Toelichting bij COM(2018)439 - InvestEU programme 2021-2027 - EU monitor

EU monitor
Maandag 6 juli 2020
kalender

Toelichting bij COM(2018)439 - InvestEU programme 2021-2027

Dit is een beperkte versie

U kijkt naar een beperkte versie van dit dossier in de EU Monitor.

dossier COM(2018)439 - InvestEU programme 2021-2027.
bron COM(2018)439 NLEN
datum 06-06-2018
1. ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

Voor het meerjarig financieel kader (MFK) moet vanaf 2021 worden voorzien in een EU-investeringsprogramma om rekening te houden met horizontale doelstellingen op het gebied van vereenvoudiging, flexibiliteit, synergieën en samenhang tussen de desbetreffende beleidsmaatregelen van de EU. Uit de overwegingen in de discussienota van de Commissie over de toekomst van de EU-financiën blijkt dat het nodig is om 'meer te doen met minder' en het hefboomeffect van de EU-begroting te benutten in tijden van krappe begrotingsmiddelen. Om het probleem aan te pakken van de huidige veelheid aan financieringsinstrumenten op EU-niveau, wordt in de discussienota als mogelijke oplossing voorgesteld deze financieringsinstrumenten te integreren in één fonds dat via een breed scala van financiële producten steun zou verlenen en sterker de nadruk zou leggen op beleidsterreinen en -doelstellingen. Voorts wordt voorgesteld dat financieringsinstrumenten op EU-niveau en die welke in het kader van het cohesiebeleid door de lidstaten worden beheerd, elkaar moeten aanvullen.

Tijdens dit en vorige MFK's is het aantal financieringsinstrumenten in het kader van diverse programma's uitgebreid. Tijdens het MFK 2014-2020 heeft de Commissie 16 centraal beheerde financieringsinstrumenten ingesteld. De begrotingstoewijzing voor de instrumenten voor intern beleid bedraagt momenteel 5,2 miljard EUR. Deze instrumenten dienen ter ondersteuning van investeringen op verschillende beleidsterreinen, zoals onderzoek en innovatie (R&I), de financiering van kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's), infrastructuur, de culturele sectoren en de bevordering van ecologische en sociale duurzaamheid.

Financieringsinstrumenten zijn ook een uitvoeringsmechanisme voor de programma's van de Europese structuur- en investeringsfondsen (ESIF) die onder gedeeld beheer door de beheersautoriteiten worden uitgevoerd. De totale geplande begroting voor het MFK 2014-2020 die via financiële instrumenten onder gedeeld beheer zal worden uitgevoerd, bedraagt ongeveer 21 miljard EUR.

Voorts is, in de nasleep van de financiële crisis en de staatsschuldcrisis van 2008-2015, het stimuleren van banen, groei en investeringen een van de tien topprioriteiten van de Commissie in de vorm van het investeringsplan voor Europa dat in 2014 is gelanceerd als reactie op het zwakke investeringsniveau. Centraal hierin staat het Europees Fonds voor strategische investeringen (EFSI), dat in 2015 is opgericht om tegen medio 2018 ten minste 315 miljard EUR aan extra investeringen te mobiliseren via steun aan de risicodragende capaciteit van de Europese Investeringsbankgroep in de vorm van een EU-garantie van 16 miljard EUR in combinatie met 5 miljard EUR aan financiering uit de eigen middelen van de Europese Investeringsbankgroep. Voortbouwend op het succes ervan werd het EFSI eind 2017 verlengd en verhoogd. Het verstrekt nu een begrotingsgarantie van 26 miljard EUR ondersteund door 9,1 miljard EUR aan begrotingsmiddelen. Bovendien verstrekt de Europese Investeringsbankgroep een aanvullende risicodragende capaciteit van 7,5 miljard EUR. Het doel is om tegen eind 2020 ten minste 500 miljard EUR aan extra investeringen te mobiliseren. Het InvestEU-programma zal op hetzelfde succesvolle begrotingsmodel als het EFSI gebaseerd zijn, zodat met de krappe begrotingsmiddelen zoveel mogelijk particuliere investeringen worden gemobiliseerd.

De voorwaarden voor een toename van de investeringen zijn sinds 2014 verbeterd dankzij de verbetering van de economische omstandigheden en ook door overheidsinterventies zoals het EFSI. Op diverse beleidsterreinen is echter nog sprake van een aanzienlijke investeringskloof, vaak als gevolg van hardnekkige tekortkomingen van de markt. Om de ambitieuze beleidsdoelstellingen van de Unie te bereiken, blijft het aantrekken van particulier kapitaal voor het financieren van investeringen essentieel, ook al wordt de aanpak bijgesteld in de richting van meer beleidsrelevantie. Het InvestEU-programma zal bijdragen aan de verwezenlijking van de doelstellingen van de EU, met name die in het kader van COSME en Horizon Europa, waar het gebruik van terugbetaalbare investeringssteun maar passend is. Het voorstel van de Commissie voor een moderne begroting voor Europa bepaalt dat 3,5 miljard EUR van het voor Horizon Europa uitgetrokken bedrag wordt toegewezen in het kader van het InvestEU-fonds om bij te dragen aan het beleidsvenster Onderzoek, innovatie en digitalisering, met een totale indicatieve toewijzing van de EU-garantie van 11,25 miljard EUR.

De totstandbrenging van het InvestEU-programma zorgt voor één investeringssteunmechanisme voor het interne beleid voor het MFK 2021-2027. Het InvestEU-programma bouwt voort op het succes van het EFSI en de huidige financiële instrumenten voor het interne beleid. Het zal op vier pijlers berusten: i) het InvestEU-fonds dat de EU-garantie verstrekt; ii) de InvestEU-advieshub die met name technische bijstand in verband met projectontwikkeling verstrekt; iii) het InvestEU-portaal dat een gemakkelijk toegankelijke databank verstrekt voor het stimuleren van projecten waarvoor financiering wordt gezocht; en iv) blendingverrichtingen.

Het InvestEU-fonds zal vraaggestuurd zijn bij het aantrekken van particuliere investeringen. Het zal met name innovatie, digitalisering en duurzame investeringen in infrastructuur bevorderen, maar ook inspelen op de behoeften van de sociale sector en kmo's. Het zal belangrijk zijn ook kleinere en lokale projecten te bereiken.

Het InvestEU-fonds bestaat in een EU-begrotingsgarantie die de door de uitvoerende partners verstrekte financiële producten waarborgt. Het is gericht op projecten met meerwaarde voor de EU en bevordert een samenhangende aanpak van de financiering van de beleidsdoelstellingen van de EU. Het biedt een doeltreffende en doelmatige mix van financieringsinstrumenten van de EU voor specifieke beleidsterreinen.

