Artikelen bij COM(2021)801 - Garanderen van een rechtvaardige transitie naar klimaatneutraliteit

Dit is een beperkte versie

U kijkt naar een beperkte versie van dit dossier in de EU Monitor.




DOELSTELLING

(1) In overeenstemming met de beginselen van de Europese Green Deal en de Europese pijler van sociale rechten heeft deze aanbeveling tot doel ervoor te zorgen dat de transitie van de Unie naar een klimaatneutrale en ecologisch duurzame economie tegen 2050 eerlijk is en dat niemand aan zijn lot wordt overgelaten.

(2) De lidstaten wordt verzocht daartoe alomvattende en samenhangende beleidspakketten vast te stellen en in voorkomend geval in nauwe samenwerking met de sociale partners uit te voeren, waarin de sociale en werkgelegenheidsaspecten aan bod komen om een rechtvaardige transitie in alle beleidsmaatregelen te bevorderen, met name het klimaat-, energie- en milieubeleid, en optimaal gebruik te maken van overheids- en particuliere financiering.


DEFINITIES

(3) In deze aanbeveling wordt verstaan onder:

a) “groene transitie”: de overgang van de economie en de samenleving van de EU naar de verwezenlijking van de klimaat- en milieudoelstellingen, in de eerste plaats door middel van beleid en investeringen, in overeenstemming met de Europese klimaatwet, waarin de verplichting is vastgelegd om uiterlijk in 2050 klimaatneutraliteit te bereiken, de Europese Green Deal en de Overeenkomst van Parijs;

b) “klimaat- en milieudoelstellingen”: de zes doelstellingen die zijn vastgesteld bij Verordening (EU) 2020/852 100 , namelijk: de mitigatie van klimaatverandering; de adaptatie aan klimaatverandering; duurzaam gebruik en bescherming van water en mariene hulpbronnen; de transitie naar een circulaire economie; preventie en bestrijding van verontreiniging; en bescherming en herstel van de biodiversiteit en de ecosystemen;

c) “mensen en huishoudens die het zwaarst worden getroffen door de groene transitie”: mensen en huishoudens wier daadwerkelijke toegang tot hoogwaardige werkgelegenheid, met inbegrip van werk als zelfstandige, en/of tot onderwijs en opleiding en/of tot een behoorlijke levensstandaard en essentiële diensten aanzienlijk beperkt is of aanzienlijk dreigt te worden beperkt als direct of indirect gevolg van de groene transitie;

d) “mensen en huishoudens in een kwetsbare situatie”: mensen en huishoudens die, los van de groene transitie, geconfronteerd worden of dreigen te worden met een situatie van aanzienlijk beperkte toegang tot hoogwaardige werkgelegenheid, met inbegrip van werk als zelfstandige, en/of tot onderwijs en opleiding, en/of tot een behoorlijke levensstandaard en essentiële diensten, hetgeen betekent dat het vermogen om zich aan de gevolgen van de groene transitie aan te passen, gering is;

e) “micro-, kleine en middelgrote ondernemingen”: ondernemingen waar minder dan 250 personen werken, met inbegrip van zelfstandigen, en met een jaaromzet van niet meer dan 50 miljoen EUR en/of een jaarlijks balanstotaal van ten hoogste 43 miljoen EUR, berekend overeenkomstig de artikelen 3 tot en met 6 van bijlage I bij Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie 101 ;

f) “energiearmoede”: de situatie als omschreven in artikel 2, punt 49, van de herschikking van de energie-efficiëntierichtlijn 102 , namelijk “het gebrek aan toegang van een huishouden tot essentiële energiediensten die de basis vormen voor een behoorlijke levensstandaard en gezondheid, met inbegrip van voldoende warmte, koeling, verlichting en energie voor toestellen, binnen een relevante nationale context en gezien bestaand sociaal en ander relevant beleid” 103 ;

g) “essentiële diensten”: diensten van goede kwaliteit, waaronder water, sanitaire voorzieningen, energie, vervoer en mobiliteit, financiële diensten en digitale communicatie; overeenkomstig beginsel 20 van de Europese pijler van sociale rechten moet steun voor toegang tot dergelijke diensten beschikbaar worden gesteld aan personen die daar behoefte aan hebben, samen met het bieden van kostenbesparende mogelijkheden, onder meer door diensten op het gebied van hergebruik, reparatie, donatie en delen;

h) “beleidspakket”: een alomvattend en samenhangend pakket beleidsmaatregelen waarin het werkgelegenheids-, vaardigheden- en sociaal beleid wordt geïntegreerd met beleid op het gebied van klimaat, energie, vervoer, milieu en ander beleid inzake de groene transitie, door middel van een goed gecoördineerde aanpak op basis van een of meer nationale strategieën en/of actieplannen, en waar nodig met gebruik van coördinatie- en governancemechanismen op EU-niveau.


