Artikelen bij COM(2023)713 - Uitvoering van de leenfaciliteit voor de publieke sector uit hoofde van het mechanisme voor een rechtvaardige transitie in 2023, zoals bedoeld in artikel 16 van Verordening (EU) 2021/1229

Dit is een beperkte versie

U kijkt naar een beperkte versie van dit dossier in de EU Monitor.


VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

over de uitvoering van de leenfaciliteit voor de publieke sector uit hoofde van het mechanisme voor een rechtvaardige transitie in 2023, zoals bedoeld in artikel 16 van Verordening (EU) 2021/1229

1. Inleiding en doel van dit verslag

In december 2019 heeft de Europese Commissie een Europese Green Deal voor de Europese Unie en haar burgers aangenomen (1). Daarin wordt erop gewezen dat de Commissie vastbesloten is de klimaat- en milieuproblemen aan te pakken en dat de transitie rechtvaardig en inclusief moet verlopen.

In januari 2020 heeft de Commissie een nauwkeurige beschrijving gegeven van het mechanisme voor een rechtvaardige transitie (JTM) als onderdeel van het investeringsplan voor de Europese Green Deal (2), om ervoor te zorgen dat niemand en geen enkele regio achterop raakt bij de transitie naar een klimaatneutrale economie. Het voornaamste doel van het mechanisme is steun te verlenen aan de meest getroffen regio’s en personen en hen te helpen de sociaal-economische kosten van de transitie op te vangen. Het mechanisme voor een rechtvaardige transitie bestaat uit drie pijlers: de eerste pijler is het Fonds voor een rechtvaardige transitie, de tweede pijler is een specifieke regeling voor een rechtvaardige transitie uit hoofde van het InvestEU-programma en de derde pijler is de leenfaciliteit voor de publieke sector (hierna de “faciliteit” genoemd).

Dit jaarverslag gaat vooral over de derde pijler en over de vooruitgang die tot dusver is geboekt bij de uitvoering van de faciliteit. Het is een cumulatief verslag over de uitvoering van de faciliteit vanaf het begin tot en met 31 augustus 2023.


1. Rechts- en begrotingskader van de leenfaciliteit voor de publieke sector uit hoofde van het mechanisme voor een rechtvaardige transitie

De faciliteit is vastgesteld bij Verordening (EU) 2021/1229 van 14 juli 2021 (de PSLF-verordening) (3).

De algemene doelstelling van de faciliteit is het aanpakken van grote sociale, economische en milieu-uitdagingen die voortvloeien uit de transitie naar de streefdoelen van de Unie voor 2030 inzake klimaat en energie en de doelstelling om uiterlijk in 2050 tot een klimaatneutrale economie in de Unie te komen, zoals bepaald in Verordening (EU) 2021/1119 (4), ten behoeve van de gebieden in de Unie die in de territoriale plannen voor een rechtvaardige transitie zijn aangewezen (5).

De specifieke doelstelling van de faciliteit is overheidsinvesteringen te mobiliseren die tegemoetkomen aan de ontwikkelingsbehoeften van de in de territoriale plannen voor een rechtvaardige transitie aangewezen gebieden. Dit gebeurt door de financiering te faciliteren van projecten die niet voldoende inkomstenstromen genereren om hun investeringskosten te dekken, en zo te voorkomen dat potentiële steun en investeringen uit alternatieve middelen worden verdrongen.

Er wordt steun verleend voor een breed scala aan investeringen in hernieuwbare energie en groene en duurzame mobiliteit, met inbegrip van de bevordering van groene waterstof, efficiënte stadsverwarmingsnetten, openbaar onderzoek, digitalisering, en milieu-infrastructuur voor slim afval- en waterbeheer. De faciliteit kan ook maatregelen ondersteunen op het gebied van duurzame energie, energie-efficiëntie en integratie van energiesystemen, waaronder renovatie en transformatie van gebouwen, stedelijke vernieuwing en regeneratie, de transitie naar een circulaire economie, verbetering en sanering van bodems en ecosystemen, uitgaande van het beginsel dat de vervuiler betaalt, biodiversiteit, alsmede bijscholing en omscholing, opleidingen en sociale infrastructuur, met inbegrip van zorginstellingen en sociale huisvesting (6).

De PSLF-verordening voorziet in een totale maximumbegroting van 1,525 miljard EUR aan steun van de Unie voor de subsidiecomponent van de faciliteit (met inbegrip van technische en adviserende ondersteuning).

