Toelichting bij COM(2011)656 - Markten voor financiële instrumenten en houdende intrekking van Richtlijn 2004/39/EG (Herschikking)

Dit is een beperkte versie

U kijkt naar een beperkte versie van dit dossier in de EU Monitor.

1. Achtergrond van het voorstel

De richtlijn betreffende markten voor financiële instrumenten (Markets in Financial Instruments Directive – MiFID), die sinds november 2007 van kracht is, is een belangrijke pijler voor de integratie van de financiële markten in de EU. De MiFID is aangenomen volgens de 'Lamfalussy-procedure'[1] en bestaat uit een kaderrichtlijn (Richtlijn 2004/39/EG[2]), een uitvoeringsrichtlijn (Richtlijn 2006/73/EG[3]) en een uitvoeringsverordening (Verordening (EG) nr. 1287/2006[4]). De MiFID brengt een regelgevingskader tot stand voor het verrichten van beleggingsdiensten in financiële instrumenten (zoals courtage, advies, handel, vermogensbeheer, overnemen van financiële instrumenten enz.) door banken en beleggingsondernemingen, alsook voor de exploitatie van gereglementeerde markten door marktexploitanten. In de richtlijn zijn tevens de bevoegdheden en taken van de nationale bevoegde autoriteiten met betrekking tot deze activiteiten vastgelegd.

De overkoepelende doelstelling is de integratie, het concurrentievermogen en de efficiëntie van de financiële markten van de EU te bevorderen. Concreet is de mogelijkheid voor lidstaten afgeschaft om te eisen dat alle handel in financiële instrumenten op traditionele beurzen plaatsvindt en is concurrentie tussen deze beurzen en alternatieve platforms in geheel Europa mogelijk gemaakt. Ook is aan banken en beleggingsondernemingen een sterker 'Europees paspoort' verleend om beleggingsdiensten in de gehele EU te verrichten, mits organisatorische en rapportage-eisen en veelomvattende regels ter bescherming van de belegger in acht worden genomen.

Na drie en half jaar van kracht te zijn geweest, heeft de MiFID voor meer concurrentie tussen handelsplatforms voor financiële instrumenten en voor een grotere keuze van beleggers tussen dienstverrichters en beschikbare financiële instrumenten gezorgd. Deze vooruitgang werd mede in de hand gewerkt door technologische ontwikkelingen. Al met al zijn de transactiekosten afgenomen en is de integratie toegenomen[5].

Er heeft zich echter ook een aantal problemen voorgedaan. Ten eerste heeft de scherpere concurrentie tot nieuwe uitdagingen geleid. De voordelen van de grotere concurrentie zijn niet in dezelfde mate aan alle marktdeelnemers ten goede gekomen en zijn niet altijd doorgegeven aan de eindbeleggers, ongeacht of dit particuliere of institutionele beleggers betreft. De marktfragmentatie die inherent is aan concurrentie, heeft tevens de handelsomgeving complexer gemaakt, met name wat het verzamelen van handelsgegevens betreft. Ten tweede hebben de technologische en marktontwikkelingen diverse bepalingen van de MiFID ingehaald. Het gemeenschappelijk belang van transparante en gelijke concurrentievoorwaarden tussen handelsplatforms en beleggingsondernemingen wordt daardoor ondermijnd. Ten derde heeft de financiële crisis tekortkomingen blootgelegd in de regulering van andere instrumenten dan aandelen, die voornamelijk tussen professionele beleggers worden verhandeld. De vroegere aanname dat minimale transparantie, controle en bescherming van de belegger in verband met deze handel de marktefficiëntie sterker bevorderen, gaat niet langer op. Ten slotte onderstrepen de snelle innovatie en de groeiende complexiteit van financiële instrumenten het belang van een hoge mate van beleggersbescherming die gelijke tred houdt met de recentste ontwikkelingen. Ook al waren de algemene regels van de MiFID grotendeels gerechtvaardigd in het licht van de ervaringen van de financiële crisis, toch is het noodzakelijk gebleken er gerichte, ambitieuze verbeteringen in aan te brengen.

De herziening van de MiFID maakt daarom integraal deel uit van hervormingen die erop gericht zijn niet alleen een veiliger, deugdelijker, transparanter en verantwoordelijker financieel stelsel tot stand te brengen dat ten dienste staat van de economie en de samenleving als geheel tijdens de nasleep van de financiële crisis, maar ook te zorgen voor een sterker geïntegreerde, efficiëntere en concurrerender financiële markt in de EU[6]. Bovendien is de MiFID een essentieel instrument om het streven van de G20[7] vorm te geven om de minder gereguleerde en meer ondoorzichtige delen van het financiële stelsel aan te pakken en de organisatie en transparantie van en het toezicht op de diverse marktsegmenten te vergroten, met name die welke betrekking hebben op instrumenten die veelal onderhands (over the counter – otc) worden verhandeld[8], in aanvulling op het wetgevingsvoorstel inzake otc-derivaten, centrale tegenpartijen en transactieregisters[9].

Er zijn ook doelgerichte verbeteringen vereist om tot een beter toezicht op en een grotere transparantie van grondstoffenderivatenmarkten te komen, zodat deze markten hun rol inzake hedging en koersvorming naar behoren kunnen vervullen. Deze verbeteringen zijn ook noodzakelijk om eerlijke concurrentie en efficiënte markten te garanderen in het licht van de ontwikkelingen in de marktstructuren en van de technologie. Voorts zijn specifieke wijzigingen in het kader voor de bescherming van de beleggers vereist om op de veranderende praktijken in te spelen en het beleggersvertrouwen te ondersteunen.

