Toelichting bij COM(2018)441 - Programma voor de eengemaakte markt, het concurrentievermogen van ondernemingen, met inbegrip van kleine en middelgrote ondernemingen, en Europese statistieken

Dit is een beperkte versie

U kijkt naar een beperkte versie van dit dossier in de EU Monitor.

1. ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL


• Motivering en doel

Op 2 mei 2018 heeft de Europese Commissie een voorstel ingediend voor het meerjarig financieel kader van de Unie (MFK) voor de periode 2021-2027 1 . Het voorstel omvat onder meer een nieuw programma voor de eengemaakte markt. Dit programma zal bijdragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen die in de politieke mededeling bij het voorstel voor een meerjarig financieel kader 2 zijn uiteengezet. Het programma zal daartoe het bestuur van de interne markt versterken, het concurrentievermogen van het bedrijfsleven en met name van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen (kmo's) ondersteunen, de gezondheid van mens, dier en plant en het welzijn van dieren bevorderen en een kader vaststellen voor de financiering van Europese statistieken. De begrotingstoewijzing voor dit voorstel 3 bedraagt 4 089 miljoen EUR. Daarnaast zal 2 000 miljoen EUR die uit hoofde van het InvestEU-fonds, met name in het kader van het venster kleine en middelgrote ondernemingen, is toegewezen in aanzienlijke mate bijdragen aan de doelstellingen van deze verordening.

De interne markt is een hoeksteen van de Unie. Sinds de oprichting ervan levert zij een belangrijke bijdrage aan groei, concurrentievermogen en werkgelegenheid. De interne markt heeft banen helpen creëren en heeft consumenten een grotere keuze tegen lagere prijzen geboden. Zij blijft een drijvende kracht om de economie sterker, evenwichtiger en rechtvaardiger te maken. De interne markt is een van de grootste prestaties van de Unie en haar grootste troef in een steeds verder globaliserende wereld. De interne markt moet zich echter voortdurend aanpassen aan een snel veranderende omgeving die wordt gekenmerkt door een digitale revolutie en globalisering. Dit vormt een belangrijke uitdaging op het vlak van regelgeving en handhaving.

De omvangrijke Uniewetgeving onderbouwt de werking van de interne markt. Dit geldt met name voor concurrentievermogen, normalisatie, consumentenbescherming, markttoezicht en regulering van de voedselketen, maar ook voor de regels met betrekking tot de bedrijfswereld, handel, financiële diensten en instellingen en de bevordering van eerlijke mededinging, hetgeen bijdraagt tot het creëren van het gelijke speelveld dat essentieel is voor de werking van de interne markt. Er blijven echter nog steeds belemmeringen voor een goede werking van de interne markt bestaan en nieuwe obstakels duiken op. Regels vaststellen is slechts een eerste stap; ervoor zorgen dat ze functioneren is net zo belangrijk.

Daarom is het nodig burgers en bedrijven voldoende te informeren over hun rechten, overheden de kennis aan te reiken over de manier waarop zij de regels moeten toepassen en rechtbanken van de nodige deskundigheid te voorzien om de regels te handhaven. Dit betekent dat informatie-instrumenten, opleidingsprogramma's en noodmechanismen moeten worden ingesteld, en dat er ook meer samenwerking nodig is tussen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten onderling en tussen deze autoriteiten en de Commissie en haar gedecentraliseerde agentschappen. Bovendien zijn voor de doeltreffende handhaving en modernisering van het rechtskader van de Unie en de snelle aanpassing ervan aan de voortdurend veranderende omgeving actuele analysen, studies en evaluaties nodig op basis van hoogwaardige, vergelijkbare en betrouwbare gegevens.

Het voorgestelde programma bundelt activiteiten die in het kader van vijf vorige programma's op het gebied van concurrentievermogen van ondernemingen, consumentenbescherming, consumenten en eindgebruikers van financiële diensten, beleidsvorming op het gebied van financiële diensten en beleidsvorming op het gebied van de voedselketen werden gefinancierd, of die voordien werden gefinancierd uit hoofde van verschillende begrotingsonderdelen van de Commissie 4 die alle betrekking hebben op de interne markt en het concurrentievermogen van kmo's. Het voorgestelde programma omvat ook nieuwe initiatieven 5 die tot doel hebben de werking van de interne markt te verbeteren. Al deze activiteiten hebben de doelstelling gemeen om verschillende activiteiten binnen de interne markt te reguleren, uit te voeren, te vergemakkelijken, de regelgeving te handhaven en de verschillende actoren te beschermen binnen een interne markt die zonder onderbreking blijft functioneren. Al deze initiatieven zijn dus op verschillende wijze van essentieel belang voor een goed functionerende interne markt en het is nodig ze financieel te blijven ondersteunen. Het voorgestelde programma zorgt voor continuïteit van de verschillende voorafgaande acties en zorgt er daarbij voor dat de synergieën tussen deze acties en de nieuwe activiteiten worden gestroomlijnd en benut.

