Toelichting bij COM(2020)54 - Statistieken die zijn opgesteld overeenkomstig Verordening (EG) nr. 2150/2002 betreffende afvalstoffenstatistieken, en de kwaliteit daarvan - EU monitor

EU monitor
Woensdag 21 oktober 2020
kalender

Toelichting bij COM(2020)54 - Statistieken die zijn opgesteld overeenkomstig Verordening (EG) nr. 2150/2002 betreffende afvalstoffenstatistieken, en de kwaliteit daarvan

Dit is een beperkte versie

U kijkt naar een beperkte versie van dit dossier in de EU Monitor.

EUROPESE COMMISSIE

1.

Brussel, 14.2.2020


COM(2020) 54 final

VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

over de statistieken die zijn opgesteld overeenkomstig Verordening (EG) nr. 2150/2002 betreffende afvalstoffenstatistieken, en de kwaliteit daarvan


VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

over de statistieken die zijn opgesteld overeenkomstig Verordening (EG) nr. 2150/2002 betreffende afvalstoffenstatistieken, en de kwaliteit daarvan


INHOUDSOPGAVE

Inleiding



2.

2. Punctualiteit en tijdigheid


3.

3. Volledigheid


4.

4. Nauwkeurigheid van de gegevens


5.

5. Vergelijkbaarheid


6.

6. Belasting voor de ondernemingen


7.

7. Ontwikkeling van indicatoren


8.

8. Resultaten en verwachtingen



1. Inleiding

Het doel van Verordening (EG) nr. 2150/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2002 betreffende afvalstoffenstatistieken 1 (hierna “de verordening” genoemd) is om statistieken over afvalstoffen op te stellen. De definitie van afvalstoffen valt binnen het toepassingsgebied van Richtlijn 2008/98/EG betreffende afvalstoffen (de kaderrichtlijn afvalstoffen) 2 . Artikel 8, lid 1, van de verordening verplicht de Commissie om elke drie jaar (volgend op het eerste verslag, dat binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van de verordening moest worden voorgelegd) aan het Europees Parlement en de Raad een verslag voor te leggen over de uitvoering van de verordening. Het eerste verslag is gepubliceerd in 2008 3 , het tweede in 2011 4 , het derde in 2014 5 en het vierde in 2016 6 .

In verslag wordt ingegaan op de kwaliteit van de gegevens die in 2018 zijn verzameld met betrekking tot het in 2016 geproduceerde en behandelde afval. De uit hoofde van de verordening vereiste gegevensverzameling bestaat uit drie delen: afvalproductie, afvalverwerking en afvalverwerkingsbedrijven, die laatste uitgesplitst naar NUTS II-niveau.

9.

Verschillende nationale benaderingen en kwaliteit


De verordening bepaalt welke statistische gegevens moeten worden ingediend en welke kwaliteit die gegevens moeten hebben. De verordening laat de keuze van de specifieke methode voor het opstellen van afvalstoffenstatistieken echter aan de lidstaten. Dit stelt de lidstaten in staat hun gegevensverzamelingssystemen te handhaven en de last die de naleving van de verordening met zich brengt, tot een minimum te beperken. Elke twee jaar, in de even jaren, worden er gegevens verzameld.

Overeenkomstig de verordening (bijlage I, sectie 7) dienen de lidstaten samen met de gegevens ook een kwaliteitsverslag in. In deze verslagen verwijzen de lidstaten naar de kwaliteitselementen die gewoonlijk in het Europees statistisch systeem 7 worden gebruikt en die worden aangegeven in Verordening (EG) nr. 1445/2005 van de Commissie betreffende de kwaliteit van afvalstoffenstatistieken 8 .

10.

Kwaliteitscontrole


Sinds de eerste gegevensverzameling in 2004 heeft de Commissie (Eurostat) een efficiënt tweestapssysteem opgezet om de kwaliteit van de door de lidstaten ingediende gegevens te controleren.

Nadat de gegevens bij de Commissie zijn ingediend, verricht de Commissie binnen twee maanden na de rapportagetermijn allereerst een snelle evaluatie van de gegevens en de kwaliteitsverslagen. In deze stap heeft de gegevensvalidering vooral betrekking op de interne samenhang van de nieuwe gegevens en op de ontwikkelingen in de tijd. De analyse wordt op een sterk geaggregeerd niveau uitgevoerd en is bedoeld om belangrijke breuken in de reeksen op te sporen en te controleren of de gegevens geschikt zijn voor publicatie. De Commissie (Eurostat) stuurt vervolgens een evaluatieverslag naar de lidstaat die de gegevens heeft ingediend. In dit evaluatieverslag kan zo nodig om een toelichting en/of een herziening van de gegevens wordt verzocht.