Tot slot heeft de EU, conform de aanbevelingen van de groep de Larosière en de conclusies van de Raad (Ecofin)[10], zich ertoe verbonden om, waar zulks passend is, de manoeuvreerruimte van de lidstaten binnen de EU-richtlijnen inzake financiële diensten tot een minimum te beperken. Dit is de rode draad die door alle gebieden loopt die door de herziening van de MiFID worden bestreken, en die zal bijdragen tot de invoering van het 'ene rulebook' voor financiële markten in de EU, tot een verdere bevordering van een gelijk speelveld voor lidstaten en marktdeelnemers, tot een beter toezicht en een betere handhaving, tot minder kosten voor marktdeelnemers, tot betere toegangsvoorwaarden en tot een versterking van de mondiale concurrentiepositie van de financiële sector van de EU.

Dit alles heeft ertoe geleid dat het voorstel tot wijziging van de MiFID in twee delen is gesplitst. In een verordening worden de vereisten uiteengezet ten aanzien van de openbaarmaking van gegevens ten behoeve van de handelstransparantie voor het publiek en de melding van transactiegegevens aan bevoegde autoriteiten, de opheffing van belemmeringen voor niet-discriminerende toegang tot clearingfaciliteiten, de verplichte handel in derivaten op georganiseerde platforms, specifieke toezichtmaatregelen met betrekking tot financiële instrumenten en posities in derivaten, en het verrichten van diensten door ondernemingen van derde landen zonder de vestiging van een bijkantoor. Middels een richtlijn worden de specifieke vereisten aangepast met betrekking tot het verrichten van beleggingsdiensten, de draagwijdte van de vrijstellingen van de huidige richtlijn, de organisatorische eisen en gedragsregels voor beleggingsondernemingen, de organisatorische eisen voor handelsplatforms, de vergunningverlening aan en de geldende verplichtingen voor aanbieders van datarapporteringsdiensten, de bevoegdheden van de bevoegde autoriteiten, sancties, en regels voor ondernemingen van derde landen die via een bijkantoor activiteiten ontplooien.

2.

2. Resultaten van de raadpleging van de betrokken partijen en de effectbeoordeling


Het initiatief is het resultaat van een uitvoerige en continue dialoog met en raadpleging van alle belangrijke belanghebbenden, zoals effectentoezichthouders en –regelgevers en alle soorten marktdeelnemers, onder wie emittenten en kleine beleggers. Tevens is rekening gehouden met de standpunten die zijn geformuleerd tijdens een openbare raadpleging die liep van 8 december 2010 tot 2 februari 2011[11], een uitgebreide en druk bijgewoonde openbare hoorzitting die plaatsvond op 20-21 september 2010[12], en de informatie die is verkregen uit vanaf december 2009 gehouden uitgebreide bijeenkomsten met een breed scala aan belanghebbenden. Tot slot is bij het opstellen van het voorstel rekening gehouden met de opmerkingen en analyses uit de documenten en technische adviezen die zijn gepubliceerd door het Comité van Europese effectenregelgevers (Committee of European Securities Regulators – CESR), thans de Europese Autoriteit voor effecten en markten (European Securities and Markets Authority – ESMA)[13].

Daarnaast zijn bij externe consultants twee studies[14] besteld ter voorbereiding van de herziening van de MiFID. De eerste studie, waartoe op 10 februari 2010 aan PriceWaterhouseCoopers opdracht is gegeven en die op 13 juli 2010 is ontvangen, was gericht op gegevensverzameling over marktactiviteiten en andere aan de MiFID gerelateerde aangelegenheden. De tweede studie, waartoe op 21 juli 2010 aan Europe Economics opdracht is gegeven en die op 23 mei 2011 is ontvangen, betrof een kosten-batenanalyse van de diverse beleidsopties die in de context van de herziening van de MiFID kunnen worden overwogen.

Overeenkomstig haar beleid inzake betere regelgeving heeft de Commissie een effectbeoordeling van de beleidsalternatieven verricht. De beleidsopties zijn beoordeeld in het licht van verschillende criteria: transparantie van de marktactiviteiten voor toezichthouders en marktdeelnemers, beleggersbescherming en -vertrouwen, gelijke concurrentievoorwaarden voor marktplatforms en handelssystemen in de EU, en kosteneffectiviteit, d.w.z. de mate waarin de opties de beoogde doelstellingen verwezenlijken en de werking van de effectenmarkten op kosteneffectieve en efficiënte wijze mogelijk maken.

Al met al wordt ervan uitgegaan dat de herziening van de MiFID eenmalige nalevingskosten van 512 miljoen EUR à 732 miljoen EUR en permanente kosten van 312 miljoen EUR à 586 miljoen EUR met zich mee zal brengen, wat neerkomt op een eenmalig en een permanent kosteneffect van respectievelijk 0,10% à 0,15% en 0,06% à 0,12% van de totale exploitatiekosten van de EU-bankensector. Dat is veel minder dan de kosten voor de invoering van de MiFID. Het eenmalige kosteneffect van de invoering van de MiFID werd destijds geschat op 0,56% (retail- en spaarbanken) en 0,68% (zakenbanken) van de totale exploitatiekosten, terwijl de permanente kosten op 0,11% (retail- en spaarbanken) en 0,17% (zakenbanken) van de totale exploitatiekosten werden geraamd.

