Toelichting bij COM(2018)734 - Alomvattend EU-kader voor hormoonontregelende stoffen - EU monitor

EU monitor
Maandag 19 augustus 2019
kalender

Dit is een beperkte versie

U kijkt naar een beperkte versie van dit dossier in de EU Monitor.

EUROPESE COMMISSIE

1.

Brussel, 7.11.2018


COM(2018) 734 final

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO'S

Een alomvattend EU-kader voor hormoonontregelende stoffen


INLEIDING

Hormoonontregelende stoffen zijn chemische stoffen die de werking van het endocriene systeem wijzigen en de gezondheid van mensen en dieren negatief beïnvloeden. Zij kunnen van synthetische of natuurlijke oorsprong zijn. Blootstelling aan hormoonontregelende stoffen is mogelijk vanuit verschillende bronnen, zoals residuen van bestrijdingsmiddelen of consumentenproducten die in het dagelijks leven worden gebruikt of aanwezig zijn.

2.

Wat is het endocriene systeem?


Het endocriene systeem is een boodschappersysteem van het lichaam. Het maakt gebruik van hormonen, signaalmoleculen die zich door de bloedbaan bewegen, als communicatiemiddel en om elders in het lichaam effecten teweeg te brengen in cellen, weefsels en organen. Hormonen zijn van essentieel belang voor de beheersing van een groot aantal processen in het lichaam, van vroege processen zoals de embryonale ontwikkeling en de vorming van organen, tot de beheersing van weefsel- en orgaanfuncties op volwassen leeftijd.

De bezorgdheid over hormoonontregelende stoffen is sinds de jaren 1990 toegenomen 1 . Nadat het Europees Parlement in 1998 een resolutie over hormoonontregelende stoffen 2 had aangenomen, heeft de Commissie in december 1999 de Communautaire strategie voor hormoonontregelaars 3 vastgesteld, waaraan sindsdien vervolg is gegeven door maatregelen op het gebied van onderzoek, regulering en internationale samenwerking.

Er is aanzienlijke vooruitgang geboekt bij het verkrijgen van inzicht in en het reguleren van hormoonontregelende stoffen en de EU wordt tegenwoordig beschouwd als een van de wereldleiders bij de aanpak van deze chemische stoffen. Tegelijkertijd is de maatschappelijke bezorgdheid nog steeds groot.

De Commissie heeft zich altijd ingezet voor de bescherming van de EU-burgers en het milieu tegen alle gevaarlijke chemische stoffen, en zij zal dat blijven doen. In deze context is het, bijna twintig jaar na de vaststelling van de communautaire strategie van 1999, noodzakelijk de aanpak van de EU inzake hormoonontregelende stoffen te actualiseren zodat die grensverleggend blijft en nog steeds garant staat voor een coherente benadering van deze stoffen op de verschillende gebieden, voortbouwend op de toegenomen kennis, de bereikte resultaten en de opgedane ervaring. Met het oog daarop komt de Commissie vandaag met haar strategische aanpak voor hormoonontregelende stoffen voor de komende jaren. Het uiteindelijke algemene doel is de EU-burgers en het milieu een hoog niveau van bescherming te garanderen en tegelijk een interne markt in stand te houden die de consument ten goede komt en waar alle EU-ondernemingen kunnen gedijen.

Met deze mededeling wordt ingegaan op de verzoeken van het Europees Parlement en de Raad 4 en wordt opvolging gegeven aan het zevende milieuactieprogramma 5 . Achtergrond van deze mededeling zijn de internationale verbintenissen om op te treden tegen gevaarlijke chemische stoffen 6 .

Deel 1 beschrijft de wetenschappelijke vorderingen op het gebied van hormoonontregelende stoffen in de afgelopen twintig jaar. Deel 2 geeft een overzicht van de maatregelen die de EU tot nu toe heeft genomen, en in deel 3 wordt de aanpak toegelicht die de Commissie voorstelt om het beleid van de EU inzake hormoonontregelende stoffen in de toekomst daadwerkelijk vooruit te helpen.

1. WETENSCHAPPELIJKE KENNIS OVER HORMOONONTREGELENDE STOFFEN

De afgelopen decennia is er op het gebied van hormoonontregeling aanzienlijke wetenschappelijke vooruitgang geboekt. Sinds de vaststelling van de communautaire strategie van 1999 zijn vele duizenden collegiaal getoetste wetenschappelijke publicaties beschikbaar gekomen waarin de aard en oorzaken van hormoonontregeling worden onderzocht, alsmede de gevolgen ervan voor de menselijke gezondheid en voor populaties van in het wilde levende dieren. Er is ook vooruitgang gerapporteerd in publicaties van de Europese Commissie en van EU-agentschappen of in het kader van door de Commissie gecoördineerde activiteiten.

Sinds 1999 zijn er steeds sterkere wetenschappelijke aanwijzingen dat er een verband is tussen blootstelling aan hormoonontregelende stoffen enerzijds en ziekten bij de mens of negatieve gevolgen voor in het wild levende dieren anderzijds. Daarnaast heeft voortschrijdend wetenschappelijk inzicht gezorgd voor overeenstemming over een aantal kwesties die relevant zijn voor een goed begrip van hormoonontregeling. Er is nu brede consensus over de definitie die in 2002 is opgesteld in het kader van het Internationaal Programma voor chemische veiligheid, een gezamenlijk programma van diverse agentschappen van de Verenigde Naties, waaronder de Wereldgezondheidsorganisatie, volgens welke hormoonontregelende stoffen worden omschreven als 'exogene stoffen of mengsels van stoffen die een of meer functies van het hormoonsysteem verstoren en als gevolg daarvan schadelijke gezondheidseffecten veroorzaken in een intact organisme of het nageslacht of (deel)populaties daarvan' 7 .