Uit hoofde van de faciliteit worden (door de Europese Investeringsbank als financiële partner verstrekte) leningen gecombineerd met (door de Unie verstrekte) subsidies om projecten die door entiteiten uit de publieke sector zijn ingediend naar aanleiding van de oproep tot het indienen van voorstellen, te steunen met middelen om te voldoen aan de ontwikkelingsbehoeften bij de transitie naar een klimaatneutrale economie. De Europese Investeringsbank (EIB) verstrekt 10 miljard EUR voor de leningcomponent van de faciliteit. De EIB biedt drie soorten leningen aan in het kader van de faciliteit: investeringsleningen voor rijpe projecten, kaderleningen (ook “loan schemes” genoemd) en leningen via tussenpersonen.

Subsidies hebben de vorm van niet aan kosten gekoppelde financiering en het bedrag ervan wordt bepaald als een percentage van de lening. Dit percentage bedraagt niet meer dan 15 %, of 25 % indien het project zich in een minder ontwikkelde regio bevindt (7). Bijgevolg hangt de toekenning van een subsidie af van de goedgekeurde financiering door de EIB of haar financiële tussenpersonen (8).

Voor de uitvoering van de faciliteit werkt de Commissie nauw samen met de EIB en het Uitvoerend Agentschap klimaat, infrastructuur en milieu (Cinea).

Zoals aangekondigd in het vorige jaarverslag over de uitvoering van de leenfaciliteit voor de publieke sector (9), is de administratieve overeenkomst tussen de Commissie en de EIB op 1 september 2022 in werking getreden (10). De EIB beoordeelt de projectvoorstellen volgens haar eigen regels, beleid en procedures, en treft voorbereidingen voor, onderhandelt over, ondertekent en monitort de desbetreffende financieringsovereenkomsten.

De taakverdeling tussen de Commissie en Cinea is vastgelegd in het memorandum van overeenstemming dat op 5 september 2022 is ondertekend. Cinea is verantwoordelijk voor de budgettaire, juridische, financiële en operationele aspecten van de uitvoering van de subsidies onder toezicht van de Commissie (verantwoordelijk voor de uitvoering van de leenfaciliteit voor de publieke sector), terwijl de Commissie volledig verantwoordelijk blijft voor alle beleidsaspecten.

Dankzij de uitstekende samenwerking tussen de Commissie, Cinea en de EIB zijn de ontvangen aanvragen soepel beheerd en dit is van cruciaal belang geweest om de faciliteit, de doelstellingen en de werking ervan meer bekendheid te geven.


2. Reikwijdte van het uitvoeringsverslag 2023

Artikel 16, lid 3, van de PSLF-verordening luidt: “Uiterlijk op 31 oktober van elk kalenderjaar, met ingang van 2022, brengt de Commissie verslag uit over de uitvoering van de faciliteit. Dat verslag bevat informatie over de mate waarin aan de doelstellingen, voorwaarden en prestatie-indicatoren van de faciliteit is voldaan.”

Het eerste uitvoeringsverslag is op 7 februari 2023 bij het Europees Parlement en de Raad ingediend en bevat voornamelijk een overzicht van de voorbereidende stappen die zijn doorlopen voorafgaand aan de publicatie van de eerste oproep tot het indienen van voorstellen uit hoofde van de leenfaciliteit voor de publieke sector.

Het onderhavige verslag is het tweede uitvoeringsverslag. Het bevat informatie over i) de resultaten van de oproep tot het indienen van voorstellen in het kader van de faciliteit voor de eerste drie indieningstermijnen; ii) communicatie, bewustmaking en lijst van potentiële projectvoorstellen; iii) ondervonden uitdagingen; en iv) de volgende stappen voor de faciliteit.

2. UITVOERING VAN DE FACILITEIT

1. Resultaten van de oproep tot het indienen van voorstellen in het kader van de faciliteit voor de eerste drie indieningstermijnen

Op 19 juli 2022 is een meerjarige oproep tot het indienen van voorstellen gepubliceerd. De oproep tot het indienen van voorstellen omvat regelmatige indieningstermijnen (drie per jaar), waarbij de laatste indieningstermijn in de laatste helft van 2025 valt.

