Toelichting bij COM(2011)884 - Programma Europa voor de burger voor de periode 2014-2020

Dit is een beperkte versie

U kijkt naar een beperkte versie van dit dossier in de EU Monitor.

1. ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

Algemene context



Het is van groot belang de betrokkenheid van de burgers bij de Europese Unie en bij dat waar zij voor staat, aan te moedigen en gemakkelijker te maken. Dit houdt in dat ze zowel meer bij actuele kwesties moeten worden betrokken als meer kennis moeten verwerven over de geschiedenis van de Unie en haar ontstaan in de nasleep van twee gruwelijke wereldoorlogen. In vorige programma’s voor de burgers zijn deze uitdagingen met succes aangegaan, maar er is een wezenlijke behoefte om hieraan op het niveau van de Unie te blijven werken.

Zoals voorzitter Barroso in zijn State of the Union van 2011 stelde, staan wij nu voor de grootste uitdaging in het bestaan van de Unie. We beleven niet alleen een financiële, economische en sociale crisis, maar ook een vertrouwenscrisis. Noch nationale plannen, noch zelfs intergouvernementele samenwerking zijn voldoende om zulke grootschalige economische en sociale problemen aan te pakken, maar de burgers zijn zich echter nog steeds niet ten volle bewust van de rol van de Unie en van wat zij heeft bereikt. De Commissie moet daarom wegen zien te vinden om de burgers meer bewust te maken van en inzicht te geven in het Europese project.

Het Verdrag betreffende de Europese Unie zet een grote stap om de Unie dichter bij haar burgers te brengen en een ruimer grensoverschrijdend debat over EU-beleidskwesties te voeren: artikel 11 introduceert een geheel nieuwe dimensie van participerende democratie, waarvan een hoofdelement het nieuwe initiatiefrecht van de burgers is.

De Commissie stelt met dit programma voor actie te ondernemen om capaciteit voor burgerparticipatie op te bouwen (als een onderdeel van een strategische driehoek, naast het inspelen op de behoeften van de burgers en het bevorderen van burgerrechten). Het is de bedoeling:

de capaciteit van het maatschappelijk middenveld om deel te nemen aan de beleidsvorming van de Unie te ontwikkelen;

ondersteunende structuren te ontwikkelen om de uitkomsten van dergelijke discussies door te sluizen naar beleidmakers op de relevante niveaus;

individuele burgers extra mogelijkheden te bieden om deel te nemen aan debatten en discussies over onderwerpen die verband houden met de Unie.

Motivering en doel van het voorstel



Het programma heeft tot doel te voorzien in de behoefte aan een fundamenteel debat op lokaal, regionaal en nationaal niveau over onderwerpen die verband houden met de Unie en die naar een pan-Europees perspectief kunnen worden vertaald. Het wil de grote groep burgers bereiken die normaal gesproken niet proberen invloed uit te oefenen op EU-aangelegenheden of eraan deel te nemen. Dit moet zijn beslag krijgen via een breed scala aan organisaties, zodat een eerste stap kan worden gezet op weg naar betrokkenheid, ongeacht het (met de Unie verband houdende) onderwerp of de vorm, als het maar transnationaal is of een Europese dimensie heeft. Uit de horizontale benadering kan worden afgeleid dat het niet de bedoeling is de thematische programma’s te vervangen of de raadplegingsprocessen op EU-niveau te dupliceren, maar om burgers op lokaal niveau aan te zetten tot discussie over concrete kwesties van Europees belang. Zo worden zij zich bewust van de invloed van het EU-beleid op hun dagelijkse leven. Zij kunnen de voordelen van Europa ervaren, er invloed op uitoefenen en zich herkennen in de opdracht van de EU.

Het programma borduurt voort op een analyse van de sterke en de zwakke punten van het huidige programma Europa voor de burger (2007-2013), ten aanzien van opzet van het toekomstige programma, streefdoelen, bereik en zichtbaarheid in maatschappelijk en geografisch opzicht, effectbeoordeling en valorisatie- en verspreidingsmechanismen.

De algemene doelstelling van een toekomstig programma is “het gedenken te versterken en de capaciteit voor burgerparticipatie op het niveau van de Unie te vergroten”. Het zal moeten zorgen voor de ontwikkeling van ondersteunende structuren om de uitkomsten van dergelijke discussies door te sluizen naar beleidmakers op de relevante niveaus. Het programma draagt hieraan bij door de burgerorganisaties beter in staat te stellen om burgers bij het democratisch bestel van de Unie te betrekken. De voorgestelde specifieke doelstellingen omvatten:

– het stimuleren van debat, reflectie en samenwerking op het gebied van gedenken en integratie en geschiedenis van de Unie;

– het ontwikkelen van het inzicht en het vermogen van de burgers om deel te nemen aan de beleidsvorming van de Unie en het scheppen van mogelijkheden om solidariteit en maatschappelijke betrokkenheid te betonen en vrijwilligersactiviteiten op het niveau van de Unie te ontplooien.