Er is ook overeenstemming over het feit dat de gevoeligste perioden voor blootstelling aan hormoonontregelende stoffen samenvallen met de belangrijke ontwikkelingsfasen, zoals de ontwikkeling van de foetus en de puberteit 8 . Blootstelling aan hormoonontregelende stoffen gedurende deze fasen kan blijvende gevolgen veroorzaken en leiden tot een grotere gevoeligheid voor ziekten op latere leeftijd. Ook wordt algemeen erkend dat hormoonontregelende stoffen op verschillende manieren met het hormoonsysteem kunnen interfereren. Tot dusver was het wetenschappelijk onderzoek voornamelijk gericht op een beperkt aantal endocriene middelen 9 . De laatste jaren is echter gebleken dat ook andere aspecten van het endocriene systeem gevoelig kunnen zijn voor hormoonontregelende stoffen. Er zijn ook steeds meer aanwijzingen dat hormoonontregelende stoffen met elkaar kunnen samenwerken om additieve effecten voort te brengen (het 'mengsel-' of 'cocktaileffect'), waardoor blootstelling aan een combinatie van hormoonontregelende stoffen schadelijke gevolgen kan hebben bij concentraties waarvoor voor de afzonderlijke stoffen op zich geen effecten zijn waargenomen 10 (ook al is dit effect niet specifiek voor hormoonontregelende stoffen) 11 .

Er zijn echter nog hiaten in de kennis. Die hebben met name betrekking op:

·de gevolgen van blootstelling aan hormoonontregelende stoffen voor de ontwikkeling van ziekten en voor in het wild levende dieren. In dit verband is er slechts beperkt inzicht in de specifieke bijdrage van de chemische blootstelling en in de manier om die af te zonderen van andere mogelijke oorzaken van de negatieve effecten die worden onderzocht. Ook andere factoren spelen immers een rol bij de ontwikkeling van dergelijke hormoongerelateerde aandoeningen (bijv. genetica, voeding, levensstijl of andere milieufactoren) of bij het optreden van hormoongerelateerde effecten op in het wild levende dieren (bijv. overexploitatie en klimaatverandering);

·de bestaande controverse over de vraag of en hoe bepaalde toxicologische beginselen, zoals het beginsel van de 'veilige drempelwaarde' – d.w.z. de dosis waaronder naar verwachting geen schadelijk effect zal optreden – kunnen worden toegepast bij de beoordeling van de veiligheid van hormoonontregelende stoffen 12 . Een deel van de wetenschappers is van mening dat voor hormoonontregelende stoffen geen veilige drempelwaarde kan worden vastgesteld;

·het verkrijgen van volledig inzicht in gecombineerde blootstelling ("mengsel-/cocktaileffect");

·de ontwikkeling van veiligere alternatieven (met inbegrip van niet-chemische benaderingen) ter vervanging van hormoonontregelende stoffen;

·het mechanisme van hormoonontregeling.

Tests en de mate waarin de wetenschap regelgevers informatie kan verstrekken

Een ander gebied waarop de wetenschap aanzienlijk is gevorderd maar nog verder moet vooruitgaan, is dat van de ontwikkeling en validering van testmethoden. Betrouwbare tests zijn immers noodzakelijk om hormoonontregelende stoffen als zodanig te herkennen, rekening houdend met de verschillende manieren waarop die stoffen met het endocriene systeem kunnen interfereren, en om ervoor te zorgen dat zij adequaat worden beheerd. De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling is de toonaangevende erkende instantie voor de ontwikkeling van internationaal overeengekomen testrichtsnoeren 13 , die in voorkomend geval in EU-wetgeving worden omgezet. De Europese Autoriteit voor voedselveiligheid heeft in 2013 de bestaande testrichtsnoeren voor hormoonontregelende stoffen onderzocht. Zij is tot de conclusie gekomen 14 dat voor zoogdieren en vissen een verscheidenheid aan tests beschikbaar is (of binnenkort zal zijn) voor bepaalde endocriene middelen die door hormoonontregelende stoffen kunnen worden beïnvloed 15 , terwijl er voor vogels en amfibieën minder tests beschikbaar zijn. De autoriteit heeft ook vastgesteld dat tests die betrekking hebben op andere aspecten van het endocriene systeem of op andere diergroepen, nog moeten worden ontwikkeld en/of gevalideerd, dat er geen geschikte voorspellende modellen zijn voor sommige hormoongerelateerde ziekten, zoals bepaalde hormonale kankers of stofwisselingsziekten/obesitas, en dat er geen enkele studie bestaat waarin de effecten van blootstelling van zoogdieren tijdens hun volledige levenscyclus worden beoordeeld 16 .

Voorts is het, zoals op de andere gebieden waarop wetenschappelijk onderzoek wordt verricht, ook voor hormoonontregelende stoffen noodzakelijk om vooruitgang te boeken bij de ontwikkeling van alternatieven voor dierproeven: dit impliceert dat de bestaande gegevens beter worden benut (met een meer doorgedreven gebruik van extrapolatietechnieken 17 ) en dat meer gewicht wordt toegekend aan wiskundig modelleren en aan nieuwe in-vitromethoden.

2. EU-BELEID EN REGULERING VAN HORMOONONTREGELENDE STOFFEN TOT DUSVER

Na de communautaire strategie van 1999 heeft de EU een beleidsrespons op hormoonontregelende stoffen uitgewerkt waarvan de focus ligt op de bevordering van wetenschappelijk onderzoek, het doeltreffend reguleren van hormoonontregelende stoffen en de ontwikkeling van internationale samenwerking op dit gebied.

EU-onderzoek en de ontwikkeling van testrichtsnoeren voor hormoonontregelende stoffen

Sinds 1999 zijn de kaderprogramma's van de Europese Unie voor onderzoek en technologische ontwikkeling belangrijke instrumenten geweest voor ondersteuning van de wetenschappelijke vooruitgang op het gebied van hormoonontregelende stoffen. Er zijn meer dan 50 multinationale samenwerkingsprojecten gefinancierd, die meer dan 150 miljoen EUR van de EU hebben ontvangen. Deze projecten hebben tot doel een beter inzicht te krijgen in het endocriene werkingsmechanisme, schadelijke effecten op de menselijke gezondheid en in het wild levende dieren van blootstelling aan hormoonontregelende stoffen aan te wijzen, en instrumenten te ontwikkelen voor de identificatie van hormoonontregelende stoffen en de beoordeling van de blootstelling. In het kader van Horizon 2020 is nog eens een bedrag van 52 miljoen EUR uitgetrokken voor projecten inzake nieuwe testmethoden voor hormoonontregelende stoffen, dat eind van het jaar zal worden toegewezen.

