Toelichting bij COM(2019)125 - Wijziging van Besluit 1313/2013/EU betreffende een Uniemechanisme voor civiele bescherming - EU monitor

EU monitor
Zondag 8 december 2019
kalender

Dit is een beperkte versie

U kijkt naar een beperkte versie van dit dossier in de EU Monitor.

1. ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

Motivering en doel van het voorstel

Artikel 19 van Besluit nr. 1313/2013/EU betreffende een Uniemechanisme voor civiele bescherming 1 (hierna 'Uniemechanisme' genoemd) en de daarmee verband houdende bepalingen hebben betrekking op de financiële middelen ter ondersteuning van civiele bescherming in het kader van het huidige meerjarig financieel kader (2014-2020). Aangezien het huidige meerjarig financieel kader afloopt, moeten deze bepalingen worden gewijzigd om de voortzetting van de financiering van het Uniemechanisme te waarborgen.

De draagwijdte van deze wijziging is strikt beperkt tot de budgettaire bepalingen van Besluit nr. 1313/2013/EU en mag de inhoud van het besluit niet wijzigen. De voorgestelde wijziging is in overeenstemming met het voorstel van de Commissie voor het meerjarig financieel kader 2021-2027 van 2 mei 2018 2 . Het in dit voorstel aangegeven bedrag stemt ook overeen met het ambitieniveau dat de Commissie heeft vastgesteld in haar voorstel tot herziening van Besluit nr. 1313/2013/EU van 23 november 2017 (rescEU-voorstel) 3 .

Dit voorstel voorziet in een datum van inwerkingtreding met ingang van 1 januari 2021 en is aangepast aan een Unie van 27 lidstaten, in overeenstemming met het voornemen van het Verenigd Koninkrijk om zich terug te trekken uit de EU en Euratom.

Verenigbaarheid met bestaande bepalingen op het beleidsterrein

Dit voorstel voorziet in de nodige begrotingsmiddelen ter ondersteuning van een versterkt Uniemechanisme. Dit Uniemechanisme draagt bij tot de overkoepelende doelstelling te streven naar een 'Een Europa dat beschermt', die de Commissie heeft vastgesteld in haar mededeling over het meerjarig financieel kader 2021-2027 4 .

In het nieuwe voorstel is de financiering voor civiele bescherming - naast andere beschermingsgerelateerde programma’s - opgenomen in één rubriek (rubriek 5 'Veiligheid en defensie'). Deze rubriek omvat zowel de interne als de externe dimensie van de civiele bescherming.

Verenigbaarheid met andere beleidsterreinen van de Unie

Met de voorgestelde wijziging worden de nodige middelen ter beschikking gesteld om synergieën te bevorderen en de bestaande betrekkingen tussen het Uniemechanisme en andere EU-beleidsmaatregelen te verbeteren.

Met deze wijziging wordt ervoor gezorgd dat het Uniemechanisme bijdraagt tot de versterking van de capaciteiten van de EU op het gebied van rampenrisicobeheer (van rampenpreventie tot en met rampenparaatheid, rampenrespons en herstel na rampen).

2. RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID

Rechtsgrondslag

De rechtsgrondslag van dit voorstel is artikel 196 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

Subsidiariteit (bij niet-exclusieve bevoegdheid)

De Commissie heeft een ondersteunende bevoegdheid op het gebied van civiele bescherming. De lidstaten hebben nog steeds de primaire verantwoordelijkheid bij de preventie van, de paraatheid bij en de respons ten aanzien van rampen. Het Uniemechanisme is opgericht omdat individuele lidstaten mogelijk niet over voldoende responscapaciteit beschikken om het hoofd te bieden aan grote rampen. Centraal staat een goed gecoördineerde en snelle wederzijdse bijstand onder de lidstaten.

Met deze wijziging wordt beoogd de begrotingsbepalingen van het programma in overeenstemming te brengen met het voorstel van de Commissie voor het meerjarig financieel kader 2021-2027. Gezien de technische/financiële aard van deze wijziging zijn er geen gevolgen voor of wijzigingen in het subsidiariteitsbeginsel.

Evenredigheid

Dit voorstel gaat niet verder dan nodig is om de beoogde doelstellingen te verwezenlijken. Het is ingediend om ervoor te zorgen dat de beoogde doelstellingen kunnen worden verwezenlijkt.

De in deze wijziging voorgestelde cijfers komen overeen met de cijfers die zijn medegedeeld in het voorstel van de Commissie voor het meerjarig financieel kader 2021-2027. Zij zijn in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel.

Keuze van het instrument

Met dit voorstel wordt beoogd een bestaand besluit te wijzigen. Het meest geschikte en eenvoudige instrument hiertoe is een voorstel voor een besluit.

3. EVALUATIE, RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELING

Dit voorstel is van technische aard, aangezien het beoogt de begrotingsbepalingen van het besluit in overeenstemming te brengen met het voorstel van de Commissie voor het meerjarig financieel kader 2021-2027 dat op 2 mei 2018 is goedgekeurd. De inhoud van het voorstel is gebaseerd op het voorstel tot herziening van Besluit nr. 1313/2013/EU van 23 november 2017 (rescEU-voorstel). Er is dus geen effectbeoordeling uitgevoerd.

De beginselen van betere regelgeving werden echter toegepast op zowel het oorspronkelijke voorstel van de Commissie waarin het algemene meerjarig financieel kader 2021-2027 wordt geschetst als op het voorstel tot herziening van Besluit nr.1313/2013/EU van 23 november 2017 (rescEU-voorstel).

Evaluatie van bestaande wetgeving en controle van de resultaatgerichtheid ervan

1.

