Toelichting bij COM(2016)593 - Auteursrechten in de digitale eengemaakte markt - EU monitor

EU monitor
Zaterdag 21 september 2019
kalender

Dit is een beperkte versie

U kijkt naar een beperkte versie van dit dossier in de EU Monitor.

dossier COM(2016)593 - Auteursrechten in de digitale eengemaakte markt.
bron COM(2016)593 NLEN
datum 14-09-2016
1. ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

Motivering en doel van het voorstel

De ontwikkeling van digitale technologieën heeft geleid tot veranderingen in de manier waarop werken en ander beschermd materiaal ontstaan en geproduceerd worden en in de verspreiding en exploitatie ervan. Er zijn nieuwe toepassingen opgekomen maar ook nieuwe actoren en nieuwe bedrijfsmodellen. In de digitale omgeving zijn ook steeds meer grensoverschrijdend geworden en worden aan de consument nieuwe mogelijkheden geboden om toegang te krijgen tot auteursrechtelijk beschermde inhoud. Hoewel de doelstellingen en beginselen van het EU-kader voor auteursrechten nog steeds gelden, moet dit aan de nieuwe realiteit worden aangepast. De EU moet dan ook optreden om versnippering van de interne markt te voorkomen. Tegen deze achtergrond is in de strategie voor de digitale eengemaakte markt 1 van mei 2015 gewezen op de noodzaak „de verschillen tussen de nationale auteursrechtenstelsels te verkleinen en de onlinetoegang voor gebruikers in heel de EU op ruimere schaal mogelijk te maken”. In de desbetreffende mededeling is beklemtoond dat de grensoverschrijdende toegang tot diensten voor auteursrechtelijk beschermde inhoud moet worden verbeterd, dat nieuwe toepassingen op het gebied van onderzoek en onderwijs moeten worden bevorderd en dat de rol van onlinediensten in de distributie van werken en ander beschermd materiaal duidelijker moet worden omschreven. In december 2015 publiceerde de Commissie een mededeling „Naar een modern, meer Europees kader voor auteursrechten" 2 . Hierin werden gerichte maatregelen voorgesteld alsook een langetermijnvisie voor de modernisering van de EU-regels inzake auteursrecht. Dit voorstel is een van de maatregelen die bedoeld zijn om specifieke kwesties aan te pakken waarvan de mededeling melding maakt.

De uitzonderingen en beperkingen op de auteursrechten en de naburige rechten zijn op EU-niveau geharmoniseerd. Een aantal van die uitzonderingen is gericht op doelstellingen van het overheidsbeleid, zoals onderzoek of onderwijs. Omdat de laatste tijd nieuwe soorten toepassingen zijn opgekomen, blijft het echter onzeker of deze uitzonderingen nog steeds aangepast zijn om te komen tot een billijk evenwicht tussen de rechten en belangen van auteurs en andere rechthebbenden enerzijds, en die van gebruikers anderzijds. Bovendien blijven deze uitzonderingen nationaal en is de rechtszekerheid rond grensoverschrijdende toepassingen niet gewaarborgd. In dit verband heeft de Commissie drie actiegebieden aangewezen: digitale en grensoverschrijdende toepassingen op het gebied van onderwijs, tekst- en datamining op het gebied van wetenschappelijk onderzoek, en het behoud van cultureel erfgoed. Het doel ervan is de wettigheid van bepaalde soorten toepassingen op deze gebieden te waarborgen, ook over de grenzen heen. Een gemoderniseerd kader voor uitzonderingen en beperkingen zal meebrengen dat onderzoekers kunnen beschikken over een duidelijker juridische ruimte voor het gebruik van innovatieve onderzoeksinstrumenten voor tekst- en datamining, leerkrachten en studenten zullen ten volle kunnen profiteren van digitale technologieën in alle onderwijsniveaus en instellingen voor cultureel erfgoed (dit zijn voor het publiek toegankelijke bibliotheken en musea, archieven of instellingen voor cinematografisch of audiovisueel erfgoed) zullen worden ondersteund in hun streven naar behoud van het cultureel erfgoed, hetgeen uiteindelijk de EU-burgers ten goede komt.