Naast het in het kader van Horizon 2020 gesubsidieerde onderzoek is in de laatste jaren onder auspiciën van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling een bijzondere inspanning geleverd om de beschikbaarheid van testrichtsnoeren voor de identificatie van hormoonontregelende stoffen verder te verbeteren en de op Europees en internationaal niveau vastgestelde zwakke plekken op het gebied van tests aan te pakken. Betrouwbaardere tests zijn een belangrijk middel om controles doeltreffender te maken. De Europese Commissie heeft verschillende activiteiten gefinancierd die zijn toegespitst op de vaststelling van leemten in testrichtsnoeren, op mogelijke manieren om die leemten op te vullen, op prioriteiten voor de verdere ontwikkeling van testrichtsnoeren en op de verbetering van bestaande of de ontwikkeling van nieuwe testrichtsnoeren 18 .

Hormoonontregelende stoffen in de EU-wetgeving

Parallel aan de wetenschappelijke vooruitgang heeft de EU de afgelopen decennia haar wetgeving inzake chemische stoffen gestaag geactualiseerd om een hoog niveau van bescherming te garanderen voor de gezondheid van mens en dier en voor het milieu, en tegelijk de goede werking van de interne markt te verzekeren. De EU-wetgeving wordt momenteel tot de meest beschermende ter wereld gerekend. Zij is van toepassing op alle chemische stoffen, ook die met hormoonontregelende eigenschappen.

De aanpak van de EU is gebaseerd op wetenschappelijk advies van hoog niveau van de betrokken risicobeoordelingsinstanties van de EU, zoals het Europees Agentschap voor chemische stoffen, de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid of het Wetenschappelijk Comité voor consumentenveiligheid, en op risicobeheersbeslissingen die door de Commissie worden genomen in overeenstemming met de lidstaten. Als een wetenschappelijke beoordeling onvoldoende zekerheid verschaft, laat de Commissie zich bij het vaststellen van beschermende maatregelen voor burgers en het milieu leiden door het zogenaamde voorzorgsbeginsel. De lidstaten handhaven de wetgeving, waarbij de Commissie de uitwisseling van informatie tussen de nationale bevoegde autoriteiten faciliteert om die handhaving te verbeteren 19 .

De jongste jaren heeft de Commissie maatregelen tegen hormoonontregelende stoffen genomen overeenkomstig de verschillende vereisten in de desbetreffende wetgeving. Specifieke bepalingen over de aanpak van hormoonontregelende stoffen zijn nu opgenomen in de wetgeving inzake pesticiden 20 en biociden 21 , chemische stoffen in het algemeen (de 'Reach-verordening') 22 , medische hulpmiddelen 23 en water 24 . Die voorschriften verschillen naar gelang van de specifieke wetgeving. In andere wetgeving, zoals de wetgeving inzake materialen die in contact komen met levensmiddelen 25 , cosmetica 26 , speelgoed 27 of de bescherming van werknemers op het werk 28 , zijn geen specifieke bepalingen voor hormoonontregelende stoffen opgenomen. Stoffen met hormoonontregelende eigenschappen zijn echter geval per geval onderworpen aan regelgevende actie op grond van de algemene vereisten van de wetgeving.

3.

Reguleren van hormoonontregelende stoffen: enkele voorbeelden


·De Commissie heeft onlangs op basis van de definitie van de Wereldgezondheidsorganisatie criteria voor de identificatie van hormoonontregelende stoffen vastgesteld in het kader van de wetgeving betreffende pesticiden en biociden 29 . Dat is een mijlpaal op dit gebied, want nooit eerder zijn criteria voor de identificatie van hormoonontregelende stoffen vastgelegd in een regelgevend kader. In principe mogen in deze productcategorieën in de toekomst geen geïdentificeerde hormoonontregelende stoffen worden gebruikt, behalve wanneer zeer beperkte afwijkingen mogelijk zijn.

·In het kader van Reach ("Registration, Evaluation, Authorisation and Restriction of Chemicals", registratie en beoordeling van en autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen) zijn twee hormoonontregelende stoffen op de lijst geplaatst van stoffen die alleen met een specifieke vergunning in de handel mogen worden gebracht 30 . Dertien andere stoffen zijn geïdentificeerd als hormoonontregelend en zijn opgenomen in de lijst van stoffen die in aanmerking komen om in de toekomst te worden opgenomen in de autorisatielijst 31 . Voor stoffen met hormoonontregelende eigenschappen gelden ook beperkingen 32 . Zo heeft de Commissie onlangs de steun van de lidstaten verworven 33 voor een voorstel inzake ftalaten (chemische stoffen die veelvuldig worden gebruikt als weekmakers in plastic 34 ); volgens het voorstel moeten vier ftalaten worden verboden in een reeks alledaagse producten als hun concentratie 0,1 % of meer bedraagt. Bovendien worden momenteel meer dan tachtig chemische stoffen onderzocht waarvan wordt gevreesd dat ze mogelijk hormoonontregelende eigenschappen bezitten.

·In het kader van de waterwetgeving heeft de Commissie diverse hormoonontregelende stoffen 35 opgenomen in de lijst van 'prioritaire stoffen' die aanleiding geven tot bijzondere bezorgdheid 36 en waarvoor milieukwaliteitsnormen en emissiebeperkingen gelden. Bovendien heeft de Commissie drie hormoonontregelende stoffen opgenomen in de 'aandachtstoffenlijst' waarvoor in de hele EU monitoringgegevens moeten worden verzameld 37 .

·Uit bezorgdheid over de hormoonontregelende eigenschappen van deze chemische stof mag bisfenol A niet meer worden gebruikt in zuigflessen en andere verpakkingen voor levensmiddelen voor zuigelingen en peuters, en zijn zeer lage migratielimieten vastgesteld in andere materialen die met levensmiddelen in contact komen 38 . Ook gelden voor bisfenol A grenswaarden in speelgoed voor kinderen jonger dan 36 maanden of speelgoed dat bedoeld is om in de mond te worden genomen 39 , en in papier dat wordt gebruikt voor kassabonnen 40 . Voor bisfenol A zijn ook zeer lage waarden vastgesteld om werknemers te beschermen tegen blootstelling via inhaleerbaar stof 41 .