Op 31 augustus 2023 zijn acht voorstellen ingediend en zijn er drie aanbevolen voor financiering door het evaluatiecomité (zie tabel 1), goed voor een maximumbedrag van 39 394 217 EUR aan subsidies door de Commissie en een geraamd bedrag van 185 886 184 EUR aan leningen van de EIB. Vier voorstellen die de subsidiabiliteits- en ontvankelijkheidscontrole niet doorstonden, vielen buiten het bestek van de oproep en één voorstel, dat subsidiabel/ontvankelijk was, voldeed niet aan de evaluatiecriteria.

Figuur 1: Nationale aandelen (gereserveerd tot en met 31 december 2025) en het gebruik ervan door middel van toegekende of ter beoordeling staande subsidies (11)


Tabel 1. Samenvatting van de beoordeling van de voorstellen die zijn ontvangen naar aanleiding van de oproep tot het indienen van voorstellen in het kader van de faciliteit.
Aantal ingediende voorstellenAantal subsidiabele en ontvankelijke voorstellenAantal voorstellen dat door de Commissie voor financiering wordt aanbevolenAantal voorstellen waarvoor door de EIB of haar tussenpersonen een lening is verstrektOpmerkingen
Indieningstermijn 19 oktober 202231

(CZ)
1

(CZ)
0Eén voorstel door de Commissie voor financiering aanbevolen. De EIB voert momenteel haar due diligence uit.
Indieningstermijn 19 januari 20231000
Indieningstermijn 19 april 202343

(EL, NL, SE)
2

(EL, SE)
1

(EL)
Voorstel van EL door de Commissie voor financiering aanbevolen, en de EIB heeft haar due diligence voltooid. Cinea bereidt de subsidieovereenkomst voor de financiering van het voorstel van EL voor.

Voorstel van SE door de Commissie voor financiering aanbevolen. De EIB voert haar due diligence uit.

Het Nederlandse voorstel voldeed niet aan de evaluatiecriteria.


Tabel 2. Projectvoorstellen aanbevolen voor financiering

Regio/gebiedTitel van het project­voorstelSectorGevraagd subsidie­bedrag (EUR)Gevraagd bedrag van de lening (EUR)Soort onder­steuning
CZMoravië-SileziëOstrava concertgebouwCulturele voorzieningen14 250 00057 000 000Op zichzelf staand project
ELWest-MacedoniëSociaal-economische transitie van West-MacedoniëMaatregelen op het gebied van energie-efficiëntie en integratie van energiesystemen, met inbegrip van renovatie van gebouwen, straatverlichtings­installaties, stadsvernieuwing en -herstel, sociale infrastructuur14 528 22458 112 897Kaderlening
SENoord-NorrlandDuurzame en betaalbare huisvesting voor de nieuwe groene industrie en samenlevingSociale huisvesting10 615 99370 773 287Kaderlening
Totaal39 394 217185 886 184

Volgens de beschikbare lijst van projectvoorstellen van initiatiefnemers uit de publieke sector worden in vijf verschillende lidstaten steunaanvragen voor projecten voorbereid voor de volgende indieningstermijnen uit hoofde van de faciliteit in de sectoren hernieuwbare energie, groene en duurzame mobiliteit, efficiënte stadsverwarmingsnetwerken, milieu-infrastructuur voor slim afvalbeheer, energie-efficiëntie en andere sectoren die in overeenstemming zijn met goedgekeurde territoriale plannen voor een rechtvaardige transitie. Indien al deze projectvoorstellen naar aanleiding van de oproep tot het indienen van voorstellen uit hoofde van de faciliteit zouden worden ingediend en voor financiering worden geselecteerd, schat de Commissie dat zij een subsidievolume van ongeveer 140 miljoen EUR zouden vertegenwoordigen.


2. Technische bijstand

Zoals reeds vermeld in het eerste verslag, zijn er in het kader van de InvestEU-advieshub adviesdiensten beschikbaar voor de voorbereiding, ontwikkeling en uitvoering van subsidiabele projecten (12). Tot augustus 2023 heeft de EIB aan verschillende potentiële begunstigden van de faciliteit adviserende ondersteuning verleend. Het soort ondersteuning varieerde van de initiële screening van projectideeën, advies over de mogelijke subsidiabiliteit van projecten voor de lening- en subsidiecomponenten tot de ontwikkeling van uitgebreide adviesopdrachten voor leningen via tussenpersonen en andere leningen. Voorbeelden van lopende en geplande adviesopdrachten zijn studies inzake door gemeenten verstrekte kredieten, steun aan leningnemers bij het voorbereiden van projecten voor financiering en het ontwikkelen van subsidieaanvragen.

