Toelichting bij COM(2019)3 - Voorwaarden voor toegang tot andere EU-informatiesystemen - EU monitor

EU monitor
Maandag 6 april 2020
kalender

Toelichting bij COM(2019)3 - Voorwaarden voor toegang tot andere EU-informatiesystemen

Dit is een beperkte versie

U kijkt naar een beperkte versie van dit dossier in de EU Monitor.

1. ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

ē Motivering en doel van het voorstel

In september 2018 hebben de Raad en het Europees Parlement twee wetgevingshandelingen vastgesteld: een verordening tot oprichting van een Europees reisinformatie en -autorisatiesysteem (Etias) 1 en een wijziging van de Europol-verordening met het oog op de oprichting van Etias 2 .

De oprichting van Etias is een van de maatregelen die de afgelopen jaren op EU-niveau zijn genomen om ervoor te zorgen dat binnen een open Europa de veiligheid van de burgers erop vooruitgaat en irreguliere migratie wordt voorkomen 3 , 4 . De context en de instelling van het systeem kwamen aan de orde in de Staat van de Unie 2016. Voorzitter Juncker: Wij zullen onze grenzen [Ö] verdedigen door iedereen die de grens overschrijdt te onderwerpen aan strenge controles [Ö]. Telkens wanneer iemand de EU binnenkomt of verlaat, zal worden geregistreerd wanneer, waar en waarom dat gebeurt. In november [2016] zullen wij een Europees reisinformatiesysteem voorstellen, een geautomatiseerd systeem om te bepalen wie er naar Europa mag komen. Op die manier zullen we weten wie er naar Europa onderweg zijn, nog voor ze zijn aangekomen.Ē

Etias zal een einde maken aan het gebrek aan informatie over reizigers die zonder visum de buitengrenzen mogen overschrijden. Met Etias zal vůůr de afreis van niet-visumplichtige onderdanen van derde landen naar het Schengengebied kunnen worden bepaald of zij in aanmerking komen voor toegang tot het Schengengebied, en of hun inreis een veiligheidsrisico, een risico uit het oogpunt van illegale immigratie of een hoog epidemiologisch risico vormt. Ook zal Etias reizigers het vertrouwen bieden dat zij de grens zonder problemen kunnen passeren. Zo nodig kan een Etias-reisautorisatie door de nationale eenheden van Etias worden geweigerd.

De beoordeling van dergelijke risico's houdt in dat bij de aanvraag van een reisautorisatie verstrekte persoonsgegevens automatisch zullen worden verwerkt. De Etias-verordening bepaalt dat de persoonsgegevens in de aanvraag moeten worden vergeleken met de gegevens in notities, dossiers of signaleringen in EU-informatiesystemen of -databanken (het centrale Etias-systeem, het Schengeninformatiesysteem (SIS), het Visuminformatiesysteem (VIS), het inreis-uitreissysteem (EES) of Eurodac), met de Europol-gegevens of met de gegevens in de Interpol-databanken (de Interpol-databank voor gestolen of verloren reisdocumenten (SLTD) of de Interpol-databank voor reisdocumenten die verband houden met kennisgevingen (TDAWN)) 5 .

Hoewel in artikel 20 van de verordening wordt gedefinieerd welke groep gegevens van de Etias-aanvraagdossiers kunnen worden gebruikt om de andere systemen te raadplegen, worden niet al die gegevens op dezelfde manier verzameld of geregistreerd in de andere EU-informatiesystemen en Europol-gegevensbestanden. Zo wordt in een van de systemen het ďland van afgifte van het reisdocumentĒ geregistreerd, terwijl in een ander dezelfde informatie op een andere manier wordt geregistreerd, bijvoorbeeld als ďdrieletterige code van het land van afgifte van het reisdocumentĒ. In andere gevallen wordt een categorie gegevens in het ene systeem wťl en in het andere niet verzameld. Zo worden ďvoornaam(-namen) van de ouders van de aanvragersĒ wel in Etias verzameld, maar niet in de meeste andere systemen die door Etias worden doorzocht.