Dit voorstel voorziet in een datum van toepassing, namelijk 1 januari 2021, en heeft betrekking op een Unie met 27 lidstaten, in overeenstemming met de kennisgeving van het voornemen van het Verenigd Koninkrijk om zich uit de Europese Unie en Euratom terug te trekken overeenkomstig artikel 50 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, dat door de Europese Raad werd ontvangen op 29 maart 2017.

Motivering en doel

Als de gemeenschappelijke investeringsregeling voor het interne beleid van de Unie is het InvestEU-programma zowel een beleidsinstrument als een uitvoeringsinstrument.

Als beleidsinstrument is de algemene doelstelling van het InvestEU-programma de ondersteuning van de beleidsdoelstellingen van de Unie door publieke en private investeringen in de EU te mobiliseren en zo tekortkomingen van de markt en investeringskloven aan te pakken die een belemmering vormen voor de verwezenlijking van de doelstellingen van de EU inzake duurzaamheid, concurrentievermogen en inclusieve groei.

Het doel is financiering te verstrekken aan economische actoren met een risicoprofiel dat particuliere financiers niet altijd kunnen of willen aanvaarden, om het concurrentievermogen van de economie van de EU, duurzame groei, sociale veerkracht en inclusiviteit en de integratie van de kapitaalmarkten in de EU te bevorderen in overeenstemming met de beleidsdoelstellingen van de EU in verschillende sectoren. Geschraagd door een EU-garantie zal het InvestEU-programma bijdragen aan de modernisering van de EU-begroting en de doelmatigheid van de EU-begroting vergroten door 'meer te doen met minder'. Voor economisch levensvatbare projecten met een inkomstengenererend vermogen kan een systematischer gebruik van een begrotingsgarantie helpen het effect van de overheidsmiddelen te vergroten.

Het InvestEU-programma moet voldoende capaciteit hebben om vorm te geven aan de EU-strategie voor het aanpakken van de nog steeds zwakke investeringsactiviteit in de Unie. Door de financieringsbronnen te diversifiëren en duurzaam houdbare financiën te stimuleren, zal het InvestEU-programma bijdragen tot de integratie van de Europese kapitaalmarkten, in het kader van de kapitaalmarktenunie, en tot de versterking van de interne markt. Als instrument voor de hele EU waarin financiële, marktgerelateerde, technische en beleidsmatige expertise is samengebracht, moet het InvestEU-programma ook een katalysator zijn voor financiële innovatie ten dienste van de beleidsdoelstellingen.

Als uitvoeringsinstrument beoogt het InvestEU-fonds de EU-begroting door middel van een begrotingsgarantie efficiënter uit te voeren, schaalvoordelen te behalen, de zichtbaarheid van het optreden van de EU te vergroten en het rapportage- en verantwoordingskader te vereenvoudigen. De voorgestelde structuur heeft als doel vereenvoudiging, verhoogde flexibiliteit en opheffing van mogelijke overlappingen tussen soortgelijke EU-steuninstrumenten.

Naast de EU-garantie op het niveau van de Unie voorziet het voorstel in de mogelijkheid voor de lidstaten om een deel van de middelen onder gedeeld beheer te gebruiken via een specifiek compartiment van de EU-garantie in het kader van het InvestEU-fonds om dezelfde doelstellingen na te streven wanneer op nationaal of regionaal niveau sprake is van tekortkomingen van de markt of suboptimale investeringssituaties.

Bovendien zal de InvestEU-advieshub gedurende de hele investeringscyclus projectontwikkelingsadvies en begeleidende maatregelen verstrekken om de initiatie en ontwikkeling van projecten en de toegang tot financiering te bevorderen. De InvestEU-advieshub zal beschikbaar zijn op de beleidsterreinen van het InvestEU-programma en zal ook zorgen voor één enkel punt van toegang voor projectontwikkelaars en intermediairs. De InvestEU-advieshub zal een aanvulling vormen op de in het kader van de programma's onder gedeeld beheer verrichte technischebijstandsactiviteiten.

Ten slotte zal het InvestEU-portaal de zichtbaarheid van investeringskansen in de Unie vergroten en zo de projectontwikkelaars helpen die op zoek zijn naar financiering.

Verenigbaarheid met bestaande beleidsbepalingen

Dit voorstel strookt volledig met bestaande beleidsbepalingen, aangezien het InvestEU-programma de EU-garantie verstrekt om de begrotingsmiddelen van de EU efficiënt te gebruiken wanneer operaties met inkomstengenererend vermogen in overeenstemming met de beleidsdoelstellingen van de EU worden gefinancierd. Het gaat hierbij onder meer om de kapitaalmarktenunie, de strategie voor een digitale eengemaakte markt, het pakket schone energie voor alle Europeanen, het actieplan van de EU voor de circulaire economie, de strategie voor emissiearme mobiliteit, de defensiestrategie en de ruimtevaartstrategie voor Europa. Binnen zijn toepassingsgebied steunt het InvestEU-fonds vanuit financieringsoogpunt deze elkaar versterkende strategieën.

Verenigbaarheid met andere beleidsterreinen van de Unie

Het InvestEU-programma vormt een aanvulling op subsidiefinanciering en andere acties op de beleidsterreinen die het ondersteunt, zoals Horizon Europa, de Connecting Europe Facility, het programma Digitaal Europa, het programma Eengemaakte markt, concurrentievermogen van kmo's en Europese statistiek, het Europees Ruimtevaartprogramma, het Europees Sociaal Fonds+, het programma Creatief Europa, het Programma voor het milieu en klimaatactie (LIFE) en het Europees Defensiefonds. Waar mogelijk zal voor synergieën met externe beleidsinstrumenten worden gezorgd.

Combinatie met subsidiefinanciering zal zorgen voor complementariteit met andere uitgavenprogramma's.

Het InvestEU-programma is ook complementair aan de Europese structuur- en investeringsfondsen. Om het gemakkelijker te maken bepaalde fondsen onder gedeeld beheer (Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO), Europees Sociaal Fonds+ (ESF+), Cohesiefonds, Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij (EFMZV) en Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (ELFPO)) via financiële producten in te zetten, zullen de lidstaten een beroep kunnen doen op het InvestEU-programma. Dit is een belangrijke vereenvoudiging ten opzichte van de huidige situatie, aangezien in dit geval slechts één pakket regels van toepassing zal zijn.

De acties van het InvestEU-programma moeten worden gebruikt om tekortkomingen van de markt of suboptimale investeringssituaties aan te pakken, op evenredige wijze, zonder particuliere financiering te overlappen of verdringen, en zij moeten een duidelijke Europese meerwaarde hebben. Dit zal ervoor zorgen dat de acties van het programma stroken met de staatssteunregels van de EU, zodat buitensporige concurrentieverstoringen op de interne markt worden voorkomen.

2. RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID

Rechtsgrondslag

Het voorstel is gebaseerd op artikel 173 (Industrie) en artikel 175, derde alinea, (Economische, sociale en territoriale samenhang) van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU).