De tweede stap is een grondige validering. Bij deze validering worden de gegevens op een meer gedetailleerd niveau geanalyseerd (bv. naar economische sector en afvalcategorie) en worden patronen en ontwikkelingen tussen de landen vergeleken. De valideringscontroles omvatten:

·vergelijkingen binnen een land van afvalproductie voor elke economische activiteit met waarden uit voorgaande jaren;

·vergelijkingen tussen landen van de gegevens voor elke economische activiteit;

·vergelijkingen binnen een land tussen het geproduceerde en het verwerkte afval voor elke afvalcategorie;

·kruiscontroles met gegevens over afvalstoffen die voortvloeien uit andere rapporteringsverplichtingen, zoals toezicht op de naleving uit hoofde van andere afvalwetgeving.

De resultaten worden afgezet tegen: i) de kwaliteitsverslagen van de landen; ii) de feedback uit de eerste evaluatiestap; en iii) andere beschikbare documenten (zoals rapportagedocumenten uit eerdere jaren). Vervolgens worden de resultaten met de landen besproken. Deze grondige validering is niet alleen bedoeld om tegenstrijdigheden op te sporen, maar ook om de kwaliteit van de gegevens op de lange termijn te verbeteren.

De Commissie (Eurostat) gaat verder met de actualisering van de methodische richtsnoeren die beschikbaar zijn op de website van Eurostat en met de verbetering en verfijning van het kwaliteitscontrolesysteem voor de gegevens.

2. Punctualiteit en tijdigheid

Gegevens en kwaliteitsverslagen moeten tweejaarlijks en binnen 18 maanden na het referentiejaar bij de Commissie (Eurostat) worden ingediend 9 .

De nakoming van de rapportagetermijn voor het referentiejaar 2016 is niet veranderd ten opzichte van eerdere jaren. In totaal hebben 23 lidstaten en twee EVA-landen tijdig volledige gegevensreeksen en kwaliteitsverslagen ingediend. Twee lidstaten hebben een deel van hun gegevens ingestuurd met een vertraging van minder dan een maand. Vijf lidstaten en één EVA-land hebben de gegevens en de kwaliteitsverslagen meer dan een maand na de uiterste datum ingediend. Twee lidstaten hebben de gegevensreeksen meer dan negen maanden na die datum ingediend.

De Commissie (Eurostat) neemt maatregelen om landen aan te sporen hun statistische productieprocessen te herzien en gegevens van een goede kwaliteit tijdig in te dienen.

11.

Openbaarmaking


De Commissie (Eurostat) heeft op 14 september 2018 de publicatie van de afvalproductiegegevens voor het referentiejaar 2016 afgerond en deze in de verspreidingsdatabank van Eurostat gepubliceerd. Verder heeft zij op 18 september 2018 de publicatie van de afvalverwerkingsgegevens afgerond en in diezelfde verspreidingsdatabank gepubliceerd 10 .

3. Volledigheid

De indiening van volledige nationale gegevensreeksen is van wezenlijk belang voor de productie van EU-aggregaten. Ontbrekende gegevens beperken de informatieve waarde van afvalstoffenstatistieken. Gegevens zijn onvolledig wanneer landen geen gegevensbronnen of onvoldoende gegevens voor schattingen beschikbaar hebben.

Wat betreft de gegevensreeks voor afvalproductie is het aantal ontbrekende waarden en het aantal landen dat ontbrekende waarden rapporteerde, tussen de referentiejaren 2010 en 2016 aanzienlijk gedaald. In 2010 rapporteerden acht landen ontbrekende waarden; in het referentiejaar 2016 waren dat er nog drie. Het totale aantal ontbrekende waarden daalde van 1 668 in het referentiejaar 2010 naar 97 in het referentiejaar 2016. De meeste ontbrekende waarden hadden betrekking op huishoudelijk afval.