Hoewel digitale technologieën grensoverschrijdende toegang tot werken en andere materialen moeten vergemakkelijken, blijven er nog steeds obstakels, met name voor toepassingen en werken waarvoor de vereffening van rechten complex is. Dit is het geval met instellingen voor cultureel erfgoed die onlinetoegang willen bieden, ook over de grenzen heen, tot werken in hun catalogi die niet meer in de handel zijn. Ten gevolge van deze belemmeringen missen Europese burgers kansen om toegang te krijgen tot het cultureel erfgoed. In het voorstel worden deze problemen aangepakt door de invoering van een specifiek mechanisme om het voor instellingen voor cultureel erfgoed eenvoudiger te maken licenties toe te staan voor de verspreiding van werken die niet meer in de handel zijn. Wat audiovisuele werken betreft, vormen Europese werken ondanks het toenemende belang van video-on-demandplatforms slechts een derde van de werken waarover de consumenten kunnen beschikken op deze platforms. Dit gebrek aan beschikbaarheid is nogmaals voor een deel het gevolg van een complex proces van vereffening van rechten. Dit voorstel voorziet in maatregelen om het verlenen van licenties en het vereffenen van de rechten daarvoor te vergemakkelijken. Daardoor zal het voor de consument uiteindelijk gemakkelijker worden om over de grenzen heen toegang te krijgen tot auteursrechtelijk beschermde inhoud.

Door de ontwikkeling van digitale technologieën zijn nieuwe bedrijfsmodellen opgekomen en is het internet een sterkere rol gaan spelen als belangrijkste marktplaats voor de distributie van en de toegang tot auteursrechtelijk beschermde inhoud. In deze nieuwe omstandigheden ondervinden rechthebbenden moeilijkheden wanneer zij hun rechten in licentie willen geven en vergoed willen worden voor de onlinedistributie van hun werken. Dit kan de ontwikkeling van de creativiteit en de productie van creatieve inhoud in Europa in gevaar brengen. Er moet dan ook worden gegarandeerd dat auteurs en rechthebbenden een billijk aandeel krijgen van de waarde die door het gebruik van hun werken en ander beschermd materiaal wordt gegenereerd. Tegen deze achtergrond voorziet dit voorstel in maatregelen om de positie van de rechthebbenden in de onderhandelingen te verbeteren, om voor de exploitatie van hun inhoud een vergoeding te krijgen van onlinediensten die toegang verschaffen tot door de gebruiker geüploade inhoud. Een eerlijke verdeling van waarde is ook noodzakelijk om de duurzaamheid van de sector van de persuitgaven te verzekeren. Persuitgevers ondervinden moeilijkheden om hun publicaties online in licentie te geven en voor de waarde die zij genereren, een billijk aandeel te krijgen. Dit kan uiteindelijk de toegang van burgers tot informatie aantasten. Dit voorstel voorziet in een nieuw recht voor persuitgevers, met als doel hun publicaties gemakkelijker online in licentie te kunnen geven, hun investeringen terug te winnen en hun rechten te laten gelden. Het gaat ook in tegen de bestaande juridische onzekerheid wat betreft de mogelijkheid voor alle uitgevers om in het kader van een uitzondering een aandeel te verkrijgen in de vergoeding voor het gebruik van werken. Ten slotte hebben auteurs en uitvoerende kunstenaars vaak een zwakke onderhandelingspositie in hun contractuele relatie, wanneer zij hun rechten in licentie geven. Bovendien bestaat er vaak weinig transparantie over de inkomsten die uit het gebruik van hun werken of uitvoeringen voortkomen. Dit heeft uiteindelijk gevolgen voor de beloning van auteurs en uitvoerende kunstenaars. Dit voorstel omvat maatregelen om de transparantie te verbeteren en te komen tot evenwichtiger contractuele betrekkingen tussen auteurs en uitvoerende kunstenaars en degenen aan wie zij hun rechten toekennen. In het algemeen wordt verwacht dat de in titel IV van het voorstel voorgestelde maatregelen met het oog op een goed werkende markt voor auteursrechten op middellange termijn een positieve uitwerking hebben op de productie en beschikbaarheid van inhoud en het pluralisme van de media, wat uiteindelijk in het voordeel is van de consument.

Samenhang met de huidige bepalingen op dit beleidsgebied

In de strategie voor de digitale eengemaakte markt worden verschillende initiatieven naar voren geschoven die tot doel hebben een interne markt voor digitale inhoud en diensten tot stand te brengen. In december 2015 is een eerste stap ondernomen met de goedkeuring door de Commissie van een voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de totstandbrenging van de grensoverschrijdende portabiliteit van online-inhoudsdiensten in de interne markt 3 .