N.v.t. (zie hierboven)


Raadpleging van belanghebbenden

2.

N.v.t. (zie hierboven)


Bijeenbrengen en gebruik van expertise

3.

N.v.t. (zie hierboven)


Effectbeoordeling

4.

N.v.t. (zie hierboven)


Resultaatgerichtheid en vereenvoudiging

5.

N.v.t. (zie hierboven)


Grondrechten

6.

N.v.t. (zie hierboven)


4. GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

Overeenkomstig het voorstel van de Commissie voor het meerjarig financieel kader 2021-2027 is een bedrag ten belope van 1 400 000 000 EUR 5 (in lopende prijzen) toegewezen voor de tenuitvoerlegging van het Uniemechanisme in de periode 2021-2027. De voorgestelde begrotingstoewijzing stemt ook overeen met het ambitieniveau dat de Commissie heeft vastgesteld in het voorstel voor de herziening van Besluit nr. 1313/2013/EU van 23 november 2017 (rescEU-voorstel). Met de extra middelen wordt het mogelijk de volgende acties uit te voeren:

·versterking van de collectieve capaciteit van de lidstaten en de EU om te reageren op rampen door een specifieke reserve van responscapaciteit op te zetten (rescEU);

·hogere (of nieuwe) medefinanciering door de EU voor aanpassing, herstel, vervoer en/of inzet van de capaciteit die bestemd is voor de Europese pool voor civiele bescherming;

·meer aandacht voor preventie en verbetering van de samenhang met andere belangrijke EU-beleidsterreinen;

·oprichting van een kennisnetwerk voor civiele bescherming; en

·sterkere samenwerking met de buurlanden.

Het financieel memorandum bij dit voorstel bevat nadere bijzonderheden over de gevolgen voor de begroting en over de benodigde personele en administratieve middelen.

7.

5. OVERIGE ELEMENTEN


Uitvoeringsplanning en regelingen betreffende controle, evaluatie en rapportage

Artikel 34, lid 2, van Besluit nr. 1313/2013/EU betreffende een Uniemechanisme voor civiele bescherming is van toepassing. Het voorziet erin dat acties waarvoor financiële bijstand wordt verleend, regelmatig worden geëvalueerd teneinde de uitvoering ervan te bewaken. Voorts bevat het besluit meer algemene vereisten voor de Commissie om elke twee jaar een verslag in te dienen bij het Europees Parlement en de Raad over de vooruitgang bij de verwezenlijking van de capaciteitsdoelen en het aanvullen van de resterende tekorten met betrekking tot de Europese pool voor civiele bescherming, rekening houdend met de oprichting van de rescEU-capaciteit. Bovendien moet de Commissie ook de toepassing van het besluit evalueren door om de vijf jaar bij het Europees Parlement en de Raad een mededeling in te dienen over de doeltreffendheid, de kosteneffectiviteit en de voortzetting van de uitvoering van het besluit. Deze evaluatie moet gebaseerd zijn op de indicatoren als bedoeld in artikel 3 van Besluit nr. 1313/2013/EU.

Toelichtende stukken (bij richtlijnen)

N.v.t.

Artikelsgewijze toelichting

Met dit voorstel worden alleen de budgettaire bepalingen van Besluit nr. 1313/2012/EU gewijzigd.

De in artikel 19 van Besluit nr. 1313/2013/EU vermelde financiële middelen moeten worden geactualiseerd en vervangen door de nieuwe cijfers die zijn opgenomen in het voorstel van de Commissie voor het meerjarig financieel kader 2021-2027. Gezien het feit dat het Uniemechanisme/rescEU in één rubriek zal worden opgenomen (rubriek 5: 'Veiligheid en defensie') in tegenstelling tot de huidige opsplitsing tussen de rubrieken 3 en 4, moet de tekst dienovereenkomstig worden gewijzigd.

Dit voorstel voorziet ook in de schrapping van bijlage I, waarin momenteel de relatieve percentages zijn vastgesteld die elke pijler van het Uniemechanisme (preventie, paraatheid en respons) uit de totale financiële middelen moet ontvangen. Gezien de wijzigingen die zijn voorgesteld in het voorstel voor de herziening van Besluit nr. 1313/2013/EU van 23 november 2017 (rescEU-voorstel), lijken de in bijlage I genoemde percentages onvoldoende flexibiliteit te garanderen om de EU in staat te stellen de door haar vastgestelde doelstellingen te verwezenlijken. Tijdens een noodsituatie leiden de percentages in bijlage I tot onnodige administratieve lasten en kunnen zij de flexibiliteit beperken die nodig is om in een bepaald jaar in te spelen op de behoeften naar aanleiding van een ramp. De noodzaak om te investeren in alle fasen van de rampenbeheersingscyclus (preventie, paraatheid en respons) is in elk geval geïntegreerd in het Uniemechanisme.

Als gevolg van de schrapping van bijlage I moeten de leden 4, 5 en 6 van artikel 19 ook worden geschrapt omdat zij rechtstreeks verwijzen naar de in bijlage I genoemde percentages.

Bijgevolg wijzigt het voorstel ook artikel 30 betreffende de uitoefening van de aan de Commissie verleende bevoegdheid gedelegeerde handelingen vast te stellen. Hoewel de inhoud van het artikel ongewijzigd blijft, worden de kruisverwijzingen naar artikel 19 geschrapt. Artikel 30 is niet geschrapt, om rekening te houden met de mogelijkheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, zoals bepaald in het voorstel voor de herziening van Besluit nr. 1313/2013/EU van 23 november 2017 (rescEU-voorstel) 6 .