BELEIDSPAKKETTEN VOOR EEN RECHTVAARDIGE GROENE TRANSITIE

(4) Om hoogwaardige werkgelegenheid actief te ondersteunen voor een rechtvaardige transitie en voort te bouwen op de EASE-aanbeveling, worden de lidstaten aangemoedigd om, in nauwe samenwerking met de sociale partners, de volgende maatregelen in overweging te nemen ter ondersteuning van mensen die het zwaarst worden getroffen door de groene transitie, met name degenen in een kwetsbare situatie, en hen, waar passend, te helpen als werknemer of zelfstandige over te stappen op economische activiteiten die bijdragen tot de klimaat- en milieudoelstellingen:

a) de toegang tot hoogwaardige werkgelegenheid op doeltreffende wijze ondersteunen, met name door middel van hulp op maat bij het zoeken naar werk en flexibele en modulaire cursussen die in voorkomend geval ook gericht zijn op groene en digitale vaardigheden; ook goed ontworpen, gerichte en tijdgebonden werkgelegenheidsprogramma’s overwegen die begunstigden, met name mensen in een kwetsbare situatie, door middel van opleiding voorbereiden op blijvende participatie op de arbeidsmarkt;

b) doeltreffend gebruikmaken van gerichte en goed ontworpen aanwervings- en transitiestimulansen, onder meer door te overwegen op passende wijze gebruik te maken van loon- en aanwervingssubsidies en stimulansen in verband met socialezekerheidsbijdragen, om overgangen op de arbeidsmarkt en arbeidsmobiliteit tussen regio’s en landen te ondersteunen, met het oog op de kansen en uitdagingen van de groene transitie;

c) ondernemerschap, met inbegrip van sociale ondernemingen 104 , bevorderen, met name in regio’s die met transitieproblemen worden geconfronteerd en, in voorkomend geval, in sectoren die klimaat- en milieudoelstellingen zoals de circulaire economie bevorderen. De steun moet financiële maatregelen, met inbegrip van subsidies, leningen of kapitaal, en niet-financiële maatregelen, waaronder opleidings- en adviesdiensten, combineren die zijn toegesneden op elke fase van de levenscyclus van het bedrijf. De steun moet inclusief zijn en toegankelijk voor ondervertegenwoordigde en kansarme groepen;

d) het scheppen van banen stimuleren, met name in gebieden die het zwaarst door de groene transitie worden getroffen en, in voorkomend geval, in sectoren die klimaat- en milieudoelstellingen bevorderen, zoals de circulaire economie, door de toegang tot financiering en markten te vergemakkelijken voor micro-, kleine en middelgrote ondernemingen, met name ondernemingen die bijdragen tot klimaat- en milieudoelstellingen om concurrentievermogen, innovatie en werkgelegenheid in de hele eengemaakte markt te bevorderen, onder meer in sectoren en ecosystemen die van strategisch belang zijn in nationale en lokale contexten;

e) zorgen voor de effectieve uitvoering en handhaving van de bestaande regels inzake arbeidsomstandigheden, met name op het gebied van gezondheid en veiligheid op het werk, de organisatie van het werk en de betrokkenheid van werknemers, teneinde de kwaliteit van banen tijdens de transitie te waarborgen, ook in economische activiteiten die aan klimaat- en milieudoelstellingen bijdragen;

f) het gebruik van maatschappelijk verantwoorde normen voor overheidsopdrachten bevorderen 105 , onder meer via sociale gunningscriteria, die kansen creëren voor mensen die het zwaarst door de groene transitie worden getroffen, en die tegelijkertijd groene gunningscriteria bevorderen;

g) voorzien in de volledige en betekenisvolle betrokkenheid van werknemers en hun vertegenwoordigers bij het anticiperen op veranderingen en het beheren van herstructureringsprocessen, met inbegrip van die welke verband houden met de groene transitie, in overeenstemming met het EU-kwaliteitskader voor anticipatie op veranderingen en herstructurering 106 .