De tendens is dezelfde voor de afvalverwerkingsgegevens. In 2016 zijn er geen ontbrekende waarden voor afvalverwerking gemeld, een verbetering ten opzichte van de 263 ontbrekende waarden in het referentiejaar 2010.

4. Nauwkeurigheid van de gegevens

12.

Gegevensdekking


Er moeten statistieken over afvalproductie voor alle economische sectoren en voor huishoudens worden opgesteld. Deze statistieken moeten afval omvatten dat afkomstig is terugwinning en verwijdering en ook wel bekendstaat als secundair afval. De statistieken moeten ook het afval van kleine bedrijven (met minder dan tien werknemers) bestrijken, hoewel dergelijke kleine bedrijven zoveel mogelijk van enquêtes moeten worden vrijgesteld.

De statistieken over afvalverwerking bestrijken alle afvalstoffen die binnen een land worden teruggewonnen of verwijderd, ongeacht de oorsprong ervan. Het onderliggende doel van de verordening is de verzameling van gegevens over de eindbestemming van de afvalstoffen. De verordening vereist niet dat er gegevens over voorbereidende behandelingen worden verzameld. Voor bepaalde categorieën behandelingen hebben sommige landen evenwel gegevens over voorbereidende behandelingen (zoals sortering en opslag) meegeteld als eindbehandeling. De Commissie (Eurostat) heeft die landen verzocht hun gegevens te corrigeren. Over het algemeen had de gegevensverzameling voor afvalstoffenstatistieken in het referentiejaar 2016 een betere dekking dan in 2014. Het aantal ontbrekende waarden nam af, het aandeel afvalstoffen waarvoor schattingen nodig waren, daalde en er werden aanvullende bronnen gebruikt. Ten opzichte van 2014 hadden acht landen in het referentiejaar 2016 een betere dekking. Hier volgen twee belangrijke bevindingen van de validering van de statistieken met betrekking tot 2016:

·Sommige landen kunnen nog geen gegevens melden over de behandelingscategorie “opvulling”, of gebruiken deze categorie om gegevens over vuilstort te melden. Dit probleem is tijdens de validering aan het licht gekomen. De Commissie (Eurostat) heeft de betrokken landen gevraagd deze situatie te verbeteren om volledig correcte gegevensreeksen in te dienen.

·Het belang van mineraal afval is relatief beperkt, maar deze categorie heeft een groot aandeel in de totale hoeveelheid afval. Om deze reden heeft de Commissie (Eurostat) de aanvullende indicator “afval met uitzondering van groot mineraal afval” ontwikkeld.


13.

Uitsplitsing naar economische sector


De algehele uitwerking van een verkeerde toewijzing per economische sector wordt laag geacht. Onwaarschijnlijke gevallen worden doorgaans bij de validering gedetecteerd en worden vervolgens uitgelegd of gecorrigeerd. Dergelijke gevallen komen niet vaak voor.

14.

Categorieën afvalstoffen


De verordening bepaalt dat de categorieën afvalstoffen waarover men aan de EU moet rapporteren, in overeenstemming moeten zijn met de Europese afvalstoffenclassificatie voor statistieken 11 (EAC-Stat). EAC-Stat schrijft echter geen specifieke classificatie voor de nationale gegevensverzameling voor.

De meeste landen verzamelen hun gegevens overeenkomstig de Europese afvalstoffenlijst 12 , die 839 soorten afvalstoffen omvat. Verordening (EU) nr. 849/2010 13 van de Commissie bevat een omzettingstabel om de Europese lijst met afvalstoffencodes om te zetten naar EAC-Stat-codes. Het wijdverspreide gebruik van deze twee classificaties waarborgt een hoge mate van vergelijkbaarheid, ten minste op het geaggregeerde niveau dat in de verordening wordt gevraagd. Eurostat acht de algehele effecten van classificatiefouten op de gegevensnauwkeurigheid klein. Classificatiefouten die grote gevolgen hebben, worden al bij de eerste snelle validatie gedetecteerd en onmiddellijk door de betrokken lidstaat gecorrigeerd. Een 2014 deed zich één zo’n fout voor, in 2016 werden er geen waargenomen.

15.

Verschillen tussen afvalproductie en afvalverwerking


De statistieken over afvalverwerking en die over afvalproductie vertonen enkele verschillen.

