Toelichting bij COM(2023)383 - Sluiting van de vrijwillige partnerschapsovereenkomst met Ivoorkust inzake wetshandhaving, governance en handel in de bosbouw met betrekking tot de invoer van hout en houtproducten in de EU (Flegt)

Dit is een beperkte versie

U kijkt naar een beperkte versie van dit dossier in de EU Monitor.

1. ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

Motivering en doel van het voorstel

In het actieplan voor wetshandhaving, governance en handel in de bosbouw (Flegt)1, dat in 2003 door de Raad werd bekrachtigd2, wordt een reeks maatregelen voorgesteld om illegale houtkap een halt toe te roepen. Deze maatregelen omvatten steun voor de houtproducerende landen, multilaterale samenwerking om de handel in illegaal gekapt hout te bestrijden, steun voor initiatieven van de particuliere sector en acties voor het tegengaan van investeringen in activiteiten die de illegale houtkap aanmoedigen. De hoeksteen van het actieplan is de sluiting van Flegt-partnerschappen tussen de EU en de houtproducerende landen. In 2005 hechtte de Raad zijn goedkeuring aan Verordening (EG) nr. 2173/2005 inzake de opzet van een Flegt-vergunningensysteem voor de invoer van hout in de Europese Gemeenschap3, waarmee de wettigheid van het in het kader van de Flegt-partnerschappen in de EU ingevoerde hout kan worden geverifieerd.

In 2005 heeft de Raad de Commissie opgedragen om met houtproducerende landen te onderhandelen over Flegt-partnerschapsovereenkomsten4.

De onderhandelingen tussen de Commissie en Ivoorkust zijn in 2013 begonnen. De Commissie heeft de Raad regelmatig op de hoogte gehouden van de vorderingen door middel van verslagen aan de werkgroep bosbouw en het comité Flegt/EU-houtverordening. De Commissie heeft ook het Europees Parlement en de belanghebbenden op de hoogte gehouden van de onderhandelingen.

De vrijwillige partnerschapsovereenkomst tussen de EU en Ivoorkust bevat alle elementen die in de onderhandelingsrichtsnoeren van de Raad worden genoemd. In de overeenkomst wordt in het bijzonder een vergunningensysteem ingesteld waarmee de wettigheid wordt gecontroleerd en bevestigd van houtproducten die naar EU- en niet-EU-landen worden uitgevoerd, alsook van hout dat op de binnenlandse markt wordt verkocht. Met betrekking tot ingevoerd hout verbindt Ivoorkust zich ertoe erop toe te zien dat het is gekapt in overeenstemming met de wetgeving van het land van oorsprong. De definitie van wettigheid is gebaseerd op een uitgebreide reeks nationale en internationale wetten die door Ivoorkust zijn geratificeerd en die de drie pijlers van duurzaam bosbeheer weerspiegelen.


Ivoorkust verbindt zich er ook toe zijn hervormingen van de regelgeving voort te zetten om het rechtskader waar nodig te voltooien en te versterken. Het land heeft ook een kader voor toezicht op de naleving en voor de onafhankelijke evaluatie van het systeem vastgesteld. Deze elementen zijn opgenomen in de bijlagen bij de overeenkomst, die een gedetailleerde beschrijving bevatten van de structuren die de basis zullen vormen voor het Ivoriaanse systeem ter waarborging van de wettigheid, alsmede de criteria voor het nemen van een toekomstig besluit over de start van het Flegt-vergunningensysteem.

Bij de overeenkomst wordt een mechanisme voor dialoog en samenwerking tussen de EU en Ivoorkust op het gebied van het Flegt-vergunningensysteem ingesteld in de vorm van het gemengd comité voor toezicht en toetsing (CCMO – Comité conjoint de mise en oeuvre). Het voorziet in een kader voor de participatie van belanghebbenden, sociale waarborgen, verantwoordingsplicht en transparantie. Ook wordt beschreven hoe klachten worden behandeld en hoe toezicht en verslaglegging zullen worden uitgevoerd.

De overeenkomst is niet beperkt tot de in bijlage II bij Verordening (EG) nr. 2173/2005 vermelde producten en omvat een breed scala van houtproducten die worden uitgevoerd.

Het beginsel van non-discriminatie ligt ten grondslag aan de overeenkomst, wat betekent dat belanghebbenden van zowel binnen als buiten de bosbouwsector bij de overeenkomst zullen worden betrokken. Dit omvat belanghebbenden uit de particuliere sector, het maatschappelijk middenveld en lokale gemeenschappen.