·In het kader van de wetgeving inzake cosmetische producten zijn specifieke beperkingen of verboden vastgesteld voor een aantal conserveringsmiddelen met hormoonontregelende eigenschappen, vooral om zuigelingen en peuters te beschermen 42 . Daarnaast is een stof die in zonnebrandmiddelen wordt gebruikt als filter voor ultraviolette straling verboden 43 op grond van met name de eventuele hormoonontregelende eigenschappen.

Om het potentieel van de EU-wetgeving inzake hormoonontregelende stoffen ten volle te kunnen benutten, bereidt de Commissie momenteel op een aantal domeinen maatregelen voor, onder andere:

·een horizontale aanpak ontwikkelen voor de identificatie van hormoonontregelende stoffen in de gehele EU-wetgeving, op basis van de criteria voor pesticiden en biociden;

·de gegevensvereisten in de verschillende wetgevingskaders bijwerken om de identificatie van hormoonontregelende stoffen te verbeteren;

·beoordelen hoe de communicatie in de toeleveringsketen voor hormoonontregelende stoffen in het kader van Reach kan worden verbeterd in de context van de werkzaamheden inzake veiligheidsinformatiebladen 44 ;

·vorderingen maken bij de wetenschappelijke beoordeling van hormoonontregelende stoffen om verder regelgevende maatregelen te kunnen nemen;

·gegevensuitwisseling en monitoring ondersteunen;

·richtsnoeren en verslagen opstellen;

·opleiding voor risicobeoordelaars en risicomanagers organiseren.

Bovendien wordt een aantal lopende initiatieven van de Commissie momenteel behandeld door het Europees Parlement en de Raad, of uitgevoerd. Zodra die initiatieven volledig van kracht zijn, zullen ze aanvullende instrumenten verschaffen voor de aanpak van hormoonontregelende stoffen:

·het voorstel voor een verordening betreffende de transparantie en de houdbaarheid van risicobeoordelingen in het kader van de levensmiddelenwetgeving van de EU 45 , met als doel het vertrouwen in het regelgevingsproces te vergroten, met inbegrip van de beoordeling van stoffen waarvan wordt vermoed dat het hormoonontregelaars zijn;

·de EU-strategie inzake kunststoffen 46 , met als doel de vervanging van zorgwekkende stoffen, waaronder hormoonontregelende stoffen, te versnellen om recycling te bevorderen;

·het voorstel tot herziening van de drinkwaterrichtlijn 47 , waarbij drie hormoonontregelende stoffen 48 worden toegevoegd aan de lijst van parameters voor de beoordeling van de veiligheid van drinkwater;

·de 'new deal' voor consumenten 49 en het goederenpakket 50 , waardoor de vereisten inzake productveiligheid beter zullen worden gehandhaafd en de illegale aanwezigheid van hormoonontregelende stoffen in een reeks producten zal worden aangepakt 51 ;

·de actualisering op basis van grondig wetenschappelijk advies van het bestaande rechtskader inzake gezondheid en veiligheid op het werk, met het oog op de bescherming van werknemers die worden blootgesteld aan gevaarlijke chemische stoffen, waarvan sommige hormoonontregelende eigenschappen hebben.

4.

Internationale samenwerking op het gebied van hormoonontregelende stoffen


De Commissie en de lidstaten nemen actief deel aan de werkzaamheden van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling en dragen aldus bij tot de inspanningen van de Organisatie voor de ontwikkeling van internationaal overeengekomen testrichtsnoeren voor hormoonontregelende stoffen en een betere internationale samenwerking.

De Commissie en de lidstaten ondersteunen de werkzaamheden van de Wereldgezondheidsorganisatie 52 , de strategische aanpak voor het internationaal beheer van chemische stoffen en het Milieuprogramma van de Verenigde Naties. Onder de auspiciën van de Wereldhandelsorganisatie werken de Commissie en de lidstaten ook samen met internationale partners en wisselen zij informatie uit over de ontwikkelingen op EU-regelgevingsgebied die gevolgen kunnen hebben voor de handel 53 . Daarnaast wordt ook op bilaterale basis informatie uitgewisseld, vooral met de Verenigde Staten, Canada, Japan en recentelijk ook China. Hoewel zij de aanpak van hormoonontregelende stoffen op verschillende wijze benaderen, zijn alle partners het erover eens dat deze kwestie prioriteit verdient 54 . Ook in het kader van bilaterale samenwerkingsovereenkomsten met handelspartners zijn besprekingen met betrekking tot hormoonontregelende stoffen gevoerd.

3. Het EU-beleid inzake hormoonontregelende stoffen vooruit helpen

De Commissie heeft zich altijd ingezet om de EU-burgers en het milieu een hoog niveau van bescherming tegen hormoonontregelende stoffen te garanderen en tegelijk een interne markt in stand te houden die de consument ten goede komt en waar alle EU-ondernemingen kunnen gedijen, en zij zal dat blijven doen.

Met de uitvoering van de communautaire strategie van 1999 heeft de EU het voortouw genomen bij het verkrijgen van inzicht in en het reguleren van deze gevaarlijke chemische stoffen. Maar om nog meer vooruitgang te boeken en het verwachte hoge beschermingsniveau in stand te houden, moet worden gegarandeerd dat hormoonontregelende stoffen in het beleidskader van de EU verder op coherente wijze en op verschillende gebieden worden behandeld.

De strategische aanpak van de EU inzake hormoonontregelende stoffen moet de komende jaren gebaseerd zijn op de toepassing van het voorzorgsbeginsel en tot doel hebben:

·de algemene blootstelling van de mens en het milieu aan hormoonontregelende stoffen zoveel mogelijk te beperken, met name tijdens de belangrijke ontwikkelingsfasen van een organisme, zoals de ontwikkeling van de foetus en de puberteit;

·de ontwikkeling van een grondige onderzoeksbasis te versnellen met het oog op een doeltreffende en proactieve besluitvorming;

·een actieve dialoog te bevorderen waarbij alle betrokkenen worden gehoord en samenwerken.

Een consequente benadering van de regelgeving inzake hormoonontregelende stoffen

De wetgevingsmaatregelen van het EU-rechtskader inzake chemische stoffen zijn op verschillende tijdstippen ontwikkeld en hebben soms verschillende doelstellingen. Daardoor worden hormoonontregelende stoffen naargelang de gereguleerde sector op verschillende wijze benaderd, waardoor de vraag is gerezen of het EU-rechtskader inzake hormoonontregelende stoffen voldoende samenhang vertoont. Twee punten verdienen bijzondere aandacht.