In overeenstemming met de vaste jurisprudentie dekt de rechtsgrondslag waarnaar wordt verwezen, de belangrijkste inhoud van het voorstel. Voor beide artikelen van de rechtsgrondslag geldt dezelfde procedure (gewone wetgevingsprocedure).

Subsidiariteit (bij niet-exclusieve bevoegdheid)

Het InvestEU-programma zal betrekking hebben op investeringen en toegang tot financiering ter ondersteuning van de beleidsprioriteiten van de EU door het aanpakken van tekortkomingen van de markt en investeringskloven. Het ondersteunt tevens het ontwerpen, ontwikkelen en op de hele EU-markt testen van innovatieve financiële producten en de systemen voor de verspreiding ervan voor nieuwe of complexe tekortkomingen van de markt en investeringskloven.

Met het vrijwillige lidstaatcompartiment zouden landspecifieke tekortkomingen van de markt en investeringskloven kunnen worden aangepakt, gebruikmakend van op centraal niveau ontworpen financiële producten, zodat zo nodig kan worden gezorgd voor een efficiënter geografisch gebruik van middelen. Dit zou de lidstaten in staat stellen om een deel van hun middelen uit hoofde van het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO), het Europees Sociaal Fonds+ (ESF+), het Cohesiefonds, het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij (EFMZV) en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (ELFPO) via het InvestEU-fonds te besteden.

De voorgestelde structuur met twee compartimenten in elk beleidsvenster maakt een doeltreffende toepassing van het subsidiariteitsbeginsel mogelijk. Voorts gelden voor de twee compartimenten binnen elk beleidsvenster dezelfde regels van het InvestEU-fonds, hetgeen een duidelijker en eenvoudiger kader vormt voor het gebruik van de verschillende EU-financieringsbronnen.

Evenredigheid

De langetermijndoelstellingen inzake duurzaamheid, concurrentievermogen en inclusieve groei vergen aanzienlijke investeringen op verschillende beleidsterreinen. Het gaat hierbij onder meer om nieuwe mobiliteitsmodellen, hernieuwbare energie, energie-efficiëntie, natuurlijk kapitaal, innovatie, digitalisering, vaardigheden, sociale infrastructuur, circulaire economie, klimaatactie, oceanen en de oprichting en groei van kleine ondernemingen.

Er zijn nieuwe inspanningen nodig om hardnekkige marktfragmentatie en tekortkomingen van de markt aan te pakken die worden veroorzaakt door de risicoaversie van particuliere beleggers, de geringe financieringscapaciteit van de publieke sector en structurele onvolkomenheden in het investeringsklimaat. De lidstaten alleen kunnen deze investeringskloven niet voldoende overbruggen.

Een optreden op EU-niveau zorgt ervoor dat een kritische massa aan middelen kan worden vrijgemaakt om het effect van de investeringen in de praktijk te maximaliseren. Het neemt niet de plaats van de investeringen van de lidstaten in, maar vormt daar juist een aanvulling op, waarbij de focus met name ligt op projecten die een Europese meerwaarde hebben. Voorts biedt het EU-niveau schaalvoordelen bij het gebruik van innovatieve financiële producten doordat particuliere investeringen in de hele EU worden aangezwengeld en doordat optimaal gebruik wordt gemaakt van de Europese instellingen en hun deskundigheid op dat gebied. Het optreden van de EU biedt ook toegang tot een gediversifieerde portefeuille van Europese projecten, zodat particuliere investeringen worden aangezwengeld, en maakt de ontwikkeling mogelijk van innovatieve financieringsoplossingen die in alle lidstaten kunnen worden opgeschaald of gekopieerd.

Een optreden op EU-niveau is het enige instrument waarmee de investeringsbehoeften in verband met de beleidsdoelstellingen voor de hele EU doeltreffend kunnen worden aangepakt. Voorts blijven structurele hervormingen en een beter regelgevingsklimaat noodzakelijk om de resterende investeringskloven in de periode 2021-2027 te dichten.

Keuze van het instrument

Het doel van het voorstel is om te komen tot één instrument dat een EU-begrotingsgarantie verstrekt ter ondersteuning van financierings- en investeringsverrichtingen door de uitvoerende partners in overeenstemming met de conclusies van de effectbeoordeling, om voort te bouwen op het succes van het EFSI en eerdere financiële instrumenten en tegelijkertijd rekening te houden met de geleerde lessen ten aanzien van onder meer het voorkomen van versnippering en mogelijke overlappingen. Daarom wordt een verordening voorgesteld.

3. EVALUATIE ACHTERAF, RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELING

Evaluatie achteraf van bestaande wetgeving en controle van de resultaatgerichtheid ervan

Het voorstel bouwt voort op de lessen die geleerd zijn uit evaluaties van eerdere financiële instrumenten en van het EFSI. In 2018 is met name een onafhankelijke evaluatie van het EFSI [verwijzing naar externe evaluatie en werkdocument van de diensten van de Commissie invoegen] verricht, naast verschillende andere evaluaties van het EFSI sinds de oprichting ervan:

·evaluatie door de Commissie van het gebruik van de EU-garantie en de werking van het EFSI-garantiefonds 1 , vergezeld van een advies van de Rekenkamer 2 ,

·evaluatie door de EIB van de werking van het EFSI 3 (oktober 2016) en

·onafhankelijke externe evaluatie van de toepassing van de EFSI-verordening 4 (november 2016).

De belangrijkste bevindingen van deze evaluaties zijn samengevat in de mededeling van de Commissie over het investeringsplan voor Europa (COM (2016) 764) 5 .

Uit alle evaluaties bleek dat de EU-garantie relevant was en de EIB in staat stelde riskantere activiteiten te ontplooien en producten met een hoger risico in te voeren ter ondersteuning van een breed scala van begunstigden. Het EFSI bleek ook een nuttig instrument voor het mobiliseren van particulier kapitaal. Wat de governance betreft, bleek uit de onafhankelijke evaluatie van 2018 het belang van het investeringscomité voor de geloofwaardigheid van de regeling, de transparantie van de besluiten ervan en de kwaliteit van het scorebord, dat volgens de evaluatie een nuttig instrument was dat een consequente aanpak van de projectpresentatie en de samenvatting van de beoordelingsconclusies mogelijk maakte.

Op basis van ondertekende verrichtingen heeft het EFSI eind 2017 207 miljard EUR aan investeringen gemobiliseerd, wat 66 % van het streefbedrag is. Dit stijgt tot 256 miljard EUR voor goedgekeurde verrichtingen, wat overeenkomt met 81 % van het streefbedrag. Wanneer deze trend nog zes maanden verder wordt geëxtrapoleerd tot de voltooiing van het EFSI medio 2018, zullen de gemobiliseerde investeringen op basis van goedgekeurde verrichtingen naar verwachting medio 2018 of kort daarna het streefbedrag van 315 miljard EUR bereiken.