Ook is de situatie wat betreft de verschillende door Etias te doorzoeken EU-informatiesystemen nu anders dan op het moment waarop het Etias-voorstel 6 werd vastgesteld. Toen het Etias-voorstel werd vastgesteld, was al voorgesteld om twee andere EU-informatietechnologiesystemen op te zetten: er waren besprekingen gaande over de EES-verordening 7 en het voorstel van de Commissie over het Europees Strafregister Informatiesysteem Ė Onderdanen van derde landen (ECRIS-TCN) 8 zou juist worden gepresenteerd. Wat betreft de bestaande informatiesystemen: de wetgevingsteksten inzake het SIS evolueerden als gevolg van de in december 2016 voorgestelde herzieningen van het SIS-rechtskader en werden uiteindelijk door de medewetgevers in november 2018 vastgesteld 9 . Ook de herschikking van de Eurodac-verordening 10 was door de Commissie voorgesteld als onderdeel van de hervorming van het gemeenschappelijk Europees asielstelsel, maar deze was nog niet door de medewetgevers vastgesteld 11 . De herschikte Eurodac-verordening moet nog steeds door de medewetgevers worden vastgesteld.

Op grond van deze overwegingen bepaalt artikel 11, lid 2, van de Etias-verordening: ďDe wijzigingen van de wetgevingshandelingen tot instelling van EU-informatiesystemen die noodzakelijk zijn om tussen deze informatiesystemen en Etias interoperabiliteit tot stand te brengen en de aanvulling van deze verordening met dienovereenkomstige bepalingen zijn het onderwerp van een afzonderlijk wetgevingsinstrument.Ē

Het onderhavige voorstel beoogt derhalve de technische wijzigingen te formuleren die nodig zijn om het Etias-systeem te vervolledigen via een wijziging van de rechtshandelingen inzake de EU-informatietechnologiesystemen die Etias doorzoekt. Verder bevat het onderhavige voorstel de daarmee samenhangende bepalingen en wijzigt het de Etias-verordening dienovereenkomstig.

Ten eerste worden in dit initiatief de wijzigingen van de ECRIS-TCN-verordening beschreven, waarover de medewetgevers onlangs een beginselakkoord hebben bereikt. Overeenkomstig het voornemen dat de medewetgevers in de Etias-verordening 12 hebben kenbaar gemaakt, is het nu dus mogelijk om in Etias de mogelijke bepalingen op te nemen over de relatie tussen Etias en ECRIS-TCN en om ECRIS-TCN dienovereenkomstig aan te passen.

Ten tweede beoogt het onderhavige initiatief ook om de relatie tussen Etias en het SIS vast te stellen. Het herziene SIS-rechtskader is in november 2018 vastgesteld. Het onderhavige voorstel bevat wijzigingen die voortvloeien uit de vaststelling van de nieuwe SIS-verordeningen. Overeenkomstig het nieuwe SIS-rechtskader wordt voorgesteld om de nieuwe signaleringscategorie inzake onderzoekscontroles 13 voor de beoordeling van aanvragen op te nemen. Er wordt niet voorgesteld om de signaleringscategorie inzake terugkeerbesluiten op te nemen, aangezien dergelijke signaleringen worden gewist op het moment dat een terugkeerbesluit ten uitvoer is gelegd. Dit betekent dat de terugkeer van personen die na vertrek uit de EU een Etias-autorisatie aanvragen, per definitie niet in SIS wordt geregistreerd. Ten derde beoogt het huidige initiatief de EES-verordening te wijzigen teneinde de relatie tussen die verordening en Etias technisch vast te stellen.

Ten vierde heeft dit initiatief ook ten doel de VIS-verordening te wijzigen zodat het VIS zoekopdrachten van Etias kan ontvangen, verwerken en beantwoorden. Hoewel de Commissie in mei 2018 een voorstel heeft gepresenteerd om de VIS-verordening te wijzigen ter verbetering van de gegevensbank, beoogt het onderhavige initiatief de vigerende VIS-verordening te wijzigen, aangezien de onderhandelingen over het voorstel voor het verbeterde VIS nog onvoldoende zijn gevorderd. Indien het voorstel tot wijziging van de VIS-verordening echter eerst wordt vastgesteld, zou het nodig kunnen zijn om een aantal technische wijzigingen aan te brengen in het onderhavige voorstel, teneinde het in overeenstemming te brengen met de gewijzigde versie van de VIS-verordening. Als het onderhavige voorstel eerst wordt vastgesteld, zouden enkele technische veranderingen moeten worden aangebracht in het voorstel tot wijziging van de VIS-verordening, voordat dat wordt vastgesteld.