(5) Om gelijke toegang tot hoogwaardig en inclusief onderwijs, opleiding, een leven lang leren en gelijke kansen te waarborgen, worden de lidstaten aangemoedigd de volgende maatregelen te overwegen, die in nauwe samenwerking met de sociale partners moeten worden uitgevoerd, met name ter ondersteuning van mensen en huishoudens die het zwaarst door de groene transitie worden getroffen, met name die in een kwetsbare situatie:

a) in het kader van de Europese vaardighedenagenda de werkgelegenheids- en sociale aspecten van de groene transitie integreren in de ontwikkeling en uitvoering van de nationale vaardighedenstrategieën, en in het kader van het pact voor vaardigheden partnerschappen met belanghebbenden opzetten en proactief sturen, met name door ervoor te zorgen dat vaardigheden centraal staan in de gezamenlijk gecreëerde transitietrajecten voor relevante industriële ecosystemen die bijdragen tot de klimaat- en milieudoelstellingen;

b) actuele informatie over de arbeidsmarkt en vaardigheden ontwikkelen en prognoses opstellen, beroepsspecifieke en transversale behoeften aan vaardigheden in kaart brengen en voorspellen. Voortbouwen op bestaande instrumenten en initiatieven, waaronder de deskundigheid van en samenwerking met de sociale partners en relevante belanghebbenden. Onderwijs- en opleidingsprogramma’s dienovereenkomstig aanpassen;

c) voorzien in kwalitatief hoogwaardig en inclusief initieel onderwijs en initiële opleiding, met inbegrip van beroepsonderwijs en -opleiding, die lerenden toerusten met vaardigheden en competenties die relevant zijn voor de groene transitie. Leren voor duurzaamheid – waaronder wetenschap, technologie, engineering en wiskunde (STEM), interdisciplinaire benaderingen en digitale vaardigheden – zou integrerend deel moeten uitmaken van deze programma’s. Specifieke maatregelen nemen om vrouwen en andere groepen die momenteel ondervertegenwoordigd zijn in de betrokken beroepsgebieden aan te trekken;

d) steunregelingen voor leerlingplaatsen en betaalde stages met een sterke opleidingscomponent invoeren of versterken, met name in micro-, kleine en middelgrote ondernemingen, waaronder ondernemingen die bijdragen tot klimaat- en milieudoelstellingen en in sectoren met specifieke tekorten aan vaardigheden, zoals de bouw en ICT. Dergelijke regelingen zouden moeten worden gemonitord en geëvalueerd en zouden de kwaliteit van banen moeten waarborgen, in overeenstemming met het Europees kader voor hoogwaardige en doeltreffende leerlingplaatsen 107 en het kwaliteitskader voor stages 108 ;

e) de deelname van volwassenen aan opleiding gedurende het hele beroepsleven verhogen, in overeenstemming met de bij- en omscholingsbehoeften voor de groene transitie, door ervoor te zorgen dat steun beschikbaar is voor opleiding binnen banen, beroepsovergangen en transversale vaardigheden, met name om de omschakeling naar sectoren en economische activiteiten die naar verwachting zullen toenemen, te vergemakkelijken. Daartoe opleidingsrechten verstrekken in overeenstemming met de voorgestelde aanbeveling van de Raad inzake individuele leerrekeningen 109 en in de vorm van betaald opleidingsverlof en loopbaanbegeleiding. De ontwikkeling van korte, kwalitatief hoogwaardige en algemeen erkende cursussen ondersteunen die voortbouwen op de Europese aanpak van microcredentials 110 .

(6) Om te zorgen voor blijvende billijkheid van belasting- en uitkeringsstelsels en socialebeschermingsstelsels in de context van de groene transitie, en voortbouwend op de aanbeveling betreffende de toegang tot sociale bescherming voor werknemers en zelfstandigen 111 , worden de lidstaten aangemoedigd de volgende maatregelen te overwegen ter ondersteuning van mensen en huishoudens die het zwaarst door de groene transitie worden getroffen, met name die in een kwetsbare situatie, teneinde de arbeidsmarkttransitie te ondersteunen (met inbegrip van de transitie naar economische activiteiten die bijdragen tot klimaat- en milieudoelstellingen), energie- en vervoersarmoede te voorkomen en te verlichten en regressieve effecten van beleidsmaatregelen te verzachten:

a) belastingstelsels beoordelen en waar nodig aanpassen in het licht van de uitdagingen die voortvloeien uit de transitie naar klimaatneutraliteit, met name door de belasting op arbeid te verlagen en de belastingwig voor lage- en middeninkomensgroepen te verkleinen en te verschuiven naar andere bronnen die bijdragen tot klimaat- en milieudoelstellingen, door regressieve effecten te voorkomen en te verzachten, het progressieve karakter van directe belastingen te behouden en de financiering van adequate socialebeschermings- en investeringsmaatregelen te waarborgen, met name die welke gericht zijn op de groene transitie;

b) socialebeschermingsstelsels en het beleid inzake sociale inclusie beoordelen en indien van toepassing aanpassen in het licht van de uitdagingen op het gebied van werkgelegenheid, sociale zaken en gezondheid die de groene transitie met zich meebrengt, om ervoor te zorgen dat zij toereikend en duurzaam blijven. Daartoe nagaan hoe het bieden van adequate inkomenszekerheid, onder meer door innovatieve regelingen voor de overgang tussen verschillende banen werkloosheidsuitkeringen en minimuminkomensregelingen het best kan worden gewaarborgd en aangepast aan de behoeften die voortvloeien uit de groene transitie. Ook zorgen voor de verstrekking en duurzame financiering van hoogwaardige, betaalbare en toegankelijke sociale, gezondheids- en langdurige zorgdiensten, met name voor mensen en huishoudens die het zwaarst door de groene transitie worden getroffen, met name door te investeren in sociale infrastructuur voor kinderopvang, langdurige zorg en gezondheidszorg;

c) waar nodig, en ter aanvulling van de in punt 7, a), beschreven maatregelen, gerichte en tijdelijke rechtstreekse inkomenssteun verstrekken, met name aan mensen en huishoudens in een kwetsbare situatie, om ongunstige inkomens- en prijsontwikkelingen te matigen, mede in verband met verbeterde stimulansen voor het dringend verwezenlijken van de nodige klimaat- en milieudoelstellingen, waarbij prijssignalen ter ondersteuning van de groene transitie behouden blijven. Daartoe voor de beschikbaarheid van adequate financiering voor deze maatregelen zorgen, onder meer door de kwaliteit van de overheidsuitgaven te verbeteren, optimaal gebruik te maken van het Sociaal Klimaatfonds en van de begrotingsmiddelen die worden gegenereerd door energie- en milieubelastingen en het emissiehandelssysteem van de EU;

d) oplossingen voor risicobewustzijn, risicovermindering en risico-overdracht verbeteren met betrekking tot huishoudens en ondernemingen, met name micro-, kleine en middelgrote ondernemingen, met name door te zorgen voor de beschikbaarheid en betaalbaarheid van verzekeringsoplossingen, met name voor mensen en huishoudens in een kwetsbare situatie.

(7) Om te zorgen voor toegang tot betaalbare essentiële diensten en huisvesting voor mensen en huishoudens die het zwaarst door de groene transitie worden getroffen, met name voor mensen in een kwetsbare situatie, worden de lidstaten aangemoedigd de volgende maatregelen te overwegen:

a) openbare en particuliere financiële steun mobiliseren en stimulansen bieden voor particuliere investeringen in hernieuwbare energiebronnen en energie-efficiëntie, aangevuld met advies aan consumenten om hun energieverbruik beter te beheren en geïnformeerde beslissingen te nemen over energiebesparing, teneinde hun energierekening te verlagen, met name gericht op kwetsbare huishoudens en gemeenschappen. Daartoe voor de beschikbaarheid van adequate financiering voor deze maatregelen zorgen, onder meer door de kwaliteit van de overheidsuitgaven te verbeteren, optimaal gebruik te maken van het Sociaal Klimaatfonds en van de begrotingsmiddelen die worden gegenereerd door energie- en milieubelastingen en het emissiehandelssysteem van de EU;

b) energiearmoede voorkomen en verminderen door maatregelen ter verbetering van de energie-efficiëntie te bevorderen en uit te voeren, met inbegrip van openbare en particuliere investeringen in woningen om renovaties te stimuleren, onder meer in de socialewoningsector 112 . Daartoe goed ontworpen fiscale prikkels, subsidies en leningen verstrekken, samen met bijbehorend advies, ook aan micro-, kleine en middelgrote ondernemingen, waarbij de nodige aandacht wordt besteed aan stimulansen, met name voor eigenaars en huurders, en aan de ontwikkeling van de huisvestingskosten, met name voor huishoudens in een kwetsbare situatie;