Door alle centraal beheerde financieringsinstrumenten op Unieniveau te bundelen in het InvestEU-fonds 6 , met inbegrip van op schuld- en eigenvermogenfinanciering gebaseerde financieringsinstrumenten ten behoeve van kmo's, kan verdere vereenvoudiging worden bereikt. De leninggaranties voor kmo's die voordien uit hoofde van het Cosme-programma werden verstrekt 7 , zullen bijgevolg worden uitgevoerd in het kader van het 'kmo-venster' van InvestEU 8 . Wat de ontvangers betreft van op schuld- en eigenvermogenfinanciering gebaseerde financieringsinstrumenten uit hoofde van het Cosme-programma zal de continuïteit van de financiële bijstand en de vlotte overgang naar InvestEU worden verzekerd.

Het programma heeft dus tot doel de werking van de interne markt te verbeteren. Het biedt een flexibeler en soepeler kader dat tot doel heeft te zorgen voor een interne markt die goed en op de meest kostenefficiënte wijze functioneert. Tegen de achtergrond van budgettaire beperkingen moet de Unie zoeken naar synergieën en moet zij overlappingen en versnippering van de ondersteuning van de interne markt voorkomen. Ook moet zij haar acties zichtbaarder en samenhangender maken voor burgers, consumenten, bedrijven en bevoegde autoriteiten, voor wie de grote verscheidenheid aan instrumenten en steunprogramma's verwarrend kan zijn. Het programma zal daarom in de begrotingsmiddelen voorzien om de totstandbrenging van een diepere en eerlijkere interne markt te ondersteunen met een gestroomlijnd en flexibel financieringskader.

Aangezien een aantal initiatieven in het programma nieuw is en mededingingsvoorwaarden in belangrijke mate worden beïnvloed door dynamische ontwikkelingen op de interne markt, waarvan het tempo en de omvang moeilijk in te schatten zijn, wordt verwacht dat flexibiliteit nodig zal zijn om in te spelen op de veranderende behoeften in het kader van dit onderdeel van het programma.

Daarnaast bevat het programma het financiële kader om te voorzien in hoogwaardige, vergelijkbare en betrouwbare Europese statistieken om de opzet van, het toezicht op en de evaluatie van het Uniebeleid in zijn geheel te schragen. Het vervangt het Europees statistisch programma 9 dat eraan voorafgaat. Er moet op worden gewezen dat Europese statistieken, hoewel zij ongetwijfeld bijdragen tot de uitvoering van het beleid met betrekking tot de interne markt, een veel breder toepassingsgebied hebben dan de interne markt en nuttig zijn voor alle beleidsdomeinen van de Unie.


• Verenigbaarheid met bestaande beleidsbepalingen

Het programma draagt bij tot de totstandbrenging van een diepere en eerlijkere interne markt en ondersteunt de uitvoering van de strategie voor de eengemaakte markt 10 en de strategie voor een digitale eengemaakte markt 11 , het actieplan kapitaalmarktenunie 12 en de 'new deal' voor consumenten 13 . Een sterke eengemaakte markt wordt ook beschouwd als een voorwaarde voor een sterkere Unie, zoals aangegeven door de voorzitter van de Commissie in zijn toespraak over de staat van de Unie 2017 14 .

Met het versterken van het bestuur van de interne markt wordt eveneens gevolg gegeven aan talrijke conclusies van de Raad en resoluties van het Europees Parlement inzake de eengemaakte markt. De meest opmerkelijke daarvan zijn de conclusies van de Raad Concurrentievermogen van 29 februari 2016 over de strategie voor de eengemaakte markt (referentie 6622/16) en de resolutie van het Europees Parlement van 26 mei 2016 over de strategie voor de interne markt (referentie 2015/2534(INI)).

• Verenigbaarheid met andere beleidsterreinen van de Unie

Het voorgestelde programma is in overeenstemming met andere voorgestelde actieprogramma's en fondsen van de Unie met soortgelijke doelstellingen op aanverwante bevoegdheidsgebieden. De acties uit hoofde van dit programma zullen met name complementair zijn aan de acties van het douaneprogramma 15 en het Fiscalis-programma 16 , die ook tot doel hebben de werking van de interne markt te ondersteunen en te verbeteren.

Het voorgestelde programma bevordert synergieën en complementariteit met de steun voor kmo's en ondernemerschap uit hoofde van het InvestEU-fonds 17 . Daartoe zal naast het bedrag van 1 000 miljoen EUR dat uit hoofde van dit programma wordt toegewezen aan vormen van steun voor het concurrentievermogen van kmo's die niet via financieringsinstrumenten worden verleend, een garantiefaciliteit voor kmo's met een begroting van 2 000 miljoen EUR worden uitgevoerd in het kader van het venster kmo's van InvestEU.

Het programma vormt een aanvulling op de steun voor kmo's en ondernemerschap uit hoofde van het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling 18 . Met het programma wordt gestreefd naar synergieën met het programma Horizon Europa 19 en het ruimtevaartprogramma 20 wat betreft het aanmoedigen van kmo's om gebruik te maken van de baanbrekende innovatie en andere oplossingen die in het kader van die programma's zijn ontwikkeld. Het programma is eveneens complementair aan het programma Digitaal Europa 21 dat tot doel heeft de digitalisering van de economie en de openbare sector in de Unie te bevorderen.

