Toelichting bij COM(2019)326 - EU-standpunt in Gemengd Landbouwcomité, opgericht bij overeenkomst met Zwitserland over de handel in landbouwproducten, mbt de wijziging van bijlagen 1 & 2 bij de overeenkomst - EU monitor

EU monitor
Zondag 15 december 2019
kalender

Dit is een beperkte versie

U kijkt naar een beperkte versie van dit dossier in de EU Monitor.

1. Onderwerp van het voorstel

Dit voorstel betreft een besluit tot bepaling van het standpunt dat namens de Unie in het Gemengd Landbouwcomité, opgericht bij de overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de handel in landbouwproducten, moet worden ingenomen met betrekking tot de wijziging van de bijlagen 1 en 2 bij de overeenkomst.

2. Achtergrond van het voorstel

2.1.Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat

Overeenkomst inzake de handel in landbouwproducten, die op 1 juni 2002 in werking is getreden (PB L 114 van 30.4.2002, blz. 132).

2.2. Gemengd Landbouwcomité

Op grond van artikel 6 van de overeenkomst is het Comité belast met het beheer van de overeenkomst en houdt het toezicht op de goede werking ervan. Op grond van artikel 11 van de overeenkomst kan het Comité wijzigingen van de bijlagen bij de overeenkomst vaststellen.

2.3.Door het Gemengd Landbouwcomité beoogde handeling

Doel van de beoogde handeling is de wijziging van de bijlagen 1 en 2 bij de overeenkomst, die betrekking hebben op de door de twee partijen bij de overeenkomst verleende landbouwconcessies.

3. Namens de Unie in te nemen standpunt

De beoogde handeling heeft tot doel i) de numerieke codes van de overeenkomst te actualiseren na de laatste herziening van het geharmoniseerd systeem, ii) een fout te corrigeren die bij de laatste aanpassing van bijlage 1 is gemaakt met betrekking tot de tariefconcessie voor hammen zonder been, en iii) in bijlage 1 bij de overeenkomst de tariefconcessies op te nemen die Zwitserland in 1996 heeft verleend voor honden- en kattenvoer dat voor de verkoop is bestemd.

De handeling is bedoeld om bestaande concessies die momenteel niet uitdrukkelijk in de overeenkomst zijn vastgelegd, te consolideren en om fouten in de tekst van de overeenkomst te corrigeren. Het gaat dan ook om een wenselijke handeling.

De tekst van het besluit van het Gemengd Landbouwcomité werd opgesteld in samenwerking met de Zwitserse autoriteiten.

4. Rechtsgrondslag

4.1.Procedurele rechtsgrondslag

4.1.1.Beginselen

Artikel 218, lid 9, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) voorziet in de vaststelling van besluiten tot bepaling van 'de standpunten die namens de Unie worden ingenomen in een krachtens een overeenkomst opgericht lichaam, wanneer dit lichaam handelingen met rechtsgevolgen vaststelt, met uitzondering van handelingen tot aanvulling of wijziging van het institutionele kader van de overeenkomst'.

Het begrip 'handelingen met rechtsgevolgen' omvat onder meer handelingen die rechtsgevolgen hebben uit hoofde van de op het betrokken lichaam toepasselijke volkenrechtelijke bepalingen. Onder dit begrip vallen ook instrumenten die volkenrechtelijk niet bindend zijn, maar die een "beslissende invloed [kunnen hebben] op de inhoud van de regelgeving die de wetgever van de Unie vaststelt" 1 .

4.1.2.Toepassing op het onderhavige geval

Het Gemengd Landbouwcomité is een lichaam dat is opgericht krachtens een overeenkomst, namelijk de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de handel in landbouwproducten.

De door het Gemengd Landbouwcomité vast te stellen handeling is een handeling met rechtsgevolgen. De beoogde handeling zal uit hoofde van het internationale recht bindend zijn overeenkomstig artikel 16 van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de handel in landbouwproducten.

De beoogde handeling vormt geen aanvulling op of wijziging van het institutionele kader van de overeenkomst.

De procedurele rechtsgrondslag voor het voorgestelde besluit is derhalve artikel 218, lid 9, VWEU.

4.2.Materiële rechtsgrondslag

4.2.1.Beginselen

De materiële rechtsgrondslag voor een krachtens artikel 218, lid 9, VWEU te nemen besluit wordt in de eerste plaats bepaald door de doelstelling en de inhoud van de beoogde handeling ten aanzien waarvan namens de Unie een standpunt wordt ingenomen. Wanneer de beoogde handeling een tweeledige doelstelling heeft of bestaat uit twee componenten, waarvan er een kan worden gezien als hoofddoelstelling of hoofdcomponent, terwijl de andere doelstelling of component slechts ondergeschikt is, moet het overeenkomstig artikel 218, lid 9, VWEU te nemen besluit op één materiële rechtsgrondslag worden gebaseerd, namelijk die welke vereist is gelet op de hoofddoelstelling of hoofdcomponent.

4.2.2.Toepassing op het onderhavige geval

De doelstelling en inhoud van de beoogde handeling hebben in de eerste plaats betrekking op de landbouw en het gemeenschappelijk handelsbeleid.

De materiële rechtsgrondslag voor het voorgestelde besluit is derhalve artikel 207, lid 4, VWEU.

4.3.Conclusie

De rechtsgrondslag voor het voorgestelde besluit is artikel 207, lid 4, VWEU, in samenhang met artikel 218, lid 9, VWEU.

5. BEKENDMAKING VAN DE BEOOGDE HANDELING

Aangezien de handeling van het Gemengd Landbouwcomité de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de handel in landbouwproducten wijzigt, moet die handeling in het Publicatieblad van de Europese Unie worden bekendgemaakt als een aan het besluit van de Raad gehecht document.