Nu de EES-verordening en de Etias-verordening zijn vastgesteld, moet het samenspel tussen EES en Etias bovendien worden afgestemd op de manier waarop EES en VIS zijn geÔntegreerd met het oog op de procedure voor grenscontrole en de registratie van grensoverschrijdingen in het EES. Dit zal tot rationalisering en vereenvoudiging van het werk van grenswachten leiden, doordat de procedure voor grenscontrole uniformer wordt voor alle onderdanen van derde landen die voor een kort verblijf binnenkomen.

In het huidige initiatief zijn de wijzigingen met betrekking tot Eurodac, de EU-gegevensbank inzake asiel en irreguliere migratie, echter niet opgenomen, aangezien de besprekingen over het wetgevingsvoorstel van mei 2016 ter versterking van Eurodac nog niet zijn afgerond 14 . Bovendien zijn de gegevens die in het huidige Eurodac beschikbaar zijn, niet toereikend voor de doeleinden van Etias, aangezien Eurodac in zijn huidige vorm alleen biometrische gegevens en een referentienummer opslaat, maar geen andere persoonsgegevens (zoals naam/namen, leeftijd, geboortedatum) die zouden kunnen bijdragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen van Etias. Het wetgevingsvoorstel van mei 2016 voor een herschikking van de Eurodac-verordening beoogt de doelstelling van de gegevensbank uit te breiden met de identificatie van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen en van personen die de EU op irreguliere wijze zijn binnengekomen. Het voorziet met name in de opslag van persoonsgegevens zoals naam/namen, leeftijd, geboortedatum, nationaliteit en identiteitsdocumenten. Deze identiteitsgegevens zijn van essentieel belang om ervoor te zorgen dat Eurodac zal kunnen bijdragen aan de doelstellingen van Etias.

Wanneer de medewetgevers eenmaal een politiek akkoord hebben bereikt over de herschikking van de Eurodac-verordening, zullen daarin nog de nodige wijzigingen moeten worden aangebracht om Eurodac op Etias aan te laten sluiten. Wanneer de medewetgevers de wetgevingsvoorstellen 15 van de Commissie inzake de interoperabiliteit van de informatiesystemen voor veiligheid, grens- en migratiebeheer eenmaal hebben aangenomen en er een politiek akkoord is bereikt over het voorstel voor een herschikking van de Eurodac-verordening, zal de Commissie op dezelfde manier te werk gaan met betrekking tot de wijzigingen die nodig zijn om de interoperabiliteit van Eurodac met andere informatiesystemen te waarborgen.

Ten slotte dient Etias overeenkomstig de mededeling van april 2016 getiteld 'Krachtigere en slimmere informatiesystemen voor grenzen en veiligheid' te worden gebaseerd op hergebruik van voor het EES ontwikkelde hardware- en softwarecomponenten 16 . Dit is ook de aanpak die wordt gevolgd in de wetgevingsvoorstellen inzake de interoperabiliteit van de informatiesystemen 17 . De technische ontwikkeling van het gemeenschappelijk identiteitsregister en het Europees zoekportaal zoals voorzien in de wetgevingsvoorstellen inzake de interoperabiliteit van de informatiesystemen, zou worden gebaseerd op de componenten van EES/Etias.

Dit voorstel omvat derhalve wijzigingen van de Etias-verordening om duidelijk te maken dat het centrale Etias-systeem op de hardware- en softwarecomponenten van het centrale EES-systeem zou voortbouwen teneinde een gedeeld identiteitsregister in te stellen voor de opslag van de alfanumerieke identiteitsgegevens van zowel Etias-aanvragers als in het EES geregistreerde onderdanen van derde landen. Dit gedeelde identiteitsregister zou de basis zijn voor de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk identiteitsregister, wanneer de medewetgevers de wetgevingsvoorstellen over de interoperabiliteit van de informatiesystemen eenmaal hebben vastgesteld. Totdat het Europese zoekportaal beschikbaar is, zou de automatische verwerking van Etias-aanvragen gedurende een overgangsperiode bovendien afhankelijk zijn van een instrument dat zou worden gebruikt als basis voor de ontwikkeling en tenuitvoerlegging van het Europese zoekportaal.

Omdat niet alle lidstaten op dezelfde wijze betrokken zijn bij het EU-beleid op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht (de zogenoemde Ąvariabele geometrieĒ), moeten twee afzonderlijke rechtsinstrumenten worden vastgesteld, die echter naadloos op elkaar zullen aansluiten, zodat het systeem optimaal kan werken en kan worden gebruikt.

