Toelichting bij COM(2020)473 - Toekenning van tijdelijke steun op grond van Verordening 2020/672 aan Portugal om het risico op werkloosheid in een noodtoestand als gevolg van COVID-19 te beperken

Dit is een beperkte versie

U kijkt naar een beperkte versie van dit dossier in de EU Monitor.

1. ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

Motivering en doel van het voorstel

In Verordening (EU) 2020/672 van de Raad (“SURE-verordening”) is het rechtskader vastgesteld waarbinnen de Unie aan een lidstaat die een ernstige economische verstoring ondervindt of dreigt te ondervinden als gevolg van de COVID-19-uitbraak, financiële bijstand kan verlenen. Steun in het kader van SURE dient voor het financieren van hoofdzakelijk werktijdverkortingsregelingen of soortgelijke maatregelen ter bescherming van werknemers en zelfstandigen, en zodoende voor het verminderen van werkloosheid en inkomensverlies, alsook, in aanvulling daarop, voor de financiering van sommige maatregelen op gezondheidsgebied, met name op de werkplek.

Op 7 augustus 2020 heeft Portugal de Unie om financiële bijstand op grond van de SURE-verordening verzocht. Overeenkomstig artikel 6, lid 2, van de SURE-verordening heeft de Commissie de Portugese autoriteiten geraadpleegd om de plotse en sterke stijging te verifiëren van de werkelijke en geplande uitgaven die rechtstreeks verband houden met werktijdverkortingsregelingen en soortgelijke maatregelen, alsmede maatregelen op gezondheidsgebied als gevolg van de COVID-19-pandemie. Met name gaat het om:

een ondersteuningsmaatregel voor het behoud van dienstverbanden door tijdelijke werkonderbreking of verkorting van de normale, in de Portugese Arbeidswet neergelegde arbeidstijd. Voor bedrijven die in aanmerking komen, voorziet de maatregel in een uitkering om 70 % van de compensatie voor werknemers te dekken, waarbij die compensatie overeenkomt met twee derde van hun normale brutoloon. Die compensatie (ter waarde van twee derde van het brutoloon) wordt gecorrigeerd zodat zij niet minder bedraagt dan het nationale minimumloon en niet meer dan driemaal het nationale minimumloon. Om voor de maatregel in aanmerking te komen, moeten ondernemingen hun activiteiten hebben opgeschort of aanzienlijk inkomstenverlies lijden;

de nieuwe en vereenvoudigde bijzondere ondersteuning voor het behoud van dienstverbanden door tijdelijke werkonderbreking of verkorting van de normale arbeidstijd. Dit is een soortgelijke maatregel als die van punt 1), maar met vereenvoudigde procedures om sneller aan financiële middelen te komen. Voor bedrijven die in aanmerking komen, voorziet de maatregel in een uitkering om 70 % van de compensatie voor werknemers te dekken, waarbij die compensatie overeenkomt met twee derde van hun normale brutoloon, en in vrijstelling van de werkgeversbijdrage voor de sociale zekerheid. Die compensatie (ter waarde van twee derde van het brutoloon) wordt gecorrigeerd zodat zij niet minder bedraagt dan het nationale minimumloon en niet meer dan driemaal het nationale minimumloon. Om voor de maatregel in aanmerking te komen, moeten ondernemingen hun activiteiten hebben opgeschort of in de 30 dagen vóór de steunaanvraag ten minste 40 % inkomstenverlies hebben geleden in vergelijking met dezelfde maand van het jaar voordien of met het maandelijks gemiddelde van de twee voorafgaande maanden. De maatregel is reeds verschillende keren uitgebreid, onder meer door de compensatie voor werknemers aan te passen tot vier vijfde van hun normale brutoloon en door een uitdovingsregeling in te voeren voor de vrijstelling van de werkgeversbijdrage voor de sociale zekerheid voor de bedrijven die daarvoor in aanmerking kwamen;

bij ondernemingen die zich door de COVID-19-uitbraak in een crisissituatie bevinden, gebruikmaken van maatregelen onder punt 1) of 2) en over een door de openbare diensten voor arbeidsvoorziening en opleiding erkend specifiek beroepsopleidingsprogramma beschikken, kunnen de werknemers en de bedrijven een opleidingspremie ontvangen waarmee een vervangingsinkomen en de opleidingskosten kunnen worden gedekt bij opleiding tijdens de werktijd als alternatief voor werktijdverkorting;