c) de positie van energieconsumenten, met inbegrip van huishoudens in een kwetsbare situatie, versterken door verdere zelfvoorziening te ontwikkelen via individuele regelingen voor hernieuwbare energie en andere diensten via energiegemeenschappen van burgers 113 , in combinatie met educatieve maatregelen en campagnes, met bijzondere aandacht voor mensen in een kwetsbare situatie en consumenten in plattelandsgebieden;

d) uitdagingen en belemmeringen op het gebied van mobiliteit en vervoer voor huishoudens in een kwetsbare situatie, met name in afgelegen en plattelandsregio’s en -steden met een laag inkomen, voorkomen en aanpakken door middel van adequate beleids- en steunmaatregelen en de ontwikkeling van de noodzakelijke infrastructuur, om essentiële connectiviteit te verbeteren en toegang tot onderwijs, gezondheidszorg, werkgelegenheid en sociale participatie mogelijk te maken. Met name zorgen voor de beschikbaarheid, met inbegrip van de frequentie, van emissiearm openbaar vervoer en, in voorkomend geval, het gebruik van duurzame vormen van particuliere mobiliteit bevorderen 114 , met de nadruk op het waarborgen van betaalbaarheid, toegankelijkheid en veiligheid;

e) de toegang tot duurzame consumptie, met inbegrip van voeding, vergemakkelijken, met name voor mensen en huishoudens in een kwetsbare situatie en met name kinderen, en kostenbesparende kansen in verband met de circulaire economie bevorderen. Daartoe in doeltreffende stimulansen en instrumenten voorzien, zoals het ondersteunen van acties op het gebied van sociale innovatie en lokale initiatieven, regelingen voor hergebruik, reparatie, donatie en delen, onder meer via ondernemingen in de sociale economie, en het bevorderen van onderwijs en bewustmaking inzake milieuduurzaamheid voor lerenden van alle leeftijden en op alle onderwijsniveaus 115 .


HORIZONTALE ELEMENTEN VOOR BELEIDSMAATREGELEN TER ONDERSTEUNING VAN EEN RECHTVAARDIGE GROENE TRANSITIE

(8) Om de groene transitie op inclusieve en democratische wijze vooruit te helpen, de doelstellingen van rechtvaardige transitie vanaf het begin in beleidsvorming op alle niveaus te integreren en voor een doeltreffende benadering van een eerlijk transitiebeleid in de gehele economie te zorgen, wordt de lidstaten verzocht:

a) beleidsvorming op alle niveaus en op alle relevante beleidsterreinen te coördineren, met name in het kader van het Europees Semester, met inbegrip van onderzoek en innovatie, met het oog op de totstandbrenging van een geïntegreerd en stimulerend beleidskader waarbij de nodige aandacht wordt besteed aan de verdelingseffecten en aan positieve en negatieve overloopeffecten, ook in grensoverschrijdende regio’s, en waarin adequate en systematische evaluatiestrategieën worden geïntegreerd, waaronder beoordelingen vooraf en achteraf;

b) regionale en lokale overheden een actieve rol te geven, gezien hun nabijheid tot burgers en lokale bedrijven, bij de uitvoering van en het toezicht op een eerlijk transitiebeleid;

c) de sociale partners op nationaal, regionaal en lokaal niveau te betrekken bij alle stadia van beleidsvorming waarin deze aanbeveling voorziet, onder meer door middel van sociale dialoog en collectieve onderhandelingen, waar passend. Bovendien de volledige betrokkenheid van de sociale partners te bevorderen bij het ontwerp en de uitvoering van transitietrajecten voor industriële ecosystemen in het kader van de geactualiseerde nieuwe industriestrategie van de EU;

d) mensen, het maatschappelijk middenveld en belanghebbenden, met inbegrip van organisaties die mensen in een kwetsbare situatie vertegenwoordigen, zoals vrouwen, mensen met een handicap, jongeren en kinderen die oproepen tot dringende klimaatactie, en actoren van de sociale economie, onder meer via het Europees klimaatpact 116 , mondig te maken en kansen te geven, met het oog op hun deelname aan beleidsvorming en -uitvoering, ook door gebruik te maken van nieuwe participatiemodellen waarbij mensen in een kwetsbare situatie worden betrokken;

e) de operationele capaciteit van de betrokken overheidsdiensten te versterken om doeltreffende begeleiding en ondersteuning te bieden voor de uitvoering van een eerlijk transitiebeleid. Met name openbare diensten voor arbeidsvoorziening te versterken om arbeidsmarkttransities en informatie over vaardigheden te ondersteunen, alsook arbeidsinspecties om de arbeidsomstandigheden te waarborgen. Bovendien waar nodig sociale en gezondheidsdiensten te mobiliseren, met name om arbeidsmarkttransities te ondersteunen en energiearmoede aan te pakken.