Bij de evaluaties werd een zekere concentratie in lidstaten met goed ontwikkelde institutionele capaciteiten geconstateerd. Als de gemobiliseerde investeringen echter worden afgezet tegen het bruto binnenlands product van de lidstaten, is deze concentratie veel minder uitgesproken. Niettemin heeft het EFSI 2.0, om het geografische evenwicht verder te verbeteren, een grotere plaats ingeruimd voor de Europese investeringsadvieshub.

Per 31 december 2017 komt het feitelijke multiplicatoreffect van het EFSI in grote lijnen overeen met de verwachtingen – een totale multiplicator van 13,5 eind 2017 en een doelstelling van 15 aan het einde van de investeringsperiode. Het EFSI heeft ook op doeltreffende wijze particuliere investeringen gemobiliseerd. Rond 64 % van de investeringen komt uit de particuliere sector.

Qua efficiëntie bleek de beschikbaarheid van de EU-garantie een werkzaam middel om het volume van riskantere activiteiten van de Europese Investeringsbank aanzienlijk te vergroten. Voor de EU-garantie zijn met name minder begrotingsmiddelen nodig dan voor financiële instrumenten, aangezien zij een prudente maar beperkte voorziening ten opzichte van de hoogte van de financiële verplichting vergt. Zij omvat een voorwaardelijke verplichting, zodat naar verwachting schaalvoordelen worden behaald die resulteren in hogere gemobiliseerde investeringen per uitgegeven euro. Uit de bij de onafhankelijke evaluatie in 2018 geanalyseerde bewijsstukken bleek duidelijk dat de omvang van de EU-garantie in het kader van het EFSI passend was. Voorts bleek dat de voor de modellering van het EFSI-streefpercentage gehanteerde benadering grotendeels adequaat en in overeenstemming met de branchenormen was, al werden enkele verdere ontwikkelingen voorgesteld.

Een begrotingsgarantie bleek ook kostenefficiënter voor de EU-begroting, aangezien de betaling van beheersvergoedingen aan de uitvoerende partner beperkt blijft. In het geval van het EFSI wordt de EU zelfs betaald voor de EU-garantie die wordt verstrekt in het kader van het venster 'infrastructuur en innovatie'.

De onafhankelijke evaluatie van 2016 wees op de noodzaak om het begrip additionaliteit beter te omschrijven en te verduidelijken. De EFSI 2.0-verordening omvat dan ook verschillende maatregelen die dit begrip en de criteria verduidelijken en het proces transparanter hebben gemaakt.

De onafhankelijke evaluatie van 2018, waarbij alleen de in het kader van het EFSI goedgekeurde verrichtingen konden worden beoordeeld en de nieuwe EFSI 2.0-maatregelen dus niet konden worden getest, bevestigde dat het begrip additionaliteit en de omschrijving van suboptimale investeringssituaties verder moesten worden verduidelijkt. Met name werd geconcludeerd dat de EFSI-verrichtingen worden gekenmerkt door een hoger risico in vergelijking met de normale (non-EFSI) verrichtingen van de Europese Investeringsbank, zoals vereist door de EFSI-verordening. Uit de diverse enquêtes en interviews bleek dat in het kader van het venster 'infrastructuur en innovatie' van het EFSI sprake kan zijn geweest van een zekere mate van verdringing. Het is belangrijk deze situatie bij het InvestEU-programma te voorkomen.

De onafhankelijke evaluatie van 2018 benadrukte ook de niet-financiële meerwaarde van het aantrekken van nieuwe investeerders, het demonstreren en op de markt testen van nieuwe producten en financieringsmodellen, en het steunen en goedkeuren van hogere normen voor verrichtingen van financiëledienstverleners.

De EIB-evaluatie van 2016 en de onafhankelijke evaluatie van 2018 bevestigden dat het EFSI aanvankelijk andere financiële instrumenten op EU-niveau verstoorde door vergelijkbare financiële producten aan te bieden, met name het schuldinstrument in het kader van de Connecting Europe Facility en een deel van het InnovFin, wat gedeeltelijk werd verholpen door de bestaande instrumenten op nieuwe marktsegmenten te heroriënteren.

Het voorstel voor het InvestEU-fonds bouwt ook voort op de lessen die geleerd zijn uit evaluaties van eerdere financiële instrumenten van de afgelopen twee decennia (Connecting Europe Facility, Horizon 2020, COSME, enz.) en instrumenten die uit hoofde van vorige financiële kaders zijn ingevoerd, zoals het programma voor concurrentievermogen en innovatie (CIP). Over het algemeen bevestigen deze evaluaties dat in Europa financieringskloven blijven bestaan in de sectoren en op de beleidsterreinen waarop de financiële instrumenten van de EU betrekking hebben, en dat investeringssteun op EU-niveau belangrijk en noodzakelijk blijft om de beleidsdoelstellingen van de EU te bereiken. Zij benadrukken echter ook dat de samenhang tussen de verschillende financiële instrumenten op EU-niveau en andere EU-initiatieven moet worden versterkt, dat de synergieën met nationale en regionale initiatieven beter moeten worden benut en dat sprake is van overlappingen tussen de bestaande instrumenten. Er wordt op gewezen dat een betere coördinatie en opzet van de investeringssteuninstrumenten nodig is om de potentiële overlappingen tot een minimum te beperken. Door de uitbreiding van de activiteiten is de behoefte ontstaan om de mechanismen voor de algemene coördinatie van acties te versterken, zodat wildgroei wordt voorkomen en meer synergieën worden verwezenlijkt.

Ten aanzien van de COSME-instrumenten ter ondersteuning van kmo's die van cruciaal belang zijn voor het toekomstige concurrentievermogen van de Unie, blijkt uit de evaluaties dat deze instrumenten in sterke mate worden ingegeven door tekortkomingen van de markt en beperkingen in de toegang tot financiering voor kmo's. Met name start-ups, kleinere kmo's en kmo's die over onvoldoende zekerheden beschikken, hebben in de hele EU te maken met hardnekkige en structurele tekortkomingen van de markt voor schuldfinanciering. De Rekenkamer was in een speciaal verslag van oordeel dat de garantiefaciliteit voor kmo's een positief effect heeft op de groei van de ondersteunde kmo's. In overeenstemming met de aanbevelingen van de Rekenkamer zijn betere gerichtheid op begunstigden en meer coördinatie met nationale regelingen nodig 6 .

