Artikelen bij COM(2022)503 - Uitzonderlijke handelsmaatregelen ten behoeve van de landen en gebieden die deelnemen aan of verbonden zijn met het stabilisatie- en associatieproces (codificatie)

Dit is een beperkte versie

U kijkt naar een beperkte versie van dit dossier in de EU Monitor.




 2020/2172 art. 1, punt 1 (aangepast)

Artikel 1 - Preferentiële regelingen

1. Voor producten van oorsprong uit Albanië, Bosnië en Herzegovina, Kosovo, Montenegro, Noord-Macedonië en Servië (“de begunstigde partijen”) die onder de hoofdstukken 7 en 8 van de gecombineerde nomenclatuur vallen, gelden bij invoer in de Unie geen kwantitatieve beperkingen of maatregelen van gelijke werking noch douanerechten en heffingen van gelijke werking.

2. Producten van oorsprong uit de begunstigde partijen blijven onder de bepalingen van deze verordening vallen wanneer dat  in die bepalingen  wordt vermeld.  Die  producten genieten tevens elke bij deze verordening verleende concessie die gunstiger is dan die welke is toegekend uit hoofde van bilaterale overeenkomsten tussen de Unie en  die  begunstigde partijen.

Artikel 2 - Voorwaarden voor  het recht op de   preferentiële regelingen

1. Het recht op de in artikel 1  bedoelde   preferentiële regelingen is afhankelijk van de volgende voorwaarden:

a) de definitie van “producten van oorsprong” zoals voorzien in titel II, hoofdstuk 1, afdeling 2, onderafdelingen 4 en 5, van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/2446 van de Commissie, en titel II, hoofdstuk 2, afdeling 2, onderafdelingen 10 en 11, van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 van de Commissie, zijn in acht genomen;

b) de begunstigde partijen stellen geen nieuwe douanerechten of heffingen van gelijke werking dan wel nieuwe kwantitatieve beperkingen of maatregelen van gelijke werking vast voor de invoer van producten van oorsprong uit de Unie, verhogen de bestaande douanerechten of heffingen niet en voeren geen andere beperkingen in;

c) de begunstigde partijen gaan over tot een daadwerkelijke administratieve samenwerking met de Unie ter voorkoming van  enig risico op   fraude   ;   

d) de begunstigde partijen maken zich niet schuldig aan ernstige en systematische schendingen van de mensenrechten, waaronder fundamentele arbeidsrechten, van de grondbeginselen van de democratie en van de rechtsstaat.

2. Het recht op de in artikel 1 bedoelde  preferentiële regelingen   is, onverminderd de in lid 1 van dit artikel  neergelegde   voorwaarden, afhankelijk van de bereidheid van de begunstigde landen tot daadwerkelijke economische hervormingen en regionale samenwerking met andere landen die bij het stabilisatie- en associatieproces betrokken zijn, met name door de totstandbrenging van vrijhandelszones in overeenstemming met artikel XXIV van de GATT-overeenkomst van 1994 en andere toepasselijke WTO‑bepalingen.

Bij niet-naleving van de eerste alinea kan de Raad bij gekwalificeerde meerderheid op voorstel van de Commissie passende maatregelen nemen.

3. Bij niet-naleving door een begunstigde partij van lid 1,  onder   a), b) of c), dan wel van lid 2, van dit artikel kan de Commissie door middel van uitvoeringshandelingen het recht van de betrokken begunstigde partij op de voordelen van deze verordening volledig of gedeeltelijk opschorten. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 8, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.


 1215/2009

Artikel 3 - Landbouwproducten — tariefcontingenten

 2020/2172 art. 1, punt 2, onder a)

1. Voor bepaalde, in bijlage I vermelde wijnbouwproducten van oorsprong uit de begunstigde partijen, worden de douanerechten bij invoer in de Unie geschorst gedurende de perioden, op het niveau, binnen de grenzen van de tariefcontingenten van de Unie en volgens de voorwaarden die voor ieder product en iedere oorsprong in die bijlage zijn vastgesteld.


 1336/2011 art. 1, punt 3, onder c)

2. Onverminderd de andere bepalingen van deze verordening, en met name artikel 10, kan de Commissie, gezien de bijzondere gevoeligheid van de landbouw- en visserijmarkten, door middel van uitvoeringshandelingen passende maatregelen vaststellen indien de invoer van landbouw- en visserijproducten een ernstige verstoring van de markten van de Unie en de regulerende mechanismen daarvan veroorzaakt. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 8, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.


 1215/2009

Artikel 4 - Beheer van de tariefcontingenten

 2020/2172 art. 1, punt 4

De in artikel 3, lid 1, van deze verordening bedoelde tariefcontingenten worden door de Commissie beheerd overeenkomstig titel II, hoofdstuk 1, afdeling 1, van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 van de Commissie.


 1215/2009

De verbindingen die daartoe tussen de lidstaten en de Commissie bestaan, geschieden zoveel mogelijk door middel van een telematicaverbinding.