De hoeveelheid geproduceerd afval is niet gelijk aan de hoeveelheid in de EU verwerkt afval. Het verschil bedraagt ongeveer 200 miljoen ton sinds 2008. Dit komt overeen met ongeveer 10 % van de totale afvalproductie. Het patroon sinds 2008 is stabiel: er wordt meer afval geproduceerd dan verwerkt. Het verschil is het grootst voor slib en vloeibare afvalstoffen van afvalverwerking (ongeveer 70 %) en het kleinst (bijna 0 %) voor grond.

Verschillende redenen verklaren het verschil tussen de afvalproductie en afvalverwerking. Deze verschillen worden hieronder puntsgewijs uiteengezet.

·Niet al het afval wordt behandeld in het land waar het wordt geproduceerd. Gegevens over in- en uitvoer worden in het kader van de verordening niet verzameld, waardoor verschillen ten gevolge van in- en uitvoer niet kunnen worden gekwantificeerd op basis van de gegevens die uit hoofde van de verordening worden verzameld. Schattingen op basis van gegevens over de buitenlandse handel tonen aan dat dit effect ongeveer een vijfde van het verschil voor de hele EU verklaart. Voor de afzonderlijke landen kan dit effect groter zijn.

·Het watergehalte van afval speelt ook een rol. Alle afvalcategorieën, behalve slib, worden gerapporteerd in normaal nat gewicht. Tijdens de voorbehandeling, bijvoorbeeld de voorbehandeling voor de verwijdering (behandeling van vloeibaar afval, bv. percolaat of emulsie van olie/water), gaat het gewicht van water verloren en komt het afval met een significante gewichtsreductie terecht in de eindverwerking.

·Sommige activiteiten zijn uitgesloten van het toepassingsgebied van bijlage II bij de verordening, zoals afvalmeeverbrandingsinstallaties die alleen specifiek biomassa-afval als brandstof gebruiken.

·Niet al het afval wordt behandeld in het jaar van productie. Sommige afvalstoffen worden tijdelijk opgeslagen. Daardoor kan afval dat in het jaar t werd behandeld afval bevatten dat in het jaar t-1 werd geproduceerd. Afval dat in het jaar t wordt geproduceerd, kan worden behandeld in het jaar t+1.

·Afvalverwerking kan nieuwe soorten afval opleveren en zodoende bijdragen aan de afvalproductie. Zo kan de as die ontstaat bij afvalverbranding ook afval zijn. Om dit effect te kwantificeren geeft de Commissie (Eurostat) een schatting van de indicator “secundair afval”, die afval aggregeert dat ontstaat bij de afvalverwerking.

·Afgedankte voertuigen of apparatuur worden als zodanig alleen gerapporteerd in het kader van de afvalproductiestatistieken. Afvalverwerking wordt gemeten aan het einde van de behandelingsketen, d.w.z. na het weggooien en sorteren. Een voertuig bestaat uit verschillende materialen, zoals metaal en kunststof. Deze materialen worden uiteindelijk gerapporteerd in het kader van de afvalverwerkingsstatistieken. Daarom worden voertuigen en soortgelijke apparatuur alleen in uitzonderlijke gevallen gerapporteerd in het kader van de afvalverwerkingsstatistieken.

Het verschil tussen afvalproductie en afvalverwerking komt niet voort uit het feit dat de statistieken voor deze twee categorieën van verschillende kwaliteit zijn, maar houdt verband met de verschillen in het doel en de concepten van deze twee categorieën. Afhankelijk van de afvalklasse moet het verschil echter binnen bepaalde grenzen blijven. Bij overschrijding van deze limieten wordt de betreffende lidstaat om uitleg gevraagd.

5. Vergelijkbaarheid

16.

Vergelijkbaarheid in de tijd


De door landen ingediende kwaliteitsverslagen zijn een nuttig hulpmiddel om de methodologische veranderingen en de gevolgen daarvan op de vergelijkbaarheid van de gegevens te monitoren. Uit deze kwaliteitsverslagen blijkt dat bijna alle landen hun aanpak van de nationale afvalstoffenstatistieken sinds 2004 aanzienlijk hebben verbeterd. De meeste lidstaten blijven werken aan de verbetering van: i) de gegevenskwaliteit door middel van de gegevensverzameling (bv. door hiaten op te vullen en de dekking te verbeteren); en ii) de efficiëntie van hun methoden.