Dit voorstel beoogt uitwerking te geven aan een aantal gerichte acties die worden genoemd in de mededeling „Naar een modern, meer Europees kader voor auteursrechten”. Andere acties die in de mededeling worden genoemd, worden behandeld in het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van voorschriften inzake de uitoefening van auteursrechten en naburige rechten die van toepassing zijn op bepaalde online-uitzendingen van omroeporganisaties en doorgifte van televisie- en radioprogramma’s 4 , het voorstel voor een verordening inzake de grensoverschrijdende uitwisseling tussen de Unie en derde landen van exemplaren in toegankelijke vorm van bepaalde door auteursrechten en naburige rechten beschermde werken en ander materiaal ten behoeve van personen die blind zijn, visueel gehandicapt of anderszins een leeshandicap hebben 5 , en het voorstel voor een richtlijn inzake bepaalde toegestane vormen van gebruik van door auteursrechten en naburige rechten beschermde werken en ander materiaal ten behoeve van personen die blind zijn, visueel gehandicapt of anderszins een leeshandicap hebben, en tot wijziging van Richtlijn 2001/29/EG betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij 6 , die op dezelfde datum als dit voorstel voor een richtlijn zijn aangenomen.

Dit voorstel is in overeenstemming met het bestaande EU-rechtskader inzake auteursrechten. Het is gebaseerd op en vormt een aanvulling op de regels van Richtlijn 96/9/EG 7 , Richtlijn 2001/29/EG 8 , Richtlijn 2006/115/EG 9 , Richtlijn 2009/24/EG 10 , Richtlijn 2012/28/EU 11 en Richtlijn 2014/26/EU 12 . Deze richtlijnen, en ook dit voorstel, dragen bij tot de werking van de interne markt, verzekeren een hoog niveau van bescherming voor de rechthebbenden en vergemakkelijken de vereffening van rechten.

Dit voorstel vormt een aanvulling op Richtlijn 2010/13/EU 13 en het voorstel tot wijziging daarvan 14 .

Samenhang met andere beleidsgebieden van de Unie

Dit voorstel zal onderwijs en onderzoek vergemakkelijken, de verspreiding van de Europese culturen verbeteren en een positief effect hebben op de culturele diversiteit. Deze richtlijn is derhalve in overeenstemming met de artikelen 165, 167 en 179 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). Voorts draagt het voorstel bij tot de bevordering van de belangen van de consument, in overeenstemming met het beleid van de EU op het gebied van consumentenbescherming en artikel 169 VWEU, door een ruimere toegang tot en een breder gebruik van auteursrechtelijk beschermde inhoud mogelijk te maken.

2. RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID

Rechtsgrondslag

Het voorstel is gebaseerd op artikel 114 VWEU. Dit artikel verleent de EU de bevoegdheid om maatregelen vast te stellen die gericht zijn op de totstandbrenging en de werking van de interne markt.

Subsidiariteit (voor niet-exclusieve bevoegdheden)

Aangezien de uitzonderingen en beperkingen op het auteursrecht en de naburige rechten op EU-niveau zijn geharmoniseerd, beschikken de lidstaten over een beperkte maneuvreerruimte om rechten te creëren of aanpassingen aan te brengen. Bovendien zouden maatregelen op nationaal niveau niet toereikend zijn gelet op de grensoverschrijdende aspecten van de gesignaleerde problemen. EU-optreden is derhalve nodig om volledige rechtszekerheid te bewerkstellingen wat betreft grensoverschrijdende toepassingen op het gebied van onderzoek, onderwijs en cultureel erfgoed.

Er zijn reeds een aantal nationale initiatieven ontwikkeld om de verspreiding van en de toegang tot werken die niet meer in de handel zijn te vereenvoudigen. Deze initiatieven bestaan slechts in enkele lidstaten en zijn alleen van toepassing op het nationale grondgebied. De EU moet bijgevolg optreden om ervoor te zorgen dat er in alle lidstaten licentieregelingen komen voor de toegang tot en de verspreiding van werken die niet meer in de handel zijn en om de grensoverschrijdende werking daarvan te verzekeren. Wat de online-exploitatie van audiovisuele werken betreft, moet het met het oog op een ruimere beschikbaarheid van Europese werken op video-on-demandplatforms in de EU, in alle lidstaten gemakkelijker worden om over licentieovereenkomsten te onderhandelen.