Met name met betrekking tot de financiële instrumenten van InnovFin in het kader van Horizon 2020, blijkt uit de evaluaties dat de toegang tot financiering een cruciale kwestie blijft voor de verbetering van de Europese prestaties op het gebied van innovatie. De financiële instrumenten van InnovFin bleken goed te hebben gepresteerd tegen de achtergrond van de groeiende vraag naar risicofinanciering op het gebied van onderzoek en innovatie, en zij hebben de EIB-groep in staat gesteld om nieuwe, risicovollere segmenten te bestrijken. Ook in dit verband wordt echter benadrukt dat de synergieën met andere financieringsprogramma's van de EU moeten worden versterkt en dat de resterende barrières moeten worden weggenomen om innoverende ondernemingen te helpen groeien van begin- tot uitbreidingsfase. Voorts werd erop gewezen dat slechts een relatief klein aantal ondernemingen dat subsidies uit Horizon 2020 ontving, van financiële instrumenten in het kader van Horizon 2020 profiteerde, wat de opschaling van innovatieve bedrijven kan belemmeren.

Het InvestEU-fonds zal voortbouwen op deze ervaringen en gericht zijn op ontvangers op het gebied van onderzoek en innovatie (inclusief innovatieve kmo's en midcaps) om ze in alle fasen van hun ontwikkeling betere toegang tot financiering te geven. Het zal synergieën tussen subsidies en marktgebaseerde financiering benutten door blending te vergemakkelijken. Voorts heeft de Europese Rekenkamer naar aanleiding van haar controle betreffende de garantiefaciliteit een betere gerichtheid op innovatievere bedrijven als begunstigden aanbevolen. Door het bundelen van deskundigheid en middelen zal het InvestEU-fonds zal zich steeds meer richten op steun aan ondernemingen die zich bezighouden met innovatieactiviteiten met een hoger risico.

Op sociaal gebied en met betrekking tot het programma voor werkgelegenheid en sociale innovatie (EaSI) is er empirisch bewijs dat er in de Unie een groot gebrek is aan investeringen in sociale infrastructuur, sociale ondernemingen die goederen produceren (materiële activa), en sociale diensten, ideeën en mensen (immateriële activa), hoewel deze voor de lidstaten van groot belang zijn om zich te ontwikkelen tot een eerlijke, inclusieve en op kennis gebaseerde samenleving.

Microfinanciering en sociale ondernemingen zijn in Europa nog recente ontwikkelingen en maken deel uit van een markt die nog niet volledig is ontwikkeld. Zoals werd benadrukt in de in 2017 uitgevoerde tussentijdse evaluatie van EaSI, hebben de financiële instrumenten van EaSI kwetsbare personen en micro-ondernemingen ondersteund en de toegang tot financiering voor sociale ondernemingen vergemakkelijkt, waarmee een aanzienlijk sociaal effect werd bereikt. In de evaluatie werd geconcludeerd dat de benutting van het volledige potentieel die door de tot dusver behaalde resultaten werd aangetoond, de voortzetting van de investeringssteun op sociaal gebied en de behoefte aan extra slagkracht in het kader van het programma InvestEU rechtvaardigt.

Het effectbeoordelingsverslag over het InvestEU-programma bevat een gedetailleerde samenvatting van deze evaluatieresultaten.

Raadpleging van belanghebbenden

De effectbeoordeling berust op de openbare raadpleging over EU-financiering op het gebied van investeringen, onderzoek & innovatie, kmo's en de interne markt, en met name op de antwoorden met betrekking tot de EU-steun voor investeringen 7 .

Dit voorstel houdt rekening met de resultaten van deze openbare raadpleging. De meeste respondenten waren van mening dat de huidige EU-steun voor investeringen onvoldoende rekening houdt met beleidsuitdagingen als het terugdringen van de werkloosheid, het ondersteunen van sociale investeringen, het vergemakkelijken van de digitale transitie, het vergemakkelijken van de toegang tot financiering met name voor kmo's, het zorgen voor een schoon en gezond milieu en het ondersteunen van de industriële ontwikkeling.

De respondenten benadrukten het belang van EU-brede beleidsuitdagingen, onder meer op gebieden zoals onderzoek, steun voor onderwijs en opleiding, een schoon en gezond milieu en de overgang naar een koolstofarme en circulaire economie, en de terugdringing van de werkloosheid.

Rond 60 % van de respondenten van de openbare raadpleging over strategische infrastructuur was van mening dat de moeizame toegang tot financiële instrumenten een belemmering vormt die verhindert dat de huidige programma's de beleidsdoelstellingen met succes verwezenlijken.

Een grote meerderheid van de deelnemers was het eens met de maatregelen waarmee de administratieve lasten kunnen worden vereenvoudigd en verminderd. Hierbij ging het met name om minder, duidelijkere en kortere regels, onderlinge afstemming van de regels van de afzonderlijke EU-fondsen en een kader dat van de ene programmeringsperiode tot de andere stabiel blijft, maar toch voldoende flexibiliteit biedt.

Het voorstel beoogt deze resultaten te realiseren door meer het accent te leggen op de beleidsprioriteiten van de Unie in de context van de steun uit hoofde van het InvestEU-fonds. Het met het InvestEU-fonds ingevoerde gemeenschappelijke pakket regels moet rekening houden met de kwestie van mogelijke overlappingen en het met name voor de eindontvangers gemakkelijker maken om steun aan te vragen. Het InvestEU-fonds heeft ook een ingebouwde flexibiliteit, zodat het zich kan aanpassen aan veranderende marktsituaties en behoeften. Ook de rapportagevereisten zijn geharmoniseerd.

Externe expertise

Overeenkomstig artikel 18, lid 6, van Verordening (EU) 2015/1017 van het Europees Parlement en de Raad van 25 juni 2015 betreffende het Europees Fonds voor strategische investeringen, de Europese investeringsadvieshub en het Europese investeringsprojectenportaal en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1291/2013 en (EU) nr. 1316/2013 – het Europees Fonds voor strategische investeringen 8 werd een externe evaluatie verricht, zoals uiteengezet in het punt 'Evaluatie achteraf van bestaande wetgeving en controle van de resultaatgerichtheid ervan'. Deze evaluatie wordt tegelijk met dit voorstel gepubliceerd.

Effectbeoordeling

In de effectbeoordeling [verwijzing naar effectbeoordeling invoegen] worden in detail de belangrijkste uitdagingen voor het volgende MFK onderzocht, met name de investeringskloven en suboptimale investeringssituaties op verschillende beleidsterreinen zoals onderzoek en innovatie, duurzame infrastructuur, kmo-financiering en sociale investeringen. De keuzen voor de voorgestelde structuur van het InvestEU-fonds en de governance, doelstellingen, nagestreefde acties, financiële producten en eindontvangers ervan worden in de effectbeoordeling geanalyseerd en toegelicht. Voor zover van toepassing worden in de effectbeoordeling de overwogen alternatieve oplossingen beschreven en de redenen voor de voorgestelde keuzes uitgelegd. Dit geldt met name voor de redenen voor de oprichting van één instrument voor investeringssteun, de uitvoeringsmechanismen en de uitvoerende partners en voor de voorgestelde governancestructuur.