(9) Om de beschikbaarheid en kwaliteit te waarborgen van de gegevens en bewijzen die nodig zijn om een degelijk sociaal en arbeidsmarktbeleid voor een rechtvaardige transitie naar klimaatneutraliteit te voeren, wordt de lidstaten verzocht:

a) de onderbouwing van beleid inzake een rechtvaardige transitie te versterken door onder meer de geleidelijke harmonisatie en verenigbaarheid van definities, concepten en methoden te bevorderen, onder meer op basis van Aanbeveling (EU) 2020/1563 van de Commissie over energiearmoede en follow-upmaatregelen in de coördinatiegroep voor energiearmoede en kwetsbare consumenten, en door gebruik te maken van beschikbare methoden voor beleidseffectbeoordelingen. Bovendien evaluatie- en gegevensverzamelingsstrategieën op te nemen bij de voorbereiding en het ontwerp van relevante beleidsmaatregelen en wetgevingsinitiatieven;

b) het gebruik van robuuste en transparante werkgelegenheids-, sociale en verdelingseffectbeoordelingen (vooraf) te ontwikkelen en te mainstreamen als onderdeel van nationale hervormingen en maatregelen op het gebied van klimaat, energie en milieu;

c) te zorgen voor doeltreffende en transparante monitoring en onafhankelijke evaluatie (achteraf) van de werkgelegenheids-, sociale en verdelingseffecten van nationale hervormingen en maatregelen die bijdragen tot de klimaat- en milieudoelstellingen, waarbij de sociale partners en andere belanghebbenden worden betrokken bij de identificatie van evaluatievragen en, in voorkomend geval, bij het ontwerp en de uitvoering van evaluatie- en raadplegingsstrategieën;

d) onderzoeks- en innovatieacties op nationaal en EU-niveau te versterken, onder meer door financiering uit het programma Horizon Europa, om de modellering en beoordeling van de macro-economische, werkgelegenheids- en sociale dimensie van beleid inzake klimaatverandering te verbeteren. De betrokkenheid van de sociale partners bij de uitvoering van relevante onderzoeks- en innovatieacties te bevorderen, met name Horizon Europa-missies inzake adaptatie aan de klimaatverandering, met inbegrip van maatschappelijke transformatie en slimme en klimaatneutrale steden, die kunnen helpen praktische oplossingen te ontwikkelen ter ondersteuning van de groene transitie op regionaal en lokaal niveau;

e) de resultaten van evaluaties, prognoses en monitoringactiviteiten op gezette tijden aan het publiek te presenteren en uitwisselingen met de sociale partners, het maatschappelijk middenveld en andere belanghebbenden over de belangrijkste resultaten en mogelijke aanpassingen te organiseren.


OPTIMAAL GEBRUIK VAN OVERHEIDS- EN PARTICULIERE FINANCIERING

(10) Om kosteneffectieve investeringen en financiële steun te verstrekken in overeenstemming met het kader voor staatssteun om de sociale en arbeidsmarktaspecten van een rechtvaardige groene transitie aan te pakken, waarbij gebruik wordt gemaakt van synergieën tussen beschikbare programma’s en instrumenten, en met bijzondere aandacht voor de zwaarst getroffen regio’s en industriële ecosystemen, wordt de lidstaten verzocht:

a) de relevante hervormingen en investeringen in het kader van de herstel- en veerkrachtplannen volledig uit te voeren, waarbij complementariteit met andere fondsen wordt gewaarborgd;

b) over te gaan tot het mobiliseren van en zorgen voor een coherent en optimaal gebruik van bestaande instrumenten en financieringsmogelijkheden, met inbegrip van technische bijstand, op het niveau van de lidstaten en de EU, ter ondersteuning van relevante acties en investeringen. De financieringsinstrumenten van de EU omvatten met name de fondsen van het cohesiebeleid, het mechanisme voor een rechtvaardige transitie, InvestEU, het instrument voor technische ondersteuning, Erasmus+, het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG), het LIFE-programma en het moderniseringsfonds;