ē Bestaande bepalingen op het door het voorstel bestreken gebied

Etias is ingesteld bij Verordening (EU) 2018/1240 18 . De verordening bepaalt de doelstellingen en de technische en organisatiearchitectuur van Etias, de voorschriften betreffende het beheer en het gebruik van de door de aanvrager in het systeem in te voeren gegevens, alsook de voorschriften voor het afgeven of weigeren van reisautorisaties en stelt de doeleinden van de gegevensverwerking, de autoriteiten die toegang tot de gegevens hebben, en de waarborgen voor de bescherming van persoonsgegevens vast.

Overeenkomstig de Etias-verordening omvat dit voorstel wijzigingen van de rechtshandelingen tot instelling van de EU-informatiesystemen die nodig zijn om de relatie tussen die systemen en Etias vast te stellen. Ook worden daarmee samenhangende bepalingen aan de Etias-verordening zelf toegevoegd.

Dit voorstel laat Richtlijn 2004/38/EG onverlet 19 . Het voorstel wijzigt Richtlijn 2004/38/EG in geen enkel opzicht.

ē Verenigbaarheid met andere beleidsterreinen van de Unie

Dit voorstel is in overeenstemming met de Europese migratieagenda en latere mededelingen, waaronder de mededeling van 14 september 2016 getiteld "Versterking van de veiligheid in een door mobiliteit gekenmerkte wereld door betere informatie-uitwisseling in de strijd tegen terrorisme en door sterkere buitengrenzenĒ, de Europese veiligheidsagenda 20 en de werkzaamheden en voortgangsverslagen van de Commissie ter voorbereiding van een echte en doeltreffende veiligheidsunie 21 .

2. RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID

ē Rechtsgrondslag

De rechtsgrondslag voor dit voorstel bestaat uit artikel 82, lid 1, onder d), en artikel 87, lid 2, onder a), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU).

Krachtens artikel 82, lid 1, onder d), VWEU kunnen het Europees Parlement en de Raad maatregelen vaststellen om in het kader van strafvervolging en tenuitvoerlegging van beslissingen de samenwerking tussen de justitiŽle of gelijkwaardige autoriteiten van de lidstaten te bevorderen.

Krachtens artikel 87, lid 2, onder a), VWEU kunnen het Europees Parlement en de Raad maatregelen vaststellen voor de verzameling, opslag, verwerking, analyse en uitwisseling van informatie die relevant is voor politiŽle samenwerking in verband met het voorkomen, opsporen en onderzoeken van strafbare feiten.

Die twee Verdragsbepalingen vormden de rechtsgrondslag voor de vaststelling van Verordening (EU) 2018/1862 betreffende de instelling, de werking en het gebruik van het Schengeninformatiesysteem (SIS) op het gebied van politiŽle en justitiŽle samenwerking in strafzaken. Ook dienen zij als rechtsgrondslag voor dit voorstel tot wijziging van die verordening.

Artikel 82, lid 1, onder d), VWEU betreffende justitiŽle samenwerking in strafzaken en de tenuitvoerlegging van beslissingen voorziet ook in de rechtsgrondslag voor het voorstel inzake ECRIS-TCN, waarover een politiek akkoord is bereikt tussen de medewetgevers. Het is derhalve ook de rechtsgrondslag voor dit voorstel tot wijziging van de ECRIS-TCN-verordening, ervan uitgaande dat laatstgenoemde verordening wordt vastgesteld.

ē Subsidiariteit

Het voorstel bevat wijzigingen van verordeningen waarbij EU-brede informatiesystemen zijn ingesteld voor het beheer van de buitengrenzen en de veiligheid van een gebied zonder controles aan de binnengrenzen te beheren. Dergelijke systemen op het gebied van informatietechnologie kunnen naar hun aard alleen op EU-niveau en niet door de lidstaten afzonderlijk worden ingesteld.

ē Evenredigheid

In dit voorstel worden de beginselen die de wetgever reeds heeft vastgesteld in de Etias-verordening, verder uitgewerkt.

Dit blijkt uit de navolgende elementen.

De specificaties met betrekking tot de gegevensuitwisseling tussen Etias en elk van de andere EU-informatiesystemen zijn in overeenstemming met de gegevensuitwisseling voorzien in de artikelen 20 en 23 van de Etias-verordening.

Het verlenen van toegangsrechten voor identiteitsgegevens in de EU-informatiesystemen (EES, VIS, SIS, ECRIS-TCN) door de centrale Etias-eenheid behoort tot de verantwoordelijkheden die aan de centrale Etias-eenheid zijn toegekend krachtens de artikelen 7, 22 en 75 van de Etias-verordening.