3.

3. Juridische elementen van het voorstel 3.1. Rechtsgrondslag


Het voorstel is gebaseerd op artikel 53, lid 1, VWEU. Deze richtlijn zou Richtlijn 2004/39/EG vervangen met betrekking tot de harmonisatie van de nationale voorschriften voor de verlening van een vergunning voor het verrichten van beleggingsdiensten en -activiteiten door beleggingsondernemingen, de verwerving van gekwalificeerde deelnemingen, de uitoefening van de vrijheid van vestiging en de vrijheid van dienstverlening, de bevoegdheden van de toezichthoudende autoriteiten van de desbetreffende lidstaat van herkomst en de lidstaat van ontvangst, alsmede de voorwaarden voor de vergunningverlening aan en bedrijfsuitoefening van gereglementeerde markten en aanbieders van marktgegevens. Het voorstel heeft als voornaamste doel en onderwerp het harmoniseren van nationale bepalingen betreffende de toegang tot de werkzaamheden van beleggingsondernemingen, gereglementeerde markten en aanbieders van datadiensten, de regelingen voor de governance van deze instellingen en het toezichtkader dat op hen van toepassing is. Om die reden is het gebaseerd op artikel 53, lid 1, VWEU.

Het voorstel vormt een aanvulling op het voorstel voor een verordening [MiFIR] dat zorgt voor eenvormige en direct toepasselijke voorschriften die nodig zijn voor een gelijkmatige werking van de markt voor financiële instrumenten op het vlak van bijvoorbeeld bekendmaking van handelsgegevens, transactierapportage aan bevoegde autoriteiten en specifieke bevoegdheden voor de bevoegde autoriteiten en de ESMA.

Subsidiariteit en evenredigheid



Volgens het subsidiariteitsbeginsel (artikel 5, lid 3, VEU) mag slechts op EU-niveau worden opgetreden indien de doelstellingen van het overwogen optreden niet voldoende door de lidstaten alleen kunnen worden verwezenlijkt, maar vanwege de omvang of de gevolgen van het overwogen optreden beter door de EU kunnen worden bereikt.

De meeste kwesties die door de herziening worden bestreken, vallen reeds binnen het huidige wettelijke kader van de MiFID. Bovendien zijn financiële markten in wezen grensoverschrijdend van aard en zullen zij dat alsmaar meer worden. De voorwaarden waaronder bedrijven en exploitanten in deze context kunnen concurreren, of het nu de regels inzake transparantie voor of na de handel, de bescherming van de belegger of de risicobeoordeling en de risicobeheersing door marktdeelnemers betreft, moeten over alle grenzen heen gelijk zijn en vormen momenteel de kern van de MiFID. Thans dient op Europees niveau actie te worden ondernomen om het regelgevingskader van de MiFID zodanig te actualiseren en aan te passen dat rekening wordt gehouden met de ontwikkelingen die sinds de tenuitvoerlegging ervan op de financiële markten hebben plaatsgevonden. De reeds door de richtlijn teweeggebrachte verbeteringen op het gebied van de integratie en efficiëntie van de financiële markten en diensten in Europa zouden op die manier worden versterkt door het aanbrengen van de juiste aanpassingen om ervoor te zorgen dat de doelstellingen van een solide regelgevingskader voor de interne markt worden verwezenlijkt. Vanwege deze integratie zou geïsoleerd nationaal ingrijpen veel minder efficiënt zijn en tot fragmentatie van de markten leiden, hetgeen zou resulteren in toezicht- en regelgevingsarbitrage en verstoring van de concurrentie. Zo zouden verschillende niveaus van markttransparantie of beleggersbescherming in de lidstaten tot marktfragmentatie, minder liquide en efficiëntie markten en schadelijke toezicht- en regelgevingarbitrage leiden.

Voor de Europese Autoriteit voor effecten en markten (European Securities and Markets Authority – ESMA) is eveneens een belangrijke rol weggelegd in de uitvoering van het nieuwe EU-brede kader. Aan de ESMA moeten specifieke bevoegdheden worden verleend om de werking van de interne effectenmarkt te verbeteren.

In het voorstel wordt ten volle rekening gehouden met het evenredigheidsbeginsel, namelijk dat EU-actie voldoende moet zijn om de doelstellingen te verwezenlijken en niet verder mag gaan dan wat nodig is. Het voorstel is verenigbaar met dit beginsel omdat het uitgaat van een juiste evenwicht tussen het algemeen belang en de kostenefficiëntie van de maatregel. De verplichtingen die aan de verschillende partijen worden opgelegd, zijn zorgvuldig gekalibreerd. Bij het vaststellen van deze verplichtingen stond in het bijzonder het streven naar een evenwicht tussen beleggersbescherming, marktefficiëntie en kosten voor de sector centraal.

4.