Daarnaast zal het programma streven naar synergieën met het Fonds voor justitie, rechten en waarden 22 dat tot doel heeft de verdere ontwikkeling te ondersteunen van een Europese rechtsruimte voor de doeltreffendheid van de nationale rechtsstelsels, die van vitaal belang is voor een billijke en kosteneffectieve Europese economie.

Het voorgestelde programma is in overeenstemming met Erasmus 23 , het Solidariteitsfonds van de Europese Unie 24 en het Europees Sociaal Fonds+ 25 . Het zal als katalysator fungeren voor mobiliteit op de arbeidsmarkt en bij jongeren, die van essentieel belang zijn voor het goede werking van de interne markt.

Tot slot kunnen de in het kader van het voorgestelde programma ondersteunde acties op het gebied van de voedselketen, zoals veterinaire en fytosanitaire maatregelen voor de aanpak van crises in verband met de gezondheid van dieren of planten, worden aangevuld met marktgerichte interventies uit de begroting voor het gemeenschappelijk landbouwbeleid van de Unie 26 .

Indien nodig moeten de acties van het programma worden gebruikt om marktfalen of suboptimale investeringssituaties aan te pakken, op evenredige wijze, zonder dat zij particuliere financiering overlappen of verdringen, en waar zij een duidelijke Europese meerwaarde hebben. Dit zal zorgen voor consistentie tussen de acties van het programma en de staatssteunregels van de EU waarbij buitensporige verstoringen van de mededinging op de interne markt worden vermeden.

Dit voorstel voor een verordening, die van toepassing zou moeten worden op 1 januari 2021, wordt voorgelegd voor een Unie van 27 lidstaten, in overeenstemming met de kennisgeving van het voornemen van het Verenigd Koninkrijk om zich terug te trekken uit de Europese Unie en uit Euratom die de Europese Raad op 29 maart 2017 heeft ontvangen uit hoofde van artikel 50 van het Verdrag betreffende de Europese Unie.

2. RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID

Volgens vaste rechtspraak moet de keuze van de rechtsgrondslag voor een Uniehandeling berusten op objectieve gegevens die voor rechterlijke toetsing vatbaar zijn. Indien er in het Verdrag een specifiekere bepaling bestaat die als rechtsgrondslag voor de betrokken handeling kan dienen, moet de handeling op die bepaling worden gebaseerd. Indien na onderzoek van een maatregel blijkt dat hij een tweeledig doel heeft of dat er sprake is van twee componenten, waarvan er een kan worden gezien als hoofddoel of overwegende component, terwijl het andere doel of de andere component slechts ondergeschikt is, moet hij op één rechtsgrondslag worden gebaseerd, namelijk die welke vereist is gelet op het hoofddoel of de overwegende component. Wanneer er sprake is van een maatregel die tegelijkertijd meerdere onlosmakelijk met elkaar verbonden doelstellingen of componenten heeft, zonder dat de ene ondergeschikt is aan de andere, heeft het Hof geoordeeld dat wanneer aldus verschillende bepalingen van het Verdrag toepasselijk zijn, die maatregel bij wijze van uitzondering op de verschillende desbetreffende rechtsgrondslagen moet worden gebaseerd. Het gebruik van een dubbele rechtsgrondslag is uitgesloten wanneer de procedures welke voor de twee rechtsgrondslagen zijn voorgeschreven, onverenigbaar zijn 27 .

De thans geldende basishandelingen voor de vaststelling van programma's, die in het programma zullen worden geïntegreerd, zijn gebaseerd op verschillende rechtsgrondslagen.  Daarbij gaat het om de volgende artikelen van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU): 

·artikel 114 voor activiteiten ter ondersteuning van financiële verslaglegging en audit 28 (en een groot aantal internemarktmaatregelen die bijkomende financiële bepalingen bevatten);

·artikel 169, lid 2, onder b), inzake consumentenbescherming 29 ;

·artikel 43 en artikel 168, lid 4, onder b), inzake veterinaire en fytosanitaire maatregelen 30 ;

·artikel 197 inzake administratieve samenwerking;

·artikel 173 ter bevordering van een gunstig klimaat voor de ontwikkeling van ondernemingen, met name van kmo's;

·artikel 195 inzake toerisme, en

·artikel 338 inzake statistieken.

In het licht van de bereikte synergieën heeft de samenvoeging van de voorafgaande programma's geleid tot een voorstel dat tegelijkertijd vier doelstellingen nastreeft die onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn zonder dat de ene ondergeschikt is aan de andere. De doelstellingen zijn:

·de interne markt (artikel 114 VWEU);

·veterinaire en fytosanitaire maatregelen (artikel 43 en artikel 168, lid 4, onder b), VWEU);

·de bevordering van een gunstig klimaat voor de ontwikkeling van ondernemingen, met name van kmo's (artikel 173 VWEU); en

·statistieken voor het beleid van de Unie (artikel 338 VWEU).