In aanvulling op de diensten die via de InvestEU-advieshub worden aangeboden, werden adviesdiensten verstrekt door middel van technische ondersteuning die de Commissie op verzoek van enkele lidstaten (Griekenland, Slowakije en Tsjechië) verleende met als doel het bewustzijn over de faciliteit te vergroten en lijsten van potentiële projectvoorstellen op te stellen. De verleners van technische ondersteuning in Tsjechië en Slowakije worden door de Commissie gecontracteerd en bieden een breed scala aan diensten aan, onder meer bewustmaking en mobilisatie van potentiële begunstigden in de regio’s van het territoriaal plan voor een rechtvaardige transitie, en publiceren handboeken in de nationale talen. De dienstverlener in Griekenland wordt door de Commissie gecontracteerd voor de uitvoering van de drie pijlers van het mechanisme voor een rechtvaardige transitie. De ondersteuning is gericht op het bevorderen van interventies uit hoofde van de faciliteit en op de ontwikkeling van een instrument voor het monitoren van interventies in het kader van de faciliteit. De Commissie en de EIB nemen deel aan het toezicht op sommige van deze adviserende ondersteuning om ervoor te zorgen dat de ondersteuning de adviserende activiteiten van de Commissie en de EIB in de begunstigde lidstaten aanvult.

3. COMMUNICATIEACTIVITEITEN

De leenfaciliteit voor de publieke sector is een nieuw instrument en daarom is bewustmaking van cruciaal belang geweest. De Commissie richt zich met de steun van Cinea en de EIB op drie doelstellingen:

- ervoor zorgen dat de potentiële begunstigden van de leenfaciliteit voor de publieke sector: i) op de hoogte zijn van het bestaan van de faciliteit, ii) begrijpen wat de faciliteit biedt, met inbegrip van adviesdiensten, en iii) weten hoe financiering en adviesondersteuning in het kader van de faciliteit kan worden aangevraagd;

- ervoor zorgen dat interne belanghebbenden binnen de Europese instellingen die de potentiële begunstigden van de faciliteit kunnen bereiken: i) op de hoogte zijn van het bestaan van de faciliteit, ii) begrijpen wat de faciliteit biedt, met inbegrip van adviesdiensten, en iii) weten hoe zij begunstigden kunnen ondersteunen bij het aanvragen van financiering en adviesondersteuning in het kader van de faciliteit;

- bijdragen tot de zichtbaarheid van de resultaten van de uitvoering van de faciliteit.

Figuur 2: Ondernomen promotieactiviteiten


De gezamenlijke acties van de Commissie, de EIB en Cinea hebben geleid tot:

- het houden van 47 vergaderingen met vertegenwoordigers van 21 lidstaten op nationaal, regionaal en/of lokaal niveau. Vergaderingen met de overige lidstaten zijn in voorbereiding. In overleg met Cinea en de EIB zal de Commissie zich blijven inspannen om informatie over de leenfaciliteit voor de publieke sector te verspreiden in alle lidstaten, met name in de lidstaten waar de benutting van de faciliteit traag lijkt te verlopen;

- het houden van 29 vergaderingen, intern bij de EU-instellingen (Commissie, Comité van de Regio’s) en met externe belanghebbenden (denktanks, maatschappelijke organisaties, verenigingen, nationale stimuleringsbanken en instellingen);

- de presentatie van de leenfaciliteit voor de publieke sector tijdens 21 thematische evenementen (presentaties, vraag-en-antwoordsessies, speciale stands). Onder meer: Stedenforum (16-17 maart 2023), CEE Bankwatch webinar over een rechtvaardige transitie (27 maart 2023)13, Burgemeestersconvenant — Europees Forum (30 maart 2023), dialogen met regionale bureaus (30 maart 2023), Conferentie van het platform voor een rechtvaardige transitie (25 april 2023), C4E Forum (26 mei 2023), mediabezoek rechtvaardige transitie aan Polen (4-6 juni 2023), CEMR-opleiding over cohesiebeleid (30 juni 2023), EU Green Week (11 juni 2023), European Sustainable Energy Week (20 juni 2023);


