Toelichting bij COM(2012)436 - Samengevoegde jaarrekeningen van de Europese Unie, 2011

Dit is een beperkte versie

U kijkt naar een beperkte versie van dit dossier in de EU Monitor.

Balans 6

2.

Economische resultatenrekening 7


Kasstroomoverzicht 8

Mutatieoverzicht van de nettoactiva 9

Toelichtingen bij de financiële staten 10

DEEL II: GECONSOLIDEERDE VERSLAGEN OVER DE UITVOERING VAN DE BEGROTING EN TOELICHTINGEN DAARBIJ 91

Geconsolideerde verslagen over de uitvoering van de begroting 93

Toelichtingen bij de geconsolideerde verslagen over

de uitvoering van de begroting 111

NOTA BIJ DE GECONSOLIDEERDE REKENINGEN

De geconsolideerde jaarrekening van de Europese Unie voor het jaar 2011 is opgesteld op basis van de inlichtingen die de andere instellingen en organen overeenkomstig artikel 129, lid 2, van het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Unie hebben verstrekt. Ik verklaar dat de jaarrekening is opgesteld overeenkomstig titel VII van dit Financieel Reglement en de in de toelichtingen bij de financiële staten beschreven boekhoudbeginselen, -regels en -methoden.

Ik heb van de rekenplichtigen van deze instellingen en organen, die voor de betrouwbaarheid instaan, alle inlichtingen verkregen die nodig zijn voor het opstellen van de jaarrekening die een beeld van de activa en de passiva van de Europese Unie en de uitvoering van de begroting geeft.

Ik verklaar dat ik op basis van deze inlichtingen en op basis van de controles die ik noodzakelijk achtte om de jaarrekening van de Europese Commissie te kunnen aftekenen, redelijke zekerheid heb dat de jaarrekening in alle materiële opzichten een getrouw beeld van de vermogenspositie van de Europese Unie geeft.


(getekend)

Philippe Taverne

Rekenplichtige van de Commissie

3.

18 juli 2012



EUROPESE UNIE

GECONSOLIDEERDE

FINANCIËLE STATEN

EN TOELICHTINGEN DAARBIJ

BEGROTINGSJAAR 2011

INHOUDSOPGAVE

Blz.


4.

DEEL I: GECONSOLIDEERDE FINANCIËLE STATEN EN


TOELICHTINGEN DAARBIJ

Balans 6

Economische resultatenrekening 7

Kasstroomoverzicht 8

Mutatieoverzicht van de nettoactiva 9

Toelichtingen bij de financiële staten: 10

5.

1. Belangrijkste gehanteerde grondslagen


voor financiële verslaglegging 11

6.

2. Toelichtingen bij de balans 22


7.

3. Toelichtingen bij de economische resultatenrekening 42


8.

4. Toelichtingen bij het kasstroomoverzicht 52


9.

5. Voorwaardelijke activa en passiva en andere


informatieverschaffing 53

10.

6. Financiële correcties en terugvorderingen 57


11.

7. Opgenomen en verstrekte leningen van de EU 77


12.

8. Financieel risicobeheer 85


13.

9. Informatieverschaffing over verbonden partijen 91


14.

10. Gebeurtenissen na de balansdatum 93


15.

11. Consolidatiebereik 94


* Opgelet: doordat de cijfers afgerond zijn tot miljoenen euro, kan het lijken alsof sommige financiële gegevens in deze tabellen hieronder niet correct zijn opgeteld.

16.

BALANS


||||| miljoen EUR

|| Toelichting| 31.12.| 31.12.2010

|| NIET-VLOTTENDE ACTIVA:|||

|| Immateriële activa| 2.| 108

|| Vaste bedrijfsmiddelen| 2.| 5 4 813

|| Langlopende beleggingen|||

|| Beleggingen die worden verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode| 2.| 492

|| Financiële activa: voor verkoop beschikbare activa| 2.| 2 2 063

|| Financiële activa: leningen op lange termijn| 2.| 41 11 640

|| Vorderingen en verhaalbare bedragen op lange termijn| 2.| 40

|| Voorfinanciering op lange termijn| 2.| 44 44 118

|||| 94 63 274

|| VLOTTENDE ACTIVA:|||

|| Voorraden| 2.| 91

|| Kortlopende beleggingen:|||

|| Financiële activa: voor verkoop beschikbare activa| 2.| 3 2 331

|| Vorderingen en verhaalbare bedragen op korte termijn:|||

|| Financiële activa: leningen op korte termijn| 2.| 2 170

|| Overige vorderingen en verhaalbare bedragen| 2.| 9 11 331

|| Voorfinanciering op korte termijn| 2.| 11 10 078

|| Geldmiddelen en kasequivalenten| 2.| 18 22 063

|||| 43 48 064

|| TOTAAL ACTIVA|| 137 111 338

|||||

|| NIET-VLOTTENDE PASSIVA:|||

|| Pensioenen en andere personeelsbeloningen| 2.| (34 835)| (37 172)

|| Voorzieningen op lange termijn| 2.| (1 495)| (1 317)

|| Financiële verplichtingen op lange termijn| 2.| (41 179)| (11 445)

|| Overige verplichtingen op lange termijn| 2.| (2 059)| (2 104)

|||| (79 568)| (52 038)

|| VLOTTENDE PASSIVA:|||

|| Voorzieningen op korte termijn| 2.| (270)| (214)

|| Financiële verplichtingen op korte termijn| 2.| | (2 004)

|| Crediteuren| 2.| (91 473)| (84 529)

|||| (91 794)| (86 747)

|| TOTAAL PASSIVA|| (171 362)| (138 785)

|||||

|| NETTOACTIVA|| (33 850)| (27 447)

|||||

|| Reserves| 2.| 3 3 484

|| Bij de lidstaten op te vragen bedragen*| 2.| (37 458)| (30 931)

|||||

|| NETTOACTIVA|| (33 850)| (27 447)

* Het Europees Parlement heeft op 1 december 2011 een begroting goedgekeurd waarin is bepaald dat de verplichtingen op korte termijn van de Unie worden betaald uit eigen middelen die in 2012 bij de lidstaten worden geïnd of opgevraagd. Daarnaast waarborgen de lidstaten overeenkomstig artikel 83 van het Statuut [Verordening nr. 259/68 van de Raad van 29 februari 1968, gewijzigd] gezamenlijk de uitbetaling van de pensioenen.

|| ECONOMISCHE RESULTATENREKENING||

||||

|||

||| miljoen EUR

|| Toelichting| 2010

BELEIDSONTVANGSTEN|||

Ontvangsten uit eigen middelen en bijdragen| 3.| 124 122 328

Overige beleidsontvangsten| 3.| 5 8 188

||||

||| 130 130 516

||||

BELEIDSUITGAVEN|||

Administratieve uitgaven| 3.| (8 976)| (8 614)

Beleidsuitgaven| 3.| (123 778)| (103 764)

||||

||| (132 754)| (112 378)

||||

(TEKORT)/OVERSCHOT VAN BELEIDSACTIVITEITEN|| (2 701)| 18 138

||||

Financiële ontvangsten| 3.| 1 1 178

Financiële uitgaven| 3.| (1 355)| (661)

Mutatie in de verplichting pensioenen en andere personeelsbeloningen|| 1 (1 003)

Aandeel in het nettotekort van gemeenschappelijke ondernemingen en geassocieerde deelnemingen| 3.| (436)| (420)

||||

ECONOMISCH RESULTAAT VAN HET JAAR|| (1 789)| 17 232


|| KASSTROOMOVERZICHT

||||

||| miljoen EUR

|| Toelichting| 2010

||||

Economisch resultaat van het jaar|| (1 789)| 17 232

||||

Beleidsactiviteiten| 4.||

Afschrijving|| 28

Waardevermindering|| 358

(Toename)/afname leningen op lange termijn|| (29 760)| (876)

(Toename)/afname voorfinanciering op lange termijn|| (605)| (2 574)

(Toename)/afname vorderingen en verhaalbare bedragen op lange termijn|| | 15

(Toename)/afname voorraden|| | (14)

(Toename)/afname voorfinanciering op korte termijn|| (929)| (642)

(Toename)/afname vorderingen en verhaalbare bedragen op korte termijn|| 3 (4 543)

Toename/(afname) voorzieningen op lange termijn|| (152)

Toename/(afname) financiële verplichtingen op lange termijn|| 29 886

Toename/(afname) overige verplichtingen op lange termijn|| (45)| (74)

Toename/(afname) voorzieningen op korte termijn|| 1

Toename/(afname) financiële verplichtingen op korte termijn|| (1 953)| 1 964

Toename/(afname) crediteuren|| 6 (9 355)

Begrotingsoverschot van vorig jaar opgevoerd als non-cash ontvangsten|| (4 539)| (2 254)

Overige non-cash mutaties|| | (149)

||||

Toename/(afname) verplichting pensioenen en personeelsbeloningen|| (2 337)| (70)

||||

Beleggingsactiviteiten| 4.||

(Toename)/afname immateriële activa en vaste bedrijfsmiddelen|| (693)| (374)

(Toename)/afname beleggingen op lange termijn|| | (176)

(Toename)/afname beleggingen op korte termijn|| (1 288)| (540)

||||

NETTOKASSTROOM|| (3 128)| (1 309)

||||

Nettotoename/(afname) van geldmiddelen en kasequivalenten|| (3 128)| (1 309)

Geldmiddelen en kasequivalenten bij het begin van het jaar| 2.| 22 23 372

Geldmiddelen en kasequivalenten aan het einde van het jaar| 2.| 18 22 063

17.

MUTATIEOVERZICHT VAN DE NETTOACTIVA|


||||||| miljoen EUR|

|| Reserves (A)| Bij de lidstaten op te vragen bedragen (B)| Nettoactiva = (A)+(B)

Reëlewaardereserve| Overige reserves| Gecumuleerd overschot/(tekort)| Economisch resultaat van het jaar

BALANS OP 31 DECEMBER 3 (52 488)| 6 (42 278)

Mutatie in reserve Garantiefonds|| (273)|| 0

Mutaties reële waarde| (130)|||| (130)

Overige|| || (17)

Toewijzing economisch resultaat| 6 (6 887)| 0

Begrotingsresultaat 2009 gecrediteerd aan de lidstaten||| (2 254)|| (2 254)

Economisch resultaat voor het jaar|||| 17 17 232

BALANS OP 31 DECEMBER (61)| 3 (48 163)| 17 (27 447)

Mutatie in reserve Garantiefonds|| (165)|| 0

Mutaties reële waarde| |||| (47)

Overige|| || (28)

Toewijzing economisch resultaat| 17 (17 232)| 0

Begrotingsresultaat 2010 gecrediteerd aan de lidstaten||| (4 539)|| (4 539)

Economisch resultaat voor het jaar|||| (1 789)| (1 789)

BALANS OP 31 december (108)| 3 (35 669)| (1 789)| (33 850)

18.

Toelichtingen bij de financiële staten



19.

1. BELANGRIJKSTE GEHANTEERDE GRONDSLAGEN VOOR FINANCIËLE VERSLAGLEGGING


20.

1.1 RECHTSGRONDSLAG EN BOEKHOUDREGELS


De boekhouding van de Europese Unie wordt gevoerd overeenkomstig de bepalingen van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Unie (PB L 248 van 16 september 2002) en Verordening (EG, Euratom) nr. 2342/2002 van de Commissie van 23 december 2002 tot vaststelling van uitvoeringsvoorschriften van dit Financieel Reglement.

Overeenkomstig artikel 133 van het Financieel Reglement heeft de Europese Unie haar financiële staten voorbereid op grond van boekhoudregels op transactiebasis die zijn afgeleid van de internationaal aanvaarde boekhoudnormen voor de overheidssector (IPSAS) of bij gebreke de internationale standaarden voor financiële verslaglegging (IFRS). De door de rekenplichtige van de Commissie vastgestelde boekhoudregels moeten worden toegepast in alle Europese instellingen en organen die binnen het consolidatiebereik vallen en moeten uitgroeien tot een uniform kader voor het opstellen en presenteren van de rekeningen om tot een geharmoniseerde financiële verslaglegging en consolidatie te komen. De rekeningen worden per kalenderjaar en in euro gevoerd.

21.

1.2 BOEKHOUDBEGINSELEN


De financiële staten zijn bedoeld om een breed scala van gebruikers nuttige informatie te verschaffen over de vermogenspositie, de resultaten en de kasstromen van een bepaalde organisatie. Voor de EU als een organisatie in de openbare sector moeten deze staten meer in het bijzonder informatie verschaffen die nuttig is voor de besluitvorming en getuigen van de controleerbaarheid van de organisatie met betrekking tot de middelen die aan haar zijn toevertrouwd. Het spreekt voor zich dat dit document in deze geest is opgesteld.

De globale overwegingen (of boekhoudbeginselen) die bij de voorbereiding van de financiële staten moeten worden gevolgd, zijn vastgesteld in EU‑boekhoudregel 2 en zijn dezelfde als die welke in IPSAS 1 zijn beschreven, namelijk: juiste weergave, transactiebasis, continuïteit, consistentie van de presentatie, hergroepering, verrekening en vergelijkende informatie.

Bij de voorbereiding van de financiële staten overeenkomstig bovengenoemde regels en beginselen moet het management ramingen maken die van invloed zijn op de bedragen die worden opgegeven voor bepaalde posten in de balans en in de economische resultatenrekening, alsook informatie verschaffen over de voorwaardelijke passiva en activa.

22.

1.3 CONSOLIDATIE


Consolidatiebereik

De geconsolideerde financiële staten van de EU omvatten alle betekenisvolle entiteiten waarover zeggenschap wordt uitgeoefend (instellingen en agentschappen), geassocieerde deelnemingen en gemeenschappelijke ondernemingen, zijnde 50 entiteiten waarover zeggenschap wordt uitgeoefend, vijf gemeenschappelijke ondernemingen en vier geassocieerde deelnemingen. De volledige lijst van geconsolideerde entiteiten is te vinden in toelichting 11.1. In vergelijking met 2010 is het consolidatiebereik uitgebreid met zeven entiteiten waarover zeggenschap wordt uitgeoefend (een instelling en zes agentschappen). De invloed van deze toevoegingen op de geconsolideerde financiële staten is niet materieel.

23.

Entiteiten waarover zeggenschap wordt uitgeoefend


Het besluit een entiteit in het consolidatiebereik op te nemen, is gebaseerd op het concept „zeggenschap”. Entiteiten waarover zeggenschap wordt uitgeoefend, zijn entiteiten waarin de Europese Unie direct of indirect de macht heeft om het financiële en operationele beleid te sturen teneinde voordelen uit hun activiteiten te verwerven. Deze macht moet actueel uitoefenbaar zijn. Entiteiten waarover zeggenschap wordt uitgeoefend, zijn volledig geconsolideerd. De consolidatie begint op de eerste datum waarop de zeggenschap bestaat, en eindigt wanneer die zeggenschap niet langer bestaat.

De meest gebruikelijke indicatoren van zeggenschap binnen de Europese Unie zijn de volgende: oprichting van de entiteit bij de oprichtingsverdragen of afgeleide wetgeving, financiering van de entiteit uit de algemene begroting, het bestaan van stemrechten in de bestuursorganen, controle door de Europese Rekenkamer en kwijting door het Europees Parlement. Het is duidelijk dat voor elke entiteit moet worden nagegaan of één of alle van de bovengenoemde criteria voldoende zijn om tot zeggenschap te leiden.

Vanuit deze optiek worden de EU-instellingen (met uitzondering van de ECB) en -agentschappen (met uitsluiting van de agentschappen van de vroegere tweede pijler) geacht onder de uitsluitende zeggenschap van de EU te staan. Daarom zijn zij in het consolidatiebereik opgenomen. Ook de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal in liquidatie (EGKS) wordt beschouwd als een entiteit waarover zeggenschap wordt uitgeoefend.

Alle materiële verrichtingen en posities tussen entiteiten waarover door de EU zeggenschap wordt uitgeoefend, zijn buiten beschouwing gelaten. Niet-gerealiseerde baten en verliezen op verrichtingen tussen entiteiten zijn niet materieel en zijn daarom niet buiten beschouwing gelaten.

24.

Gemeenschappelijke ondernemingen


Een gemeenschappelijke onderneming is een contractuele afspraak waarbij de Europese Unie en een of meer partijen (de „ondernemers") een economische activiteit aangaan waarover zij gezamenlijke zeggenschap uitoefenen. Gezamenlijke zeggenschap is het contractueel afgesproken delen van de directe of indirecte zeggenschap over een activiteit met dienstenpotentieel.

Belangen in gemeenschappelijke ondernemingen worden verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode, de eerste maal tegen kostprijs. Het belang van de Europese Unie in de resultaten van haar onder gezamenlijke zeggenschap staande entiteiten wordt opgenomen in de economische resultatenrekening van de EU en haar belang in mutaties van de reserves in de reserves. De boekwaarde van de gemeenschappelijke onderneming in de rekening op balansdatum wordt bepaald door de oorspronkelijke kostprijs plus alle mutaties (verdere bijdragen, aandeel in de resultaten en mutaties van de reserves, waardeverminderingen en dividenden).

Niet-gerealiseerde baten en verliezen op verrichtingen tussen de Europese Unie en haar onder gezamenlijke zeggenschap staande entiteit zijn niet materieel en zijn daarom niet buiten beschouwing gelaten. De boekhoudregels van de gemeenschappelijke ondernemingen kunnen met betrekking tot gelijksoortige verrichtingen en gebeurtenissen onder gelijke omstandigheden verschillen van die van de Europese Unie.

25.

Geassocieerde deelnemingen


Geassocieerde deelnemingen zijn entiteiten waarover de Europese Unie geen zeggenschap uitoefent, doch waarin zij direct of indirect betekenisvolle invloed uitoefent. Er wordt aangenomen dat er sprake is van betekenisvolle invloed wanneer de Europese Unie direct of indirect 20% of meer van de stemrechten bezit.

Participaties in geassocieerde deelnemingen worden verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode, de eerste maal tegen kostprijs. Het aandeel van de Europese Unie in de resultaten van haar geassocieerde deelnemingen wordt opgenomen in de economische resultatenrekening en haar aandeel in mutaties van de reserves in de reserves. De boekwaarde van de geassocieerde deelneming in de rekeningen op balansdatum wordt bepaald door de oorspronkelijke kostprijs plus alle mutaties (verdere bijdragen, aandeel in de resultaten en mutaties van de reserves, waardeverminderingen en dividenden). Uitkeringen die van een geassocieerde deelneming worden ontvangen, verlagen de boekwaarde van het actief. Niet-gerealiseerde baten en verliezen op verrichtingen tussen de Europese Unie en haar geassocieerde deelneming zijn niet materieel en zijn daarom niet buiten beschouwing gelaten.

De boekhoudregels van de geassocieerde deelnemingen kunnen met betrekking tot gelijksoortige verrichtingen en gebeurtenissen onder gelijke omstandigheden verschillen van die van de Europese Unie. Bij participaties van 20% of meer in een durfkapitaalfonds streeft de Europese Unie er niet naar betekenisvolle invloed uit te oefenen. Dergelijke fondsen worden daarom als voor verkoop beschikbare financiële instrumenten ingedeeld en de vermogensmutatiemethode wordt niet toegepast.

26.

Niet-geconsolideerde entiteiten waarvan de Commissie de middelen beheert


De middelen van het gemeenschappelijk stelsel van ziektekostenverzekering voor personeelsleden van de Europese Unie, het Europees Ontwikkelingsfonds en het Garantiefonds voor deelnemenrs worden namens hen door de Commissie beheerd. Omdat deze entiteiten niet onder zeggenschap van de Europese Unie staan, worden zij niet in haar rekeningen geconsolideerd. Zie toelichting 11.2 voor nadere informatie over de betrokken bedragen.

27.

1.4 OPSTELLINGSGRONDSLAG


28.

1.4.1 Munteenheid en omrekeningsbeginselen


Functionele en rapporteringsvaluta

De financiële staten worden opgemaakt in miljoen euro, aangezien de euro de functionele en rapporteringsvaluta van de Europese Unie is.

29.

Verrichtingen en saldi


Verrichtingen in vreemde valuta worden omgerekend in euro tegen de op de transactiedatum geldende wisselkoers. Wisselkoersbaten en -verliezen die voortvloeien uit de afwikkeling van verrichtingen in vreemde valuta's en uit de omrekening aan het einde van het jaar van in vreemde valuta's luidende monetaire activa en passiva worden in de economische resultatenrekening opgenomen.

Er worden verschillende omrekeningsmethoden toegepast voor de vaste bedrijfsmiddelen en de immateriële activa, die hun waarde in euro behouden tegen de bij de aankoop geldende koers.

De saldi aan het einde van het jaar van in vreemde valuta's luidende monetaire activa en passiva worden omgerekend in euro tegen de op 31 december geldende wisselkoersen:

30.

Wisselkoersen met de euro


Valuta| 31.12.| 31.12.| Valuta| 31.12.| 31.12.2010

BGN| 1,| 1,| LTL| 3,| 3,4528

CZK| 25,| 25,| PLN| 4,| 3,9750

DKK| 7,| 7,| RON| 4,| 4,2620

EEK| n,v,t,| 15,| SEK| 8,| 8,9655

GBP| 0,| 0,| CHF| 1,| 1,2504

HUF| 314,| 277,| JPY| 100,| 108,6500

LVL| 0,| 0,| USD| 1,| 1,3362

Veranderingen ingevolge omrekeningverschillen in de reële waarde van in vreemde valuta's luidende monetaire effecten die als beschikbaar voor verkoop zijn aangemerkt, worden opgenomen in de economische resultatenrekening. Omrekeningsverschillen betreffende niet-monetaire financiële activa en verplichtingen die tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening zijn gewaardeerd, worden opgenomen in de economische resultatenrekening. Omrekeningsverschillen betreffende niet-monetaire financiële activa die als beschikbaar voor verkoop zijn aangemerkt, worden opgenomen in de reëlewaardereserve.

31.

1.4.2 Gebruik van ramingen


Overeenkomstig de IPSAS en algemeen aanvaarde boekhoudbeginselen bevatten de financiële staten onvermijdelijk bedragen die steunen op ramingen en veronderstellingen die op basis van de meest betrouwbare beschikbare informatie door het management zijn gedaan. Belangrijke ramingen betreffen onder andere, maar niet uitsluitend de bedragen voor verplichtingen inzake personeelsbeloningen, voorzieningen, financiële risico's verbonden aan voorraden en vorderingen, toegerekende baten en lasten, voorwaardelijke activa en verplichtingen en waardeverminderingen van immateriële activa en vaste bedrijfsmiddelen. De werkelijke bedragen kunnen van deze ramingen afwijken. Veranderingen in ramingen worden weergegeven in de periode waarin zij bekend worden.

32.

1.5 BALANS


33.

1.5.1 Immateriële activa


Aangekochte licenties voor computersoftware worden geboekt tegen kostprijs verminderd met de gecumuleerde afschrijvingen en waardeverminderingsverliezen. De activa worden lineair afgeschreven over hun geraamde nuttige levensduur. Intern geproduceerde immateriële activa worden in de economische resultatenrekening opgenomen, als zij aan de relevante criteria van de EU-boekhoudregels voldoen. De opneembare kosten omvatten alle direct toerekenbare kosten die nodig zijn om het actief te creëren, te produceren en voor te bereiden zodat het kan worden gebruikt op de manier die het management beoogt. De kosten voor onderzoeksactiviteiten en de niet-opneembare kosten voor ontwikkeling en onderhoud worden als uitgaven geboekt wanneer zij worden gedaan.

34.

1.5.2 Vaste bedrijfsmiddelen


Alle vaste bedrijfsmiddelen worden geboekt tegen historische kostprijs verminderd met afschrijvingen en waardeverminderingsverliezen. De historische kostprijs omvat uitgaven die direct aan de aanschaf of de bouw van het actief kunnen worden toegerekend.

De daarna gemaakte kosten worden, naar gelang van het geval, slechts in de boekwaarde van het actief opgenomen of als afzonderlijk actief geboekt wanneer het waarschijnlijk is dat de daaruit in de toekomst voortkomende economische baten of het daaruit voortkomende dienstenpotentieel aan de Europese Unie zullen toevloeien en de kosten op betrouwbare wijze kunnen worden gemeten. De herstel- en onderhoudskosten worden in de economische resultatenrekening geboekt tijdens de begrotingsperiode waarin zij zich voordoen. Aangezien de Europese Unie geen geld leent om de aankoop van vaste bedrijfsmiddelen te financieren, gaan dergelijke aankopen niet gepaard met leenkosten.

Op terreinen en kunstwerken worden geen afschrijvingen toegepast, aangezien ervan wordt uitgegaan dat zij een onbeperkte levensduur hebben. Activa in aanbouw worden niet afgeschreven, aangezien deze activa nog niet beschikbaar zijn voor gebruik. De afschrijvingen op andere activa worden voor de toerekening van de kosten aan de restwaarde over hun geraamde levensduur als volgt berekend volgens de lineaire methode:

35.

Afschrijvingspercentages


Type actief| Lineair afschrijvingspercentage

Gebouwen| 4%

Installaties, machines en werktuigen| 10% tot 25%

Meubilair| 10% tot 25%

Vast materieel| 10% tot 33%

Voertuigen| 25%

Computerhardware| 25%

Overige materiële activa| 10% tot 33%

Baten en verliezen van vervreemdingen worden bepaald door de opbrengsten verminderd met de verkoopkosten te vergelijken met de boekwaarde van het verkochte actief. Zij worden in de economische resultatenrekening opgenomen.

36.

Leaseovereenkomsten


Leases van materiële activa waarbij de Europese Unie in wezen alle aan eigendom verbonden risico's en voordelen heeft, worden als financiële leases ingedeeld. Financiële leases worden gekapitaliseerd bij het begin van de leaseovereenkomst tegen de reële waarde van het geleasede actief of de huidige waarde van de minimale leasebetalingen, afhankelijk van welke waarde de laagste is. Elke leasebetaling wordt zo over de financierings- en andere lasten verdeeld dat een constante spreiding van het uitstaande financieringssaldo wordt verkregen. De huurverplichtingen, zonder financieringslasten, worden opgenomen onder overige verplichtingen (op korte en lange termijn). Het rentebestanddeel van de financieringslasten wordt gespreid over de leaseperiode in de economische resultatenrekening opgenomen, zodat voor elke periode een constante periodieke rente over het resterende saldo van de verplichting wordt verkregen. De via financiële lease verkregen activa worden afgeschreven over de levensduur van het actief of de leaseperiode, afhankelijk van welke periode het kortst is.

Leases waarbij de leasegever een significant deel van de aan eigendom verbonden risico's en voordelen behoudt, worden als operationele leases ingedeeld. Betalingen in verband met operationele leases worden lineair over de leaseperiode aan de economische resultatenrekening toegerekend.

37.

1.5.3 Waardevermindering van niet-financiële activa


Op activa zonder beperkte levensduur worden geen afschrijvingen toegepast. Zij worden jaarlijks op waardevermindering beoordeeld. Activa waarop afschrijvingen worden toegepast, worden op waardevermindering gecontroleerd telkens als er op grond van gebeurtenissen of veranderde omstandigheden aanleiding is om te veronderstellen dat de boekwaarde niet realiseerbaar is. Een waardeverminderingsverlies is het bedrag waarmee de boekwaarde van een actief zijn realiseerbare waarde overtreft. De realiseerbare waarde is de reële waarde van een actief verminderd met de verkoopkosten of de gebruikswaarde ervan, afhankelijk van welke waarde het hoogst is.

De restwaarde en de nuttige levensduur van de immateriële activa en de vaste bedrijfsmiddelen worden ten minste éénmaal per jaar beoordeeld en zo nodig aangepast. De boekwaarde van een actief wordt onmiddellijk verminderd tot de realiseerbare waarde indien de boekwaarde groter is dan de geraamde realiseerbare waarde. Indien de gronden voor waardeverminderingen waarmee tijdens de vorige jaren rekening is gehouden, niet langer gelden, worden de waardeverminderingsverliezen dienovereenkomstig teruggeboekt.

38.

1.5.4 Beleggingen


Participaties in geassocieerde deelnemingen en belangen in gemeenschappelijke ondernemingen

Participaties in geassocieerde deelnemingen en belangen in gemeenschappelijke ondernemingen worden verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode. De kosten van de aandelen worden aangepast volgens het aandeel in de toe- of de afnames in de nettoactiva van de geassocieerde deelnemingen en gemeenschappelijke ondernemingen die na de eerste boeking aan de Europese Unie kunnen worden toegeschreven, indien er aanwijzingen van waardeverminderingen bestaan en indien nodig afgeschreven tot de laagst mogelijke realiseerbare waarde. De realiseerbare waarde wordt bepaald zoals beschreven onder toelichting 1.5.3. Indien de grond voor waardevermindering later niet meer geldt, wordt het waardeverminderingsverlies teruggeboekt tot de boekwaarde die zou zijn bepaald als er geen waardeverminderingsverlies was geboekt.

39.

Beleggingen in durfkapitaalfondsen


Indeling en waardering

Beleggingen in durfkapitaalfondsen worden als voor verkoop beschikbare activa ingedeeld (zie toelichting 1.5.5) en worden bijgevolg geboekt tegen reële waarde met verwerking van in de reëlewaardereserve tot uiting komende waardeveranderingen (inclusief omrekeningsverschillen).

40.

Overwegingen betreffende de reële waarde


Omdat zij niet op een actieve markt zijn genoteerd, worden de beleggingen in durfkapitaalfondsen post voor post gewaardeerd tegen kostprijs of toerekenbare intrinsieke waarde („net asset value” of „NAV”), afhankelijk van welke waarde het laagst is. Niet-gerealiseerde baten die voortvloeien uit de waardering van de reële waarde worden opgenomen via de reserves en niet-gerealiseerde verliezen worden getoetst op waardevermindering, teneinde te bepalen of zij als waardeverminderingsverliezen worden opgenomen in de economische resultatenrekening of als veranderingen in de reëlewaardereserve.

41.

1.5.5 Financiële activa


Indeling

De Europese Unie deelt haar financiële activa in de volgende categorieën in: financiële activa gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst‑en‑verliesrekening, leningen en vorderingen, tot einde looptijd aangehouden beleggingen, en voor verkoop beschikbare financiële activa. De indeling van de financiële instrumenten wordt bepaald bij de eerste opname en op elke balansdatum opnieuw bekeken.

(i) Financiële activa gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening

Financiële activa worden in deze categorie ingedeeld als zij hoofdzakelijk zijn verworven om op korte termijn te worden verkocht of als zij als zodanig door de Europese Unie zijn aangewezen. Derivaten worden ook in deze categorie ingedeeld. Activa in deze categorie worden als vlottende activa ingedeeld indien verwacht wordt dat zij binnen de twaalf maanden na de balansdatum zullen worden gerealiseerd.

(ii) Leningen en vorderingen

Leningen en vorderingen zijn niet-afgeleide financiële activa met vaste of te verwachten betalingen die niet op een actieve markt zijn genoteerd. Zij ontstaan wanneer de EU rechtstreeks aan een debiteur geld, goederen of diensten verstrekt zonder de bedoeling de vordering te verhandelen. Zij worden onder de niet-vlottende activa opgenomen, behalve die met vervaldatum binnen de twaalf maanden na de balansdatum.

(iii) Tot einde looptijd aangehouden beleggingen

Tot einde looptijd aangehouden beleggingen zijn niet-afgeleide financiële activa met vaste of te verwachten betalingen en vaste vervaldata, die de Europese Unie voornemens en bij machte is om tot het einde van de looptijd aan te houden. De Europese Unie had in dit begrotingsjaar geen beleggingen van deze categorie.

(iv) Voor verkoop beschikbare financiële activa

Voor verkoop beschikbare financiële activa zijn niet-afgeleide instrumenten die in deze categorie zijn ingedeeld of niet in een van de andere categorieën zijn ingedeeld. Zij worden opgenomen onder de vlottende of niet-vlottende activa, naar gelang van de termijn waarbinnen de EU voornemens is om ze van de hand te doen. Beleggingen in niet-geconsolideerde entiteiten en andere beleggingen in aandelen (bv. durfkapitaalverrichtingen) die niet volgens de vermogensmutatiemethode worden verwerkt, worden ook als voor verkoop beschikbare financiële activa ingedeeld.

42.

Eerste opname en waardering


Aan- en verkopen van financiële activa gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening, tot einde looptijd aangehouden beleggingen en voor verkoop beschikbare financiële activa worden op de transactiedag opgenomen, d.w.z. de dag waarop de Europese Unie tot de aankoop of de verkoop van het actief overgaat. Leningen worden opgenomen wanneer geld wordt uitbetaald aan de leningnemer. Financiële instrumenten worden voor het eerst opgenomen tegen reële waarde vermeerderd met de transactiekosten in het geval van financiële activa die niet worden gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening. Financiële activa gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening worden voor het eerst opgenomen tegen reële waarde en de transactiekosten worden onder de uitgaven opgenomen in de economische resultatenrekening.

De reële waarde van een financieel actief bij de eerste opname is gewoonlijk de transactieprijs (d.w.z. de reële waarde van de ontvangen vergoeding). Wanneer een langlopende lening echter renteloos of tegen een rentevoet beneden de marktvoorwaarden wordt verstrekt, kan de reële waarde worden geraamd als de contante waarde van alle toekomstige ontvangsten van kasmiddelen, verdisconteerd met de geldende marktrentevoet voor een vergelijkbaar instrument met een vergelijkbare kredietrating.

Leningen die uit geleende middelen worden verstrekt, worden gewaardeerd tegen hun nominale bedrag, dat geacht wordt de reële waarde van de lening te zijn. De redenen hiervoor zijn de volgende:

– De „marktomgeving" waarin de EU leningen opneemt, is zeer specifiek en verschilt van de kapitaalmarkt die wordt gebruikt om bedrijfs- of staatsobligaties uit te geven. Omdat de leners op deze markten uit verschillende beleggingen kunnen kiezen, wordt de opportuniteitskost in de marktprijzen verrekend. De EU kan echter niet uit verschillende beleggingen kiezen, omdat zij geen geld mag beleggen op de kapitaalmarkten. Zij neemt alleen leningen op om leningen te verstrekken tegen hetzelfde tarief. Dit betekent dat de EU voor de geleende bedragen niet over alternatieve leningen of beleggingen beschikt. Er is dus geen opportuniteitskost en derhalve geen grondslag voor vergelijking met de markttarieven. De leningsoperatie van de EU vormt op zichzelf de markt. Omdat de 'optie' van de opportuniteitskost niet van toepassing is, weerspiegelt de marktprijs niet correct het wezen van de leningstransacties van de EU. Daarom is het niet aangewezen om de reële waarde van de door de EU opgenomen leningen te bepalen door naar bedrijfs- of staatsobligaties te verwijzen.

– Aangezien er geen actieve markt of soortgelijke transacties zijn om mee te vergelijken, moet de rentevoet die de Europese Unie moet gebruiken om de reële waarde van haar leningsoperaties in het kader van het Europees financieel stabilisatiemechanisme of de betalingsbalans of van soortgelijke leningen te bepalen, de aangerekende rentevoet zijn.

– Daarnaast is er voor deze leningen het effect van compensatie tussen de opgenomen en de verstrekte leningen, omdat het om „back-to-backverrichtingen" gaat. De werkelijke rentevoet van de verstrekte lening is gelijk aan de rentevoet waartegen de lening wordt opgenomen. De transactiekosten van de EU die aan de begunstigde van de lening in rekening worden gebracht, worden direct in de economische resultatenrekening opgenomen.

Financiële instrumenten worden uitgeboekt wanneer de rechten op kasstromen uit de beleggingen zijn vervallen of zijn overgedragen en de Europese Unie in wezen alle aan eigendom verbonden risico's en voordelen heeft overgedragen.

43.

Waardering na eerste opname


(i) Financiële activa gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening worden vervolgens tegen reële waarde gewaardeerd. Baten en verliezen als gevolg van veranderingen in de reële waarde van de categorie „financiële instrumenten gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeveranderingen in de winst-en-verliesrekening” worden opgenomen in de economische resultatenrekening van de periode waarin zij zich voordoen.

(ii) Leningen en vorderingen en tot einde looptijd aangehouden beleggingen worden opgenomen tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieverentemethode. In het geval van leningen die uit geleende middelen worden verstrekt, wordt dezelfde effectieverentemethode op beide leningen toegepast, aangezien deze leningen de kenmerken hebben van „back-to-backverrichtingen” en de verschillen tussen de voorwaarden van beide leningen niet materieel zijn. De transactiekosten van de EU die aan de begunstigde van de lening in rekening worden gebracht, worden direct in de economische resultatenrekening opgenomen.

(iii) Tot einde looptijd aangehouden beleggingen – De EU heeft momenteel geen tot einde looptijd aangehouden beleggingen.

(iv) Voor verkoop beschikbare financiële activa worden vervolgens tegen reële waarde gewaardeerd. Baten en verliezen als gevolg van veranderingen in de reële waarde van voor verkoop beschikbare activa worden opgenomen in de reëlewaardereserve. Wanneer activa die voor verkoop beschikbaar zijn, worden verkocht of in waarde worden verminderd, worden de voordien in de reëlewaardereserve opgenomen gecumuleerde waardeaanpassingen opgenomen in de economische resultatenrekening. Rente over voor verkoop beschikbare financiële activa die volgens de effectieverentemethode is berekend, wordt in de economische resultatenrekening opgenomen. Dividenden op voor verkoop beschikbare vermogensinstrumenten worden opgenomen wanneer het recht van de EU om de betaling te ontvangen is vastgesteld.

De reële waarden van op actieve markten genoteerde beleggingen is gebaseerd op de actuele biedkoers. Indien de markt voor een financieel actief niet actief is (en voor niet-genoteerde effecten), stelt de Europese Unie een reële waarde vast met gebruikmaking van waarderingstechnieken. Daarbij gaat het onder meer om het gebruik van recente, vergelijkbare zakelijke verrichtingen als vergelijkingsbasis, vergelijking met de actuele marktwaarde van een ander instrument dat in wezen hetzelfde is, contantewaardeberekeningen en optiewaarderingsmodellen en andere courant door marktdeelnemers gebruikte waarderingstechnieken.

Wanneer de reële waarde van beleggingen in vermogensinstrumenten die niet op een actieve markt zijn genoteerd, niet op betrouwbare wijze kan worden vastgesteld, worden de betrokken beleggingen gewaardeerd tegen kostprijs verminderd met waardeverminderingsverliezen.

44.

Waardevermindering van financiële activa


De Europese Unie gaat op elke balansdatum na of er objectieve elementen zijn om te besluiten dat de waarde van een financieel actief verminderd is. De waarde van een financieel actief is verminderd en er worden waardeverminderingsverliezen geleden als, en alleen dan, er objectief bewijs voorhanden is van een waardevermindering als gevolg van gebeurtenissen na de eerste opname van het actief die een weerslag hebben op de op betrouwbare wijze geraamde toekomstige kasstromen van dat financieel actief.

(a) Activa gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs

Indien er objectief bewijs voorhanden is dat een waardeverminderingsverlies is geleden op leningen, vorderingen of tot einde looptijd aangehouden beleggingen die tegen geamortiseerde kostprijs zijn gewaardeerd, is het bedrag van dat verlies het verschil tussen de boekwaarde van het actief en de contante waarde van geraamde toekomstige kasstromen (exclusief toekomstige kredietverliezen), verdisconteerd met de oorspronkelijke effectieve rentevoet van het financiële instrument (realiseerbare waarde). De boekwaarde van het actief wordt verlaagd en het bedrag van het verlies wordt opgenomen in de economische resultatenrekening. Indien een lening of tot einde looptijd aangehouden belegging een variabele rente draagt, is de disconteringsvoet voor het bepalen van een eventueel waardeverminderingsverlies de actuele effectieve rentevoet bepaald op basis van het contract. In de berekening van de contante waarde van geschatte toekomstige kasstromen van een financieel actief tegen onderpand wordt rekening gehouden met de kasstromen die uit executie kunnen voortvloeien, verminderd met de kosten van het verwerven en verkopen van het onderpand, ongeacht of executie waarschijnlijk is. Indien in een volgende periode het bedrag van de bijzondere waardeverminderingen afneemt en de daling objectief in verband kan worden gebracht met een gebeurtenis die plaatsvond na de afboeking, wordt de afboeking van het financieel actief teruggeboekt via de economische resultatenrekening.

(b) Activa gewaardeerd tegen reële waarde

In het geval van als beschikbaar voor verkoop aangemerkte beleggingen in eigenvermogensinstrumenten wordt rekening gehouden met een sterke of blijvende (aanhoudende) daling van de reële waarde van het instrument beneden de kostprijs om te bepalen of er sprake is van een waardevermindering. Indien dergelijk bewijs aanwezig is met betrekking tot voor verkoop beschikbare financiële activa wordt het gecumuleerde verlies — gemeten als het verschil tussen de verwervingsprijs en de actuele reële waarde verminderd met eventuele eerder in de economische resultatenrekening opgenomen waardeverminderingsverliezen op die activa — uit de reserves verwijderd en in de economische resultatenrekening opgenomen. In de economische resultatenrekening opgenomen waardeverminderingsverliezen op eigenvermogensinstrumenten worden niet teruggeboekt via de economische resultatenrekening. Indien in een latere periode de reële waarde van een schuldinstrument dat als voor verkoop beschikbaar is aangemerkt, toeneemt en de toename objectief in verband kan worden gebracht met een gebeurtenis die plaatsvond na opname van het verlies, wordt het verlies teruggeboekt via de economische resultatenrekening.

45.

1.5.6 Voorraden


Voorraden moeten worden gewaardeerd tegen kostprijs of de realiseerbare nettowaarde, afhankelijk van welke waarde het laagst is. De kostprijs wordt bepaald aan de hand van de FIFO-methode (first in, first out). De kosten van afgewerkte goederen en werk in uitvoering omvatten de grondstoffen, directe arbeidskosten, andere directe kosten en gerelateerde indirecte productiekosten (gebaseerd op de normale bedrijfscapaciteit). De realiseerbare nettowaarde is de geraamde verkoopprijs in het gewone zakelijke verkeer, verminderd met de afwerkings- en verkoopkosten. Wanneer de voorraden worden aangehouden voor distributie zonder kosten of tegen een nominaal bedrag, worden zij gewaardeerd tegen kostprijs of tegen de actuele vervangingswaarde. De actuele vervangingswaarde is wat de Europese Unie zou moeten betalen om het actief op de verslagdatum aan te schaffen.

46.

1.5.7 Voorfinanciering


Voorfinanciering heeft ten doel de begunstigde te voorzien van een kasvoorschot, dus van contante middelen. De voorfinanciering kan worden opgesplitst in een aantal betalingen gedurende een periode die in de desbetreffende voorfinancieringsovereenkomst is vastgesteld. Het voorschot wordt terugbetaald of gebruikt voor het doel waarvoor het gedurende de in de overeenkomst vastgestelde periode is verstrekt. Indien de begunstigde geen subsidiabele uitgaven doet, moet hij de voorfinanciering aan de Europese Unie terugbetalen. Het voorfinancieringsbedrag wordt (geheel of gedeeltelijk) verminderd naarmate subsidiabele kosten worden aanvaard of bedragen worden teruggestort, en dit bedrag wordt als een uitgave opgenomen.

Aan het einde van het jaar uitstaande voorfinancieringen worden gewaardeerd tegen het oorspronkelijk uitbetaalde bedrag minus: teruggestorte bedragen, afgewikkelde subsidiabele bedragen, geraamde subsidiabele bedragen die aan het einde van het jaar nog niet zijn afgewikkeld, en waardeverminderingen.

Rente op voorfinanciering wordt opgenomen wanneer zij verworven is volgens de bepalingen van de overeenkomst. Aan het einde van het jaar wordt op basis van de meest betrouwbare informatie een raming van de aan de periode toerekenbare renteopbrengsten gemaakt, die in de balans wordt opgenomen.

47.

1.5.8 Vorderingen


Vorderingen worden gewaardeerd tegen het oorspronkelijke bedrag minus waardeverminderingen. Er wordt een waardevermindering op vorderingen geboekt wanneer er objectief bewijs bestaat dat de Europese Unie niet alle volgens de oorspronkelijke voorwaarden verschuldigde bedragen zal kunnen innen. De waardevermindering is het verschil tussen de boekwaarde van het actief en het realiseerbare bedrag. De waardevermindering wordt opgenomen in de economische resultatenrekening. Daarnaast wordt op basis van vroegere ervaringen een algemene waardevermindering opgenomen voor uitstaande invorderingsopdrachten waarvoor nog geen specifieke waardevermindering is toegepast. Zie toelichting 1.5.14 betreffende de behandeling van aan de periode toerekenbare ontvangsten aan het einde van het jaar.

48.

1.5.9 Geldmiddelen en kasequivalenten


Geldmiddelen en kasequivalenten zijn financiële instrumenten en worden gedefinieerd als vlottende activa. Zij omvatten liquide middelen, bij banken opvraagbare deposito's, andere kortlopende, zeer liquide beleggingen met een oorspronkelijke looptijd van ten hoogste drie maanden en bankvoorschotten in rekening-courant.

49.

1.5.10 Personeelsbeloningen


Pensioenverplichtingen

Bij de Europese Unie worden toegezegd-pensioenregelingen gebruikt. Ofschoon de personeelsleden van hun salaris een derde van de verwachte kosten van deze beloningen betalen, is er geen kapitaaldekking van de verplichting. De in de balans opgenomen verplichting in verband met de toegezegd-pensioenregeling is de contante waarde van de toegezegde pensioenen op de balansdatum. De pensioenverplichtingen worden berekend door actuarissen volgens de methode op basis van opgebouwde rechten (projected unit credit method). De contante waarde van de pensioenverplichtingen wordt bepaald door verrekening van de geraamde toekomstige betalingen met de rente op staatsobligaties luidend in de valuta waarin het pensioen zal worden uitbetaald en met een looptijd die vergelijkbaar is met die van de overeenkomstige pensioenverplichting.

Actuariële winsten en verliezen uit ervaringsaanpassingen en veranderingen in actuariële veronderstellingen worden onmiddellijk in de economische resultatenrekening opgenomen. Kosten na pensionering worden onmiddellijk in de economische resultatenrekening opgenomen, tenzij werknemers gedurende een bepaalde periode (de wachtperiode) in dienst moeten blijven voordat veranderingen in de pensioenregeling effectief worden. In dat geval worden de kosten na pensionering lineair afgeschreven gedurende de wachtperiode.