Bijgevolg wordt de rechtsgrondslag voor dit programma gevormd door artikel 114, artikel 43, lid 2, artikel 168, lid 4, onder b), artikel 173 en artikel 338 VWEU.


Subsidiariteit




De totstandbrenging van een diepere en eerlijkere interne markt is afhankelijk van een goed functionerend regelgevingskader, goed geïnformeerde en mondige burgers, consumenten en bedrijven en een concurrerend industrieel ecosysteem. Dit kan niet door de Unie of de lidstaten alleen worden gerealiseerd. Hoewel de lidstaten primair verantwoordelijk zijn voor het verwezenlijken van de interne markt in de praktijk, hebben de Commissie, als hoedster van de Verdragen, en de Unie als geheel er belang bij ervoor te zorgen dat deze doelstellingen op samenhangende wijze worden bereikt zodat burgers, consumenten en bedrijven in heel Europa dezelfde rechten en kansen genieten. Optreden op het niveau van de Unie is nodig om te zorgen voor een consistente ontwikkeling van de interne markt, niet-discriminatie, consumentenbescherming, doeltreffende mededinging, de ontwikkeling van de capaciteiten van de lidstaten en de samenwerking tussen de lidstaten, en de aanpak van grensoverschrijdende kwesties. Gemeenschappelijke regels en Europese samenwerking zijn nodig om ervoor te zorgen dat de Commissie en de bevoegde autoriteiten op operationeel niveau op coherente wijze kunnen samenwerken.

Een dergelijk hoog niveau van samenwerking en coördinatie kan enkel worden verwezenlijkt via een gecentraliseerde aanpak, idealiter op het niveau van de Unie. De activiteiten van het voorgestelde programma zijn kosteneffectiever dan wanneer elke deelnemende lidstaat afzonderlijk eigen samenwerkingskaders zou opzetten op bilaterale of multilaterale basis. Door de middelen te bundelen, benut het programma schaalvoordelen. Dit maakt het tegelijkertijd mogelijk om het vertrouwen in de interne markt bij het publiek, consumenten, bedrijven en de bevoegde autoriteiten van de lidstaten te versterken.

Bovendien was de noodzaak van optreden van de Unie reeds in het kader van de vorige programma's duidelijk gebleken. In het voorgestelde programma blijft deze motivering ongewijzigd.


Bijgevolg kan dit programma enkel worden vastgesteld op Unieniveau aangezien de acties actieve samenwerking en coördinatie tussen de lidstaten vereisen.


Evenredigheid



Het programma zal bijdragen tot het doeltreffend handhaven en moderniseren van het rechtskader van de Unie en er helpen voor zorgen dat het zich snel kan aanpassen aan de steeds veranderende omgeving. Dit zal onder meer gebeuren via gegevensverzameling en analysen, studies, evaluaties en beleidsaanbevelingen. Meer dan de helft van de voorgestelde begroting zal worden besteed aan activiteiten op het gebied van capaciteitsopbouw en aan het faciliteren van gezamenlijke acties tussen de lidstaten en tussen hun bevoegde autoriteiten en de Commissie en de gedecentraliseerde agentschappen van de Unie. Daarnaast zal het programma mechanismen financieren die vertegenwoordigers van burgers, consumenten en bedrijven in staat stellen een bijdrage te leveren aan de besluitvormingsprocessen. Ook zal het de uitwisseling en verspreiding van expertise en kennis versterken. Het programma zal zeer specifieke soorten acties op de volgende gebieden ondersteunen: verbetering van het concurrentievermogen, met name van kmo's, normalisering en noodmaatregelen in het kader van de voedselketen.


Daarnaast stelt het programma een kader vast voor de financiering van de ontwikkeling, productie en verspreiding van Europese statistieken in de zin van artikel 13 van Verordening (EG) nr. 223/2009 31 .

Geen van de acties gaat verder dan hetgeen strikt noodzakelijk is om de doelstellingen van het programma voor de totstandbrenging van een goed functionerende interne markt, de bevordering van het concurrentievermogen van kmo's en de productie van Europese statistieken te verwezenlijken. De acties zijn gebaseerd op een analyse van de werkelijke behoeften in de praktijk maar houden ook rekening met de wettelijke vereisten (bv. veterinaire en fytosanitaire noodmaatregelen, Europese statistieken). De Commissie zal onder de bij de Verdragen bepaalde voorwaarden coördinerende, uitvoerende en beheerstaken uitoefenen.

Bijgevolg zullen de doelstellingen van het programma op een veel evenredigere wijze worden bereikt op Unieniveau dan op het niveau van de lidstaten.

In punt 3.3 van de effectbeoordeling wordt verwezen naar de Europese meerwaarde.