Horizontale aanpak voor de identificatie van hormoonontregelende stoffen: de Commissie is van mening dat de identificatie van hormoonontregelende stoffen in alle desbetreffende wetgeving van de Unie op consequente wijze moet worden behandeld, op basis van de algemeen aanvaarde definitie van de Wereldgezondheidsorganisatie.

De recent vastgestelde criteria voor pesticiden en biociden vormen een eerste stap, maar op andere gebieden van de EU-wetgeving bestaan dergelijke criteria niet.

Er wordt gepleit voor de vaststelling van horizontale criteria voor de identificatie van hormoonontregelende stoffen in de wetgeving met het oog op de rechtszekerheid en om te vermijden dat een stof in één wetgevingstekst als hormoonontregelend wordt aangemerkt en in een andere niet. Deze kwestie moet nader worden onderzocht.

Regelgevingsimplicaties voor hormoonontregelende stoffen: Stoffen die als hormoonontregelend zijn geïdentificeerd, worden in verschillende wetgevingsteksten op diverse wijze benaderd.

Voor pesticiden en biociden hebben de medewetgevers specifieke bepalingen vastgesteld 'gebaseerd op het voorzorgsbeginsel' 55 en op een aantal overwegingen. Zij hielden onder meer rekening met het specifieke karakter van de producten in kwestie en met het feit dat hormoonontregelende stoffen bijzonder zorgwekkend zijn en dat er wetenschappelijke onzekerheid blijft bestaan over hun beoordeling (zoals de aanwezigheid van een veilige blootstellingslimiet) en besloten daaruit dat het gebruik van een stof in principe niet kan worden toegestaan zodra bewezen is dat ze hormoonontregelend is. De mogelijkheden voor een afwijking zijn zeer beperkt.

In Reach worden hormoonontregelende stoffen specifiek vermeld als stoffen die kunnen worden geïdentificeerd als zeer zorgwekkend en die, indien geprioriteerd, onderworpen zijn aan vergunningsvereisten. Beperkingen kunnen ook gelden voor hormoonontregelende stoffen.

In andere wetgevingsinstrumenten, zoals de verordening betreffende cosmetische producten, waarin hormoonontregelende stoffen nochtans niet specifiek worden vermeld, worden zij beschouwd als andere stoffen die negatieve gevolgen kunnen hebben voor de gezondheid van de mens.

Sommige belanghebbenden hebben aangevoerd dat de EU-wetgeving op sommige vlakken onvoldoende garanties biedt om hormoonontregelende stoffen effectief aan te pakken. Deze kwestie verdient nader onderzoek.

Overeenkomstig de agenda voor betere regelgeving van de Commissie en de verbintenis om de EU-wetgeving geschikt voor het beoogde doel te houden, zijn een aantal evaluaties uitgevoerd of aan de gang die in diverse mate betrekking hebben op hormoonontregelende stoffen 56 . Tot nu toe zijn alle verschillende verticale en horizontale aspecten van hormoonontregelende stoffen echter nog niet in één enkele evaluatie aan bod gekomen.

 De Commissie zal controleren of de EU-wetgeving inzake hormoonontregelende stoffen geschikt is om de menselijke gezondheid en het milieu te beschermen door de blootstelling aan deze stoffen zoveel mogelijk te beperken.

Deze geschiktheidscontrole zal voor het eerst een horizontale kijk op hormoonontregelende stoffen bieden op basis van wetenschappelijk bewijs en de aanzienlijke hoeveelheid gegevens die reeds werd verzameld en geanalyseerd in het kader van afgeronde en lopende evaluaties. Zo kan een analyse worden gemaakt van de wijze waarop de verschillende bepalingen/benaderingen inzake hormoonontregelende stoffen interageren, kunnen eventuele leemtes, inconsistenties of synergieën worden vastgesteld en kan het gemeenschappelijke effect in termen van kosten en baten voor de menselijke gezondheid, het milieu, het concurrentievermogen van de Europese landbouwers en industrie, en de internationale handel worden berekend. Er zal met name aandacht worden besteed aan die domeinen waar de wetgeving geen specifieke bepalingen inzake hormoonontregelende stoffen bevat, zoals speelgoed, cosmetische producten en materialen die met levensmiddelen in aanraking komen.

Bijzondere aandacht zal worden besteed aan de samenhang en intensiteit van de maatregelen ter bescherming van kwetsbare bevolkingsgroepen die bijzonder gevoelig zijn voor hormoonontregelende stoffen, zoals foetussen en adolescenten. Tijdens de geschiktheidscontrole zullen EU-burgers en belanghebbenden uitgebreid worden geconsulteerd, onder meer via een openbare raadpleging. In het algemeen zal de controle helpen beoordelen of de wetgeving volgens de vereisten inzake betere wetgeving geschikt is voor het gestelde doel en zal zij bijdragen tot de reflectie over de vraag of wetswijzigingen noodzakelijk zijn.

Een aanpak op basis van de recentste wetenschappelijke gegevens

De besluitvorming in de EU is empirisch onderbouwd. Als de EU meer inzicht wil krijgen in hormoonontregelende stoffen en een solide basis wil leggen voor een doeltreffend beleid, moet zij het onderzoek daarnaar blijven steunen.

 Voortbouwend op het huidige Horizon 2020-kaderprogramma voor onderzoek en innovatie zal de Commissie ook in het toekomstige kaderprogramma, Horizon Europa 57 , blijven zorgen voor de nodige steun voor onderzoek naar de bescherming van burgers en het milieu tegen blootstelling aan schadelijke chemische stoffen, waaronder hormoonontregelende stoffen.

Bijzondere aandacht moet uitgaan naar gebieden waarin de kennis over hormoonontregelende stoffen nog hiaten vertoont, zoals vastgesteld in deel 1, en waar het beleid het best kan worden verbeterd op basis van meer wetenschappelijke gegevens.

