Overwegingen bij COM(2015)41 - Wijziging van Verordening (EU) 2015/104 met betrekking tot bepaalde vangstmogelijkheden voor zeebaars - EU monitor

EU monitor
Vrijdag 22 februari 2019
kalender

Dit is een beperkte versie

U kijkt naar een beperkte versie van dit dossier in de EU Monitor.

 
 
(1) In Verordening (EU) 2015/104 van de Raad (1) zijn geen vangstbeperkingen voor het zeebaarsbestand (Dicentrarchus labrax) in het noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan opgenomen.

(2) In juni 2014 heeft de Internationale Raad voor het onderzoek van de zee (ICES) wetenschappelijk advies uitgebracht over het zeebaarsbestand in het noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan en bevestigd dat dit bestand sinds 2012 snel achteruitgaat. Bovendien heeft het Wetenschappelijk, Technisch en Economisch Comité voor de visserij (WTECV) de geldende nationale maatregelen ter bescherming van zeebaars beoordeeld en deze, over de hele linie, ondoeltreffend bevonden. Zeebaars is een langzaam groeiende soort die laat geslachtsrijp wordt. De visserijsterfte bij het zeebaarsbestand in het noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan ligt momenteel vier keer zo hoog als het niveau dat de maximale duurzame opbrengst (MDO) zou opleveren.

(3) De Commissie heeft Uitvoeringsverordening (EU) 2015/111 (2) vastgesteld, op basis van artikel 12 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad (3), teneinde de visserijsterfte die door bepaalde commerciële visserijen op zeebaars wordt veroorzaakt, te verminderen.

De recreatievisserij draagt fors bij tot de visserijsterfte bij dit bestand. Daarom moeten vangstmogelijkheden worden vastgesteld in de vorm van een dagelijkse beperking van het aantal vissen dat een recreatievisser mag houden. Er wordt op verschillende manieren aan recreatievisserij gedaan, bijvoorbeeld van een recreatievaartuig of vanaf de kust.

(4) Om problemen bij de uitlegging te voorkomen, moeten de leden 1 en 2 van artikel 7 van Verordening (EU) 2015/104 duidelijker worden geformuleerd, zodat zij overeenkomen met de bewoordingen van artikel 15 van Verordening (EU) nr. 1380/2013.

(5) In afwachting van het advies van de ICES zijn de vangstbeperkingen voor zandspiering in de wateren van de Unie van de ICES-zones IIa, IIIa en IV in bijlage IA bij Verordening (EU) 2015/104 vastgesteld op nul. Aangezien de ICES op 23 februari 2015 advies over het onderhavige bestand heeft uitgebracht, kan nu een totaal toegestane vangst (TAC) voor zandspiering worden bepaald voor dit gebied, dat in zeven beheersgebieden is opgesplitst om plaatselijke uitputting van het betrokken bestand te voorkomen.

(6) Er moet een bepaalde flexibiliteit worden toegestaan tussen gebieden voor scharretongen die eenzelfde biologisch bestand vormen voor alle lidstaten met een quotum in het betreffende gebied.

(7) Verordening (EU) 2015/104 bevat een fout in de TAC en het quotum voor Noorse garnaal in de Noordzee: daarvoor had de TAC voor 2014 moeten worden verlengd. Bijlage IA bij Verordening (EU) 2015/104 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(8) Voor bepaalde visbestanden worden de vangstmogelijkheden en voorwaarden voor toegang tot visbestanden voor vaartuigen in wateren van kuststaten elk jaar vastgesteld in het licht van het visserijoverleg tussen de betrokken kuststaten. Aangezien er voor Atlanto-Scandische haring geen akkoord over de quotaverdeling voor 2015 is bereikt, moet een autonoom quotum worden vastgesteld op basis van de EU-verdeling van dit bestand in de afgelopen jaren. Bijlage IB bij Verordening (EU) 2015/104 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(9) Op haar derde jaarvergadering, in 2015, heeft de Regionale Organisatie voor het visserijbeheer in het zuidelijke deel van de Stille Oceaan (SPRFMO) vangstmogelijkheden aangenomen die een totale toegestane vangst („TAC”) voor Chileense horsmakreel behelzen. Deze maatregel moet in Unierecht worden omgezet.