Nadat de voor het nieuwe programma voorgestelde specifieke doelstellingen zijn afgebakend, zullen nieuwe operationele doelstellingen worden vastgesteld. Deze zullen de Commissie beter in staat stellen om robuustere indicatoren vast te stellen en zo de geboekte vooruitgang en de effecten objectief en nauwkeuriger te bepalen.

– Ondersteunen van organisaties ter stimulering van debat en activiteiten op het gebied van gedenken en van Europese waarden en geschiedenis.

– Ondersteunen van organisaties van algemeen Europees belang, van transnationale partnerschappen en van netwerken om interacties van burgers inzake EU-aangelegenheden te bevorderen.

– Horizontale dimensie: analyse, verspreiding en valorisatie van projectresultaten aan de hand van interne en externe activiteiten.

Samenhang met andere beleidsgebieden en doelstellingen van de Unie



Krachtens artikel 11 van het Verdrag betreffende de Europese Unie is het de taak van de instellingen van de Unie de burgers en de representatieve organisaties de mogelijkheid te bieden hun mening over alle onderdelen van het optreden van de Unie kenbaar te maken en daarover in het openbaar in discussie te treden. In hetzelfde artikel wordt gewezen op de verplichting van de instellingen om een open, transparante en regelmatige dialoog met representatieve organisaties en met het maatschappelijk middenveld te voeren, en op de verplichting van de Commissie om op ruime schaal overleg te plegen met de betrokken partijen. In zijn politieke richtsnoeren van september 2009 riep voorzitter Barroso de Unie op zich veel meer te richten op de burgers, die centraal moeten staan in het Europees beleid. Zoals hieronder uiteengezet, is het de bedoeling om de activiteiten die in het kader van de volgende generatie van het programma Europa voor de burger worden uitgevoerd, veel sterker aan concrete beleidsvorming te koppelen. Daartoe zullen de diensten van de Commissie die het beleid en de programma’s uitvoeren, nauw samenwerken.

Het programma is een van de instrumenten waarmee de democratische beginselen van de artikelen 10 en 11 van het VEU kunnen worden gekoppeld aan een breed scala sectorale beleidsgebieden van de Unie, zonder dat dit in de plaats komt van de specifieke dialoog met burgers, belanghebbenden en belangengroepen, die de Europese Commissie onderhoudt. De volgende generatie van het programma Europa voor de burger stelt de burgers in staat om in alle stadia van het formele besluitvormingsproces hun mening over alle onderdelen van het optreden van de Unie kenbaar te maken en daarover in discussie te treden. Ten aanzien van de thema’s van de projecten, hun opname in het lokale en regionale kader en de samenstelling van de groep belanghebbenden, is er sprake van belangrijke synergieën met andere programma’s van de Unie, namelijk op het gebied van werkgelegenheid, sociale zaken, onderwijs, onderzoek en innovatie, jeugd en cultuur, justitie, gelijkheid tussen vrouwen en mannen en non-discriminatie, en regionaal beleid.

Bovendien is het programma een aanvulling op het werk van de vertegenwoordigingen van de Europese Commissie in de lidstaten. In overeenstemming met hun taak om op nationaal niveau de burgers te betrekken en met hen te communiceren, zullen deze vertegenwoordigingen zo veel mogelijk betrokken zijn bij het kenbaar maken en promoten van het programma.

1.

Resultaten van de raadpleging van belanghebbende partijen en effectbeoordeling



2.1         Raadpleging van belanghebbende partijen

Er heeft een uitgebreide raadpleging plaatsgevonden van de voornaamste belanghebbenden van het programma Europa voor de burger. Bij de volgende gelegenheden is om hun mening gevraagd:

– Op 20 juni 2010 werd in Brussel met de voornaamste belanghebbenden een raadplegende bijeenkomst gehouden met de leden van de reguliere ngo-raadpleging, de nationale contactpunten voor Europees Burgerschap, de Raad van Europese gemeenten en regio’s en de stedenbandencoördinatoren en leden van het programmacomité. De bijeenkomst verliep volgens een open agenda met een zeer participatieve benadering.