3.3. Inachtneming van de artikelen 290 en 291 VWEU


Op 23 september 2009 heeft de Commissie haar goedkeuring gehecht aan voorstellen voor verordeningen tot oprichting van de EBA, de EAVB en de ESMA. In dit verband herinnert de Commissie aan haar verklaringen bij de vaststelling van de verordeningen tot oprichting van de Europese toezichthoudende autoriteiten met betrekking tot de artikelen 290 en 291 VWEU: 'Wat het proces voor de vaststelling van de regelgevingsnormen betreft, benadrukt de Commissie het unieke karakter van de financiëledienstensector, dat voortvloeit uit de Lamfalussy-structuur en expliciet erkend wordt in verklaring 39 bij het VWEU. De Commissie twijfelt er evenwel sterk aan of de beperkingen van haar rol bij het vaststellen van gedelegeerde handelingen en uitvoeringsmaatregelen in overeenstemming zijn met de artikelen 290 en 291 VWEU'.

3.4. Nadere uitleg van het voorstel, per hoofdstuk of per artikel 3.4.1. Algemeen – gelijke concurrentievoorwaarden

Een centrale doelstelling van het voorstel is ervoor te zorgen dat alle georganiseerde handel via gereguleerde handelsplatforms plaatsvindt: gereglementeerde markten, multilaterale handelsfaciliteiten (multilateral trading facilities – MTF's) en georganiseerde handelsfaciliteiten (organised trading facilities – OTF's). Op al deze platforms zijn gelijke transparantievereisten voor en na de handel van toepassing. Ook de eisen die ten aanzien van organisatorische aspecten en markttoezicht aan deze platforms worden gesteld, zijn nagenoeg identiek. Op deze wijze wordt gezorgd voor gelijke concurrentievoorwaarden als het functioneel vergelijkbare activiteiten betreft waarbij handelsintenties van derden worden samengebracht. Belangrijk is echter dat de transparantievereisten worden afgestemd op de verschillende soorten instrumenten, met name aandelen, obligaties en derivaten, en op de verschillende soorten handel, met name op orderboek gebaseerde of prijsgedreven handelssystemen.

Voor alle drie de soorten platforms geldt dat de exploitant van het platform neutraal is. Gereglementeerde markten en multilaterale handelsfaciliteiten worden gekenmerkt door niet-discretionaire transactieverwerking, wat betekent dat alle transacties overeenkomstig vooraf bepaalde regels worden uitgevoerd. Zij beconcurreren elkaar tevens in het aanbieden van een breed lidmaatschap, mits zij aan een transparant geheel aan criteria voldoen.

De exploitant van een OTF heeft daarentegen een zekere mate van beslissingsbevoegdheid over de wijze waarop een transactie wordt uitgevoerd. Daarom gelden voor een dergelijke exploitant eisen op het gebied van beleggersbescherming, gedrag en optimale uitvoering ten aanzien van cliënten die van het platform gebruikmaken. De toegangs- en uitvoeringsregels van een OTF moeten derhalve weliswaar transparant en duidelijk zijn, maar zij bieden de exploitant ook de mogelijkheid voor cliënten een dienst te verrichten die kwalitatief, zo niet functioneel, verschilt van de diensten die gereglementeerde markten en MTF's voor hun leden en deelnemers verrichten. Om evenwel te vermijden dat zowel de neutraliteit van de exploitant van de OTF met betrekking tot elke transactie, als de plichten jegens op deze wijze bijeengebrachte cliënten in het gedrang kan of kunnen komen doordat winst ten koste van cliënten kan worden gemaakt, moet het de exploitant van de OTF verboden zijn met eigen kapitaal te handelen.

Ten slotte kan georganiseerde handel ook via systematische interne afhandeling plaatsvinden. Een beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling kan met eigen kapitaal handelen om transacties van cliënten uit te voeren. Een beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling mag echter geen koop- en verkoopintenties van derden op functioneel dezelfde wijze als een gereglementeerde markt, een MTF of een OTF samenbrengen en is derhalve geen handelsplatform. Zowel de regel van de optimale uitvoering als de andere gedragregels zijn van toepassing en de cliënt moet goed weten wanneer hij handelt met de beleggingsonderneming en wanneer hij handelt met derden. Voor deze vorm van handel zijn specifieke vereisten inzake transparantie vóór de handel en toegangseisen van toepassing. Ook hier zijn de transparantievereisten op de verschillende soorten instrumenten (met name aandelen, obligaties en derivaten) afgestemd en onder specifieke drempelwaarden van toepassing. Alle handel voor eigen rekening door beleggingsondernemingen met cliënten, met inbegrip van andere beleggingsondernemingen, wordt derhalve als onderhandse handel (otc-handel) beschouwd. Otc-handel die niet onder de definitie van systematische interne afhandeling valt en die strikter moet worden gedefinieerd door wijzigingen in de uitvoeringswetgeving aan te brengen, vindt niet systematisch en onregelmatig plaats.

5.