Onlinedistributie van auteursrechtelijk beschermde inhoud is van nature grensoverschrijdend. Alleen mechanismen die op Europees niveau worden vastgesteld, kunnen zorgen voor een goed werkende markt voor de distributie van werken en ander beschermd materiaal en kunnen de duurzaamheid van de uitgeverijsector garanderen ten aanzien van de uitdagingen van de digitale omgeving. Auteurs en uitvoerende kunstenaars moeten ten slotte het door de Europese wetgeving ingestelde hoge niveau van bescherming kunnen genieten in alle lidstaten. Met dit doel en om verschillen tussen de lidstaten te voorkomen moet een gemeenschappelijke Europese aanpak worden gevolgd met betrekking tot transparantievereisten en mechanismen die in sommige gevallen kunnen leiden tot aanpassing van overeenkomsten alsook tot de beslechting van geschillen.

Evenredigheid

Het voorstel bepaalt dat de lidstaten moeten voorzien in dwingende uitzonderingen. Deze uitzonderingen hebben specifiek betrekking op belangrijke beleidsdoelstellingen en toepassingen met een grensoverschrijdende dimensie. De uitzonderingen bevatten ook voorwaarden die ervoor zorgen dat de markten blijven functioneren en dat de belangen van rechthebbenden en de stimulansen om te scheppen en te investeren bewaard blijven. Wanneer dat relevant is en als de doelstellingen van de richtlijn gegarandeerd blijven, is er ruimte vrijgelaten voor nationale maatregelen.

Het voorstel verplicht de lidstaten mechanismen op te zetten om de vereffening van auteursrechten en naburige rechten voor werken die niet meer in de handel zijn en voor de online-exploitatie van audiovisuele werken te vergemakkelijken. Het voorstel wil een ruimere toegang tot en verspreiding van inhoud verzekeren, terwijl de rechten van auteurs en andere rechthebbenden gevrijwaard blijven.. Daartoe zijn verschillende waarborgen ingebouwd (bv. opt-outmogelijkheden, vrijwaring van mogelijkheden tot licentieverlening, deelname aan het onderhandelingenplatform op vrijwillige basis). Het voorstel gaat niet verder dan wat nodig is om het beoogde doel te bereiken, terwijl er genoeg ruimte is voor de lidstaten om beslissingen te nemen met betrekking tot de specifieke kenmerken van deze mechanismen, en brengt geen onevenredige kosten mee.

Het voorstel legt verplichtingen op aan een aantal diensten van de informatiemaatschappij. Deze verplichtingen blijven echter redelijk gelet op de aard van de te verlenen diensten, de aanzienlijke impact van deze diensten op de markt voor online-inhoud en de grote hoeveelheden auteursrechtelijk beschermde inhoud die door deze diensten wordt opgeslagen. De invoering van een naburig recht voor persuitgevers zal de rechtszekerheid en hun onderhandelingspositie versterken, hetgeen het beoogde doel is. Het voorstel is evenredig omdat het alleen geldt voor perspublicaties en digitale toepassingen. Het voorstel zal ook niet met terugwerkende kracht gevolgen hebben voor handelingen of rechten die zijn verkregen vóór de datum van omzetting. De transparantieverplichting in het voorstel heeft alleen tot doel opnieuw evenwicht te brengen in de contractuele betrekkingen tussen scheppende kunstenaars en hun contractpartners, terwijl de contractuele vrijheid in acht wordt genomen.

Keuze van het instrument

Het voorstel heeft betrekking op bestaande richtlijnen en wijzigt deze in sommige gevallen. Waar passend en rekening houdend met het te bereiken doel, wordt ook speelruimte geboden aan de lidstaten, en tegelijkertijd wordt aan de doelstelling van een functionerende interne markt voldaan. De keuze voor een richtlijn is dus afdoende.

3. RESULTATEN VAN EX-POSTEVALUATIES, RAADPLEGINGEN VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELINGEN

Ex-postevaluaties/geschiktheidscontroles van bestaande wetgeving

De Commissie heeft de bestaande regelgeving inzake auteursrechten tussen 2013 en 2016 geëvalueerd met als doel „ervoor te zorgen dat het auteursrecht en de daarmee verbonden praktijken, zoals het verlenen van licenties, geschikt blijven voor gebruik in de nieuwe digitale context” 15 . Het evaluatieproces is weliswaar van start gegaan voordat de agenda van de Commissie voor betere regelgeving in mei 2015 16 werd vastgesteld, maar het volgde de geest van de richtsnoeren voor betere regelgeving. In dit proces zijn met name problemen aan het licht gekomen met de toepassing van bepaalde uitzonderingen en het feit dat deze geen grensoverschrijdend effect hadden 17 , en er is gewezen op moeilijkheden bij het gebruik van auteursrechtelijk beschermde inhoud, met name in de digitale en grensoverschrijdende context die zich de afgelopen jaren heeft ontwikkeld.