– Op 27 oktober 2010 werd een openbare onlineraadpleging gelanceerd over de toekomst van het programma Europa voor de burger door middel van de IPM-tool (interactieve beleidsvorming) van de Commissie. Tot en met 5 januari 2011 stond de raadpleging open voor alle belanghebbenden, zoals burgers, organisaties uit het maatschappelijk middenveld, overheden, onderzoeks- en innovatie-instituten, Europese en internationale organisaties; 412 respondenten namen deel, nog eens vijf aanvragen werden afzonderlijk ontvangen. De meningen werden door de Commissie geanalyseerd, waarbij ze werd bijgestaan door een externe adviseur. De resultaten en een gedetailleerde analyse van de openbare raadpleging zijn beschikbaar op: ec.europa.eu/citizenship.

– Op 21 juni 2011 vond in Brussel een tweede bijeenkomst van belanghebbenden met 100 deelnemers plaats.

– In mei en juni 2011 kwamen naar aanleiding van drie in Wenen, Parijs en Warschau gehouden doelgroeponderzoeken over diverse aspecten van het programma (stedenbanden, effecten op de ontwikkeling van het maatschappelijk middenveld, gedenken) belanghebbenden, onderzoekers, lokale en nationale overheden en journalisten bijeen.

– Regelmatige raadpleging van belanghebbenden: twee tot drie bijeenkomsten per jaar van de Commissie en ongeveer 70 belangrijke Europese organisaties die actief betrokken zijn bij het programma Europa voor de burger.

2.2         Bijeenbrengen en gebruikmaken van deskundigheid

Bij de opstelling van de effectbeoordeling in het kader van het programmavoorstel heeft de Commissie rekening gehouden met de deskundigheid van belanghebbenden die op de twee bijeenkomsten van belanghebbenden en bij de openbare onlineraadpleging naar voren kwam. Een en ander werd getoetst aan de deskundigheid van de doelgroepen die in het voorjaar 2011 werden geraadpleegd.

De door een externe adviseur in 2010 uitgevoerde tussentijdse evaluatie vormde een belangrijke bron van informatie die op de ervaringen van het huidige programma voortbouwt en zowel aan de effectbeoordeling als aan het programmavoorstel kon bijdragen.

2.3         Effectbeoordeling

In de zomer 2011 werd een volledige effectbeoordeling uitgevoerd. Op 21 september 2011 besprak het effectbeoordelingscomité het verslag en verzocht het om een aantal verbeteringen, in het bijzonder om een volledigere en gerichtere probleemanalyse, om specifieker omschreven doelstellingen, om het opzetten en beoordelen van sterke beleidsopties en om duidelijkere evaluatieregelingen en duidelijker omschreven robuustere voortgangsindicatoren. Deze elementen zijn terug te vinden in het verslag.

Bovendien werd het programma geïntegreerd in de algehele effectbeoordeling van het MFK 2014-2020.

2.

Juridische elementen van het voorstel



3.1         Samenvatting van de voorgestelde maatregelen

De Europese Commissie stelt een programma Europa voor de burger voor dat betrekking heeft op de periode 2014-2020 en voortbouwt op het bestaande programma. Het heeft tot doel de capaciteit voor burgerparticipatie op het niveau van de Unie te verbeteren en zo aan de verwezenlijking van de algemene doelstelling bij te dragen: de capaciteit voor burgerparticipatie op het niveau van de Unie en de bekendheid en kennis van de Unie te verbeteren. Het is bedoeld ter ondersteuning van organisaties van algemeen Europees belang, transnationale partnerschappen en netwerken om wisselwerkingen tussen burgers aangaande EU-kwesties te bevorderen enerzijds en organisaties die het debat en activiteiten op het gebied van Europese waarden en geschiedenis stimuleren anderzijds. Een horizontaal kenmerk van het programma is het voornemen de resultaten van de programma-activiteiten te analyseren, te verspreiden en te valoriseren. Net als zijn voorganger zal het programma worden uitgevoerd door middel van exploitatiesubsidies en voor het uitvoeren van acties, gebaseerd op open oproepen tot het indienen van voorstellen, en door dienstencontracten gebaseerd op openbare aanbestedingen. Op grond van een kosten-batenanalyse kan de Commissie een bestaand uitvoerend agentschap inschakelen voor de uitvoering van het programma, zoals bepaald in Verordening (EG) nr. 58/2003 van de Raad van 19 december 2002 tot vaststelling van het statuut van de uitvoerende agentschappen waaraan bepaalde taken voor het beheer van communautaire programma's worden gedelegeerd.

3.2         Rechtsgrondslag

Artikel 352 VWEU.