een bijzondere steunmaatregel voor het hernemen van de bedrijfsactiviteiten. Om de terugkeer naar het werk en het behoud van banen te vergemakkelijken, kunnen ondernemingen die gebruikmaakten van maatregelen onder punt 1) of punt 2) een uitkering krijgen die overeenkomst met ofwel een eenmalige betaling ten belope van het nationale minimumloon per werknemer ofwel een gespreide betaling over zes maanden ten belope van tweemaal het nationale minimumloon per werknemer. Bij gespreide steun worden de ondernemingen ook vrijgesteld van 50 % van de werkgeversbijdrage voor de sociale zekerheid voor die werknemers;

een aanvulling ter stabilisering van het inkomen voor werknemers die onder de maatregelen van punt 1) of punt 2) vallen. Werknemers met een brutoloon dat in februari 2020 maximaal tweemaal het nationale minimumloon bedroeg, komen in aanmerking. De werknemers ontvangen een uitkering die overeenkomt met het verschil tussen het brutoloon van februari 2020 en dat van de periode waarin zij onder een van de twee bovengenoemde steunregelingen vielen, voor een bedrag van minimaal 100 en maximaal 351 EUR;

speciale steun voor zelfstandigen, informele werkenden en beherende vennoten. De maatregel voorziet in een maandelijkse uitkering die overeenkomt met hetzij het aangegeven inkomen met een maximum van 438,81 EUR indien het inkomen lager ligt dan 658,21 EUR, hetzij twee derde van het aangegeven inkomen met een maximum van 438,81 EUR indien het inkomen hoger ligt dan 658,21 EUR. Het oorspronkelijke minimum van 219,41 EUR werd toegepast op het totale steunbedrag tussen 13 maart en 30 juni 2020. Om voor de maatregel in aanmerking te komen, moeten deze personen hun activiteiten hebben opgeschort of in de 30 dagen vóór de steunaanvraag ten minste 40 % inkomstenverlies hebben geleden in vergelijking met dezelfde maand van het jaar voordien of met het maandelijks gemiddelde van de twee voorafgaande maanden;

een kinderbijslag voor werknemers die niet kunnen werken omdat zij moeten zorgen voor hun kinderen onder de leeftijd van 12 jaar of voor andere personen ten laste. De maatregel voorziet in een uitkering waarmee 50 % van de compensatie voor de werknemers kan worden gedekt. Doorgaans komt de compensatie voor werknemers overeen met twee derde van het normale brutoloon, gaande van minimaal het nationale minimumloon tot maximaal driemaal het nationale minimumloon;

een bijzondere ondersteuningsmaatregel voor het behoud van het dienstverband van opleidingspersoneel bij annulering van beroepsopleidingen. De overheidssteun bestaat uit een uitkering om het loon van opleidingspersoneel te dekken terwijl de beroepsopleidingen niet doorgaan;

enkele regionale maatregelen in verband met werkgelegenheid in de autonome regio Azoren. De specifieke maatregelen, met inbegrip van regionale aanvullingen op nationale regelingen, met name voor werktijdverkorting, en de steun voor zelfstandigen en ondernemingen voor het hernemen van hun activiteiten zijn gericht op het behoud van dienstverbanden in de Azoren tijdens de COVID-19-uitbraak. De steun wordt gekoppeld aan de voorwaarden dat het dienstverband en de bedrijfsactiviteiten behouden blijven;

enkele regionale maatregelen in verband met werkgelegenheid in de autonome regio Madeira. De specifieke maatregelen, met inbegrip van regionale aanvullingen op nationale regelingen, met name voor werktijdverkorting, en de steun voor zelfstandigen en ondernemingen voor het hernemen van hun activiteiten zijn gericht op het behoud van dienstverbanden in de Azoren tijdens de COVID-19-uitbraak. De steun wordt gekoppeld aan de voorwaarden dat het dienstverband en de bedrijfsactiviteiten behouden blijven;

een toelage voor werknemers en zelfstandigen die hun beroepsactiviteiten tijdelijk niet kunnen uitoefenen omdat zij uit voorzorg in zelfisolatie gaan. Zij hebben recht op een toelage die overeenkomt met hun basisloon;

een ziekte-uitkering voor wie besmet is met COVID-19. In vergelijking met het normale stelsel van ziekte-uitkeringen in Portugal, geldt voor de toekenning van een ziekte-uitkering bij COVID-19 geen wachttermijn. De overheidssteun bestaat uit een uitkering die gelijk is aan het brutoloon;

de aankoop van persoonlijk beschermingsmiddelen voor gebruik op de werkplek, met name in openbare ziekenhuizen, vakdepartementen, gemeenten, de autonome regio’s Azoren en Madeira als gezondheidsmaatregel;

een campagne voor hygiëne op school met het oog op een veilige terugkeer van leerkrachten, ander personeel en leerlingen;

het testen op COVID-19-besmetting bij opgenomen patiënten en personeel van openbare ziekenhuizen, personeel van rusthuizen en kinderopvang;

een bijzondere compensatie voor personeel van de nationale dienst voor gezondheidszorg dat betrokken was bij de strijd tegen de COVID-19-uitbraak. Deze bestaat uit een eenmalige prestatiebonus van 50 % van het normale brutoloon van de werknemer.