Keuze van het instrument



Zoals uit de conclusies van de effectbeoordeling blijkt, is optreden van de Unie door middel van een financieringsprogramma een passend instrument. De samenvoeging in een enkel programma van alle vorige programma's en de activiteiten die voordien uit hoofde van begrotingsonderdelen die betrekking hebben op de interne markt, het concurrentievermogen van kmo's en Europese statistieken werden gefinancierd, zal de samenhang en de integratie van de acties ten goede komen. Tegelijkertijd zal het aantal uiteenlopende en versnipperde financieringsregels worden verminderd.

In overeenstemming met het in het kader van het meerjarig financieel kader goedgekeurde wetgevingsbeleid van de Commissie wordt dit financieringsprogramma in de vorm van een verordening voorgesteld.

3. EVALUATIE ACHTERAF, RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELING

• Evaluatie achteraf van bestaande wetgeving en controle van de resultaatgerichtheid ervan

Het voorgestelde programma bouwt voor op de lessen die zijn getrokken uit de vorige programma's. In het programma wordt ook rekening gehouden met de resultaten van evaluaties en openbare raadplegingen over activiteiten die voordien werden gefinancierd uit hoofde van begrotingsonderdelen die betrekking hebben op de interne markt, of waarin de behoefte aan de uitvoering van nieuwe activiteiten werd beoordeeld.

Het is met name vermeldenswaardig dat slechts 6 % van de EU-burgers het gevoel heeft goed geïnformeerd te zijn over hun rechten als burger van de Unie en dat slechts 36 % het gevoel heeft redelijk goed geïnformeerd te zijn 32 . Uit de openbare raadpleging over één digitale toegangspoort 33 blijkt dat 80 % van de bedrijven het moeilijk acht de nationale voorschriften in andere landen na te leven. 60 % van de burgers acht het moeilijk of redelijk moeilijk te weten welke nationale voorschriften zij moeten naleven wanneer zij naar een andere lidstaat verhuizen 34 .

Ook uit de Refit-evaluatie 35 van de werking van het markttoezicht op producten bleek dat bedrijven zich onvoldoende bewust zijn van de regels en dat er weinig transparantie bestaat over productconformiteit. Uit de evaluatie bleek dat de niet-conformiteit onder meer wordt veroorzaakt door de versnipperde organisatie van het markttoezicht in de Unie. Voor de financiering van gezamenlijke acties door markttoezichtautoriteiten is een samenhangender coördinatiekader nodig om het aantal niet-conforme producten te beperken.

Wat het mededingingsbeleid betreft, bleek uit Eurobarometer-enquêtes uit 2010 en 2014 dat mensen onvoldoende weten tot welke instanties zij zich kunnen wenden wanneer zij te maken krijgen met hogere prijzen, minder keuze van producten of leveranciers of lagere kwaliteit. Daarnaast bleek uit een Eurobarometer-enquête uit 2016 dat de kennis van en het bewustzijn over de staatssteunregels slechts beperkt is.

In de evaluatie van het Consumentenprogramma 36 is gewezen op de traagheid van dat programma om te reageren op nieuwe marktuitdagingen die voortvloeien uit snelle en vaak onvoorspelbare maatschappelijke en technologische veranderingen. Voorts zijn in de evaluatie ook specifieke beperkingen in bepaalde lidstaten aan het licht gekomen die een optimale benutting belemmeren, gewoonlijk door beperkte middelen.

Uit de tussentijdse evaluatie van het programma inzake de voedselketen 37 is gebleken dat alle activiteiten die financiële steun van de Unie hebben ontvangen op dit gebied van essentieel belang bleven voor de gezondheid van mens, dier en plant in de hele voedselketen. Dit programma is ook flexibel gebleken bij de aanpak van medefinancieringsbehoeften die zich voordeden, met name bij uitbraken van dierziekten en plantenplagen.

Tot slot blijkt uit de lopende evaluatie van het Europees statistisch programma 38 dat het noodzakelijk is een vaste capaciteit te ontwikkelen om sneller te reageren op opkomende nieuwe behoeften aan gegevens. De globalisering, digitalisering en snelle technologische veranderingen zetten de fundamenten van de basis voor de meting van economische prestaties, nl. het bruto binnenlands product en belangrijke economische indicatoren, onder druk. Er moeten dan ook aanzienlijke inspanningen worden geleverd voor de ontwikkeling van nieuwe methoden. Gegevensverzameling moet worden aangepast zodat alle beschikbare gegevensbronnen worden opgenomen.

Raadpleging van belanghebbenden



De openbare raadpleging over het voorstel voor het meerjarig financieel kader vond plaats van 10 januari tot en met 9 maart 2018. In de vragenlijst kwamen investeringen, onderzoek en innovatie, kmo's en de interne markt aan bod.

Ongeveer 80 % van de belanghebbenden was van mening dat programma's en fondsen van de Unie meer toegevoegde waarde boden dan op nationaal niveau kon worden bereikt. De interne markt werd beschouwd als het beste voorbeeld van de toegevoegde waarde van de Unie aangezien het werd gezien als een openbaar goed dat reële en tastbare waarde biedt.