3.4.2. Uitbreiding van de MiFID-regels tot vergelijkbare producten en diensten (artikelen 1, 3 en 4)


In de context van de werkzaamheden op het gebied van pakketproducten voor retailbeleggingen (packaged retail investment products – PRIP’s)[15] heeft de Commissie toegezegd te zullen streven naar een consistente toezicht- en regelgevingsbenadering op basis van de MiFID-bepalingen met betrekking tot de distributie aan particuliere beleggers van verschillende financiële producten die aan vergelijkbare beleggingsbehoeften voldoen en die voor vergelijkbare problemen inzake beleggersbescherming zorgen. Ten tweede zijn er bezorgdheden geuit ten aanzien van de toepasselijkheid van de MiFID ingeval beleggingsondernemingen of kredietinstellingen hun eigen effecten uitgeven en verkopen. De toepasselijkheid van de MiFID is duidelijk wanneer beleggingsadvies wordt verstrekt als onderdeel van de verkoop, maar er is meer duidelijkheid vereist wanneer diensten worden verricht zonder dat advies wordt verstrekt; in dat geval kan worden aangevoerd dat de beleggingsonderneming of zakenbank geen MiFID-dienst verricht. Tot slot is de verscheidenheid aan in de lidstaten geldende regels om plaatselijk actieve entiteiten die een beperkt gamma aan beleggingsdiensten aanbieden, van de MiFID vrij te stellen, niet langer houdbaar in het licht van de lessen van de financiële crisis, de complexiteit van financiële markten en producten, en het feit dat beleggers moeten kunnen vertrouwen op een zelfde mate van bescherming, ongeacht de locatie of de aard van de dienstverrichter.

Daarom wordt in de voorstellen bepaald dat de MiFID-vereisten, en met name de gedragsregels en de regels inzake belangenconflicten, ook van toepassing zijn op de geadviseerde en niet-geadviseerde verkoop van gestructureerde deposito’s door kredietinstellingen. Daarnaast wordt gespecificeerd dat de MiFID ook geldt voor beleggingsondernemingen en kredietinstellingen die hun eigen effecten verkopen zonder advies te verstrekken. Ook worden de lidstaten verplicht in voor lokale entiteiten geldende nationale wetgeving vergunningsvereisten en gedragregels toe te passen die analoog zijn aan die van de MiFID.

6.

3.4.3. Herziening van vrijstellingen van de MiFID (artikel 2)


In de MiFID wordt handel voor eigen rekening in financiële instrumenten ingedeeld onder beleggingsdiensten en -activiteiten waarvoor een vergunning is vereist. Er zijn echter drie belangrijke nieuwe vrijstellingen geïntroduceerd met het oog op de uitsluiting van de werkingssfeer van de MiFID van personen voor wie handel voor eigen rekening de enige activiteit, een nevenactiviteit van een andere niet-financiële bedrijfsactiviteit of een activiteit in het kader van niet-financiële grondstoffenhandel is. Conform de verbintenissen die in het kader van de G20 zijn aangegaan, moet worden gezorgd voor een passende dekking door de bepalingen van de MiFID van ondernemingen die beleggingsdiensten voor cliënten verrichten en die op professionele basis beleggingsactiviteiten ontplooien. De voorstellen beperken de vrijstellingen derhalve nadrukkelijker tot activiteiten die minder centraal staan in de MiFID en die hoofdzakelijk voor eigen rekening of van commerciële aard zijn of waarbij er van geen hoogfrequente handel sprake is.

7.

3.4.4. Verbeteringen in het kader voor de marktstructuur (artikelen 18, 19, 20, 32, 33, 34, 53 en 54)


De marktontwikkelingen sinds de inwerkingtreding van de MiFID hebben vragen doen rijzen over een deel van het huidige regelgevingskader dat op verschillende soorten plaatsen van uitvoering van toepassing is en dat bedoeld is om eerlijke concurrentie, gelijke concurrentievoorwaarden en transparante en efficiënte markten in de hand te werken. Het feit dat zowel de functie als de opzet van de MiFID voornamelijk is toegespitst op de aandelenhandel en op de noodzaak om de transparantie en de weerbaarheid van niet-aandelenmarkten te verbeteren, alsook het feit dat niet alle soorten georganiseerde handel die de laatste jaren zijn opgekomen, op adequate wijze in de definities en vereisten van de drieledige indeling van de MiFID – gereglementeerde markten, multilaterale handelsfaciliteiten en beleggingsondernemingen met systematische interne afhandeling – kunnen worden ingepast, wijzen erop dat het bestaande kader moet worden verfijnd. De voorstellen voorzien in een nieuwe categorie, namelijk georganiseerde handelsfaciliteiten, die met geen van de bestaande categorieën overeenkomt en waarvoor strikte organisatorische eisen en identieke transparantieregels gelden. Tevens worden de belangrijkste vereisten voor alle platforms bijgewerkt, zodat rekening wordt gehouden met de scherpere concurrentie en de grensoverschrijdende handel die als gevolg van de technologische vooruitgang en de MiFID is ontstaan.

8.

3.4.5. Verbeteringen in de corporatie governance (artikelen 9 en 48)


De MiFID schrijft voor dat personen die het bedrijf van een beleggingsonderneming feitelijk leiden, als voldoende betrouwbaar moeten bekendstaan en over voldoende ervaring moeten beschikken om een gezonde en prudente bedrijfsvoering van de beleggingsonderneming te garanderen. In overeenstemming met de werkzaamheden van de Commissie inzake corporate governance in de financiële sector[16] wordt voorgesteld deze bepalingen aan te scherpen ten aanzien van het profiel, de rol en de verantwoordelijkheden van zowel bij het dagelijks bestuur als niet bij het dagelijks bestuur betrokken bestuurders, alsook ten aanzien van het evenwicht in de samenstelling van leidinggevende organen. Meer in het bijzonder wordt met de voorstellen beoogd ervoor te zorgen dat leden van het leidinggevend orgaan over voldoende kennis en vaardigheden beschikken en inzicht hebben in de risico's die inherent zijn aan de activiteiten van de onderneming, teneinde te waarborgen dat de onderneming op gezonde en prudente wijze worden beheerd in het belang van de beleggers en de marktintegriteit.