Horizon Europa bevat verschillende voorstellen voor onderzoekslijnen die van groot belang zijn voor hormoonontregelende stoffen. Het gaat onder meer om:

·onderzoek naar de verdere ontwikkeling van de gevarenbeoordeling, de risicobeoordeling en het beheer van chemische stoffen, onder meer op het vlak van cocktaileffecten, en voor de verzameling, uitwisseling en samenvoeging van vereiste gegevens;

·onderzoek naar de verwijdering van zorgwekkende stoffen in de productiefase en aan het einde van de levenscyclus; ondersteuning van de ontwikkeling van veilige alternatieven en veilige en kostenefficiënte productietechnologieën;

·onderzoek naar eco-innovatie om vervuiling van het milieu met gevaarlijke stoffen en chemische stoffen waarover bezorgdheid ontstaat te vermijden of te herstellen; aandacht voor het raakvlak tussen chemische stoffen, producten en afvalstoffen.

Een inclusieve aanpak

Om een doeltreffende aanpak van hormoonontregelende stoffen te bevorderen kiest de Commissie voor een inclusieve, open en transparante benadering waarbij alle belanghebbende partijen worden samengebracht. De Commissie is bereid om aandachtig te luisteren, constructieve gesprekken aan te knopen en proactief te communiceren.

Dat is ook belangrijk voor de internationale samenwerking met partners buiten de EU, om gelijke tred te houden met onderzoeksresultaten, om wereldwijd een efficiënt gebruik van middelen te garanderen, om te zorgen voor samenhang in de regelgeving waardoor handelsbelemmeringen worden afgebouwd en om te verzekeren dat de EU haar wereldleiderschap behoudt.


 De Commissie zal een jaarlijks forum over hormoonontregelende stoffen organiseren. Daarop zullen wetenschappers en private belanghebbenden met expertise op het vlak van hormoonontregelende stoffen samenkomen om informatie en beste praktijken uit te wisselen, uitdagingen in kaart te brengen en synergieën te ontwikkelen die de basis vormen voor de overwegingen van de Commissie.

 De Commissie zal haar steun voor de werkzaamheden van betrokken internationale organisaties verhogen en moedigt de lidstaten aan hetzelfde te doen. Het is bijzonder belangrijk dat de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling de nodige steun krijgt voor de ontwikkeling van internationaal overeengekomen testrichtsnoeren.

 De Commissie zal ook nagaan hoe hormoonontregelende stoffen kunnen worden opgenomen in het bestaande internationale systeem voor de indeling van chemische stoffen. Daardoor zou de identificatie van hormoonontregelende stoffen wereldwijd worden geregeld (vergelijkbaar met de bestaande indeling in gevarenklassen van onder andere mutagene en kankerverwekkende agentia en voor de voortplanting giftige stoffen).

 De Commissie zal een alles-in-één-webportaal over hormoonontregelende stoffen online brengen met duidelijke, uitgebreide en betrouwbare informatie voor EU-burgers. Dat portaal zal alle informatie over hormoonontregelende stoffen die nu op verschillende websites van de Commissie en EU-agentschappen te vinden is, consolideren en stroomlijnen. Het wordt één enkel toegangspunt voor informatie over hormoonontregelende stoffen, zodat burgers en belanghebbenden gemakkelijker op de hoogte kunnen blijven. Overeenkomstig de subsidiariteitsbepalingen zal de Commissie de lidstaten aanmoedigen die specifieke informatie en onderwijscampagnes over hormoonontregelende stoffen willen ontwikkelen voor het ruime publiek en kwetsbare groepen.

4. CONCLUSIE

Bijna twintig jaar na de Communautaire strategie voor hormoonontregelaars van 1999 blijft hormoonontregeling een wereldwijd probleem en een bron van bezorgdheid voor vele EU-burgers. Hoewel het inzicht in en het beheer van hormoonontregelende stoffen de laatste twintig jaar aanzienlijk is verbeterd, moet de EU haar inspanningen opdrijven.

De Commissie blijft zich inzetten voor de bescherming van EU-burgers en het milieu tegen hormoonontregelende stoffen. De hierboven beschreven strategische aanpak heeft tot doel een hoog niveau van bescherming te garanderen voor de EU-burgers en het milieu en tegelijk een interne markt in stand te houden die de consument ten goede komt en waar alle EU-ondernemingen kunnen gedijen.

Overeenkomstig de agenda voor betere regelgeving van de Commissie en de verbintenis om de EU-wetgeving geschikt voor het beoogde doel te houden, start de Commissie een uitgebreid onderzoek van het bestaande wetgevende kader inzake hormoonontregelende stoffen. Zo kan worden beoordeeld of de EU-wetgeving inzake hormoonontregelende stoffen de algemene doelstellingen inzake bescherming van de menselijke gezondheid en het milieu bereikt. De betrokkenheid van burgers en belanghebbenden, onder meer via een openbare raadpleging, zal voor de Commissie een steun zijn om het debat vooruit te helpen en te besluiten of het regelgevingskader moet worden aangepast.

Bovendien zullen de in deze mededeling aangekondigde initiatieven de voortdurende vooruitgang van relevant wetenschappelijk onderzoek ondersteunen, de inclusieve dialoog en samenwerking met alle betrokken partijen bevorderen en de uitvoering van het bestaande beleid inzake hormoonontregelende stoffen versterken.

De Commissie verzoekt het Parlement en de Raad de in deze mededeling geschetste initiatieven te steunen en hun eigen bijdrage aan het debat te leveren, en verzoekt tevens het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's om input te leveren.

(1)

Zie bijvoorbeeld de in 1996 gehouden workshop The Impact of Endocrine Disruptors on Human Health and Wildlife , mede ondersteund door de Europese Commissie.

(2)

PB C 341 van 9.11.1998, blz. 37.

(3)

COM(1999) 706.

(4)

Zie bijvoorbeeld de resoluties van het Europees Parlement van 14 maart 2013 (P7_TA(2013)0091) en 8 juni 2016 (P8_TA(2016)0270) en de conclusies van de Raad over de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu door middel van goed beheer van chemische stoffen (19.12.2016).

(5)

Besluit nr. 1386/2013/EU van het Europees Parlement en de Raad van 20 november 2013 inzake een nieuw algemeen milieuactieprogramma voor de Europese Unie voor de periode tot en met 2020 (PB L 354 van 28.12.2013, blz. 171).

