden verlichten.


Actie 17: De Commissie is voornemens om vanaf 2022:

·ondersteuning te bieden voor onderzoek en innovatie op het gebied van alternatieve nutriëntenbronnen, de kweek en het dierenwelzijn in de aquacultuur; voor het bevorderen van investeringen in aangepaste systemen voor polycultuur en multitrofe aquacultuur; en voor het bevorderen van activiteiten in kweek- en opkweekkamers voor biologische juvenielen; en

·specifieke belemmeringen voor de groei van de biologische aquacultuur in de EU in kaart te brengen en zo nodig aan te pakken.


De nieuwe richtsnoeren voor de duurzame ontwikkeling van de aquacultuur in de EU, die de Commissie naar verwachting in het voorjaar van 2021 zal goedkeuren, zullen de lidstaten en belanghebbenden aanmoedigen om de groei van de biologische productie te ondersteunen.


AS 3: DE BIOSECTOR GEEFT HET GOEDE VOORBEELD: DE BIJDRAGE VAN DE BIOLOGISCHE LANDBOUW AAN DUURZAAMHEID VERGROTEN

Een duurzame en veerkrachtige landbouw- en aquacultuursector is afhankelijk van een grotere biodiversiteit, die van fundamenteel belang is voor een gezond ecosysteem en cruciaal is om nutriëntencycli in de bodem, schoon water en bestuivers in stand te houden. Een grotere biodiversiteit stelt landbouwers in staat zich beter aan de klimaatverandering aan te passen. De biologische sector is van nature gericht op strengere milieunormen, die verankerd zijn in zijn doelstellingen en beginselen.

Aangezien de temperatuur op aarde stijgt en het weer steeds onvoorspelbaarder wordt, is het belangrijk de rol van de landbouw, met inbegrip van de biologische landbouw, in de strijd tegen de klimaatverandering te versterken. Extensieve landbouwpraktijken en het gebruik van hernieuwbare energie in plaats van fossiele brandstoffen bieden de biologische landbouwsector de kans om het voortouw te nemen op weg naar een beter gebruik van de hulpbronnen en naar minder afval en koolstofemissies.

In dit actieplan wordt uitsluitend gefocust op de bevordering van de biologische landbouw en op de bijdrage daarvan aan duurzaamheid. De biologische productie heeft echter ook het potentieel om het beter te doen wat haar impact op het milieu betreft. De ecologische voetafdruk van de voedselproductie in bredere zin wordt aangepakt in het kader van de “van boer tot bord”-strategie.

Onderzoek zal van cruciaal belang zijn voor de verwezenlijking van deze doelstellingen. In dit verband is de Europese Commissie voornemens ten minste 30 % van de volgende oproepen voor het indienen van voorstellen voor actiegebied 3 “Landbouw, bosbouw en plattelandsgebieden” van cluster 6 van Horizon Europa te wijden aan onderwerpen die specifiek zijn voor de biologische sector of daarvoor van belang zijn.


3.

3.1. De klimaat- en milieuvoetafdruk verminderen

Landbouw en aquacultuur spelen een belangrijke rol bij het verwezenlijken van de ambitie van de EU om uiterlijk in 2050 een koolstofneutraal Europa tot stand te brengen door de vermindering van de uitstoot van broeikasgassen. De biologische landbouw maakt gebruik van een aantal beheerspraktijken die de klimaatverandering helpen matigen, wat extra voordelen oplevert voor het milieu en de biodiversiteit.

De afgelopen jaren is zowel de publieke als de particuliere belangstelling voor milieu-informatie die verder gaat dan de informatie die momenteel op het biologische etiket wordt verstrekt, snel toegenomen. De consumenten willen steeds meer weten over de milieueffecten van de producten om hun koopbeslissingen op basis van duurzaamheid te kunnen nemen. Met dergelijke beslissingen ondersteunen zij de ambitie van de EU om de verontreiniging tot nul terug te dringen. Zoals aangekondigd in het actieplan voor de circulaire economie en de consumentenagenda zal de Commissie maatregelen voorstellen om groenwassen (“greenwashing”) te bestrijden.


Actie 18: De Commissie zal vanaf 2022:

·stappen ondernemen 30 om, in samenwerking met belanghebbenden, een proefnetwerk van klimaatpositieve biologische bedrijven op te zetten in het kader waarvan beste praktijken kunnen worden uitgewisseld 31 . Een voorgestelde missie op het gebied van bodemgezondheid en voeding zou kunnen bijdragen aan het proefnetwerk, met name door de inzet van “levende laboratoria” en “vuurtorens” en andere activiteiten ter ondersteuning van de koolstoflandbouw.