Raadplegingen van belanghebbenden

De Commissie heeft verschillende publieke raadplegingen gehouden. De raadpleging over de herziening van de EU-regels inzake auteursrecht vond plaats tussen 5 december 2013 en 5 maart 2014 18 en verschafte de Commissie een overzicht van de standpunten van belanghebbenden over de herziening van de EU-regels inzake auteursrecht, met inbegrip van uitzonderingen en beperkingen, en de vergoeding van auteurs en uitvoerende kunstenaars. De openbare raadpleging tussen 24 september 2015 en 6 januari 2016 over het regelgevingsklimaat voor onlineplatforms en -tussenpersonen, data- en cloudcomputing en de deeleconomie 19 leverde materiaal op van alle belanghebbende partijen die zich uitspraken over de rol van tussenpersonen in de onlineverspreiding van werken en ander beschermd materiaal. Tot slot vond tussen 23 maart 2016 en 15 juni 2016 een openbare raadpleging plaats over de rol van uitgevers in de waardeketen van de auteursrechten en over de „panoramavrijheid”. Met deze raadpleging konden ideeën worden verzameld over met name de eventuele invoering in de EU-wetgeving van een nieuwe naburig recht voor uitgevers.

Daarnaast voerde de Commissie tussen 2014 en 2016 besprekingen met de belanghebbenden over de verschillende onderwerpen van het voorstel.

Bijeenbrengen en benutten van deskundigheid

Er zijn juridische 20 en economische 21 studies verricht over de toepassing van Richtlijn 2001/29/EG, over de economische effecten van de aanpassing van bepaalde uitzonderingen en beperkingen, over het juridische kader van tekst- en datamining en over de vergoeding van auteurs en uitvoerende kunstenaars.

Effectbeoordeling

Voor dit voorstel is een effectbeoordeling uitgevoerd 22 . Op 22 juli 2016 heeft de Raad voor regelgevingstoetsing een positief advies uitgebracht op voorwaarde dat de effectbeoordeling verder zou worden verbeterd 23 . In de definitieve effectbeoordeling is rekening gehouden met de opmerkingen van dat advies.

Het onderzoek in de effectbeoordeling behandelt de basisscenario’s, de beleidsopties en de gevolgen daarvan voor acht thema’s gegroepeerd onder drie hoofdstukken, namelijk (i) het verzekeren van een bredere toegang tot inhoud, (ii) aanpassing van de uitzonderingen aan de digitale en grensoverschrijdende omgeving, en (iii) het tot stand brengen van een goed werkende markt voor auteursrechten. De gevolgen voor de verschillende belanghebbenden werden voor elke beleidsoptie geanalyseerd; met name rekening houdende met de overheersende rol van kleine en middelgrote ondernemingen in de creatieve sectoren, concludeert de analyse dat de invoering van een speciale regeling niet passend zou zijn omdat het doel van de interventie hierdoor ongedaan zou worden gemaakt. De beleidsopties van elk thema worden hieronder beknopt weergegeven.

Toegang tot en beschikbaarheid van audiovisuele werken op video-on-demandplatforms: Een optie zonder wetgeving (optie 1), bestaande uit het organiseren van een dialoog met de belanghebbenden over licenties, is niet overgenomen omdat dit de individuele gevallen van blokkage naar verwachting onvoldoende zou verhelpen. De gekozen optie (optie 2) combineert het organiseren van een stakeholderdialoog met de verplichting voor de lidstaten om een onderhandelingsproces op te zetten.

Werken die niet meer in de handel zijn: Optie 1 verplichtte de lidstaten te voorzien in wettelijke mechanismen met grensoverschrijdende werking, licentieovereenkomsten te vergemakkelijken voor werken die niet meer in de handel zijn en vakbladen, en op nationaal niveau een dialoog met belanghebbenden te organiseren om de toepassing van dat mechanisme te vergemakkelijken. Optie 2 ging een stap verder omdat alle soorten van werken die niet meer in de handel zijn, onder de toepassing vallen. Deze uitbreiding werd noodzakelijk geacht om de licentieverlening in alle sectoren te kunnen aanpakken voor werken die niet meer in de handel zijn. Optie 2 werd daarom gekozen.