(6)

Zie met name: www.un.org/ga/search/view_doc.asp?symbol=A/RES/70">Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling van de Verenigde Naties (2015), de www.euro.who.int/__data/assets/pdf_file/0011">verklaring van Parma (2010) en de www.euro.who.int/__data/assets/pdf_file/0007">verklaring van Ostrava (2017) door landen in de regio Europa van de Wereldgezondheidsorganisatie (met name zijn hormoonontregelende stoffen in de verklaring van Parma ingedeeld bij de 'grootste uitdagingen van onze tijd voor het milieu en de gezondheid ') en de conclusies van de derde en de vierde vergadering van de www.saicm.org/About/ICCM/tabid/5521/language">International Conference on Chemicals Management .

(7)

Internationaal Programma voor chemische veiligheid (IPCS) (2002), www.who.int/ipcs/publications/new_issues">Global Assessment of the state-of-the-science of Endocrine Disruptors .

(8)

Milieuprogramma van de Verenigde Naties (UNEP) / Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) (2012), www.who.int/ceh/publications/endocrine/en/">State of the science of endocrine disrupting chemicals .

(9)

Oestrogeen, androgeen, schildklierhormoon of steroïdogenese (ook wel afgekort als EATS: 'Estrogen, Androgen, Thyroid, Steroidogenesis').

(10)

UNEP / WHO (2012). Zie bijvoorbeeld ook Thrupp TJ et al. (2018), The consequences of exposure to mixtures of chemicals: Something from 'nothing' and 'a lot from a little' when fish are exposed to steroid hormones, Science of the total environment, vol. 619–620, 1 april 2018, blz. 1482-1492.

(11)

De Europese Autoriteit voor voedselveiligheid bereidt www.efsa.europa.eu/en/topics/topic">richtsnoeren voor inzake geharmoniseerde methoden voor de beoordeling van de risico's van gecombineerde blootstelling aan meerdere chemische stoffen voor de gezondheid van mens en dier en voor het milieu; Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) (2013), www.efsa.europa.eu/en/efsajournal/pub/3293">Scientific Opinion on the identification of pesticides to be included in cumulative assessment groups on the basis of their toxicological profile .

(12)

Een ander voorbeeld is de dosis-responsrelatie voor hormoonontregelende stoffen. Zie, wat deze aspecten betreft, met name: Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek (JRC) (2013), Key scientific issues relevant to the identification and characterisation of endocrine disrupting substances - Report of the Endocrine Disrupters Expert Advisory Group ; JRC (2013), Thresholds for Endocrine Disrupters and Related Uncertainties - Report of the Endocrine Disrupters Expert Advisory Group ; Beausoleil et al. (2016), www.efsa.europa.eu/en/supporting/pub/en-1027">Review of non-monotonic dose-responses of substances for human risk assessment ; Solecki et al. (2017), Scientific principles for the identification of endocrine-disrupting chemicals: a consensus statement .

(13)

De voor hormoonontregelende stoffen relevante testrichtsnoeren staan vermeld in het www.oecd.org/chemicalsafety/testing">Conceptual Framework for Testing and Assessment of Endocrine Disrupters .

(14)

EFSA (2013), www.efsa.europa.eu/en/efsajournal/doc/3132.pdf">Scientific Opinion on the hazard assessment of endocrine disruptors: Scientific criteria for identification of endocrine disruptors and appropriateness of existing test methods for assessing effects mediated by these substances on human health and the environment .

(15)

Oestrogeen, androgeen, schildklierhormoon of steroïdogenese (EATS).

(16)

Er zijn wetenschappelijke richtsnoeren beschikbaar voor de interpretatie van de resultaten van afzonderlijke tests en voor het verzamelen van alle beschikbare gegevens over een stof om die op hormoonontregeling te beoordelen. Op internationaal niveau vormt het document van de OESO (2012), www.oecd.org/officialdocuments(2012)22&doclanguage=en">Guidance Document on Standardised Test Guidelines for Evaluating Chemicals for Endocrine Disruption de referentie . Op EU-niveau zijn specifieke richtsnoeren beschikbaar binnen de verschillende wetgevingskaders.

(17)

Een voorbeeld hiervan is 'read-across', waardoor informatie over een bepaalde stof voorspeld kan worden door gegevens over een andere stof te gebruiken.

(18)

Enkele voorbeelden: Setting priorities for further development and validation of test methods and testing approaches for evaluating endocrine disruptors (2018) ; Development of a study protocol for thyroid disruptor testing in the mammalian system (af te ronden in 2019); Validation study to assess in vitro methods for thyroid disruptors (in 2017 gestart, loopt nog).

(19)

Bijvoorbeeld via het systeem voor snelle uitwisseling van informatie over gevaarlijke non-foodproducten .

(20)

Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen (PB L 309 van 24.11.2009, blz. 1).

(21)

Biociden worden gebruikt om schadelijke organismen te bestrijden (ontsmettingsmiddelen zijn bijvoorbeeld biociden) - Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik van biociden (PB L 167 van 27.6.2012, blz. 1).

(22)

Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (PB L 396 van 30.12.2006, blz. 1).

(23)

Verordening (EU) 2017/745 van het Europees Parlement en de Raad van 5 april 2017 betreffende medische hulpmiddelen (PB L 117 van 5.5.2017, blz. 1).

(24)

Richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid (PB L 327 van 22.12.2000, blz. 1).

(25)

Verordening (EG) nr. 1935/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 27 oktober 2004 inzake materialen en voorwerpen bestemd om met levensmiddelen in contact te komen (PB L 338 van 13.11.2004, blz. 4).

(26)

Verordening (EG) nr. 1223/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 30 november 2009 betreffende cosmetische producten (PB L 342 van 22.12.2009, blz. 59).

(27)

Richtlijn 2009/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 juni 2009 betreffende de veiligheid van speelgoed (PB L 170 van 30.6.2009, blz. 1).

(28)

Zie met name Richtlijn 98/24/EG van de Raad van 7 april 1998 betreffende de bescherming van de gezondheid en de veiligheid van werknemers tegen risico's van chemische agentia op het werk (PB L 131 van 5.5.1998, blz. 11) en Richtlijn 2004/37/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de bescherming van de werknemers tegen de risico's van blootstelling aan carcinogene of mutagene agentia op het werk (PB L 158 van 30.4.2004, blz. 50).

(29)

Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/2100 van de Commissie (PB L 301 van 17.11.17, blz. 1) en Verordening (EU) 2018/605 van de Commissie (PB L 101 van 20.4.2018, blz. 33).