In de overeenkomst wordt bepaald dat de invoer aan de grenzen van de Unie zal worden gecontroleerd overeenkomstig Verordening (EG) nr. 2173/2005 inzake het Flegt-vergunningensysteem en Verordening (EG) nr. 1024/2008 tot vaststelling van gedetailleerde maatregelen voor de uitvoering ervan. De overeenkomst bevat een beschrijving van de Flegt-vergunning voor Ivoorkust, die is opgesteld volgens de regels van de uitvoeringsverordening.

Verenigbaarheid met bestaande bepalingen op het beleidsterrein

Het voorstel is in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 995/2010 omdat de houtproducten die vallen onder Flegt-vergunningen die in Ivoorkust in overeenstemming met de overeenkomst zijn afgegeven, zullen worden beschouwd als legaal gekapt zoals vastgesteld in artikel 3 van die verordening.

Verenigbaarheid met andere beleidsterreinen van de Unie

Deze overeenkomst is van belang voor het ontwikkelingssamenwerkingsbeleid van de EU omdat zij de handel in legaal gekapt hout bevordert en de governance van de bosbouw in Ivoorkust versterkt door de transparantie, verantwoordingsplicht en participatie van belanghebbenden te verbeteren. De overeenkomst zal ook duurzaam bosbeheer versterken en bijdragen tot de bestrijding van de klimaatverandering door de reductie van de door ontbossing en bosdegradatie veroorzaakte emissies. De overeenkomst is relevant voor de EU-biodiversiteitsstrategie 2030 omdat zij illegale houthandel bestrijdt en duurzaam bosbeheer en effectieve participatie van lokale gemeenschappen bevordert, wat bijdraagt tot het behoud van de biodiversiteit. Om de door de Europese Unie aangegane bilaterale verbintenissen na te komen en de met partnerlanden geboekte vooruitgang te behouden, bevat de komende EU-verordening betreffende het op de markt van de Unie aanbieden en de uitvoer uit de Unie van bepaalde grondstoffen en producten die met ontbossing en bosdegradatie verband houden5 een bepaling waarin wordt verklaard dat hout en houtproducten waarvoor een geldige Flegt-vergunning is afgegeven, voldoen aan de wettigheidsvereiste van deze verordening. Aangezien deze verordening echter niet alleen betrekking heeft op wettigheid, maar ook vereist dat producten “ontbossingsvrij” zijn, moeten marktdeelnemers nog altijd zorgvuldigheid betrachten om ervoor te zorgen dat het hout dat zij op de EU-markt brengen ontbossingsvrij is.

2. RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID

Rechtsgrondslag

De rechtsgrondslag is artikel 207, lid 3, eerste alinea, en artikel 207, lid 4, eerste alinea, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), in samenhang met artikel 218, lid 6, punt a), v), en artikel 218, lid 7.

De overeenkomst biedt een juridisch kader om ervoor te zorgen dat alle hout en houtproducten die vanuit Ivoorkust in de EU worden ingevoerd, legaal zijn geproduceerd. Daarom is de EU exclusief bevoegd om de overeenkomst te sluiten in overeenstemming met artikel 207, lid 3, eerste alinea, en artikel 207, lid 4, eerste alinea, VWEU. Bij artikel 218, lid 6, punt a), v), VWEU is bepaald dat de Raad dergelijke overeenkomsten sluit. Artikel 218, lid 7, VWEU verleent de Raad de bevoegdheid om de onderhandelaar te machtigen wijzigingen van de overeenkomst namens de EU goed te keuren, als die wijzigingen krachtens een vereenvoudigde procedure of door een bij de overeenkomst opgericht orgaan kunnen worden aangenomen.

Subsidiariteit (bij niet-exclusieve bevoegdheid)

Niet van toepassing.

Evenredigheid

De sluiting van deze overeenkomst is in overeenstemming met het EU-Flegt-actieplan en gaat niet verder dan wat nodig is om de doelstellingen ervan te verwezenlijken.

Keuze van het instrument

Dit voorstel is in overeenstemming met artikel 218, lid 6, punt a), v), VWEU, waarin is bepaald dat de Raad besluiten over de sluiting van internationale overeenkomsten vaststelt.

3. EVALUATIE, RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELING

Evaluatie van bestaande wetgeving en controle van de resultaatgerichtheid ervan

Niet van toepassing.

Raadpleging van belanghebbenden

Niet van toepassing.

Bijeenbrengen en gebruik van expertise

Niet van toepassing.

Effectbeoordeling

Niet van toepassing.

Resultaatgerichtheid en vereenvoudiging

Niet van toepassing.

Grondrechten

Niet van toepassing.

4. GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

Dit initiatief heeft geen gevolgen voor de begroting.

5. OVERIGE ELEMENTEN

Uitvoeringsplanning en regelingen betreffende controle, evaluatie en rapportage

Niet van toepassing.

Toelichtende stukken (bij richtlijnen)

Niet van toepassing.

Artikelsgewijze toelichting

Niet van toepassing.