Het verlenen van toegangsrechten voor de andere EU-informatiesystemen met het oog op de handmatige verwerking van aanvragen door de nationale Etias-eenheden behoort tot de verantwoordelijkheden die aan de nationale Etias-eenheden zijn toegekend krachtens artikel 8 en hoofdstuk IV van de Etias-verordening.

Dat ook wordt voorgesteld de signaleringen met het oog op een onderzoekscontrole op te nemen, is in overeenstemming met de bepalingen inzake de ondersteuning van de doelstellingen van het SIS in artikel 23 van de Etias-verordening.

Dit voorstel is evenredig, aangezien het niet verder gaat dan wat in termen van optreden op EU-niveau nodig is om de doelstellingen te bereiken.

ē Keuze van het instrument

Het voorgestelde instrument is een verordening van het Europees Parlement en de Raad. De voorgestelde wetgeving heeft betrekking op de werking van de centrale EU-informatiesystemen voor grenzen en veiligheid, die ofwel op grond van een verordening tot stand zijn gekomen ofwel ten aanzien waarvan is voorgesteld deze tot stand te brengen op grond van verordeningen. Derhalve komt alleen een verordening in aanmerking als rechtsinstrument.

3. EVALUATIE, RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELING

ē Raadpleging van belanghebbenden

Het Etias-voorstel is opgesteld op basis van een haalbaarheidsstudie. In het kader van die studie heeft de Commissie deskundigen van de lidstaten op het gebied van grenscontrole en veiligheid om hun standpunt verzocht. De voornaamste elementen van het Etias-voorstel zijn besproken in de deskundigengroep op hoog niveau inzake interoperabiliteit, die is ingesteld naar aanleiding van de mededeling van 6 april 2016 over slimmere en krachtigere grenzen. Er is overleg gepleegd met vertegenwoordigers van lucht-, zee- en spoorvervoerders en met vertegenwoordigers van de EU-lidstaten met landbuitengrenzen. In het kader van de haalbaarheidsstudie is ook het Bureau voor de grondrechten geraadpleegd.

Dit voorstel introduceert slechts beperkte technische wijzigingen, naar analogie van de bepalingen die al in de Etias-verordening zijn vastgesteld. Voor deze beperkte technische aanpassingen zijn geen afzonderlijke raadplegingen van belanghebbenden nodig.

ē Effectbeoordeling

Dit voorstel wordt niet ondersteund door een effectbeoordeling. Het voorstel strookt met de Etias-verordening, waarvoor het voorstel was gebaseerd op de resultaten van de van juni tot en met oktober 2016 verrichte haalbaarheidsstudie.

Aangezien dit voorstel geen nieuwe politieke elementen bevat, maar slechts beperkte technische veranderingen introduceert, naar analogie van bepalingen die al in de Etias-verordening zijn vastgesteld, is een effectbeoordeling niet nodig.

Grondrechten

In vergelijking met de Etias-verordening wordt in dit voorstel enkel uitvoeriger bepaald welke gegevens met welke gegevens in de andere EU-informatiesystemen dienen te worden vergeleken en wordt voorzien in de nodige wijzigingen inzake het verlenen van toegangsrechten voor die andere systemen aan de centrale en nationale Etias-eenheden. Bijgevolg is dit voorstel in overeenstemming met het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, met name wat betreft het recht op de bescherming van persoonsgegevens, en voldoet het ook aan artikel 16 VWEU, dat voor eenieder het recht op bescherming van zijn persoonsgegevens waarborgt.

4. GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

Dit voorstel heeft geen gevolgen voor de begroting.

5. OVERIGE ELEMENTEN

ē Deelname

Voor zover dit voorstel strekt tot wijziging van de verordening betreffende de instelling, de werking en het gebruik van het Schengeninformatiesysteem (SIS) op het gebied van politiŽle en justitiŽle samenwerking in strafzaken, bouwt het voort op de bepalingen van het Schengenacquis inzake politiŽle justitiŽle samenwerking in strafzaken, met gevolgen voor de toepassing van de Protocollen (nr. 19) en (nr. 20) bij het VEU en het VWEU alsmede van de overeenkomsten met geassocieerde landen.