50.

Ziektekosten na tewerkstelling


De Europese Unie biedt haar personeelsleden verstrekkingen in verband met de gezondheid aan via de terugbetaling van medische uitgaven. A separate fund has been created for the day-to-day administration. Zowel personeelsleden als gepensioneerden, weduwen en weduwnaars en hun begunstigden komen voor het stelsel in aanmerking. De voordelen die aan „inactieven” worden toegekend (gepensioneerden, wezen enz.) worden als „personeelsbeloningen na tewerkstelling” ingedeeld. Gelet op de aard van deze voordelen is een actuariële berekening aangewezen. De verplichting in de balans is bepaald op een soortgelijke grondslag als die voor de pensioenverplichtingen (zie hierboven).

51.

1.5.11 Voorzieningen


Voorzieningen worden opgenomen wanneer de Europese Unie een bestaande in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting tegenover derden heeft als gevolg van gebeurtenissen in het verleden, het zeer waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen nodig zal zijn om de verplichting af te wikkelen en het bedrag op betrouwbare wijze kan worden geraamd. Voor toekomstige exploitatieverliezen moeten geen voorzieningen worden opgenomen. Het bedrag van de voorziening is de beste raming van de uitgaven die naar verwachting nodig zullen zijn om de huidige verplichting op de verslagdatum af te wikkelen. Indien de te waarderen voorziening een groot aantal posten omvat, wordt de verplichting geraamd door alle mogelijke resultaten af te wegen volgens de waarschijnlijkheid dat ze zich zullen voordoen („verwachte waarde”-methode).

52.

1.5.12 Financiële verplichtingen


Financiële verplichtingen worden ingedeeld als financiële verplichtingen gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeverminderingen in de winst-en-verliesrekening of als financiële verplichtingen die tegen geamortiseerde kostprijs zijn gewaardeerd (opgenomen leningen). Opgenomen leningen omvatten leningen van kredietinstellingen en in een waardepapier belichaamde schulden. Zij worden de eerste maal opgenomen tegen reële waarde, zijnde de opbrengsten van de emissie (reële waarde van de ontvangen vergoeding), verminderd met de transactiekosten, en vervolgens gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs aan de hand van de effectieverentemethode. Verschillen tussen de opbrengsten verminderd met de transactiekosten en de aflossingswaarde worden gedurende de looptijd van de leningen opgenomen in de economische resultatenrekening met gebruikmaking van de effectieverentemethode.

Zij worden onder de niet-vlottende activa opgenomen, tenzij de looptijd binnen de twaalf maanden na de balansdatum verstrijkt. In het geval van leningen die uit geleende middelen worden verstrekt, mag de effectieverentemethode om materialiteitsoverwegingen niet afzonderlijk voor opgenomen en verstrekte leningen worden toegepast. De transactiekosten die de Europese Unie moet betalen en vervolgens aan de begunstigde van de lening in rekening brengt, worden direct in de economische resultatenrekening opgenomen.

Financiële verplichtingen die zijn ingedeeld tegen reële waarde met verwerking van waardeverminderingen in de winst-en-verliesrekening omvatten derivaten wanneer hun reële waarde negatief is. Zij worden boekhoudkundig op dezelfde manier verwerkt als financiële activa gewaardeerd tegen reële waarde met verwerking van waardeverminderingen in de winst-en-verliesrekening (zie toelichting 1.5.5).

53.

1.5.13 Crediteuren


Een aanzienlijk bedrag van de crediteuren van de EU heeft geen betrekking op de aanschaf van goederen of diensten. Het betreft daarentegen onbetaalde kostendeclaraties van begunstigden van subsidies of van andere vormen van EU-financiering. Zij worden geregistreerd als crediteuren voor het gevraagde bedrag wanneer de kostendeclaratie wordt ontvangen. Na verificatie en aanvaarding van de subsidiabele kosten, worden de crediteuren gewaardeerd tegen het aanvaarde en subsidiabele bedrag.

Crediteuren die voortvloeien uit de aanschaf van goederen en diensten worden bij ontvangst van de factuur opgenomen voor het oorspronkelijke bedrag en de overeenkomstige uitgaven worden in de boeken opgenomen wanneer de goederen of diensten worden geleverd en door de Europese Unie worden aanvaard.

54.

1.5.14 Overlopende posten


Overeenkomstig de boekhoudregels van de Europese Unie worden transacties en gebeurtenissen in de financiële staten opgenomen in de periode waarop zij betrekking hebben. Aan het einde van de boekhoudkundige periode worden de toegerekende uitgaven opgenomen tegen het geraamde bedrag van de voor de periode verschuldigde overdracht. De berekening van de toegerekende uitgaven gebeurt volgens gedetailleerde operationele en praktische richtsnoeren die zijn gepubliceerd door de Commissie en die tot doel hebben te waarborgen dat de financiële staten een getrouw beeld geven.

Ook baten worden geboekt in de periode waarop zij betrekking hebben. Wanneer er aan het einde van het jaar geen factuur is opgesteld en de dienst is verstrekt of de goederen zijn geleverd door de EU of er een contractuele overeenkomst bestaat (bv. op grond van een verdrag) worden de aan de periode toerekenbare inkomsten in de financiële staten opgenomen.

Wanneer er bovendien aan het einde van het jaar een factuur is opgesteld, maar de dienst nog niet is verstrekt of de goederen nog niet zijn geleverd, worden de ontvangsten uitgesteld en in de volgende boekhoudkundige periode geboekt.

55.

1.6 ECONOMISCHE RESULTATENREKENING


56.

1.6.1 Ontvangsten


Niet-handelsbaten

Deze maken de overgrote meerderheid van de ontvangsten van de EU uit en omvatten hoofdzakelijk directe en indirecte belastingen en eigen middelen. Naast belastingen en heffingen ontvangt de Europese Unie ook betalingen van andere partijen, zoals douanerechten, geldboeten en giften.

57.

Bni- en btw-middelen


Revenue is recognised for the period for which the European Commission sends out a call for funds to the Member States claiming their contribution.Vorderingen en de daarmee samenhangende baten worden opgenomen voor de periode waarvoor de Europese Commissie de door de lidstaten bij te dragen bedragen opvraagt. Zij worden gewaardeerd tegen het opgevraagde bedrag. Omdat de btw- en bni-middelen op ramingen van de gegevens voor het betrokken begrotingsjaar gebaseerd zijn, zijn zij — totdat de lidstaten de definitieve gegevens verstrekken — voor herziening vatbaar naarmate veranderingen optreden. Het effect van een verandering in de raming wordt opgenomen wanneer het netto-overschot of -tekort voor de periode waarin de verandering is opgetreden, wordt bepaald.

58.

Traditionele eigen middelen


Vorderingen en de daarmee samenhangende baten worden opgenomen wanneer de Europese Unie de desbetreffende maandelijkse A-boekhouding (met de geïnde rechten en verschuldigde bedragen die gewaarborgd en niet betwist zijn) van de lidstaten ontvangt. Op de verslagdatum worden de voor de periode door de lidstaten geïnde ontvangsten die nog niet aan de Europese Commissie zijn gestort, geraamd en opgenomen als toegerekende baten. De driemaandelijkse B-boekhouding (met de rechten die niet geïnd noch gewaarborgd zijn, en de gewaarborgde bedragen die door de schuldenaar worden betwist) die van de lidstaten is ontvangen, wordt als ontvangsten opgenomen verminderd met de inningskosten waarop de lidstaten recht hebben (25%). Bovendien wordt in de economische resultatenrekening een waardevermindering opgenomen ten bedrage van het geraamde oninbare gedeelte.

59.

Geldboeten


Ontvangsten uit geldboeten worden opgenomen wanneer het besluit van de EU om een geldboete op te leggen is genomen en officieel ter kennis is gebracht van de betrokkene. Wanneer er twijfel bestaat omtrent de solvabiliteit van de onderneming, wordt een waardevermindering op het recht opgenomen. Na de kennisgeving van het besluit waarbij een geldboete is opgelegd, heeft de debiteur twee maanden de tijd om:

– hetzij het besluit te aanvaarden, waarna hij de geldboete binnen de gestelde termijn moet betalen en het bedrag definitief wordt geïnd door de Commissie;

– hetzij het besluit niet te aanvaarden, hetgeen betekent dat hij beroep instelt op grond van het recht van de EU-wetgeving.

Zelfs indien er beroep is ingesteld, moet de hoofdsom van de geldboete binnen de gestelde termijn van drie maanden worden betaald, want het beroep heeft geen schorsende werking (artikel 278 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie). Onder bepaalde omstandigheden kan de onderneming met instemming van de rekenplichtige van de Commissie een bankgarantie voor het bedrag geven.

Indien de onderneming in beroep gaat tegen het besluit en de geldboete al voorlopig heeft betaald, wordt het bedrag als een voorwaardelijke verplichting vermeld. Maar aangezien een beroep tegen een besluit van de EU geen schorsende werking heeft, wordt het ontvangen geld wel gebruikt om de vordering af te wikkelen. Indien in plaats van betaling een bankgarantie is gegeven, blijft de geldboete een vordering. Indien de kans bestaat dat het Gerecht van eerste aanleg zich ten nadele van de EU uitspreekt, wordt een voorziening opgenomen die dit risico dekt. Indien een bankgarantie is gegeven, wordt de uitstaande vordering afgeschreven zoals vereist. De gecumuleerde rente die de Europese Commissie ontvangt op de bankrekeningen waarop de ontvangen betalingen worden gestort, wordt als baten opgenomen en eventuele voorwaardelijke verplichtingen worden evenredig verhoogd.

60.

Handelsbaten


Baten uit de verkoop van goederen worden opgenomen wanneer de beduidende risico's en voordelen verbonden aan de eigendom van de goederen op de koper zijn overgegaan. Baten uit een verrichting die de levering van diensten behelst, worden opgenomen in verhouding tot de mate van voltooiing van de verrichting op de verslagdatum.

61.

Rentebaten en -lasten


Rentebaten en -lasten worden in de economische resultatenrekening opgenomen volgens de effectieverentemethode. Dit is een methode om de geamortiseerde kostprijs van een financieel actief of een financiële verplichting te berekenen en om de rentebaten of -lasten toe te rekenen aan de periode waarop zij betrekking hebben. Bij de berekening van de effectieve rente raamt de Europese Unie de kasstromen rekening houdende met alle contractvoorwaarden van het financieel instrument (bv. vooruitbetalingsopties), maar laat zij toekomstige kredietverliezen buiten beschouwing. Alle vergoedingen betaald of ontvangen door de partijen bij het contract die integraal deel uitmaken van de effectieve rente, transactiekosten en alle andere premies of kortingen, worden in de berekening opgenomen.

Wanneer de boekwaarde van een financieel actief of een groep verwante financiële activa is verlaagd als gevolg van een waardeverminderingsverlies, worden rentebaten opgenomen, vastgesteld aan de hand van de rentevoet waarmee de toekomstige kasstromen zijn verdisconteerd om het waardeverminderingsverlies te bepalen.

62.

Baten uit dividenden


Baten uit dividenden worden opgenomen wanneer het recht om betaling te ontvangen is vastgesteld.

63.

1.6.2 Uitgaven


Handelsuitgaven die voortvloeien uit de aanschaf van goederen en diensten worden opgenomen wanneer de goederen zijn geleverd en door de Europese Unie zijn aanvaard. Zij worden gewaardeerd tegen het oorspronkelijke factuurbedrag. Niet-handelsuitgaven zijn typisch voor de EU en maken het merendeel van de uitgaven uit. Het gaat om overdrachten aan begunstigden, die van drieërlei aard kunnen zijn: rechten, overdrachten bij overeenkomst en subsidies, bijdragen en giften.

Overdrachten worden als uitgaven opgenomen in de periode waarin de gebeurtenissen die aanleiding geven tot de overdracht zich voordoen, mits de overdracht bij besluit (Financieel Reglement, personeelsstatuut of ander besluit) is toegestaan of een overeenkomst is ondertekend waarbij de overdracht wordt toegestaan, de begunstigde heeft voldaan aan eventuele subsidiabiliteitscriteria en er van het verschuldigde bedrag een redelijke raming kan worden gemaakt.

Betalingsaanvragen of kostendeclaraties die aan de voorwaarden voor erkenning voldoen, worden als uitgave opgenomen voor het in aanmerking komende bedrag. Aan het einde van het jaar worden in aanmerking komende bedragen die aan de begunstigden verschuldigd zijn, maar waarvoor nog geen declaratie heeft plaatsgevonden, geraamd en geboekt als toegerekende uitgaven.

64.

1.7 VOORWAARDELIJKE ACTIVA EN VERPLICHTINGEN


65.

1.7.1 Voorwaardelijke activa


Een voorwaardelijk actief is een mogelijk actief dat voortvloeit uit gebeurtenissen in het verleden en waarvan het bestaan alleen wordt bevestigd door het al dan niet plaatsvinden van een of meer onzekere toekomstige gebeurtenissen waarover de Europese Unie niet de volledige controle heeft. Een voorwaardelijk actief wordt vermeld wanneer een instroom van economische voordelen of dienstenpotentieel waarschijnlijk is geworden.

66.

1.7.2 Voorwaardelijke verplichtingen


Een voorwaardelijk actief is een mogelijk actief dat voortvloeit uit gebeurtenissen in het verleden en waarvan het bestaan alleen wordt bevestigd door het al dan niet plaatsvinden van een of meer onzekere toekomstige gebeurtenissen waarover de Europese Unie niet de volledige controle heeft, of een bestaande verplichting die voortvloeit uit gebeurtenissen in het verleden, maar die niet wordt opgenomen omdat het niet waarschijnlijk is dat een uitstroom van middelen die economische voordelen of dienstenpotentieel in zich bergen vereist zal zijn om de verplichting af te wikkelen of, in zeldzame omstandigheden, omdat het bedrag van de verplichting onvoldoende betrouwbaar kan worden bepaald.


67.

2. TOELICHTINGEN BIJ DE BALANS


NIET-VLOTTENDE ACTIVA

68.

2.1 IMMATERIËLE ACTIVA


|| miljoen EUR

|| Bedrag

||

69.

Brutoboekwaarde op 31 december 236


Toevoegingen| 80

Vervreemdingen| (13)

Overige wijzigingen| (2)

||

70.

Brutoboekwaarde op 31 december 301


||

71.

Gecumuleerde afschrijving op 31 december (128)


Afschrijvingskosten voor het jaar| (33)

Vervreemdingen| 8

Overige wijzigingen| 1

||

72.

Gecumuleerde afschrijving op 31 december (152)


||

73.

Nettoboekwaarde op 31 december 149


Nettoboekwaarde op 31 december 108

Deze bedragen hebben hoofdzakelijk te maken met computersoftware.

74.

2.2 VASTE BEDRIJFSMIDDELEN


In de activa in aanbouw op 31 december 2011 zijn voor 219 miljoen EUR activa in verband met het Galileo‑project opgenomen, het wereldwijd systeem voor navigatie per satelliet, dat wordt gebouwd met bijstand van het Europees Ruimteagentschap (ESA). Na voltooiing zal het systeem bestaan uit dertig satellieten, twee controlecentra en 16 grondstations. Het bedrag in de balans weerspiegelt de kosten die de Commissie voor dit project moet betalen sedert 22 oktober 2011, de datum waarop de eerste twee satellieten van het systeem met succes werden gelanceerd. Zoals toegelicht in de vorige jaarrekeningen beschouwde de Commissie het project vóór die datum in de onderzoeksfase, en dus werden overeenkomstig de boekhoudregels van de EU alle gemaakte kosten geboekt. Sedert het begin van het project en tot het einde van de huidige financiële vooruitzichten hebben de fase van validering in de omloopbaan en het eerste deel van de fase van volledige operationele capaciteit geplande kosten voor de EU van 3 788 miljoen EUR. Voor de volgende financiële vooruitzichten is nog eens 5 500 miljoen EUR uitgetrokken om het systeem volledig op te stellen, het te exploiteren, tot 2020 Galileo‑diensten te verstrekken en de volgende generatie van de constellatie voor te bereiden, die volledig uit de EU‑begroting zal worden gefinancierd. In de periode is een bedrag van 268 miljoen EUR opgenomen als onderzoeksuitgaven.

De volgende twee satellieten moeten in het najaar van 2012 worden gelanceerd en zodra de tests daarvan zijn afgerond, zal de fase van validering in de omloopbaan van het project afgelopen zijn. Deze fase werd gezamenlijk gefinancierd door de EU en de ESA en volgens de tussen hen gesloten subsidieovereenkomst zal de ESA de gebouwde activa officieel aan de EU overdragen. De Raad van de ESA zal met deze juridische overdracht moeten instemmen, waarbij moet worden opgemerkt dat alle lidstaten van de ESA op twee na (Noorwegen en Zwitserland) ook EU‑lidstaten zijn. Op dit ogenblik heeft de Commissie geen redenen om aan te nemen dat die overdracht door een lid of leden van de ESA zou worden tegengehouden.

75.

VASTE BEDRIJFSMIDDELEN|


||||||||| miljoen EUR

|| Terreinen en| Installaties en| Meubilair en| Computerhardware| Overige materiële| Financiële leases| Activa in| TOTAAL

|| gebouwen| uitrusting| wagenpark|| activa|| aanbouw|

|||||||||

|||||||||

Brutoboekwaarde aan het einde van het vorige jaar| 4 2 8 440

Toevoegingen| 642

Vervreemdingen| | (19)| | | | (92)

Overdrachten tussen categorieën van activa| | | 1

Overige wijzigingen| (20)| | (1)

|||||||||

Brutoboekwaarde aan het einde van het jaar| 4 2 8 990

|||||||||

Gecumuleerde afschrijving aan het einde van het vorige jaar| (1 868)| (382)| (167)| | (124)| (708)|| (3 627)

Afschrijvingskosten voor het jaar| (132)| | | (63)| (22)| (95)|| (373)

Teruggeboekte afschrijving|| 12

Vervreemdingen|| 82

Overdrachten tussen categorieën van activa| || (1)

Overige wijzigingen| | | | | || (12)

|||||||||

Gecumuleerde afschrijving aan het einde van het jaar| (1 999)| (425)| (166)| (396)| (137)| (796)|| (3 919)

|||||||||

76.

NETTOBOEKWAARDE OP 31 DECEMBER 2 1 5 071


NETTOBOEKWAARDE OP 31 DECEMBER 2 1 4 813

De nog te betalen vergoedingen in verband met financiële leases en soortgelijke rechten zijn in de balans opgenomen bij de verplichtingen op korte en lange termijn (zie de toelichtingen 2.17 en 2.20.1). Zij omvatten de volgende bedragen:

Financiële leases| miljoen EUR

Omschrijving| Gecumuleerde vergoedingen (A)| In de toekomst te betalen bedragen| Totale waarde| Latere uitgaven voor activa| Waarde activa| Afschrijving| Nettoboekwaarde = A+B+C+E

< 1 jaar| > 1 jaar| > 5 jaar| Totale verplichting (B)| A+B| (C)| A+B+C| (E)

Terreinen en gebouwen| 1 1 2 2 (771)| 1 876

Overige materiële activa| | 13

Totaal op 31.12.| 1 1 2 2 (796)| 1 889

Totaal op 31.12.| 1 1 2 2 (708)| 1 955

77.

2.3 BELEGGINGEN DIE WORDEN VERWERKT VOLGENS DE VERMOGENSMUTATIEMETHODE


|||| miljoen EUR

|| Toelichting| 31.12.| 31.12.2010

Belangen in gemeenschappelijke ondernemingen| 2.3.| 138

Participaties in geassocieerde deelnemingen| 2.3.| 354

Totaal beleggingen|| 492

78.

2.3.1 Belangen in gemeenschappelijke ondernemingen


|| miljoen EUR

|| GJU| SESAR| Iter| IMI| FCH| Totaal

Bedrag op 31.12.| 138

Bijdragen| 188

Aandeel van het nettoresultaat| (29)| (104)| (72)| (59)| (264)

Bedrag op 31.12.| 62

Belangen in gemeenschappelijke ondernemingen worden geboekt volgens de vermogensmutatiemethode. De volgende boekwaarden kunnen aan de EU worden toegerekend op basis van het percentage van haar belangen in gemeenschappelijke ondernemingen:

|||| miljoen EUR

||| 31.12.| 31.12.2010

Niet-vlottende activa|| 176

Vlottende activa|| 165

Niet-vlottende passiva|| 0

Vlottende passiva|| (314)| (208)

Ontvangsten|| 7

Uitgaven|| (379)| (247)

79.

Gemeenschappelijke onderneming Galileo (GJU) in liquidatie


De gemeenschappelijke onderneming Galileo werd eind 2006 in liquidatie gesteld en het proces is nog aan de gang. Aangezien de entiteit in 2011 inactief was en nog steeds in liquidatie was, waren er geen ontvangsten of uitgaven.

80.

Gemeenschappelijke onderneming SESAR


Het doel van deze gemeenschappelijke onderneming is de modernisering van het Europese luchtverkeersbeveiligingssysteem en de snelle tenuitvoerlegging van het Europese masterplan voor luchtverkeersbeveiliging te waarborgen door alle inspanningen op het gebied van onderzoek en ontwikkeling in de EU te coördineren en te concentreren. Op 31 december 2011 bezat de Commissie een belang van 59,37% in SESAR. De totale (indicatieve) bijdrage die de Commissie voor SESAR heeft gepland (van 2007 tot 2013), is 700 miljoen EUR. Het niet-opgenomen aandeel van verliezen voor de periode en cumulatief bedraagt 102 miljoen EUR.

81.

Internationale ITER-Organisatie voor fusie-energie (ITER)


Bij ITER zijn de Europese Unie, China, India, Rusland, Zuid-Korea, Japan en de VS betrokken. ITER werd opgericht om de ITER-faciliteiten te beheren, de exploitatie van de ITER-faciliteiten aan te moedigen, om de kennis over fusie-energie van het grote publiek alsook de aanvaarding ervan te bevorderen, en om alle andere activiteiten te verrichten die nodig zijn om het doel van ITER te bereiken. De bijdrage van de EU (Euratom) aan ITER International wordt gegeven via het Agentschap Fusion for Energy, en omvat ook de bijdragen van de lidstaten en van Zwitserland. De totale bijdrage wordt juridisch gezien beschouwd als een bijdrage van Euratom aan ITER en de lidstaten en Zwitserland hebben geen belang in ITER. Aangezien de EU juridisch gezien de houdster is van het belang in de gemeenschappelijke onderneming ITER International, moet de Commissie het belang in haar rekening opnemen. Op 31 december 2011 bezat de Commissie een belang van 47% in ITER. De totale (indicatieve) bijdrage die Euratom voor ITER heeft gepland (van 2007 tot 2041), is 7 649 miljoen EUR. Het niet-opgenomen aandeel van verliezen voor de periode en cumulatief bedraagt 4 miljoen EUR.

82.

Gezamenlijke technologie-initiatieven


Om de doelstellingen van de Lissabonstrategie voor groei en werkgelegenheid te bereiken, werden publiek-private partnerschappen in de vorm van gezamenlijke technologie-initiatieven opgericht, die via gemeenschappelijke ondernemingen in de zin van artikel 171 van het Verdrag ten uitvoer werden gelegd. IMI en FCH zijn onder deze rubriek opgenomen, maar drie andere, ARTEMIS, Clean Sky and ENIAC, die juridisch gezien als gemeenschappelijke ondernemingen worden beschouwd, moeten boekhoudkundig als geassocieerde deelnemingen worden beschouwd (reden waarom zij in toelichting 2.3.2 worden besproken), omdat de Commissie over deze entiteit betekenisvolle invloed uitoefent, doch geen gemeenschappelijke zeggenschap.

83.

Gezamenlijk technologie-initiatief IMI inzake innovatieve geneesmiddelen


De gemeenschappelijke onderneming IMI ondersteunt preconcurrentieel farmaceutisch onderzoek en ontwikkeling in de lidstaten en geassocieerde landen, teneinde de onderzoeksinvesteringen in de biofarmaceutische sector vergroten, en bevordert de betrokkenheid van kleine en middelgrote ondernemingen bij haar activiteiten. Op 31 december 2011 bezat de Commissie een belang van 96,51% in IMI. De maximale indicatieve bijdrage van de Commissie bedraagt 1 miljard EUR tot 31 december 2017.

84.

Gemeenschappelijke Onderneming brandstofcellen en waterstof (FCH)


De doelstelling van de gemeenschappelijke onderneming FCH is het poolen van middelen van de publieke en private sector voor het ondersteunen van onderzoeksactiviteiten, om de algemene efficiëntie van de Europese onderzoeksinspanningen te vergroten en de ontwikkeling en de toepassing van brandstofcel- en waterstoftechnologieën te versnellen. Op 31 december 2011 bezat de Commissie een belang van 89,32% in FCH. De maximale indicatieve bijdrage van de EU bedraagt 470 miljard EUR tot 31 december 2017.

85.

2.3.2 Participaties in geassocieerde deelnemingen


||||| miljoen EUR

|| EIF| ARTEMIS| Clean Sky| ENIAC| Totaal

86.

Bedrag op 31 december 354


Bijdragen| 142

Aandeel netto-overschot/(tekort)| | | (131)| (15)| (174)

Overige vermogensmutaties| (10)| (10)

87.

Bedrag op 31 december 312


Participaties in geassocieerde deelnemingen worden verwerkt volgens de vermogensmutatiemethode. De volgende boekwaarden kunnen aan de EU worden toegerekend op basis van het percentage van haar participaties in geassocieerde deelnemingen:

|||| miljoen EUR

||| 31.12.| 31.12.2010

Activa|| 447

Passiva|| | (93)

Ontvangsten|| 25

Overschot/(tekort)|| (167)| (180)

88.

Europees Investeringsfonds (EIF)


Het EIF is de financiële instelling van de Europese Unie die gespecialiseerd is in het leveren van durfkapitaal en garanties aan kleine en middelgrote ondernemingen. De Commissie heeft 20% gestort en het niet-opgevraagde saldo bedroeg 720 miljoen EUR.

89.

miljoen EUR


EIF| Totaal kapitaal EIF| Inschrijving Commissie

Totaal aandelenkapitaal| 3 900

Volgestort| (600)| (180)

Niet-opgevraagd| 2 720

90.

Gemeenschappelijke onderneming ARTEMIS


Deze entiteit werd opgericht voor de tenuitvoerlegging van een gezamenlijk technologie-initiatief inzake ingebedde computersystemen met de private sector. De maximale indicatieve bijdrage van de Commissie bedraagt 420 miljoen EUR. Het niet-opgenomen aandeel van verliezen voor de periode en cumulatief bedraagt 3 miljoen EUR.

91.

Gemeenschappelijke onderneming Clean Sky


Deze entiteit moet in de EU de ontwikkeling, validering en demonstratie van schone luchtvaarttechnologieën versnellen, en met name een radicaal innovatief luchtvervoersysteem creëren om de milieugevolgen van de luchtvaart te verminderen. De maximale indicatieve bijdrage van de Commissie bedraagt 800 miljoen EUR. Het niet-opgenomen aandeel van verliezen voor de periode en cumulatief bedraagt 5 miljoen EUR.

92.

Gemeenschappelijke onderneming ENIAC


ENIAC wil een gezamenlijk afgesproken onderzoeksagenda op het gebied van nano-elektronica vaststellen, teneinde de onderzoeksprioriteiten voor de ontwikkeling en de invoering van belangrijke functionaliteiten op dit gebied te bepalen. Deze doelstellingen zullen worden verwezenlijkt door middelen uit de publieke en de private sector te bundelen om via projecten O&O-activiteiten te ondersteunen. De totale verplichting van de EU bedraagt 450 miljoen EUR. Op 31 december 2011 bezat de Commissie een belang van 96,77% in ENIAC.

93.

2.4 FINANCIËLE ACTIVA: VOOR VERKOOP BESCHIKBARE ACTIVA


||| miljoen EUR

|| 31.12.| 31.12.2010

Garantiefonds| 1 1 346

Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling| 188

Verrichtingen met risicodragend kapitaal| 137

ETF-startersregeling| 199

Europees Fonds voor Zuidoost-Europa| 102

Green for Growth Fund| 20

GEEREF| 56

Progress-microfinancieringsfaciliteit| 14

Overige beleggingen| 1

Totaal| 2 2 063

94.

2.4.1 Garantiefonds


Nettoactiva van het Garantiefonds*| miljoen EUR

|| 31.12.| 31.12.2010

Voor verkoop beschikbare financiële activa| 1 1 154

Geldmiddelen en kasequivalenten| 193

Totaal activa| 1 1 347

Totaal passiva| | (1)

Nettoactiva| 1 1 346

* na eliminatie van de EFSM-obligaties en de begrote bijdrage van de EU, die in februari 2012 is betaald.

Het Garantiefonds voor externe maatregelen dekt de door de EU op besluit van de Raad gegarandeerde leningen, met name leningsoperaties van de Europese Investeringsbank (EIB) buiten de EU, alsmede leningen in het kader van macrofinanciële bijstand (MFB-leningen) en leningen van Euratom buiten de EU. Het is een langlopend instrument om leningen waarvoor van wanbetaling sprake is en die door de EU worden gegarandeerd, te dekken en derhalve kan het als een langlopende belegging worden beschouwd. Dit blijkt uit het feit dat ongeveer 83% van de voor verkoop beschikbare activa een looptijd heeft tussen één en tien jaar. Het Fonds ontvangt zijn middelen uit overmakingen uit de algemene begroting van de EU ten bedrage van 9% van het bedrag in hoofdsom van de operaties, uit rente over de beleggingen van de activa van het Fonds en uit nabetalingen van in gebreke gebleven debiteuren voor wie het Fonds de garantie heeft moeten honoreren. Een eventueel jaarlijks overschot wordt teruggeboekt als ontvangsten voor de EU-begroting.

De EU moet een garantiereserve opnemen die leningen aan derde landen dekt. Deze reserve is bedoeld om de verplichtingen van het Garantiefonds te dekken en, indien nodig, aangesproken garanties waarvoor het in het Fonds beschikbare bedrag niet volstaat, zodat deze bedragen ten laste van de begroting kunnen komen. Deze reserve komt overeen met het richtbedrag van 9% van de aan het einde van het jaar uitstaande leningen.

95.

2.4.2 Voor verkoop beschikbare activa op lange termijn


Dit zijn beleggingen en participaties die bedoeld zijn om begunstigden te helpen bij de ontwikkeling van hun bedrijfsactiviteiten.

96.

Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling (EBWO)


Omdat de EBWO niet beursgenoteerd is en volgens haar statuten participaties ten hoogste tegen aankoopprijs en uitsluitend aan bestaande aandeelhouders mogen worden verkocht, is de participatie van de Commissie gewaardeerd op de kostprijs verminderd met eventuele afschrijvingen voor waardevermindering.

97.

miljoen EUR


EBWO| Totaal kapitaal EBWO| Inschrijving Commissie

Totaal aandelenkapitaal| 28 900

Volgestort| (6 199)| (188)

Niet-opgevraagd| 22 712

Verrichtingen met risicodragend kapitaal zijn leningen die worden verstrekt aan financiële tussenpersonen om beleggingen in aandelen te financieren. Zij worden beheerd door de EIB en gefinancierd onder het Europees nabuurschapsbeleid.

De ETF-startersregeling bestrijkt het programma voor groei en werkgelegenheid, het meerjarenprogramma, het kaderprogramma voor concurrentievermogen en innovatie en het proefproject technologieoverdracht, administratief beheerd door het EIF, en ondersteunt de oprichting en de financiering van beginnende kleine en middelgrote ondernemingen door middel van investeringen in geschikte gespecialiseerde durfkapitaalfondsen. Aan het einde van het jaar was er nog eens 126 miljoen EUR voor de ETF-startersregeling en de financieringsfaciliteit voor kleine en middelgrote ondernemingen vastgelegd, maar dat bedrag is nog niet aan de andere partijen betaald.

Het Europees Fonds voor Zuidoost-Europa, een beleggingsvennootschap met veranderlijk kapitaal (BEVEK), is ook onder deze rubriek opgenomen. De globale doelstelling van het EFSE is het stimuleren van economische ontwikkeling en welvaart in Zuidoost-Europa door middel van het duurzaam verstrekken van extra ontwikkelingsfinanciering via plaatselijke financiële tussenpersonen.

De globale doelstelling van het Green for Growth Fund (het vroegere Energie-efficiëntiefonds voor Zuidoost-Europa) is het verbeteren van de energie-efficiëntie en het promoten van hernieuwbare energie in Zuidoost-Europa door middel van het verstrekken van specifieke financiering aan ondernemingen en gezinnen via partnerschappen met financiële instellingen en door middel van directe financiering. GEEREF is een innovatief fonds dat wereldwijd risicokapitaal verstrekt door middel van private investeringen in projecten op het gebied van energie-efficiëntie en hernieuwbare energie in ontwikkelingslanden en overgangseconomieën.

98.

2.5 FINANCIËLE ACTIVA: LENINGEN OP LANGE TERMIJN


||| miljoen EUR

|| Toelichting| 31.12.| 31.12.2010

Uit de EU-begroting en de EGKS verstrekte leningen| 2.5.| 162

Uit opgenomen leningen verstrekte leningen| 2.5.| 41 11 478

Totaal| 41 11 640

99.

2.5.1 Uit de EU-begroting en de EGKS in liquidatie verstrekte leningen


|| miljoen EUR

|| Leningen met bijzondere voorwaarden| EGKS-woningkredieten| Totaal

Totaal op 31.12.| 162

Nieuwe leningen| 31

Terugbetalingen| | | (22)

Wisselkoersverschillen| | -| (4)

Veranderingen in boekwaarde| 3

Totaal op 31.12.| 170

Deze post omvat voornamelijk leningen met een speciale rentevoet die in het kader van de samenwerking met niet-lidstaten zijn verstrekt. Alle bedragen zijn verschuldigd op meer dan twaalf maanden na het einde van het jaar. De werkelijke rentevoet van deze leningen varieert tussen de 7,73% en 14,507%.

100.

2.5.2 Uit opgenomen leningen verstrekte leningen


||| miljoen EUR

|| MFB| Euratom| Betalingsbalans| EFSM| EGKS in liquidatie| Totaal

Totaal op 31.12.| 12 -| 13 482

Nieuwe leningen| -| 1 28 -| 29 476

Terugbetalingen| | (20)| (2 000)| -| -| (2 056)

Wisselkoersverschillen| -| -| -| -| 6

Veranderingen in boekwaarde| | 373

Totaal op 31.12.| 11 28 41 281

Bedrag te betalen < 1 jaar| -| -| -| 51

Bedrag te betalen > 1 jaar| 11 28 41 230

De grote stijging in deze bedragen valt toe te schrijven aan de EFSM-leningen die in 2011 zijn uitbetaald, en wordt weerspiegeld in een stijging van de EU‑leningen (zie toelichting 2.16). Voor meer informatie over de verstrekte en de opgenomen leningen, zie toelichting 7.

101.

2.6 VORDERINGEN EN VERHAALBARE BEDRAGEN OP LANGE TERMIJN


|| miljoen EUR

|| 31.12.| 31.12.2010

Lidstaten| 14

EGKS-personeelsleningen| 9

Garanties en deposito's| 14

Overige| 3

Totaal| 40

Van de bovengenoemde vorderingen heeft 273 miljoen EUR (2010: 14 miljoen EUR) betrekking op niet-ruiltransacties. De grote stijging in de vorderingen op lange termijn van de lidstaten houdt verband met niet-uitgevoerde besluiten tot goedkeuring van de rekeningen (ELGF en plattelandsontwikkeling). Deze bedragen moeten in 2012 en 2013 in verschillende schijven worden teruggevorderd, in het kader van de financiële bijstand die aan bepaalde lidstaten wordt toegekend. De in 2013 terug te vorderen bedragen zijn in de bovenstaande tabel opgenomen, terwijl de in 2012 terug te vorderen bedragen zijn opgenomen onder de vorderingen op korte termijn (zie toelichting 2.11.1).

102.

2.7 VOORFINANCIERING OP LANGE TERMIJN


||| miljoen EUR

|| Toelichting| 31.12.| 31.12.2010

Voorfinanciering| 2.7.| 40 40 298

Voorafbetaalde uitgaven| 2.7.| 4 3 820

Totaal voorfinancieringen op lange termijn| 44 44 118

103.

2.7.1 Voorfinanciering


De termijn waarbinnen de voorfinanciering kan worden teruggevorderd of gebruikt, bepaalt of zij wordt vermeld als vlottend actief of als voorfinanciering op lange termijn. Het gebruik is vastgelegd in de onderliggende overeenkomst van het project. Indien de terugbetaling of het gebruik binnen de twaalf maanden na de verslagdatum moet plaatsvinden, gaat het om een voorfinanciering op korte termijn, die onder de vlottende activa moet worden vermeld.

104.

Garanties met betrekking tot voorfinanciering


Dit zijn garanties die de Europese Commissie in bepaalde gevallen bij de betaling van voorschotten (voorfinanciering) van de begunstigden verlangt. Er zijn twee waarden om voor dit soort garantie te vermelden: de „nominale waarde” en de „lopende waarde”. Voor de „nominale waarde” is de gebeurtenis die de garantie doet ontstaan, het eigenlijke bestaan van de garantie. Voor de „lopende waarde” is de gebeurtenis die de garantie doet ontstaan de betaling van voorfinanciering en/of latere verrekeningen. Op 31 december 2011 beliep de „nominale waarde” van de ontvangen garanties in verband met voorfinanciering 1.330 miljoen EUR. De „lopende waarde” van die garanties beliep 1 083 miljoen EUR (in 2010: respectievelijk 1 227 miljoen EUR en 1 059 miljoen EUR).

Bepaalde voorfinancieringen die in het kader van het zevende kaderprogramma voor onderzoek en technologische ontwikkeling (KP7) worden betaald, worden daadwerkelijk gedekt door het Garantiefonds voor deelnemers. Het bedrag van de uitbetaalde voorfinanciering beliep in 2011 in totaal 3,3 miljard EUR (in 2010: 3,2 miljard EUR). Dit fonds is een aparte entiteit van de Europese Unie en is niet geconsolideerd in deze rekeningen (zie toelichting 11.2.3).

VOOR

Inhoudsopgave

1.

Financiering


OP LANGE TERMIJN|| miljoen EUR

Beheersvorm| 31.12.| 31.12.2010

Direct gecentraliseerd beheer| 1 1 695

Indirect gecentraliseerd beheer| 620

Gedecentraliseerd beheer| 441

Gedeeld beheer| 37 37 055

Gezamenlijk beheer| 487

Totaal voorfinancieringen op lange termijn| 40 40 298

De belangrijkste voorfinancieringen op lange termijn hielden verband met structurele maatregelen voor de programmeringsperiode 2007-2013: het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO), het Europees Sociaal Fonds (ESF), het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO), het Cohesiefonds en het Europees Visserijfonds (EVF). Omdat veel van deze projecten op lange termijn lopen, moeten de voorschotten langer dan een jaar beschikbaar zijn. Daarom worden deze voorfinancieringen geboekt als activa op lange termijn.

Voorfinanciering maakt een groot deel uit van de totale activa van de EU en krijgt daarom regelmatige en passende aandacht. Het niveau van de voorfinancieringen in de verschillende programma’s moet toereikend zijn om de begunstigden te kunnen voorzien van de middelen die zij nodig hebben om hun projecten te kunnen opstarten, maar tegelijkertijd moeten de financiële belangen van de EU worden gevrijwaard en moet er rekening worden gehouden met juridische en operationele beperkingen en overwegingen in verband met kosteneffectiviteit. De Commissie heeft met al deze elementen rekening gehouden om de follow-up van voorfinanciering te proberen te verbeteren.

Wanneer de ontwikkeling van voorfinanciering meer van nabij wordt bekeken, kan tussen 2007 en 2009 een versnelde stijging worden vastgesteld, die samenvalt met de beginjaren van de programmeringsperiode 2007‑2013. In die periode werden nieuwe programma’s en acties opgestart, waarna de Commissie steun verleende in de vorm van voorfinanciering. In 2011 daalde het niveau van voorfinanciering voor het eerst, een tendens die bevestigt dat de stijging in de beginjaren van het financieel kader 2007‑2013 een normale ontwikkeling is die het gevolg is van het uitgavenprofiel van meerjarige programma’s. In 2011 is de totale voorfinanciering in feite gedaald met 1,5% of 743 miljoen EUR in vergelijking met 2010, een ontwikkeling die voornamelijk verband houdt met bedragen in het kader van gedeeld beheer op korte termijn (zie toelichting 2.12.1). Deze daling wordt echter gecompenseerd door een stijging in de voorafbetaalde uitgaven, als gevolg van de opname van nieuwe activa in verband met voorschotten in het kader van de steunregeling die door de Commissie aan de lidstaten zijn terugbetaald (zie hieronder).

105.

2.7.2 Voorafbetaalde uitgaven


||| miljoen EUR

|| 31.12.| 31.12.2010

Financieringsinstrumenten| 3 3 820

Steunregelingen| -

Totaal| 4 3 820

In het kader van de programma's voor cohesie en plattelandsontwikkeling 2007-2013 kunnen uit de EU-begroting bedragen aan de lidstaten worden betaald als bijdrage aan financieringsinstrumenten (in de vorm van leningen, garanties of aandelen) die onder de verantwoordelijkheid van de lidstaten worden opgezet en beheerd. Bedragen die aan het einde van het jaar niet door deze instrumenten zijn gebruikt, zijn eigendom van de EU (zoals bij gewone voorfinanciering) en worden daarom als een actief in de balans van de Commissie opgenomen. In de rechtsgrondslagen is echter niet bepaald dat de lidstaten periodiek over het gebruik van die voorschotten verslag moeten uitbrengen aan de Commissie, en in sommige gevallen zijn die voorschotten niet eens opgenomen in de bij de Commissie ingediende uitgavenstaten. Daarom wordt aan het einde van elk jaar een raming gemaakt van de waarde van dit actief, op basis van de informatie die van de lidstaten is ontvangen over het gebruik van de middelen.

Bij de opname van de financieringsinstrumenten in haar balans in 2010 analyseerde de Commissie soortgelijke regelingen waarin aan de lidstaten voorschotten worden betaald. Zij vroeg bij de lidstaten informatie op over hun gebruik van de voorschotten die in het kader van verschillende steunregelingen (staatssteun, marktmaatregelen van het ELGF) zijn ontvangen, en van bijdragen uit het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering. Aan het einde van 2010 had de Commissie echter niet voldoende informatie van de lidstaten ontvangen om een betrouwbare raming te kunnen maken van de op 31 december 2010 uitstaande bedragen. Volgens de huidige informatie zouden deze bedragen niet materieel zijn geweest. Dankzij het werk dat zij in 2011 heeft voortgezet, kan de Commissie nu beter deze uitstaande voorschotten ramen op basis van de informatie die van de lidstaten is ontvangen. Daarom is er nu een actief opgenomen in de balans van de Commissie op 31 december 2011, uitgesplitst tussen lange termijn (720 miljoen EUR hierboven) en korte termijn (1 792 miljoen EUR, zie toelichting 2.12.2), afhankelijk van wanneer de voorschotten naar verwachting zullen worden gebruikt. De opneming van dit actief leidt tot een daling van de uitgaven 2011 met hetzelfde bedrag.

106.

VLOTTENDE ACTIVA


107.

2.8 VOORRADEN


|| miljoen EUR

Omschrijving| 31.12.| 31.12.2010

Wetenschappelijk materieel| 71

Overige| 20

TOTAAL| 91

108.

2.9 FINANCIËLE ACTIVA: VOOR VERKOOP BESCHIKBARE ACTIVA


Voor verkoop beschikbare financiële activa worden gekocht vanwege hun rendement of opbrengst of om een bepaalde activastructuur of een secundaire liquiditeitsbron te creëren, en die dus kunnen worden verkocht naar gelang van de liquiditeitsbehoefte of renteschommelingen.

VOOR VERKOOP BESCHIKBARE ACTIVA|| miljoen EUR

|| 31.12.| 31.12.2010

EGKS in liquidatie| 1 1 283

BUFI-beleggingen| 1 515

Financieringsfaciliteit met risicodeling| 419

Garantie-instrument voor leningen voor TEN-T-projecten| 111

Europees Chemicaliënagentschap| -

Overige| 3

Totaal| 3 2 331

Wat de bedragen voor de EKGS in liquidatie betreft, zijn alle voor verkoop beschikbare beleggingen schuldvorderingen in euro die genoteerd zijn op actieve markten. Op 31 december 2011 bedroeg de waarde van obligaties met eindvervaldatum in 2012 (uitgedrukt in reële waarde) 481 miljoen EUR (in 2010: 294 miljoen EUR).

Hoewel er ook voor de financieringsfaciliteit met risicodeling en het garantie‑instrument voor leningen voor TEN-T-projecten acquisities hebben plaatsgevonden (zie ook toelichting 5.1.2), wordt de grote stijging ten opzichte van het vorige jaar voornamelijk verklaard door de belegging van een groter bedrag aan voorlopig geïnde geldboeten in een speciaal gecreëerd fonds (BUFI), dat door DG ECFIN wordt beheerd. Voor 2010 werden die bedragen op specifieke bankrekeningen aangehouden (zie toelichting 2.13.2 inzake de aan restricties onderhevige geldmiddelen).

109.

2.10 FINANCIËLE ACTIVA: LENINGEN OP KORTE TERMIJN


Deze bedragen vertegenwoordigen voornamelijk leningen met een eindvervaldatum binnen de twaalf maanden na de balansdatum (zie toelichting 2.5.2 voor meer informatie). Vorig jaar was hier een bedrag van 2 miljard EUR opgenomen in verband met een betalingsbalanslening aan Hongarije, die in december 2011 werd terugbetaald. In deze rubriek zijn ook nog termijndeposito’s van 51 miljoen EUR opgenomen, voornamelijk in verband met de Europese Dienst voor extern optreden en het Vertaalcentrum voor de organen van de Europese Unie.

110.

2.11 OVERIGE VORDERINGEN EN VERHAALBARE BEDRAGEN


||| miljoen EUR

|| Toelichting| 31.12.| 31.12.2010

Kortlopende vorderingen| 2.11.| 6 6 786

Diverse vorderingen| -| 20

Overlopende posten| 2.11.| 3 4 525

Totaal| 9 11 331

Bovenstaand totaal bevat een geraamd bedrag van 8 955 miljoen EUR (in 2010: 11 009 miljoen EUR) in verband met niet-ruiltransacties.

111.