c) passende nationale middelen vast te leggen en in te zetten om bij te dragen tot de uitvoering van alomvattende pakketten maatregelen die tot een rechtvaardige groene transitie leiden. Deze maatregelen zouden naar behoren moeten worden gefinancierd, onder meer door de kwaliteit van de overheidsuitgaven te verbeteren, verdere particuliere financiering aan te trekken en/of extra overheidsinkomsten te gebruiken, mede met behulp van toenemende inkomsten uit de handel in emissierechten. Bij de ontwikkeling van groene begrotingspraktijken rekening te houden met werkgelegenheids-, sociale en verdelingsaspecten;

d) een evenwichtige mix van maatregelen te ontwerpen in de nationale sociale klimaatplannen in het kader van het voorgestelde Sociaal Klimaatfonds, onder meer door groene investeringen — waar nodig in afwachting van het effect van investeringen op de vermindering van emissies en energierekeningen — aan te vullen met tijdelijke en gerichte inkomensondersteunende maatregelen ter compensatie van kwetsbare huishoudens en huishoudens die vervoersgebruikers zijn, waarbij in voorkomend geval ook rekening wordt gehouden met relevante landspecifieke uitdagingen en aanbevelingen die zijn gedaan in het kader van het Europees Semester.


TOEKOMSTIGE ACTIES VOOR EEN RECHTVAARDIGE GROENE TRANSITIE

(11) Met het oog op een nuttige follow-up van deze aanbeveling van de Raad is de Raad van de Europese Unie ingenomen met het voornemen van de Commissie om:

a) de uitwisseling met belangrijke betrokken belanghebbenden, mensen en gemeenschappen en de uitwisseling van beste praktijken verder te verbeteren, onder meer in de context van de transitietrajecten van industriële ecosystemen 117 , met name in een grensoverschrijdende context en met bijzondere aandacht voor de zwaarst getroffen regio’s en sectoren;

b) de verbetering van de adequaatheid, verenigbaarheid en doeltreffendheid van het beleid van de lidstaten inzake een rechtvaardige transitie te ondersteunen, onder meer met betrekking tot de werkgelegenheids-, sociale en verdelingsaspecten waarmee rekening moet worden gehouden bij het ontwerp, de uitvoering, de monitoring en de beoordeling van de nationale plannen en langetermijnstrategieën, eventueel ook in het kader van de toekomstige herziening van de governanceverordening, indien van toepassing;

c) de databank te versterken, met name door toegang te krijgen tot administratieve gegevensbronnen en, in voorkomend geval, gegevens van de sociale partners, het bedrijfsleven, het maatschappelijk middenveld en opiniepeilingen, en methodologische richtsnoeren bij te werken voor de beoordeling van de werkgelegenheids-, sociale en verdelingseffecten van een rechtvaardige transitie en klimaat- en energiebeleid, in voorkomend geval ook in de context van het Europees Semester;

d) haar regelmatige monitoring en prognoseanalyse van ontwikkelingen en risico’s op het gebied van energiearmoede in de EU, met inbegrip van sociale en verdelingsaspecten, te verbeteren, ook om de werkzaamheden van de coördinatiegroep voor energiearmoede en kwetsbare consumenten en andere relevante deskundigengroepen te ondersteunen;

e) verder onderzoek te ontwikkelen en meer bewijs te leveren met betrekking tot de vaststelling, monitoring en evaluatie van de vooruitgang bij de verlening van adequate toegang tot essentiële diensten, onder meer door in voorkomend geval het begrip “vervoersarmoede” te ontwikkelen, met name in de context van de groene transitie naar een duurzame welzijnsgerichte economie;

f) de vooruitgang te evalueren die bij de uitvoering van deze aanbeveling is geboekt in het kader van het multilaterale toezicht in het Europees Semester, voortbouwend op bestaande scoreborden en monitoringkaders, waar nodig aangevuld met aanvullende indicatoren; rekening te houden met de richtsnoeren in deze aanbeveling in het kader van de verordening inzake de governance van de energie-unie en van de klimaatactie, met name als onderdeel van haar beoordelingen tijdens de komende actualisering van de geïntegreerde nationale energie- en klimaatplannen in 2023‑2024.