9.

3.4.6. Aangescherpte organisatorische eisen ter waarborging van de efficiënte werking en de integriteit van de markten (artikelen 16 en 51)


Technologische ontwikkelingen in de handel van financiële instrumenten brengen zowel nieuwe mogelijkheden als uitdagingen met zich mee. Hoewel de effecten ervan in het algemeen als gunstig voor de marktliquiditeit en als bevorderlijk voor de marktefficiëntie worden gezien, zijn er specifieke regelgevings- en toezichtmaatregelen vereist om adequaat in te spelen op de potentiële bedreigingen voor de ordelijke werking van de markten die uit algoritmische en hoogfrequente handel voortvloeien. De voorstellen zijn er met name op gericht de werkingssfeer van de MiFID uit te breiden tot alle entiteiten die bij hoogfrequente handel zijn betrokken, passende organisatorische waarborgen te eisen van deze ondernemingen en van alle ondernemingen die andere hoogfrequente handelaren toegang bieden tot de markt, en platforms ertoe te verplichten passende risicocontroles te verrichten teneinde onordelijke handel te beperken en de weerbaarheid van hun platforms te verzekeren. Met de voorstellen wordt tevens beoogd het toezicht op en de controle van dergelijke activiteiten door de bevoegde autoriteiten te bevorderen.

3.4.7. Verbetering van het kader voor de bescherming van de belegger (artikelen 13, 24, 25, 27 en 29, en bijlage I – deel A)

Er wordt algemeen erkend dat de MiFID voor een betere bescherming van zowel particuliere als professionele beleggers heeft gezorgd. Niettemin wijst de ervaring uit dat wijzigingen op een aantal vlakken zouden kunnen bijdragen tot het inperken van gevallen waarin de kans op schade voor de belegger het grootst is. De voorstellen verstrengen met name het regelgevingskader voor het verstrekken van beleggingsadvies en voor het vermogensbeheer en de mogelijkheid voor beleggingsondernemingen om 'inducements' van derden te ontvangen. Daarnaast worden de voorwaarden en regelingen verduidelijkt op grond waarvan beleggers vrij op de markt kunnen handelen in bepaalde niet-complexe instrumenten, waarbij er namens hun beleggingsonderneming slechts minimale plichten en minimale bescherming worden geboden. Voorts wordt een kader voor koppelverkoop ingevoerd om ervoor te zorgen dat beleggers naar behoren worden geïnformeerd en tevens te voorkomen dat zij nadelige gevolgen van dergelijke praktijken ondervinden. Het voorstel scherpt de vereisten aan met betrekking tot de wijze waarop beleggingsondernemingen en hun tussenpersonen omgaan met fondsen of instrumenten die aan cliënten toebehoren. Tevens wordt het bewaren van financiële instrumenten voor rekening van cliënten als een beleggingsdienst geclassificeerd. Het voorstel draagt ook bij tot een betere informatieverstrekking aan de cliënt over de verrichte diensten en de uitgevoerde orders.

10.

3.4.8. Betere bescherming bij het verrichten van beleggingsdiensten voor niet-professionele cliënten (artikel 30, bijlage II)


De MiFID-classificatie van cliënten als niet-professionele, professionele en in aanmerking komende tegenpartijen biedt een adequate en bevredigende mate van flexibiliteit en moet derhalve in grote lijnen ongewijzigd blijven. Dat neemt echter niet weg dat tal van voorbeelden van door lokale autoriteiten en gemeenten gesloten transacties in complexe instrumenten kunnen worden aangevoerd die aantonen dat deze classificatie binnen het MiFID-kader niet goed is uitgewerkt. Daarnaast geldt dat – ook al zijn veel specifieke voorschriften voor de bedrijfsuitoefening weinig zinvol in het kader van betrekkingen tussen in aanmerking komende tegenpartijen bij hun veelvuldige dagelijkse transacties – het overkoepelende kernbeginsel om loyaal, billijk en professioneel te handelen en de verplichting om correct, duidelijk en niet misleidend te zijn, steeds van toepassing zouden moeten zijn, ongeacht de categorie waartoe de cliënt behoort. Tot slot wordt voorgesteld dat aan in aanmerking komende tegenpartijen betere informatie en documentatie over de verrichte diensten moeten worden verstrekt.

11.

3.4.9. Nieuwe vereisten voor handelsplatforms (artikelen 27, 59 en 60)


De beoordeling van de optimale uitvoering in het kader van de MiFID berust momenteel vooral op de beschikbaarheid van transparante gegevens vóór en na de handel. Ook andere informatie, zoals het aantal orders dat vóór de uitvoering ervan wordt geannuleerd of de snelheid van uitvoering, kan evenwel relevant zijn. Het voorstel voert daarom de verplichting voor handelsplatforms in om jaarlijkse gegevens over de kwaliteit van de uitvoering te publiceren. Ten tweede trekken met grondstoffen verband houdende derivatencontracten die op handelsplatforms worden verhandeld, vaak veel gebruikers en beleggers aan en kunnen deze platforms vaak fungeren als plaatsen waarop benchmarkprijzen worden gevormd die bijvoorbeeld in energie- en levensmiddelenprijzen voor particulieren doorwerken. Daarom wordt voorgesteld dat alle handelsplatforms waarop grondstoffenderivaten worden verhandeld, passende limieten of alternatieve regelingen invoeren om de ordelijke werking van de markt te garanderen en afwikkelingsvoorwaarden voor fysiek geleverde grondstoffen vast te stellen, alsook systematische, fijnmazige en gestandaardiseerde informatie over posities per verschillende soorten financiële en commerciële handelaren verstrekken aan toezichthouders (met vermelding van de categorie en de identiteit van de eindcliënt) en marktdeelnemers (met vermelding van alleen geaggregeerde posities van categorieën eindcliënten). De limieten die door deze platforms moeten worden vastgesteld, kunnen worden geharmoniseerd door middel van gedelegeerde handelingen van de Commissie. Zowel deze limieten als eventuele alternatieve regelingen laten evenwel de bevoegdheid van de bevoegde autoriteiten en de ESMA onverlet om, indien nodig, overeenkomstig deze richtlijn en de MiFIR aanvullende maatregelen op te leggen.