2.11.1 Kortlopende vorderingen


|| miljoen EUR

Groep| 31.12.| 31.12.2010

Brutobedrag| Afschrijving| Nettowaarde| Brutobedrag| Afschrijving| Nettowaarde

Klanten| | (79)| 128

Geldboeten| 3 (244)| 3 4 (406)| 4 178

Lidstaten| 4 (1 550)| 2 4 (1 625)| 2 386

Overige| | | 94

Totaal| 8 (1 891)| 6 8 (2 112)| 6 786

112.

Klanten


Dit zijn invorderingsopdrachten die aan het einde van het jaar als nog te innen vastgestelde rechten zijn geboekt en die nog niet in andere rubrieken aan de actiefzijde van de balans zijn opgenomen.

113.

Geldboeten


Dit betreft de door de Commissie opgelegde geldboeten die moeten worden geïnd. Op 31 december 2011 waren er voor de uitstaande geldboeten in totaal 3 012 miljoen EUR garanties ontvangen (in 2010: 2 585 miljoen EUR). Op 31 december 2011 was 209 miljoen EUR van de vorderingen nog niet vervallen.

114.

Vorderingen op de lidstaten


|| miljoen EUR

|| 31.12.| 31.12.2010

ELGF en plattelandsontwikkeling||

ELGF| 1 1 130

ELFPO| -

OIPO| 19

Sapard| 146

Afschrijving| (771)| (814)

Totaal| 481

Betaalde en terugvorderbare btw| 46

Eigen middelen||

Vastgesteld in de A-boekhouding| 81

Vastgesteld in de specifieke boekhouding| 1 1 285

Afschrijving| (779)| (811)

Overige| 391

Totaal| 946

Overige vorderingen op de lidstaten| |

Verwachte terugvordering van voorfinanciering| 561

Overige| 352

Totaal| 1 913

Totaal| 2 2 386

115.

ELGF en plattelandsontwikkeling


Deze post betreft voornamelijk de bedragen die op 31 december verschuldigd zijn door de begunstigden van het ELGF, zoals die op 15 oktober door de lidstaten zijn ingediend en gecertificeerd. Er werd een raming gemaakt voor de vorderingen die in de periode gaande van de indiening tot 31 december ontstonden. De Commissie raamt ook een afschrijving van de bedragen die begunstigden verschuldigd zijn en die zij waarschijnlijk niet zal kunnen innen. Dat een dergelijke aanpassing wordt gedaan, betekent niet dat de Commissie afziet van een toekomstige inning van de betrokken bedragen. In de aanpassing is ook een vermindering van 20% opgenomen, die overeenstemt met het bedrag dat de lidstaten mogen inhouden om de administratieve kosten te dekken.

116.

Eigen middelen


Aangezien de lidstaten 25% van de traditionele eigen middelen als inningskosten mogen inhouden, worden de bovenvermelde cijfers weergegeven na aftrek van deze vermindering. Op basis van de ramingen die de lidstaten hebben verstrekt, is een afschrijving afgetrokken van de post „vorderingen op de lidstaten”. Dit betekent echter niet dat de Commissie afziet van een toekomstige inning van de betrokken bedragen.

117.

2.11.2 Overlopende posten


|| miljoen EUR

|| 31.12.| 31.12.2010

Toegerekende baten| 2 3 445

Uitgestelde lasten| 1 061

Overige| 19

Totaal| 3 4 525

Het belangrijkste bedrag in deze rubriek zijn toegerekende baten:

|| miljoen EUR

|| 31.12.| 31.12.2010

Eigen middelen| 2 2 657

Bestemmingsontvangen op het gebied van landbouw november en december| 72

ELGF: nog niet-uitgevoerde conformiteitsbesluiten| -| 520

Cohesiefonds, EFRO en ELFPO: financiële correcties| 43

Overige toegerekende baten| 153

Totaal toegerekende baten| 2 3 445

De sterke daling in de uitgestelde lasten valt grotendeels toe te schrijven aan een verbetering van de boekhoudkundige behandeling van de middelen die door de lidstaten aan financieringsinstrumenten zijn overgemaakt en die aan het einde van het jaar nog aan de Commissie moesten worden gedeclareerd of door haar moesten worden terugbetaald. Deze bedragen worden nu afgetrokken van de toegerekende baten waarmee zij verband houden.

Overige toegerekende baten zijn voornamelijk achterstandsrente, bankrente en rente op voorfinancieringen.

118.

2.12 VOORFINANCIERING OP KORTE TERMIJN


||| miljoen EUR

|| Toelichting| 31.12.| 31.12.2010

Voorfinanciering| 2.12.| 8 9 123

Voorafbetaalde uitgaven| 2.12.| 2 955

Totaal voorfinanciering op korte termijn| 11 10 078

119.

2.12.1 Voorfinanciering


||| miljoen EUR

Beheersvorm| 31.12.| 31.12.2010

Direct gecentraliseerd beheer| 3 3 038

Indirect gecentraliseerd beheer| 3 2 368

Gedecentraliseerd beheer| 536

Gedeeld beheer| 2 177

Gezamenlijk beheer| 894

Uitgevoerd door andere instellingen en agentschappen| 110

Totaal voorfinanciering op korte termijn| 8 9 123

De daling in de voorfinanciering op korte termijn onder gedeeld beheer valt toe te schrijven aan de grote vooruitgang in de afsluiting van de programmeringsperiode 2000-2006 (voornamelijk ELFPO, EFRO en Cohesiefonds). Hoewel in 2011 voor nieuwe projecten voorfinancieringstranches werden betaald (programma's met betrekking tot de periode 2007-2013), werden zij bij de activa op lange termijn ingedeeld (zie toelichting 2.7).

120.

2.12.2 Voorafbetaalde uitgaven


||| miljoen EUR

|| 31.12.| 31.12.2010

Financieringsinstrumenten| 1 955

Steunregelingen| 1 -

Totaal| 2 955

Zoals reeds in toelichting 2.7.2 is uitgelegd, gaat het om bedragen die in het kader van de programma's voor cohesie en plattelandsontwikkeling 2007-2013 aan de lidstaten zijn betaald met het oog op het terugbetalen van bedragen die vooraf aan begunstigden zijn betaald, doch die aan het einde van het jaar nog niet zijn gebruikt. De bovenvermelde bedragen zullen naar verwachting in de loop van 2012 worden gebruikt.

121.

2.13 GELDMIDDELEN EN KASEQUIVALENTEN


|| miljoen EUR

|| 31.12.| 31.12.2010

Niet aan restricties onderhevige geldmiddelen:||

Rekeningen bij schatkisten en centrale banken| 7 10 123

Rekeningen-courant| 1 1 150

Gelden ter goede rekening| 39

Transfers (geld in omloop)| | 1

Kortetermijndeposito's en andere kasequivalenten| 2 1 670

Totaal| 10 12 983

Aan restricties onderhevige geldmiddelen| 8 9 080

Totaal| 18 22 063


122.

2.13.1 Niet aan restricties onderhevige geldmiddelen


Niet aan restricties onderhevige geldmiddelen omvatten alle financiële tegoeden van de EU op haar rekeningen in de lidstaten en de EVA-landen (bij de schatkist of de centrale bank), alsook op zichtrekeningen, gelden ter goede rekening, kortetermijndeposito's en kleine kassen.

De bedragen die onder de kortetermijndeposito's zijn opgenomen, hebben voornamelijk betrekking op gelden die namens de Commissie door fiduciaires worden beheerd met het oog op de tenuitvoerlegging van specifieke programma's die uit de EU-begroting worden gefinancierd. Aan het einde van het jaar was 118 miljoen EUR vastgelegd, maar nog niet door de andere partijen opgevraagd.

123.

2.13.2 Aan restricties onderhevige geldmiddelen


Aan restricties onderhevige geldmiddelen omvatten bedragen die worden ontvangen uit door de Commissie opgelegde geldboeten in nog niet afgesloten zaken. Zij staan op speciaal daarvoor bestemde rekeningen die niet voor andere activiteiten worden gebruikt. Wanneer beroep is aangetekend of wanneer het niet bekend is of door de andere partij beroep zal worden aangetekend, wordt het onderliggende bedrag getoond als een vlottende verplichting in toelichting 5.2.


124.

NIET-VLOTTENDE PASSIVA


125.

2.14 PENSIOENEN EN ANDERE PERSONEELSBELONINGEN


|| miljoen EUR

|| 31.12.| 31.12.2010

Pensioenen - personeel| 30 32 801

Pensioenen – anderen| 840

Gemeenschappelijk stelsel van ziektekostenverzekering| 3 3 531

Totaal| 34 37 172

126.

2.14.1 Pensioenen - personeel


Op grond van artikel 83 van het personeelsstatuut komen de uitkeringen krachtens de pensioenregeling van de Europese ambtenaren ten laste van de EU-begroting. Er is voor deze verplichting geen kapitaaldekking, doch de lidstaten waarborgen gezamenlijk de uitbetaling van deze uitkeringen volgens de verdeelsleutel die voor de financiering van deze uitgaven is vastgesteld. Tevens dragen de ambtenaren door middel van een verplichte bijdrage voor een derde bij in de langetermijnfinanciering van deze pensioenregeling.

De verplichtingen van de pensioenregeling werden op basis van het aantal personeelsleden en gepensioneerden op 31 december 2011 en de regels van het op die datum van toepassing zijnde statuut geëvalueerd. Deze waardering werd uitgevoerd volgens de methodiek van IPSAS 25 (en derhalve ook boekhoudregel 12 van de EU). Om deze verplichting te berekenen, werd de „projected unit credit”-methode gebruikt. De voornaamste actuariële veronderstellingen die op de waarderingsdatum beschikbaar waren en voor de waardering werden gebruikt, zijn de volgende:

||

Actuariële veronderstellingen| 31.12.| 31.12.2010

Nominale disconteringsvoet| 4,9%| 4,6%

Verwacht inflatiepercentage| 1,8%| 2,1%

Reële disconteringsvoet| 3,0%| 2,4%

Huwelijkscoëfficiënt: man/vrouw| 84%/38%| 84%/38%

Algemene salaristoename/herwaardering van de pensioenen| 0%| 0%

International Civil Servants Life Table Ja| Ja

De sterke daling in de pensioenverplichting wordt verklaard door de forse stijging van de toegepaste disconteringsvoet, die resulteert in een grote actuariële winst voor het jaar.

Ontwikkeling in de brutoverplichting personeelsbeloningen| miljoen EUR

|| Pensioenen| Ziekteverzekering

Brutoverplichting aan het einde van het vorige jaar| 36 3 791

Dienst/normale kosten| 1 169

Rentekosten| 1 180

Betaalde beloningen| (1 187)| (112)

Actuariële winsten| (4 226)| (317)

Wijzigingen ingevolge nieuwkomers| 0

Brutoverplichting aan het einde van het jaar| 34 3 711

Verplichting pensioencoëfficiënt| n.v.t.

Aftrek van belastingen op pensioenen| (4 450)| n.v.t.

Fondsbeleggingen| (270)

Nettoverplichting aan het einde van het jaar| 30 3 441

2.14.2 Pensioenen – anderen

Dit betreft de verplichting opgenomen betreffende de pensioenverplichting voor de leden en gewezen leden van de Commissie, het Hof van Justitie (en het Gerecht van eerste aanleg), de Rekenkamer, de secretarissen-generaal van de Raad, de Ombudsman, de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming en het Gerecht voor ambtenarenzaken van de Europese Unie. In deze rubriek is ook een verplichting opgenomen betreffende de pensioenen van bepaalde Parlementsleden.

127.

2.14.3 Gemeenschappelijk stelsel van ziektekostenverzekering


Er is ook een waardering gemaakt voor de geraamde verplichting die de EU heeft in verband met haar bijdragen aan het gemeenschappelijke stelsel van ziektekostenverzekering voor haar gepensioneerde personeelsleden. Deze brutoverplichting is gewaardeerd op 3 711 miljoen EUR. Fondsbeleggingen ten belope van 270 miljoen EUR zijn van deze brutoverplichting afgetrokken om te komen tot de nettoverplichting. De disconteringsvoet en de algemene salarisgroei die voor de berekening zijn gebruikt, zijn dezelfde als die welke voor de waardering van de pensioenverplichting zijn gebruikt.

128.

2.15 VOORZIENINGEN OP LANGE TERMIJN


|||| miljoen EUR

|| Bedrag op 31.12.| Aanvullende voorzieningen| Terugge-boekte ongebruikte bedragen| Gebruikte bedragen| Overdracht naar korte termijn| Wijziging in raming| Bedrag op 31.12.2011

Rechtszaken| (29)| | 368

Ontmanteling kerninstallaties| | (29)| 1 005

Financieel| | 100

Overige| | 22

Totaal| 1 (31)| | (59)| 1 495

129.

Rechtszaken


Dit is de raming van de bedragen die waarschijnlijk meer dan twaalf maanden na het einde van het jaar zullen moeten worden betaald in verband met een aantal lopende rechtszaken. Het grootste bedrag betreft rechtszaken die aan het einde van het jaar lopend waren in verband met financiële correcties voor uitgaven van het ELGF en andere rechtszaken in verband met landbouwuitgaven.

130.

Ontmanteling kerninstallaties


In 2008 heeft een consortium van onafhankelijke deskundigen zijn studie van 2003 geactualiseerd en de kosten van de ontmanteling van de kerninstallaties van het JRC en het afvalbeheerprogramma geraamd. Hun herziene raming van 1.222 miljoen EUR (voorheen 1 145 miljoen EUR) dient als uitgangspunt voor de voorziening die in de financiële staten moet worden opgenomen. In overeenstemming met de boekhoudregels van de EU is deze voorziening voor inflatie geïndexeerd en vervolgens omgerekend naar de netto contante waarde ervan (met behulp van de swapcurve van de nulcoupon in euro). Gezien de geraamde duur van dit programma (ongeveer twintig jaar) moet worden opgemerkt dat er enige onzekerheid bestaat ten aanzien van deze raming, en dat de uiteindelijke kosten van de huidige raming kunnen afwijken.

131.

Financiële voorzieningen


Dit zijn voorzieningen voor de geraamde verliezen die zullen worden opgelopen in verband met de garanties die in het kader van de MKB-garantiefaciliteit 1998, de MKB-garantiefaciliteit 2001, de MKB-garantiefaciliteit 2007 van het kaderprogramma voor concurrentievermogen en innovatie en de Europese Progress-microfinancieringsfaciliteit (garantie) zijn verstrekt. Het EIF is bevoegd in eigen naam, evenwel ten behoeve en voor rekening van de Commissie, garanties te verstrekken. Het financiële risico dat verbonden is aan de opgevraagde en de niet-opgevraagde garanties is echter beperkt. De financiële voorzieningen op lange termijn worden omgerekend tot hun netto contante waarde (met behulp van de swapcurve van de nulcoupon in euro).

132.

2.16 FINANCIËLE VERPLICHTINGEN OP LANGE TERMIJN


||| miljoen EUR

|| Toelichting| 31.12.| 31.12.2010

Opgenomen leningen op lange termijn| 2.16.| 41 11 445

Eliminatie Garantiefonds*| 2.4.| | -

Totaal|| 41 11 445

* Het Garantiefonds is houder van EFSM-obligaties die door de Commissie zijn uitgegeven, die derhalve moeten worden geëlimineerd.

133.

2.16.1 Opgenomen leningen op lange termijn


||| miljoen EUR

|| MFB| Euratom-faciliteit| Betalings-balans| EFSM| EGKS in liquidatie| Totaal

Totaal op 31.12.| 12 13 449

Nieuwe leningen| 1 28 29 476

Terugbetalingen| | (20)| (2 000)| (2 056)

Wisselkoersverschillen| 6

Veranderingen in boekwaarde| | 376

Totaal op 31.12.| 11 28 41 251

Bedrag te betalen < 1 jaar| 51

Bedrag te betalen > 1 jaar| 11 28 41 200

Onder deze rubriek zijn de leningen van de Europese Unie met vervaldatum over meer dan een jaar opgenomen. De leningen omvatten de in een waardepapier belichaamde schulden, die 41 011 miljoen EUR belopen (in 2010: 13 211 miljoen EUR). De veranderingen in boekwaarde stemmen overeen met de veranderingen in de vervallen rente. Voor meer informatie over de verstrekte en de opgenomen leningen, zie toelichting 7.

134.

2.17 OVERIGE VERPLICHTINGEN OP LANGE TERMIJN


|| miljoen EUR

|| 31.12.| 31.12.2010

Financiëleleaseschulden| 1 1 672

Gebouwen betaald in termijnen| 382

Overige| 50

Totaal| 2 2 104

135.

VLOTTENDE PASSIVA


136.

2.18 VOORZIENINGEN OP KORTE TERMIJN


|||| miljoen EUR

|| Bedrag op 31.12.| Aanvullende voorzieningen| Terugge-boekte ongebruikte bedragen| Gebruikte bedragen| Overdracht van lange termijn| Wijziging in raming| Bedrag op 31.12.2011

Rechtszaken| (18)| | 17

Ontmanteling kerninstallaties| | 29

Financieel| | (33)| 165

Overige| | (20)| 59

Totaal| | (79)| 270

Deze rubriek omvat het deel van de voorzieningen met vervaldatum binnen het jaar.

137.

2.19 FINANCIËLE VERPLICHTINGEN OP KORTE TERMIJN


Deze rubriek betreft leningen (zie toelichting 2.16) met vervaldatum binnen de twaalf maanden na de balansdatum.

138.

2.20 CREDITEUREN


||| miljoen EUR

|| Toelichting| 31.12.| 31.12.2010

Kortlopend deel van de verplichtingen op lange termijn| 2.20.| 78

Kortlopende schulden| 2.20.| 22 17 615

Diverse schulden| -| 97

Overlopende posten| 2.20.| 69 66 739

Totaal| 91 84 529

139.

2.20.1 Kortlopend deel van de verplichtingen op lange termijn


|| miljoen EUR

|| 31.12.| 31.12.2010

Financiële leaseschulden| 65

Overige| 13

Totaal| 78

140.

2.20.2 Kortlopende schulden


|| miljoen EUR

Soort| 31.12.| 31.12.2010

Lidstaten| 22 17 035

Leveranciers en overige| 1 1 292

Geraamde niet-subsidiabele bedragen en uitstaande vooruitbetalingen| (1 500)| (712)

Totaal| 22 17 615

Kortlopende schulden omvatten kostendeclaraties die de Commissie ontvangt in het kader van de subsidieactiviteiten. Zij worden gecrediteerd voor het gevraagde bedrag op het moment dat de declaratie wordt ontvangen. Indien de tegenpartij een lidstaat is, worden zij als zodanig ingedeeld. Voor facturen en kredietnota's bij opdrachten wordt dezelfde procedure gevolgd. Bij de afsluitprocedure aan het einde van het jaar wordt met de betrokken kostendeclaraties rekening gehouden. Bij deze afsluitboekingen zijn de geraamde subsidiabele bedragen derhalve als uitgaven vermeld, terwijl de niet-subsidiabele bedragen zijn vermeld als „geraamde niet-subsidiabele bedragen en uitstaande vooruitbetalingen” (zie hieronder). Om de activa en passiva niet te overschatten, is besloten dat het te betalen nettobedrag onder de vlottende passiva wordt opgenomen.

141.

Lidstaten


De belangrijkste bedragen hier hebben betrekking op onbetaalde kostendeclaraties voor structuurmaatregelen (5,8 miljard EUR voor het ESF en 14 miljard voor het EFRO en het Cohesiefonds.

142.

Leveranciers en overige


In deze rubriek zijn bedragen opgenomen die ingevolge subsidie- en aanbestedingsactiviteiten zijn verschuldigd, alsook bedragen die aan publieke organen en niet-geconsolideerde entiteiten verschuldigd zijn (bv. het EOF).

143.

Geraamde niet-subsidiabele bedragen en uitstaande vooruitbetalingen


Deze schulden worden verminderd met dat deel van de verzoeken om terugbetaling dat ontvangen maar nog niet gecontroleerd werd, dat niet-subsidiabel werd geacht. De grootste bedragen betreffen de DG's van de structurele maatregelen. Deze schulden worden ook verminderd met dat deel van de ontvangen verzoeken om terugbetaling dat overeenstemt met vooruitbetaalde uitgaven die aan het einde van het jaar nog moeten worden betaald (1 miljard EUR).

144.

2.20.3 Overlopende posten


|| miljoen EUR

|| 31.12.| 31.12.2010

Toegerekende lasten| 68 66 326

Uitgestelde baten| 407

Bedragen in verband met geconsolideerde entiteiten| 6

Totaal| 69 66 739

De toegerekende lasten zijn als volgt verdeeld:

|| miljoen EUR

|| 31.12.| 31.12.2010

ELGF en plattelandsontwikkeling:||

ELGF: Uitgaven 16.10.2011 tot 31.12.| 33 33 015

ELGF: rechtstreekse steun| 10 10 703

ELGF: herstructurering suiker| 400

ELGF: andere| (303)

ELFPO| 12 10 792

Totaal| 56 54 607

Structurele maatregelen:||

EVF| 116

EFRO en Cohesiefonds| 4 4 894

Ispa| 74

ESF| 1 2 182

Totaal| 6 7 266

Overige toegerekende lasten:||

O&O| 1 1 267

Overige| 3 3 186

Totaal| 5 4 453

Totaal toegerekende lasten| 68 66 326

Het grote bedrag aan uitgestelde baten op 31 december 2011 wordt verklaard door het feit dat twee lidstaten hun eigenmiddelenbijdrage in 2011 vooraf hadden betaald.

145.

NETTOACTIVA EN RESERVES


146.

2.21 RESERVES


|| miljoen EUR

|| 31.12.| 31.12.2010

Reële waardereserve| (108)| (61)

Overige reserves:||

Garantiefonds| 1 1 746

Herwaarderingsreserve| 57

Overige| 1 1 742

Totaal| 3 3 545

Totaal| 3 3 484

147.

2.21.1 Reële waardereserve


Overeenkomstig de boekhoudregels wordt de aanpassing aan de reële waarde van voor verkoop beschikbare activa geboekt door middel van de reële waardereserve. In 2011 werd in verband met voor verkoop beschikbare activa een nettobedrag van 24 miljoen EUR aan gecumuleerde reëlewaardedalingen uit de reëlewaardereserve genomen en in de economische resultatenrekening opgenomen.

Aan het einde van het jaar is in de reëlewaardereserve 87 miljoen EUR aan reëlewaardedalingen opgenomen in verband met Griekse staatsobligaties die in handen van de EU zijn (nominale waarde 129 miljoen EUR). Die obligaties werden echter begin 2012 omgewisseld voor nieuwe obligaties, die soortgelijke voorwaarden hebben maar niet onder de schuldenschikking van de particuliere sector vallen. Dit had als resultaat dat alle bedragen die op 20 maart 2012 (39 miljoen EUR) en 18 mei 2012 (15,7 miljoen EUR) moesten worden terugbetaald, volledig en op tijd werden terugbetaald. Zie toelichting 1.5.5 voor meer informatie over de boeking van de reële waarde van financiële activa.

148.

2.21.2 Overige reserves


Garantiefonds

Zie ook toelichting 2.4.1 in verband met de werking van het Garantiefonds. Deze reserve vormt de neerslag van het streefbedrag van 9% van de uitstaande en door het Fonds gegarandeerde bedragen, die als activa moeten worden gehouden.

149.

Herwaarderingsreserve


Deze reserve omvat de herwaardering van bepaalde terreinen en gebouwen van de Commissie die vóór 2005 werd gedaan.

150.

Overige reserves


Het bedrag heeft in hoofdzaak betrekking op de reserve van de EGKS in liquidatie voor de activa van het Fonds voor onderzoek inzake kolen en staal. Deze reserve werd gecreëerd in de context van de opheffing van de EGKS.

151.

2.22 BIJ DE LIDSTATEN OP TE VRAGEN BEDRAGEN


|| miljoen EUR

|| Bedrag

152.

Bij de lidstaten op te vragen bedragen op 31 december 30 931


Terugbetaling van het begrotingsoverschot van 2010 aan de lidstaten| 4 539

Mutatie in reserve Garantiefonds| 165

Overige mutaties in reserves| 34

Economisch resultaat (overschot) van het begrotingsjaar| 1 789

153.

Totaal bij de lidstaten op te vragen bedragen op 31 december 37 458


Uitgesplitst tussen:|

Personeelsbeloningen| 34 835

Overige bedragen| 2 623

Dit bedrag vertegenwoordigt dat deel van de uitgaven dat de Commissie op 31 december 2011 reeds heeft opgelopen en dat ten laste komt van toekomstige begrotingen. Heel wat uitgaven worden volgens de boekhoudregels op transactiebasis aan jaar n toegerekend, ofschoon zij maar effectief in jaar n+1 zullen worden betaald met de begroting van jaar n+1. De boeking van de betrokken uitgaven bij deze passiva heeft, in combinatie met het feit dat de overeenkomstige bedragen uit toekomstige begrotingen worden gefinancierd, tot gevolg dat de passiva aan het einde van het jaar veel groter zijn dan de activa. De meest aanzienlijke bedragen waarop moet worden gewezen, zijn de activiteiten van het ELGF. In feite wordt het grootste deel van de op te vragen bedragen door de lidstaten betaald binnen twaalf maanden na het einde van het betrokken begrotingsjaar als onderdeel van de begroting van het daaropvolgende jaar.

In principe worden alleen de verplichtingen inzake personeelsbeloningen van de Commissie tegenover haar personeel uitbetaald over een langere periode, waarbij de financiering van de pensioenbetalingen door de jaarlijkse begrotingen door de lidstaten wordt gegarandeerd. Alleen ter informatie wordt hieronder een raming van de uitsplitsing van toekomstige betalingen van personeelsbeloningen gegeven:

|| miljoen EUR

|| Bedrag

Korte termijn: in 2012 te betalen bedragen| 1 335

Lange termijn: na 2012 te betalen bedragen| 33 500

Totaal verplichtingen personeelsbeloningen op 31.12.| 34 835

Opgemerkt zij dat het voorgaande geen effect heeft op het begrotingsresultaat. De begrotingsontvangsten moeten altijd gelijk zijn aan of groter dan de begrotingsuitgaven, aangezien elk overschot op de ontvangsten aan de lidstaten wordt terugbetaald.

154.

3. TOELICHTINGEN BIJ DE ECONOMISCHE RESULTATENREKENING


155.

3.1 ONTVANGSTEN UIT EIGEN MIDDELEN EN BIJDRAGEN


|||| miljoen EUR

|| Toelichting| 2010

Ontvangsten uit eigen middelen| 3.1.||

Bni-middelen|| 88 91 178

Btw-middelen|| 14 12 517

Traditionele eigen middelen:|||

Douanerechten|| 16 16 065

Suikerheffingen|| 150

Totaal traditionele eigen middelen|| 16 16 215

Budgettaire aanpassingen| 3.1.| 4 2 135

Bijdragen van derde landen (inclusief EVA-landen)|| 283

Totaal|| 124 122 328

156.

3.1.1 Ontvangsten uit eigen middelen


De ontvangsten uit eigen middelen vormen het hoofdelement van de beleidsontvangsten van de Europese Unie. Het grootste deel van de uitgaven wordt dus met eigen middelen gefinancierd. De overige ontvangsten vertegenwoordigen immers slechts een klein deel van de totale financiering. Er zijn drie categorieën eigen middelen: traditionele eigen middelen, btw-middelen en bni-middelen. De traditionele eigen middelen omvatten suikerheffingen en douanerechten. Een mechanisme voor de correctie van begrotingsonevenwichtigheden (korting voor het Verenigd Koninkrijk) en een brutokorting op de jaarlijkse bijdrage op bni-grondslag van Nederland en Zweden maken eveneens deel uit van het stelsel van eigen middelen. De lidstaten houden als inningskosten 25% van de traditionele eigen middelen in. De bovenvermelde bedragen zijn nettobedragen.

Uit de inspecties van de Commissie en de audits van de Rekenkamer is gebleken dat de Belgische goedkeurings- en boekhoudsystemen verschillende gebreken hebben, die de betrouwbaarheid van de bedragen die als traditionele eigen middelen aan de EU‑begroting worden overgemaakt, in het gedrang brengen. Momenteel staat er nog een claim van België uit van 169 miljoen EUR (bruto, 126 miljoen netto), in afwachting van het resultaat van verdere audits en controles van de juistheid van de bedragen van de Belgische traditionele eigen middelen die op de rekening van de Commissie zijn betaald.

157.

3.1.2 Budgettaire aanpassingen


De budgettaire aanpassingen omvatten het begrotingsoverschot uit 2010 (4 539 miljoen EUR), dat indirect aan de lidstaten wordt terugbetaald door het in mindering te brengen op de bedragen die zij het volgende jaar aan de EU moeten betalen. Het betreft dus ontvangsten voor 2011.


158.

3.2 OVERIGE BELEIDSONTVANGSTEN


|||| miljoen EUR

|| Toelichting| 2010

Geldboeten| 3.2.| 3 077

Landbouwheffingen| 3.2.| 25

Teruggevorderde uitgaven| 3.2.||

Direct gecentraliseerd beheer|| 49

Indirect gecentraliseerd beheer|| 11

Gedecentraliseerd beheer|| 71

Gezamenlijk beheer|| -

Gedeeld beheer|| 1 776

Totaal|| 1 1 907

Ontvangsten uit administratief beheer| 3.2.||

Personeel|| 1 1 073

Vaste bedrijfsmiddelen|| 13

Overige administratieve ontvangsten|| 121

Totaal|| 1 1 207

Diverse beleidsontvangsten:| 3.2.||

Aanpassingen/voorzieningen|| 157

Wisselkoersbaten|| 460

Overige|| 1 1 355

Totaal|| 2 1 972

Totaal|| 5 8 188

159.

3.2.1 Geldboeten


Deze ontvangsten hebben betrekking op geldboeten die zijn opgelegd door de Commissie voor overtredingen van de mededingingsregels. Vorderingen en de daarmee samenhangende baten worden opgenomen wanneer het besluit van de Commissie om een geldboete op te leggen is genomen en officieel ter kennis is gebracht van de betrokkene.

160.

3.2.2 Landbouwheffingen


Deze bedragen betreffen voornamelijk melkheffingen die een instrument zijn om de markt te beheren en waarmee melkproducenten die hun referentiehoeveelheden overschrijden, kunnen worden gestraft. Aangezien zij niet samenhangen met eerdere betalingen door de Commissie, worden zij in de praktijk beschouwd als ontvangsten voor een specifiek doeleinde.

161.

3.2.3 Teruggevorderde uitgaven


Deze rubriek omvat de door de Commissie opgestelde invorderingsopdrachten en verminderingen van volgende betalingen die in het boekhoudsysteem van de Commissie zijn opgenomen, waarmee uitgaven die vroeger uit de algemene begroting zijn betaald, op basis van controles, afgesloten audits of subsidiabiliteitsanalyse worden teruggevorderd, alsook de invorderingsopdrachten die door lidstaten zijn afgegeven tegen begunstigden van uitgaven van het ELGF. Deze rubriek omvat ook de wijziging van de ramingen van de toegerekende baten vanaf het einde van vorig jaar tot nu. Deze rubriek toont echter niet de volledige omvang van de terugvorderingen van EU-uitgaven, met name voor de aanzienlijke uitgavengebieden van de structurele maatregelen, waarin specifieke mechanismen van kracht zijn die ervoor zorgen dat niet-subsidiabele uitgaven worden terugbetaald, doorgaans zonder dat een invorderingsopdracht hoeft te worden opgesteld. De terugvorderingen van voorfinancieringen worden evenmin als ontvangsten opgenomen, in overeenstemming met de boekhoudregels van de EU.

Het grootste bedrag (845 miljoen EUR) houdt verband met gedeeld beheer en bestaat voornamelijk uit 721 miljoen EUR voor het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) en 109 miljoen EUR voor structurele maatregelen.

(a) Landbouw: ELGF

In het kader van het ELGF is het bedrag dat in deze rubriek als ontvangsten van het jaar is geboekt, namelijk 721 miljoen EUR, als volgt samengesteld:

- 686 miljoen EUR aan conformiteitscorrecties waartoe tijdens het jaar besloten is;

- 35 miljoen EUR in verband met fraude en onregelmatigheden: 174 miljoen EUR aan terugbetalingen die de lidstaten gedeclareerd hebben en tijdens het jaar hebben geïnd, min de daling van de uitstaande bedragen betreffende fraude en onregelmatigheden die voor terugvordering aan het einde van het jaar door de lidstaten zijn gedeclareerd, ten belope van 139 miljoen EUR (991 miljoen EUR aan het einde van 2011 in vergelijking met 1 130 miljoen EUR aan het einde van 2010) (zie ook toelichting 2.11.1).

(b) Structurele maatregelen

- De in het kader van structurele maatregelen teruggevorderde uitgaven bedroegen 109 miljoen EUR (in 2010: 279 miljoen EUR). De invorderingsopdrachten die door de Commissie zijn afgegeven om onverschuldigde uitgaven in de vorige jaren terug te vorderen voor een bedrag van 127 miljoen EUR en de wijziging (stijging) van de toegerekende ontvangsten aan het einde van het jaar voor 28 miljoen EUR vormen de belangrijkste items binnen deze subrubriek.

Slechts in de volgende gevallen worden invorderingsopdrachten afgegeven:

- formele financiële correctiebesluiten van de Commissie na het ontdekken van onregelmatige uitgaven in de door de lidstaten gevraagde bedragen;

- aanpassingen bij de afsluiting van een programma die een vermindering van de EU-bijdrage meebrengen, wanneer een lidstaat niet voldoende subsidiabele uitgaven heeft gedeclareerd om de totale voorfinanciering en de reeds gedane tussentijdse betalingen te rechtvaardigen. Dergelijke verrichtingen kunnen plaatsvinden zonder een formeel besluit van de Commissie indien de lidstaat deze aanvaardt;

- terugbetaling van teruggevorderde bedragen na afsluiting ingevolge het resultaat van gerechtelijke procedures die aan de gang waren op het ogenblik van afsluiting.

Andere met betrekking tot structurele maatregelen opgestelde invorderingsopdrachten betreffen de terugvordering van voorfinanciering. Deze bedragen worden niet als ontvangsten opgevoerd, maar gecrediteerd in de rubriek voorfinanciering in de balans.

162.

3.2.4 Ontvangsten uit administratief beheer


Deze ontvangsten vloeien voort uit inhoudingen op de salarissen van het personeel en bestaan hoofdzakelijk uit twee bedragen: pensioenbijdragen en belastingen op inkomen.

163.

3.2.5 Diverse beleidsontvangsten


Een bedrag van 535 miljoen EUR (in 2010: 430 miljoen EUR) houdt verband met van toetredingslanden ontvangen bedragen. Wisselkoersbaten, behalve die welke betrekking hebben op de in toelichting 3.5 hieronder behandelde financiële activiteiten, zijn eveneens in deze rubriek opgenomen. Deze baten vloeien voort uit de dagelijkse activiteiten en daarmee verband houdende transacties die worden verricht in andere valuta dan de euro, alsmede uit de herwaardering aan het einde van het jaar die nodig is voor het opstellen van de rekeningen. Het betreft zowel gerealiseerde als niet-gerealiseerde winsten. De netto wisselkoersbaten voor het jaar bedroegen 94 miljoen EUR (in 2010: 23 miljoen EUR).

164.

3.3 ADMINISTRATIEVE UITGAVEN


||| miljoen EUR

|| 2010

Personeelsuitgaven| 5 5 171

Afschrijvingen en waardeverminderingen| 384

Overige administratieve uitgaven| 3 3 059

Totaal| 8 8 614

In deze rubriek zijn uitgaven van 358 miljoen EUR opgenomen voor operationele leases – de volgende bedragen zijn vastgelegd voor betaling tijdens de verdere looptijd van deze leasecontracten:

|||||| miljoen EUR

Omschrijving| In de toekomst te betalen bedragen

< 1 jaar| 1-5 jaar| > 5 jaar| Totaal

Gebouwen| 1 2 311

IT-materiaal en overige uitrusting| 58

Totaal| 1 2 369

165.

3.4 BELEIDSUITGAVEN


|||| miljoen EUR

|| Toelichting| 2010

Voornaamste beleidsuitgaven:| 3.4.||

Direct gecentraliseerd beheer|| 10 10 123

Indirect gecentraliseerd beheer|| 4 4 045

Gedecentraliseerd beheer|| 933

Gedeeld beheer|| 104 85 432

Gezamenlijk beheer|| 1 1 868

Totaal|| 121 102 401

Overige beleidsuitgaven:| 3.4.||

Aanpassingen/voorzieningen|| 68

Wisselkoersverliezen|| 439

Overige|| 2 856

Totaal|| 2 1 363

Totaal|| 123 103 764

De sterke stijging in de beleidsuitgaven valt toe te schrijven aan het gedeeld beheer, waar de toename van de activiteiten in verband met de programmeringsperiode 2007‑2013 ertoe leidde dat er in 2011 meer uitgaven werden opgenomen. De belangrijkste veranderingen vallen op te tekenen voor het cohesiebeleid en het beleid inzake regionale ontwikkeling (19 miljard EUR). Gelet op de betrekkelijk stabiele aard van de beleidsontvangsten, heeft deze grote stijging van de beleidsuitgaven in 2011 geleid tot een beleidstekort van 2,7 miljard EUR.

166.

3.4.1 Voornaamste beleidsuitgaven


De beleidsuitgaven van de Europese Commissie bestrijken de verschillende rubrieken van het financieel kader en nemen verschillende vormen aan, afhankelijk van de wijze waarop de financiële middelen worden uitgekeerd en beheerd. Het grootste deel van de uitgaven valt onder de rubriek „gedeeld beheer”, hetgeen inhoudt dat taken aan de lidstaten worden gedelegeerd, onder meer op gebieden als de ELGF-uitgaven en de maatregelen die via de verschillende structuurfondsen worden gefinancierd (het EFRO, het ESF, het ELFPO, het Cohesiefonds en het EVF).

167.

3.4.2 Voornaamste beleidsuitgaven


Wisselkoersverliezen, behalve die welke betrekking hebben op de in toelichting 3.6 besproken financiële activiteiten, vloeien voort uit de dagelijkse activiteiten en daarmee verband houdende transacties die worden verricht in andere valuta dan de euro, alsmede uit de herwaardering aan het einde van het jaar die nodig is voor het opstellen van de rekeningen. Het betreft zowel gerealiseerde als niet-gerealiseerde verliezen.

Kosten in verband met onderzoek en ontwikkeling| miljoen EUR

|| 2010

Kosten voor onderzoek| 295

Niet-gekapitaliseerde kosten voor ontwikkeling| 157

Als uitgave opgenomen| 452

168.

3.5 FINANCIËLE ONTVANGSTEN


||| miljoen EUR

|| 2010

Baten uit dividenden| 1

Rentebaten:||

Totaal voorfinanciering| 42

Op laattijdige betalingen| 382

Op voor verkoop beschikbare financiële activa| 100

Op leningen| 394

Op geldmiddelen en kasequivalenten| 110

Overige| 2

Totaal| 1 1 030

Overige financiële ontvangsten:||

Op de verkoop van financiële activa gerealiseerde winst| 11

Overige| 83

Totaal| 94

Huidige waardeaanpassingen| 1

Wisselkoersbaten| 52

Totaal| 1 1 178

169.

3.6 FINANCIËLE UITGAVEN


||| miljoen EUR

|| 2010

Rentelasten:||

Leaseovereenkomsten| 93

Op opgenomen leningen| 380

Overige| 23

Totaal| 1 496

Overige financiële uitgaven:||

Aanpassingen aan financiële voorzieningen| 60

Financiële lasten op begrotingsinstrumenten| 55

Waardeverminderingsverliezen op voor verkoop beschikbare financiële activa| 5

Op de verkoop van financiële activa gerealiseerde verlies| 1

Overige| 42

Totaal| 163

Wisselkoersverliezen| 2

Totaal| 1 661

170.

3.7 AANDEEL IN HET NETTOTEKORT VAN GEMEENSCHAPPELIJKE ONDERNEMINGEN EN GEASSOCIEERDE DEELNEMINGEN


Overeenkomstig de vermogensmutatiemethode neemt de Commissie in haar economische resultatenrekening het aandeel in het netto-overschot van haar gemeenschappelijke ondernemingen en geassocieerde deelnemingen op (zie ook de toelichtingen 2.3.1 en 2.3.2).

171.

3.8 ONTVANGSTEN UIT NIET-RUILTRANSACTIES


In 2011 is een bedrag van 130 391 miljoen EUR (in 2010: 129 597 miljoen EUR) aan ontvangsten uit niet-ruiltransacties in de economische resultatenrekening opgenomen.

172.

3.9 GESEGMENTEERDE INFORMATIE


In het gesegmenteerde verslag worden de beleidsontvangsten en -uitgaven uitgesplitst per beleidsterrein van de Commissie volgens de structuur van de activiteitsgestuurde begroting. De beleidsterreinen kunnen worden gegroepeerd in drie grote categorieën: activiteiten in de Europese Unie, activiteiten buiten de Europese Unie en diensten & overige.

„Activiteiten in de Europese Unie” is de grootste categorie en omvat de talrijke beleidsterreinen die binnen de Europese Unie worden uitgevoerd. „Activiteiten buiten de Europese Unie” betreft het beleid dat buiten de EU wordt gevoerd, bv. op het gebied van handel en ontwikkelingssamenwerking. „Diensten en overige” omvat de interne en horizontale activiteiten die voor het functioneren van de instellingen en organen van de EU noodzakelijk zijn. Opgemerkt zij dat de informatie in verband met de agentschappen onder het desbetreffende beleidsterrein is opgenomen. Daarnaast worden eigen middelen en bijdragen niet uitgesplitst voor de verschillende activiteiten omdat zij door centrale diensten van de Commissie worden berekend, geïnd en beheerd.

||||||| miljoen EUR

|| Activiteiten in de EU| Activiteiten buiten de EU| Diensten en Overige| EGKS in liquidatie| Overige instellingen| Buiten de consolidatie| Totaal

Geldboeten| 868

Landbouwheffingen| 65

Teruggevorderde uitgaven| | 1 047

Ontvangsten uit administratief beheer| (447)| 1 354

Diverse beleidsontvangsten| 2 (1 277)| 2 042

OVERIGE BELEIDSONTVANGSTEN| 4 1 (1 726)| 5 376

Administratieve uitgaven:|||||||

Personeelsuitgaven| (2 171)| (325)| (1 250)| (1 702)| (5 416)

Uitgaven voor immateriële activa en vaste bedrijfsmiddelen| (109)| | (121)| (181)| (412)

Overige administratieve uitgaven| (955)| (286)| (858)| (1 624)| (3 148)

Beleidsuitgaven:| (3 235)| (612)| (2 229)| (3 507)| (8 976)

Direct gecentraliseerd beheer| (7 338)| (3 681)| (179)| (10 356)

Indirect gecentraliseerd beheer| (3 423)| (682)| (32)| (4 119)

Gedecentraliseerd beheer| (210)| (556)| (766)

Gedeeld beheer| (103 988)| | (104 067)

Gezamenlijk beheer| (169)| (1 545)| (1 714)

Overige beleidsuitgaven| (2 420)| (134)| (399)| | (10)| (2 756)

|| (117 548)| (6 678)| (609)| | (10)| 1 (123 778)

TOTAAL BELEIDSUITGAVEN| (120 783)| (7 290)| (2 838)| | (3 517)| 1 (132 754)

Nettobeleidsuitgaven| (116 300)| (7 052)| (1 262)| (45)| (2 719)| (127 378)

Ontvangsten uit eigen middelen en bijdragen||||||| 124 677

Tekort uit beleidsactiviteiten||||||| (2 701)

Netto financiële ontvangsten||||||| 136

Mutatie in de verplichting pensioenen en andere personeelsbeloningen||||| 1 212

Aandeel in het tekort van geassocieerde deelnemingen/gemeenschappelijke ondernemingen||||||| (436)

Economisch resultaat voor het jaar||||||| (1 789)

|| GESEGMENTEERDE INFORMATIE – ACTIVITEITEN IN DE EU| miljoen EUR|

|| Economische en financiële zaken| Onderneming en industrie| Mededinging| Werkgelegenheid| Landbouw| Energie en vervoer| Omgeving| Onderzoek| Informatie-maatschappij

Overige beleidsontvangsten:|||||||||

Geldboeten| 0

Landbouwheffingen| 0

Teruggevorderde uitgaven| 24

Ontvangsten uit administratief beheer| 0

Overige beleidsontvangsten| 9

OVERIGE BELEIDSONTVANGSTEN| 1 33

Administratieve uitgaven:| (66)| | (89)| | (127)| (374)| (119)| (402)| (133)

Personeelsuitgaven| (60)| | | | (106)| (255)| (86)| (231)| (107)

Uitgaven voor immateriële activa en vaste bedrijfsmiddelen| | | (13)| | | 0

Overige administratieve uitgaven| | (40)| | | | (106)| (32)| (167)| (26)

Beleidsuitgaven:| (66)| (1 116)| (1 492)| (11 044)| (57 063)| (1 427)| (256)| (4 207)| (1 251)

Gecentraliseerd rechtstreeks beheer| (66)| (665)| (148)| | (802)| (239)| (2 739)| (1 230)

Indirect gecentraliseerd beheer| (313)| | (501)| | (1 369)| (14)

Gedecentraliseerd beheer| (29)| | 0

Gedeeld beheer| (10 841)| (56 883)| 0

Gezamenlijk beheer| | | (68)| 0

Overige beleidsuitgaven| | (1 492)| (18)| (145)| | | (99)| (7)

TOTAAL BELEIDSUITGAVEN| (132)| (1 315)| (1 581)| (11 154)| (57 190)| (1 801)| (375)| (4 609)| (1 384)

NETTOBELEIDSUITGAVEN| (128)| (1 236)| (562)| (11 090)| (56 197)| (1 575)| (334)| (3 842)| (1 351)

|| Gemeenschap-pelijk Centrum voor onderzoek| Visserij| Interne markt| Regionaal beleid| Belastingen en douane| Onderwijs en cultuur| Gezondheid en consumenten-bescherming| Justitie, vrijheid en veiligheid| Totaal activiteiten in de EU

Overige beleidsontvangsten:|||||||||

Geldboeten| 868

Landbouwheffingen| 65

Teruggevorderde uitgaven| 906

Ontvangsten uit administratief beheer| 142

Diverse beleidsontvangsten| | 2 502

OVERIGE BELEIDSONTVANGSTEN| 4 483

Administratieve uitgaven:| | (60)| (196)| (81)| | (204)| (347)| (288)| (3 235)

Personeelsuitgaven| (245)| (39)| (134)| (65)| | (107)| (223)| (161)| (2 171)

Uitgaven voor immateriële activa en vaste bedrijfsmiddelen| (26)| | | | (26)| | (109)

Overige administratieve uitgaven| | | (55)| | | (96)| (98)| (115)| (955)

Beleidsuitgaven:| (194)| (764)| (59)| (35 821)| (15)| (1 447)| | (695)| (117 548)

Gecentraliseerd rechtstreeks beheer| (57)| (246)| | (45)| (15)| (163)| (440)| (429)| (7 338)

Indirect gecentraliseerd beheer| (1 174)| (49)| (3 423)

Gedecentraliseerd beheer| | (210)

Gedeeld beheer| (514)| (35 600)| (150)| (103 988)

Gezamenlijk beheer| | (169)

Overige beleidsuitgaven| (137)| | | (109)| (142)| (116)| (2 420)

TOTAAL BELEIDSUITGAVEN| (540)| (824)| (255)| (35 902)| (109)| (1 651)| (978)| (983)| (120 783)

NETTOBELEIDSUITGAVEN| (430)| (809)| (48)| (35 889)| (108)| (1 411)| (603)| (687)| (116 300)

|| GESEGMENTEERDE INFORMATIE – ACTIVITEITEN BUITEN DE EU| miljoen EUR|

|| Externe betrekkingen| Handel| Ontwikkeling| Uitbreiding| Humanitaire hulp| Totaal activiteiten buiten de EU|

Overige beleidsontvangsten:|||||||

173.