Het verbeteren van de gegevensverzameling heeft in de loop van de jaren breuken in de tijdreeksen gecreëerd. De landen herzien de gegevensreeksen voor eerdere jaren om het aantal breuken te beperken en de gebruikers worden over de herzieningen ingelicht. De Commissie (Eurostat) signaleert de discontinuïteit van de tijdreeksen in de verspreide datasets.

17.

Vergelijkbaarheid tussen landen


Dankzij de gemeenschappelijke definities en classificaties is voor de meeste sectoren en afvalsoorten de vergelijkbaarheid van de gegevens tussen de landen vrij goed. Bij het vergelijken van de gegevens tussen de landen komt echter nog steeds een aantal problemen voor als gevolg van de verschillende dekking, zoals beschreven in paragraaf 4. Om de gegevens beter vergelijkbaar te maken, wordt het aggregaat “afval zonder groot mineraal afval” gepubliceerd.

6. Belasting voor de ondernemingen

In hun kwaliteitsverslagen tonen de landen een engagement om de rapportagebelasting voor de ondernemingen zo laag mogelijk te houden. Dit is terug te zien in het stijgende aantal landen dat: i) informatie verzamelt over de rapportagebelasting en ii) kan aangeven hoeveel tijd respondenten gemiddeld kwijt zijn aan het invullen van enquêtes en rapportageformulieren. Deze informatie wordt verzameld bij respondenten die de vragenlijsten hebben ingevuld, of vastgesteld op basis van specifieke studies. Ongeveer de helft van de lidstaten maakt gebruikt van administratieve gegevens als hun belangrijkste bron voor de afvalstoffenstatistieken, waardoor de gegevensverstrekkers niet worden belast met bijkomende enquêtes. Andere landen gebruiken administratieve gegevens als één van vele gegevensbronnen. Kleine ondernemingen zijn op verschillende manieren vrijgesteld van de enquêtes 14 .

Steeds meer landen hebben een elektronisch rapporteringssysteem ingevoerd of zijn van plan dit te doen. Deze systemen sturen de uit hoofde van de afvalwetgeving vereiste automatisch door van de afvalverwerkingsinstallaties naar de nationale statistiekautoriteiten.

7. Ontwikkeling van indicatoren

Met behulp van de opgestelde gegevens worden indicatoren berekend. De EU-indicatoren voor duurzame ontwikkeling voor “de productie van afval met uitzondering van groot mineraal afval” 15 en voor “het recyclepercentage van afval met uitzondering van groot mineraal afval” 16 zijn beschikbaar op de website van Eurostat. Deze indicatoren worden gerapporteerd in kilogram per inwoner en als percentage van het behandelde afval per land. De indicator “beheer van afval met uitzondering van groot mineraal afval” toont de eindverwerking van op nationaal niveau geproduceerd afval 17 . In tegenstelling tot de krachtens de verordening verzamelde gegevens valt uitgevoerd afval wel onder deze indicator, maar ingevoerd afval niet.

In december 2018 is het pakket inzake de circulaire economie 18 aangenomen. Om te monitoren hoe de overgang naar een circulaire economie in Europa vordert, biedt Eurostat beleidsmakers en het publiek eenvoudig toegang tot de desbetreffende gegevens in de vorm van tien indicaroten 19 . De indicatoren afvalproductie, voedselafval, recyclepercentage, specifieke afvalstromen en bijdrage van gerecycleerde materialen aan de grondstoffenvraag worden geproduceerd met gegevens die worden verzameld krachtens de verordening, of worden rechtstreeks uit deze gegevens gehaald.

8. Resultaten en verwachtingen

Sinds het laatste verslag van 2016 is grote vooruitgang geboekt met de opstelling van afvalstoffenstatistieken. De volledigheid van de gegevensverstrekking door landen is gestaag verbeterd. De afvalstoffenstatistieken voor de meeste afvalcategorieën zijn inmiddels vrij goed vergelijkbaar tussen de landen en er wordt grote vooruitgang geboekt op weg naar volledige gegevensdekking. In het algemeen zijn de gegevens voor de meeste landen van de juiste kwaliteit. De in het kader van het pakket inzake de circulaire economie herziene afvalwetgeving 20 bevat preciezere regels voor de meting van afvalverwerking en preciezere definities. Hierdoor worden de afvalstoffenstatistieken beter vergelijkbaar tussen landen. De Commissie blijft op andere manieren met de lidstaten samenwerken, bijvoorbeeld door middel van seminars en de uitwisseling van beste praktijken. Een statistisch onderzoek naar groot mineraal afval zou extra inspanningen vereisen.