3.2. De genetische biodiversiteit bevorderen en de opbrengsten verhogen

De rol van de biologische landbouw bij het in stand houden van een gezond ecosysteem, het respecteren van de biodiversiteit, het bestaan van natuurlijke predatoren en het behoud van een ecologisch evenwicht wordt algemeen erkend. Verordening (EU) 2018/848 inzake biologische productie introduceert specifieke doelstellingen en daarmee samenhangende beginselen ter bescherming van de biodiversiteit, die de rol van biologische landbouwers als promotoren van het behoud van de biodiversiteit zullen versterken. Als onderdeel van de “van boer tot bord”-strategie zal de Commissie ook de richtlijnen inzake het in de handel brengen van zaaizaad herzien om de registratie van zaadvariëteiten, waaronder die voor biologische landbouw, te vergemakkelijken en zal zij maatregelen nemen om genetische hulpbronnen in stand te houden en zaden met een grotere genetische variabiliteit en een breder biodiversiteitspotentieel te ontwikkelen.

Biologische gewassen leveren een lagere opbrengst op dan conventionele gewassen. Het dichten van de opbrengstkloof is van essentieel belang om de economische levensvatbaarheid te waarborgen, met name voor gewassen waarvoor het opbrengstverschil nog steeds vrij groot is.


Actie 19: Om de biodiversiteit te vergroten en de opbrengsten te verhogen, is de Commissie voornemens:

·vanaf 2022 middelen in het kader van Horizon Europa uit te trekken om het behoud en het gebruik van genetische hulpbronnen, voorkweek‑ en kweekactiviteiten en de beschikbaarheid van biologisch zaaigoed te ondersteunen, en om bij te dragen aan de ontwikkeling van biologisch heterogeen teeltmateriaal 32 en van plantenrassen die geschikt zijn voor de biologische productie;

·EU-netwerken van demonstratieboerderijen op te zetten om een participatieve aanpak (verspreiding) te bevorderen. De beste praktijken en synergieën met EIP-AGRI-projecten zullen via het toekomstige GLB-netwerk worden bevorderd;

·de bedrijfsadviesdiensten voor de landbouw te versterken, met name als onderdeel van het kennis- en innovatiesysteem voor de landbouw (AKIS), om de uitwisseling van kennis over materiaal dat geschikt is voor de biologische landbouw, te bevorderen; en

·onderzoek en innovatie op het gebied van de verbetering van de biologische opbrengsten te ondersteunen.


3.3. Alternatieven voor omstreden productiemiddelen en andere gewasbeschermingsmiddelen

De biologische landbouw staat bekend om het beperkte gebruik van niet-bedrijfseigen productiemiddelen. De biologische wetgeving staat het gebruik toe van een specifieke reeks gewasbeschermingsmiddelen met een geringere impact op milieu en bodem. Bepaalde stoffen schaden echter de bodemfauna en kunnen, zodra zij in het grondwater lekken, aquatische soorten in gevaar brengen. Daarom is het van belang te blijven kijken naar manieren om omstreden productiemiddelen in de biologische landbouw, zoals koper, geleidelijk af te schaffen of te vervangen, en alternatieven voor deze producten te ontwikkelen om biologische landbouwers in staat te stellen hun gewassen te beschermen.


Actie 20: De Commissie:

·is voornemens om vanaf 2023 middelen in het kader van Horizon Europa uit te trekken voor onderzoeks‑ en innovatieprojecten in verband met alternatieve benaderingen voor omstreden productiemiddelen, waarbij bijzondere aandacht zal gaan naar koper en andere stoffen als beoordeeld door de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid; en

·zal vanaf 2022, voortbouwend op de komende verordening betreffende biopesticiden en via de versterkte bedrijfsadviesdiensten voor de landbouw, met name AKIS, waar nodig het gebruik van alternatieve gewasbeschermingsmiddelen bevorderen, zoals die welke biologische werkzame stoffen bevatten.


