Toelichting bij COM(2019)181 - Standpunt EU in de Werkgroep geografische aanduidingen die is ingesteld bij de Vrijhandelsovereenkomst met Korea wat betreft de vaststelling van zijn reglement van orde - EU monitor

EU monitor
Donderdag 2 juli 2020
kalender

Toelichting bij COM(2019)181 - Standpunt EU in de Werkgroep geografische aanduidingen die is ingesteld bij de Vrijhandelsovereenkomst met Korea wat betreft de vaststelling van zijn reglement van orde

Dit is een beperkte versie

U kijkt naar een beperkte versie van dit dossier in de EU Monitor.

1. Onderwerp van het voorstel

Dit voorstel heeft betrekking op het besluit tot vaststelling van het standpunt dat namens de Unie moet worden ingenomen in de Werkgroep geografische aanduidingen die is ingesteld bij de Vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Korea, anderzijds, in verband met de voorgenomen vaststelling van het reglement van orde van deze werkgroep.

2. Achtergrond van het voorstel

2.1.Vrijhandelsovereenkomst EU-Republiek Korea

De Vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Korea, anderzijds, (hierna 'de overeenkomst' genoemd) is de eerste nieuwe generatie handelsovereenkomst van de Europese Unie en ook de eerste overeenkomst die gesloten is met een Aziatisch land. De overeenkomst moet de bilaterale handel en economische groei in zowel de EU als Korea bevorderen.

De overeenkomst is op 6 oktober 2010 ondertekend en wordt sinds 1 juli 2011 voorlopig toegepast 1 .

2.2.Werkgroep geografische aanduidingen

Bij artikel 15.3 van de overeenkomst zijn werkgroepen opgericht die onder toezicht van het Handelscomité staan. Een van die werkgroepen is de Werkgroep geografische aanduidingen (artikel 15.3, lid 1, onder g)). In de artikelen 10.18 tot en met 10.26 van de overeenkomst zijn de regels voor geografische aanduidingen vastgelegd. In artikel 10.25 van de overeenkomst zijn de werkzaamheden en werking van de Werkgroep geografische aanduidingen omschreven.

Voor de toepassing van artikel 10.25 van de overeenkomst moeten wijzigingen in de overeenkomst waartoe de Werkgroep geografische aanduidingen besluit, door de Commissie namens de Europese Unie worden goedgekeurd 2 .

De Werkgroep geografische aanduidingen is het forum en besluitvormingsorgaan dat kan besluiten tot wijziging van de bijlagen 10-A en 10-B bij de overeenkomst. Krachtens artikel 10.25, lid 1, kan de werkgroep bij consensus aanbevelingen doen en besluiten nemen.

2.3.Beoogde handeling van de Werkgroep geografische aanduidingen

Overeenkomstig Besluit nr. 1 van het Handelscomité EU-Korea van 23 december 2011 betreffende de vaststelling van het reglement van orde van het Handelscomité 3 , en met name artikel 15.4 van de bijlage, kan elk gespecialiseerd comité en elke werkgroep zijn eigen reglement van orde vaststellen, dat aan het Handelscomité moet worden meegedeeld.

Op 30 mei 2018 heeft de Werkgroep geografische aanduidingen in zijn 6e bijeenkomst overeenstemming bereikt over de vaststelling van een besluit betreffende zijn reglement van orde ("de beoogde handeling").

De beoogde handeling heeft tot doel regels vast te stellen voor de werking van deze werkgroep, en met name voor zijn bevoegdheid en besluitvormingsproces.

3. Namens de Unie in te nemen standpunt

De Verdragen verlenen de Unie een exclusieve bevoegdheid voor het gemeenschappelijk handelsbeleid, waaronder het sluiten van internationale handelsovereenkomsten. Aangezien de beoogde handeling van essentieel belang is voor een goede werking van de Werkgroep geografische aanduidingen en dus bijdraagt tot een efficiënte uitvoering van de Vrijhandelsovereenkomst EU-Republiek Korea, past de beoogde handeling binnen de doelstellingen van het handelsbeleid van de Unie.

4. Rechtsgrondslag

4.1.Procedurele rechtsgrondslag

4.1.1.Beginselen

Artikel 218, lid 9, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) voorziet in de vaststelling van besluiten tot bepaling van de 'standpunten die namens de Unie worden ingenomen in een krachtens een overeenkomst opgericht lichaam, wanneer dit lichaam handelingen met rechtsgevolgen vaststelt, met uitzondering van handelingen tot aanvulling of wijziging van het institutionele kader van de overeenkomst'.

Het begrip 'handelingen met rechtsgevolgen' omvat handelingen die rechtsgevolgen hebben uit hoofde van de op het betrokken lichaam toepasselijke volkenrechtelijke bepalingen. Onder dit begrip vallen tevens instrumenten die volkenrechtelijk niet bindend zijn, maar die een "beslissende invloed [kunnen hebben] op de inhoud van de regelgeving die de wetgever van de Unie vaststelt" 4 .

4.1.2.Toepassing op het onderhavige geval

De Werkgroep geografische aanduidingen is een lichaam dat is opgericht bij een overeenkomst, namelijk de Vrijhandelsovereenkomst EU-Republiek Korea.

De door deze werkgroep vast te stellen handeling is een handeling met rechtsgevolgen. De beoogde handeling zal overeenkomstig artikel 10.25 van de Vrijhandelsovereenkomst EU-Republiek Korea volkenrechtelijk bindend zijn. 

De beoogde handeling vormt geen aanvulling op of wijziging van het institutionele kader van de overeenkomst.

Derhalve is de procedurele rechtsgrondslag voor het voorgestelde besluit artikel 218, lid 9, VWEU.

4.2.Materiële rechtsgrondslag

4.2.1.Beginselen

De materiële rechtsgrondslag voor een overeenkomstig artikel 218, lid 9, VWEU te nemen besluit wordt in de eerste plaats bepaald door de doelstelling en inhoud van de beoogde handeling ten aanzien waarvan namens de Unie een standpunt wordt ingenomen. Wanneer de beoogde handeling een tweeledige doelstelling heeft of bestaat uit twee componenten, waarvan er een kan worden gezien als hoofddoelstelling of overwegende component, terwijl de andere doelstelling of de andere component slechts ondergeschikt is, moet het overeenkomstig artikel 218, lid 9, VWEU te nemen besluit op één materiële rechtsgrondslag worden gebaseerd, namelijk die welke vereist is gelet op de hoofddoelstelling of de overwegende component.


4.2.2.Toepassing op het onderhavige geval

De doelstelling en inhoud van de beoogde handeling hebben in de eerste plaats betrekking op het gemeenschappelijk handelsbeleid.

Derhalve vormt artikel 207 VWEU de materiële rechtsgrondslag voor het voorgestelde besluit.

4.3.Conclusie

De rechtsgrondslag voor het voorgestelde besluit is artikel 207 VWEU in samenhang met artikel 218, lid 9, VWEU.

5. Bekendmaking van de beoogde handeling

Niet van toepassing.