Voor zover dit voorstel beoogt de voorgestelde verordening tot invoering van een gecentraliseerd systeem voor de vaststelling welke lidstaten over informatie beschikken inzake veroordelingen van onderdanen van derde landen en staatlozen (ECRIS-TCN), zijn er gevolgen met betrekking tot de toepassing van de Protocollen (nr. 21) en (nr. 22); er zijn geen overeenkomsten met geassocieerde landen over deze aangelegenheid.

De gevolgen kunnen als volgt per land worden weergegeven.

Denemarken: Wat het SIS (politiŽle samenwerking) betreft, beslist Denemarken overeenkomstig artikel 4 van Protocol (nr. 22) betreffende de positie van Denemarken, dat aan de Verdragen is gehecht, binnen een termijn van zes maanden nadat de Raad over deze verordening heeft beslist, of het dit voorstel, dat voortbouwt op het Schengenacquis, in zijn interne recht zal omzetten. Wat het ECRIS-TCN betreft, is dit voorstel niet op Denemarken van toepassing, gelet op artikel 1 van Protocol (nr. 22).

Verenigd Koninkrijk: Wat het SIS (politiŽle samenwerking) betreft, is het Verenigd Koninkrijk gebonden door deze verordening, overeenkomstig artikel 5 van Protocol (nr. 19) en artikel 8, lid 2, van Besluit 2000/365/EG van de Raad van 29 mei 2000 betreffende het verzoek van het Verenigd Koninkrijk van Groot-BrittanniŽ en Noord-Ierland deel te mogen nemen aan enkele van de bepalingen van het Schengenacquis. Wat het ECRIS-TCN betreft, bieden artikel 3 en 4 bis van Protocol (nr. 21) het Verenigd Koninkrijk de mogelijkheid om deel te nemen aan de voorgestelde maatregel.

Ierland: Wat het SIS (politiŽle samenwerking) betreft, is Ierland gebonden door deze maatregel, overeenkomstig artikel 5 van Protocol (nr. 19) en artikel 6, lid 2, van Besluit 2002/192/EG van de Raad van 28 februari 2002 betreffende het verzoek van Ierland deel te mogen nemen aan bepalingen van het Schengenacquis. Wat het ECRIS-TCN betreft, bieden artikel 3 en 4 bis van Protocol (nr. 21) Ierland de mogelijkheid om deel te nemen aan de voorgestelde maatregel; daarvoor zou Ierland moeten deelnemen aan de ECRIS-TCN-verordening, met betrekking waartoe wijzigingen worden voorgesteld, alsook aan het volledige ECRIS-acquis.

Bulgarije en RoemeniŽ: Wat het SIS (politiŽle samenwerking) betreft, vormt deze verordening een handeling die op het Schengenacquis voortbouwt of anderszins daaraan is gerelateerd in de zin van artikel 4, lid 2, van de Toetredingsakte van 2005. Deze voorstel voor een verordening moet worden gelezen in samenhang met Besluit 2010/365/EU van de Raad van 29 juni 2010, waarbij de bepalingen van het Schengenacquis die betrekking hebben op het Schengeninformatiesysteem, met inachtneming van bepaalde beperkingen, toepasselijk zijn gemaakt in Bulgarije en RoemeniŽ. Wat het ECRIS-TCN betreft, verschillen Bulgarije en RoemeniŽ niet van andere lidstaten.

Cyprus en KroatiŽ: Wat het SIS (politiŽle samenwerking) betreft, vormt dit voorstel voor een verordening een handeling die op het Schengenacquis voortbouwt of anderszins daaraan is gerelateerd in de zin van artikel 3, lid 2, van de Toetredingsakte van 2003 en artikel 4, lid 2, van de Toetredingsakte van 2011. Wat KroatiŽ betreft, dient dit voorstel te worden gelezen in samenhang met Besluit (EU) 2017/733 van de Raad van 25 april 2017 betreffende de toepassing van de bepalingen van het Schengenacquis met betrekking tot het Schengeninformatiesysteem in de Republiek KroatiŽ 22 . Wat het ECRIS-TCN betreft, verschillen Cyprus en KroatiŽ niet van andere lidstaten.

Geassocieerde Schengenlanden: Op basis van de respectieve overeenkomsten met IJsland, Noorwegen, Zwitserland en Liechtenstein, waardoor deze landen bij de uitvoering, toepassing en ontwikkeling van het Schengenacquis worden betrokken, dient de voorgestelde verordening voor deze landen bindend zijn, voor zover deze betrekking heeft op de verordening inzake het SIS (politiŽle samenwerking).