In de effectbeoordeling wordt benadrukt dat de huidige ervaring met financiële instrumenten van de EU en de begrotingsgarantie van het EFSI leert dat behoefte bestaat aan vereenvoudiging, stroomlijning en betere coördinatie van de instrumenten voor investeringssteun van de EU tijdens het volgende MFK. Uit de ervaring met het EFSI bleek ook dat het waar mogelijk gebruiken van een begrotingsgarantie in plaats van traditionele financiële instrumenten aanzienlijke voordelen en efficiëntiewinst oplevert.

1.

In de effectbeoordeling worden de volgende hoofdkenmerken van het InvestEU-fonds vermeld:


·Eén structuur, die rechtstreeks wordt medegedeeld aan de financiële intermediairs, de projectontwikkelaars en de eindontvangers die op zoek zijn naar financiering.

·Een grotere hefboomwerking en een efficiënter gebruik van begrotingsmiddelen door gebruik te maken van één begrotingsgarantie die verschillende financiële producten met een gediversifieerde risicoportefeuille ondersteunt. Dit levert efficiëntiewinst op in vergelijking met de optie om te beschikken over verschillende financiële instrumenten of afzonderlijke begrotingsgaranties die een beperkt scala aan risico's dekken, aangezien er een lager voorzieningspercentage mee gemoeid is maar toch een gelijkwaardig niveau van bescherming wordt geboden.

·Vereenvoudigd en doelgericht aanbod van investeringssteuninstrumenten voor de belangrijkste beleidsdoelstellingen van de EU. Een dergelijk aanbod zou ook het combineren van subsidies en financiering uit verschillende EU-programma's, conventionele leningen van de EIB of particuliere financiering mogelijk maken.

·De mogelijkheid om sectorspecifieke instrumenten aan te bieden om ondersteuning te geven bij specifieke tekortkomingen van de markt (bv. Green Shipping, energiedemonstratieprojecten, natuurlijk kapitaal).

·Flexibiliteitsmaatregelen die het InvestEU-fonds in staat zullen stellen snel te reageren op marktveranderingen en mettertijd veranderende beleidsprioriteiten.

·Een geïntegreerde governance- en uitvoeringsstructuur die de interne coördinatie verbetert en de positie van de Commissie ten opzichte van de uitvoerende partners versterkt. Dit zou ook leiden tot beheerskostenbesparingen, duplicatie en overlapping voorkomen en de zichtbaarheid voor investeerders vergroten.

·Vereenvoudigde rapportage-, monitoring- en controlevereisten. Dankzij het gemeenschappelijke kader zal het InvestEU-fonds voorzien in geïntegreerde en vereenvoudigde monitoring- en rapportageregels.

·Betere complementariteit tussen centraal beheerde programma's en programma's onder gedeeld beheer. Dit omvat de mogelijkheid voor de lidstaten om toewijzingen onder gedeeld beheer via het InvestEU-fonds te kanaliseren (in het lidstaatcompartiment).

·De InvestEU-advieshub bij het InvestEU-fonds betrekken om de ontwikkeling en uitvoering van een pijplijn van haalbare projecten te ondersteunen.

Het scala aan geplande interventies in het kader van het InvestEU-fonds zal worden uitgevoerd via verschillende producten die op verschillende risico's gericht zijn en die, afhankelijk van het soort geboden garantiedekking en de ondersteunde verrichtingen, hoge, gemiddelde of lage voorzieningspercentages vergen. De Commissie zal richtsnoeren geven en het gebruik van de verschillende producten en de daarmee gemoeide risico's monitoren om ervoor te zorgen dat de gehele portefeuille verenigbaar is met het in het voorstel opgenomen voorzieningspercentage.

Op 27 april 2018 heeft de Raad voor regelgevingstoetsing een positief advies met punten van voorbehoud uitgebracht. [hyperlink naar het advies van de Raad voor regelgevingstoetsing invoegen] Het werkdocument van de diensten van de Commissie over de effectbeoordeling [verwijzing/link invoegen] gaat in op de aan de orde gestelde kwesties. In het verslag worden de huidige overlappingen tussen het EFSI en centraal beheerde financiële instrumenten nu beter uitgelegd. In het verslag wordt ook verduidelijkt hoe de potentiële overlappingen in het kader van het InvestEU-fonds zullen worden voorkomen. Bovendien worden de keuze van de voorgestelde governancestructuur en de rol van de verschillende organen gedetailleerder toegelicht. Zo is een vergelijking gemaakt van de governanceregelingen die momenteel voor het EFSI en de financiële instrumenten worden gebruikt met die welke in het kader van het InvestEU-fonds worden voorgesteld. Er zijn aanvullende toelichtingen op de aannamen voor het verwachte risiconiveau en het voorzieningspercentage toegevoegd, alsmede verdere uitleg over de risicobeoordelingsfunctie binnen de governancestructuur.

Vereenvoudiging

Suboptimale investeringssituaties worden momenteel aangepakt via een heterogene en gefragmenteerde portefeuille van financiële instrumenten van de EU en het EFSI. Deze situatie leidt ook tot complexiteit voor financiële intermediairs en eindontvangers, die met verschillende criteria om in aanmerking te komen en rapportageregels worden geconfronteerd.

Het InvestEU-fonds beoogt de investeringssteun van de EU te vereenvoudigen door één kader vast te stellen dat helpt de complexiteit te verminderen. Dankzij een kleiner aantal overeenkomsten op basis van een gemeenschappelijk pakket regels zal het InvestEU-fonds de toegang tot EU-steun voor de eindontvangers, de governance en het beheer van de investeringssteuninstrumenten vereenvoudigen.

Bovendien kunnen, aangezien het InvestEU-fonds voorziet in alle beleidsbehoeften inzake investeringssteun, de rapportagevereisten en prestatie-indicatoren worden gestroomlijnd en geharmoniseerd.

Grondrechten

Het voorstel heeft geen gevolgen voor de grondrechten.

4. GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

Overeenkomstig de mededeling 9 van de Commissie over het meerjarig financieel kader 2021-2027 wordt voor het InvestEU-programma 14 725 000 000 EUR (vastleggingen in lopende prijzen) uitgetrokken, waarvan 525 000 000 EUR voor bijstand voor projectontwikkeling en andere begeleidende maatregelen. De totale voorziening zal 15 200 000 000 EUR bedragen, waarvan 1 000 000 000 wordt gedekt door inkomsten, terugbetalingen en terugvorderingen die worden gegenereerd door bestaande financiële instrumenten en het EFSI. In overeenstemming met [artikel 211, lid 4, onder d),] van het [Financieel Reglement] zullen de inkomsten en terugvorderingen uit het InvestEU-fonds ook worden gebruikt om de voorziening aan te vullen.