Volgens een groot deel van de respondenten zijn enkele van de belangrijkste uitdagingen in verband met het programma ondersteuning van kmo's en van industriële ontwikkeling, eerlijke mededinging en voedselveiligheid. Over het algemeen was tussen 20 % en 50 % van de respondenten van mening dat het programmagerelateerde beleid volledig of vrij goed bijdraagt om deze uitdagingen aan te pakken. Vlot verkeer van goederen in de Unie kreeg de hoogste score (50 % van alle antwoorden), gevolgd door industriële ontwikkeling (42 %), het aanleveren van statistieken van de Unie (40 %) en ondersteuning van kapitaalstromen en investeringen (39 %). Slechts 12 % van de respondenten was van mening dat dit beleid helemaal geen resultaten had opgeleverd.

Effectbeoordeling



De effectbeoordeling had betrekking op de opzet van het voorgestelde programma. De volgende drie algemene scenario's zijn onderzocht:

–optie 1: een scenario van ongewijzigd beleid, waarin de uitvoering van de huidige meerjarenprogramma's en begrotingsonderdelen wordt voortgezet, en nieuwe voorstellen voor uitgaven door middel van afzonderlijke basishandelingen worden toegevoegd;

–optie 2: een geïntegreerd scenario, waarin een nieuw programma wordt vastgesteld om de huidige en nieuwe programma's en begrotingsonderdelen die binnen het toepassingsgebied van het programma vallen, uit te voeren. Dit gebeurt door middel van een enkele basishandeling die flexibel genoeg is om aan de specifieke wettelijke en institutionele vereisten te voldoen;

–optie 3: een scenario van volledige samenbundeling, waarin alle programma's binnen het toepassingsgebied van het programma worden samengevoegd in één gemeenschappelijke basishandeling met dezelfde wettelijke en institutionele vereisten voor alle activiteiten binnen het toepassingsgebied.

Optie 2, een nieuw, geïntegreerd programma, werd als voorkeursoptie aangemerkt. Er werd erkend dat, hoewel het een minder ambitieus scenario is dan optie 3, het een haalbare en pragmatische manier is om extra vereenvoudiging, flexibiliteit en synergieën te bereiken over de programma's en begrotingsonderdelen heen binnen het toepassingsgebied ervan. Het zou het tegelijk mogelijk maken om rekening te houden met de specifieke wettelijke en institutionele vereisten voor het bestuur van deze afzonderlijke programma's. Voorbeelden zijn de veterinaire en fytosanitaire noodmaatregelen en het Europees statistisch programma 39 , die specifieke institutionele en governancebepalingen hebben die voor andere onderdelen van het programma niet relevant zijn.

De effectbeoordeling heeft van de raad voor regelgevingstoetsing een positief advies gekregen 40 . De raad heeft echter verschillende overwegingen en aanbevelingen geformuleerd voor verbeteringen, die als volgt zijn aangepakt:

Aanbevelingen raad voor regelgevingstoetsingIngevoerde wijzigingen
Het verslag moet worden bijgewerkt om rekening te houden met de meest recente besluiten inzake het toepassingsgebied van het programma en deze toe te lichten.Deel 1.1 'Toepassingsgebied en context' is uitgebreid om de reikwijdte van het programma voor de eengemaakte markt te weerspiegelen.
In de inleiding van het verslag kan de aard van de programmaspecifieke bijlagen beter worden toegelicht. De inconsistenties tussen de bijlagen en het verslag moeten worden weggewerkt. Bevindingen in de bijlage die van belang zijn voor de begroting van het programma voor de eengemaakte markt moeten in het hoofdverslag worden opgenomen. De wijzigingen binnen de afzonderlijke programma’s die tijdens de volgende periode zullen worden uitgevoerd, moeten nauwkeurig worden omschreven. De inbreng van belanghebbenden moet duidelijker worden weergegeven in de presentatie van de beleidscontext en nieuwe prioriteiten. In het verslag moet worden uitgelegd op welke manier met de bezorgdheid die over met name prioritering is geuit, naar behoren rekening is gehouden, bv. op het gebied van gezondheid en een veilige en duurzame voedselketen.De aard van de programmaspecifieke bijlagen is toegelicht in deel 1.1 'Toepassingsgebied en context'.


De belangrijkste bevindingen van (sub)programma's van het programma voor de eengemaakte markt zijn toegelicht in het hoofdverslag van de effectbeoordeling in tabel 1.3 (Voornaamste lessen die zijn getrokken uit programma's en begrotingsonderdelen die deel uitmaken van het programma voor de eengemaakte markt), en de belangrijkste wijzigingen van (sub)programma's zijn opgenomen in tabel 2.1 (Voornaamste aanpassingen van de bestaande programma's/begrotingsonderdelen). Daarnaast zijn de standpunten van belanghebbenden verduidelijkt.
Het verslag bevat gemeenschappelijke prioriteiten van het programma voor de eengemaakte markt maar de prioritering tussen de prioriteiten en tussen de subprogramma's kan gedetailleerder worden besproken. De analyse kan de scenario's omvatten voor het terugschroeven van activiteiten en/of het bereiken van synergievoordelen om berekend te zijn op een mogelijk beperkt budget.Deel 3.3 'Mogelijke prioriteringen in reactie op het basisscenario voor de EU-27 ' is aan het verslag toegevoegd.