3.4. Dierenwelzijn verbeteren

De biologische landbouw speelt reeds een belangrijke rol bij de verbetering van het dierenwelzijn, dat een integraal onderdeel is van de duurzaamheid van de voedselsystemen. Een beter dierenwelzijn houdt niet alleen een betere diergezondheid in, maar ook een verbeterde voedselkwaliteit en een verminderde behoefte aan medicatie, en kan de biodiversiteit helpen in stand houden. In overeenstemming met de “van boer tot bord”-strategie moeten maatregelen worden genomen om het dierenwelzijn verder te verbeteren door alle beschikbare instrumenten in te zetten om beter tegemoet te komen aan de verwachtingen en wensen van de burgers. Hoewel de Commissie de wetgeving inzake dierenwelzijn zal herzien om uiteindelijk een hoger niveau van dierenwelzijn te waarborgen, moet biologische landbouw op het gebied van de bescherming van het dierenwelzijn het model bij uitstek blijven en de consument de garantie bieden dat dieren goed worden behandeld in de hele keten en dat met hun natuurlijke behoeften en gedragspatronen rekening wordt gehouden, zowel op het niveau van het landbouwbedrijf als tijdens het vervoer. Dieren moeten immers gespaard blijven van vermijdbare pijn, stress of lijden, ook op het ogenblik waarop zij worden gedood.


Actie 21: In het kader van het platform voor dierenwelzijn zal de Commissie:

·met de lidstaten en het maatschappelijk middenveld blijven samenwerken om concrete en operationele manieren te vinden om het dierenwelzijn in de biologische productie verder te verbeteren.


3.5. De hulpbronnen efficiënter gebruiken

Bij het beleid inzake circulaire economie staat hulpbronnenefficiëntie centraal in de besluitvorming. Zo ontstaat toegevoegde waarde en kunnen hulpbronnen langer worden gebruikt en hergebruikt, waardoor niet langer afval wordt gecreëerd, de vraag naar hulpbronnen (zoals water, fossiele brandstoffen en energie) tot een minimum wordt beperkt, de efficiëntie wordt verbeterd en de kosten worden verlaagd.

De afgelopen vijftig jaar is de economische rol van kunststoffen gestaag toegenomen en zijn kunststoffen belangrijk geworden voor een toenemend aantal producten en productketens. De productie van kunststoffen en de verbranding van kunststofafval veroorzaken echter aanzienlijke broeikasgasemissies 33 .

In de biologische landbouw wordt nog veel plastic gebruikt: in mulchfolies, kassen en tunnels, afdekfolie voor kuilvoer, netten voor de opslag van diervoeders, schaaldiertouwen en verpakkingen. Niet alleen moeten conventionele kunststoffen beter worden hergebruikt, ingezameld en gerecycled. De landbouwers hebben ook meer duidelijkheid nodig over de vraag in welke omstandigheden biogebaseerde en biologisch afbreekbare kunststoffen kunnen bijdragen aan een circulaire economie.


Actie 22: De Commissie is voornemens:

·een kader voor biogebaseerde, composteerbare en biologisch afbreekbare kunststoffen vast te stellen 34 , dat beginselen en criteria zal bevatten voor een milieuvriendelijk gebruik van duurzame biogebaseerde materialen die in natuurlijke omstandigheden gemakkelijk biologisch afbreekbaar zijn. Dat kader zal betrekking hebben op alle kunststoffen, voor gebruik in alle soorten landbouw, en zal daarom ook van groot belang zijn voor de biologische landbouw, die het voortouw neemt op het gebied van duurzaamheid.


Sommige landbouwpraktijken zijn er de belangrijkste oorzaak van dat noch bij de zoete, noch bij de mariene wateren van de EU een goede toestand krachtens de kaderrichtlijn water of de kaderrichtlijn mariene strategie wordt bereikt. Dit is voornamelijk te wijten aan diffuse verontreiniging afkomstig van nutriënten (stikstof en fosfor) en pesticiden. Ongeveer 38 % van de oppervlaktewaterlichamen in de EU staat onder druk als gevolg van diffuse verontreiniging (hiervan is de landbouwproductie met 25 % een belangrijke bron), wateronttrekking voor irrigatie en hydromorfologische veranderingen (bv. door drainage) 35 . De klimaatverandering zal de irrigatiebehoeften in de EU doen toenemen en de beschikbaarheid van water verminderen.


Actie 23: De Commissie zal:

·een efficiënter en duurzamer watergebruik, een groter gebruik van hernieuwbare energie en schoon vervoer en een vermindering van de nutriëntenafgifte bevorderen in alle soorten landbouw, met de biologische landbouw in een voortrekkersrol; de lidstaten zullen hierbij worden betrokken via hun strategische GLB-plannen en er zal worden gebruikgemaakt van de nieuwe strategische richtsnoeren voor aquacultuur en van het EFMZVA. 