Bij dit voorstel is derhalve een financieel memorandum gevoegd.

5. OVERIGE ELEMENTEN

Uitvoeringsplanning en regelingen betreffende controle, evaluatie en rapportage

Het InvestEU-fonds (de EU-garantie) zal via indirect beheer ten uitvoer worden gelegd. De Commissie sluit de noodzakelijke garantieovereenkomsten met de uitvoerende partners. De InvestEU-advieshub zal via indirect of direct beheer ten uitvoer worden gelegd, afhankelijk van de aard van de bijstand. Het InvestEU-portaal zal hoofdzakelijk via direct beheer ten uitvoer worden gelegd.

Het effect van het InvestEU-programma zal worden beoordeeld door middel van evaluaties. De evaluaties zullen worden verricht conform de punten 22 en 23 van het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 10 , waarin de drie instellingen hebben bevestigd dat evaluaties van bestaande wetgeving en bestaand beleid de basis moeten vormen voor effectbeoordelingen van opties voor verdere acties. De evaluaties zullen de effecten van het InvestEU-programma op het terrein beoordelen op basis van de indicatoren/doelstellingen van het InvestEU-programma en van een gedetailleerde analyse van de mate waarin het InvestEU-programma kan worden geacht relevant, doeltreffend en doelmatig te zijn, voldoende toegevoegde waarde voor de EU te bieden en voldoende coherent te zijn met andere beleidsmaatregelen van de EU. Zij zullen lessen trekken teneinde eventuele lacunes/problemen of mogelijkheden voor verdere verbetering van de acties of de resultaten ervan in kaart te brengen en de exploitatie/impact ervan te helpen maximaliseren. De monitoring van de prestaties zal worden getoetst aan de in het voorstel vastgestelde indicatoren. Naast deze kernindicatoren zullen in de investeringsrichtsnoeren of de garantieovereenkomsten gedetailleerdere indicatoren worden opgenomen op basis van de specifieke financiële producten die worden ingezet. Bovendien zullen specifieke indicatoren worden ontwikkeld voor de InvestEU-advieshub en het InvestEU-portaal.

Van de uitvoerende partners zal geharmoniseerde rapportage worden gevraagd overeenkomstig het [Financieel Reglement].

Gedetailleerde toelichting bij de specifieke bepalingen van het voorstel

Hoofdstuk I – Algemene bepalingen

In de algemene bepalingen zijn de algemene en specifieke doelstellingen van het InvestEU-programma opgenomen die vervolgens worden weerspiegeld in de beleidsvensters.

De door de EU-garantie in het kader van het InvestEU-fonds te ondersteunen financierings- en investeringsverrichtingen zullen bijdragen aan i) het concurrentievermogen van de Unie, onder meer door innovatie en digitalisering; ii) de duurzaamheid van de economie van de Unie en van de groei; iii) sociale veerkracht en inclusie; iv) de integratie van de kapitaalmarkten van de Unie en de versterking van de eengemaakte markt, met inbegrip van oplossingen om de fragmentatie van de kapitaalmarkten van de Unie aan te pakken, meer diversiteit te brengen in de financieringsbronnen voor ondernemingen in de Unie en om houdbare financiering te bevorderen.

Voor de EU-garantie wordt een omvang van 38 000 000 000 EUR en een voorzieningspercentage van 40 % voorgesteld, d.w.z. dat 15 200 000 000 EUR nodig is voor de voorziening (beide bedragen in lopende prijzen). De indicatieve toewijzing van de EU-garantie voor de diverse beleidsvensters is opgenomen in bijlage I. De hoogte van de voorziening is gebaseerd op het soort geplande financiële producten en het risiconiveau van de portefeuilles, rekening houdend met de ervaring die in het kader van het EFSI en eerdere financiële instrumenten is opgedaan.

Voorgesteld wordt om voor de InvestEU-advieshub, het InvestEU-portaal en begeleidende maatregelen 525 000 000 EUR (in lopende prijzen) aan financiële middelen uit te trekken.

Voorts kunnen derde landen in het kader van de beleidsvensters van het InvestEU-fonds bij financiële producten worden betrokken door hun volledige bijdrage in contanten te betalen. In deze mogelijkheid is met name voorzien om, indien gerechtvaardigd, de voortzetting van bestaande regelingen, onder meer op het gebied van onderzoek, of steun in verband met de toetredingsprocessen mogelijk te maken. Lidstaten die een deel van hun middelen onder gedeeld beheer via het InvestEU-fonds willen gebruiken, mogen ook bijdragen. Deze bedragen komen bovenop de EU-garantie van EUR 38 000 000 000 (in lopende prijzen).

Hoofdstuk II – InvestEU-fonds

In dit hoofdstuk worden de vier beleidsvensters van het InvestEU-fonds beschreven: i) duurzame infrastructuur; ii) onderzoek, innovatie en digitalisering; iii) kmo's; iv) sociale investeringen en vaardigheden: Voorts worden de twee compartimenten van de EU-garantie beschreven: i) het EU-compartiment; en ii) het lidstaatcompartiment, dat zal bestaan uit één subcompartiment per lidstaat, die besluit of hij een deel van zijn middelen onder gedeeld beheer aan het InvestEU-fonds bijdraagt.

De specifieke regels met betrekking tot het lidstaatcompartiment voorzien in een bijdrageovereenkomst tussen de Commissie en de betrokken lidstaat en stellen de belangrijkste elementen van de bijdrage vast, zoals de omvang, het voorzieningspercentage en de voorwaardelijke verplichting. De verordening houdende gemeenschappelijke bepalingen en andere relevante rechtsinstrumenten zullen de nodige machtigingsbepalingen bevatten. Zodra de overmaking aan het InvestEU-fonds plaatsvindt, volgt de uitvoering van het lidstaatcompartiment de regels van het InvestEU-fonds. De Commissie selecteert de uitvoerende partner op basis van een voorstel van de lidstaat en ondertekent de garantieovereenkomst met de betrokken lidstaat.

Het voorstel van de Commissie voor het MFK 2021-2027 is ambitieuzer wat de integratie van klimaatactie in andere EU-programma's betreft, en stelt als algemeen doel dat 25 % van de EU-uitgaven klimaatdoelstellingen ondersteunen. De bijdrage van het InvestEU-programma aan de verwezenlijking van dat doel zal worden gevolgd via een EU-klimaatvolgsysteem. De Commissie zal de informatie jaarlijks presenteren in het kader van de jaarlijkse ontwerpbegroting.

Teneinde het volledige gebruik van het potentieel van het InvestEU-programma om bij te dragen aan de klimaatdoestellingen te ondersteunen, zal de Commissie ernaar streven relevante acties in kaart te brengen tijdens het proces van voorbereiding, uitvoering, beoordeling en evaluatie van het InvestEU-programma.