(30)

De autorisatielijst in bijlage XIV bij Reach – het gaat onder meer om bepaalde ftalaten, nonylfenolethoxylaten en octylfenolethoxylaten.

(31)

Meer informatie over de lijst van in aanmerking komende stoffen vindt u op de website van het Europees Agentschap voor chemische stoffen.

(32)

Zie bijlage XVII bij Reach.

(33)

Het Reach-comité, dat bestaat uit deskundigen uit alle lidstaten, heeft op 11 juli 2018 unaniem zijn steun uitgesproken voor de voorgestelde maatregel.

(34)

Bis(2-ethylhexyl)ftalaat, benzylbutylftalaat , di-n-butylftalaat, diisobutylftalaat.

(35)

Zoals gebromeerde difenylethers, bis(2-ethylhexyl)ftalaat en tributyltinverbindingen.

(36)

Laatst geactualiseerd bij Richtlijn 2013/39/EU van het Europees Parlement en de Raad van 12 augustus 2013 tot wijziging van Richtlijn 2000/60/EG en Richtlijn 2008/105/EG wat betreft prioritaire stoffen op het gebied van het waterbeleid (PB L 226 van 24.8.2013, blz. 1).

(37)

Uitvoeringsverordening (EU) 2018/840 van de Commissie (PB L 141 van 7.6.2018, blz. 9). De stoffen zijn: 17--ethinyloestradiol (EE2), 17-ß-oestradiol (E2) en oestron (E1).

(38)

Verordening (EU) nr. 10/2011 van de Commissie (PB L 12 van 15.1.2011, blz. 1) en Verordening (EU) 2018/213 van de Commissie (PB L 41 van 14.2.2018, blz. 6).

(39)

Richtlijn (EU) 2017/898 van de Commissie (PB L 138 van 25.5.2017, blz. 128).

(40)

Verordening (EU) 2016/2235 van de Commissie (PB L 337 van 13.12.2016, blz. 3).

(41)

Richtlijn 2009/161/EU van de Commissie (PB L 338 van 19.12.2009, blz. 87) en Richtlijn (EU) 2017/164 van de Commissie (PB L 27 van 1.2.2017, blz. 115). De recentste herziening is gebaseerd op de aanbeveling uit 2014 van het Wetenschappelijk Comité inzake grenswaarden voor beroepsmatige blootstelling aan chemische agentia (SCOEL/SUM/113).

(42)

Een aantal zogenaamde 'parabenen', via Verordening (EU) nr. 358/2014 van de Commissie (PB L 107 van 10.4.2014, blz. 5) en Verordening (EU) 1004/2014 van de Commissie (PB L 282 van 26.9.2014, blz. 5).

(43)

3-benzylideenkamfer – Verordening (EU) 2015/1298 van de Commissie (PB L 199 van 29.7.2015, blz. 22), naar aanleiding van advies SCCS/1513/13 van het Wetenschappelijk Comité voor consumentenveiligheid.

(44)

Veiligheidsinformatiebladen zijn aan downstreamgebruikers verstrekte documenten waarin informatie is opgenomen over de eigenschappen van stoffen of mengsels. Zie de herziening van de Reach-verordening (COM(2018) 116).

(45)

COM(2018) 179.

(46)

COM(2018) 28 en COM(2018) 32 – als gevolg van het actieplan voor de circulaire economie, COM(2015) 614.

(47)

COM(2017) 753.

(48)

ß-oestradiol; nonylfenol; bisfenol A.

(49)

COM(2018) 183.

(50)

In het bijzonder het voorstel van de Commissie voor een verordening inzake de naleving en handhaving van wetgeving (COM(2017) 795).

(51)

Uit een actie op het gebied van markttoezicht, gecoördineerd door het handhavingsforum van het Europees Agentschap voor chemische stoffen in 2018 (Forum REF-4-projectverslag - Harmonised Enforcement Project on Restrictions , ECHA-18-R-03-EN), is gebleken dat de concentratie van ftalaten in 19,7 % van het gecontroleerde speelgoed en in 3,6 % van de gecontroleerde kinderverzorgingsartikelen niet voldeed aan de wetgeving (de artikelen kwamen hoofdzakelijk van buiten de Europese Economische Ruimte of waren van onbekende oorsprong). In 2017 hebben de lidstaten via het systeem voor snelle uitwisseling van informatie over gevaarlijke non-foodproducten meer dan 170 berichten verstuurd over niet-conforme producten op het gebied van ftalaten.

(52)

Zoals gezegd zijn de criteria voor de identificatie van hormoonontregelende stoffen in het kader van de wetgeving inzake pesticiden en biociden, gebaseerd op de definitie van de Wereldgezondheidsorganisatie.

(53)

Dat was bijvoorbeeld het geval bij de ontwikkeling van criteria voor de identificatie van hormoonontregelende stoffen in het kader van de wetgeving inzake pesticiden en biociden.

(54)

Het Environmental Protection Agency (het Amerikaanse bureau voor milieubescherming) voert het programma voor screening van hormoonontregelende stoffen uit. In Japan heeft het ministerie van Gezondheid, Arbeid en Welzijn een comité Gezondheidseffecten van hormoonontregelende stoffen opgericht.

(55)

Artikel 1, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 en artikel 1, lid 1, van Verordening (EU) nr. 528/2012.

(56)

Zoals de Refit-evaluatie van de Reach-verordening , de Reach-evaluatie inzake het vergunningstraject van stoffen met hormoonontregelende eigenschappen overeenkomstig artikel 138, lid 7, van de Reach-verordening , de geschiktheidscontrole van de wetgeving inzake chemische stoffen , de evaluatie van het wettelijk kader voor pesticiden , de evaluatie van het zevende milieuactieprogramma , de geschiktheidscontrole van de waterwetgeving , de evaluatie van de wetgeving inzake materialen die met levensmiddelen in contact komen en de evaluatie van de wetgeving inzake de veiligheid van speelgoed .

(57)

COM(2018) 435 en COM(2018) 436 – zie met name de cluster 'Gezondheid' (met een voorgestelde begroting van 7,7 miljard EUR) en de cluster 'Niet-nucleaire eigen acties van het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek' (met een voorgestelde begroting van 2,2 miljard EUR) binnen de tweede pijler inzake Wereldwijde uitdagingen en industrieel concurrentievermogen.