12.

3.4.10. Betere regels voor mkb-markten (artikel 35)


In aanvulling op de diverse recente EU-initiatieven om het mkb te steunen bij het aantrekken van financiering, wordt voorgesteld een nieuwe subcategorie markten in te voeren, namelijk mkb-groeimarkten. Een exploitant van een dergelijke markt (die doorgaans een MTF is) kan eventueel vragen de MTF ook als mkb-groeimarkt te laten registreren, mits deze aan bepaalde voorwaarden voldoet. De registratie van deze markten zou hun zichtbaarheid moeten verhogen en hun profiel moeten verbeteren en zou tevens bijdragen tot de ontwikkeling van pan-Europese reguleringsnormen voor dergelijke markten die op de behoeften van emittenten en beleggers op deze markten zijn toegesneden en tegelijk een hoog niveau van beleggersbescherming garanderen.

13.

3.4.11. Regeling voor derde landen (artikelen 41 tot en met 50)


Het voorstel brengt een geharmoniseerd kader tot stand om in derde landen gevestigde ondernemingen en marktexploitanten toegang te bieden tot EU-markten. Op die manier wordt de huidige fragmentatie in de nationale regelingen voor derde landen verholpen en gewaarborgd dat voor alle aanbieders van financiële diensten op het EU-grondgebied gelijke concurrentievoorwaarden gelden. Krachtens het voorstel wordt een regeling ingevoerd die gebaseerd is op een voorafgaande beoordeling van de gelijkwaardigheid van rechtsgebieden van derde landen door de Commissie. Ondernemingen van derde landen ten aanzien waarvan een gelijkwaardigheidsbesluit is genomen, kunnen verzoeken diensten in de Unie te verrichten. Het verrichten van diensten voor niet-professionele cliënten zou de vestiging van een bijkantoor vereisen; aan de onderneming van het derde land zou een vergunning worden verleend in de lidstaat waar het bijkantoor is gevestigd en het bijkantoor zou op een aantal terreinen aan EU-vereisten onderworpen zijn (organisatorische eisen, gedragsregels, belangenconflicten, transparantie enz.). Voor het verrichten van diensten ten behoeve van in aanmerking komende tegenpartijen zou het niet verplicht zijn een bijkantoor in de EU te vestigen; om dergelijke diensten te kunnen verrichten, zouden ondernemingen van derde landen zich wel bij de ESMA moeten laten registreren. Zij zouden dan in eigen land aan toezicht onderworpen zijn. Dit zou wel adequate samenwerkingsregelingen tussen toezichthouders van derde landen en bevoegde autoriteiten van EU-lidstaten en de ESMA vereisen.

14.

3.4.12. Meer en efficiëntere consolidatie van gegevens (artikelen 61 tot en met 68)


Het terrein van de marktgegevens, en met name de kwaliteit, opmaak, kosten en mogelijkheid tot consolidatie van dergelijke gegevens, is van groot belang in het kader van het overkoepelende beginsel van de MiFID ten aanzien van transparantie, concurrentie en beleggersbescherming. Op dit vlak brengen de voorgestelde bepalingen in de verordening en de richtlijn een aantal fundamentele wijzigingen teweeg.

Met de bepalingen wordt beoogd de kwaliteit en consistentie van de gegevens te verbeteren door te eisen dat alle ondernemingen hun transactiemeldingen via goedgekeurde publicatievoorzieningen (Approved Publication Arrangements – APA's) bekendmaken. De bepalingen voorzien in procedures voor de vergunningverlening aan APA's door de bevoegde autoriteiten en in organisatorische eisen voor APA's.

Met de voorgestelde bepalingen wordt tegemoetgekomen aan een van de voornaamste punten van kritiek op de gevolgen van de tenuitvoerlegging van de MiFID, namelijk de fragmentatie van gegevens. Naast het feit dat marktgegevens betrouwbaar moeten zijn en tijdig en tegen redelijke kosten beschikbaar moeten zijn, is het voor beleggers van cruciaal belang dat marktgegevens op een zodanige manier kunnen worden bijeengebracht dat de prijzen en transacties van de diverse platforms efficiënt kunnen worden vergeleken. De sterke groei van het aantal marktplatforms naar aanleiding van de tenuitvoerlegging van de MiFID heeft dit een stuk moeilijker gemaakt. In de voorgestelde bepalingen worden de voorwaarden vastgelegd voor de opkomst van aanbieders van geconsolideerde transactiemeldingsregelingen: zij stellen de organisatorische eisen vast waaraan aanbieders moeten voldoen om een dergelijke regeling te mogen exploiteren.