- vijf publicaties, onder meer “Wisselwerking tussen de subsidie- en leningcomponenten van de leenfaciliteit voor de overheidssector in het kader van het mechanisme voor een rechtvaardige transitie” (14) en een publicatie door Cinea van richtsnoeren voor het opstellen van een projectvoorstel (15);

- 79 berichten gepubliceerd in diverse thematische nieuwsbrieven en websites, en op sociale media;

- de publicatie van 60 veelgestelde vragen op het Funding & Tenders-portaal (16);

- de publicatie van twee videoboodschappen die zijn opgenomen door het lid van de Commissie dat belast is met Regionaal Beleid en Stadsontwikkeling, waarin de faciliteit wordt gepromoot (17)(18);

- twee informatiedagen georganiseerd door Cinea in samenwerking met de Commissie en de EIB (19).

Figuur 3: Niveau van de evenementenFiguur 4: Soort activiteit


De Commissie zal, samen met de EIB en Cinea, blijven werken aan bewustmaking over de faciliteit om ervoor te zorgen dat potentiële aanvragers de faciliteit kennen, weten hoe zij financiering kunnen aanvragen en hoe zij kunnen profiteren van de adviserende ondersteuning die uit hoofde van de faciliteit beschikbaar is.


Figuur 5: Evenementen per lidstaat


4. Uitdagingen en de te volgen koers

1. Uitdagingen voor de faciliteit

Toen dit verslag werd opgesteld, werden bepaalde beperkingen voor een doeltreffende uitvoering van de faciliteit, met inbegrip van de adviserende ondersteuning, zichtbaar.

Zoals reeds vermeld in het eerste verslag (20), was de publicatie van de eerste oproep tot het indienen van voorstellen afhankelijk van de goedkeuring van een voldoende aantal territoriale plannen voor een rechtvaardige transitie. De meeste van deze plannen werden pas in de tweede helft van 2022 goedgekeurd als onderdeel van de bijbehorende programma’s voor het cohesiebeleid. Bijgevolg konden voorstellen pas eind 2022 worden ingediend.

Gezien het tijdschema voor de uitvoering van het Fonds voor een rechtvaardige transitie (JTF) (21), de eerste pijler van het mechanisme voor een rechtvaardige transitie, hebben de meeste autoriteiten hun inspanningen bovendien gericht op het afronden van de territoriale plannen voor een rechtvaardige transitie en het starten van de uitvoering van het JTF. Daarnaast worden andere instrumenten (zoals het JTF, het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (22), het Cohesiefonds (23) of de herstel- en veerkrachtfaciliteit (24)) die hogere subsidiepercentages bieden dan de faciliteit, door potentiële aanvragers aantrekkelijker geacht. Bovendien kan financiering uit hoofde van de faciliteit niet worden gecombineerd met andere EU-financiering. Daarom is de faciliteit vooralsnog wellicht niet de eerste keuze wanneer het gaat om rijpe projecten in de lidstaten die potentieel van andere financieringsbronnen kunnen profiteren.

Daarnaast is de faciliteit een vraaggestuurd instrument. De intrinsieke aantrekkelijkheid en relevantie ervan verschillen per lidstaat en worden door vele factoren beïnvloed. Potentiële begunstigden hebben meer specifieke problemen gemeld:

- Er is slechts beperkte tijd om de financiering van NextGenerationEU (25) te benutten en er zijn gunstigere financieringsvoorwaarden, bv. een hogere subsidiedekking, zoals hierboven uitgelegd; daarom maken lidstaten bij voorrang gebruik van deze financieringsbronnen (Polen, Roemenië).

- Beschikbaarheid van aantrekkelijkere en toegankelijkere financiering uit nationale middelen in de lidstaten (Duitsland, Denemarken, Luxemburg), met inbegrip van subsidies of schuldinstrumenten.

- De nationale aandelen komen niet noodzakelijkerwijs overeen met de vraag van de lidstaten (26).

- Ondanks de beschikbaarheid van gecoördineerde kaderleningen en leningen via tussenpersonen, die specifiek gericht zijn op kleinere projecten, blijkt het nog steeds moeilijk te zijn om initiatiefnemers van kleinere projecten te bereiken. Het minimumbedrag van leningen via tussenpersonen aan eindbegunstigden (3 miljoen EUR (27)) leek nog steeds te hoog voor kleine gemeenten die projecten met een beperkte geografische impact zelf moeten promoten. Dit benadeelt een categorie van potentiële begunstigden die zich buiten grote stedelijke gebieden of in minder ontwikkelde regio’s bevinden.