Gebruik van werken en ander beschermd materiaal in digitale en grensoverschrijdende onderwijsactiviteiten: Optie 1 bestond in het verstrekken van richtsnoeren aan de lidstaten over de toepassing van de bestaande pedagogische uitzondering in de digitale omgeving en de organisatie van een stakeholderdialoog. Dit werd niet geacht voldoende rechtszekerheid te waarborgen, met name wat grensoverschrijdende toepassingen betreft. Optie 2 vereiste de invoering van een verplichte uitzondering met een grensoverschrijdend effect voor digitale toepassingen. Optie 3 is vergelijkbaar met optie 2, maar laat de lidstaten een zekere flexibiliteit om te beslissen over de toepassing van de uitzondering afhankelijk van de beschikbaarheid van licenties. Deze optie werd aangemerkt als de meest evenredige.

Tekst- en datamining: Optie 1 bestond uit initiatieven voor zelfregulering van de bedrijfssector. Andere opties hadden betrekking op de invoering van een verplichte uitzondering voor tekst- en datamining. In optie 2 zou de uitzondering alleen betrekking hebben op toepassingen die een niet-commercieel wetenschappelijk onderzoeksdoel nastreven. Optie 3 maakte gebruik voor commerciële wetenschappelijke onderzoeksdoelen mogelijk, maar beperkte de mogelijkheid om zich op de uitzondering te beroepen tot een aantal begunstigden. Optie 4 ging verder en legde geen beperkingen op qua begunstigden. Optie 3 werd aangemerkt als de meest evenredige.

Behoud van het cultureel erfgoed: Optie 1 bestond in het verstrekken van richtsnoeren aan de lidstaten over de toepassing van de uitzondering met betrekking tot welbepaalde reproductiehandelingen voor bewaringsdoeleinden. Deze optie werd van de hand gewezen omdat ze niet geacht werd dienaangaande voldoende rechtszekerheid op te leveren. Optie 2, bestaande uit een verplichte uitzondering voor bewaringsdoeleinden ten behoeve van instellingen voor cultureel erfgoed, werd gekozen.

Gebruik van auteursrechtelijk beschermde inhoud door diensten van de informatiemaatschappij die grote hoeveelheden werken en andere door gebruikers geüploade materialen opslaan en toegang daartoe verlenen: Optie 1 omvatte de organisatie van een dialoog tussen de belanghebbenden. Deze aanpak werd verworpen omdat hij slechts een beperkt effect zou hebben op de mogelijkheid voor rechthebbenden om de voorwaarden voor het gebruik van hun werken en ander beschermd materiaal vast te stellen. De gekozen optie (optie 2) gaat verder en voorziet in een verplichting voor bepaalde dienstverleners om passende technologieën in te voeren en bevordert het sluiten van overeenkomsten met rechthebbenden.

Rechten bij publicaties: Optie 1 omvatte de organisatie van een dialoog met belanghebbenden om oplossingen te vinden voor de verspreiding van inhoud van persuitgevers. Deze optie werd ontoereikend geacht om rechtszekerheid te brengen in de EU. Optie 2 bestond uit de invoering van een naburig recht met betrekking tot digitale toepassingen van perspublicaties. Daarnaast laat optie 3 de mogelijkheid open dat lidstaten uitgevers, waaraan rechten zijn overgedragen of in licentie gegeven door een auteur, op basis van een uitzondering aanspraak kunnen laten maken op een deel van de vergoeding voor gebruik. Deze laatste optie werd behouden omdat zij een oplossing bood voor alle relevante problemen.

Billijke vergoeding van auteurs en uitvoerende kunstenaars in contracten: Optie 1 bestond erin een aanbeveling tot de lidstaten te richten en een dialoog met belanghebbenden te organiseren. Deze optie werd verworpen omdat zij niet doeltreffend genoeg zijn. Optie 2 voorzag in de invoering van transparantieverplichtingen voor de contractpartners van scheppende kunstenaars. In optie 3 werd daarnaast nog voorgesteld een mechanisme voor aanpassing van de vergoeding en een mechanisme voor geschillenbeslechting in te voeren. Deze optie werd aangenomen omdat optie 2 scheppende kunstenaars geen handhavingsinstrumenten in handen zou hebben gegeven ter ondersteuning van de transparantieverplichting.