15.

3.4.13. Grotere bevoegdheden ten aanzien van derivatenposities voor bevoegde autoriteiten (artikelen 61, 72 en 83)


Als gevolg van de tijdens de afgelopen jaren sterk toegenomen omvang van de derivatenmarkten zijn de bevoegdheden van de toezichthouders inzake de controle van en het toezicht op posities thans sterk gefragmenteerd. De voorstellen zouden daaraan een einde moeten maken. Ter bevordering van de ordelijke werking van de markten en de marktintegriteit zou toezichthouders immers uitdrukkelijk de bevoegdheid worden verleend om van elke persoon informatie te eisen over zijn posities in de desbetreffende derivaten en in emissierechten. De toezichthoudende autoriteiten zouden op elk moment tijdens de levensduur van een derivatencontract kunnen ingrijpen en maatregelen kunnen nemen om ervoor te zorgen dat een positie wordt afgebouwd. Dit uitgebreidere positiebeheer zou worden aangevuld met de mogelijkheid om posities van tevoren op niet-discriminerende wijze te beperken. Alle maatregelen moeten aan de ESMA worden gemeld.

16.

3.4.14. Effectieve sancties (artikelen 73 tot en met 78)


De lidstaten dienen erop toe te zien dat passende administratieve sancties en maatregelen kunnen worden opgelegd in geval van schendingen van de MiFID. Daartoe zullen zij krachtens de richtlijn verplicht zijn de volgende minimumregels in acht te nemen.

Ten eerste moeten administratieve sancties en maatregelen kunnen worden getroffen ten aanzien van de natuurlijke of rechtspersonen en beleggingsondernemingen die voor een schending verantwoordelijk zijn.

Ten tweede moeten bevoegde autoriteiten kunnen beschikken over een minimumreeks administratieve sancties en maatregelen die kunnen worden getroffen ingeval er van schending van bepalingen van deze richtlijn en de verordening sprake is. Deze reeks dient de volgende sancties en maatregelen te omvatten: intrekking van de vergunning, publieke verklaring, ontslag van het bestuur en administratieve geldboeten.

Ten derde moet het maximumniveau van de in de nationale wetgeving vastgelegde administratieve geldboeten hoger zijn dan de winst die aan de schending wordt ontleend indien deze kan worden bepaald. Dat niveau mag hoe dan ook niet lager zijn dan het niveau dat in de richtlijn is vastgelegd.

Ten vierde dienen de criteria die de bevoegde autoriteiten in aanmerking nemen bij de vaststelling van de aard en de omvang van de sanctie die in een bepaald geval moet worden opgelegd, ten minste de in de richtlijn neergelegde criteria te omvatten (bv. winst die aan de schending wordt ontleend, verlies dat derden door de schending lijden, medewerkingsbereidheid van de verantwoordelijke persoon enz.).

Ten vijfde dienen de getroffen sancties en maatregelen te worden bekendgemaakt zoals in deze richtlijn wordt voorgeschreven.

Ten slotte dient te worden voorzien in een passend mechanisme om de melding van schendingen binnen beleggingsondernemingen aan te moedigen.

Strafrechtelijke sancties vallen niet onder dit voorstel.

17.

3.4.15. Emissierechten (bijlage 1, deel C)


Anders dan bij de handel in derivaten zijn de secundaire spotmarkten voor EU-emissierechten grotendeels ongereguleerd. Op deze spotmarkten hebben zich echter tal van frauduleuze praktijken voorgedaan die het vertrouwen in het emissiehandelssysteem (emissions trading scheme – ETS) dat bij de ETS-richtlijn[17] van de EU is opgezet, zouden kunnen ondermijnen. Parallel met de in het kader van de ETS-richtlijn overwogen maatregelen ter versterking van het systeem van registers van EU-emissierechten en tot aanscherping van de voorwaarden voor het openen van een rekening voor het verhandelen van EU-emissierechten zou het voorstel de gehele markt voor EU-emissierechten aan het financiële toezicht- en regelgevingskader onderwerpen. Zowel spot- als derivatenmarkten zouden daardoor onder een en dezelfde toezichthouder komen te ressorteren. De MiFID en Richtlijn 2003/6/EG betreffende marktmisbruik zouden op deze markten van toepassing zijn, zodat de marktveiligheid aanzienlijk zou toenemen zonder dat dit afdoet aan het doel ervan, namelijk emissiereductie. Dit alles zorgt bovendien voor meer samenhang met de regels die reeds op derivaten van EU-emissierechten worden toegepast. Het leidt ook tot meer veiligheid, omdat zowel banken en beleggingsondernemingen als entiteiten die verplicht zijn de handelsactiviteit op fraude, misbruik of witwaspraktijken te controleren, een grotere rol krijgen in het natrekken van beoogde spothandelaren.

1.

Gevolgen voor de begroting



De specifieke budgettaire implicaties van het voorstel hebben betrekking op de taak die aan de ESMA is toebedeeld en zijn gespecificeerd in het financieel memorandum dat aan het voorstel is gehecht. Ook de specifieke budgettaire gevolgen voor de Commissie zijn in het financieel memorandum bij onderhavig voorstel behandeld.

Het voorstel heeft geen gevolgen voor de begroting van de Unie.

18.

ê 2004/39/EG


ð nieuw