Portugal heeft de Commissie de nodige informatie verschaft.

Rekening houdende met het beschikbare bewijsmateriaal stelt de Commissie de Raad voor om een uitvoeringsbesluit vast te stellen waarbij op grond van de SURE-verordening ten behoeve van de bovengenoemde maatregelen financiële bijstand aan Portugal wordt verleend.

Verenigbaarheid met bestaande bepalingen op het beleidsterrein

Het voorliggende voorstel is volledig verenigbaar met Verordening (EU) 2020/672 van de Raad, op grond waarvan het voorstel wordt gedaan.

Dit voorstel vormt een aanvulling op een ander wetgevingsinstrument van de Unie om steun te verlenen aan lidstaten in noodsituaties, namelijk Verordening (EG) nr. 2012/2002 van de Raad van 11 november 2002 tot oprichting van het Solidariteitsfonds van de Europese Unie (“Verordening (EG) nr. 2012/2002”). Op 30 maart is Verordening (EU) 2020/461 van het Europees Parlement en de Raad vastgesteld; bij die verordening wordt het toepassingsgebied van het bovengenoemde instrument uitgebreid tot grote volksgezondheidscrises en wordt bepaald welke specifieke acties in aanmerking komen voor financiering.

Verenigbaarheid met andere beleidsterreinen van de Unie

Het voorstel maakt deel uit van een reeks maatregelen die zijn genomen in respons op de huidige COVID-19-pandemie, zoals het corona-investeringsinitiatief, en vormt een aanvulling op andere instrumenten die de werkgelegenheid ondersteunen, zoals het Europees Sociaal Fonds en het Europees Fonds voor strategische investeringen (EFSI)/InvestEU. Aangezien dit instrument gebruik maakt van het opnemen en verstrekken van leningen om de lidstaten in dit specifieke geval van de COVID-19-uitbraak te ondersteunen, fungeert dit voorstel als tweede verdedigingslinie voor de financiering van regelingen voor werktijdverkorting en soortgelijke maatregelen, die banen en dus ook werknemers en zelfstandigen helpen te beschermen tegen het risico van werkloosheid.

2. RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID

Rechtsgrondslag

De rechtsgrondslag voor dit instrument is Verordening (EU) 2020/672 van de Raad.

Subsidiariteit (bij niet-exclusieve bevoegdheid)

Het voorstel komt er na een verzoek van een lidstaat en is een blijk van Europese solidariteit, doordat financiële bijstand van de Unie in de vorm van tijdelijke leningen wordt verstrekt aan een lidstaat die zwaar door de COVID-19-uitbraak wordt getroffen. Deze financiële bijstand vormt een tweede verdedigingslinie voor een overheid die wordt geconfronteerd met een tijdelijke toename van de overheidsuitgaven voor werktijdverkortingsregelingen en soortgelijke maatregelen om banen te beschermen, en dus ook om werknemers en zelfstandigen te beschermen tegen het risico op werkloosheid en inkomstenverlies.

Deze steun helpt de getroffen bevolking en draagt bij tot het beperken van de directe maatschappelijke en economische gevolgen van de COVID-19-crisis.

Evenredigheid

Het voorstel is in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel. Het gaat niet verder dan wat nodig is om de met het instrument beoogde doelstellingen te verwezenlijken.

3. EVALUATIE, RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELING

Raadpleging van belanghebbenden

Het voorstel moest dringend worden voorbereid zodat het tijdig kan worden aangenomen door de Raad. Daardoor kon geen raadpleging van de belanghebbenden worden uitgevoerd.

Effectbeoordeling

Gezien de urgentie van het voorstel heeft geen effectbeoordeling plaatsgevonden.

4. GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

De Commissie moet leningen op de financiële markten kunnen aangaan en deze vervolgens kunnen gebruiken om zelf leningen te verstrekken aan de lidstaten die financiële bijstand vragen in het kader van het SURE-instrument.

1.

Naast de garanties van de lidstaten worden ook andere waarborgen in het systeem ingebouwd om de financiële soliditeit van de regeling te garanderen:


·een strikte en conservatieve benadering van financieel beheer;

·een leningenportefeuille die zodanig is opgebouwd dat het concentratierisico, het jaarlijkse risico en de buitensporige blootstelling aan risico’s van individuele lidstaten beperkt blijven en die er tegelijkertijd voor zorgt dat voldoende middelen kunnen worden toegekend aan de meest behoeftige lidstaten; en

·de mogelijkheid om schulden door te rollen.