Gezonde regelgeving en vereenvoudiging

Voor toepassingen die onder de uitzonderingen vallen, zullen onderwijsinstellingen, onderzoeksinstellingen met taken van openbaar belang en instellingen voor cultureel erfgoed dankzij het voorstel hun transactiekosten kunnen verlagen. Deze verlaging van de transactiekosten betekent niet noodzakelijk dat rechthebbenden een verlies van inkomsten of van opbrengsten uit licenties moeten lijden: de omvang en de voorwaarden van de uitzonderingen brengen mee dat rechthebbenden minimale schade zullen lijden. De gevolgen voor kleine en middelgrote ondernemingen in de sector (met name wetenschappelijke en educatieve uitgeverijen) en hun bedrijfsmodellen zouden daarom beperkt zijn.

Mechanismen om de licentieverlening te verbeteren zullen waarschijnlijk leiden tot lagere transactiekosten en hogere inkomsten uit licenties voor rechthebbenden. Kleine en middelgrote ondernemingen in de sector (producenten, distributeurs, uitgevers, enz.) zouden de positieve gevolgen daarvan ondervinden. Andere belanghebbenden, zoals video-on-demandplatforms, zouden ook positieve gevolgen voelen. Het voorstel omvat ook een aantal maatregelen (transparantieverplichting voor contractuele tegenpartijen van rechthebbenden, invoering van een nieuw recht voor persuitgevers en verplichting voor sommige onlinediensten) om de onderhandelingspositie van rechthebbenden te verbeteren en de controle over het gebruik van hun werken en ander beschermd materiaal te versterken. Dit zal naar verwachting een positief effect hebben op de inkomsten van rechthebbenden.

Het voorstel bevat nieuwe verplichtingen voor een aantal onlinediensten en voor de diensten waaraan auteurs en uitvoerende kunstenaars hun rechten overdragen. Deze verplichtingen kunnen extra kosten meebrengen. Het voorstel zorgt er echter voor dat de kosten evenredig blijven en dat sommige actoren indien nodig niet aan de verplichting zouden worden onderworpen. De transparantieverplichting zal bijvoorbeeld niet gelden wanneer de administratieve kosten die hieruit voortvloeien, onevenredig zijn ten opzichte van de gegenereerde inkomsten. De verplichting voor onlinediensten is alleen van toepassing op diensten van de informatiemaatschappij die grote hoeveelheden door gebruikers geüploade auteursrechtelijk beschermde inhoud opslaan en toegang daartoe verlenen.

Het voorstel legt de lidstaten de verplichting op om onderhandelings- en geschillenbeslechtingsmechanismen te stellen. Dit betekent dat de lidstaten te maken krijgen met nalevingskosten. Zij kunnen echter in de meeste gevallen terugvallen op bestaande structuren, waardoor de kosten beperkt zouden blijven. De pedagogische uitzondering kan voor de lidstaten ook enige kosten meebrengen met betrekking tot de maatregelen die de beschikbaarheid en de zichtbaarheid van licenties voor onderwijsinstellingen waarborgen.

Nieuwe technologische ontwikkelingen zijn zorgvuldig onderzocht. Het voorstel bevat verschillende uitzonderingen die het gebruik van auteursrechtelijk beschermde inhoud via nieuwe technologieën moeten vergemakkelijken. Het omvat ook maatregelen om de toegang tot inhoud te vergemakkelijken, onder meer via digitale netwerken. Ten slotte zorgt het voor een evenwichtiger onderhandelingspositie tussen alle actoren in de digitale omgeving.

Grondrechten

Door de verbetering van de onderhandelingspositie van auteurs en uitvoerende kunstenaars en door de controle die rechthebbenden hebben over het gebruik van hun auteursrechtelijk beschermde inhoud, zal het voorstel een positief effect hebben op het auteursrecht als eigendomsrecht, dat wordt beschermd door artikel 17 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (hierna „Handvest”). Dit positieve effect zal worden versterkt door de maatregelen ter verbetering van de licentiepraktijken, en uiteindelijk de inkomsten van rechthebbenden. De nieuwe uitzonderingen die het monopolie van de rechthebbenden in zekere mate inperken, zijn gerechtvaardigd door andere doelstellingen van algemeen belang. Deze uitzonderingen zullen waarschijnlijk een positieve invloed hebben op het recht op onderwijs en culturele diversiteit. Ten slotte heeft de richtlijn slechts een beperkt effect op de vrijheid van ondernemerschap en de vrijheid van meningsuiting en informatie, zoals respectievelijk erkend in de artikelen 16 en 11 van het Handvest, en dit dankzij de genomen risicoverlagende maatregelen en de evenwichtige aanpak van de verplichtingen voor de desbetreffende actoren.

4. GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

Het voorstel heeft geen gevolgen voor de begroting van de Europese Unie.

5. OVERIGE ELEMENTEN

Uitvoeringsplanning en regelingen betreffende monitoring, evaluatie en rapportage

Overeenkomstig artikel 22 verricht de Commissie niet eerder dan [vijf] jaar na de datum van [omzetting] een evaluatie van de richtlijn.

Toelichtende stukken

In overeenstemming met overweging 48 van het voorstel zullen de lidstaten de Commissie in kennis stellen van hun omzettingsmaatregelen samen met toelichtende stukken. Dit is nodig omdat de voorgestelde regels complex zijn en omdat de regels die voor de digitale en grensoverschrijdende omgeving moeten gelden, een geharmoniseerde aanpak vergen.

Toelichting bij de specifieke bepalingen van het voorstel

De eerste titel omvat algemene bepalingen waarin (i) het onderwerp en het toepassingsgebied van de richtlijn worden omschreven en (ii) definities worden gegeven die binnen de Unie een uniforme interpretatie moeten krijgen.

De tweede titel betreft maatregelen om uitzonderingen en beperkingen aan te passen aan de digitale en grensoverschrijdende omgeving. De drie artikelen van deze titel verplichten lidstaten te voorzien in dwingende uitzonderingen of beperkingen voor: (i) tekst- en datamining door onderzoeksorganisaties ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek (artikel 3); (ii) digitaal gebruik van werken en ander beschermd materiaal dat uitsluitend dient voor toelichting bij onderwijs (artikel 4) en (iii) instellingen voor cultureel erfgoed die kopieën kunnen maken van werken en ander materiaal die zij permanent in hun collectie bezitten, voor zover dit noodzakelijk is voor het behoud ervan (artikel 5). Artikel 6 voorziet in gemeenschappelijke bepalingen voor de titel over uitzonderingen en beperkingen.

De derde titel heeft betrekking op maatregelen om licentiepraktijken te verbeteren en om te zorgen voor een bredere toegang tot inhoud. Artikel 7 vereist dat de lidstaten een juridisch mechanisme invoeren om het sluiten van licentieovereenkomsten te vergemakkelijken voor werken die niet meer in de handel zijn en andere materiaal. Artikel 8 waarborgt het grensoverschrijdende effect van deze licentieovereenkomsten. Artikel 9 bepaalt dat de lidstaten een dialoog met belanghebbenden moeten instellen over vraagstukken in verband met de artikelen 7 en 8. Artikel 10 legt de lidstaten de verplichting op een onderhandelingsmechanisme in te stellen om het voeren van onderhandelingen over online-exploitatie van audiovisuele werken te vergemakkelijken.

De vierde titel heeft betrekking op maatregelen om de goede werking van de markt voor auteursrechten te verzekeren. De artikelen 11 en 12 voorzien in (i) de uitbreiding van de in artikel 2 en artikel 3, lid 2, van Richtlijn 2001/29/EG bedoelde rechten tot uitgevers van perspublicaties voor het digitale gebruik van hun publicaties en (ii) de optie voor de lidstaten om alle uitgevers de mogelijkheid te bieden om aanspraak te maken op een deel van de vergoeding voor toepassingen die gebruik maken van een uitzondering. Artikel 13 schept een verplichting voor aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij die grote hoeveelheden door de gebruikers geüploade werken en andere materialen opslaan en toegang daartoe verlenen, om passende en evenredige maatregelen te nemen zodat de overeenkomsten met rechthebbenden functioneren en in samenwerking met de dienstverleners wordt voorkomen dat op hun diensten inhoud beschikbaar wordt gesteld die rechthebbenden aanwijzen. Artikel 14 verplicht de lidstaten om transparantieverplichtingen in te voeren ten behoeve van auteurs en uitvoerende kunstenaars. Artikel 15 verplicht de lidstaten een contractaanpassingsmechanisme in te stellen ter ondersteuning van de in artikel 14 bedoelde verplichting. Artikel 16 schrijft voor dat de lidstaten een mechanisme voor geschillenbeslechting invoeren voor kwesties die voortvloeien uit de toepassing van de artikelen 14 en 15.

De vijfde titel bevat slotbepalingen over wijzigingen in andere richtlijnen, de toepassing in de tijd, overgangsbepalingen, de bescherming van persoonsgegevens, de omzetting, de evaluatie en de inwerkingtreding.