- Blending, op schulden gebaseerde financieringsinstrumenten zijn relatief complex voor kleinere begunstigden in vergelijking met andere vormen van financiering.

- Het verbod om steun uit de faciliteit te combineren met andere bronnen van financiering door de Unie.

Voorts werden externe factoren vastgesteld die de uitvoering van de faciliteit belemmeren. Volgens de enquête van het platform voor een rechtvaardige transitie over communicatie en bewustmaking over een rechtvaardige transitie (28) is slechts de helft van de respondenten op de hoogte van het mechanisme voor een rechtvaardige transitie in hun regio. Bovendien lijken de meeste respondenten (64 %) nauwelijks op de hoogte te zijn van het bestaan van technische en capaciteitsondersteuning om projecten te ontwikkelen. Er zij op gewezen dat deze enquête van start is gegaan voordat de communicatiecampagne over de faciliteit zichtbaar werd.

Ten slotte is uit de analyse van de ingediende en geëvalueerde voorstellen gebleken dat sommige voorstellen van onvoldoende kwaliteit zijn, wat wijst op een mogelijk gebrek aan inzicht in de vereisten van de faciliteit en de overeenkomstige oproep tot het indienen van voorstellen.


2. Volgende stappen

Om een aantal uitdagingen het hoofd te bieden, heeft de Commissie een bewustmakingscommunicatiecampagne gelanceerd en specifieke adviserende ondersteuning beschikbaar gesteld in het kader van de InvestEU-advieshub (zie de punten 2.2 en 3). Er zal meer worden gedaan in de vorm van acties die zullen bijdragen tot de uitvoering van de faciliteit. Aangezien de faciliteit een nieuw instrument is, moet het bestaan en het potentieel ervan nog steeds onder de aandacht worden gebracht.

Om de uitvoering van de faciliteit te vergemakkelijken, is de eerste geplande actie bedoeld om het gebruik van leningen via tussenpersonen in sommige lidstaten verder te vergemakkelijken. Leningen via tussenpersonen zijn een product dat de EIB via haar financiële partnerinstellingen in de lidstaten aanbiedt. In sommige lidstaten zijn deze leningen reeds beschikbaar uit hoofde van de faciliteit, maar dit product kan aanzienlijk worden uitgebreid. Leningen via tussenpersonen worden vaak uitgevoerd via nationale stimuleringsbanken en -instellingen, maar het is ook mogelijk gebruik te maken van commerciële banken. Deze financiële tussenpersonen hebben klantennetwerken opgezet en kunnen kleinere gemeenten en andere actoren op lokaal niveau gemakkelijker bereiken. Bovendien zal het minimumbedrag van de lening via tussenpersonen worden verlaagd tot 1 miljoen EUR en veel lager zijn dan het minimumbedrag van rechtstreekse leningen voor individuele projecten (12,5 miljoen EUR) (29).

Voorts zal de Commissie, in overleg met Cinea en de EIB, de aandacht blijven vestigen op de faciliteit om ervoor te zorgen dat potentiële aanvragers het aanbod van de faciliteit begrijpen en steun kunnen aanvragen. Dit zal onder meer gebeuren door middel van vergaderingen en workshops met nationale, regionale en lokale autoriteiten in regio’s met territoriale plannen voor een rechtvaardige transitie, de voorbereiding van specifieke presentaties voor relevante toezichtcomités die door de lidstaten zijn opgericht om toezicht te houden op de uitvoering van cohesiebeleidsprogramma’s (30), en deelname aan relevante evenementen. De Commissie zal in ieder geval alle kansen grijpen om de faciliteit te promoten.

Bovendien zal de Commissie trachten vast te stellen in welke lidstaten en voor welke soorten begunstigden er lacunes zijn wat betreft de bekendheid van de faciliteit. Om deze lacunes weg te werken, zal de Commissie alle beschikbare instrumenten onderzoeken. Voorts zal de Commissie bijzondere aandacht besteden aan de wijze waarop de combinatie van de in punt 4.1 beschreven uitdagingen de verschillende lidstaten heeft beïnvloed en hoe deze uitdagingen kunnen worden aangepakt. Dit is met name van belang voor de lidstaten die profiteren van de grootste nationale aandelen van de faciliteit. Daarnaast zal een reeks informatieve video’s worden uitgebracht om de aanvraagprocedure op een duidelijke en toegankelijke manier toe te lichten.