Teruggevorderde uitgaven|


Ontvangsten uit administratief beheer|

Diverse beleidsontvangsten| | |

174.

OVERIGE BELEIDSONTVANGSTEN|


Administratieve uitgaven:| (99)| | (331)| (78)| (33)| (612)|

Personeelsuitgaven| | (65)| (167)| | | (325)|

Uitgaven voor immateriële activa en vaste bedrijfsmiddelen| | |

Overige administratieve uitgaven| | | (164)| (31)| (10)| (286)|

Beleidsuitgaven:| (3 381)| | (1 217)| (958)| (1 114)| (6 678)|

Direct gecentraliseerd beheer| (1 699)| | (833)| (547)| (597)| (3 681)|

Indirect gecentraliseerd beheer| (627)| (18)| (37)| (682)|

Gedecentraliseerd beheer| (209)| (37)| (310)| (556)|

Gedeeld beheer| | |

Gezamenlijk beheer| (638)| | (326)| (63)| (515)| (1 545)|

Overige beleidsuitgaven| (128)| | | | (134)|

TOTAAL BELEIDSUITGAVEN| (3 480)| (79)| (1 548)| (1 036)| (1 147)| (7 290)|

NETTOBELEIDSUITGAVEN| (3 448)| (79)| (1 449)| (931)| (1 145)| (7 052)|

||||

|| GESEGMENTEERDE INFORMATIE – DIENSTEN EN OVERIGE| miljoen EUR|

|| Pers en communi-catie| Bureau voor fraude-bestrijding| Coördinatie| Personeels-zaken en administratie| Eurostat| Begroting| Audit| Talen| Overige| Totaal diensten en overige

Overige beleidsontvangsten:||||||||||

Teruggevorderde uitgaven| 3

Ontvangsten uit administratief beheer| 993

Diverse beleidsontvangsten| | 580

OVERIGE BELEIDSONTVANGSTEN| 1 576

Administratieve uitgaven:| (121)| (57)| (188)| (1 299)| (86)| | | (444)| (2 229)

Personeelsuitgaven| (79)| | (159)| (526)| (70)| | (10)| (353)| (1 250)

Uitgaven voor immateriële activa en vaste bedrijfsmiddelen| | | (114)| | | (121)

Overige administratieve uitgaven| (40)| | (29)| (659)| | (13)| | (88)| (858)

Beleidsuitgaven:| (134)| (13)| | | (41)| | | | (609)

Direct gecentraliseerd beheer| (102)| (13)| (19)| (41)| | | (179)

Indirect gecentraliseerd beheer| (32)| (32)

Gedeeld beheer| 1

Overige beleidsuitgaven| | | (15)| | (399)

TOTAAL BELEIDSUITGAVEN| (255)| (70)| (189)| (1 323)| (127)| (60)| | (460)| (343)| (2 838)

NETTOBELEIDSUITGAVEN| (255)| (55)| (188)| (457)| (127)| | (317)| (1 262)

175.

4. TOELICHTINGEN BIJ HET KASSTROOMOVERZICHT


176.

4.1 DOEL EN SAMENSTELLING VAN HET KASSTROOMOVERZICHT


Informatie over de kasstroom wordt gebruikt om een basis te verschaffen voor het beoordelen van het vermogen van de EU om geldmiddelen en kasequivalenten te genereren, en van hun behoeften om deze kasstromen te gebruiken.

Voor het opstellen van het kasstroomoverzicht is gebruik gemaakt van de indirecte methode. Dat betekent dat de nettowinst of het nettoverlies van het begrotingsjaar wordt aangepast om rekening te houden met de gevolgen van transacties van niet-contante aard, latenties of voorzieningen voor reeds of nog te ontvangen of betalen kasstromen uit de beleidsactiviteiten, en baten of lasten die verband houden met investerings- of financieringskasstromen.

Kasstromen die voortkomen uit transacties in vreemde valuta's moeten worden gepresenteerd in de rapporteringsvaluta van de Europese Unie (de euro) door op het bedrag in de vreemde valuta de wisselkoers toe te passen die op de datum van de kasstroom geldt tussen de euro en de vreemde valuta.

Het kasstroomoverzicht geeft een overzicht van de kasstromen tijdens de periode, ingedeeld volgens beleidsactiviteiten en investeringsactiviteiten (de EU heeft geen financieringsactiviteiten).

177.

4.2 BELEIDSACTIVITEITEN


Beleidsactiviteiten zijn de activiteiten van de EU die geen investeringsactiviteiten zijn. Het betreft het grootste deel van de activiteiten. Aan begunstigden verstrekte leningen (en de daarmee samenhangende opgenomen leningen, indien van toepassing) worden niet beschouwd als investerings- of financieringsactiviteiten, aangezien zij deel uitmaken van de algemene doelstellingen en derhalve van de dagelijkse activiteiten van de EU. Onder de beleidsactiviteiten vallen ook investeringen zoals het EIF, de EBWO en durfkapitaalfondsen. Het doel van deze activiteiten is immers bij te dragen tot de verwezenlijking van beleidsgerichte resultaten.

178.

4.3 INVESTERINGSACTIVITEITEN


Investeringsactiviteiten zijn de verwerving en vervreemding van immateriële activa en vaste bedrijfsmiddelen en van andere investeringen die niet in kasequivalenten zijn vervat. Aan begunstigden verstrekte leningen vallen niet onder de investeringsactiviteiten. Het doel is een overzicht te geven van de echte investeringen van de EU.

179.

5. VOORWAARDELIJKE ACTIVA EN VERPLICHTINGEN EN ANDERE INFORMATIEVERSCHAFFING


VOORWAARDELIJKE ACTIVA

|||| miljoen EUR

||| 31.12.| 31.12.2010

Ontvangen garanties:|||

Uitvoeringsgaranties|| 301

Overige garanties|| 30

Overige voorwaardelijke activa|| 8

Totaal voorwaardelijke activa|| 339

Uitvoeringsgaranties worden verlangd om ervoor te zorgen dat de begunstigden van middelen van de EU voldoen aan de verplichtingen van hun contract met de EU.

180.

VOORWAARDELIJKE VERPLICHTINGEN


|||| miljoen EUR

|| Toelichting| 31.12.| 31.12.2010

Verstrekte garanties| 5.| 24 22 171

Geldboeten – Zaken voor het Hof van Justitie| 5.| 8 9 627

ELGF, plattelandsontwikkeling, pretoetreding – Aanhangige rechtszaken| 5.| 2 1 772

Cohesiebeleid – Aanhangige rechtszaken| 5.| -

Bedragen met betrekking tot rechtszaken en andere geschillen| 5.| 458

Overige voorwaardelijke verplichtingen|| 4

Totaal voorwaardelijke verplichtingen|| 36 34 032

Alle voorwaardelijke verplichtingen zouden, indien ze zich realiseren, door de EU-begroting van de volgende jaren worden gedragen.

181.

5.1 VERSTREKTE GARANTIES


182.

5.1.1 Op leningen uit de eigen middelen van de Europese Investeringsbank (EIB)


|| miljoen EUR

|| 31.12.| 31.12.2010

Garantie 65 %| 20 18 217

Garantie 70%| 1 2 281

Garantie 75%| 695

Garantie 100%| 789

Totaal| 23 21 982

De begroting van de EU staat borg voor de door de EIB tot 31 december 2011 ondertekende en aan derde landen toegestane leningovereenkomsten uit eigen middelen (met inbegrip van de leningen die aan lidstaten werden toegekend voor hun toetreding). De EU-garantie is evenwel beperkt tot een percentage van het maximum van de toegestane kredieten: 65%, 70%, 75% of 100%. Indien het maximum niet bereikt is, geldt de EU-garantie voor het gehele uitstaande bedrag. Op 31 december 2011 beliep het uitstaande bedrag 23.612 miljoen EUR, hetgeen derhalve het maximumrisico vertegenwoordigt dat de EU moet dragen. Op 31 december 2011 zijn circa 83% van de door de EIB verstrekte leningen (soevereine en subsoevereine leningsoperaties) gedekt door een alomvattende garantie, terwijl voor de overige operaties van de EIB alleen het politieke risico is gedekt.

183.

5.1.2 Overige verstrekte garanties


|| miljoen EUR

|| 31.12.| 31.12.2010

Financieringsfaciliteit met risicodeling| 161

Garantie-instrument voor leningen voor Ten-T-projecten| 11

MEDA: Marokkaanse garanties| 17

Totaal| 189

184.

Financieringsfaciliteit met risicodeling


Onder de financieringsfaciliteit met risicodeling wordt de bijdrage van de Commissie gebruikt om voorzieningen aan te leggen voor financiële risico's in verband met leningen en garanties die door de EIB worden gegeven aan onderzoeksprojecten die daarvoor in aanmerking komen. In totaal heeft de Commissie maximaal 1 miljard EUR begroot voor de periode 2007-2013, waarvan maximaal 800 miljoen EUR komt uit het specifieke programma „Samenwerking” en maximaal 200 miljoen EUR uit het specifieke programma „Capaciteiten”. De EIB heeft er zich toe verbonden hetzelfde bedrag te verstrekken.

Per 31 december 2011 had de Commissie 776 miljoen EUR bijgedragen aan de financieringsfaciliteit met risicodeling. Die waren door de EIB belegd in obligaties (reële waarde 547 miljoen EUR op 31 december 2011) en termijndeposito’s (240 miljoen EUR). Het hierboven als voorwaardelijke verplichting opgevoerde bedrag van 726 miljoen EUR is het geschatte maximale verlies op 31 december 2011 dat de Commissie zou lijden ingeval van wanprestaties inzake leningen of garanties die door de EIB in het kader van de financieringsfaciliteit met risicodeling zijn verstrekt. Hierbij zij aangetekend dat het risico van de Commissie beperkt is tot het bedrag van haar bijdrage aan de faciliteit.

185.

Garantie-instrument voor leningen voor Ten-T-projecten


Het garantie-instrument voor leningen voor Ten-T-projecten verstrekt garanties om het ontvangstenrisico in de eerste fase van de Ten-T-vervoerprojecten te verminderen. De garantie moet meer specifiek stand-bykredietlijnen volledig dekken, die alleen kunnen worden opgevraagd wanneer de kasstromen van het project ontoereikend zijn om bevoorrechte schulden te dekken. Het instrument is een gezamenlijk financieel product van de Commissie en de EIB, ten behoeve waarvan voor de periode 2007-2013 500 miljoen EUR uit de EU-begroting is toegewezen bij de Ten-T-verordening. De EIB zal nog eens 500 miljoen EUR toewijzen, zodat het instrument in totaal over 1 miljard EUR zal kunnen beschikken.

Per 31 december 2011 had de Commissie 155 miljoen EUR bijgedragen aan het garantie-instrument. Die waren door de EIB belegd in obligaties (reële waarde 97 miljoen EUR op 31 december 2011) en termijndeposito’s (57 miljoen EUR). Eind 2011 was voor 519 miljoen EUR aan leningen aangegaan, die dus door de garantie zijn gedekt. Het als voorwaardelijke verplichting opgevoerde bedrag van 39 miljoen EUR is het geraamde maximale verlies op 31 december 2011 dat de Commissie zou lijden ingeval de leningen die door de EIB in het kader van het garantie-instrument zijn verstrekt, niet zouden worden terugbetaald Het betreft hier 7,5% van de totale gegarandeerde sommen. Hierbij zij aangetekend dat het risico van de Commissie beperkt is tot het bedrag van haar bijdrage aan het instrument.

De activa van de financieringsfaciliteit met risicodeling en het garantie-instrument voor leningen voor TEN-T-projecten zijn in de balans van de Commissie opgenomen als voor verkoop beschikbare activa op korte termijn (zie toelichting 2.9) en kasmiddelen (toelichting 2.13).

186.

MEDA


Als onderdeel van het MEDA-programma heeft de Commissie een garantiemechanisme gecreëerd via een speciaal fonds, dat zal ten goede komen aan twee Marokkaanse organisaties, namelijk de Caisse Centrale de Garantie en het Fonds Dar Ad-Damane. Op 31 december 2011 viel er 17 miljoen EUR onder de garantie van de Commissie.

187.

5.2 GELDBOETEN


Deze bedragen betreffen door de Commissie opgelegde geldboeten voor inbreuken op de mededingingsregels die voorlopig zijn betaald en waartegen ofwel beroep is aangetekend of waarvan niet bekend is of er beroep tegen zal worden aangetekend. Deze voorwaardelijke verplichting zal behouden blijven totdat in de zaak definitief uitspraak is gedaan door het Hof van Justitie. De rente op voorlopige betalingen wordt opgenomen in het economisch resultaat van het jaar en tevens als een voorwaardelijke verplichting vanwege de onzekerheid of de Commissie recht heeft op deze bedragen.

188.

5.3 AANHANGIGE RECHTSZAKEN ELGF, plattelandsontwikkeling en pretoetreding


Dit zijn voorwaardelijke verplichtingen tegenover de lidstaten in verband met de ELGF-conformiteitsbesluiten en de financiële correcties voor plattelandsontwikkeling en pretoetreding, waarover het Hof van Justitie nog geen uitspraak heeft gedaan. De vaststelling van het definitieve bedrag van de verplichting alsook het jaar waarin het effect van een succesvol beroep ten laste van de begroting zal komen, zijn afhankelijk van de duur van de procedure voor het Hof van Justitie.

5.4 COHESIE-ACTIES – AANHANGIGE RECHTSZAKEN

Dit zijn voorwaardelijke verplichtingen tegenover de lidstaten in verband met acties in het kader van het cohesiebeleid, waarover het Hof van Justitie nog geen uitspraak heeft gedaan of waarvoor het nog een mondelinge hoorzitting moet vaststellen.

189.

5.5 BEDRAGEN MET BETREKKING TOT RECHTSZAKEN EN ANDERE GESCHILLEN


Deze rubriek heeft betrekking op twee schadevergoedingszaken die momenteel tegen de Commissie zijn ingeleid, op andere rechtsgeschillen en de geraamde gerechtskosten. Opgemerkt zij dat de eiser in een schadevordering krachtens artikel 288 van het EG-Verdrag moet aantonen dat de instelling een rechtsregel waarbij aan particulieren rechten worden verleend, op voldoende ernstige wijze heeft geschonden, dat hij zelf reële schade heeft geleden en dat er een rechtstreeks causaal verband bestaat tussen de onwettige handeling en de schade.

190.

ANDERE SIGNIFICANTE VERMELDINGEN


VASTLEGGINGEN MET BETREKKING TOT NOG NIET GEBRUIKTE KREDIETEN

|| miljoen EUR

|| 31.12.| 31.12.2010

Vastleggingen met betrekking tot nog niet gebruikte kredieten| 165 155 642

De RAL („Reste à Liquider”) is een bedrag dat de uitstaande vastleggingen vertegenwoordigt waarvoor nog geen betalingen en/of vrijmakingen zijn gedaan. Dit is het normale gevolg van het bestaan van meerjarenprogramma’s. Op 31 december 2011 was met de RAL een bedrag van in totaal 207 443 miljoen EUR gemoeid. Dit bedrag bestaat uit de budgettaire RAL verminderd met de daarmee verband houdende bedragen die in de economische resultatenrekening 2011 zijn opgenomen als uitgaven.

191.

SIGNIFICANTE JURIDISCHE VERBINTENISSEN


|| miljoen EUR

|| 31.12.| 31.12.2010

Structuurmaatregelen| 142 210 638

Protocollen met de mediterrane landen| 263

Visserijovereenkomsten| 130

Galileo-programma| 513

GMES-programma| 390

TEN-T| 3 3 530

Overige contractuele verbintenissen| 4 3 920

Totaal| 151 219 384

Deze verplichtingen zijn het gevolg van juridische verbintenissen op lange termijn die door de Commissie werden aangegaan voor bedragen die nog niet door vastleggingskredieten waren gedekt. Het kan gaan om meerjarige programma's zoals structurele maatregelen of om bedragen die de Europese Commissie in de toekomst zal moeten betalen uit hoofde van administratieve contracten die op de balansdatum bestaan (bv. voor het verstrekken van diensten als beveiliging, poetsen enz., maar ook contractuele verbintenissen in verband met specifieke projecten zoals bouwwerken).

192.

Structurele maatregelen


De onderstaande tabel toont een vergelijking tussen de juridische verbintenissen waarvoor nog geen bedragen in de begroting zijn vastgelegd en de maximale vastleggingen van de bedragen die opgenomen zijn in het financieel kader 2007-2013:

|||||| miljoen EUR

|| Bedragen van de financiële vooruitzich-ten 2007-2013 (A)| Gesloten juridische verbintenissen (B)| Begrotingsvast-leggingen 2007-2011 (C)| Juridische verbintenis-sen min begrotings-vastleggingen (=B-C)| Maximum vastleggingen (=A-C)

Middelen voor het cohesiebeleid| 347 347 240 107 107 112

Natuurlijke hulpbronnen| 100 100 69 30 30 731

Instrument voor pretoetredingssteun| 11 8 6 1 5 073

Totaal| 459 456 316 139 142 916

193.

Protocollen met de mediterrane landen


Deze vastleggingen hebben betrekking op financiële protocollen met mediterrane landen die geen lid van de EU zijn. Het opgenomen bedrag is het verschil tussen het totale bedrag van de ondertekende protocollen en het bedrag van de in de rekeningen opgenomen budgettaire verplichtingen. Deze protocollen zijn internationale verdragen die niet kunnen worden afgewikkeld zonder de overeenstemming van beide partijen, hoewel de procedure hiervoor reeds is ingezet.

194.

Visserijovereenkomsten


Dit zijn verrichtingen met derde landen uit hoofde van internationale visserijovereenkomsten.

195.

Galileo-programma


Dit zijn bedragen die zijn vastgelegd voor het Galileo-programma voor de ontwikkeling van een Europees wereldwijd systeem voor nagivatie per satelliet – zie ook toelichting 2.2.

196.

GMES-programma


De Commissie heeft een contract gesloten met de ESA voor de periode van 2008 tot 2013 voor de tenuitvoerlegging van de ruimtecomponent van de wereldwijde monitoring voor milieu en veiligheid (GMES). Het totale indicatieve bedrag voor die periode bedraagt 728 miljoen EUR.

197.

TEN-T-verbintenissen


Dit bedrag heeft betrekking op subsidies op het gebied van het trans-Europese vervoersnetwerk (TEN-T) voor de periode 2007-2013. Het programma is van toepassing op projecten die zijn vastgesteld voor de ontwikkeling van een trans-Europees vervoersnetwerk om zowel infrastructuurprojecten als projecten voor onderzoek en ontwikkeling te steunen om de integratie van nieuwe technologieën en innovatieve processen op de uitrol van nieuwe vervoersinfrastructuur aan te moedigen. Het totale indicatieve bedrag voor dit programma bedraagt 8 013 miljoen EUR.

198.

Overige contractuele verbintenissen


De opgegeven bedragen stemmen overeen met bedragen waarvoor verplichtingen zijn aangegaan die nog in de loop van de contracten moeten worden betaald. Het grootste hier opgenomen bedrag is 2 572 miljoen EUR in verband met de aankoopregelingen van het Agentschap Fusion for Energy in het kader van het ITER-project. Het tweede meest significante bedrag is 438 miljoen EUR betreffende bouwcontracten van het Parlement.

199.

6. FINANCIËLE CORRECTIES EN TERUGVORDERINGEN


200.

6.1 INLEIDING


In deze toelichting wordt een overzicht gegeven van de wijze waarop ontdekte fouten en onregelmatigheden worden rechtgezet, in het bijzonder in dat deel van de EU-begroting dat onder gedeeld beheer wordt uitgevoerd (zijnde ongeveer 80% van de totale begroting). Bij gedeeld beheer doet de Commissie een beroep op de lidstaten om EU-programma’s uit te voeren, d.w.z. dat zij de EU-bijdrage overmaakt aan de lidstaten, gewoonlijk aan een welbepaald betaalorgaan, dat vervolgens verantwoordelijk is voor de betalingen aan de begunstigden. De primaire verantwoordelijkheid voor het voorkomen, opsporen en corrigeren van fouten en onregelmatigheden van de begunstigden berust bij de lidstaten, terwijl de Europese Commissie toezicht houdt op het geheel (d.w.z. zich ervan vergewist dat de beheers- en controlesystemen van de lidstaten naar behoren functioneren).

Deze toelichting betreft alleen de financiële correcties en terugvorderingen die op EU‑niveau worden uitgevoerd. De correcties die door de lidstaten worden uitgevoerd na hun eigen audits worden niet in het boekhoudsysteem van de Commissie geregistreerd omdat de lidstaten de betrokken bedragen kunnen hergebruiken voor uitgaven die wel aan de regels voldoen. De lidstaten wordt niettemin verzocht de Commissie actuele informatie te verstrekken over inhoudingen, terugvorderingen en nog niet afgehandelde terugvorderingen betreffende de structuurfondsen, en de EU-correcties apart te behandelen in de rapportage over de periode 2007-2013 om overlappingen te voorkomen. Deze informatie wordt hieronder echter niet vermeld wegens redenen die verband houden met de betrouwbaarheid: er blijven immers twijfels bestaan over de kwaliteit en de volledigheid van de gegevens die door sommige lidstaten en/of voor sommige programma's worden ingediend, wat blijkt uit de preliminaire bevindingen van EU‑controles inzake terugvorderingen die in de lidstaten zijn verricht.

201.

6.1.1 Financiële correcties


Financiële correcties zijn het belangrijkste middel om bij gedeeld beheer fouten en onregelmatigheden recht te zetten. Zij worden door de Europese Commissie toegepast om uitgaven die niet conform de geldende wet- en regelgeving zijn gedaan, van financiering door de EU uit te sluiten. Zij kunnen eveneens worden toegepast nadat in de beheers- en controlesystemen van de lidstaten ernstige tekortkomingen zijn geconstateerd. Het uiteindelijke doel van dit correctiemechanisme is te waarborgen dat alle door de lidstaten gedeclareerde uitgaven (op basis waarvan de EU-bijdrage wordt betaald) wettig en regelmatig zijn. De afgifte van een invorderingsopdracht door de Commissie om onterecht betaalde bedragen terug te vorderen, is maar één van de middelen om financiële correcties uit te voeren.

De verwerking van financiële correcties verloopt volgens drie grote stappen:

Hangende financiële correcties:

De raming van dit bedrag is als volgt vastgesteld:

- Voor landbouw en plattelandsontwikkeling is het bedrag van de hangende financiële correcties gebaseerd op een raming van het bedrag van de uitgaven die waarschijnlijk door toekomstige conformiteitsbesluiten van EU-financiering zullen worden uitgesloten. Aangezien ELGF-correcties per begrotingsjaar van uitgave worden vastgesteld, is het mogelijk om het gemiddelde van de financiële correcties per afgesloten begrotingsjaar te berekenen en dit percentage te extrapoleren naar recentere begrotingsjaren, waarvoor de controles nog aan de gang zijn. De betrouwbaarheid van deze methode wordt voortdurend geëvalueerd door het geraamde bedrag te vergelijken met de resultaten van de conformiteitscontroles die in de betrokken jaren worden voltooid.

- Voor het cohesiebeleid is het voor hangende financiële correcties vermelde bedrag gebaseerd op controlebevindingen van de Commissie en van de Europese Rekenkamer of OLAF, die van het bevoegde directoraat-generaal de nodige follow-up krijgen in de vorm van een procedure op tegenspraak met de betrokken lidstaten. Dit is de beste conservatieve raming, waarbij rekening is gehouden met de stand van zaken van de follow-up van de controles en de verzonden definitieve standpunten (of aankondigingen van schorsingen) op 31 december 2011. Dit bedrag zal zeker nog wijzigen na de procedures op tegenspraak, waarin de lidstaten verder bewijsmateriaal voor hun claims kunnen indienen.

Besloten/bevestigde financiële correcties:

Het bedrag van de financiële correctie is vastgesteld en definitief, hetzij „besloten” in een besluit van de Commissie, hetzij „bevestigd” (d.w.z. aanvaard) door de lidstaat. Voor landbouw en plattelandsontwikkeling zijn voor de periode 2007-2013 het ELGF (het Europees Landbouwgarantiefonds) en het ELFPO (het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling) in de plaats gekomen van het EOGFL (het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de landbouw, dat in de periode 2000-2006 bestond). Financiële correctiebesluiten worden voornamelijk vastgesteld na verificatie van de door de lidstaten gedeclareerde uitgaven, waarvoor de volgende procedures ter goedkeuring van de rekeningen worden gevolgd:

- een jaarlijks financieel goedkeuringsbesluit van de Commissie waarbij de jaarrekeningen van de betaalorganen formeel worden aanvaard op basis van beheerscontroles en certificeringen, dat ook een financieel goedkeuringsbesluit omvat wegens niet-naleving van de betalingstermijnen. Er kunnen dan ook financiële correcties worden vastgesteld voor betalingen die de wettelijke of reglementaire termijnen niet naleven;

- een meerjarige conformiteitsgoedkeuring van de Commissie waarbij wordt nagegaan of de door een lidstaat gedeclareerde uitgaven conform de EU-regelgeving zijn gedaan.

Voor het cohesiebeleid zijn besloten/bevestigde financiële correcties het gevolg van EU-controles en -audits door de Commissie, de Europese Rekenkamer of OLAF.

Uitgevoerde financiële correcties:

Financiële correcties in het kader van het ELGF worden altijd uitgevoerd door aftrek van de maandelijkse declaraties. Voor plattelandsontwikkeling worden financiële correcties uitgevoerd door invorderingsopdrachten af te geven.

Voor het cohesiebeleid worden financiële correcties als volgt uitgevoerd:

(a) indien de lidstaat het niet eens is met de door de Commissie vereiste of voorgestelde correctie na een formele procedure op tegenspraak met de lidstaat die gepaard gaat met de opschorting van betalingen voor het programma, beschikt de Commissie over drie maanden vanaf een formeel gesprek met de lidstaat (zes maanden voor programma's 2007-2013) om een formeel besluit tot financiële correctie vast te stellen en een invorderingsopdracht af te geven om terugbetaling van de lidstaat te verkrijgen. Het gevolg is een nettovermindering van de EU-bijdrage aan het specifieke operationele programma waarop de financiële correctie slaat (geen mogelijkheid voor de lidstaten om het gecorrigeerde bedrag voor andere subsidiabele acties te hergebruiken);

(b) indien de correctie wordt aanvaard, brengt de lidstaat het bedrag in mindering op een volgende betalingsaanvraag aan de Commissie als de terugvorderingsprocedure op nationaal niveau nog niet is voltooid (aftrek). Als de terugvorderingsprocedure op nationaal niveau is voltooid, wordt het bedrag effectief van de begunstigde teruggevorderd (terugvordering op nationaal niveau). In beide gevallen (aftrek of terugvordering op nationaal niveau, door de lidstaat in mindering gebracht op een volgende betalingsaanvraag) is het door de geldende regelgeving toegestaan om onregelmatige uitgaven te vervangen door andere, subsidiabele uitgaven (het gecorrigeerde bedrag kan voor andere subsidiabele acties met regelmatige uitgaven worden hergebruikt). In die gevallen is er geen effect in de rekeningen van de Commissie, aangezien de EU-financiering van een specifiek programma niet wordt verminderd. Op die manier worden de financiële belangen van de EU tegen onregelmatigheden en fraude beschermd. Het valideren van, al naargelang het geval, de invorderingsopdracht of de betalingsaanvraag door de ordonnateur in het boekhoudsysteem is een noodzakelijke bewerking om de uitvoering van financiële correcties vast te stellen. In het geval van een invorderingsopdracht wordt de uitvoering opgenomen bij de afgifte ervan en vóór de ontvangst, aangezien invorderingsopdrachten met betrekking tot financiële correcties tegen lidstaten worden afgegeven en altijd vóór of op de vervaldag worden betaald, of met latere betalingen worden verrekend;

(c) indien een programma afgesloten is en de lidstaat de middelen dus niet kan hergebruiken, wordt de financiële correctie ofwel in mindering gebracht op de laatste betalingsaanvraag van de lidstaat, ofwel wordt het overeenkomstige bedrag door de Commissie vrijgemaakt.

202.

6.1.2 Teruggevorderde bedragen


Terugvordering van bedragen is één van de middelen om financiële correcties uit te voeren, maar verdient een afzonderlijke vermelding omdat er daadwerkelijk middelen terug naar de begroting keren (of daarmee worden verrekend).

Invorderingsopdrachten worden overeenkomstig het Financieel Reglement door de ordonnateur opgesteld voor onterecht betaalde bedragen. De terugbetaling geschiedt door middel van rechtstreekse overschrijving door de schuldenaar (bv. een lidstaat) of door verrekening met andere bedragen die de Commissie aan de lidstaat verschuldigd is. Het Financieel Reglement voorziet ook in procedures voor de inning van late invorderingsopdrachten, waarvoor een specifieke follow-up door de rekenplichtige van de Commissie geldt.

Voor landbouw zijn de lidstaten verplicht fouten en onregelmatigheden op te sporen en onterecht betaalde bedragen terug te vorderen overeenkomstig de nationale voorschriften en procedures. Bedragen die in het kader van het ELGF van de begunstigden worden teruggevorderd, worden na inhouding van (gemiddeld) 20% door de lidstaten overgemaakt aan de Commissie, die ze als ontvangsten in de economische resultatenrekening boekt. Voor het ELFPO worden de teruggevorderde bedragen in mindering gebracht op de volgende betalingsaanvraag voordat die aan de diensten van de Commissie wordt gezonden, zodat het betrokken bedrag voor het programma kan worden hergebruikt. Wanneer een lidstaat niet tot terugvordering overgaat of geen spoed zet achter zijn maatregelen, kan de Commissie besluiten om in te grijpen en de betrokken lidstaat een financiële correctie op te leggen.

Voor het cohesiebeleid zijn de lidstaten (en niet de Commissie) in de eerste plaats verantwoordelijk voor het bij de begunstigden terugvorderen van onterecht betaalde bedragen, eventueel verhoogd met achterstandsrente. De door de lidstaten teruggevorderde bedragen worden in deze toelichting niet vermeld, alleen de financiële correcties die door de Commissie zijn opgelegd. Voor de periode 2007-2013 zijn de lidstaten wettelijk verplicht duidelijke en gestructureerde gegevens aan de Commissie mee te delen over de vóór de voltooiing van de nationale terugvorderingsprocedure aan de cofinanciering onttrokken bedragen en de op nationaal niveau daadwerkelijk van begunstigden teruggevorderde bedragen.

203.

6.1.3 Opschortingen en onderbrekingen van betalingen


Overeenkomstig de sectorale wet- en regelgeving kan de Commissie ook:

- de betalingstermijn van programma's 2007-2013 onderbreken gedurende maximaal zes maanden als:

(a) zij over bewijs beschikt dat de beheers- en controlesystemen van de betrokken lidstaat ernstige tekortkomingen vertonen;

(b) de diensten van de Commissie aanvullende verificaties moet verrichten naar aanleiding van informatie dat uitgaven in een gecertificeerde uitgavenstaat verband houden met een ernstige onregelmatigheid ten aanzien waarvan geen corrigerende maatregelen zijn genomen;

- een tussentijdse betaling aan een lidstaat uit hoofde van programma's 2000-2006 en 2007-2013 geheel of gedeeltelijk opschorten in de volgende drie gevallen:

(a) zij beschikt over bewijs dat het beheers- en controlesysteem van het programma ernstige tekortkomingen vertoont en de lidstaat niet de nodige corrigerende maatregelen heeft genomen; of

(b) uitgaven in een gecertificeerde uitgavenstaat houden verband met een ernstige onregelmatigheid ten aanzien waarvan geen corrigerende maatregelen zijn genomen; of

(c) er is sprake van een ernstig verzuim van de lidstaat wat betreft zijn beheers- en controleverplichtingen.

Wanneer de lidstaat niet de nodige maatregelen treft, kan de Commissie een financiële correctie opleggen.

204.

6.1.4 Overige beheersvormen


Wat betreft het deel van de EU-begroting dat onder direct beheer valt, worden uitgaven die niet volgens de geldende regels en voorschriften zijn gedaan, via een invorderingsopdracht van de Commissie teruggevorderd of in mindering gebracht op de volgende kostenstaat. Als de aftrek rechtstreeks door de begunstigde wordt gedaan in de kostenstaat, kan die informatie niet in het boekhoudsysteem van de Commissie worden opgenomen. De verantwoordelijkheid voor het terugvorderen van onterecht betaalde bedragen die onder gedecentraliseerd en indirect gecentraliseerd beheer vallen, berust bij de lidstaten, derde landen of agentschappen. Ook bij gezamenlijk beheer kunnen correctiemechanismen worden toegepast die zijn vastgesteld in de met internationale organisaties gesloten overeenkomsten.

Opmerking: alle cijfers zijn afgerond tot miljoenen euro. Daardoor kan het lijken alsof sommige cijfers in deze tabellen niet correct zijn opgeteld. Een „0” staat voor bedragen van minder dan 500 000 EUR. Bedragen die nul zijn, worden aangeduid met een streepje („-”).

205.

6.2 OVERZICHTSTABELLEN


In 2011 besloten/bevestigde financiële correcties en terugvorderingen

miljoen EUR

|| Toelichting| 2010

Financiële correcties:|||

Landbouw en plattelandsontwikkeling| 6.3.| | 1 128

Cohesiebeleid| 6.4.| | 925

Overige| 6.| | 0

Subtotaal financiële correcties|| 1 2 053

Terugvorderingen|||

Landbouw en plattelandsontwikkeling| 6.3.| | 292

Cohesiebeleid| 6.4.| | 24

Overige| 6.| | 301

Subtotaal terugvorderingen|| | 617

Totaal in 2011 besloten/bevestigd|| 2 2 670

206.

In 2011 uitgevoerde financiële correcties en terugvorderingen


miljoen EUR

|| Toelichting| 2010

Financiële correcties:|||

Landbouw en plattelandsontwikkeling| 6.3.| | 814

Cohesiebeleid| 6.4.| | 737

Overige| 6.| | 0

Subtotaal financiële correcties|| 1 1 551

Terugvorderingen|||

Landbouw en plattelandsontwikkeling| 6.3.| | 286

Cohesiebeleid| 6.4.| | 25

Overige| 6.| | 274

Subtotaal terugvorderingen|| | 585

Totaal in 2011 uitgevoerd|| 1 2 136

207.

6.3 FINANCIËLE CORRECTIES EN TERUGVORDERINGEN VOOR LANDBOUW EN PLATTELANDSONTWIKKELING


208.

6.3.1 In 2011 besloten financiële correcties en terugvorderingen


miljoen EUR

|| 2010

ELGF:||

Financiële goedkeuring en niet-nageleefde betalingstermijnen| (63)| 33

Conformiteitsgoedkeuring| | 1 022

Plattelandsontwikkeling:||

OIPO 2000-| | 49

SAPARD 2000-| | 3

ELFPO 2007-| | 20

Subtotaal financiële correcties| | 1 128

ELGF:||

ELGF - onregelmatigheden| | 178

Plattelandsontwikkeling:||

OIPO – terugvorderingen| | 10

SAPARD – terugvorderingen| | 5

ELGF - onregelmatigheden| | 98

Subtotaal terugvorderingen| | 292

Totaal| 1 1 420

Zie bijlage 1 voor een uitsplitsing van de ELGF-bedragen per lidstaat.

Alle bovenvermelde bedragen zijn opgenomen in de economische resultatenrekening van de Commissie.

De daling in de procedures van de conformiteitsgoedkeuring in 2011 volgt op een eerdere stijging tussen 2009 en 2010. In 2010 was het bedrag was uitzonderlijk hoog, omdat de procedures die in het jaar waren besloten, een grote niet-uitgevoerde goedkeuringsprocedure van 471 miljoen EUR omvatten, die voor het einde van het jaar werd besloten en in 2011 ten uitvoer werd gelegd. De bedragen van de procedures die voor 2011 zijn besloten, bereiken nu vergelijkbare niveaus als in 2009 en daarvoor.

Het negatieve bedrag van financiële goedkeuring van 63 miljoen EUR vertegenwoordigt bedragen die aan bepaalde lidstaten (voornamelijk Italië en het Verenigd Koninkrijk) zijn uitgekeerd en die hoger zijn dan de bedragen die voor het jaar moeten worden teruggevorderd.

De bedragen die voor plattelandsontwikkeling zijn gerapporteerd in de besloten/bevestigde financiële correcties, en in de uitgevoerde financiële correcties hieronder, omvatten ook terugvorderingen van onregelmatigheden ten belope van 0,2 miljoen EUR in 2011 (in 2010: 3 miljoen EUR). Deze bedragen vertegenwoordigen de sommen die de Europese Commissie heeft geïnd na de terugvordering van onverschuldigd betaalde bedragen door de lidstaten.

209.

6.3.2 In 2011 uitgevoerde financiële correcties en terugvorderingen


miljoen EUR

|| 2010

ELGF:||

Financiële goedkeuring en niet-nageleefde betalingstermijnen| (63)| 33

Conformiteitsgoedkeuring| | 728

Plattelandsontwikkeling:||

OIPO 2000-| | 49

SAPARD 2000-| | 3

ELFPO 2007-| | 0

Subtotaal financiële correcties| | 814

ELGF:||

ELGF - onregelmatigheden| | 172

Plattelandsontwikkeling:||

TRDI – terugvorderingen| | 10

SAPARD – terugvorderingen| | 5

ELGF - onregelmatigheden| | 98

Subtotaal terugvorderingen| | 286

Totaal| | 1 101

Zie bijlage 2 voor een uitsplitsing van de ELGF-bedragen per lidstaat.

6.3.3 Financiële correcties – cumulatieve cijfers

Besloten financiële correcties ELGF – cumulatieve cijfers 1999 - 2011

210.

miljoen EUR


|| Eind Eind 2010

ELGF-procedure voor goedkeuring van de rekeningen:| 7 7 035

Zie bijlage 3 voor een uitsplitsing van de cumulatieve ELGF-goedkeuringsbedragen per lidstaat.

De cumulatieve bedragen voor 2011 stemmen overeen met de bedragen voor de conformiteitsgoedkeuringsbesluiten nr. 1 tot en met nr. 36 tot 15 oktober 2011, wat het einde is van het ELGF-begrotingsjaar. De in kalenderjaar 2011 besloten bedragen beliepen 728 miljoen EUR (zie toelichting 6.3.1) en zij omvatten 682 miljoen EUR als het in begrotingsjaar 2011 besloten bedrag, wat overeenstemt met het verschil tussen de cumulatieve cijfers eind 2011 en de cumulatieve cijfers eind 2010 van bovenstaande tabel.

Opgemerkt zij dat alle conformiteitsgoedkeuringsbesluiten formeel zijn aangenomen bij besluit van de Commissie, terwijl financiële goedkeuringsbeluiten gewoonlijk meer tijd in beslag nemen en de komende jaren effect zullen hebben.

Besloten financiële correcties plattelandsontwikkeling – cumulatieve cijfers 2000 - 2011

211.

miljoen EUR


|| Eind Eind 2010

Financiële correcties plattelandsontwikkeling:||

OIPO 2000-| 61

SAPARD 2000-| 17

ELFPO 2007-| 21

Totaal| 98

212.

6.3.4 Hangende financiële correcties en terugvorderingen


Hangende financiële correcties

miljoen EUR

|| Hangende financiële correcties op 31.12.| Nieuwe hangende financiële correcties in In 2011 besloten financiële correcties| Bijstellingen van besloten of hangende financiële correcties op 31.12.| Hangende financiële correcties op 31.12.2011

ELGF:|||||

ELGF – toekomstige conformiteits- en financiële besluiten| 2 | (665)| | 2 204

Plattelandsontwikkeling:|||||

OIPO 2000-| | | | | 34

SAPARD 2000-| | | | (20)| 77

ELFPO 2007-| | | | | 505

Totaal hangende financiële correcties| 2 | (732)| | 2 821

Het bedrag van de hangende financiële correcties betreffende het ELGF eind 2011 weerspiegelt de consolidatie van de methode voor de raming van toekomstige conformiteitsbesluiten.

De SAPARD- en OIPO-programma's komen in de afsluitingsfase, wat de daling van het bedrag aan hangende financiële correcties verklaart.

Voor het ELFPO valt de stijging voornamelijk toe te schrijven aan een wijziging van de ramingsmethode. Tot vorig jaar was de gebruikte extrapolatiemethode gebaseerd op historische gegevens, dat wil zeggen echte zaken die voor het ELGF 2000-2006 waren geopend. Die raming werd dan vergeleken met het aantal echte zaken dat voor de eerste jaren van de ELFPO‑programma's werd geopend. Vorig jaar bleek echter dat deze methode lagere bedragen opleverde dan die van de geopende zaken. De extrapolatiemethode werd derhalve aangepast en afgestemd op die van het ELGF, aangezien beide fondsen in feite dezelfde goedkeuringsprocedures hebben. De als hangend gerapporteerde bedragen geven nu een meer realistisch beeld van toekomstige financiële correcties.

213.

Hangende terugvorderingen


miljoen EUR

|| Hangende terugvorderingen op 31.12.| Nieuwe hangende terugvor-deringen in In 2011 besloten terugvor-deringen| Bijstellingen van besloten of hangende terugvorde-ringen op 31.12.| Hangende terugvor-deringen op 31.12.2011

ELGF:|||||

ELGF - onregelmatigheden| | | (174)| (95)| 253

Plattelandsontwikkeling:|||||

OIPO 2000-| | | | 12

SAPARD 2000-| | | | (19)| 50

ELFPO 2007-| | | (123)| | 45

Totaal hangende terugvorderingen| | | (335)| (26)| 360

214.

6.4 FINANCIËLE CORRECTIES EN TERUGVORDERINGEN BETREFFENDE HET COHESIEBELEID


215.

6.4.1 In 2011 besloten/bevestigde financiële correcties


In 2011 besloten/bevestigde financiële correcties per programmeringsperiode

miljoen EUR

|| 2010

Cohesiebeleid (EU-acties)||

- Programma's 1994-| | 136

- Programma's 2000-| | 788

- Programma's 2007-| | 2

Totaal| | 925

Zie bijlage 4 voor een uitsplitsing van deze bedragen per lidstaat.

Voor de programmeringsperiode 1994-1999 werden in 2011 zeer weinig financiële correcties gerapporteerd, omdat de grote meerderheid van de programma’s afgesloten is. Dit cijfer zal in de toekomst blijven dalen. Voor de programmeringsperiode 2000-2006 zijn tijdens het afsluitingsproces dat aan de gang is, financiële correcties gerapporteerd en bevestigd. Er worden echter nog controles verricht van afgesloten programma’s. De stijging van het bedrag van besloten/bevestigde financiële correcties voor de verslagperiode 2007-2013 ten opzichte van vorig jaar, zal naar verwachting de komende jaren voortduren als gevolg van de aan de gang zijnde controles ter plaatse.

216.

In 2011 besloten/bevestigde financiële correcties en de uitvoering ervan in 2011


miljoen EUR

|| EFRO| CF| ESF| FIOV/EVF*| EOGFL Oriëntatie| TOTAAL

Financiële correcties 1994-1999:||||||

Uitgevoerd door vrijmaking/ aftrek bij afsluiting| -| -| -| -| 6

Uitgevoerd via een invorderingsopdracht| -| 4

Nog niet uitgevoerd| -| -| -| -| 3

Subtotaal periode 1994-| -| 13

Financiële correcties 2000-2006:||||||

Uitgevoerd door vrijmaking/ aftrek bij afsluiting| 297

Uitgevoerd door de lidstaten| (10)| -| -| -| (6)

Uitgevoerd via een invorderingsopdracht| -| -| 8

Nog niet uitgevoerd | (62)| -| 140

Subtotaal periode 2000-| 440

Financiële correcties 2007-2013:||||||

Uitgevoerd door vrijmaking/ aftrek bij afsluiting| -| -| -| -| -| 0

Uitgevoerd door de lidstaten| -| -| -| 160

Uitgevoerd via een invorderingsopdracht| -| -| -| -| -| 0

Nog niet uitgevoerd| -| -| -| 59

Subtotaal periode 2007-| -| -| -| 220

Totaal in 2011 besloten/bevestigde financiële correcties| 673

Totaal in 2010 besloten/bevestigde financiële correcties| 925

|| * EVF: het Europees Visserijfonds verving het financieringsinstrument voor de oriëntatie van de visserij (FIOV) voor de programmeringsperiode 2007-2013.|

Van het in 2011 bevestigde totaalbedrag van 673 miljoen EUR heeft 233 miljoen EUR betrekking op in vorige jaren bevestigde maar nog niet eerder gerapporteerde bedragen, en op bijstellingen van eerder gerapporteerde bedragen. Dit valt toe te schrijven aan, enerzijds, het extracomptabele karakter van het dossierbeheer van financiële correcties, waardoor het mogelijk is dat nieuwe zaken pas in een latere fase worden gerapporteerd en, anderzijds, zaken waarin het definitieve bedrag van een financiële correctie die tijdens het operationele programma is opgelegd, pas bij de afsluiting bekend is.