(10) In een voetnoot in bijlage III bij Verordening (EU) 2015/104 wordt abusievelijk verwezen naar een verlopen overeenkomst; dat moet worden gecorrigeerd.

(11) Voor een juist beeld van de huidige verdeling, voor 2015, van het vistuig tussen de Franse en de Spaanse blauwvintonijnvloot moet bijlage IV bij Verordening (EU) 2015/104, waarin de beperkingen van de vangst-, kweek- en mestcapaciteit voor blauwvintonijn zijn vastgelegd, worden gewijzigd.

(12) Er moet een fout worden gecorrigeerd in de TAC-tabel voor makreel (Scomber scombrus) in de gebieden VI, VII, VIIIa, VIIIb, VIIId en VIIIe; de wateren van de Unie en de internationale wateren van Vb, de internationale wateren van IIa, XII en XIV (MAC/2CX14-).

(13) Uit het wetenschappelijk advies van het WTECV van 2 maart 2015 blijkt dat uit voorzorg een klein bijvangstquotum moet worden toegestaan voor golfrog (Raia undulata) in de ICES-gebieden VIa, VIb, VIIa-c, VIId, VIIe-k, VIII en IX. Bijlage IA bij Verordening (EU) 2015/104 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(14) De Unie heeft, volgens de procedure in de overeenkomst inzake betrekkingen op visserijgebied met de Faeröer aanvullend overleg gepleegd, met betrekking tot de wederzijdse regelingen, over de vangstmogelijkheden, voor 2015, voor Atlanto-Scandische haring en blauwe wijting; het is daarom dienstig vangstmogelijkheden voor die bestanden vast te stellen.

(15) Verordening (EU) 2015/104 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(16) Wanneer meer dan 75 % van een bij wijze van voorzorgsmaatregel vastgestelde TAC is gevangen vóór 31 oktober van het jaar waarvoor deze TAC geldt, kan een lidstaat met een quotum voor dat bestand, uit hoofde van artikel 3, lid 1, van Verordening (EG) nr. 847/96 van de Raad (4), om een verhoging van de TAC verzoeken. De Commissie heeft een verzoek om een verhoging van 10 % voor de TAC van 2014 voor roggen in de Noordzee ontvangen. Deskundigen van het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek van de Commissie hebben de bij het verzoek gevoegde relevante biologische informatie onderzocht en gevalideerd.

(17) Verordening (EU) nr. 43/2014 van de Raad (5) moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(18) De reeds in Verordening (EU) 2015/104 vastgestelde vangstbeperkingen zijn van toepassing met ingang van 1 januari 2015. De bepalingen van de onderhavige verordening betreffende vangstbeperkingen moeten derhalve eveneens met ingang van die datum van toepassing zijn. Een dergelijke toepassing met terugwerkende kracht is niet in strijd met de beginselen van rechtszekerheid en bescherming van gewettigd vertrouwen, aangezien de betrokken vangstmogelijkheden nog niet zijn uitgeput. De nieuwe vangstbeperking voor zeebaars moet echter gelden vanaf de datum van inwerkingtreding van deze verordening. Aangezien de wijziging van vangstbeperkingen invloed heeft op de economische activiteiten en de programmering van het visseizoen van de Unievaartuigen, moet deze verordening onmiddellijk na de bekendmaking ervan in werking treden. Om de redenen die in overweging 16 zijn uiteengezet, zijn de bepalingen voor hogere vangstmogelijkheden voor rog in de Noordzee van toepassing met ingang van 1 januari 2014.