Hoofdstuk III – EU-garantie

De bepalingen met betrekking tot de EU-garantie en het gebruik ervan zijn opgenomen in dit hoofdstuk. Zij hebben betrekking op het onherroepelijke en opvraagbare karakter van de EU-garantie, de investeringsperiode die de MFK-periode bestrijkt, vereisten voor de in aanmerking komende financierings- en investeringsverrichtingen en de in aanmerking komende soorten financiering. De sectoren die voor financierings- en investeringsverrichtingen in aanmerking komen, worden nader omschreven in bijlage II.

Bovendien omvat dit hoofdstuk de vereisten voor uitvoerende partners – die onder meer voor de pijlerbeoordeling overeenkomstig het [Financieel Reglement] moeten slagen – en voor de garantieovereenkomsten tussen de Commissie en de uitvoerende partners.

Bij de selectie van de uitvoerende partners zal de Commissie rekening houden met hun vermogen om de doelstellingen van het InvestEU-fonds te verwezenlijken en eigen middelen bij te dragen, private investeerders aan te trekken, te zorgen voor adequate geografische en sectorale dekking, en bij te dragen aan nieuwe oplossingen om tekortkomingen van de markt en suboptimale investeringssituaties aan te pakken. Gezien haar rol krachtens de Verdragen, haar capaciteit om in alle lidstaten actief te zijn en de ervaring die zij heeft opgedaan in het kader van de huidige financiële instrumenten en het EFSI, dient de Europese Investeringsbankgroep een bevoorrechte uitvoerende partner te blijven in het kader van het EU-compartiment. Ook nationale stimuleringsbanken of -instellingen worden in aanmerking genomen. Bovendien zal het mogelijk zijn andere internationale financiële instellingen als uitvoerende partner te hebben, met name wanneer zij in bepaalde lidstaten een comparatief voordeel bieden in termen van specifieke deskundigheid en ervaring. Ook andere entiteiten die aan de criteria van het Financieel Reglement voldoen, moeten als uitvoerende partner kunnen optreden. De uitvoerende partners moeten ten minste drie lidstaten bestrijken, maar mogen voor dat doel een groep vormen.

Verwacht wordt dat ongeveer 75 % van de EU-garantie in het kader van het EU-compartiment zal worden toegekend aan een uitvoerende partner/uitvoerende partners die in alle lidstaten financiële producten kan/kunnen aanbieden.

Dit hoofdstuk omvat ook gedetailleerde bepalingen over de dekking van de EU-garantie afhankelijk van de verschillende aard van de financiering die in het kader ervan kan worden verstrekt.

Hoofdstuk IV – Governance

Het InvestEU-fonds zal een adviesraad hebben die in twee samenstellingen bijeenkomt: i) vertegenwoordigers van de uitvoerende partners; en ii) vertegenwoordigers van de lidstaten. Zijn taken omvatten het adviseren van de Commissie over het ontwerp van de in het kader van het InvestEU-fonds uit te voeren financiële producten en het geven van advies over tekortkomingen van de markt en suboptimale investeringssituaties, alsmede over marktomstandigheden in de configuratie met de uitvoerende partners. De adviesraad zal ook de lidstaten informeren over de uitvoering van het InvestEU-fonds en een regelmatige gedachtewisseling over marktontwikkelingen en het delen van beste praktijken mogelijk maken.

Een projectteam bestaande uit door de uitvoerende partners ter beschikking van de Commissie gestelde deskundigen zal het scorebord van de potentiële financierings- en investeringsverrichtingen voorbereiden waarmee het investeringscomité kan beoordelen of voor deze verrichtingen al dan niet het voordeel van de EU-garantie moet worden toegekend. De Commissie moet bevestigen dat een voorgestelde financierings- of investeringsverrichting strookt met het EU-recht voordat een voorstel kan worden ingediend bij het projectteam.

Het investeringscomité keurt het gebruik van de EU-garantie voor financierings- en investeringsverrichtingen goed. Zijn leden zijn externe deskundigen met ervaring in de betrokken sectoren. Het comité komt in vier verschillende formaties bijeen, die overeenstemmen met de beleidsvensters. Elke formatie heeft zes leden, waarvan er vier permanente leden zijn die aan alle formaties deelnemen. De resterende twee leden worden geselecteerd om meer in het bijzonder rekening te houden met de gebieden waarop het desbetreffende beleidsvenster betrekking heeft.

Hoofdstuk V – InvestEU-advieshub

De InvestEU-advieshub zal ondersteuning in de vorm van advies verstrekken bij het voorbereiden, het ontwikkelen, het structureren en het uitvoeren van projecten, inclusief capaciteitsopbouw. Hij zal beschikbaar zijn voor publieke en private projectontwikkelaars en voor financiële en andere intermediairs.

Hoofdstuk VI – InvestEU-portaal

Het InvestEU-portaal zal voortbouwen op de ervaring met het projectenportaal in het kader van het investeringsplan voor Europa. Het zal systematische controles van de verenigbaarheid van de ontvangen projecten met het recht en het beleid van de Unie omvatten, alsmede een verplichting voor de uitvoerende partners om projecten die aan de verenigbaarheidstest voldoen en binnen hun activiteitenbereik vallen, te overwegen. De doelstelling ervan is zichtbaarheid te geven aan voor investering in aanmerking komende projecten in de EU waarvoor financiering nodig is. Een project hoeft echter niet op het portaal te worden geplaatst om in aanmerking te komen voor financiering van de EU. Indiening van een project bij het portaal betekent evenmin dat het uiteindelijk van de EU-garantie zal profiteren.

Hoofdstuk VII – Monitoring en rapportage, evaluatie en controle

Voorgesteld wordt dat het gebruik van de EU-garantie zal worden geëvalueerd door middel van een tussentijdse evaluatie en een eindevaluatie overeenkomstig de vereisten van het [Financieel Reglement]. Dit hoofdstuk voorziet ook in regelmatige monitoring en rapportage, terwijl de indicatoren waaraan de prestaties zullen worden getoetst, zijn opgenomen in bijlage III. Voorts bevat het bepalingen inzake audits en de rechten van OLAF met betrekking tot financierings- en investeringsverrichtingen in derde landen.

Ten slotte is in dit hoofdstuk de procedure voor de gedelegeerde handelingen opgenomen en bepaald dat de verordening vanaf 1 januari 2021 van toepassing is.

Hoofdstuk VIII – Transparantie en zichtbaarheid

De standaardbepalingen zijn opgenomen om te zorgen voor voldoende transparantie en zichtbaarheid.

Hoofdstuk IX – Overgangs- en slotbepalingen

Dit laatste hoofdstuk bevat bepalingen met betrekking tot het gebruik van ontvangsten, terugbetalingen en invorderingen van voorafgaande programma's. Een lijst van die programma's, naast het EFSI, is opgenomen in bijlage IV.