De gedurende het jaar besloten/bevestigde en via een invorderingsopdracht van de Commissie uitgevoerde (d.w.z. cash aan de Commissie terugbetaalde) financiële correcties bedragen 12 miljoen EUR, waarvan 4 miljoen EUR voor de periode 1994-1999 en 8 miljoen EUR voor de periode 2000-2006 (in 2010: 158 miljoen EUR). Te vermelden is dat uitvoering via een invorderingsopdracht maar een beperkt gedeelte van de totale financiële correcties uitmaakt (in 2011 ging het om minder dan 3% van het uitgevoerde bedrag), doordat de sectorale wet- en regelgeving voorziet in de mogelijkheid voor de lidstaten om tijdens de tenuitvoerlegging van het programma de door de Commissie voorgestelde financiële correcties te aanvaarden en het geld van de onregelmatige uitgaven te gebruiken voor regelmatige (maar bij afsluiting kan de lidstaat niet langer andere uitgaven indienen om de onregelmatige te vervangen), zodat de Commissie geen invorderingsopdracht hoeft af te geven. De Commissie geeft slechts invorderingsopdrachten af wanneer de lidstaat de financiële correctie verwerpt en de Commissie een formeel besluit over de correctie moet nemen, of wanneer een programma wordt afgesloten en de door de Commissie opgelegde financiële correctie hoger is dan het door de lidstaat gevraagde bedrag.

Voor het EFRO blijven de bedragen van de correcties voor 2011 voornamelijk betrekking hebben op de programma’s 2000‑2006 met de aan de gang zijnde afsluiting: na de analyse van de afsluitingsverklaringen zijn de correcties op basis van extrapolaties van de restrisico’s voor de afzonderlijke programma’s in 2011 bevestigd. In 2012 zullen de correcties worden voortgezet. Financiële correcties bij afsluiting brengen een nettovermindering van de EU-financiering mee (dat wil zeggen vermindering van de te betalen eindbedragen of terugvordering van het bedrag als het te betalen eindbedrag minder beloopt dan de correctie).

Voor het ESF heeft het grootste deel van het bedrag van de besloten/bevestigde financiële correcties in 2011 betrekking op de programmeringsperiode 2007-2013 omdat steeds meer controles voltooid geraken naarmate de tenuitvoerlegging van de programma's toeneemt. Voor de programmeringsperiode 2000-2006 is de vervanging van onregelmatige uitgaven door regelmatige door de lidstaat niet langer mogelijk. Omdat de programma’s in de afsluitingsfase verkeren, hebben de lidstaten in de afsluitende stukken aangegeven of de financiële correcties in mindering zijn gebracht en deze bedragen zijn in de bovenstaande tabel gerapporteerd. Besloten/bevestigde financiële correcties voor de programmeringsperiode 1994-1999 hebben betrekking op ofwel financiële correcties na een besluit van de Commissie ofwel onregelmatigheden die de lidstaat na de afsluiting van het operationele programma heeft vastgesteld en die de Commissie terugvordert door afgifte van een invorderingsopdracht.

Voor het FIOV/EVF betreft het bedrag van 3 miljoen EUR aan besloten/bevestigde financiële correcties zowel het afsluitingsproces van bepaalde programma's als de voltooiing van controles van andere.

Voor het EOGFL-Oriëntatie zijn niet alle programma’s afgesloten. In 2012 en 2013 zullen nog altijd financiële correcties worden gerapporteerd, weliswaar voor erg kleine bedragen.

Opgemerkt zij dat de bedragen die in de bovenstaande tabellen voor het EOGFL-Oriëntatie zijn opgenomen, ook de terugvorderingen van onregelmatigheden voor 2 miljoen EUR omvatten (in 2010: 3 miljoen EUR). Deze bedragen vertegenwoordigen de sommen die de Europese Commissie heeft geïnd via een besluit van de Commissie, na de terugvordering van onverschuldigd betaalde bedragen door de lidstaat.

217.

6.4.2 In 2011 uitgevoerde financiële correcties


In 2011 uitgevoerde financiële correcties per programmeringsperiode

miljoen EUR

|| 2010

Cohesiebeleid (EU-acties)||

- Programma's 1994-| | 476

- Programma's 2000-| | 259

- Programma's 2007-| | 2

Totaal| | 737

Zie bijlage 5 voor een uitsplitsing van deze bedragen per lidstaat.

Er zij op gewezen dat in de bovenstaande bedragen, met name voor de programmeringsperiode 2000-2006, niet is inbegrepen de totaliteit van de financiële correcties die door de lidstaten zijn meegedeeld in de aanvragen voor de eindbetaling welke de Commissie in 2010 ontving en momenteel worden gevalideerd. In dit stadium wordt de financiële correctie uitgevoerd door de lidstaat, die erop toeziet dat het bedrag van de financiële correctie wordt afgetrokken van het bedrag van de aanvraag voor de eindbetaling. In het kader van de afsluiting van programma's gelden voor de validering van aanvragen in het boekhoudsysteem door de ordonnateur echter langere wettelijke termijnen voordat deze volledig kunnen worden verwerkt en de Commissie betalingen kan doen. De vóór eind 2010 ontvangen en eind 2011 nog niet goedgekeurde betalingsaanvragen omvatten financiële correcties. Omdat deze betalingsaanvragen echter pas in 2012 en de daaropvolgende jaren zullen worden verwerkt, zal het bedrag van de uitgevoerde financiële correcties worden gerapporteerd na inspectie van alle afsluitende stukken en volledige validering van de gerelateerde financiële verrichtingen. De aan de gang zijnde controles ter plaatse zouden de komende jaren tot een toename van de correcties voor de huidige programmeringsperiode 2007-2013 moeten leiden.

218.

In 2011 uitgevoerde financiële correcties (bevestigd/besloten in 2011 en in eerdere jaren)


miljoen EUR

|| EFRO| CF| ESF| FIOV/EVF| EOGFL Oriëntatie| Totaal 2010

Financiële correcties voor de periode 1994-1999:||||||

Bevestigd in -| 10

Bevestigd in eerdere jaren| -| -| 22

Subtotaal periode 1994-| -| 32

Financiële correcties voor de periode 2000-2006:||||||

219.

Bevestigd in 291


Bevestigd in eerdere jaren| (90)| -| 140

Subtotaal periode 2000-| (90)| 432

Financiële correcties voor de periode 2007-2013:||||||

Bevestigd in -| -| -| 160

Bevestigd in eerdere jaren| -| -| -| 1

Subtotaal periode 2007-| -| -| -| 161

Totaal in 2011 uitgevoerde financiële correcties| (90)| 624

Totaal in 2010 uitgevoerde financiële correcties| 737

|||

Van het bedrag van 624 miljoen EUR dat is gerapporteerd als in 2011 uitgevoerde financiële correcties was 212 miljoen EUR uitgevoerd in eerdere jaren, maar nog niet eerder gerapporteerd, alsook bijstellingen van eerder gerapporteerde bedragen, om dezelfde redenen als die welke in toelichting 6.4.1 zijn uitgelegd.

220.

In 2011 uitgevoerde financiële correcties (per type uitvoering)


miljoen EUR

|| EFRO| CF| ESF| FIOV/EVF| EOGFL Oriëntatie| TOTAAL

Financiële correcties voor de periode 1994-99:||||||

Uitgevoerd door vrijmaking/aftrek bij afsluiting| | -| -| -| -| 23

Uitgevoerd via een invorderingsopdracht| | -| | | 9

Subtotaal periode 1994-| | -| | | | 32

Financiële correcties voor de periode 2000-2006:||||||

Uitgevoerd door vrijmaking/aftrek bij afsluiting| | | | | 351

Vorderingen op de lidstaten| | | -| (90)| -| 69

Uitgevoerd via een invorderingsopdracht| | | -| -| | 12

Subtotaal periode 2000-| | | | (90)| | 432

Financiële correcties voor de periode 2007-2013:||||||

Uitgevoerd door vrijmaking/aftrek bij afsluiting| -| -| -| -| -| 0

Vorderingen op de lidstaten| | -| | -| -| 160

Uitgevoerd via een invorderingsopdracht| -| -| -| -| -| 0

Subtotaal periode 2007-| | -| | -| -| 160

In 2011 verrichte financiële correcties betreffende het ELGF| | | | (90)| | 624

In 2010 verrichte financiële correcties betreffende het ELGF| | | | | | 737

De gedurende het jaar besloten/bevestigde en via een invorderingsopdracht van de Commissie uitgevoerde (d.w.z. cash aan de Commissie terugbetaalde) financiële correcties bedragen 21 miljoen EUR, waarvan 9 miljoen EUR voor de periode 1994-1999 en 12 miljoen EUR voor de periode 2000-2006 (in 2010:. 158 miljoen EUR). Om de in toelichting 6.3.1 gegeven redenen vertegenwoordigt uitvoering via een invorderingsopdracht slechts een zeer beperkt bedrag van de financiële correcties (namelijk 3% van het in 2011 uitgevoerde bedrag).

Voor het EFRO moet worden opgemerkt dat de in september 2010 ingediende aanvragen voor de eindbetaling nog moeten worden goedgekeurd zodat deze niet zijn opgenomen in de bovenstaande cijfers in verband met uitvoering, wat de betrekkelijk lagere uitvoeringspercentages van 65% en 78% voor respectievelijk het EFRO en het Cohesiefonds verklaart. Bijna alle uit te voeren bedragen houden verband met de aan de gang zijnde afsluiting van de programma's 2000-2006: 2,1 miljard EUR (van een uitstaand totaal van 2,2 miljard EUR) zijn opgenomen in de ontvangen aanvragen voor de eindbetaling voor het EFRO en het Cohesiefonds, maar zullen pas als uitgevoerd worden gerapporteerd wanneer de eindbetaling de komende maanden wordt goedgekeurd.

Voor het ESF houden alle financiële correcties die via de afgifte van een invorderingsopdracht zijn uitgevoerd, verband met de programmeringsperiode 1994-1999, aangezien die programma’s afgesloten zijn. Voor de periode 2000-2006 zijn de correcties ofwel vastgesteld door de lidstaat in de afsluitende stukken, ofwel vastgesteld door de Commissie, die de lidstaat dan vraagt om te bevestigen dat die bedragen bij afsluiting in mindering moeten worden gebracht. Er worden derhalve geen invorderingsopdrachten afgegeven. Opgemerkt zij dat een groot aantal programma’s zich nog steeds in de analysefase bevindt en bijgevolg zal het bedrag van de financiële correcties die bij afsluiting worden uitgevoerd de komende jaren stijgen na het huidige afsluitingsproces (analyse van de afsluitende stukken en financiële validering van de aanvraag voor de eindbetaling).

Voor het FIOV/EVF staat het negatieve bedrag van 90 miljoen EUR voor een bijstelling van verschillende financiële correcties voor Spanje, die in 2010 verkeerdelijk als uitgevoerd werden gerapporteerd. De lidstaat bracht de betrokken bedragen in mindering op aanvragen die in 2010 aan de Commissie werden toegezonden, doch die aanvragen maakten deel uit van de afsluitende stukken van dit programma en werden op 31 december 2010 nog door de Commissie verwerkt. Volgens de definitie van uitvoering wordt deze bijstelling in de cijfers voor 2011 opgenomen als een negatief bedrag.

6.4.3 Financiële correcties – cumulatieve cijfers en uitvoeringspercentage

Bevestigde/besloten financiële correcties – cumulatieve cijfers

221.

miljoen EUR


|| Periode 1994-| Periode 2000-| Periode 2007-| Totaal eind Totaal eind 2010

EFRO| 1 4 | 6 5 924

Cohesiefonds| | | | | 763

ESF| | 1 | 1 1 572

FIOV/EVF| | | | | 195

EOGFL, afdeling Oriëntatie| | | | | 165

Totaal| 2 6 | 9 8 619

Zie bijlage 4 voor een uitsplitsing van het totaalbedrag per lidstaat.

Uitgevoerde financiële correcties – cumulatieve cijfers

222.

miljoen EUR


|| Periode 1994-| Periode 2000-| Periode 2007-| Totaal eind Totaal eind 2010

EFRO| 1 2 | 4 3 709

Cohesiefonds| | | | | 493

ESF| | 1 | 1 1 542

FIOV/EVF| | | | | 194

EOGFL, afdeling Oriëntatie| | | | | 165

Totaal| 2 3 | 6 6 102

Zie bijlage 5 voor een uitsplitsing van het totaalbedrag per lidstaat.

In de bovenstaande tabel zijn financiële correcties opgenomen die door sommige lidstaten worden betwist (rekening houdende met de ervaring dat de Commissie in dergelijke gevallen slechts uiterst zelden bedragen heeft moeten terugbetalen). Voor nadere informatie zie toelichting 5.4.

223.

Op 31 december 2011 bevestigde/besloten maar nog niet uitgevoerde financiële correcties en uitvoeringspercentages op 31 december 2011 (cumulatieve cijfers)


miljoen EUR

|| EFRO| CF| ESF| FIOV/EVF| EOGFL Oriën-tatie| Totaal Totaal 2010

Financiële correcties op programma's 1994-|||||||

Bevestigde/besloten financiële correcties| 1 | 2 2 652

Uitgevoerde financiële correcties| 1 | 2 2 621

Bevestigde/besloten maar nog niet uitgevoerde financiële correcties| | | 31

Uitvoeringspercentage| 100%| 97%| 100%| 100%| 100%| 100%| 99%

Financiële correcties op programma's 2000-|||||||

Bevestigde/besloten financiële correcties| 4 1 6 5 965

Uitgevoerde financiële correcties| 2 1 3 3 480

Bevestigde/besloten maar nog niet uitgevoerde financiële correcties| 2 | 2 2 485

Uitvoeringspercentage| 52%| 67%| 99%| 4%| 100%| 61%| 58%

Financiële correcties op programma's 2007-|||||||

Bevestigde/besloten financiële correcties| -| | -| -| | 2

Uitgevoerde financiële correcties| -| | -| -| | 2

Bevestigde/besloten maar nog niet uitgevoerde financiële correcties| -| | -| -| | 0

Uitvoeringspercentage| 87%| n.v.t.| 73%| n.v.t.| n.v.t.| 73%| 84%

Totaal financiële correcties|||||||

Bevestigde/besloten financiële correcties| 6 1 9 8 619

Uitgevoerde financiële correcties| 4 1 6 6 102

Bevestigde/besloten maar nog niet uitgevoerde financiële correcties| 2 | 2 2 516

Uitvoeringspercentage| 65%| 78%| 96%| 53%| 100%| 72%| 71%

Wat de programmeringsperiode 2000-2006 betreft, is de verklaring voor het lage uitvoeringspercentage te vinden in het lopende afsluitingsproces, waarbij eind 2010 ontvangen betalingsaanvragen nog niet goedgekeurd zijn en de ermee samenhangende financiële correcties nog niet in de uitvoeringscijfers voor 2011 kunnen worden verwerkt.

224.

6.4.4 Terugvorderingen


In 2011 bevestigde terugvorderingen

miljoen EUR

|| 2010

Overige beheersvormen| | 24

225.

In 2011 uitgevoerde terugvorderingen


miljoen EUR

|| 2010

Overige beheersvormen| | 25

Opgemerkt zij dat sommige bedragen die in de bovenstaande tabel zijn opgenomen, voordien al werden gerapporteerd in toelichting 6.5 in 2010.

226.

6.4.5 Hangende financiële correcties


miljoen EUR

|| Hangende financiële correcties op 31.12.| Nieuwe hangende financiële correcties in In 2011 besloten financiële correcties| Bijstellingen van besloten of hangende financiële correcties op 31.12.| Hangende financiële correcties op 31.12.2011

Structuur- en cohesiefondsen (programma's 1994-1999, 2000-2006 en 2007-2013)|||

EFRO| | (85)| (43)| 160

Cohesiefonds| | (69)| (132)| 166

ESF| | | 283

FIOV/EVF| | 6

EOGFL, afdeling Oriëntatie| | | | | 24

Totaal| | | | (178)| 640

Eind 2011 waren op het niveau van de Commissie correctieprocedures hangende voor ongeveer 140 programma’s voor het EFRO en voor het Cohesiefonds. De daling in de bedragen ten opzichte van eerdere jaren valt toe te schrijven aan de geleidelijke afronding van de financiële correcties die eerder als „hangend” werden gerapporteerd voor de programma's 2000-2006, en aan het feit dat er in deze uitvoeringsfase van de huidige programmeringsperiode minder procedures worden gestart.

Voor het ESF valt de daling in het geraamde bedrag van de hangende financiële correcties voornamelijk toe te schrijven aan de afsluiting van sommige procedures die in 2010 werden gestart en betrekking hadden op vijf programma’s van de periode 2007-2013, een procedure voor de periode 2000-2006 en een procedure voor de periode 1994-1999. Opgemerkt zij dat wanneer de mogelijke bedragen die bij controles gemoeid zijn, niet kunnen worden geraamd, voornamelijk omdat de controles nog niet zijn afgerond, deze bedragen in de bovenstaande tabel voor 1 EUR worden gerapporteerd (conservatieve aanpak). Dit is het geval voor de huidige zaken in verband met de periode 2007-2013.

227.

6.4.6 Onderbreking en opschorting van betalingen


De uitsplitsing van het aantal onderbrekingszaken en de ermee gemoeide bedragen per lidstaat in 2011 is als volgt:

228.

miljoen EUR


|| EFRO en Cohesiefonds| ESF| EVF| Totaal

|| Aantal zaken| Bedrag| Aantal zaken| Bedrag| Aantal zaken| Bedrag| Aantal zaken| Bedrag

Onderbreking – afgesloten zaken op 31.12.||||||||

Tsjechië| | ||||| | 130

Duitsland| | ||||| | 246

Griekenland| | ||||| | 132

Spanje| | | | ||| | 285

Italië| | | | | | | | 141

Letland||||| | | | 0

Litouwen| | ||| | | | 33

Hongarije| | ||||| | 211

Oostenrijk||| | ||| | 0

Polen||| | ||| | 519

Portugal||||| | | | 10

Roemenië| | ||||| | 42

Slowakije| | ||||| | 30

Verenigd Koninkrijk| | | | ||| | 135

Grensoverschrijdend| | ||||| | 22

Subtotaal afgesloten zaken| | 1 | | | | | 1 936

Onderbreking – hangende zaken op 31.12.||||||||

Denemarken||||| | | | 0

Duitsland| | ||| | | | 18

Estland||||| | | | 0

Spanje||| | | | | | 72

Frankrijk||| | | | | | 28

Italië| | | | ||| | 356

Slowakije| | ||||| | 71

Finland||||| | | | 0

Zweden||||| | | | 0

Verenigd Koninkrijk||| | | | | | 268

Subtotaal hangende zaken| | | | | | | | 814

Totaal onderbrekingen in | 1 | | | | | 2 750

Totaal onderbrekingen in | 2 | | | | | 2 538

Wat het EFRO en het Cohesiefonds betreft, zijn in 2011 70 besluiten tot onderbreking van betalingstermijnen vastgesteld voor een totaal bedrag van 1 722 miljoen EUR. In 55 zaken (1 331 miljoen EUR) zijn de betalingen weer vrijgegeven. Aan het einde van het jaar stonden 15 zaken nog open (391 miljoen EUR). In 2011 werden voor tien programma’s opschortingsprocedures gestart en begin 2012 werd een formeel opschortingsbesluit vastgesteld. Voor vier zaken werd de procedure in 2011 afgesloten op grond van de genomen maatregelen die door de lidstaten werden gemeld. Voor de vijf overblijvende zaken waren aan het einde van het jaar de procedures nog aan de gang.

Wat het ESF betreft, zijn in 2011 21 besluiten tot onderbreking van betalingstermijnen genomen voor een totaal bedrag van 911 miljoen EUR, stuk voor stuk betreffende de programmeringsperiode 2007-2013. In 11 zaken (588 miljoen EUR) zijn de betalingen weer vrijgegeven vóór 31 december 2011. Tien zaken zijn nog hangende (323 miljoen EUR). Daarnaast werden in 2011 drie opschortingsbesluiten vastgesteld (Spanje, Frankrijk en Italië), stuk voor stuk betreffende de programmeringsperiode 2007-2013. Na 31 december 2011 gold de opschorting nog voor drie zaken.

229.

6.5 OVERIGE FINANCIËLE CORRECTIES EN TERUGVORDERINGEN


Deze rubriek betreft de financiële correcties en de terugvordering van bedragen die onterecht zijn betaald vanwege fouten of onregelmatigheden die door de Commissie, de lidstaten, de Europese Rekenkamer of OLAF zijn ontdekt, voor het deel van de begroting dat niet onder gedeeld beheer wordt uitgevoerd.

230.

Overige in 2011 besloten/bevestigde financiële correcties


miljoen EUR

|| 2010

Europees Investeringsfonds (EIF)| | -

231.

Overige in 2011 uitgevoerde financiële correcties


miljoen EUR

|| 2010

Europees Investeringsfonds (EIF)| | -

Financiële correcties is een mechanisme dat ook ingang begint te vinden op het beleidsterrein binnenlandse zaken. Het bedrag van de in 2011 besloten en uitgevoerde financiële correcties is 0,4 miljoen EUR en zal de komende jaren naar verwachting stijgen.

232.

Overige in 2011 bevestigde terugvorderingen


miljoen EUR

|| 2010

Overige beheersvormen:||

- externe acties| 137

- intern beleid| 164

Totaal overige bevestigde terugvorderingen| 301

233.

Overige in 2011 uitgevoerde terugvorderingen


miljoen EUR

|| 2010

Overige beheersvormen:||

- externe acties| 136

- intern beleid| 138

Totaal overige uitgevoerde terugvorderingen| 274

Sommige bedragen die in 2010 in de bovenstaande tabellen onder intern beleid werden gerapporteerd, zijn nu vermeld in toelichting 6.4.4.

Toelichting 6 – Bijlage 1

Totaal in 2011 besloten financiële correcties en terugvorderingen voor het ELGF – uitgesplitst per lidstaat

234.

miljoen EUR


Lidstaat| Financiële goedkeuring| Conformiteits-goedkeuring| Gedeclareerde onregel- matigheden| Totaal Totaal 2010

België| | -| | | 4

Bulgarije| | | | | 20

Tsjechië| | -| | | 1

Denemarken| | | | | 12

Duitsland| | | | | 28

Estland| | | | | 0

Ierland| | -| | | 7

Griekenland| | | | | 477

Spanje| | | | | 83

Frankrijk| | | | | 67

Italië| | | | | 78

Cyprus| | | | | 1

Letland| | -| | | 0

Litouwen| | -| | | 2

Luxemburg| | -| | | 1

Hongarije| | -| | | 8

Malta| | | | | 0

Nederland| -| | | | 51

Oostenrijk| | | | | 2

Polen| | | | | 52

Portugal| | | | | 58

Roemenië| | | | | 55

Slovenië| | -| | | 5

Slowakije| | -| | | 0

Finland| | | | | 2

Zweden| | | | | 5

Verenigd Koninkrijk| (20)| | | | 213

Totaal besloten| (63)| | | | 1 233

Toelichting 6 – Bijlage 2

Totaal in 2011 uitgevoerde financiële correcties en terugvorderingen voor het ELGF – uitgesplitst per lidstaat

235.

miljoen EUR


Lidstaat| Financiële goedkeuring en niet-nageleefde betalings-termijnen| Conformiteits-goedkeuring| Door lidstaten gedeclareerde onregelmatigheden (terugbetaald aan de EU)| Totaal Totaal 2010

België| | -| | | 3

Bulgarije| | | | | 6

Tsjechië| | | | | 1

Denemarken| | | | | 12

Duitsland| | | | | 26

Estland| | -| | | 0

Ierland| | -| | | 5

Griekenland| | | | | 150

Spanje| | | | | 130

Frankrijk| | | | | 120

Italië| | | | | 33

Cyprus| | -| | | 1

Letland| | -| | | 0

Litouwen| | | | | 4

Luxemburg| | -| | | 1

Hongarije| | | | | 26

Malta| | -| | | 0

Nederland| -| | | | 51

Oostenrijk| | -| | | 3

Polen| | | | | 97

Portugal| | | | | 24

Roemenië| | | | | 16

Slovenië| | | | | 1

Slowakije| | -| | | 1

Finland| | -| | | 2

Zweden| | -| | | 5

Verenigd Koninkrijk| (20)| | | | 215

Totaal uitgevoerd| - | | | 934

Toelichting 6 – Bijlage 3

236.

Gecumuleerde bedragen goedkeuring van de ELGF-rekeningen - besloten


Uitgesplitst per lidstaat

(miljoen EUR)

Lidstaat| Goedkeuring van de ELGF-rekeningen Gecumuleerd bedrag eind 2011

België| 33

Bulgarije| 37

Tsjechië| 1

Denemarken| 172

Duitsland| 171

Estland| 0

Ierland| 41

Griekenland| 2 023

Spanje| 1 334

Frankrijk| 1 052

Italië| 1 472

Cyprus| 10

Letland| 0

Litouwen| 2

Luxemburg| 5

Hongarije| 24

Malta| 0

Nederland| 163

Oostenrijk| 7

Polen| 66

Portugal| 133

Roemenië| 86

Slovenië| 5

Slowakije| 0

Finland| 21

Zweden| 95

Verenigd Koninkrijk| 762

Totaal besloten| 7 717

Toelichting 6 – Bijlage 4

237.

Totaal in 2011 bevestigde financiële correcties voor structurele maatregelen - Uitgesplitst per lidstaat


miljoen EUR

Lidstaat| Cumulatief eind In 2011 bevestigde financiële correcties| Cumulatief eind 2011

EFRO| CF| ESF| FIOV EVF| EOGFL, afdeling Oriëntatie| Totaal jaar 2011

1994-| 2 | | | | | | 2 664

België| | | -| -| -| -| | 5

Denemarken| | | -| -| -| -| | 4

Duitsland| | | -| -| | | | 339

Ierland| | | -| -| -| -| | 43

Griekenland| | -| -| -| -| -| | 528

Spanje| | -| -| | -| -| | 665

Frankrijk| | | -| | -| -| | 95

Italië| | | -| -| -| | | 507

Luxemburg| | -| -| -| -| -| | 5

Nederland| | | -| -| -| -| | 178

Oostenrijk| | -| -| -| -| | | 2

Portugal| | -| -| -| -| | | 141

Finland| | -| -| -| -| -| | 1

Zweden| | -| -| -| -| -| | 1

Verenigd Koninkrijk| | | -| -| -| | | 140

Interreg| | | -| -| -| -| | 10

2000-| 5 | | | | | | 6 405

België| | | -| -| -| -| | 11

Bulgarije| | -| | -| -| -| | 22

Tsjechië| | -| | -| -| -| | 19

Denemarken| | | -| -| -| -| | 0

Duitsland| | | -| | -| | | 13

Estland| | -| | -| -| -| | 0

Ierland| | -| -| -| -| -| | 44

Griekenland| | | | -| -| -| | 1 183

Spanje| 2 | | -| | -| | 2 963

Frankrijk| | | -| | | | | 288

Italië| | | -| -| -| -| | 954

Cyprus| | -| -| -| -| -| | 0

Letland| | -| -| -| -| -| | 4

Litouwen| | -| | -| -| -| | 2

Luxemburg| | || -| -| -| | 2

Hongarije| | | | -| -| -| | 55

Malta| | -| -| -| | -| | 0

Nederland| | -| -| | -| -| | 2

Oostenrijk| | -| -|| -| -| | 0

Polen| | | | | -| -| | 274

Portugal| | | | -| -| -| | 201

Roemenië| | -| | -| -| -| | 12

Slovenië| | -| -| -| -| -| | 2

Slowakije| | | | -| -| -| | 45

Finland| | -| -| -| -| -| | 1

Zweden| | | -| | -| -| | 11

Verenigd Koninkrijk| | | -| -| | -| | 289

INTERREG| | | -| -| -| -| | 8

2007-| | | | | | n.v.t.| | 221

België| -| -| -| | -|| | 0

Bulgarije| -| -| -| | -|| | 2

Tsjechië| -| -| -| -| -|| | 0

Denemarken| | -| -| -| -|| | 0

Duitsland| -| -| -| | -|| | 3

Estland| | -| -| | -|| | 0

Ierland| | -| -| | -|| | 2

Griekenland| -| -| -| -| -|| | 0

Spanje| -| -| -| | -|| | 85

Frankrijk| | | -| -| -|| | 0

Italië| -| -| -| | -|| | 1

Cyprus| -| -| -| -| -|| | 0

Letland| -| -| -| -| -|| | 0

Litouwen| -| -| -| -| -|| | 0

Luxemburg| | -| -| -| -|| | 0

Hongarije| | | -| | -|| | 27

Malta| -| -| -| -| -|| | 0

Nederland| -| -| -| -| -|| | 0

Oostenrijk| -| -| -| -| -|| | 0

Polen| | -| -| | -|| | 92

Portugal| | -| -| -| -|| | 1

Roemenië| -| -| -| -| -|| | 0

Slovenië| -| -| -| -| -|| | 0

Slowakije| -| -| -| -| -|| | 0

Finland| -| -| -| -| -|| | 0

Zweden| -| | -| -| -|| | 0

Verenigd Koninkrijk| -| -| -| | -|| | 6

Interreg| -| | -| -| -|| | 0

Totaal bevestigd| 8 | | | | | | 9 291

Toelichting 6 – Bijlage 5

Totaal in 2011 uitgevoerde financiële correcties en terugvorderingen voor structurele maatregelen – Uitgesplitst per lidstaat

238.

miljoen EUR


Lidstaat| Cumulatief eind In 2011 uitgevoerde financiële correcties| Cumulatief eind 2011

EFRO| CF| ESF| FIOV EVF| EOGFL, afdeling Oriëntatie| Totaal jaar 2011

1994-| 2 | | | | | | 2 652

België| | | -| -| -| -| | 6

Denemarken| | | -| -| -| -| | 4

Duitsland| | | -| -| | | | 338

Ierland| | -| -| -| -| -| | 40

Griekenland| | -| -| -| -| -| | 525

Spanje| | -| -| | -| -| | 658

Frankrijk| | | -| | -| -| | 97

Italië| | | -| -| -| | | 505

Luxemburg| || -| -| -| -| | 5

Nederland| | | -| -| -| -| | 178

Oostenrijk| | -| -| -| -| | | 2

Portugal| | -| -| -| -| | | 141

Finland| | -| -| -| -| -| | 1

Zweden| | -| -| -| -| -| | 1

Verenigd Koninkrijk| | | -| -| -| | | 144

INTERREG| | | -| -| -| -| | 9

2000-| 3 | | | - | | 3 912

België| | | -| -| -| -| | 8

Bulgarije| | -| | -| -| -| | 12

Tsjechië| | -| | -| -| -| | 5

Denemarken| | -| -| -| -| -| | 0

Duitsland| | | -| | -| | | 11

Estland| | -| | -| -| -| | 0

Ierland| | -| | -| -| -| | 26

Griekenland| | | | -| -| -| | 1 149

Spanje| 1 | | -| (90)| -| | 1 051

Frankrijk| | | -| -| -| | | 250

Italië| | | -| | -| -| | 833

Cyprus| | -| -| -| -| -| | 0

Letland| | -| -| -| -| -| | 4

Litouwen| | -| | -| -| -| | 1

Luxemburg| | -| -| -| -| -| | 2

Hongarije| | | | | -| -| | 55

Malta| | -| -| -| | -| | 0

Nederland| | -| -| | -| -| | 1

Oostenrijk| | -| -| -| -| -| | 0

Polen| | | | | -| -| | 151

Portugal| | | | -| -| -| | 121

Roemenië| | -| | -| -| -| | 11

Slovenië| | -| -| | -| -| | 2

Slowakije| | | | -| -| -| | 6

Finland| | | -| -| -| -| | 0

Zweden| | | -| | -| -| | 11

Verenigd Koninkrijk| | | -| -| -| -| | 201

INTERREG| | | -| -| -| -| | 1

2007-| | | | | | n.v.t.| | 162

België| -| -| -| | -|| | 0

Bulgarije| -| -| -| | -|| | 1

Tsjechië| -| -| -| -| -|| | 0

Denemarken| | -| -| -| -|| | 0

Duitsland| -| -| -| | -|| | 3

Estland| | -| -| -| -|| | 0

Ierland| | -| -| | -|| | 2

Griekenland| -| -| -| -| -|| | 0

Spanje| -| -| -| | -|| | 41

Frankrijk| | | -| -| -|| | 0

Italië| -| -| -| -| -|| | 0

Cyprus| -| -| -| -| -|| | 0

Letland| -| -| -| -| -|| | 0

Litouwen| -| -| -| -| -|| | 0

Luxemburg| -| -| -| | -|| | 0

Hongarije| | | -| | -|| | 28

Malta| -| -| -| -| -|| | 0

Nederland| -| -| -| -| -|| | 0

Oostenrijk| -| -| -| -| -|| | 0

Polen| | -| -| | -|| | 86

Portugal| | | -| | -|| | 1

Roemenië| -| -| -| -| -|| | 0

Slovenië| -| -| -| -| -|| | 0

Slowakije| -| -| -| -| -|| | 0

Finland| -| -| -| -| -|| | 0

Zweden| -| -| -| -| -|| | 0

Verenigd Koninkrijk| -| -| -| -| -|| | 0

INTERREG| -| | -| -| -|| | 0

Totaal uitgevoerd| 6 | | | (90)| | | 6 726

239.

7. LENINGSACTIVITEITEN VAN DE EU


Deze toelichting omvat informatie die eerder werd gerapporteerd in toelichting 2 (toelichtingen bij de balans).

240.

7.1 LENINGSACTIVITEITEN - OVERZICHT


Bedragen aan boekwaarde 31.12.| miljoen EUR

|| EFSM| Betalingsbalans| MFB| Euratom-faciliteit| EGKS| Totaal|

Verstrekte leningen (zie toelichting 2.5)| 28 11 41

Opgenomen leningen (toelichting 2.16)| 28 11 41

De bovenvermelde bedragen zijn aan boekwaarde, terwijl in de tabellen hieronder de nominale waarden zijn opgenomen.

Krachtens het EU-Verdrag is de Europese Unie gemachtigd om leningprogramma's vast te stellen waarmee de financiële middelen kunnen worden ingezet om haar mandaat uit te voeren. Namens de Europese Unie voert de Europese Commissie momenteel drie programma's uit in het kader waarvan zij leningen kan garanderen door uitgifte van schuldinstrumenten op de kapitaalmarkten of bij financiële instellingen:

1. het Europees financieel stabilisatiemechanisme (EFSM): ondersteunen van de lidstaten van het eurogebied, tot ongeveer 60 miljard EUR (28,3 miljard EUR uitstaand aan het einde van het jaar);

2. betalingsbalansbijstand (BB): aan lidstaten die de euro nog niet hebben aangenomen, tot 50 miljard EUR (11,6 miljard EUR uitstaand aan het einde van het jaar);

3. macrofinanciële bijstand (MFB): financieel steunprogramma om niet-lidstaten bij te staan (595 miljoen EUR uitstaand aan het einde van het jaar).

241.

Wat zijn de belangrijkste punten of kenmerken waarop voor deze drie instrumenten moet worden gewezen?


- De EU neemt leningen op op de kapitaalmarkten of bij financiële instellingen en niet uit de begroting, aangezien het de EU niet toegestaan is leningen op te nemen om haar gewone begrotingsuitgaven of een begrotingstekort te financieren.

- De omvang van de opgenomen leningen varieert van kleine particuliere plaatsingen van enkele (tientallen) miljoenen EUR tot operaties met een benchmarkkarakter in het kader van de betalingsbalansleningen en het EFSM.

- De aangetrokken middelen worden back-to-back, d.w.z. met dezelfde coupon en looptijd en voor hetzelfde bedrag, uitgeleend aan het begunstigde land. Wel blijft de schuldendienst van de obligatie een verplichting voor de Europese Unie, die ervoor moet zorgen dat alle obligatiebetalingen op tijd geschieden. Daarom moeten de begunstigden van betalingsbalansleningen de terugbetalingen zeven dagen vóór de vervaldatum verrichten en de begunstigden van het EFSM 14 dagen vóór de vervaldatum, zodat de Commissie voldoende tijd heeft om in alle omstandigheden tijdig te kunnen betalen.

- Voor elk landprogramma worden het globale bedrag, de te betalen termijnen en de maximale gemiddelde looptijd van het leningspakket bij besluiten van de Raad en de Commissie vastgesteld. Vervolgens moeten de Commissie en de begunstigde lidstaat overeenstemming bereiken over de lenings-/financieringsparameters, de termijnen en de betaling van tranches. Daarnaast hangen alle termijnen van de lening (met uitzondering van de eerste) af van de naleving van strenge voorwaarden, met soortgelijke voorwaarden als voor IMF-steun, in het kader van een gezamenlijke EU/IMF-financiële steun, wat een andere factor is die de timing van de financiering beïnvloedt.

- De timing en looptijden van emissies hangen dus af van de desbetreffende EU-leningsactiviteit.

- De financiering is uitsluitend in euro en de looptijden variëren van vijf tot 30 jaar.

- Leningen zijn directe en onvoorwaardelijke verplichtingen van de EU en worden gegarandeerd door de 27 EU-lidstaten.

- Mocht een begunstigde lidstaat in gebreke blijven, dan zal de schuldendienst worden onttrokken uit het beschikbare kassaldo van de Europese Commissie, indien mogelijk. Mocht dat niet mogelijk zijn, dan zal de Commissie de nodige middelen bij de lidstaten ophalen. De EU-lidstaten zijn op grond van de EU-wetgeving inzake eigen middelen (artikel 12 van Verordening 1150/2000 van de Raad) wettelijk verplicht om voldoende middelen ter beschikking te stellen om te voldoen aan de verplichtingen van de EU. De investeerders zijn dus alleen blootgesteld aan het kredietrisico van de EU, en niet aan dat van de begunstigde van de gefinancierde leningen.

- Met „back-to-back”-leningen loopt de EU-begroting geen rente- of wisselkoersrisico's.

Daarnaast neemt de juridische entiteit Euratom (die door de Commissie wordt vertegenwoordigd) leningen op om aan lidstaten en niet-lidstaten leningen te verstrekken voor de financiering van projecten in verband met energie-installaties. Ten slotte heeft de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS) in liquidatie op de datum van de balans nog één uitstaande lening uit opgenomen middelen, voor een nominaal bedrag van 46 miljoen EUR. Die lening werd verstrekt aan een in Frankrijk gevestigd staatsbedrijf. De EGKS heeft in haar leningportefeuille ook leningen die zijn verstrekt uit haar eigen middelen aan ambtenaren van de Europese instellngen uit het vroegere pensioenfonds van de EGKS in liquidatie.

Over elk van deze instrumenten wordt hieronder nadere informatie verschaft. De effectieve rentevoeten (uitgedrukt als een rente-interval) waren als volgt:

Verstrekte leningen| 31.12.| 31.12.2010

EFSM| 2,375%-3,50%| n.v.t.

Betalingsbalans| 2,375%-3,625%| 2,375%-3,625%

Macrofinanciële bijstand| 1,58513%-4,54%| 0,99%-4,54%

Euratom| 1,067%-5,76%| 0,96313%-5,76%

EGKS in liquidatie| 1,158%-5,8103%| 0,556%-5,8103%

Opgenomen leningen| 31.12.| 31.12.2010

EFSM| 2,375%-3,50%| n.v.t.

Betalingsbalans| 2,375%-3,625%| 2,375%-3,625%

Macrofinanciële bijstand| 1,58513%-4,54%| 0,99%-4,54%

Euratom| 0,867%-5,6775%| 0,7613%-5,6775%

EGKS in liquidatie| 1,158%-9,2714%| 0,556%-9,2714%

242.

7.2 EFSM


NOMINALE WAARDE EFSM| miljoen EUR

|| Ierland| Portugal| Totaal

Totaal toegekende leningen| 22 26 48 500

Leningen uitbetaald op 31.12.| 13 14 28 000

Leningen terugbetaald op 31.12.2011*| 0

Leningen uitstaand op 31.12.| 13 14 28 000

Niet-opgevraagde bedragen op 31.12.| 8 11 20 500

* Aan het einde van deze toelichting wordt een tabel gegeven met daarin het terugbetalingsschema voor deze leningen.

Op 11 mei 2010 nam de Raad een Europees financieel stabilisatiemechanisme (EFSM) aan om de financiële stabiliteit in Europa te vrijwaren (Verordening (EU) nr. 407/2010 van de Raad). Dit mechanisme is gebaseerd op artikel 122, lid 2, van het Verdrag en maakt het mogelijk financiële bijstand te verlenen aan een lidstaat die zich voor een feitelijke of ernstig dreigende serieuze verstoring gesteld ziet die wordt veroorzaakt door buitengewone gebeurtenissen die deze lidstaat niet kan beheersen. De bijstand kan de vorm aannemen van een lening of een kredietlijn. De Commissie gaat namens de EU leningen op de kapitaalmarkten of bij financiële instellingen aan en leent deze middelen aan de begunstigde lidstaat. Voor elk land dat een lening in het kader van het EFSM ontvangt, wordt per kwartaal beoordeeld of de beleidsvoorwaarden zijn vervuld, voordat een tranche wordt uitgekeerd.

Volgens de conclusies van de Raad (Ecofin) van 9 mei 2010 worden de middelen van de faciliteit beperkt tot 60 miljard EUR, maar de juridische limiet is vastgelegd in artikel 2, lid 2, van Verordening nr. 407/2010 van de Raad, op grond waarvan het uitstaande bedrag van de leningen of kredietlijnen wordt beperkt tot de beschikbare marge onder het plafond van de eigen middelen. De leningen die worden opgenomen om in het kader van het EFSM leningen te verstrekken, worden door de EU-begroting gewaarborgd: op 31 december 2011 was de begroting in verband met deze leningen blootgesteld aan een mogelijk risico van ten hoogste 28 344 miljoen EUR (zijnde de nominale waarde). Aangezien de leningen in het kader van het EFSM door de EU-begroting worden gewaarborgd, volgt het Europees Parlement de EFSM-acties van de Commissie en oefent het controle uit in het kader van de begrotings- en kwijtingsprocedure.

De Raad besloot in december 2010 bij uitvoeringsbesluit een lening aan Ierland van ten hoogste 22,5 miljard EUR toe kennen, en in mei 2011 een lening aan Portugal van ten hoogste 26 miljard EUR. De initiële uitvoeringsbesluiten stelden rente vast met een marge, hetgeen resulteert in soortgelijke voorwaarden als die welke voor de IMF-bijstand worden gesteld. Met zijn Uitvoeringsbesluiten nr. 682/2011 en 683/2011 van 11 oktober 2011 schafte de Raad de rentemarge met terugwerkende kracht af en werd de maximale gemiddelde looptijd van 7,5 jaar verlengd tot 12,5 jaar en de looptijd van afzonderlijke tranches tot 30 jaar.

In januari 2012 werd zowel aan Ierland als aan Portugal nog eens 1,5 miljard EUR uitbetaald (looptijd 30 jaar). In maart werd nog eens 3 miljard EUR uitbetaald aan Ierland (looptijd 20 jaar). In april en mei werd respectievelijk 1,8 miljard EUR en 2,7 miljard EUR uitbetaald aan Portugal (looptijden 26 en 10 jaar). In juli werd 2,3 miljard EUR uitbetaald aan Ierland (looptijd 16 jaar). De EU is van plan in het kader van het EFSM in 2012 verdere obligaties uit te geven voor een totaal bedrag van 3 miljard EUR, voor leningen aan Ierland en Portugal.

243.

7.3 BETALINGSBALANSLENINGEN


Het betalingsbalansmechanisme is een financieel beleidsinstrument dat nieuw leven is ingeblazen om de lidstaten van de EU tijdens de huidige economische en financiële crisis financiële bijstand te verlenen. Er kunnen leningen worden verstrekt aan lidstaten die zich voor feitelijke of ernstig dreigende moeilijkheden met betrekking tot hun betalingsbalans of kapitaalverkeer gesteld zien. Alleen lidstaten die niet deelnemen aan de euro, komen voor dit mechanisme in aanmerking. Het maximum uitstaande bedrag van toe te kennen leningen is 50 miljard EUR. De leningen die voor deze leningen worden opgenomen, worden door de EU-begroting gewaarborgd: op 31 december 2011 was de begroting in verband met deze leningen blootgesteld aan een mogelijk risico van ten hoogste 11 625 miljoen EUR (de 11,4 miljard EUR hieronder zijnde de nominale waarde).

NOMINALE WAARDE BETALINGSBALANS| miljoen EUR

|| Hongarije| Letland| Roemenië| Totaal

Uitbetaald in 2 -| -| 2 000

244.

Uitbetaald in 3 2 1 7 200


Uitbetaald in -| 2 2 850

Uitbetaald in -| -| 1 1 350

Leningen uitbetaald op 31.12.| 5 2 5 13 400

Leningen terugbetaald op 31.12.| (2 000)| -| -| (2 000)

Uitstaand bedrag op 31.12.| 3 2 5 11 400

Totaal toegekende leningen| 6 3 6 16 000

Niet-opgevraagde bedragen 31.12.| 1 1 600

* Aan het einde van deze toelichting wordt een tabel gegeven met daarin het terugbetalingsschema voor deze leningen.

Tussen november 2008 en eind 2011 werden ten belope van 16 miljard EUR leningen verstrekt aan Hongarije, Letland en Roemenië, waarvan tegen eind 2011 13,4 miljard EUR was uitbetaald. Opgemerkt zij dat het betalingsbalans‑bijstandsprogramma voor Hongarije in november 2010 afliep (1 miljard EUR was nog niet opgevraagd) en dat de eerste terugbetaling van 2 miljard EUR zoals gepland in december 2011 werd ontvangen. Eind 2011 had Letland nog 200 miljoen EUR niet opgevraagd en ter beschikking, maar het recht om dit ongebruikte deel op te vragen, verviel in januari 2012. Het totaal van de nieuwe faciliteit die aan Roemenië (hieronder) werd toegekend, was aan het einde van het jaar ook nog niet opgevraagd.