In het verslag kunnen de samenhang en potentiële synergieën tussen de instrumenten van het programma voor de eengemaakte markt en andere MFK-programma's beter worden toegelicht.

"Uitsluitingen van het toepassingsgebied en samenhang met andere MFK-programma's" in deel 1.1 is uitgebreid met aanvullende informatie over de samenhang en potentiële synergieën met andere programma's.

Vereenvoudiging



Zoals hierboven uiteengezet, bundelt het voorgestelde programma activiteiten die voordien in het kader van zes vorige programma's werden gefinancierd, waaronder het Europees statistisch programma, maar ook activiteiten die voordien werden gefinancierd uit hoofde van verschillende begrotingsonderdelen van de Commissie 41 die betrekking hebben op de interne markt. Het programma omvat ook nieuwe initiatieven 42 die tot doel hebben de werking van de interne markt te verbeteren.

Bijgevolg worden in het programma de synergieën tussen de verschillende acties gestroomlijnd en benut. Het biedt een flexibeler en soepeler kader dat tot doel heeft te zorgen voor een interne markt die goed en op de meest kostenefficiënte wijze functioneert, en deze te verdiepen.

• Grondrechten

De rechten en beginselen die zijn vastgelegd in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie worden volledig geëerbiedigd in dit programma, dat bovendien bevorderlijk is voor de uitvoering van een aantal van die rechten. De doelstellingen van het programma bestaan er met name in de gezondheid van de burgers te beschermen overeenkomstig artikel 35 van het Handvest en zorg te dragen voor consumentenbescherming overeenkomstig artikel 38 van het Handvest. Het draagt ook bij tot het recht op een doeltreffende voorziening in rechte en op een onpartijdig gerecht zoals vastgelegd in artikel 47 van het Handvest. Het programma is ook gericht op het versterken van de vrijheid van ondernemerschap overeenkomstig het recht van de Unie en de nationale wetgevingen en praktijken (artikel 16).

4. GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

Op 2 mei 2018 heeft de Commissie een voorstel voor het volgende meerjarige financiële kader vastgesteld voor de periode die aanvangt in 2021. Overeenkomstig dat voorstel bevat deze verordening een begrotingskader van 4 088 580 000 EUR (in lopende prijzen) voor de periode die aanvangt in 2021.

5. OVERIGE ELEMENTEN

• Uitvoeringsplanning en regelingen betreffende controle, evaluatie en rapportage

Het voorgestelde programma wordt hoofdzakelijk uitgevoerd onder direct beheer, met gebruikmaking van subsidies, prijzen en aanbestedingen.

Delen van het programma zullen naar verwachting worden uitgevoerd door de uitvoerende agentschappen. Het gaat daarbij met name om activiteiten met betrekking tot het concurrentievermogen van ondernemingen en kmo's, opleiding op het gebied van de gezondheid van mens, dier en plant in de hele voedselketen, en de ondersteuning van het dierenwelzijn. 

De effecten van het programma zullen worden beoordeeld door middel van tussentijdse en eindevaluaties en door de continue monitoring van een reeks hoogwaardige kernprestatie-indicatoren. Deze evaluaties zullen worden uitgevoerd overeenkomstig de punten 22 en 23 van het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 43 , waarin de drie instellingen hebben bevestigd dat evaluaties van bestaande wetgeving en bestaand beleid de basis moeten vormen voor effectbeoordelingen van opties voor verdere acties. De evaluaties zullen de effecten van het programma in de praktijk beoordelen op basis van indicatoren en doelstellingen en van een gedetailleerde analyse van de mate waarin het instrument kan worden geacht relevant, doeltreffend en doelmatig te zijn, voldoende Europese meerwaarde te bieden en coherent te zijn met andere beleidsmaatregelen van de Unie. Zij zullen lessen trekken teneinde eventuele lacunes of problemen en mogelijkheden voor verdere verbetering van de acties of de resultaten ervan in kaart te brengen en de impact ervan te helpen maximaliseren.

De resultaten en outputs van het programma zullen regelmatig worden beoordeeld door middel van een uitgebreid monitoringsysteem dat is gebaseerd op vastgestelde indicatoren, om kosteneffectiviteit te verzekeren. Gezien de ondersteunende rol van het programma, dat de overheidsdiensten in de lidstaten bijstand biedt bij het delen van informatie en het verbeteren van hun capaciteit, zal de nadruk van het monitoringsysteem onder meer liggen op het volgen van de voortgang van de activiteiten van het programma door middel van outputindicatoren.

Artikelsgewijze toelichting



Hoofdstuk I Algemene bepalingen

Het toepassingsgebied van het programma bestrijkt op omvattende wijze de interne markt, het concurrentievermogen van kmo's en Europese statistieken.