3.3         Subsidiariteitsbeginsel

Overeenkomstig artikel 11 van het Verdrag betreffende de Europese Unie zijn de instellingen van de Unie ertoe verplicht de burgers en de representatieve organisaties de mogelijkheid te bieden hun mening over alle onderdelen van het optreden van de Unie kenbaar te maken en daarover in het openbaar in discussie te treden. In hetzelfde artikel wordt gewezen op de plicht van de instellingen om een open, transparante en regelmatige dialoog met representatieve organisaties en met het maatschappelijk middenveld te voeren en op de plicht van de Commissie om op ruime schaal overleg te plegen met de betrokken partijen.

Er moet in passende middelen worden voorzien om deze Verdragsbepalingen te verwezenlijken. Het programma Europa voor de burger is een van deze middelen, net als Verordening EU) nr. 211/2011 van het Europees Parlement en van de Raad over het burgerinitiatief.

De toegevoegde waarde voor de Unie van het voorgestelde programma kan verder worden aangetoond op het niveau van de afzonderlijke acties in het kader van het nieuwe programma:

– Bij “gedenken en Europees burgerschap” is het de bedoeling dat organisaties worden ondersteund bij het bevorderen van het debat en activiteiten inzake Europese integratie en geschiedenis op transnationaal niveau, of wanneer er sprake is van een duidelijke Europese dimensie. Voor sommige acties die vallen onder “geschiedenis” volstaat een Europese dimensie. Historische archieven en gedenkplaatsen zijn op zich plaatsgebonden, maar zijn in vele gevallen voor de gehele Unie van betekenis.

– Bij “democratische betrokkenheid en burgerparticipatie” is het de bedoeling dat het programma de burgers meer inzicht biedt in en beter in staat stelt deel te nemen aan het besluitvormingsproces van de Unie en mogelijkheden creëert om op het niveau van de Unie solidariteit en maatschappelijke betrokkenheid aan de dag te leggen en vrijwilligersactiviteiten te ontplooien. Een dergelijke brede, ambitieuze doelstelling kan alleen op het niveau van de Unie worden verwezenlijkt.

– “Valorisatie” geeft een horizontale dimensie aan het gehele programma en zal gericht zijn op de analyse, verspreiding, bekendmaking en valorisatie van de projectresultaten van de bovenvermelde onderdelen. Mede door middel van nationale en regionale platforms kunnen beste praktijken en ideeën worden bijeengebracht over hoe de burgerparticipatie kan worden versterkt, maar er zijn ook pan-Europese platforms en gemeenschappelijke instrumenten nodig om het perspectief te verbreden en transnationale uitwisselingen te vergemakkelijken.

De doelstellingen van deze verordening kunnen niet voldoende door de lidstaten worden verwezenlijkt en derhalve, gezien de transnationale en multilaterale aard van de acties en maatregelen in het kader van het programma, beter op het niveau van de Unie worden gerealiseerd.

3.4         Evenredigheidsbeginsel

Het voorstel is in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel omdat het niet verder gaat dan nodig is om de doelstelling op Europees niveau te verwezenlijken.

3.5         Effect op de grondrechten

Het programma voorziet indirect in steun voor de rechten van de burgers van de Unie, die zijn verankerd in artikel 39 van het Handvest van de grondrechten.

3.

Gevolgen voor de begroting



In het voorstel van de Commissie voor een meerjarig financieel kader voor de periode 2014-2020 wordt 229 miljoen euro (lopende prijzen) toegewezen aan het programma Europa voor de burger.

4.1         Uitvoering

Uit beheersoogpunt beoogt de verordening een meer gestroomlijnde en eenvoudigere benadering, met een hogere kosteneffectiviteit als resultaat. Wanneer voor soortgelijke acties soortgelijke uitvoeringsbepalingen en -procedures gelden, levert dit aanzienlijke schaalvoordelen op, wat op EU- en nationaal niveau een vereenvoudiging betekent voor zowel begunstigden als beheersorganen.

Vereenvoudiging is reeds in het huidige programma van cruciaal belang en zal in het nieuwe programma verder worden ontwikkeld. Het inschakelen van een uitvoerend agentschap dat zorg draagt voor de gehele programmacyclus maakt aanzienlijke besparingen op het gebied van administratieve en personele middelen mogelijk. Daarnaast leidt het gebruik van forfaitaire bedragen, vaste tarieven en eenheidskosten, elektronische aanvragen en efficiënte controles ter plaatse door bezoeken aan organisaties in dezelfde regio samen te voegen, tot een verdere vermindering van de administratieve belasting en levert dit tevens aanzienlijke kostenbesparingen op.