CONCLUSIE

Om, zoals vooropgesteld in de “van boer tot bord”-strategie en de biodiversiteitsstrategie, het ambitieuze streefcijfer van 25 % areaal voor biologische landbouw en een aanzienlijke toename van de biologische aquacultuur uiterlijk in 2030 te halen, is het noodzakelijk de biologische sector de instrumenten te geven die de voorwaarden zullen creëren waaronder de landbouw en de aquacultuur in de EU de omslag kunnen maken naar de hoge kwaliteitsnormen die de EU-consument op prijs stelt. Bovendien zal het streefcijfer inzake biologische landbouw in aanzienlijke mate bijdragen tot de verwezenlijking van andere streefcijfers die in de biodiversiteitsstrategie en de “van boer tot bord”-strategie zijn vooropgezet, met name die voor de vermindering van pesticiden en voor de verlaging van het nutriëntenoverschot, en er tegelijk voor helpen zorgen dat de EU op koers blijft wat betreft haar ambitie om alle verontreiniging tot nul terug te dringen met het oog op een niet-toxisch milieu.

De EU heeft een leidende rol te spelen bij het bevorderen van veranderingen in landbouwpraktijken. Een grotere biologische productie is van cruciaal belang voor de overgang naar duurzamere landbouw- en aquacultuursectoren die landbouwers een billijk inkomen bieden en bijdragen tot vitale Europese plattelands- en kustgebieden.

Om de vooruitgang te monitoren zal de Commissie jaarlijks openbare follow-upvergaderingen organiseren met, naargelang van het geval, vertegenwoordigers van het Europees Parlement, de lidstaten, de adviesorganen van de Unie en belanghebbenden. De Commissie zal ook om de twee jaar voortgangsverslagen publiceren — met inbegrip van een scorebord — en deze presenteren tijdens specifieke evenementen, alsook een tussentijdse evaluatie van het actieplan in 2024, die tijdens een conferentie op hoog niveau zal worden gepresenteerd. Om de biologische productie onder de aandacht te brengen, zal de Commissie ook jaarlijks een EU-brede “biodag” organiseren.