In februari 2011 verzocht Roemenië in het kader van het betalingsbalansmechanisme om verdere anticiperende financiële bijstand om nieuwe impulsen aan de economische groei te kunnen geven. Op 12 mei 2011 heeft de Raad ingestemd met de terbeschikkingstelling aan Roemenië van anticiperende betalingsbalanssteun van de EU ten belope van maximaal 1,4 miljard EUR (Besluit 2011/288/EU van de Raad). Momenteel is Roemenië niet voornemens te verzoeken om de uitbetaling van een tranche in het kader van de anticiperende financiële bijstand, aangezien alleen om uitbetaling zou worden verzocht in geval van een onvoorziene verslechtering van de economische en/of financiële situatie als gevolg van omstandigheden waarop de Roemeense autoriteiten geen vat hebben en die zouden leiden tot het ontstaan van een acuut financieringstekort. Indien een beroep wordt gedaan op de financiële bijstand, dan zou die worden versterkt in de vorm van een lening met een maximale looptijd van zeven jaar.

245.

7.4 MACROFINANCIËLE BIJSTAND, EURATOM EN EGKS in liquidatie


Macrofinanciële bijstand is een financieel beleidsinstrument voor niet-gebonden en niet-specifieke betalingsbalans- en/of begrotingssteun aan derde partnerlanden die geografisch gezien dicht bij het grondgebied van de EU gelegen zijn. Macrofinanciële bijstand wordt verstrekt in de vorm van middellange- of langetermijnleningen of subsidies, of een combinatie daarvan, en dient in het algemeen ter aanvulling van de financiering in het kader van een door het IMF gesteund aanpassings- en hervormingsprogramma. Op 31 december 2011 had de Commissie nog eens 239 miljoen EUR aan leningsovereenkomsten aangegaan, die echter nog niet voor het einde van het jaar door de andere partij waren opgenomen. De Commissie heeft voor deze leningen nog geen garanties van derden ontvangen, maar zij zijn gewaarborgd door het Garantiefonds (zie toelichting 2.4).

Euratom is een juridische entiteit van de EU die wordt vertegenwoordigd door de Europese Commissie. Euratom verstrekt leningen aan de lidstaten voor de financiering van investeringsprojecten in de lidstaten voor de industriële productie van elektriciteit door middel van kernenergie en voor industriële splijtstofcyclusinstallaties. Euratom verstrekt ook leningen aan niet-lidstaten voor het verbeteren van de veiligheid en de doelmatigheid van kerncentrales en splijtstofcyclusinstallaties die in werking of in aanbouw zijn. Voor de dekking van deze leningen zijn garanties van derden ten belope van 447 miljoen EUR (in 2010: 466 miljoen EUR) ontvangen.

EGKS-leningen worden verstrekt door de EGKS in liquidatie uit opgenomen leningen overeenkomstig de artikelen 54 en 56 van het EGKS-Verdrag, alsmede drie niet-genoteerde obligaties van de EIB als vervanging van een in gebreke gebleven debiteur. Deze obligaties zullen tot het einde van de looptijd (2017 en 2019) worden aangehouden om de schuldendienst van de opgenomen leningen te dekken. De veranderingen in boekwaarde stemmen overeen met de veranderingen in de vervallen rente plus de jaarlijkse afschrijving van betaalde premies en transactiekosten die bij aanvang werden gemaakt, berekend op basis van de effectieverentemethode.

246.

7.5 INTERGOUVERNEMENTELE MECHANISMEN VOOR FINANCIËLE STABILITEIT


247.

7.5.1 Europese Faciliteit voor financiële stabiliteit (EFSF)


De Europese Faciliteit voor financiële stabiliteit („EFSF”) werd opgericht door de lidstaten van het eurogebied na de besluiten die op 9 mei 2010 door de Raad Ecofin werden vastgesteld. Haar mandaat is de vrijwaring van de financiële stabiliteit in Europa, door financiële bijstand te verlenen aan de lidstaten van het eurogebied. Overeenkomstig de huidige kaderovereenkomst zal de EFSF naar verwachting na 1 juli 2013 niet langer beschikbaar zijn voor nieuwe leningen. Op grond van een akkoord tussen de staatshoofden en regeringsleiders van het eurogebied van juli 2011, mag de EFSF de volgende instrumenten gebruiken, mits zij de nodige voorwaarden stelt:

- leningen verstrekken aan landen in financiële moeilijkheden;

- tussenkomen in de primaire en secundaire schuldenmarkten. Tussenkomst op de secundaire markt zal alleen mogelijk zijn op basis van een analyse van de ECB waarin het bestaan van buitengewone omstandigheden op de financiële markten en de risico’s voor de financiële stabiliteit worden erkend;

- handelen op basis van een anticiperend programma;

- herkapitaliseringen van financiële instellingen financieren via leningen aan regeringen;

- gedeeltelijke beschermingscertificaten verstrekken bij nieuwe uitgiften van kwetsbare staten.

Om haar opdracht te vervullen, geeft de EFSF obligaties of andere schuldinstrumenten uit op de kapitaal markten. Zij wordt gedekt door garantievastleggingen van de 17 lidstaten van het eurogebied voor een totaal van 780 miljard EUR en heeft een leningscapaciteit van 440 miljard EUR. Zij wordt niet gewaarborgd door de EU-begroting. De EFSF is een in Luxemburg geregistreerde commerciële onderneming, die het eigendom is van de lidstaten van het eurogebied buiten het kader van het EU-Verdrag. Als zodanig is zij geen EU-orgaan en is zij volledig apart van en niet geconsolideerd in de EU-rekeningen. Zij heeft bijgevolg geen gevolgen voor de EU-rekeningen, buiten de hieronder beschreven mogelijke sancties. De EFSF is onderworpen aan de wettelijke controles van externe auditors op grond van de Luxemburgse controlewetgeving.

De Commissie is verantwoordelijk voor het onderhandelen van de beleidsvoorwaarden die aan de financiële bijstand worden verbonden, en voor het toezien op de naleving van die voorwaarden. Voor elk land dat financiële bijstand uit de EFSF ontvangt, zal regelmatig worden beoordeeld of de beleidsvoorwaarden worden nageleefd, voordat een volgende tranche kan worden uitbetaald. Die voorwaarden kunnen gaan van een macro-economisch herstelprogramma (voor gewone leningen) tot voortdurende eerbiediging van vooraf vastgestelde subsidiabiliteitscriteria (voor anticiperende bijstand). In beginsel onderhandelt de Europese Commissie, in overleg met de ECB, met de betrokken lidstaten van het eurogebied over een memorandum van overeenstemming, waarin de voorwaarden van de financiële bijstand worden beschreven. In het memorandum van overeenstemming worden de ernst van de aan te pakken zwakke punten en het gekozen financiële-bijstandinstrument aangegeven.

De hierboven vermelde EFSM-leningen aan Ierland en Portugal werden verstrekt in samenhang met een leningfaciliteit van de EFSF, waarbij in totaal een nettobedrag van 17,7 miljard EUR aan Ierland en 26 miljard EUR aan Portugal ter beschikking werd gesteld (naast de bijstand van het Internationaal Monetair Fonds van respectievelijk 19,5 miljard BTR (ongeveer 22,5 miljard EUR op basis van de wisselkoers op het ogenblik van de overeenkomst) en 23,7 miljard BTR (ongeveer 26 miljard EUR) in het kader van een uitgebreide Fondsfaciliteit).

Verordening 1173/2011 van het Europees Parlement en de Raad maakt het mogelijk sancties op te leggen in de vorm van boeten voor lidstaten met de euro als munt. Deze boeten, namelijk 0,2% van het bbp van de lidstaat in het voorgaande jaar, kunnen worden toegepast in gevallen waarin een lidstaat geen passende maatregelen heeft genomen om een einde te maken aan zijn buitensporig begrotingstekort, of wanneer de statistieken zijn gemanipuleerd. Verordening 1174/2011 inzake macro-economische onevenwichtigheden voorziet daarnaast ook in een jaarlijkse boete van 0,1% van het bbp van een lidstaat van het eurogebied, wanneer een lidstaat niet de gevraagde corrigerende maatregelen heeft genomen of geen toereikend plan met corrigerende maatregelen heeft ingediend. Verordening 1177/2011 wijzigde Verordening 1467/97 over de bespoediging en verduidelijking van de tenuitvoerlegging van de procedure bij buitensporige tekorten. Ook deze gewijzigde verordening voorziet in de mogelijkheid om lidstaten van het eurogebied boeten op te leggen (gelijk aan 0,2% van het bbp plus een variabel bestanddeel). Volgens deze drie verordeningen worden alle geldboeten die door de Commissie worden geïnd, toegewezen aan de EFSF of de opvolger daarvan. Momenteel worden deze boeten in de EU-begroting opgenomen en vervolgens aan de EFSF overgedragen. Dit betekent dat deze gelden begrotingsontvangsten en begrotingsuitgaven vormen, zodat zij geen effect hebben op het globale begrotingsresultaat. Zij hebben dus evenmin effect op het economisch resultaat dat in de financiële staten van de EU is opgenomen.

248.

7.5.2 Europees stabilisatiemechanisme (ESM)


De Europese Raad is op 17 december 2010 overeengekomen dat de lidstaten van het eurogebied een permanent stabiliteitsmechanisme moeten instellen: het Europees stabilisatiemechanisme („ESM”), een intergouvernementele organisatie onder internationaal publiekrecht buiten het kader van het EU‑Verdrag. Het ESM-verdrag werd op 2 februari 2012 ondertekend door de 17 lidstaten van het eurogebied en momenteel zijn de ratificatieprocedures in de deelnemende lidstaten aan de gang. Pas daarna kan het operationeel worden. Het ESM zal uiteindelijk de taken overnemen die momenteel door de EFSF en het EFSM worden vervuld en, indien nodig, financiële bijstand aan lidstaten van het eurogebied verlenen. Er zal echter een periode zijn waarin de drie mechanismen elkaar overlappen, maar reeds onder het EFSM verleende leningen zullen volgens de EFSM-regels worden uitbetaald en terugbetaald. De daarmee verband houdende leningen zullen nog steeds door de EU-begroting worden gewaarborgd en zullen op de balans van de EU blijven. De oprichting van het ESM zal dus geen effect hebben op de bestaande vastleggingen onder het EFSM. Opgemerkt zij dat de EU-begroting de ESM-leningen niet zal waarborgen.

Het ESM zal gedekt worden door een stevige kapitaalstructuur, met een totaal ingeschreven kapitaal van 700 miljard EUR, waarvan 80 miljard EUR in de vorm van volgestort kapitaal dat door de lidstaten van het eurogebied wordt verstrekt. Met een dergelijk kapitaal moet zijn leningscapaciteit in beginsel 500 miljard EUR bereiken. De doeltreffendheid van de gecombineerde capaciteit met de EFSF werd recentelijk geëvalueerd. Op 30 maart kwam de eurogroep overeen om het cumulatieve leningsplafond van de EFSF en het ESM tot 700 miljard EUR te verhogen, en toe te staan dat beide mechanismen tegelijk bestaan tot 30 juni 2013. Het controleproces van het ESM werd ontwikkeld met de hoogste controle-instanties en er zal een externe onafhankelijke audit plaatsvinden, alsook een audit door een onafhankelijke raad van auditors.

Om bijstand uit het ESM te krijgen, zullen voorwaarden worden gesteld, die passen bij het gekozen bijstandsinstrument. Aan leningen aan begunstigde lidstaten zal de voorwaarde verbonden zijn dat overeenkomstig bestaande regelingen een streng economisch en budgettair aanpassingsprogramma ten uitvoer wordt gelegd. Aangezien dit mechanisme eigen rechtspersoonlijkheid zal hebben en rechtstreeks door de lidstaten van het eurogebied wordt gefinancierd, is het geen EU-orgaan en is er geen effect op de EU-rekeningen of de EU-begroting, buiten de hieronder beschreven mogelijke sancties. De Commissie is verantwoordelijk voor het onderhandelen van de beleidsvoorwaarden die aan de financiële bijstand worden verbonden, en voor het toezien op de naleving van die voorwaarden (net als bij de EFSF hierboven). Voor elk land dat financiële bijstand uit het ESM ontvangt, zal regelmatig worden beoordeeld of de voorwaarden worden nageleefd, voordat een volgende tranche kan worden uitbetaald.

Zoals hierboven gezegd, zullen de boeten die op grond van de Verordeningen 1173/2011, 1174/2011 en 1177/2011 worden geheven, in de EU-begroting worden opgenomen en aan het ESM worden overgedragen, zodra de EFSF niet langer operationeel is. Voorts voorziet het Verdrag inzake stabiliteit, coördinatie en bestuur, dat door 25 lidstaten (met uitzondering van het Verenigd Koninkrijk en Tsjechië) is ondertekend, in financiële sancties voor een „verdragsluitende partij”, indien die lidstaat niet de nodige maatregelen heeft genomen om een te hoog tekort te voorkomen. De opgelegde financiële sancties (die niet meer kunnen bedragen dan 0,1% van het bbp) zullen aan het ESM moeten worden betaald, indien deze aan lidstaten van de eurozone worden opgelegd (en hebben dus geen gevolgen voor het begrotingsresultaat van de EU, net als bij de EFSF hierboven), of aan de EU-begroting voor lidstaten die geen lid zijn van de eurozone (zie artikel 8, lid 2, van het Verdrag). In dat laatste geval zal de financiële sanctie een ontvangst zijn voor de EU-begroting en als zodanig in haar rekeningen worden opgenomen.

|| Terugbetalingsschema voor uitstaande EFSM- en betalingsbalansleningen op 17 juli miljard EUR|

Lening/land| Tranche| Totaal

Betalingsbalans||||||||||||||||

Hongarije| 2de| 2,||||||||||||||

|| 3de||| 1,||||||||||||

Letland| 1ste| 1,||||||||||||||

|| 2de|| 1,|||||||||||||

|| 3de|||||| 0,|||||||||

|| 4de||||||||| 0,||||||

Roemenië| 1ste|| 1,|||||||||||||

|| 2de|||||| 1,|||||||||

|| 3de|||| 1,|||||||||||

|| 4de||||| 1,||||||||||

|| 5de||||| 0,||||||||||

Totaal betalingsbalans|| 3,| 2,| 1,| 1,| 1,| 1,| 0,| 0,| 0,| 0,| 0,| 0,| 0,| 0,| 11,4

EFSM||||||||||||||||

Ierland| 1ste (T1)|| 5,|||||||||||||

|| 1ste (T2)||||| 3,||||||||||

|| 2de||||||| 3,||||||||

|| 3de (T1)|||||||||| 2,|||||

|| 3de (T2)||||| 0,||||||||||

|| 4de|||||||||||||| 1,|

|| 5de|||||||||||| 3,|||

|| 6de||||||||||| 2,||||

Portugal| 1ste (T1)||||||| 1,||||||||

|| 1ste (T2)||| 4,||||||||||||

|| 2de (T1)||||||| 5,||||||||

|| 2de (T2)|||||||||| 2,|||||

|| 2de (T3)||||| 0,||||||||||

|| 3de|||||||||||||| 1,|

|| 4de (T1)||||||||||||| 1,||

|| 4de (T2)|||||||| 2,|||||||

Totaal EFSM|| 0,| 5,| 4,| 0,| 4,| 0,| 9,| 2,| 0,| 4,| 2,| 3,| 1,| 3,| 40,8

Totaal-generaal|| 3,| 7,| 6,| 1,| 5,| 1,| 9,| 2,| 0,| 4,| 2,| 3,| 1,| 3,| 52,2

* Uitbetaald in 2012 dus niet opgenomen in de EU-balans op 31 december 2011.

249.

8. BEHEER VAN FINANCIËLE RISICO'S


De hieronder verschafte informatie met betrekking tot het beheer van de financiële risico's van de Europese Unie (EU) heeft betrekking op:

– leningsactiviteiten van de Europese Commissie via: Europees mechanisme voor financiële stabiliteit (EFSM), betalingsbalans (BB), macrofinanciële bijstand (MFB), Euratom en Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (in liquidatie);

– de kasverrichtingen die door de Europese Commissie zijn verricht om de EU-begroting uit te voeren, met inbegrip van het ontvangen van geldboeten; en

– het Garantiefonds voor externe acties.

250.

8.1 Types risico


Marktrisico is het risico dat de reële waarde of toekomstige kasstromen van een financieel instrument zullen schommelen als gevolg van veranderingen in de marktprijzen. Marktrisico bestaat niet alleen uit potentieel verlies, maar ook uit potentiële baten. Het omvat het valutarisico, het renterisico en overige prijsrisico's (de EU heeft geen materiële overige prijsrisico's).

1. Valutarisico is het risico dat de verrichtingen van de EU of de waarde van haar investeringen beïnvloed zullen worden door veranderingen in de wisselkoers. Dit risico vloeit voort uit de verandering van de koers van de ene valuta tegenover een andere.

2. Renterisico is de mogelijkheid dat de waarde van een effect, en dan vooral een obligatie, vermindert, door een stijging van de rentevoet. Over het algemeen leiden hogere rentevoeten tot lagere prijzen van obligaties met vaste rentevoet en omgekeerd.

Kredietrisico is het risico van verlies doordat een schuldenaar/leningnemer een lening of een andere kredietlijn (hoofdsom of rente (coupon) of beide) niet betaalt of op een andere manier zijn contractuele verplichtingen niet nakomt. Het kan gaan om laattijdige terugbetalingen, herstructurering van de terugbetalingen van de leningnemer en faillissement.

Liquiditeitsrisico is het risico dat voortvloeit uit de moeilijkheid om een actief te verkopen, bv. het risico dat een bepaald effect of actief niet snel genoeg kan worden verhandeld op de markt om een verlies te voorkomen of een verplichting na te komen.

251.

8.2 Risicobeheerbeleid


Opgenomen en verstrekte leningen

De leningtransacties alsmede het daarmee samenhangende beheer van de kasmiddelen worden door de EU verricht overeenkomstig de respectieve besluiten van de Raad, indien van toepassing, en interne richtsnoeren. Er zijn schriftelijke procedurehandleidingen opgesteld die betrekking hebben op specifieke terreinen, zoals opgenomen leningen, verstrekte leningen en het beheer van kasmiddelen, die door de betrokken operationele eenheden worden gebruikt. In de regel worden geen afdekkingsactiviteiten („hedging”) verricht om rente- of valutaschommelingen te compenseren, aangezien verstrekte leningen doorgaans door middel van opgenomen „back-to-back”-leningen worden gefinancierd en er dus geen open rente- of valutaposities ontstaan. De toepassing van het „back-to-back”-beginsel wordt op gezette tijden gecontroleerd.

De Europese Commissie beheert de liquidatie van de verplichtingen van de EGKS en er zijn geen nieuwe leningen of overeenstemmende middelen voor de EGKS in liquidatie gepland. Opname van nieuwe leningen door de EGKS blijft dus beperkt tot herfinancieringen met als oogmerk de financieringskosten te verminderen. Ten aanzien van de kasverrichtingen worden de beginselen van behoedzaamheid toegepast teneinde de financiële risico's te beperken.

252.

Kasverrichtingen


De voorschriften en beginselen voor het beheer van de kasverrichtingen van de Commissie zijn vastgelegd in Verordening nr. 1150/2000 van de Raad (gewijzigd bij Verordeningen nrs. 2028/2004 en 105/2009 van de Raad) en in het Financieel Reglement (Verordening nr. 1605/2002 van de Raad, gewijzigd bij Verordeningen nrs. 1995/2006, 1525/2007 en 1081/2010 van de Raad) en de uitvoeringsvoorschriften daarvan (Verordening nr. 2342/2002 van de Commissie, gewijzigd bij Verordeningen nrs. 1261/2005, 1248/2006 en 478/2007 van de Commissie).

Als gevolg van de bovenvermelde regelgeving zijn de volgende hoofdprincipes van toepassing:

– de eigen middelen worden door de lidstaten betaald op rekeningen die daartoe op naam van de Commissie zijn geopend bij de schatkist van elke lidstaat of bij het orgaan dat de lidstaat aangewezen heeft. De Commissie mag slechts geld van de bovenvermelde rekeningen afhalen om aan haar behoeften aan kasmiddelen te voldoen;

– de eigen middelen worden door de lidstaten betaald in hun eigen nationale munt, terwijl de betalingen door de Commissie meestal in euro luiden;

– bankrekeningen die zijn geopend in naam van de Commissie mogen niet overschreden worden; Deze beperking geldt niet voor de eigenmiddelenrekening van de Commissie in geval van wanbetaling met betrekking tot leningen die overeenkomstig de verordeningen en besluiten van de Raad van de EU zijn gesloten of gewaarborgd.

– het saldo van rekeningen die luiden in andere munten dan de euro, wordt ofwel gebruikt voor betalingen in dezelfde munt, ofwel periodiek omgezet in euro.

Naast de eigenmiddelenrekeningen heeft de Commissie nog andere bankrekeningen geopend bij centrale banken en commerciële banken om andere betalingen te verrichten en te ontvangen dan de bijdragen van de lidstaten aan de begroting.

De kasverrichtingen en de betalingen zijn sterk geautomatiseerd en maken gebruik van moderne informaticasystemen. Er worden specifieke procedures toegepast om de veiligheid van het systeem te waarborgen en om te garanderen dat de taken gescheiden worden conform het Financieel Reglement, de internecontrolenormen van de Commissie en de controleprincipes.

Een op schrift gestelde reeks richtsnoeren en procedures regelt het beheer van de kasverrichtingen en betalingen van de Commissie met als doel het operationele en financiële risico te beperken en een gepast controleniveau te waarborgen. Zij betreffen de verschillende werkingsgebieden (bv. uitvoering van betalingen en beheer van de liquide middelen, prognoses van de kasmiddelen, bedrijfscontinuïteit enz.) en de naleving van de richtsnoeren en procedures wordt periodiek gecontroleerd. Daarnaast vinden tussen DG BUDG en DG ECFIN bijeenkomsten plaats om informatie uit te wisselen over risicobeheer en beste praktijken.

253.

Voorlopig geïnde geldboeten: portefeuille (BUFI)


Met ingang van 2010 worden voorlopig geïnde geldboeten gestort in een speciaal daartoe opgericht fonds, BUFI genoemd, dat door DG ECFIN wordt beheerd. Vόόr 2010 ontvangen boetebedragen blijven op specifieke bankrekeningen staan. De Commissie beheert het fonds voor voorlopig geïnde boeten in overeenstemming met interne richtsnoeren en de richtsnoeren voor het beheer van activa die zijn opgenomen in het service level agreement (SLA) dat DG BUDG en DG ECFIN in december 2009 met elkaar hebben gesloten. Er zijn procedurehandleidingen opgesteld die betrekking hebben op specifieke terreinen, zoals het beheer van kasmiddelen, die door de betrokken operationele eenheden worden gebruikt. Financiële en operationele risico's worden vastgesteld en beoordeeld en de naleving van de interne richtsnoeren en procedures wordt periodiek gecontroleerd.

Het vermogensbeheer is erop gericht de aan de Commissie betaalde boeten op zodanige wijze te beleggen dat:

(a) gemakkelijk over het geld kan worden beschikt wanneer dat nodig is; en

(b) het in normale omstandigheden een rendement oplevert dat gemiddeld gelijk is aan het rendement van de BUFI-referentiebelegging minus gemaakte kosten.

Investeringen blijven in beginsel beperkt tot de volgende categorieën: termijndeposito's bij de centrale banken van de eurozone, de agentschappen voor de schuld van de landen van de eurozone, banken die volledig in handen van de overheid zijn of onder staatswaarborg werken, of supranationale instellingen.

254.

Garantiefonds


De regels en beginselen voor het beheer van de activa van het Garantiefonds (zie toelichting 2.4) zijn vastgelegd in de overeenkomst tussen de Europese Commissie en de Europese Investeringsbank (EIB) van 25 november 1994 en de latere wijzigingen daarvan van 17/23 september 1996, 8 mei 2002, 25 februari 2008 en 9 november 2010. Het Garantiefonds werkt alleen in euro. Het investeert uitsluitend in deze valuta teneinde wisselkoersrisico’s te vermijden. Het beheer van de activa is gebaseerd op de traditionele regels inzake behoedzaamheid die worden gehanteerd voor financiële activiteiten. Er wordt bijzondere aandacht besteed aan de vermindering van de risico’s en er wordt voor gezorgd dat de beheerde activa een voldoende mate van liquiditeit en overdraagbaarheid hebben, gelet op de gedekte verplichtingen.

255.

8.3 Valutarisico


Opgenomen en verstrekte leningen

De meeste financiële activa en verplichtingen zijn in euro uitgedrukt, dus in die gevallen staat de EU niet bloot aan een valutarisico. Via het financiële instrument Euratom verstrekt de EU echter leningen die in Amerikaanse dollar (USD) zijn uitgedrukt en die gefinancierd zijn met leningen van hetzelfde bedrag in USD („back-to-back”-verrichtingen). Op de balansdatum staat de EU niet bloot aan een valutarisico in verband met Euratom. De EGKS in liquidatie loopt een klein nettovalutarisico dat gelijk is 1,3 miljoen EUR en dat voortvloeit uit woningleningen (het equivalent van 1,26 miljoen EUR) en banksaldi (het equivalent van 0,04 miljoen EUR).

256.

Kasverrichtingen


De eigen middelen die door de lidstaten in andere valuta's dan de euro worden betaald, worden overeenkomstig het eigenmiddelenbesluit aangehouden op de eigenmiddelenrekeningen. Zij worden in euro omgezet wanneer dat nodig is om betalingen uit te voeren. De procedures die voor het beheer van deze middelen moeten worden gevolgd, zijn in het eigenmiddelenbesluit vastgesteld. Af en toe worden zij onmiddellijk gebruikt voor betalingen die in dezelfde valuta worden uitgevoerd.

De Commissie houdt een aantal rekeningen in andere Europese munten dan de euro, en in Amerikaanse dollar en Zwitserse frank aan bij commerciële banken om betalingen in deze valuta's te verrichten. Deze rekeningen worden aangevuld naargelang van het bedrag van de te verrichten betalingen, zodat er geen blootstelling van het saldo aan valutarisico's aanwezig is.

Wanneer diverse bedragen (behalve eigen middelen) in andere munten dan de euro worden ontvangen, worden zij ofwel overgeschreven naar andere rekeningen van de Commissie in dezelfde valuta wanneer dat nodig is om de uitvoering van betalingen te dekken, ofwel omgezet in euro en overgeschreven naar andere rekeningen in euro. Gelden ter goede rekening in andere munten dan de euro worden aangevuld naar gelang van de verwachte behoefte aan plaatselijke betalingen op korte termijn in dezelfde munten. De saldi op deze rekeningen worden onder hun respectieve bovengrenzen gehouden.

257.

Voorlopig geïnde geldboeten: portefeuille (BUFI)


Aangezien alle opgelegde boeten in euro worden betaald, is er geen valutarisico.

258.

Garantiefonds


De financiële activa zijn in euro uitgedrukt en derhalve is er geen valutarisico.

259.

8.4 Renterisico


Leningsactiviteiten

Opgenomen en verstrekte leningen met variabele rentevoeten

Gezien de aard van de verstrekte en opgenomen leningen heeft de EU aanzienlijke rentedragende activa en passiva. De MFB- en Euratomleningen tegen variabele rentevoeten stellen de EU bloot aan renterisico. De renterisico's die voortvloeien uit opgenomen leningen worden echter gecompenseerd door verstrekte leningen waarvan de termijnen en voorwaarden vergelijkbaar zijn („back-to-back”-verrichtingen). Op de balansdatum beloopt het bedrag aan verstrekte leningen van de EU met variabele rente (uitgedrukt in nominale bedragen) 0,8 miljard EUR (in 2010: 0,86 miljard EUR). Aanpassingen vinden om de zes maanden plaats.

260.

Opgenomen en verstrekte leningen met vaste rentevoeten


De EU heeft ook MFB- en Euratomleningen met vaste rentevoeten voor in totaal 236 miljoen EUR in 2011 (in 2010: 110 miljoen EUR), die een looptijd hebben tussen één en vijf jaar (25 miljoen EUR) en meer dan vijf jaar (211 miljoen EUR). Belangrijker is dat de EU onder het financiële instrument betalingsbalans elf leningen met vaste rentevoeten heeft voor in totaal 11,4 miljard EUR in 2011 (in 2010: 12,05 miljard EUR), die een looptijd hebben tussen één en vijf jaar (7,2 miljard EUR) en meer dan vijf jaar (4,2 miljard EUR). In het kader van het financiële instrument EFSM heeft de EU tien leningen met vaste rentevoeten voor in totaal 28 miljard EUR in 2011, die een looptijd hebben tussen één en vijf jaar (9,75 miljard EUR) en meer dan vijf jaar (18,25 miljard EUR).

Vanwege de aard van haar activiteiten staat de EGKS in liquidatie bloot aan een renterisico. Het renterisico dat voortvloeit uit opgenomen leningen, wordt meestal geneutraliseerd door verstrekte leningen tegen soortgelijke voorwaarden. In termen van vermogensbeheer bevat de EGKS‑portefeuille geen obligaties met een variabele rente. Op de balansdatum bestond 15% van de obligatieportefeuille uit nulcouponobligaties.

261.

Kasverrichtingen


Voor de kasverrichtingen van de Commissie worden geen leningen opgenomen. Bijgevolg is zij niet blootgesteld aan een renterisico. Zij ontvangt echter rente op de saldi op haar verschillende bankrekeningen. De Commissie heeft daarom maatregelen getroffen om ervoor te zorgen dat de verkregen rente overeenstemt met de marktrente en de mogelijke schommelingen daarvan.

Rekeningen geopend bij schatkisten of nationale centrale banken van lidstaten leveren geen rente op en zijn vrij van kosten. Voor alle andere rekeningen bij nationale centrale banken hangt de vergoeding af van de specifieke voorwaarden van elke bank. De rentevoeten zijn variabel en volgen de schommelingen op de markt.

Overnightsaldi op rekeningen die bij commerciële banken worden aangehouden, leveren dagelijks rente op. Die is gebaseerd op de variabele marktrente waarop een contractuele marge (positief of negatief) wordt toegepast. Voor de meeste rekeningen is de rentevoet gekoppeld aan de EONIA (Euro over night index average) en wordt hij aangepast aan eventuele schommelingen daarvan. Voor sommige andere rekeningen is de rentevoet gekoppeld aan de marginale rentevoet van de ECB voor haar belangrijkste herfinancieringstransacties. De Commissie loopt dus geen risico dat zij een rente ontvangt die lager ligt dan de geldende markttarieven.

262.

Voorlopig geïnde geldboeten: portefeuille (BUFI)


De BUFI-portefeuille bevat geen obligaties met een variabele rente. Op de balansdatum bestond 34% van de obligatieportefeuille uit nulcouponobligaties.

263.

Garantiefonds


Schuldeffecten in het Garantiefonds die met variabele rentevoeten zijn uitgegeven, ondergaan de volatiliteitseffecten van die rentevoeten, terwijl schuldeffecten met vaste rentevoeten een risico lopen in verband met hun reële waarde. Op de balansdatum maken obligaties met vaste rentevoet ongeveer 83% uit van de investeringsportefeuille (in 2010 93%).

264.

8.5 Kredietrisico


Leningsactiviteiten

De blootstelling aan kredietrisico wordt in de eerste plaats beheerd door garanties van landen te krijgen in het geval van Euratom, dan via het Garantiefonds (MFB en Euratom), dan via de mogelijkheid de nodige middelen te onttrekken uit de eigenmiddelenrekeningen van de Commissie bij de lidstaten en uiteindelijk via de begroting van de EU. In de eigenmiddelenwetgeving is het plafond voor betalingen van eigen middelen vastgesteld op 1,23% van het bni van de lidstaten en in 2011 werd 0,93% daadwerkelijk gebruikt om betalingskredieten te dekken. Dit betekent dat er op 31 december 2011 een beschikbare marge van 0,3% bestond om deze garantie te dekken. Het Garantiefonds voor externe leningen werd in 1994 ingesteld ter dekking van risico’s van wanbetaling in verband met opgenomen leningen waaruit leningen aan landen buiten de Europese Unie worden gefinancierd. In elk geval wordt de blootstelling aan kredietrisico gemilderd doordat een beroep kan worden gedaan op de eigenmiddelenrekeningen van de Commissie bij de lidstaten naast de activa op die rekeningen wanneer een schuldenaar een verschuldigd bedrag niet volledig kan terugbetalen. Hiervoor mag de EU een beroep doen op alle lidstaten om ervoor te zorgen dat de juridische verbintenis van de EU ten opzichte van haar leners kan worden nageleefd.

Wat de kasmiddelen betreft, moeten de richtsnoeren inzake de keuze van de tegenpartijen worden toegepast. De operationele eenheid zal bijgevolg alleen overeenkomsten kunnen sluiten met in aanmerking komende banken, die als tegenpartij over voldoende limieten beschikken.

De blootstelling van de EGKS aan kredietrisico wordt beheerd door geregeld te onderzoeken of de ontleners in staat zijn te voldoen aan rente- en kapitaalterugbetalingsverplichtingen. Het kredietrisico wordt ook beheerd door het verkrijgen van zakelijke en persoonlijke, alsmede landen- en bedrijfsgaranties. 61% van het totale bedrag aan uitstaande leningen is gedekt door garanties van een lidstaat of een gelijkwaardige instantie (bv. overheidsinstellingen). 30% van de uitstaande leningen is verstrekt aan banken of gegarandeerd door banken. Wat de kasmiddelen betreft, moeten de richtsnoeren inzake de keuze van de tegenpartijen worden toegepast. De operationele eenheid mag alleen overeenkomsten sluiten met in aanmerking komende banken, die als tegenpartij over voldoende limieten beschikken.

265.

Kasverrichtingen


De meeste kasmiddelen van de Commissie worden conform Verordening nr. 1150/2000 van de Raad aangehouden op rekeningen die geopend zijn door de lidstaten voor de betaling van hun bijdragen (eigen middelen). Al deze rekeningen worden aangehouden bij de schatkist of de nationale centrale banken van de lidstaten. Deze instellingen houden voor de Commissie zo goed als geen krediet- of tegenpartijrisico in, aangezien het gaat om blootstelling op de lidstaten. Voor het deel van de kasmiddelen van de Commissie dat wordt aangehouden bij commerciële banken ter dekking van betalingen, worden de rekeningen precies op tijd aangevuld. Dit gebeurt automatisch door het kasmiddelenbeheersysteem van de afdeling thesaurie. Op elke rekening wordt het laagst mogelijk saldo aangehouden, in verhouding tot het gemiddelde bedrag van de betalingen die dagelijks vanuit die rekening worden verricht. Bijgevolg zijn de bedragen die overnight op deze rekeningen staan, voortdurend zeer laag (gemiddeld tussen 20 en 100 miljoen EUR, gespreid over meer dan 20 rekeningen). Hierdoor is de Commissie hier slechts in beperkte mate blootgesteld aan kredietrisico. Deze bedragen moeten worden gezien in het licht van het totaal van de kasmiddelensaldi, dat fluctueert tussen 1 miljard EUR en 35 miljard EUR, en in het licht van het totale bedrag van de betalingen die in 2011 zijn verricht, dat de 128 miljard EUR overschreed.

Bovendien worden specifieke richtsnoeren toegepast voor de selectie van de commerciële banken om het kredietrisico waaraan de Commissie is blootgesteld, nog verder te minimaliseren:

– Alle commerciële banken worden via openbare aanbestedingen geselecteerd. Om toegelaten te worden tot de aanbestedingsprocedures, dienen de banken minimaal over een rating op korte termijn te beschikken van Moody's P-1 of gelijkwaardig (S&P A-1 of Fitch F1). In bepaalde, naar behoren gerechtvaardigde, omstandigheden volstaat een lagere rating.

– De commerciële banken die specifiek geselecteerd zijn voor het aanhouden van voorlopig geïnde geldboeten, moeten in de regel minimaal over een rating op lange termijn beschikken van AA in één ratingagentschap. Als de rating van een bank in deze groep wordt verlaagd, worden er specifieke maatregelen getroffen. Daarnaast wordt het bedrag dat bij elke bank wordt aangehouden, beperkt tot een bepaald percentage van haar eigen vermogen. Bij de berekening van die limiet wordt ook rekening gehouden met de uitstaande garanties die diezelfde instelling aan de Commissie heeft verstrekt.

– Gelden ter goede rekening worden aangehouden bij lokale banken die geselecteerd worden met behulp van een vereenvoudigde aanbestedingsprocedure. De vereiste ratings zijn afhankelijk van de plaatselijke situatie en kunnen aanzienlijk verschillen van land tot land. Om de blootstelling aan kredietrisico te beperken worden de saldi op deze rekeningen zo laag mogelijk gehouden (waarbij rekening wordt gehouden met de operationele behoeften), worden deze rekeningen periodiek aangevuld en worden de toegepaste bovengrenzen jaarlijks herzien.

– De kredietrating van de commerciële banken waarbij de Commissie rekeningen heeft, wordt minstens maandelijks bekeken en indien nodig met een hogere frequentie. Naar aanleiding van de financiële crisis werden strengere toezichtsmaatregelen en dagelijkse controles van de ratings van commerciële banken ingevoerd, die gedurende 2011 van toepassing bleven.

Er zijn ook voor aanzienlijke bedragen garanties van financiële instellingen verstrekt aan de Commissie in verband met de geldboeten die zij oplegt aan bedrijven die de EU-mededingingsregels niet naleven (zie toelichting 2.11.1). De bedrijven die een geldboete moeten betalen, verstrekken deze garanties als een alternatief voor voorlopige betalingen. Begin 2012 is het beleid voor het beheer van het risico bij het aanvaarden van dergelijke garanties herzien en zijn er in het licht van de huidige financiële omgeving in de EU nieuwe eisen in verband met de kredietrating en beperkingen van het percentage per tegenpartij (volgens het eigen vermogen van elke tegenpartij) vastgesteld. Op die manier blijft de Commissie zich verzekeren van een hoge kredietkwaliteit. Op gezette tijden wordt nagegaan of de uitstaande garanties voldoen aan de geldende eisen van het beleid.

266.

Voorlopig geïnde geldboeten: portefeuille (BUFI)


Voor de beleggingen uit voorlopig geïnde boeten houdt de Commissie rekening met een kredietrisico, dat wil zeggen het risico dat een tegenpartij niet in staat zal zijn haar betalingsverplichtingen volledig na te komen. De blootstelling is het grootst op Frankrijk en Duitsland, die respectievelijk 62% en 25% van de totale portefeuille uitmaken.

267.

Garantiefonds


Overeenkomstig de tussen de EU en de EIB gesloten overeenkomst betreffende het beheer van het Garantiefonds dienen alle interbancaire beleggingen minimaal een rating P-1 van Moody's of gelijkwaardig te hebben. Op 31 december 2011 werden bij dergelijke tegenpartijen vastetermijndeposito’s (300 miljoen EUR) gedaan (in 2010: 124 miljoen EUR). Op 31 december 2011 heeft het fonds geen beleggingen in discontopapieren op korte termijn. Voor dezelfde periode in het vorige jaar had het Garantiefonds belegd in vier financiële instrumenten op korte termijn en waren al die beleggingen (69 miljoen EUR) gedaan bij tegenpartijen met een minimumrating P-1 van Moody's of gelijkwaardig. Alle effecten in de voor verkoop beschikbare portefeuille zijn in overeenstemming met de beheersrichtsnoeren.

268.

8.6 LIQUIDITEITSRISICO


Leningsactiviteiten

Het liquiditeitsrisico dat voortvloeit uit leningsactiviteiten wordt meestal geneutraliseerd door leningen tegen soortgelijke voorwaarden („back-to-back”-verrichtingen). Voor de macrofinanciële bijstand en Euratom dient het Garantiefonds als liquiditeitsreserve (of vangnet) in geval de leners niet of laattijdig betalen. Voor het betalingsbalansmechanisme voorziet Verordening nr. 431/2009 in een procedure die voldoende tijd laat om middelen uit de eigenmiddelenrekeningen van de Commissie bij de lidstaten te mobiliseren. Voor het EFSM voorziet Verordening 407/2010 van de Raad in een soortgelijke procedure.

In het kader van het beheer van de activa en passiva van de EGKS in liquidatie beheert de Commissie de liquiditeitsvereisten op basis van een prognose omtrent de uitbetalingen die werd opgesteld na overleg met de verantwoordelijke diensten van de Commissie.

269.

Kasverrichtingen


De begrotingsbeginselen van de EU garanderen dat de totale kasmiddelen voor het jaar volstaan om alle betalingen uit te voeren. De totale bijdragen van de lidstaten zijn in feite gelijk aan het bedrag van de betalingskredieten van het begrotingsjaar. De bijdragen van de lidstaten worden echter in de loop van het jaar ontvangen in twaalf maandelijkse tranches, terwijl de betalingen tot op zekere hoogte seizoensgebonden zijn. Om ervoor te zorgen dat in elke maand de kasmiddelen altijd toereikend zijn om de uit te voeren betalingen te dekken, worden procedures gevolgd om periodiek een prognose van de kasmiddelen te maken. Onder bepaalde voorwaarden kunnen eigen middelen of aanvullende financiering vroegtijdig bij de lidstaten worden afgeroepen. Daarnaast zorgen automatische instrumenten voor kasmiddelenbeheer ervoor dat er dagelijks op elke bankrekening van de Commissie voldoende liquiditeit is om de dagelijkse verrichtingen te kunnen doen.

270.

Garantiefonds


Het fonds wordt beheerd volgens het beginsel dat de activa voldoende liquide moeten zijn om voor de betrokken verbintenissen te kunnen worden gemobiliseerd. Het fonds moet minstens 100 miljoen EUR in portefeuille houden met een looptijd van minder dan 12 maanden, die in monetaire instrumenten moeten worden belegd. Op 31 december 2011 beliepen deze beleggingen 300 miljoen EUR. Voorts moet minstens 20% van de nominale waarde van het fonds bestaan uit monetaire instrumenten, obligaties met vaste rentevoet met een resterende looptijd van minder dan een jaar en obligaties met variabele rentevoet. Op 31 december 2011 bedroeg dit aandeel 45%.

271.

9. INFORMATIEVERSCHAFFING OVER VERBONDEN PARTIJEN


272.

9.1 VERBONDEN PARTIJEN


De verbonden partijen van de Commissie zijn de andere geconsolideerde EU-entiteiten en de leidinggevenden van deze entiteiten. Verrichtingen tussen deze entiteiten maken deel uit van de normale verrichtingen van de EU en derhalve gelden er overeenkomstig de boekhoudregels van de EU geen specifieke verplichtingen tot informatieverschaffing voor deze verrichtingen.

273.

9.2 RECHTEN VAN LEIDINGGEVENDEN


Voor de informatieverschaffing over verrichtingen met verbonden partijen met betrekking tot de leidinggevenden van de Europese Unie, werden deze in vijf categorieën onderverdeeld:

Categorie 1: de voorzitter van de Europese Raad, de voorzitter van de Commissie en de voorzitter van het Hof van Justitie.

Categorie 2: de vicevoorzitter van de Commissie en de hoge vertegenwoordiger van de Europese Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid en de andere vicevoorzitters van de Commissie.

Categorie 3: de secretaris-generaal van de Raad, de leden van de Commissie, de rechters en de advocaten- generaal van het Hof van Justitie, de voorzitter en de leden van het Gerecht van eerste aanleg, de voorzitter en de leden van het Gerecht voor ambtenarenzaken, de Ombudsman en de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming.

Categorie 4: de voorzitter en leden van de Rekenkamer.

Categorie 5: de topambtenaren van de instellingen en agentschappen.

Hieronder volgt een overzicht van hun geldelijke rechten. Verdere informatie kan worden gevonden in het Publicatieblad van de Europese Unie (L 187 van 8.8.1967, laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG, Euratom) nr. 202/2005 van de Raad van 18 januari 2005 (L 33 van 5.2.2005) en L 68 van 20.10.1977, laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG, Euratom) nr. 1293/2004 van 30 april 2004 (L 243 van 15.7.2004). Overige informatie is ook te vinden in het statuut dat bekendgemaakt is op de Europa-website. Het statuut is het officiële document waarin de rechten en plichten van alle ambtenaren van de EU zijn beschreven. Leidinggevenden hebben geen preferentiële leningen van de EU ontvangen.

GELDELIJKE RECHTEN VAN LEIDINGGEVENDEN| EUR

Rechten (per personeelslid)| Categorie Categorie Categorie Categorie Categorie 5

Basissalaris (per maand)| 25 351,| 22 963,55 –23 882,| 18 370,84 – 20 667,| 19 840,51 – 21 126,| 11 681,17 –18 370,84

Verblijfstoelage/Ontheemdings-toelage| 15%| 15%| 15%| 15%| 16%

Gezinstoelagen: Kostwinnerstoelage (% salaris) Kindertoelage Voorschoolse toelage Schooltoelage Schooltoelage buiten standplaats| 2%+170,52 372,61 91,02 252,81 505,| 2%+170,52 372,61 91,02 252,81 505,| 2%+170,52 372,61 91,02 252,81 505,| 2%+170,52 372,61 91,02 252,81 505,| 2%+170,52 372,61 91,02 252,81 505,39

Voorzitterstoelage| n.v.t.| n.v.t.| 500 – 810,| n.v.t.| n.v.t.

Representatietoelage| 1 418,| 0 – 911,| 500 – 607,| n.v.t.| n.v.t.

Jaarlijkse reiskosten| n.v.t.| n.v.t.| n.v.t.| n.v.t.| Ja

Overdrachten naar lidstaat: Schooltoelage* % salaris* % salaris zonder correctiecoëfficiënt| Ja 5% max. 25 %| Ja 5% max. 25 %| Ja 5% max. 25 %| Ja 5% max. 25 %| Ja 5% max. 25 %

Representatiekosten| terugbetaald| terugbetaald| terugbetaald| n.v.t.| n.v.t.

Ambtsaanvaarding: Inrichtingskosten Reiskosten familie Verhuiskosten| 50 703,52 terugbetaald terugbetaald| 45 927,10 –47 764,18 terugbetaald terugbetaald| 36 741,68 – 41 334,40 terugbetaald terugbetaald| 39 681,02 – 42 252,94 terugbetaald terugbetaald| terugbetaald terugbetaald terugbetaald

Ambtsneerlegging: Inrichtingskosten Reiskosten familie Verhuiskosten Overbrugging (% salaris)** Ziektekostenverzekering| 25 351,76 terugbetaald terugbetaald 40% - 65% gedekt| 22 963,55 –23 882,09 terugbetaald terugbetaald 40% - 65% gedekt| 18 370,84 – 20 667,20 terugbetaald terugbetaald 40% - 65% gedekt| 19 840,51 – 21 126,47 terugbetaald terugbetaald 40% - 65% gedekt| terugbetaald terugbetaald terugbetaald n.v.t. facultatief

Pensioen (% salaris, vóór belastingen)| max. 70 %| max. 70 %| max. 70 %| max. 70 %| max. 70 %

Inhoudingen: Gemeenschapsbelasting Ziektekostenverzekering (% salaris) Speciale heffing op salaris Pensioenbijdrage| 8% - 45% 1,8% 5,5% n.v.t.| 8% - 45% 1,8% 5,5% n.v.t.| 8% - 45% 1,8% 5,5% n.v.t.| 8% - 45% 1,8% 5,5% n.v.t.| 8% - 45% 1,8% 5,5% 11,6%

Aantal personen aan het einde van het jaar| 97

* Met toepassing van de correctiecoëfficiënt.