Na de gegevensverzameling in 2016 zijn de gegevens over afvalproductie en -verwerking nu voor zeven referentiejaren beschikbaar, d.w.z. voor de periode van 2004 tot en met 2016. Met de verlenging van de tijdreeksen worden de gegevens steeds bruikbaarder, bijvoorbeeld voor het ontwikkelen van indicatoren of als input voor klimaatgerelateerde analyses.


(1) PB L 332 van 9.12.2002, blz. 1.
(2) PB L 312 van 22.11.2008, blz. 3.
(3) COM(2008) 355 definitief van 13.6.2008.
(4) COM(2011) 131 definitief van 17.3.2011.
(5) COM(2014) 79 final van 14.2.2014.
(6) COM(2016) 701 final van 3.11.2016.
(7) Eurostat-website over kwaliteitsrapportage: https:/ec.europa.eu/eurostat/web/quality/quality-reporting
(8) PB L 229 van 6.9.2005, blz. 6.
(9) Verordening (EG) nr. 2150/2002, sectie 7, punt 2, van de bijlagen I en II.
(10) https://ec.europa.eu/eurostat/web/waste/data/database
(11) De huidige versie is EAC-Stat, rev. 4, die 51 categorieën omvat, zoals vastgesteld bij Verordening (EU) nr. 849/2010 van de Commissie.
(12) Vastgesteld bij Beschikking 2000/532/EG van de Commissie, laatstelijk gewijzigd bij Beschikking 2014/955/EU van de Commissie. De Europese afvalstoffenclassificatie voor statistieken (EAC-Stat) is puur ingedeeld op basis van afvalmateriaal. De Europese afvalstoffenlijst is veel verder uitgesplitst dan EAC-Stat en is gebaseerd op materiaal, materiaalgebruik en de herkomst van afvalstoffen.
(13) PB L 253 van 28.9.2010, blz. 2.
(14) De uitsluiting van kleine ondernemingen van enquêtes wordt op verschillende manieren vormgegeven. Sommige landen verzamelen gegevens over kleine ondernemingen door steekproefenquêtes te houden en de resultaten vervolgens te extrapoleren. De meeste landen sluiten kleine ondernemingen echter volledig uit. Als de uitsluiting in overeenstemming is met de dekking en kwaliteitsdoelstellingen van artikel 3 van de verordening, kan men de cijfers buiten beschouwing laten. Bij wijze van alternatief mogen de cijfers aan de hand van factorgebaseerde schattingsmodellen worden geëxtrapoleerd. De landen hebben verschillende uitsluitingsdrempels vastgesteld, die meestal aan de hand van het aantal werknemers of de jaarlijks geproduceerde hoeveelheid afval zijn bepaald. Sommige landen combineren beide criteria om er zeker van te zijn dat ook kleine ondernemingen door de gegevensverzameling worden gedekt wanneer zij de vastgestelde afvalproductiedrempel overschrijden.
(15) https://ec.europa.eu/eurostat/databrowser/view/sdg_12_50/default/table?lang=en
(16) https://ec.europa.eu/eurostat/databrowser/view/sdg_12_60/default/table?lang=en
(17) De indicator bestrijkt alle afvalstoffen behalve “groot mineraal afval”. Het biedt een samenhangende reeks van indicatoren die betrekking hebben op alle categorieën van de afvalverwerking die zijn opgenomen in bijlage II, sectie 8, bij de verordening. De reeks indicatoren is gebaseerd op de uit hoofde van de verordening verzamelde gegevens over afvalverwerking die een weerslag vormen van de hoeveelheid afval die in de lidstaten worden beheerd. Bovendien worden de gegevens van de statistieken van de buitenlandse handel (Comext) of nationale gegevens over de invoer/uitvoer van afval gebruikt om de hoeveelheden uitgevoerd afval op te nemen en de hoeveelheden ingevoerd afval van de berekening uit te sluiten.
(18) https://ec.europa.eu/environment/circular-economy/index_en.htm
(19) https://ec.europa.eu/eurostat/web/circular-economy/indicators
(20) https://ec.europa.eu/environment/waste/target_review.htm