(1) Ook in het wetgevingsvoorstel COM/2018/392 final – 2018/0216 (COD), het toekomstige gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB), wordt de positieve rol van biologische landbouw benadrukt en wordt daarvoor via verschillende mechanismen ondersteuning geboden.
(2) COM(2020) 380 final.
(3) COM(2020) 381 final.
(4) Verordening (EU) 2018/848 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 inzake de biologische productie en de etikettering van biologische producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 834/2007 van de Raad.
(5) Resolutie van het Europees Parlement van 15 januari 2020 over de Europese Green Deal: https://www.europarl.europa.eu/doceo/document/TA-9-2020-0005_NL.html
(6) Conclusies van de Raad over de “van boer tot bord”-strategie: https://www.consilium.europa.eu/media/46419/st12099-en20.pdf  
(7) In dit speciaal Eurobarometer-verslag zei 56 % van de ondervraagden vertrouwd te zijn met het logo van de biologische landbouw.
(8) Eurostat en IHS Markit.
(9) https://ec.europa.eu/eurostat/databrowser/product/page/LFST_R_ERGAU__custom_443889 en https://ec.europa.eu/eurostat/databrowser/product/page/ILC_DI17__custom_416294
(10) The role of funding under the common agricultural policy (CAP) for women in agriculture (De rol van financiering in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) voor vrouwen in de landbouw): https://www.europarl.europa.eu/RegData/etudes/STUD/2015/536466/IPOL_STU(2015)536466_EN.pdf
(11) COM(2020) 846 final.
(12) Werkdocument van de diensten van de Commissie Regional Sea Basin Analyses – Regional challenges in achieving the objectives of the Common Fisheries Policy – A Sea Basin perspective to guide EMFF Programming (Analyses van regionale zeebekkens – Regionale uitdagingen bij de verwezenlijking van de doelstellingen van het gemeenschappelijk visserijbeleid – Een zeebekkenperspectief als leidraad voor de programmering van het EFMZV) (SWD (2020) 206 final).
(13) Meer specifiek gaat het om 30 % van de volgende oproepen voor het indienen van voorstellen voor actiegebied 3 “Landbouw, bosbouw en plattelandsgebieden” van cluster 6 van Horizon Europa.
(14) FiBL – The World of organic agriculture, 2020.
(15) Discussienota van de Commissie Naar een duurzaam Europa in 2030.
(16) Speciale Eurobarometer 504.
(17) Ter aanvulling van de evenementen waarop de diensten van de Commissie reeds aanwezig zijn.
(18) SWD(2019) 366 final – EU green public procurement criteria for food, catering services and vending machines (EU-criteria voor groene overheidsopdrachten voor levensmiddelen, cateringdiensten en verkoopautomaten).
(19) Best‑ReMaP‑project over voeding en voedingspatronen, met bijzondere aandacht voor kinderen: https://bestremap.eu/
(20) Het informatiemanagementsysteem voor officiële controles (Imsoc): https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=celex%3A32019R1715
(21) Het controlesysteem voor biologische producten is verbeterd, maar er blijven enkele uitdagingen bestaan: https://www.eca.europa.eu/Lists/ECADocuments/SR19_04/SR_organic-food_NL.pdf
(22) https://ec.europa.eu/environment/biodiversity/business/index_en.htm
(23) Eumofa, EU Organic Aquaculture, mei 2017.
(24) Het EP en de Raad zijn de definitieve begroting voor de ecoregelingen (2023-2027) nog aan het bespreken in het kader van de hervorming van het GLB. Het standpunt van het EP is dat hiervoor 58,1 miljard euro moet worden toegewezen, terwijl de Raad het bij een toewijzing van 38,7 miljard euro houdt.
(25) Een “producentenorganisatie” kan betrekking hebben op elke soort entiteit die is opgericht op initiatief van producenten in een specifieke sector (horizontale samenwerking) om een of meer van de specifieke doelstellingen te verwezenlijken die zijn vermeld in Verordening (EU) nr. 1308/2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten — ongeacht of zij al dan niet formeel is erkend op grond van artikel 152 en/of artikel 161 van die verordening. Producentenorganisaties staan onder zeggenschap van de producenten en kunnen uiteenlopende rechtsvormen aannemen, bv. een landbouwcoöperatie, een vereniging van landbouwers of een particuliere onderneming met de producenten als aandeelhouder.
(26) In een recente studie van het Publicatiebureau werd geconcludeerd dat producentenorgansiaties ook beter geplaatst zijn dan individuele landbouwers om weerstand te bieden aan praktijken van zakenpartners die als oneerlijk ten opzichte van de landbouwers worden beschouwd of die niet in overeenstemming zijn met de contractuele voorwaarden: https://op.europa.eu/en/publication-detail/-/publication/2c31a562-eef5-11e9-a32c-01aa75ed71a1/language-en
(27) Stolze et al.: Organic in Europe, expanding beyond a niche in Organics in Europe, prospects and development, 2016.
(28) FAO, The experience of Bio-districts in Italy: http://www.fao.org/agroecology/database/detail/en/c/1027958/  
(29) Voor toevoegingsmiddelen voor diervoeding die zijn geproduceerd met ggm’s waarvan het gebruik is ingeperkt, moet de marktdeelnemer aantonen dat het toevoegingsmiddel geen sporen van de producerende micro-organismen bevat, met name sporen van recombinant DNA.
(30) Na voltooiing van de modules betreffende broeikasgasemissies en nutriëntenbeheer in het kader van het landbouwbedrijfsduurzaamheidsinstrument.
(31) De raming van de koolstofvoetafdruk moet in overeenstemming zijn met de door de Europese Commissie ontwikkelde methoden, en met name de milieuvoetafdruk van producten en organisaties (PEF/OEF) zoals gedefinieerd in Aanbeveling 2013/179/EU van de Commissie van 9 april 2013.
(32) Biologisch heterogeen materiaal: teeltmateriaal dat niet tot een ras behoort, maar tot een plantengroep binnen één botanisch taxon.
(33) COM(2018) 28 final – Mededeling Een Europese strategie voor kunststoffen in een circulaire economie.
(34) Zoals aangekondigd in de Europese strategie voor kunststoffen in een circulaire economie – COM (2018) 28 final – en het actieplan voor een circulaire economie – COM (2020) 98 final.
(35) SWD(2019) 439 final – Werkdocument van de diensten van de Commissie Fitness check of the water framework directive (geschiktheidscontrole betreffende de kaderrichtlijn water).