De specifieke doelstellingen van het programma zijn:

·de interne markt beter laten functioneren;

·het concurrentievermogen van het bedrijfsleven, met name kmo's, verbeteren;

·de normalisatie verhogen;

·het belang van consumenten bevorderen;

·bijdragen tot een hoog niveau van gezondheid voor mensen, dieren en planten in de hele voedselketen, en

·hoogwaardige statistieken over Europa produceren en communiceren.

De lidstaten, de leden van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA) die lid zijn van de Europese Economische Ruimte (EER), toetredende landen, kandidaten en potentiële kandidaten, zullen aan het programma kunnen deelnemen. In overeenstemming met het algemene beleid van de Unie zullen ook de landen van het Europese nabuurschapsbeleid de kans hebben om onder bepaalde voorwaarden aan het programma deel te nemen. Daarnaast zal Zwitserland, in overeenstemming met de voorwaarden die zijn vastgesteld in de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat over samenwerking op het gebied van statistiek, kunnen deelnemen aan het programma 44 .


Het programma zal worden uitgevoerd door middel van de meest gangbare uitgavenmechanismen van de Uniebegroting, nl. overheidsopdrachten en subsidies.

Hoofdstuk II Subsidies

Dit hoofdstuk bevat de algemene soorten acties die van toepassing zijn voor alle specifieke doelstellingen. Daartoe behoren:

·ondersteuning van de doeltreffende handhaving en modernisering van het rechtskader van de Unie, onder meer door het verzamelen en analyseren van gegevens;

·studies en evaluaties;

·activiteiten op het gebied van capaciteitsopbouw en bevordering van gezamenlijke acties tussen de lidstaten onderling en tussen hun bevoegde autoriteiten en de Commissie en de gedecentraliseerde agentschappen van de Unie;

·financiering van mechanismen die vertegenwoordigers van burgers, consumenten en bedrijven in staat stellen een bijdrage te leveren aan de besluitvormingsprocessen, en

·versterking van de uitwisseling en verspreiding van expertise en kennis.

Daarnaast bevat dit hoofdstuk zeer specifieke en gerichte strikt beperkte soorten acties op de volgende gebieden: verbetering van het concurrentievermogen, met name van kmo's; normalisatie en noodmaatregelen in de hele voedselketen. Bovendien bevat dit hoofdstuk de specifieke activiteiten voor de uitvoering van het kader voor de financiering van de ontwikkeling, productie en verspreiding van Europese statistieken in de zin van artikel 13 van Verordening (EG) nr. 223/2009.

Om maximale vereenvoudiging te bereiken, zijn in dit kader aanvullende voorwaarden of afwijkingen van het Financieel Reglement vastgelegd wat betreft de voorwaarden voor entiteiten om in aanmerking te komen, uitzonderingen op de verplichting van een oproep tot het indienen van voorstellen, medefinancieringsregels, subsidiabele kosten enz.

Hoofdstuk III — Programmering, monitoring en evaluatie

De uitvoering van het programma moet gebaseerd zijn op een jaarlijks of meerjarig werkprogramma of jaarlijkse of meerjarige werkprogramma's. Gezien het middellange- tot langetermijnkarakter van de doelstellingen en voortbouwend op de ervaring die in de loop van de tijd is opgedaan, kunnen werkprogramma’s kunnen zich over meerdere jaren uitstrekken. Meerjarige werkprogramma's zullen geen invloed hebben op de uitvoering van het programma maar zullen wel de administratieve lasten verminderen.

In bijlage IV is een lijst opgenomen met kernindicatoren voor een betere monitoring van het programma en de prestaties ervan vanaf het begin. De Commissie zal bevoegd zijn gedelegeerde handelingen vast te stellen om waar nodig het monitoring- en evaluatiekader en de lijst van indicatoren te wijzigen.

Het voorstel van de Commissie voor het meerjarig financieel kader 2021-2027 is ambitieuzer wat de integratie van klimaatactie in andere programma's van de Unie betreft, en stelt als algemeen doel dat 25 % van de uitgaven op de begroting van de Unie klimaatdoelstellingen ondersteunen. De bijdrage van dit programma aan de verwezenlijking van deze algemene doelstelling zal worden gevolgd via een systeem van klimaatindicatoren van de Unie op een passend uitsplitsingsniveau, inclusief het gebruik van nauwkeuriger methoden als die beschikbaar zijn. De Commissie zal de informatie jaarlijks blijven voorstellen in de vorm van vastleggingskredieten in het kader van de jaarlijkse ontwerpbegroting.

Teneinde het volledige gebruik van het potentieel van het programma om bij te dragen aan de klimaatdoestellingen te ondersteunen, zal de Commissie ernaar streven relevante acties in kaart te brengen tijdens het proces van voorbereiding, toepassing, beoordeling en evaluatie van het programma.

Er zullen tussentijdse en eindevaluaties worden verricht.

Hoofdstuk IV Overgangs- en slotbepalingen

Meerdere doelgroepen, waaronder de media en het grote publiek, zullen doelgericht en op samenhangende, doeltreffende en evenredige wijze worden geïnformeerd.