** Betaald gedurende de eerste drie jaar na vertrek.

274.

10. GEBEURTENISSEN NA DE BALANSDATUM


Op de datum van ondertekening van de rekeningen zijn er buiten de hieronder verschafte informatie geen relevante punten onder de aandacht gekomen van de rekenplichtige van de Commissie die een afzonderlijke vermelding in deze rubriek zouden vereisen. Evenmin zijn dergelijke punten bij hem aangemeld. Bij het opstellen van de jaarrekeningen en de bijbehorende toelichtingen werd gebruikgemaakt van de meest recente beschikbare gegevens en dit komt tot uiting in de hierboven opgenomen informatie.

275.

Aanvullende verzoeken om financiële bijstand binnen de eurozone


Op 25 juni 2012 ontving de eurogroep het formele verzoek van de Spaanse regering om financiële bijstand. Op 9 juli werd een politiek akkoord bereikt over een programma om Spanje te helpen zijn financiële instellingen te herkapitaliseren en te herstructureren. Zodra het memorandum van overeenstemming is aangenomen, kan de eerste uitbetaling plaatsvinden. De financiële bijstand voor herkapitalisering zal worden verstrekt via de Europese Faciliteit voor financiële stabiliteit (EFSF), totdat het Europees stabilisatiemechanisme (ESM) beschikbaar zal zijn en deze taak zal overnemen.

De eurogroep ontving op 27 juni ook het verzoek van de Cypriotische autoriteiten om financiële bijstand van de lidstaten van de eurozone, en dit vanwege de problemen waarmee Cyprus te kampen heeft, voornamelijk onrust in de banksector en de aanwezigheid van macro‑economische onevenwichtigheden. Op basis van een beoordeling van de financiële behoeften zal er in het kader van een uitgebreid herstelprogramma financiële bijstand van de eurozone worden verleend. Het pakket financiële bijstand zal worden verstrekt door de EFSF of het ESM met behulp van hun financieringsinstrumenten.

Voor nadere informatie over het EFSF en het ESM, alsook over de programma’s voor financiële bijstand van de EU, zie toelichting 7.

276.

11. CONSOLIDATIEBEREIK


277.

11.1 GECONSOLIDEERDE ENTITEITEN


A. ENTITEITEN WAAROVER ZEGGENSCHAP WORDT UITGEOEFEND

278.

1. Instellingen en raadgevende organen|


Comité van de Regio's| Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming.

Raad van de Europese Unie| Europees Economisch en Sociaal Comité

Hof van Justitie van de Europese Unie| Europese Ombudsman

Europese Commissie| Europees Parlement

Europese Rekenkamer| Europese Raad

Europese Dienst voor extern optreden*|

||

279.

2. EU-agentschappen|


Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk| Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten

Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart| Europees Agentschap voor netwerk- en informatiebeveiliging

Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding| Europese Stichting voor opleiding

Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding| Europees Agentschap voor het beheer van de operationele samenwerking aan de buitengrenzen van de lidstaten van de Europese Unie

Europees Milieuagentschap| Vertaalbureau voor de organen van de Europese Unie

Europese Autoriteit voor voedselveiligheid.| Toezichtautoriteit voor het Europees GNSS

Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden| Harmonisatiebureau voor de interne markt (merken, tekeningen en modellen)

Europees Agentschap voor maritieme veiligheid| Europees Spoorwegbureau

Europees Geneesmiddelenbureau| Communautair Bureau voor plantenrassen

Europees Chemicaliënagentschap| Europees Bureau voor visserijcontrole

Fusion for Energy (Europese Gemeenschappelijke Onderneming voor ITER en de ontwikkeling van fusie-energie)| Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving

Eurojust| Europese Politieacademie (EPA)

Europees Genderinstituut| Europese Politiedienst (Europol)

||

Uitvoerend Agentschap voor concurrentievermogen en innovatie| Uitvoerend Agentschap voor gezondheid en consumenten

Uitvoerend Agentschap onderwijs, audiovisuele media en cultuur| Uitvoerend Agentschap voor het trans-Europees vervoersnetwerk

Uitvoerend Agentschap Europese Onderzoeksraad| Uitvoerend Agentschap Onderzoek

Agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators*| Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen*

Europese Bankautoriteit*| Europese Autoriteit voor effecten en markten*

Bureau van het Orgaan van Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie*| Europees Instituut voor innovatie en technologie*

||

280.

3. Overige entiteiten waarover zeggenschap wordt uitgeoefend|


Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (in liquidatie)|

||

281.

B. GEMEENSCHAPPELIJKE ONDERNEMINGEN


Internationale ITER-Organisatie voor fusie-energie (ITER)| Gemeenschappelijke onderneming Galileo in liquidatie

Gemeenschappelijke onderneming SESAR| Gemeenschappelijke onderneming IMI

282.

Gemeenschappelijke onderneming FCH|


||

283.

C. GEASSOCIEERDE DEELNEMINGEN


Europees Investeringsfonds| Gemeenschappelijke onderneming ARTEMIS

Gemeenschappelijke onderneming Clean Sky| Gemeenschappelijke onderneming ENIAC

||

* Voor het eerst geconsolideerd in 2011

284.

11.2 NIET-GECONSOLIDEERDE ENTITEITEN


Hoewel de EU de activa beheert van de hieronder vermelde entiteiten, voldoen deze niet aan de consolidatievereisten en zijn zij derhalve niet in de rekening van de Europese Unie opgenomen.

285.

11.2.1 Europees Ontwikkelingsfonds (EOF)


Het Europees Ontwikkelingsfonds (EOF) is het belangrijkste instrument door middel waarvan de Europese Unie ontwikkelingshulp verleent aan de staten in Afrika, het Caribische gebied en de Stille Oceaan (ACS) en aan de landen en gebieden overzee (LGO). Het Verdrag van Rome van 1957 voorzag al in de oprichting van dit fonds om technische en financiële bijstand te verlenen, oorspronkelijk aan de Afrikaanse landen die toen nog niet onafhankelijk waren en waarmee sommige landen historische banden hadden.

Het EOF wordt niet gefinancierd uit de EU-begroting doch met rechtstreekse bijdragen van de lidstaten, die in het kader van onderhandelingen worden vastgelegd. De Commissie en de EIB beheren de middelen van het EOF. Elk EOF wordt gewoonlijk voor een periode van ongeveer vijf jaar gesloten. Sinds de sluiting van de eerste partnerschapsovereenkomst in 1964 volgen de EOF-programmeringscycli in het algemeen die van de partnerschapsovereenkomsten.

Het beheer van het EOF komt tot stand op grond van het eigen Financieel Reglement van het EOF (PB L 78 van 19.3.2008), dat voorziet in de presentatie van eigen financiële staten, los van deze van de EU. De jaarrekening en het middelenbeheer van het EOF vallen onder de externe controle van de Rekenkamer en het Parlement. Ter informatie zijn de balans en de economische resultatenrekening van het 8e, 9e en 10e EOF hieronder opgenomen:

BALANS – 8e, 9e en 10e EOF

|||| miljoen EUR

|| 31.12.| 31.12.2010

|| NIET-VLOTTENDE ACTIVA| 353

||||

|| VLOTTENDE ACTIVA| 2 2 151

||||

|| TOTAAL VLOTTENDE ACTIVA| 2 2 504

||||

|| VLOTTENDE PASSIVA| (1 033)| (1 046)

||||

|| TOTAAL PASSIVA| (1 033)| (1 046)

||||

|| NETTOACTIVA| 1 1 458

||||

|| MIDDELEN EN RESERVES||

|| Afgeroepen middelen van het fonds| 26 23 879

|| Overige reserves| 2 2 252

|| Van vorige jaren overgedragen economisch resultaat| (24 674)| (21 908)

|| Economisch resultaat van het jaar| (2 700)| (2 765)

|| NETTOACTIVA| 1 1 458

ECONOMISCHE RESULTATENREKENING – 8e, 9e en 10e EOF

|||| miljoen EUR

|| 2010

|| BELEIDSONTVANGSTEN| 140

||||

|| BELEIDSUITGAVEN| (2 778)| (3 000)

||||

|| TEKORT VAN BELEIDSACTIVITEITEN| (2 679)| (2 860)

||||

|| FINANCIËLE ACTIVITEITEN| | 95

|| ECONOMISCH RESULTAAT VAN HET BEGROTINGSJAAR| (2 700)| (2 765)

286.

11.2.2 Gemeenschappelijk stelsel van ziektekostenverzekering


In het kader van het ziektekostenstelsel wordt de ziektekostenverzekering geregeld van de personeelsleden van de verschillende organen van de Europese Unie. De middelen van het ziektekostenstelsel zijn eigendom van het stelsel en worden niet door de Europese Unie gecontroleerd, hoewel de financiële activa van het stelsel door de Commissie worden beheerd. Het stelsel wordt gefinancierd met bijdragen van zijn leden (personeelsleden) en van de werkgevers (de instellingen/agentschappen/organen). Alle overschotten blijven binnen het stelsel.

Het stelsel heeft vier verschillende entiteiten. Het belangrijkste stelsel heeft betrekking op de personeelsleden van de instellingen en agentschappen van de Europese Unie en drie kleinere stelsels hebben betrekking op de personeelsleden van Europese Universiteit van Firenze, de Europese scholen en de personeelsleden die buiten de EU werkzaam zijn zoals personeelsleden in de delegaties van de EU. De totale activa van het stelsel bedroegen op 31 december 2011 294 miljoen EUR (in 2010: 286 miljoen EUR).

287.

11.2.3 GARANTIEFONDS VOOR DEELNEMERS


Bepaalde voorfinancieringen die in het kader van het zevende kaderprogramma voor onderzoek en technologische ontwikkeling (KP7) worden betaald, zijn daadwerkelijk gedekt door een garantiefonds voor de deelnemers.

Dit is een instrument voor onderlinge verzekering, dat is opgezet om de financiële risico's van de Unie en de deelnemers te dekken tijdens de uitvoering van indirecte maatregelen van KP7, aangezien het kapitaal en de rente ervan een uitvoeringsgarantie vormen. Alle deelnemers aan indirecte maatregelen die de vorm van een subsidie aannemen, dragen 5% van de totale bijdrage van de EU bij aan het kapitaal van het Garantiefonds voor deelnemers voor de duur van de maatregel. Aan het einde van een indirecte maatregel dienen de deelnemers hun bijdrage in het kapitaal volledig terug te krijgen, behalve wanneer het Garantiefonds voor de deelnemers verlies lijdt doordat begunstigden in gebreke blijven. In dat geval dienen de deelnemers minstens 80% van hun bijdrage terug te krijgen. Het Garantiefonds voor deelnemers staat garant voor de financiële belangen van zowel de EU als de deelnemers.

Op 31 december 2011 beliepen de activa van het Garantiefonds in totaal 1 171 miljoen EUR (in 2010: 879 miljoen EUR). De middelen van het Garantiefonds zijn eigendom van het fonds en worden niet door de Europese Unie gecontroleerd, hoewel de financiële activa van het stelsel door de Commissie worden beheerd.

288.

EUROPESE UNIE


GECONSOLIDEERDE

VERSLAGEN OVER DE UITVOERING VAN DE BEGROTING EN TOELICHTINGEN

BEGROTINGSJAAR 2011

INHOUDSOPGAVE

Blz.

289.

Deel II: Geconsolideerde verslagen over de uitvoering van de begroting en toelichtingen


Geconsolideerde verslagen over de uitvoering van de begroting:

290.

1. EU-begrotingsresultaat 94


291.

2. Staat van vergelijking van de begroting en de werkelijke bedragen 95


Ontvangsten:

292.

3. Overzicht van de uitvoering van de ontvangstenzijde van de begroting 97


Uitgaven:

293.

4. Samenstelling en ontwikkeling van de vastleggings- en betalingskredieten


per rubriek van het financieel kader 98

294.

5. Besteding van de vastleggingskredieten per rubriek van het financieel kader 98


295.

6. Besteding van de betalingskredieten per rubriek van het financieel kader 99


296.

7. Ontwikkeling van de nog betaalbaar te stellen vastleggingen per rubriek


van het financieel kader 100

297.

8. Samenstelling van de nog betaalbaar te stellen vastleggingen naar jaar


van oorsprong per rubriek van het financieel kader 100

298.

9. Samenstelling en ontwikkeling van de vastleggings- en betalingskredieten per


beleidsterrein 101

299.

10. Besteding van de vastleggingskredieten per beleidsterrein 102


300.

11. Besteding van de betalingskredieten per beleidsterrein 103


301.

12. Ontwikkeling van de nog betaalbaar te stellen vastleggingen per beleidsterrein 104


302.

13. Samenstelling van de nog betaalbaar te stellen vastleggingen naar jaar


van oorsprong per beleidsterrein 105

Instellingen:

303.

14. Overzicht van de uitvoering van de ontvangstenzijde van de begroting


per instelling 106

304.

15. Besteding van de vastleggings- en betalingskredieten per instelling 107


Agentschappen:

305.

16. Inkomsten agentschap: begrotingsramingen, vastgestelde rechten


en ontvangen bedragen 108

306.

17. Vastleggings- en betalingskredieten per agentschap 109


307.

18. Begrotingsresultaat met inbegrip van de agentschappen 110


Toelichtingen bij de geconsolideerde verslagen over de uitvoering van de begroting:

308.

1. Begrotingsbeginselen, structuur en kredieten 112


309.

2. Toelichting bij de geconsolideerde verslagen over de uitvoering van de begroting 115


Geconsolideerde verslagen over de uitvoering van de begroting*

* Doordat de cijfers afgerond zijn tot miljoenen euro, kan het lijken alsof sommige financiële gegevens in deze begrotingstabellen niet correct zijn opgeteld.

310.

RESULTAAT VAN DE UITVOERING VAN DE EU-BEGROTING


|| 1: EU-BEGROTINGSRESULTAAT| miljoen EUR

311.

EUROPESE UNIE|


Ontvangsten van het begrotingsjaar| 130 127

Betalingen uit de kredieten van het lopende jaar| (128 043)| (121 213)|

Betalingskredieten overgedragen naar jaar N+| (1 019)| (2 797)|

312.

Annulering van niet-gebruikte betalingskredieten overgedragen uit jaar N-|


Wisselkoersverschillen voor het jaar|

Begrotingsresultaat*| 1 4

* Waarvan de EVA goed is voor miljoen EUR in 2011 en 9 miljoen EUR in 2010.

Het begrotingsoverschot voor de Europese Unie wordt in de loop van het volgende jaar terugbetaald aan de lidstaten door een vermindering van de bedragen die de lidstaten voor dat jaar zijn verschuldigd.

313.

2. Staat van vergelijking van de begroting en de werkelijke bedragen|


ONTVANGSTEN|

||||||||| miljoen EUR

Titel| Oorspronkelijke begroting| Definitieve begroting| Vastgestelde rechten| Ontvangsten| Verschil definitief-werkelijk| Ontvangsten als % van de begroting| Nog te ontvangen

|| 5=2-| 6=4/| 7=3-4

1. Eigen middelen| 125 118 118 118 99,89%| 29

3. Overschotten, saldi en aanpassingen| 6 6 6 | 100,25%| 102

4. Ontvangsten afkomstig van personen die verbonden zijn aan de instellingen en andere organen van de Unie| 1 1 1 1 | 102,12%| 6

5. Ontvangsten voortvloeiende uit de administratieve werking van de instellingen| | 1 048,48%| 22

6. Bijdragen en terugbetalingen in het kader van overeenkomsten en programma's van de Unie/Gemeenschap| 2 2 (2 372)| 2 993,28%| 291

7. Achterstandsrente en geldboeten| 13 1 | 161,37%| 12 761

8. Opgenomen en verstrekte leningen|| 159

9. Diverse ontvangsten| | 111,86%| 11

Totaal| 126 126 143 130 (3 273)| 102,58%| 13 380

||||||||

UITGAVEN – PER RUBRIEK VAN HET FINANCIEEL KADER| miljoen EUR

Rubriek van het financieel kader| Oorspronkelijke begroting| Definitieve begroting (*)| Gedane betalingen| Verschil definitief-werkelijk| %| Overgedragen kredieten| Vervallen kredieten

|| 4=2-| 5=3/| 7=2-3-6

1. Duurzame groei| 53 56 54 2 96,05%| 2 199

2. Bescherming en beheer van natuurlijke hulpbronnen| 56 58 57 1 97,43%| 1 97

3. Burgerschap, vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid| 1 2 1 91,00%| 37

4. De EU als mondiale partner| 7 7 7 96,42%| 118

5. Administratie| 8 9 8 1 86,03%| 1 345

6. Compensaties|||||||

Totaal| 126 134 129 5 95,88%| 4 797

* Met inbegrip van overgedragen kredieten en bestemmingsontvangsten.

314.

2. Staat van vergelijking van de begroting en de werkelijke bedragen/UITGAVEN|


PER BELEIDSTERREIN| miljoen EUR

Beleidsterrein| Oorspronkelijke begroting| Definitieve begroting (*)| Gedane betalingen| Verschil definitief-werkelijk| %| Overgedragen kredieten| Vervallen kredieten

|| 4=2-| 5=3/| 7=2-3-6

01 Economische en financiële zaken| 87,76%| 46

02 Ondernemingen| 1 1 1 89,99%| 25

03 Concurrentie| 90,73%| 1

04 Werkgelegenheid en sociale zaken| 9 10 10 98,99%| 30

05 Landbouw en plattelandsontwikkeling| 55 57 56 1 97,50%| 1 35

06 Mobiliteit en vervoer| 1 1 1 91,53%| 26

07 Milieu en klimaatactie| 87,54%| 23

08 Onderzoek| 4 5 4 84,08%| 10

09 Informatiemaatschappij en media| 1 1 1 85,51%| 2

10 Eigen onderzoek| 53,01%| 6

11 Maritieme zaken en visserij| 95,08%| 35

12 Interne markt| 91,52%| 1

13 Regionaal beleid| 33 33 32 99,83%| 5

14 Belastingen en douane-unie| 92,20%| 1

15 Onderwijs en cultuur| 1 2 2 88,62%| 5

16 Communicatie| 92,61%| 4

17 Gezondheidszorg en consumentenbescherming| 94,40%| 10

18 Ruimte van vrijheid, veiligheid en recht| 1 93,10%| 30

19 Externe betrekkingen| 3 3 3 95,72%| 82

20 Handel| 92,51%| 1

21 Ontwikkeling en betrekkingen met de ACS-staten| 1 1 1 95,54%| 27

22 Uitbreiding| 1 95,63%| 4

23 Humanitaire hulp| 1 1 97,96%| 12

24 Fraudebestrijding| 85,96%| 4

25 Beleidscoördinatie en juridisch advies van de Commissie| 89,07%| 4

26 Administratie van de Commissie| 1 1 1 83,45%| 15

27 Begroting| 82,01%| 1

28 Audit| 91,58%| 0

29 Statistiek| 84,26%| 6

30 Pensioenen en daarmee samenhangende uitgaven| 1 1 1 98,75%| 16

31 Taaldiensten| 88,11%| 3

32 Energie| 1 1 88,63%| 79

40 Reserves| 0,00%| 0

90 Overige instellingen| 3 4 3 81,27%| 245

Totaal| 126 134 129 5 95,88%| 4 797

* Met inbegrip van overgedragen kredieten en bestemmingsontvangsten.

315.

3. OVERZICHT VAN DE UITVOERING VAN DE ONTVANGSTENZIJDE VAN DE BEGROTING|


||||||||| miljoen EUR

Titel| Inkomstenkredieten| Vastgestelde rechten| Ontvangsten| Ontvangsten als| Nog te ontvangen

|| Oorspron-kelijk| Definitief| Lopend jaar| Overgedragen| Totaal| Op rechten van lopend jaar| Op overgedra-gen rechten| Totaal| % van begroting|

1. Eigen middelen| 125 118 118 118 118 118 99,89%| 29

3. Overschotten, saldi en aanpassingen| 6 6 6 6 6 100,25%| 102

4. Ontvangsten afkomstig van personen die verbonden zijn aan de instellingen en andere organen van de Unie| 1 1 1 1 1 1 102,12%| 6

5. Ontvangsten voortvloeiende uit de administratieve werking van de instellingen| 1 048,48%| 22

6. Bijdragen en terugbetalingen in het kader van communautaire overeenkomsten en programma's| 2 2 2 2 2 993,28%| 291

7. Achterstandsrente en geldboeten| 13 13 | 1 1 161,37%| 12 761

8. Opgenomen en verstrekte leningen| 195,64%| 159

9. Diverse ontvangsten| 111,86%| 11

Totaal| 126 126 128 14 143 128 1 130 102,58%| 13 380

|||||||||||

316.

Detail titel 1: Eigen middelen


Hoofdstuk| Inkomstenkredieten| Vastgestelde rechten| Ontvangsten| Ontvangsten als| Nog te ontvangen

|| Oorspron-kelijk| Definitief| Lopend jaar| Overgedragen| Totaal| Op rechten van lopend jaar| Op overgedra-gen rechten| Totaal| % van begroting|

11. Suikerheffingen| 106,75%| 0

12. Douanerechten| 16 16 16 16 16 16 100,62%| 29

13. Btw| 13 14 14 14 14 14 99,65%| 0

14. Bni| 94 87 87 87 87 87 99,73%| 0

15. Correctie van begrotingsonevenwichtigheden|| 0

16. Vermindering van de bni-bijdrage van Nederland en Zweden| | | | || 0

Totaal| 125 118 118 118 118 118 99,89%| 29

|||||||||||

317.

Detail titel 3: Overschotten, saldi en aanpassingen


Hoofdstuk| Inkomstenkredieten| Vastgestelde rechten| Ontvangsten| Ontvangsten als| Nog te ontvangen

|| Oorspron-kelijk| Definitief| Lopend jaar| Overgedragen| Totaal| Op rechten van lopend jaar| Op overgedra-gen rechten| Totaal| % van begroting|

30. Overschot van het voorgaande begrotingsjaar| 4 4 4 4 4 100,00%| 0

31. Btw-saldi| 103,11%| 23

32. Bni-saldi| 1 1 1 1 1 103,64%| 80

34. Aanpassing i.v.m. niet-participatie in het beleid inzake justitie en binnenlandse zaken|| 0

35. Correctie voor het Verenigd Koninkrijk - aanpassingen| | | | || 0

Totaal| 6 6 6 6 6 100,25%| 102

4. Samenstelling en ontwikkeling van de vastleggings- en betalingskredieten Uitgaven – per rubriek van het financieel kader|

||||||||| miljoen EUR

|| Vastleggingskredieten| Betalingskredieten

Rubriek van het financieel kader| Goedgekeurde kredieten| Wijzigingen (overschrijvingen/gewijzigde begroting)| Overgedra-gen| Bestem-mings-ontvangsten| Totaal aanvullend| Totaal toegestaan| Goedgekeurde kredieten| Wijzigingen (overschrijvingen/ gewijzigde begroting)| Overge-dragen| Bestem-mingsontvangsten| Totaal aanvullend| Totaal toegestaan

|| 5=3+| 6=1+2+| 11=9+| 12=7+8+11

1 Duurzame groei| 64 2 2 66 53 2 2 56 982

2 Bescherming en beheer van natuurlijke hulpbronnen| 58 2 2 61 56 | 2 3 58 887

3 Burgerschap, vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid| 1 2 1 2 008

4 De EU als mondiale partner| 8 9 7 | 7 366

5 Administratie| 8 8 8 1 9 716

6 Compensaties||||||||||||

Totaal| 141 6 6 148 126 1 6 8 134 960

|||||||||||

318.

5. Besteding van de vastleggingskredieten per rubriek van het financieel kader


|||||| miljoen EUR

Rubriek van het financieel kader| Toegestane vastleggings-kredieten| Gedane vastleggingen| Overgedragen kredieten| Vervallen kredieten

|| Van kredieten van het jaar| Van overdrachten| Van bestemmings-ontvangsten| Totaal| %| Bestem-mingsontvangsten| Over-drachten bij besluit| Totaal| %| Van begrotings-kredieten van het jaar| Van overdrachten| Bestem-mingsontvangsten| Totaal| %

|| 5=2+3+| 6=5/| 9=7+| 10=9/| 14=11+12+| 15=14/1

1 Duurzame groei| 66 64 65 97,38%| 1 1 2,02%| 0,60%

2 Bescherming en beheer van natuurlijke hulpbronnen| 61 58 1 59 97,66%| 1 1 2,24%| 0,10%

3 Burgerschap, vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid| 2 2 2 94,50%| 5,12%| 0,38%

4 De EU als mondiale partner| 9 8 8 96,91%| 2,99%| 0,09%

5 Administratie| 8 7 8 94,28%| 3,38%| 2,34%

6 Compensaties|||||||||||||||

Totaal| 148 141 3 144 97,24%| 3 3 2,30%| 0,46%

319.

6. Besteding van de BETALINGSkredieten per rubriek van het financieel kader


||||||||||||||| miljoen EUR

Rubriek van het financieel kader| Toege-stane betalings-kredieten| Gedane betalingen| Overgedragen kredieten| Vervallen kredieten

Van kredie-ten van het jaar| Van over-drach-ten| Van bestemmings-ontvang-sten| Totaal| %| Over-drach-ten van rechts-wege| Over-drach-ten bij besluit| Bestem-mingsontvangsten| To-taal| %| Van kredie-ten van het jaar| Van over-drachten| Bestem-mingsontvangsten| Tot-aal| %

|| 5=2+3+| 6=5/| 10=7+8+| 11=10/| 15=12+ 13+| 16=15/1

1 Duurzame groei| 56 53 54 96,05%| 1 2 3,60%| 0,35%

2 Bescherming en beheer van natuurlijke hulpbronnen| 58 55 1 57 97,43%| 1 1 2,40%| 0,16%

3 Burgerschap, vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid| 2 1 1 91,00%| 7,17%| 1,83%

4 De EU als mondiale partner| 7 6 7 96,42%| 1,97%| 1,61%

5 Administratie| 9 7 8 86,03%| 1 10,41%| 3,55%

6 Compensaties||||||||||||||||

Totaal| 134 125 1 2 129 95,88%| 3 4 3,53%| 0,59%

320.

7. Ontwikkeling van de nog betaalbaar te stellen vastleggingen - per rubriek van het financieel kader|


||||||||| miljoen EUR

|| Aan het einde van het vorige jaar nog betaalbaar te stellen vastleggingen| Vastleggingen van het jaar|

Rubriek van het financieel kader| Van vorige jaar overgedragen vastleggingen| Vrijmakingen/ herwaarderingen/annuleringen| Betalingen| Aan het einde van het jaar nog te betaalbaar te stellen vastleggingen| Vastleggingen tijdens het jaar| Betalingen| Annulering van niet-overdraagbare vastleggingen| Aan het einde van het jaar nog te betaalbaar te stellen vastleggingen| Totaal aan het einde van het jaar nog betaalbaar te stellen vastleggingen

1 Duurzame groei| 150 (1 262)| (48 945)| 100 65 (5 786)| | 59 159 707

2 Bescherming en beheer van natuurlijke hulpbronnen| 22 | (11 687)| 11 59 (45 687)| 14 25 302

3 Burgerschap, vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid| 1 | | 1 2 (1 272)| 2 130

4 De EU als mondiale partner| 18 | (4 740)| 13 8 (2 363)| | 6 19 567

5 Administratie| | | 8 (7 728)| | 737

6 Compensaties|||||||||

Totaal| 194 (2 120)| (66 559)| 125 144 (62 836)| | 81 207 443

321.

8. SAMENSTELLING VAN DE NOG BETAALBAAR TE STELLEN VASTLEGGINGEN NAAR JAAR VAN OORSPRONG - PER RUBRIEK VAN HET FINANCIEEL KADER|


||||||||| miljoen EUR|

Rubriek van het financieel kader| <| Totaal

1 Duurzame groei| 10 7 29 49 59 159 707

2 Bescherming en beheer van natuurlijke hulpbronnen| 1 8 14 25 302

3 Burgerschap, vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid| 2 130

4 De EU als mondiale partner| 1 2 3 4 6 19 567

5 Administratie| 737

Totaal| 1 1 12 2 10 34 63 81 207 443

322.

9. Samenstelling en ontwikkeling van de vastleggings- en betalingskredieten per beleidsterrein|


|| miljoen EUR

|| Vastleggingskredieten| Betalingskredieten

Beleidsterrein| Goedge-keurde kredieten| Wijzigingen (overschrij-vingen/ge-wijzigde begroting)| Overge-dragen| Bestem-mingsontvangsten| Totaal aanvul-lend| Totaal toegestaan| Goedge-keurde kredieten| Wijzigingen (overschrij-vingen/ge-wijzigde begroting)| Overge-dragen| Bestem-mingsontvangsten| Totaal aanvul-lend| Totaal toegestaan

|| 5=3+| 6=1+2+| 11=9+| 12=7+8+11

01 Economische en financiële zaken| | 443

02 Ondernemingen| 1 | 1 1 1 485

03 Concurrentie| | | 104

04 Werkgelegenheid en sociale zaken| 11 11 9 1 10 498

05 Landbouw en plattelandsontwikkeling| 57 2 2 59 55 | 2 3 57 784

06 Mobiliteit en vervoer| 1 1 1 | 1 217

07 Milieu en klimaatactie| | 379

08 Onderzoek| 5 6 4 1 1 5 476

09 Informatiemaatschappij en media| 1 | 1 1 1 741

10 Eigen onderzoek| | 832

11 Maritieme zaken en visserij| 1 1 812

12 Interne markt| 104

13 Regionaal beleid| 40 40 33 | 33 052

14 Belastingen en douane-unie| | 133

15 Onderwijs en cultuur| 2 | 2 1 2 725

16 Communicatie| 279

17 Gezondheidszorg en consumentenbescherming| | | 659

18 Ruimte van vrijheid, veiligheid en recht| 1 1 1 014

19 Externe betrekkingen| 4 4 3 | 3 462

20 Handel| 113

21 Ontwikkeling en betrekkingen met de ACS-staten| 1 1 1 | 1 583

22 Uitbreiding| 1 | 1 1 | 970

23 Humanitaire hulp| 1 1 090

24 Fraudebestrijding| 83

25 Beleidscoördinatie en juridisch advies van de Commissie| 221

26 Administratie van de Commissie| 1 1 1 1 274

27 Begroting| | | 73

28 Audit| 13

29 Statistiek| | 159

30 Pensioenen en daarmee samenhangende uitgaven| 1 | 1 1 | 1 273

31 Taaldiensten| | | 501

32 Energie| 1 | 1 087

40 Reserves| | | 0

90 Overige instellingen| 3 3 3 4 321

Totaal| 141 6 6 148 126 1 6 8 134 960

323.

10. Besteding van de vastleggingskredieten per beleidsterrein miljoen EUR|


Beleidsterrein| Toegestane vastleggingskredieten| Gedane vastleggingen| Overgedragen kredieten| Vervallen kredieten

Van de kredieten van het jaar| Van over-drach-ten| Bestemmings-ontvangsten| Totaal| %| Bestemmings-ontvangsten| Over-gedragen kredieten: besluit| Totaal| %| Van begro-tingskredieten van het jaar| Van over-drachten| Bestemmings-ontvangsten| Totaal| %

|| 5=2+3+| 6=5/| 9=7+| 10=9/| 14=11+12+| 15=14/1

01 Economische en financiële zaken| 99,55%| 0,41%| 0,05%

02 Ondernemingen| 1 1 1 94,87%| 4,94%| 0,19%

03 Concurrentie| 97,65%| 2,28%| 0,07%

04 Werkgelegenheid en sociale zaken| 11 11 11 99,57%| 0,36%| 0,07%

05 Landbouw en plattelandsontwikkeling| 59 57 1 58 97,70%| 1 1 2,24%| 0,06%

06 Mobiliteit en vervoer| 1 1 1 96,79%| 3,08%| 0,12%

07 Milieu en klimaatactie| 97,08%| 2,02%| 0,90%

08 Onderzoek| 6 5 5 92,67%| 7,33%| 0,01%

09 Informatiemaatschappij en media| 1 1 1 91,75%| 8,21%| 0,04%

10 Eigen onderzoek| 53,90%| 46,09%| 0,01%

11 Maritieme zaken en visserij| 1 97,13%| 2,35%| 0,51%

12 Interne markt| 98,21%| 1,47%| 0,32%

13 Regionaal beleid| 40 40 40 99,87%| 0,10%| 0,03%

14 Belastingen en douane-unie| 98,01%| 1,78%| 0,21%

15 Onderwijs en cultuur| 2 2 2 92,58%| 7,40%| 0,02%

16 Communicatie| 97,71%| 0,96%| 1,32%

17 Gezondheidszorg en consumentenbescherming| 95,61%| 2,12%| 2,27%

18 Ruimte van vrijheid, veiligheid en recht| 1 1 1 97,74%| 1,86%| 0,40%

19 Externe betrekkingen| 4 4 4 97,93%| 2,00%| 0,07%

20 Handel| 98,01%| 1,22%| 0,77%

21 Ontwikkeling en betrekkingen met de ACS-staten| 1 1 1 92,16%| 7,80%| 0,04%

22 Uitbreiding| 1 1 1 96,29%| 3,70%| 0,01%

23 Humanitaire hulp| 1 1 1 99,19%| 0,55%| 0,26%

24 Fraudebestrijding| 95,16%| 0,02%| 4,82%

25 Beleidscoördinatie en juridisch advies| 97,72%| 2,09%| 0,20%

26 Administratie van de Commissie| 1 1 1 95,61%| 4,16%| 0,23%

27 Begroting| 94,91%| 4,17%| 0,92%

28 Audit| 96,94%| 2,74%| 0,32%

29 Statistiek| 93,06%| 4,58%| 2,37%

30 Pensioenen en daarmee samenhangende uitgaven| 1 1 1 98,75%| 0,00%| 1,25%

31 Taaldiensten| 92,98%| 6,89%| 0,13%

32 Energie| 96,75%| 2,96%| 0,29%

40 Reserves| 0,00%| 0,00%| 100,00%

90 Overige instellingen| 3 3 3 90,83%| 4,53%| 4,64%

Totaal| 148 141 3 144 97,24%| 3 3 2,30%| 0,46%

324.

11. Besteding van de betalingskredieten per beleidsterrein|


||||||||| miljoen EUR

Beleidsterrein| Toege-stane betalingskredieten| Gedane betalingen| Overgedragen kredieten| Vervallen kredieten

|| Van kredieten van het jaar| Van over-drach-ten| Bestem-mings-ontvang-sten| Totaal| %| Over-drachten van rechts-wege| Over-drach-ten bij besluit| Bestem-mingsontvangsten| Totaal| %| Van kredie-ten van het jaar| Van over-drachten| Bestemmings-ontvangsten| Totaal| %

|| 5=2+3+| 6=5/| 10=7+8+| 11=10/| 15=12+13+| 16=15/1

01 Economische en financiële zaken| 87,76%| 1,92%| 10,32%

02 Ondernemingen| 1 1 1 89,99%| 8,29%| 1,71%

03 Concurrentie| 90,73%| 8,53%| 0,74%

04 Werkgelegenheid en sociale zaken| 10 10 10 98,99%| 0,72%| 0,29%

05 Landbouw en plattelandsontwikkeling| 57 54 1 56 97,50%| 1 1 2,43%| 0,06%

06 Mobiliteit en vervoer| 1 1 1 91,53%| 6,33%| 2,15%

07 Milieu en klimaatactie| 87,54%| 6,33%| 6,13%

08 Onderzoek| 5 4 4 84,08%| 15,73%| 0,19%

09 Informatiemaatschappij en media| 1 1 1 85,51%| 14,35%| 0,14%

10 Eigen onderzoek| 53,01%| 46,22%| 0,77%

11 Maritieme zaken en visserij| 95,08%| 0,64%| 4,28%

12 Interne markt| 91,52%| 7,56%| 0,92%

13 Regionaal beleid| 33 32 32 99,83%| 0,16%| 0,02%

14 Belastingen en douane-unie| 92,20%| 7,03%| 0,77%

15 Onderwijs en cultuur| 2 2 2 88,62%| 11,21%| 0,18%

16 Communicatie| 92,61%| 6,09%| 1,30%

17 Gezondheidszorg en consumentenbescherming| 94,40%| 4,07%| 1,53%

18 Ruimte van vrijheid, veiligheid en recht| 1 93,10%| 3,95%| 2,95%

19 Externe betrekkingen| 3 3 3 95,72%| 1,91%| 2,37%

20 Handel| 92,51%| 6,69%| 0,80%

21 Ontwikkeling en betrekkingen met de ACS-staten| 1 1 1 95,54%| 2,73%| 1,74%

22 Uitbreiding| 95,63%| 3,95%| 0,43%

23 Humanitaire hulp| 1 1 1 97,96%| 0,90%| 1,14%

24 Fraudebestrijding| 85,96%| 8,93%| 5,11%

25 Beleidscoördinatie en juridisch advies van de Commissie| 89,07%| 9,28%| 1,65%

26 Administratie van de Commissie| 1 1 83,45%| 15,37%| 1,18%

27 Begroting| 82,01%| 16,29%| 1,71%

28 Audit| 91,58%| 7,29%| 1,13%

29 Statistiek| 84,26%| 12,19%| 3,55%

30 Pensioenen en daarmee samenhangende uitgaven| 1 1 1 98,75%| 0,00%| 1,25%

31 Taaldiensten| 88,11%| 11,23%| 0,67%

32 Energie| 1 88,63%| 4,08%| 7,28%

40 Reserves| 0,00%| 0,00%| 0,00%

90 Overige instellingen| 4 2 3 81,27%| 13,07%| 5,66%

Totaal| 134 125 1 2 129 95,88%| 3 4 3,53%| 0,59%

325.

12. Ontwikkeling van de nog betaalbaar te stellen vastleggingen per beleidsterrein|


miljoen EUR|

|| Aan het einde van het vorige jaar nog betaalbaar te stellen vastleggingen| Vastleggingen van het jaar|

Beleidsterrein| Van vorig jaar overgedra-gen vastleg-gingen| Vrijmakingen/herwaarde-ringen/annu-leringen| Betalingen| Aan het einde van het jaar nog te betaalbaar te stellen vastleggingen| Vastleggingen tijdens het jaar| Betalingen| Annulering van niet-overdraag-bare vastleggingen| Aan het einde van het jaar nog te betaalbaar te stellen vastleggingen| Totaal aan het einde van het jaar nog betaalbaar te stellen vastleggin-gen

01 Economische en financiële zaken| | | | 582

02 Ondernemingen| 2 | | 1 1 | 2 155

03 Concurrentie| | | | 7

04 Werkgelegenheid en sociale zaken| 28 | (9 999)| 18 11 | 11 29 669

05 Landbouw en plattelandsontwikkeling| 20 | (10 833)| 9 58 (45 509)| 13 22 358

06 Mobiliteit en vervoer| 2 | | 1 1 | 1 2 809

07 Milieu en klimaatactie| | | | 898

08 Onderzoek| 8 | (2 910)| 5 5 (1 694)| | 4 9 200

09 Informatiemaatschappij en media| 2 | | 1 1 | 2 269

10 Eigen onderzoek| | | | 184

11 Maritieme zaken en visserij| 1 | | 1 | 2 062

12 Interne markt| | | | 22

13 Regionaal beleid| 101 | (31 994)| 68 40 (1 001)| 39 108 413

14 Belastingen en douane-unie| | | | 92

15 Onderwijs en cultuur| 1 | | 2 (1 708)| 1 1 921

16 Communicatie| | | | 122

17 Gezondheidszorg en consumentenbescherming| | | | 718

18 Ruimte van vrijheid, veiligheid en recht| 1 | | 1 | 1 595

19 Externe betrekkingen| 9 | (2 229)| 6 4 (1 085)| 3 10 232

20 Handel| | | | 20

21 Ontwikkeling en betrekkingen met de ACS-staten| 3 | | 2 1 | 1 3 281

22 Uitbreiding| 2 | | 1 1 | 2 864

23 Humanitaire hulp| | | 1 | 670

24 Fraudebestrijding| | | | 34

25 Beleidscoördinatie en juridisch advies van de Commissie| | | | 19

26 Administratie van de Commissie| | | 1 | 184

27 Begroting| | | | 9

28 Audit| | | 1

29 Statistiek| | | | 115

30 Pensioenen en daarmee samenhangende uitgaven| 1 (1257)| 0

31 Taaldiensten| | | | 24

32 Energie| 4 | | 3 | 4 522

90 Overige instellingen| | | 3 (3 181)| | 397

Totaal| 194 (2 120)| (66 559)| 125 144 (62 836)| | 81 207 443

326.

13. SAMENSTELLING VAN DE NOG BETAALBAAR TE STELLEN VASTLEGGINGEN NAAR JAAR VAN OORSPRONG PER BELEIDSTERREIN|


||||||||| miljoen EUR|

Beleidsterrein| <| Totaal

01 Economische en financiële zaken| 582

02 Ondernemingen| 2 155

03 Concurrentie| 7

04 Werkgelegenheid en sociale zaken| 2 5 9 11 29 669

05 Landbouw en plattelandsontwikkeling| 7 13 22 358

06 Mobiliteit en vervoer| 1 2 809

07 Milieu en klimaatactie| 898

08 Onderzoek| 1 2 4 9 200

09 Informatiemaatschappij en media| 2 269

10 Eigen onderzoek| 184

11 Maritieme zaken en visserij| 2 062

12 Interne markt| 22

13 Regionaal beleid| 8 5 20 33 39 108 413

14 Belastingen en douane-unie| 92

15 Onderwijs en cultuur| 1 1 921

16 Communicatie| 122

17 Gezondheidszorg en consumentenbescherming| 718

18 Ruimte van vrijheid, veiligheid en recht| 1 595

19 Externe betrekkingen| 1 1 2 3 10 232

20 Handel| 20

21 Ontwikkeling en betrekkingen met de ACS-staten| 1 3 281

22 Uitbreiding| 2 864

23 Humanitaire hulp| 670

24 Fraudebestrijding| 34

25 Beleidscoördinatie en juridisch advies van de Commissie| 19

26 Administratie van de Commissie| 184

27 Begroting| 9

28 Audit| 1

29 Statistiek| 115

30 Pensioenen en daarmee samenhangende uitgaven| 0

31 Taaldiensten| 24

32 Energie| 1 1 4 522

90 Overige instellingen| 397

Totaal| 1 1 12 2 10 34 63 81 207 443

327.

14. OVERZICHT VAN DE UITVOERING VAN DE ONTVANGSTENZIJDE VAN DE BEGROTING PER INSTELLING|


||||||||| miljoen EUR

Instelling| Inkomstenkredieten| Vastgestelde rechten| Ontvangsten| Ontvangsten als| Nog te ontvangen

|| Oorspron-kelijk| Definitief| Lopend jaar| Overge-dragen| Totaal| Op rechten van lopend jaar| Op overgedragen rechten| Totaal| % van begroting|

Europees Parlement| 139,02%| 26

Europese Raad en Raad| 240,35%| 11

Commissie| 126 126 128 14 142 127 1 129 102,27%| 13 342

Hof van Justitie| 102,26%| 0

Rekenkamer| 94,14%| 0

Economisch en Sociaal Comité| 138,47%| 0

Comité van de Regio's| 262,06%| 0

Europese Ombudsman| 99,52%| 0

Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming| 69,15%| 0

Europese Dienst voor extern optreden| 917,61%| 0

Totaal| 126 126 128 14 143 128 1 130 102,58%| 13 380

328.

15. Besteding van de vastleggings- en betalingskredieten per instelling|


Vastleggingskredieten|

||||||||| miljoen EUR

Instelling| Toegestane vastleggings-kredieten| Gedane vastleggingen| Overgedragen kredieten| Vervallen kredieten

Van kredie-ten van het jaar| Van over-drach-ten| Van bestem-mings-ontvang-sten| Totaal| %| Van bestem-mingsontvangsten| Over-drachten bij besluit| Totaal| %| Van begro-tingskredieten van het jaar| Van overdrachten| Bestem-mingsontvangsten| Totaal| %

|| 5=2+3+| 6=5/| 9=7+| 10=9/| 14=11+12+| 15=14/1

Europees Parlement| 1 1 1 88,11%| 6,74%| 5,15%

Europese Raad en Raad| 85,51%| 5,77%| 8,71%

Commissie| 144 137 2 141 97,41%| 2 3 2,24%| 0,35%

Hof van Justitie| 98,11%| 0,34%| 1,55%

Rekenkamer| 92,81%| 0,30%| 6,89%

Economisch en Sociaal Comité| 95,20%| 0,30%| 4,50%

Comité van de Regio's| 97,76%| 0,02%| 2,22%

Europese Ombudsman| 92,54%| 0,00%| 7,46%

Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming| 89,31%| 0,00%| 10,69%

Europese Dienst voor extern optreden| 96,82%| 2,19%| 0,99%

Totaal| 148 141 3 144 97,24%| 3 3 2,30%| 0,46%

||||||||

329.