De Commissie is ook begonnen met de voorbereidende werkzaamheden voor de tussentijdse evaluatie van de faciliteit, zoals vereist op grond van artikel 17 van de PSLF-verordening, die uiterlijk op 30 juni 2025 moet worden uitgevoerd. Die tussentijdse evaluatie zal betrekking hebben op de uitvoering van de faciliteit en het vermogen ervan om de doelstellingen van de faciliteit tijdig te verwezenlijken. De evaluatie zal een extra stap zijn om uitdagingen voor de uitvoering van de faciliteit en mogelijke oplossingen in kaart te brengen. Een verslag over die tussentijdse evaluatie zal aan het Europees Parlement en de Raad worden voorgelegd.

In het kader van haar mandaat voor de InvestEU-advieshub zal de EIB de uitvoering van de faciliteit voortzetten door potentiële projecten in kaart te brengen en te screenen, projectontwikkelaars en relevante autoriteiten ondersteunend advies te verlenen, alsook door middel van specifieke vergaderingen en evenementen op EU-, nationaal en regionaal niveau.

5. Conclusies

De leenfaciliteit voor de publieke sector is een instrument dat ervoor moet zorgen dat de transitie naar een klimaatneutrale economie op een rechtvaardige en sociaal duurzame manier plaatsvindt, gezien de sleutelrol van de publieke sector bij het aanpakken van marktfalen.

Onder meer als gevolg van vertraging bij de goedkeuring van territoriale plannen voor een rechtvaardige transitie en overlapping met andere EU- en nationale financieringsbronnen, wordt slechts langzaam van de faciliteit (en van advies) gebruikgemaakt. In de huidige context werd dit verwacht. Er is echter vraag naar steun van de faciliteit, zoals potentiële begunstigden tijdens de communicatieactiviteiten hebben bevestigd en ook uit het toenemende aantal aanvragen blijkt.

Op 31 augustus 2023 waren acht voorstellen ingediend, waarvan er drie zijn aanbevolen voor financiering door het evaluatiecomité van de faciliteit, goed voor een maximumbedrag van 39 394 217 EUR aan subsidies door de Commissie en een geraamd bedrag van 185 886 184 EUR aan leningen van de EIB. Daarnaast wordt gewerkt aan de lijst van potentiële projecten die financiële steun uit hoofde van de faciliteit kunnen aanvragen, zoals uiteengezet in punt 2.1, en verwacht wordt dat er tegen de volgende indieningstermijnen meer aanvragen zullen worden ingediend. De momenteel geïdentificeerde potentiële projecten zijn goed voor ongeveer 140 miljoen EUR aan subsidies.

De Commissie heeft vastgesteld dat dankzij de voorlichting over de faciliteit en de technische bijstand in het kader van de InvestEU-advieshub, de belangstelling voor de faciliteit is toegenomen.

Tot slot worden voorbereidingen getroffen om de uitdagingen aan te gaan: de voorlichting over de faciliteit wordt voortgezet, de mogelijkheid van leningen voor kleinere begunstigden via intermediairs wordt uitgebreid en de lacunes die een doeltreffendere uitvoering van de faciliteit belemmeren, worden verder in kaart gebracht. De Commissie zal ook met Cinea en de EIB blijven samenwerken om het volledige potentieel van de faciliteit te verwezenlijken.

1()Mededeling van de Commissie, “De Europese Green Deal”, COM(2019) 640 final van 11.12.2019.

2()Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s, “Sustainable Europe Investment Plan — European Green Deal Investment Plan”, COM(2020) 21 final van 14.1.2020.

3()Verordening (EU) 2021/1229 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juli 2021 betreffende de leenfaciliteit voor de publieke sector uit hoofde van het mechanisme voor een rechtvaardige transitie (PB L 274 van 30.7.2021).

4()Verordening (EU) 2021/1119 van het Europees Parlement en de Raad van 30 juni 2021 tot vaststelling van een kader voor de verwezenlijking van klimaatneutraliteit, en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 401/2009 en Verordening (EU) 2018/1999 (“Europese klimaatwet”) (PB L 243 van 9.7.2021).