Artikel 5 - Toegang tot de tariefcontingenten

Elke lidstaat draagt ervoor zorg dat de importeurs zolang het saldo van de betrokken contingenten zulks toelaat in gelijke mate en zonder onderbreking toegang tot de tariefcontingenten hebben.


 1336/2011 art. 1, punt 5 (aangepast)

Artikel 6

 Delegatie   van bevoegdheden

De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 7 gedelegeerde handelingen vast te stellen met betrekking tot:

a) de nodige wijzigingen en technische aanpassingen aan bijlage I naar aanleiding van wijzigingen in de codes van de gecombineerde nomenclatuur en de onderverdelingen   van het geïntegreerd tarief van de Europese Unie (TARIC)  ;


 2020/2172 art. 1, punt 5 (aangepast)

b) de nodige aanpassingen naar aanleiding van de toekenning van handelspreferenties in het kader van andere overeenkomsten tussen de Unie en de begunstigde partijen;

c) gedeeltelijke of volledige opschorting van het recht van een  betrokken   begunstigde partij op voordelen in het kader van deze verordening, indien die begunstigde partij niet voldoet aan artikel 2, lid 1, onder d).


 1336/2011 art. 1, punt 6

Artikel 7 - Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1. De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.


 1202/2013 art. 1, punt 1 (aangepast)

2. De in artikel 6 bedoelde bevoegdheidsdelegatie wordt aan de Commissie verleend voor een periode van vijf jaar, met ingang van 3 december 2013. De Commissie stelt uiterlijk negen maanden voor het einde van de periode van vijf jaar een verslag op over de bevoegdheidsdelegatie. De bevoegdheidsdelegatie wordt stilzwijgend met perioden van dezelfde duur verlengd, tenzij het Europees Parlement of de Raad zich uiterlijk drie maanden voor het einde van een periode tegen deze verlenging verzet.

3. Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 6 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

 4. Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven. 


 1336/2011 art. 1, punt 6

5. Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling vaststelt, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6. Een overeenkomst artikel 6 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement of de Raad binnen de een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad daartegen geen bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben meegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Deze termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.


 1336/2011 art. 1, punt 7 (aangepast)

Artikel 8 - Comitéprocedure

1. Voor de toepassing van de artikelen 2 en 10 wordt de Commissie bijgestaan door het Uitvoeringscomité Westelijke Balkan.  Dat   comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.

2. Voor de toepassing van artikel 3, lid 2, wordt de Commissie bijgestaan door het comité dat is ingesteld bij artikel 3, lid 1, van Verordening (EU) 2015/478 van het Europees Parlement en de Raad 14 . Dit comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.

3. Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.


 1215/2009 (aangepast)

Artikel 9 - Samenwerking

De lidstaten en de Commissie werken nauw samen om te verzekeren dat deze verordening, en met name  de bepalingen neergelegd in  artikel 10, lid 1, wordt nageleefd.

Artikel 10 - Tijdelijke schorsing

 2020/2172 art. 1, punt 7 (aangepast)

1. Indien de Commissie oordeelt dat er voldoende bewijs is van fraude, of dat de begunstigde partijen niet de vereiste administratieve medewerking verlenen voor de verificatie van het bewijs van oorsprong, dat hun uitvoer naar de Unie zo sterk toeneemt dat hij boven hun normale productieniveau en uitvoercapaciteit komt te liggen, of dat zij artikel 2, lid 1,  onder   a), b) of c), overtreden, kan zij maatregelen nemen om de bij deze verordening vastgestelde regelingen voor een periode van drie maanden geheel of ten dele op te schorten, mits zij vooraf:

a) het Uitvoeringscomité Westelijke Balkan heeft ingelicht;

b) de lidstaten ertoe heeft opgeroepen de nodige voorzorgsmaatregelen te nemen om de financiële belangen van de Unie veilig te stellen of de begunstigde partijen ertoe te brengen artikel 2, lid 1, na te leven;

c) in het Publicatieblad van de Europese Unie een bericht heeft bekendgemaakt dat er gegronde twijfel bestaat over de toepassing van de preferentiële regelingen of de naleving van de bepalingen in artikel 2, lid 1, door de betrokken begunstigde partij, waardoor het recht van deze partij om verder de voordelen van deze verordening te genieten, ter discussie kan komen te staan.

De in de eerste alinea van dit lid bedoelde maatregelen worden vastgesteld bij uitvoeringshandeling. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 8, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.


 1336/2011 art. 1, punt 8, onder c)

2. Aan het einde van de schorsingsperiode besluit de Commissie de voorlopige schorsing te beëindigen of de schorsing overeenkomstig lid 1 te verlengen.


 1215/2009 (aangepast)

Artikel 11 - Intrekking

Verordening (EG) nr.  1215/2009  wordt ingetrokken.

Verwijzingen naar de ingetrokken verordening gelden als verwijzingen naar de onderhavige verordening en worden gelezen volgens de concordantietabel in bijlage III.

Artikel 12 - Inwerkingtreding en toepassing

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.


 2020/2172 art. 1, punt 8

Zij is van toepassing tot en met 31 december 2025.


 1215/2009

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.