Betalingskredieten|


|||||||| miljoen EUR

Instelling| Toegestane betalings-kredieten| Gedane betalingen| Overgedragen kredieten| Vervallen kredieten

Van kredie-ten van het jaar| Van overdrachten| Van bestem-mingsontvangsten| Totaal| %| Over-drachten van rechts-wege| Over-drachten bij besluit| Van bestem-mingsontvangsten| Totaal| %| Van kredie-ten van het jaar| Van over-drachten| Bestem-mingsontvangsten| Totaal| %

|| 5=2+3+| 6=5/| 10=7+8+| 11=10/| 15=12+13+| 16=15/1

Europees Parlement| 2 1 1 76,72%| 17,14%| 6,14%

Europese Raad en Raad| 78,26%| 12,29%| 9,45%

Commissie| 130 122 1 2 125 96,36%| 3 4 3,22%| 0,42%

Hof van Justitie| 92,62%| 5,36%| 2,02%

Rekenkamer| 84,64%| 8,41%| 6,95%

Economisch en Sociaal Comité| 88,83%| 5,71%| 5,46%

Comité van de Regio's| 88,39%| 8,51%| 3,10%

Europese Ombudsman| 85,89%| 6,55%| 7,56%

Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming| 74,86%| 10,49%| 14,65%

Europese Dienst voor extern optreden| 87,80%| 9,56%| 2,65%

Totaal| 134 125 1 2 129 95,88%| 3 4 3,53%| 0,59%

|| 16. Inkomsten agentschap: begrotingsramingen, vastgestelde rechten en ontvangen bedragen| miljoen EUR|

Agentschap| Begrotingsraming| Vastgestelde rechten| Ontvan-gen bedragen| Nog te ontvangen| Financiering van de Commissie (beleidsterrein)

Europees Agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators| 06

Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart| 06

Frontex| 18

Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding| 15

Europese Politieacademie| 18

Europees Chemicaliënagentschap| 02

Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding| 17

Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving| 18

Europese Bankautoriteit| 12

Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen| 12

Europees Milieuagentschap| 07

Europol| 18

Europese Autoriteit voor effecten en markten| 12

Communautair Bureau voor visserijcontrole| 11

Europese Autoriteit voor voedselveiligheid| 17

Europees Genderinstituut| 04

Europees GNSS-toezichtautoriteit| 06

Fusion for Energy| 08

Eurojust| 18

Europees Agentschap voor maritieme veiligheid| 06

Harmonisatiebureau voor de interne markt| 12

Europees Geneesmiddelenbureau| 17

Europees Agentschap voor netwerk- en informatiebeveiliging| 09

Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie| 09

Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten| 18

Europees Spoorwegbureau| 06

Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk| 04

Europees Instituut voor innovatie en technologie| 15

Vertaalbureau voor de organen van de Europese Unie| 15

Europese Stichting voor opleiding| 15

Communautair Bureau voor plantenrassen| 17

Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden| 04

Uitvoerend Agentschap onderwijs, audiovisuele media en cultuur| 15

Uitvoerend Agentschap voor concurrentievermogen en innovatie| 06

Uitvoerend Agentschap Europese Onderzoeksraad| 08

Uitvoerend Agentschap Onderzoek| 08

Uitvoerend Agentschap voor gezondheid en consumenten| 17

Uitvoerend Agentschap voor het trans-Europees vervoersnetwerk| 06

Totaal| 1 1 1

|||| miljoen EUR

Soort ontvangst| Begrotings-raming| Vastge-stelde rechten| Ontvangen bedragen| Nog te ontvangen

Subsidies van de Commissie| 1 1 1 0

Inkomsten uit heffingen| 19

Overige baten| 44

Totaal| 1 1 1 63

|| 17. vastleggings- en betalingskredieten per agentschap|

||| miljoen EUR|

Agentschap| Vastleggingskredieten| Betalingskredieten

Kredie-ten| Gedane vastleg-gingen| Overge-dragen| Kredie-ten| Gedane betalingen| Overge-dragen

Europees Agentschap voor de samenwerking tussen energieregulators| 1

Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart| 55

Frontex| 39

Europees Centrum voor de ontwikkeling van de beroepsopleiding| 2

Europese Politieacademie| 2

Europees Chemicaliënagentschap| 15

Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding| 11

Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving| 1

Europese Bankautoriteit| 2

Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen| 0

Europees Milieuagentschap| 31

Europol| 17

Europese Autoriteit voor effecten en markten| 2

Communautair Bureau voor visserijcontrole| 1

Europese Autoriteit voor voedselveiligheid| 13

Europees Genderinstituut| 3

Europees GNSS-toezichtautoriteit| 34

Fusion for Energy| 40

Eurojust| 7

Europees Agentschap voor maritieme veiligheid| 2

Harmonisatiebureau voor de interne markt| 32

Europees Geneesmiddelenbureau| 39

Europees Agentschap voor netwerk- en informatiebeveiliging| 1

Europese regelgevende instanties voor elektronische communicatie| 0

Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten| 7

Europees Spoorwegbureau| 4

Europees Agentschap voor de veiligheid en de gezondheid op het werk| 4

Europees Instituut voor innovatie en technologie| 5

Vertaalbureau voor de organen van de Europese Unie| 4

Europese Stichting voor opleiding| 1

Communautair Bureau voor plantenrassen| 0

Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden| 4

Uitvoerend Agentschap onderwijs, audiovisuele media en cultuur| 6

Uitvoerend Agentschap voor concurrentievermogen en innovatie| 1

Uitvoerend Agentschap Europese Onderzoeksraad| 2

Uitvoerend Agentschap Onderzoek| 3

Uitvoerend Agentschap voor gezondheid en consumenten| 1

Uitvoerend Agentschap voor het trans-Europees vervoersnetwerk| 1

Totaal| 2 2 2 1 394

Soort uitgave| Vastleggingskredieten| Betalingskredieten|

Kredieten| Gedane vastleg-gingen| Overge-dragen| Kredieten| Gedane betalingen| Overge-dragen

Personeel| 21

Administratieve uitgaven| 76

Beleidsuitgaven| 1 1 1 297

Totaal| 2 2 2 1 394

18. BEGROTINGSRESULTAAT MET INBEGRIP VAN DE AGENTSCHAPPEN| miljoen EUR|

||| EUROPESE UNIE| AGENT-SCHAPPEN| Uitsluiting van de subsidies voor de agent-schappen| TOTAAL

|| Ontvangsten van het begrotingsjaar| 130 1 (1 137)| 130 573

|| Betalingen uit de kredieten van het lopende jaar| (128 043)| (1 451)| 1 (128 357)

|| Betalingskredieten overgedragen naar jaar N+| (1 020)| | (1 413)

|| Niet-bestede overdrachten van jaar N-1 die zijn geannuleerd| 624

|| Wisselkoersverschillen voor het jaar| | 96

|| Begrotingsresultaat| 1 1 523

330.

Toelichtingen bij de geconsolideerde verslagen over de uitvoering van de begroting


331.

1. BEGROTINGSBEGINSELEN, -STRUCTUUR EN -KREDIETEN


332.

2. TOELICHTING BIJ DE GECONSOLIDEERDE VERSLAGEN OVER DE UITVOERING VAN DE BEGROTING


333.

1. BEGROTINGSBEGINSELEN, -STRUCTUUR EN -KREDIETEN


334.

1.1 RECHTSGRONDSLAG EN HET FINANCIEEL REGLEMENT


De begrotingsboekhouding wordt gevoerd overeenkomstig de bepalingen van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 (PB L 248 van 16 september 2002) houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Unie en Verordening (EG, Euratom) nr. 2342/2002 van de Commissie van 23 december 2002 tot vaststelling van uitvoeringsvoorschriften van dit Financieel Reglement. De algemene begroting, het voornaamste instrument van het financiële beleid van de Unie, is het besluit waarbij elk jaar de ontvangsten en uitgaven van de Unie worden geraamd en toegestaan.

Elk jaar maakt de Commissie voor het komende jaar een raming op van de ontvangsten en uitgaven van alle instellingen en stelt zij een ontwerpbegroting op die zij bij de begrotingsautoriteit indient. Op basis van deze ontwerpbegroting stelt de Raad zijn standpunt vast, waarover de twee takken van de begrotingsautoriteit vervolgens onderhandelen. De vaststelling van het gemeenschappelijk ontwerp wordt geconstateerd door de voorzitter van het Parlement, die daarmee de begroting uitvoerbaar maakt. De uitvoering van de begroting is een opdracht die vooral toevalt aan de Commissie.

335.

1.2 BEGROTINGSBEGINSELEN


De algemene begroting van de Europese Unie is onderworpen aan verschillende basisbeginselen:

– eenheid en begrotingswaarachtigheid: alle uitgaven en ontvangsten moeten tezamen in een enkel begrotingsdocument worden opgenomen en in een begrotingsonderdeel worden opgevoerd. De uitgaven mogen de toegestane kredieten niet overschrijden;

– universaliteit: dit beginsel behelst twee regels:

– onbestemdheid, hetgeen betekent dat de ontvangsten niet mogen worden bestemd voor welbepaalde uitgaven (alle ontvangsten dekken alle uitgaven);

– niet-compensatie, hetgeen betekent dat de ontvangsten en uitgaven voor het volle bedrag in de begroting moeten worden opgenomen en niet met elkaar mogen worden verrekend;

– jaarperiodiciteit: de kredieten worden toegestaan voor de duur van één begrotingsjaar en moeten dus tijdens dat begrotingsjaar worden gebruikt;

– evenwicht: de begroting omvat hetzelfde bedrag aan ontvangsten als aan uitgaven (de geraamde ontvangsten zijn gelijk aan de betalingskredieten);

– specialiteit: elk krediet heeft een bepaalde bestemming en moet voor dat doel worden gebruikt;

– rekeneenheid: de begroting wordt in euro opgesteld en uitgevoerd, alsook de rekening;

– goed financieel beheer: de begrotingskredieten worden aangewend volgens het beginsel van goed financieel beheer, dat zuinigheid, efficiëntie en doeltreffendheid inhoudt;

– transparantie: de begroting en de gewijzigde begrotingen, alsook de definitieve rekening worden bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

336.

1.3 STRUCTUUR VAN DE BEGROTING


De begroting omvat:

(a) een algemene staat van ontvangsten;

(b) afdelingen, verdeeld in staten van ontvangsten en uitgaven van elke instelling: afdeling I: Parlement; afdeling II: Raad; afdeling III: Commissie; afdeling IV: Hof van Justitie; afdeling V: Rekenkamer; afdeling VI: Economisch en Sociaal Comité; afdeling VII: Comité van de Regio's; afdeling VIII: Ombudsman; afdeling IX: Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming; afdeling X: Europese Dienst voor extern optreden.

De ontvangsten en uitgaven van elke instelling worden verdeeld in titels, hoofdstukken, artikelen en posten, naargelang van hun aard of bestemming.

337.

1.4 STRUCTUUR VAN DE BEGROTINGSBOEKHOUDING


338.

1.4.1 Algemeen overzicht


Alleen de begroting van de Commissie bestaat uit administratieve kredieten en beleidskredieten. De overige instellingen hebben alleen administratieve kredieten. De begroting onderscheidt nog twee soorten kredieten: niet-gesplitste en gesplitste kredieten.

Niet-gesplitste kredieten zijn bestemd voor de financiering van acties die beperkt zijn tot het jaar (en voldoen aan het jaarperiodiciteitsbeginsel). Zij omvatten alle administratieve onderdelen van de afdeling van de Commissie van de begroting en alle andere afdelingen in hun geheel, ELGF-kredieten die alleen op het jaar betrekking hebben en bepaalde technische kredieten (terugbetalingen, verstrekte of opgenomen leningen enz.). Het bedrag van de vastleggingskredieten is bij de niet-gesplitste kredieten hetzelfde als dat van de betalingskredieten.

De gesplitste kredieten zijn ingevoerd om het jaarperiodiciteitsbeginsel te verzoenen met het beheer van meerjarenacties. Gesplitste kredieten dienen ter dekking van meerjarenacties en omvatten alle andere kredieten in alle hoofdstukken behalve hoofdstuk 1 van de afdeling van de Commissie. De gesplitste kredieten bestaan uit vastleggingskredieten en betalingskredieten:

– vastleggingskredieten: dekken de totale kosten van de juridische verbintenissen die in het begrotingsjaar zijn aangegaan voor maatregelen waarvan de tenuitvoerlegging zich over verschillende begrotingsjaren uitstrekt. Vastleggingen voor acties waarvan de tenuitvoerlegging zich over meer dan een begrotingsjaar uitstrekt, mogen echter volgens artikel 76, lid 3, van het Financieel Reglement in jaartranches worden verdeeld wanneer het basisbesluit daarin voorziet;

– betalingskredieten: dekken de uitgaven die voortvloeien uit de nakoming van de verplichtingen die in het begrotingsjaar en/of in vorige begrotingsjaren zijn aangegaan.

339.

1.4.2 Herkomst van de kredieten


De belangrijkste bron van kredieten is de EU-begroting van het lopende jaar. Daarnaast bestaan nog andere soorten kredieten die voortvloeien uit de bepalingen van het Financieel Reglement. Het gaat om kredieten die afkomstig zijn van vorige begrotingsjaren of uit externe bronnen.

– De oorspronkelijke begrotingskredieten die voor het lopende jaar zijn goedgekeurd, kunnen worden aangevuld met overschrijvingen tussen begrotingsonderdelen overeenkomstig de regels die zijn vastgesteld in de artikelen 22 tot en met 24 van het Financieel Reglement, en door gewijzigde begrotingen (overeenkomstig de artikelen 37 en 38 van het Financieel Reglement).

– De huidige begroting wordt ook aangevuld met van het vorige jaar overgedragen kredieten of wederopgevoerde kredieten. Dit zijn: i) niet-gesplitste betalingskredieten die van rechtswege uitsluitend naar het volgende begrotingsjaar kunnen worden overgedragen overeenkomstig artikel 9, lid 4, van het Financieel Reglement; ii) bij besluit van de instellingen overgedragen kredieten in een van de twee volgende gevallen: de voorbereidende stadia zijn beëindigd (artikel 9, lid 2, onder a), van het Financieel Reglement) of de rechtsgrondslag is laat in het jaar goedgekeurd (artikel 9, lid 2, onder b)). Zowel vastleggings- als betalingskredieten kunnen worden overgedragen (artikel 9, lid 3), en iii) naar aanleiding van vrijmakingen wederopgevoerde kredieten. Hierbij gaat het om vastleggingskredieten met betrekking tot de structuurfondsen die opnieuw in de begroting worden opgenomen nadat zij zijn vrijgemaakt. Deze wederopvoering geschiedt bij wijze van uitzondering indien de Commissie een fout heeft begaan of het bedrag onmisbaar blijkt voor de uitvoering van het programma (artikel 157 van het Financieel Reglement).

– Bestemmingsontvangsten, die bestaan uit: i) terugbetalingen die bestemd zijn voor het begrotingsonderdeel ten laste waarvan de oorspronkelijke uitgave kwam en die onbeperkt kunnen worden overgedragen; ii) EVA-kredieten: de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte voorziet in een financiële deelneming van haar leden aan bepaalde activiteiten in de EU‑begroting. De betrokken begrotingsonderdelen en de uitgetrokken bedragen worden gepubliceerd in bijlage III bij de EU-begroting. De betrokken onderdelen worden verhoogd met de EVA-bijdrage. De kredieten die aan het einde van het jaar niet zijn gebruikt, worden geannuleerd en aan de EER-landen terugbetaald; iii) ontvangsten van derden/andere landen die met de Europese Unie overeenkomsten hebben gesloten die voorzien in een financiële deelneming in EU-activiteiten: de in verband hiermee ontvangen bedragen worden beschouwd als van derden afkomstige ontvangsten en zijn bestemd voor de desbetreffende begrotingsonderdelen (vaak op het gebied van onderzoek). Deze kunnen onbeperkt worden overgedragen (artikel 10 en artikel 18, lid 1, onder a) en d), van het Financieel Reglement); iv) werken voor derden: in het kader van hun onderzoeksactiviteiten kunnen de EU-onderzoekscentra werkzaamheden verrichten voor externe organisaties (artikel 161, lid 2, van het Financieel Reglement). Zoals de ontvangsten van derden zijn de werken voor derden voor bepaalde begrotingsonderdelen bestemd en kunnen zij onbeperkt worden overdragen (artikel 10 en artikel 18, lid 1, onder d), van het Financieel Reglement), en v) na terugbetaling van vooruitbetalingen wederopgevoerde kredieten. Het gaat om EU-middelen die door de begunstigden zijn terugbetaald en die onbeperkt kunnen worden overgedragen. Op het gebied van de structuurfondsen is de wederopneming gebaseerd op een besluit van de Commissie (artikel 18, lid 2, van het Financieel Reglement en artikel 228 van de uitvoeringsvoorschriften).

340.

1.4.3 Samenstelling van de toegestane kredieten


– Definitieve begrotingskredieten = oorspronkelijke in de begroting opgenomen ontvangsten + ontvangsten van gewijzigde begrotingen + overschrijvingen;

– Aanvullende kredieten = bestemmingsontvangsten (zie boven) + van het vorige begrotingsjaar overgedragen kredieten en na vrijmakingen wederopgevoerde kredieten;

– Totaal toegestane kredieten = definitieve begrotingskredieten + aanvullende kredieten;

– Kredieten voor het begrotingsjaar (zoals gebruikt voor de berekening van het begrotingsresultaat) = definitieve begrotingskredieten + bestemmingsontvangsten.

341.

1.5 UITVOERING VAN DE BEGROTING


De uitvoering van de begroting wordt geregeld door artikel 48, lid 1, dat bepaalt: „De Commissie voert de begroting […] uit overeenkomstig deze verordening, onder haar eigen verantwoordelijkheid en binnen de grens van de toegekende kredieten.” Artikel 50 bepaalt dat de Commissie de overige instellingen de bevoegdheden toekent die nodig zijn voor de uitvoering van hun afdeling van de begroting.

342.

1.6 NOG BETAALBAAR TE STELLEN VASTLEGGINGEN (RAL)


Door de invoering van de gesplitste kredieten ontstond een verschil tussen de gedane vastleggingen en de verrichte betalingen. Dit verschil, de nog betaalbaar te stellen verplichtingen, houdt verband met het tijdsverloop tussen het moment waarop de vastleggingen worden gedaan en het moment waarop de desbetreffende betalingen worden verricht.

343.

2. TOELICHTING BIJ DE GECONSOLIDEERDE VERSLAGEN OVER DE UITVOERING VAN DE BEGROTING


344.

2.1 BEGROTINGSRESULTAAT VAN HET JAAR (tabel 1)


345.

2.1.1 Algemeen


De eigen middelen worden geboekt op basis van de bedragen waarmee de door de lidstaten voor de Commissie geopende rekeningen in de loop van het jaar worden gecrediteerd. In het geval van een overschot omvatten de ontvangsten ook het begrotingsresultaat van het vorige begrotingsjaar. De overige ontvangsten worden geboekt op basis van de in de loop van het jaar werkelijk geïnde bedragen.

Voor de berekening van het resultaat van het jaar worden onder uitgaven verstaan de betalingen uit de betalingskredieten van het jaar, vermeerderd met de kredieten van hetzelfde jaar die naar het volgende jaar zijn overgedragen. De betalingen uit de betalingskredieten van het jaar zijn die welke uiterlijk op 31 december van dat begrotingsjaar door de rekenplichtige worden verricht. Voor het ELGF worden als betalingen geboekt die welke de lidstaten tussen 16 oktober N-1 en 15 oktober N hebben verricht, voor zover de vastlegging en de betalingsopdracht uiterlijk op 31 januari N+1 door de rekenplichtige zijn ontvangen. Ten aanzien van de uitgaven van het ELGF kan een later conformiteitsbesluit worden genomen, nadat in de lidstaten controles zijn verricht.

Het begrotingsresultaat bestaat uit twee delen: het resultaat van de Europese Unie en het resultaat van de deelneming van de EVA-landen die lid zijn van de EER. Overeenkomstig artikel 15 van Verordening nr. 1150/2000 betreffende de eigen middelen weerspiegelt dit resultaat het verschil tussen:

– de totale begrotingsontvangsten van het begrotingsjaar;

– en alle betalingen uit de kredieten van dat jaar, vermeerderd met het totale bedrag van de kredieten van hetzelfde jaar die naar het volgende jaar zijn overgedragen.

Dit verschil wordt vermeerderd of verminderd met:

– het nettobedrag dat voortvloeit uit de annulering van uit vorige jaren overgedragen betalingskredieten en de bij de betalingen door veranderingen van de wisselkoersen van de euro opgetreden overschrijdingen van de niet-gesplitste kredieten die van het vorige jaar zijn overgedragen;

– het saldo dat voortvloeit uit de in het begrotingsjaar geboekte wisselkoerswinsten en -verliezen.

Het begrotingsresultaat wordt het volgende jaar terugbetaald aan de lidstaten door een vermindering van de bedragen die zij voor dat begrotingsjaar zijn verschuldigd.

Van het vorige begrotingsjaar overgedragen kredieten die betrekking hebben op bijdragen van en werkzaamheden voor derden worden uiteraard nooit geannuleerd en worden opgenomen onder de aanvullende kredieten voor het begrotingsjaar. Dit verklaart het verschil tussen de van het vorige jaar overgedragen kredieten in de verslagen over de uitvoering van de begroting 2011 en de naar het volgende jaar overgedragen kredieten in de verslagen over de uitvoering van de begroting 2010. De betalingskredieten voor wederaanwending en de na terugstorting van vooruitbetalingen wederopgevoerde kredieten maken geen deel uit van het resultaat van het begrotingsjaar.

De overgedragen betalingskredieten omvatten: overdrachten van rechtswege en overdrachten bij besluit. De annulering van niet-gebruikte betalingskredieten die van het vorige jaar zijn overgedragen toont de annuleringen van kredieten die van rechtswege zijn overgedragen en kredieten die bij besluit zijn overgedragen. Dit omvat ook de daling van bestemmingsontvangsten die naar het volgende jaar zijn overgedragen in vergelijking met 2010.

2.1.2 Afstemming begrotingsresultaat – economisch resultaat

Het economisch resultaat van het jaar is berekend op transactiebasis. Doch het begrotingsresultaat is gebaseerd op het gewijzigdekasbeginsel, zoals bepaald in het Financieel Reglement. Aangezien beide resultaten het gevolg zijn van dezelfde onderliggende verrichtingen, is het nuttig om na te gaan of zij op elkaar kunnen worden afgestemd. In onderstaande tabel is deze afstemming opgenomen, met vermelding van de belangrijkste afgestemde bedragen, opgesplitst in ontvangsten en uitgaven.

|| AFSTEMMING: ECONOMISCH RESULTAAT – BEGROTINGSRESULTAAT|

||| miljoen EUR

|| 2010

|||

ECONOMISCH RESULTAAT VAN HET JAAR| (1 789)| 17 232

|||

Ontvangsten||

Rechten die in het lopende jaar zijn vastgesteld, maar nog niet geïnd zijn| | (3 132)

Rechten die in vorige jaren zijn vastgesteld en in het lopende jaar geïnd zijn| 2 1 346

Toegerekende baten (netto)| | (371)

|||

Uitgaven||

Toegerekende uitgaven (netto)| 3 (7 426)

Uitgaven van een vorig jaar betaald in het lopende jaar| | (386)

Netto-effect voorfinanciering| 1 (678)

Betalingskredieten overgedragen naar volgend jaar| (1 211)| (2 798)

Betalingen gedaan uit overdrachten en annulering van niet-gebruikte betalingskredieten| 2 1 760

Mutaties in voorzieningen| (2 109)| (323)

Overige| | (257)

|||

Economisch resultaat agentschappen en EKGS| | (418)

|||

BEGROTINGSRESULTAAT VAN HET JAAR| 1 4 549

|||

Afstemmingsposten — ontvangsten

De werkelijke begrotingsontvangsten van een begrotingsjaar zijn gelijk aan de bedragen die worden geïnd van in de loop van het jaar vastgestelde rechten en de bedragen die worden geïnd van rechten die in vorige jaren zijn vastgesteld. Daarom moeten de rechten die in het lopende jaar zijn vastgesteld maar nog niet geïnd zijn, ten behoeve van de afstemming van het economisch resultaat worden afgetrokken, aangezien zij geen deel uitmaken van de begrotingsontvangsten. Daarentegen moeten de rechten die in vorige jaren zijn vastgesteld en in het lopende jaar zijn geïnd, ten behoeve van de afstemming bij het economisch resultaat worden opgeteld.

De netto toegerekende baten bestaan hoofdzakelijk uit toegerekende baten voor landbouwheffingen, eigen middelen en rente en dividenden. Alleen het netto-effect, d.w.z. de toegerekende baten voor het lopende jaar verminderd met de teruggeboekte toegerekende baten van vorig jaar, wordt in aanmerking genomen.

Afstemmingsposten — uitgaven

De netto toegerekende uitgaven bestaan hoofdzakelijk uit uitgaven die zijn toegerekend met het oog op afsluiting aan het einde van het jaar, d.w.z. subsidiabele uitgaven die begunstigden van EU-middelen hebben gedaan, maar nog niet aan de Commissie hebben gedeclareerd.

Hoewel toegerekende uitgaven niet als begrotingsuitgaven worden beschouwd, maken de betalingen die in het lopende jaar zijn verricht in verband met facturen die in vorige jaren zijn geboekt, wel deel uit van de begrotingsuitgaven van het lopende jaar.

Het netto-effect van voorfinanciering is de combinatie van 1) de nieuwe voorfinancieringsbedragen die in het lopende jaar zijn betaald en als begrotingsuitgaven van het jaar geboekt zijn en 2) de goedkeuring van de voorfinancieringen die in het lopende jaar of in vorige jaren werden betaald ingevolge de aanvaarding van subsidiabele kosten. De laatste zijn wel toegerekende uitgaven, doch geen uitgave in de begrotingsboekhouding, aangezien de aanvankelijke voorfinanciering reeds als een begrotingsuitgave werd beschouwd op het ogenblik van de betaling.

Naast de betalingen die verricht zijn uit de kredieten van het jaar, dienen de kredieten voor dat jaar die naar het volgende jaar worden overgedragen, ook in aanmerking te worden genomen voor de berekening van het begrotingsresultaat van het jaar (overeenkomstig artikel 15 van Verordening nr. 1150/2000). Hetzelfde geldt voor begrotingsbetalingen die in het lopende jaar zijn gedaan uit overgedragen kredieten en de annulering van niet-gebruikte betalingskredieten.

De mutaties in de voorzieningen hebben betrekking op ramingen die aan het einde van het jaar in de boekhouding op transactiebasis zijn gedaan (hoofdzakelijk personeelsbeloningen) die geen invloed hebben op de begrotingsboekhouding. Andere afstemmingsbedragen zijn verschillende elementen zoals de waardevermindering van activa, de aankoop van activa, financiëleleaseverplichtingen en financiële participaties, waarvan de behandeling in de begrotingsboekhouding en in de boekhouding op transactiebasis verschilt.

346.

2.2 VERGELIJKING VAN DE BEGROTING EN DE WERKELIJKE BEDRAGEN (tabel 2)


Het bedrag van de vastleggingskredieten in de oorspronkelijk goedgekeurde begroting, die op 15 december 2010 door de voorzitter van het Europees Parlement werd ondertekend, werd vastgelegd op 126 527 miljoen EUR, voor 125 106 miljoen EUR uit eigen middelen te financieren. De geraamde ontvangsten en uitgaven in de oorspronkelijke begroting worden doorgaans in de loop van het begrotingsjaar aangepast, en deze wijzigingen worden in gewijzigde begrotingen opgenomen. Wijzigingen in de eigenmiddelenbetalingen op basis van het bni garanderen dat de begrote ontvangsten precies overeenstemmen met de begrote uitgaven. In overeenstemming met het evenwichtsbeginsel moeten de ontvangsten en de uitgaven van de begroting (betalingskredieten) in evenwicht zijn.

Ontvangsten:

In 2011 werden zeven gewijzigde begrotingen goedgekeurd. Met inachtneming van die gewijzigde begrotingen bedroegen de definitieve ontvangsten voor de begroting 2011 in totaal 126 727 miljoen EUR. Die werden voor een totaal van 118 289 miljoen EUR (dus 6 816 miljoen EUR minder dan aanvankelijk geraamd) uit eigen middelen gefinancierd en voor de rest uit andere ontvangsten. Dat er minder behoefte bestond aan eigen middelen was voornamelijk toe te schrijven aan de opneming van 4 539 miljoen EUR in verband met het overschot van het vorige jaar. Ten slotte leidden de wijzigingen in de prognoses van de ontvangsten in gewijzigde begroting nr. 6/2011 tot een extra vermindering.

Wat het resultaat van de eigen middelen betreft, stemde de inning van traditionele eigen middelen bijna overeen met de geraamde bedragen. De begrotingsramingen werden gewijzigd bij het opstellen van gewijzigde begroting nr. 4/2011 (verhoging met 1 090 miljoen EUR volgens de nieuwe macro-economische prognoses van het voorjaar 2011). Bij de gewijzigde begroting nr. 6/2011 werden de begrotingsramingen opnieuw gewijzigd om rekening te houden met het werkelijke ritme van inning. Ze werden verlaagd met 1 200 miljoen EUR en kwamen zo bijna uit op het oorspronkelijke bedrag.

De definitieve btw- en bni-betalingen van de lidstaten lagen ook dicht bij de laatste begrotingsraming. De verschillen tussen de geraamde bedragen en de werkelijk betaalde bedragen worden veroorzaakt door de verschillen tussen de eurokoersen die voor begrotingsdoeleinden zijn gebruikt en de koersen die golden op het ogenblik waarop de lidstaten die geen deel uitmaken van de EMU, hun betalingen daadwerkelijk hebben verricht.

Uitgaven:

Het jaar 2011 was het vijfde jaar van de huidige programmeringsperiode: voor veel grote programma’s kwam de uitvoering van betalingen op kruissnelheid. Gelet op de algemene context van begrotingsconsolidatie in de lidstaten bleef de stijging van de betalingskredieten in de begroting echter beperkt en ontoereikend om te voldoen aan de betalingsbehoeften in de loop van het jaar. De stijging bleef ook onder een niveau dat een effect zou hebben gehad om de vermindering van de omvang van de nog betaalbaar te stellen vastleggingen (RAL).

Wat de vastleggingen betreft, werd de toegestane begroting (en bijgevolg de vastgelegde politieke doelstellingen) volledig uitgevoerd (99,6%). In de loop van het jaar uitgevoerde aanpassingen bedroegen 240 miljoen EUR voor het Europees Solidariteitsfonds, waarvan de uitgaven inherent onvoorspelbaar zijn, en 41 miljoen EUR voor titel 18 Ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid (voornamelijk voor Frontex). Na de besteding van in totaal 141 204 miljoen EUR was er nog een niet-besteed bedrag van 617 miljoen EUR. Na de overdracht naar 2012 is een bedrag van 316 miljoen EUR geannuleerd, alsook de niet-gebruikte reserve voor het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering van 371 miljoen EUR en niet-gebruikte voorlopige kredieten van 2 miljoen EUR.

Het uitvoeringspercentage van betalingskredieten (125 145 miljoen EUR) bereikte 98,8%. In de loop van het jaar werden de totale kredieten gewijzigd: in gewijzigde begroting nr. 6/2011 werd 200 miljoen EUR extra toegestaan voor het Europees Sociaal Fonds. In die gewijzigde begroting werd ook nog 253 miljoen EUR overgeschreven van plattelandsontwikkeling naar het Europees Sociaal Fonds. Bij overschrijving DEC 52/2011 van de begrotingsautoriteit ontving dit fonds nog eens 601 miljoen EUR. Ondanks deze maatregelen leidden een toename in de betalingsaanvragen in de laatste drie weken van het jaar en het ontbreken van de nodige betalingskredieten ertoe dat ongeveer 11 miljard EUR aan aanvragen pas in 2012 zal worden voldaan.

De niet-gebruikte goedgekeurde kredieten, met uitsluiting van reserves, beliepen 1 580 miljoen EUR (in 2010: 3 243 miljoen EUR), en na de overdracht naar 2012 vervalt een totaal bedrag van 560 miljoen EUR (in 2010: 1 730 miljoen EUR), voornamelijk in de rubrieken 2 en 4. 2 miljoen EUR voorlopige betalingskredieten bleven niet-gebruikt.

In het verslag over het begrotings- en financieel beheer - Begrotingsjaar 2011 van de Commissie, deel A (overzicht op begrotingsniveau) en deel B (over elke rubriek van het meerjarig financieel kader afzonderlijk), is een gedetailleerde analyse opgenomen van de begrotingsaanpassingen, hun specifieke context, hun motivering en hun effect.

347.

2.3 ONTVANGSTEN (tabel 3)


De ontvangsten van de algemene begroting van de Europese Unie vallen onder twee hoofdcategorieën: eigen middelen en andere ontvangsten. Dit is vastgelegd in artikel 311 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, dat bepaalt: „De begroting wordt, onverminderd andere ontvangsten, volledig uit eigen middelen gefinancierd.” Het grootste deel van de begrotingsuitgaven wordt uit de eigen middelen gefinancierd. De andere ontvangsten vertegenwoordigen slechts een klein deel van de totale financiering.

Er zijn drie categorieën eigen middelen: traditionele eigen middelen, btw-middelen en bni-middelen. De traditionele eigen middelen omvatten suikerheffingen en douanerechten. Een mechanisme voor de correctie van begrotingsonevenwichtigheden (korting ten behoeve van het Verenigd Koninkrijk) alsook een brutovermindering van de jaarlijkse bni-bijdrage van Nederland en Zweden maken integrerend deel uit van het stelsel van eigen middelen.

De toewijzing van eigen middelen gebeurt overeenkomstig de regels die zijn vastgesteld in Besluit nr. 2007/436/EG, Euratom van de Raad van 7 juni 2007 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Gemeenschappen. Het eigenmiddelenbesluit van 2007 trad op 1 maart 2009 in werking. Het werd echter van kracht op 1 januari 2007. In het begrotingsjaar 2009 werd bijgevolg rekening gehouden met de terugwerkende effecten.

348.

2.3.1 Traditionele eigen middelen


Traditionele eigen middelen: elk vastgesteld bedrag aan traditionele eigen middelen moet in één van beide door de bevoegde autoriteiten gevoerde boekhoudingen worden opgenomen:

– in de „normale” boekhouding als bedoeld in artikel 6, lid 3, onder a), van Verordening nr. 1150/2000: elk geïnd of gewaarborgd bedrag;

– in de „specifieke” boekhouding als bedoeld in artikel 6, lid 3, onder b), van Verordening nr. 1150/2000: elk nog niet geïnd en/of niet gegarandeerd bedrag; de gegarandeerde, maar betwiste bedragen kunnen ook in deze boekhouding worden opgenomen.

Voor de specifieke boekhouding zenden de lidstaten de Commissie een kwartaaloverzicht toe, met daarin:

– het saldo dat in het vorige kwartaal nog moest worden geïnd;

– de in het betrokken kwartaal geïnde bedragen;

– rectificaties van de grondslag (rectificaties/annuleringen) in het betrokken kwartaal;

– de geschrapte bedragen (die overeenkomstig artikel 17, lid 2, van Verordening nr. 1150/2000),

– de in het betrokken kwartaal geïnde bedragen,

– het aan het eind van het betrokken kwartaal nog te innen saldo.

Traditionele eigen middelen moeten uiterlijk op de eerste werkdag na de 19e van de tweede maand die volgt op de maand waarin het recht is vastgesteld (of geïnd in het geval van de specifieke boekhouding), worden geboekt op de rekening van de Commissie bij de schatkist of het door de lidstaat aangewezen orgaan. De lidstaten houden als inningskosten 25% van de traditionele eigen middelen in. De voorwaardelijke rechten op eigen middelen worden aangepast naargelang het waarschijnlijk is dat zij zullen worden geïnd.

349.

2.3.2 Bni- en btw-middelen


De btw-middelen vloeien voort uit de toepassing van een voor alle lidstaten geldend uniform percentage op de geharmoniseerde btw-grondslag, die wordt vastgesteld overeenkomstig artikel 2, lid 1, onder b), van het eigenmiddelenbesluit van 2007. Het uniforme percentage is vastgesteld op 0,30%, met uitzondering van de periode 2007-2013, waarin het percentage was vastgesteld op 0,225% voor Oostenrijk, 0,15% voor Duitsland en 0,10% voor Nederland en Zweden. De btw-grondslag wordt voor alle lidstaten afgetopt op 50% van het bni.

De bni-middelen vormen een variabele middelenbron die tijdens een gegeven begrotingsjaar de ontvangsten moet leveren ter dekking van de uitgaven die boven het bedrag liggen dat is geïnd uit hoofde van traditionele eigen middelen, btw-middelen en diverse ontvangsten. De ontvangsten vloeien voort uit de toepassing van een uniform percentage op de som van de bni's van alle lidstaten. De btw- en bni-middelen worden vastgesteld op basis van ramingen van de btw- en bni-grondslagen die tijdens de opstelling van het voorontwerp van begroting worden gemaakt. Deze ramingen worden later bijgesteld. Dit gebeurt tijdens het betrokken begrotingsjaar via een gewijzigde begroting.

De definitieve gegevens met betrekking tot de btw- en bni-grondslagen zijn beschikbaar tijdens het jaar dat volgt op het betrokken begrotingsjaar. De Commissie berekent de verschillen tussen de bedragen die de lidstaten verschuldigd zijn op grond van de werkelijke grondslagen en de bedragen die zij daadwerkelijk hebben betaald op grond van de (bijgestelde) ramingen. Deze btw- en bni-saldi, die positief of negatief kunnen zijn, worden voor de eerste werkdag van december van het jaar dat volgt op het begrotingsjaar in kwestie door de Commissie bij de lidstaten afgeroepen. Gedurende de volgende vier jaar kunnen nog correcties worden aangebracht op de werkelijke btw- en bni-grondslagen, tenzij er voorbehoud is gemaakt. De eerder berekende saldi worden dan aangepast en het verschil wordt tegelijk met de btw- en bni-saldi voor het vorige begrotingsjaar afgeroepen.

Bij het verrichten van controles van btw-overzichten en bni-gegevens kan de Commissie tegen de lidstaten voorbehoud formuleren ten aanzien van bepaalde punten, die gevolgen kunnen hebben voor hun bijdragen aan eigen middelen. Deze punten van voorbehoud kunnen bv. gebaseerd zijn op een gebrek aan aanvaardbare gegevens of de noodzaak een passende methodiek te ontwikkelen. Deze punten van voorbehoud moeten worden beschouwd als mogelijke vorderingen op de lidstaten voor onzekere bedragen, aangezien de financiële impact niet precies kan worden geraamd. Wanneer het precieze bedrag kan worden vastgesteld, worden de overeenstemmende btw- en bni-middelen afgeroepen, hetzij in het kader van btw- en bni-saldi of via afzonderlijke afroepingen van middelen.

350.

2.3.3 Britse correctie


Dit mechanisme vermindert de stortingen van eigen middelen van het Verenigd Koninkrijk in verhouding tot de „begrotingsonevenwichtigheid” ten nadele van dit land en vermeerdert de stortingen van eigen middelen van de andere lidstaten in dezelfde mate. Het mechanisme ter correctie van de begrotingsonevenwichtigheden ten behoeve van het Verenigd Koninkrijk is ingesteld door de Europese Raad van Fontainebleau (juni 1984) en het daaruit voortvloeiende eigenmiddelenbesluit van 7 mei 1985. Het doel van dit mechanisme was de begrotingsonevenwichtigheid ten nadele van het Verenigd Koninkrijk te compenseren door een vermindering van de door dit land aan de EU af te dragen middelen. Duitsland, Oostenrijk, Zweden en Nederland dragen in mindere mate aan die correctie bij (beperkt tot een vierde van hun normale aandeel).

351.

2.3.4 Brutovermindering


De Europese Raad van 15 en 16 december 2005 concludeerde dat Nederland en Zweden in de periode 2007-2013 brutoverminderingen in hun jaarlijkse bni-bijdragen zullen genieten. Volgens dit compensatiemechanisme zal de jaarlijkse bni-bijdrage van Nederland worden verminderd met een brutobedrag van 605 miljoen EUR en de jaarlijkse bni-bijdrage van Zweden met een brutobedrag van 150 miljoen EUR, uitgedrukt in prijzen van 2004.

352.

2.4 UITGAVEN (tabellen 4 tot en met 13)


353.

2.4.1 Financieel kader 2007-2013


|| miljoen EUR

|| 2013

1. Duurzame groei| 53 57 61 63 63 67 70 147

2. Bescherming en beheer van natuurlijke hulpbronnen| 55 59 56 59 59 60 61 289

3. Burgerschap, vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid| 1 1 1 1 1 2 2 376

4. De EU als mondiale speler| 6 7 7 7 8 8 9 595

5. Administratie| 7 7 7 7 8 8 9 095

6. Compensaties| 0

Vastleggingskredieten:| 124 132 134 140 142 148 152 502

Totaal betalingskredieten:| 122 129 120 134 133 141 143 911

De uitgaven worden per grote uitgavencategorie van de EU gepresenteerd volgens de indeling in rubrieken van het financieel kader 2007-2013. Het begrotingsjaar 2011 was het vijfde jaar van het financieel kader 2007-2013. Het totale maximum van de vastleggingskredieten bedraagt voor 2011 142 272 miljoen EUR of 1,15% van het bni. Het totale maximum van de betalingskredieten bedraagt 133 700 miljoen EUR of 1,08 % van het bni. In de bovenstaande tabel wordt het financieel kader tegen de huidige prijzen getoond.

Rubriek 1 — Duurzame groei

Deze rubriek is onderverdeeld in twee afzonderlijke, maar onderling afhankelijke componenten:

- 1a. Concurrentiekracht ter bevordering van groei en werkgelegenheid, die uitgaven bevat voor onderzoek en innovatie, onderwijs en opleiding, trans-Europese netwerken, sociaal beleid, de interne markt en bijbehorende beleidslijnen.

- 1b. Cohesie ter bevordering van groei en werkgelegenheid, bedoeld om de convergentie van de minst ontwikkelde lidstaten en regio's te verhogen, om de EU-strategie voor duurzame ontwikkeling buiten de minder welvarende regio's aan te vullen en om de interregionale samenwerking te steunen.

Rubriek 2 — Bescherming en beheer van natuurlijke hulpbronnen

Rubriek 2 omvat gemeenschappelijke beleidslijnen voor landbouw en visserij, maatregelen voor plattelandsontwikkeling en milieu, meer bepaald Natura 2000. Het bedrag dat bestemd is voor het gemeenschappelijk landbouwbeleid is de neerslag van de overeenkomst die werd bereikt tijdens de Europese Raad in oktober 2002.

Rubriek 3 — Burgerschap, vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid

De nieuwe rubriek 3 (Burgerschap, vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid) heeft betrekking op het groeiend belang dat de EU hecht aan bepaalde domeinen waarin de Unie nieuwe opdrachten heeft gekregen, meer bepaald justitie en binnenlandse zaken, bescherming van de grenzen, immigratie- en asielbeleid, gezondheidszorg en consumentenbescherming, cultuur, jeugd, informatie en de dialoog met de burgers. Zij is opgesplitst in twee componenten:

- 3a. Vrijheid, veiligheid en recht.

- 3b. Burgerschap.

Rubriek 4 — De EU als mondiale partner

Rubriek 4 heeft betrekking op alle externe maatregelen, onder meer pretoetredingsinstrumenten. Hoewel de Commissie had voorgesteld om het EOF in het financieel kader te integreren, waren de Europese Raad en het Europees Parlement het eens om het daar niet in op te nemen.

Rubriek 5 — Administratie

Deze rubriek heeft betrekking op de administratieve uitgaven van alle instellingen, de pensioenen en de Europese Scholen. Voor de andere instellingen dan de Commissie vormen al hun uitgaven administratieve uitgaven, maar de agentschappen en andere organen doen beide: zowel administratieve als beleidsuitgaven.

Rubriek 6 — Compensaties

Overeenkomstig het politieke akkoord dat de nieuwe lidstaten helemaal aan het begin van hun lidmaatschap geen nettobetalers aan de begroting zouden worden, is hiervoor in deze rubriek voorzien in een compensatie. Dit bedrag zal beschikbaar worden gesteld via overschrijvingen om hun begrotingsontvangsten en -bijdragen in evenwicht te brengen.

354.

2.4.2 Beleidsgebieden


Als onderdeel van het activiteitsgestuurd beheer (activity based management, afgekort AGM) voert de Commissie voor haar plannings- en beheersprocessen de activiteitsgestuurde begroting in. Het gaat daarbij om een begrotingsstructuur waarin de begrotingstitels overeenkomen met beleidsterreinen en de begrotingshoofdstukken met activiteiten. Met de activiteitsgestuurde begroting wordt beoogd een duidelijk kader te verschaffen voor de omzetting van de beleidsdoelstellingen van de Commissie in acties door wetgeving, door financiële middelen of door andere middelen van openbaar beleid. Door alles wat de Commissie doet, te structureren in termen van activiteiten, wordt een duidelijk beeld gegeven van wat de Commissie onderneemt en tegelijkertijd een gemeenschappelijk kader geboden voor de vaststelling van prioriteiten. In de begrotingsprocedure worden middelen toegewezen aan prioriteiten, waarbij de activiteiten worden gebruikt als de bouwstenen voor budgetteringsdoeleinden. Door een verband te leggen tussen activiteiten en de aan deze activiteiten toegewezen middelen wordt met de activiteitsgestuurde begroting getracht binnen de Commissie de efficiëntie en de doeltreffendheid bij het gebruik van de middelen te verhogen.

Beleidsterreinen zouden kunnen worden gedefinieerd als homogene groepen activiteiten die onderdelen van de werkzaamheden van de Commissie vormen en die van belang zijn voor het besluitvormingsproces. Elk beleidsterrein stemt doorgaans met een DG overeen en omvat gemiddeld ongeveer zes of zeven afzonderlijke activiteiten. Bij de meeste van deze beleidsterreinen gaat het om activiteiten ten behoeve van derden. De beleidsbegroting wordt aangevuld met de nodige administratieve uitgaven voor elk beleidsterrein.

355.

2.5 INSTELLINGEN EN AGENTSCHAPPEN (tabellen 14 tot en met 18)


Net als in de voorbije jaren is de uitvoering van de begroting van alle instellingen opgenomen in de geconsolideerde verslagen over de uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie, aangezien binnen de EU-begroting een afzonderlijke begroting voor iedere instelling is vastgesteld. Agentschappen hebben geen afzonderlijke begroting binnen de EU-begroting en zij worden gedeeltelijk gefinancierd met een begrotingssubsidie van de Commissie.

Wat de EDEO betreft, zij opgemerkt dat deze dienst naast zijn eigen begroting ook bijdragen van de Commissie (202 miljoen EUR) en het EOF (50 miljoen EUR) ontvangt. Deze begrotingskredieten worden ter beschikking gesteld van de EDEO (als bestemmingsontvangsten), in de eerste plaats ter dekking van de kosten van de personeelsleden van de Commissie die in de EU-delegaties werken. Deze delegaties worden administratief beheerd door de EDEO.

Om alle relevante begrotingsgegevens voor de agentschappen te kunnen verstrekken, zijn in het begrotingsgedeelte van de geconsolideerde jaarrekeningen afzonderlijke verslagen opgenomen over de uitvoering van de individuele begrotingen van de traditionele geconsolideerde agentschappen.