5()Zoals gedefinieerd in artikel 11 van Verordening (EU) 2021/1056 van het Europees Parlement en de Raad van 24 juni 2021 tot oprichting van het Fonds voor een rechtvaardige transitie (PB L 231 van 30.6.2021).

6()Zie overweging (6) van de PSLF-verordening.

7()Zie artikel 11 van de PSLF-verordening.

8()Artikel 18 van de modelsubsidieovereenkomst van het mechanisme voor een rechtvaardige transitie, beschikbaar op het portaal Funding & tenders (europa.eu).

9()Verslag van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad over de uitvoering van de leenfaciliteit voor de publieke sector uit hoofde van het mechanisme voor een rechtvaardige transitie in 2022, zoals bedoeld in artikel 16 van Verordening (EU) 2021/1229 — COM(2023) 60 final van 7.2.2023.

10()Europese Commissie en EIB-groep tekenen InvestEU-overeenkomsten: miljarden voor investeringen in de gehele Europese Unie

11()Zie ook: Begroting (europa.eu).

12()Zie voor meer details punt 2.1.4 van het eerste verslag over de uitvoering van de leenfaciliteit voor de publieke sector.

13() Navigating the just transition: moving forward with pillars two and three — YouTube.

14()Wisselwerking tussen de subsidie- en leningcomponenten van de leenfaciliteit voor de overheidssector in het kader van het mechanisme voor een rechtvaardige transitie (europa.eu).

15()20230823 – Toepassingstips voor het aanvragen van een subsidie in het kader van de leenfaciliteit voor de publieke sector (website.pdf) (europa.eu).

16()Funding & tenders (europa.eu).

17()https://ec.europa.eu/commission/presscorner/detail/en/SPEECH_22_4621/

18()https://audiovisual.ec.europa.eu/en/preview/https:%2F%2Feuc-vod.fl.freecaster.net%2F15%2F241315%2FLR_I241315EN1W.mp4

19()JTM PSLF Info Days (europa.eu).

20()Zie punt 1.2 van het eerste uitvoeringsverslag over de faciliteit.

21()De begroting van het JTF bestaat uit middelen uit het meerjarig financieel kader (MFK) en het herstelinstrument voor de Europese Unie of “NextGenerationEU” (NGEU). Binnen de goedgekeurde JTF-programma’s worden de NGEU-middelen geconcentreerd in de begrotingsvastleggingen voor 2022 en 2023, terwijl de MFK-middelen over de periode 2021-2027 zijn verdeeld. Als gevolg daarvan is 70 % van de JTF-begroting geconcentreerd in de eerste twee jaarlijkse tranches. De Commissie zal de bedragen vrijmaken die uiterlijk op 31 december van het derde kalenderjaar na het jaar van de vastleggingen niet zijn gebruikt voor voorfinanciering of waarvoor geen betalingsaanvraag is ingediend, de zogenaamde n+3-regel; meer informatie over het JTF: Inforegio — Fonds voor een rechtvaardige transitie (europa.eu).

22()Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO) (europa.eu).

23()Cohesiefonds (europa.eu).

24()Herstel- en veerkrachtfaciliteit (europa.eu).

25()NextGenerationEU (europa.eu).

26()Na 31 december 2025 zal een nieuwe oproep tot het indienen van voorstellen openstaan zonder vooraf toegewezen nationale aandelen.

27()Zie oproep tot het indienen van voorstellen: leenfaciliteit voor de publieke sector JTM-2022-20250PSLF, blz. 14, call-fiche_jtm-2022-2025-pslf_en.pdf (europa.eu).

28()REGIO – Share your views on just transition communication and awareness-raising (europa.eu).

29()Zie oproep tot het indienen van voorstellen: leenfaciliteit voor de publieke sector JTM-2022-20250PSLF, blz. 14, call-fiche_jtm-2022-2025-pslf_en.pdf (europa.eu).

30()Overeenkomstig artikel 38 van Verordening (EU) 2021/1060 van het Europees Parlement en de Raad van 24 juni 2021 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds Plus, het Cohesiefonds, het Fonds voor een rechtvaardige transitie en het Europees Fonds voor maritieme zaken, visserij en aquacultuur en de financiële regels voor die fondsen en voor het Fonds voor asiel, migratie en integratie, het Fonds voor interne veiligheid en het Instrument voor financiële steun voor grensbeheer en visumbeleid (PB L 231 van 30.6.2021).

NL NL