Overwegingen bij COM(2006)57 - Europese betalingsbevelprocedure (door de Commissie overeenkomstig artikel 250, lid 2 van het EG-verdrag ingediend)

Dit is een beperkte versie

U kijkt naar een beperkte versie van dit dossier in de EU Monitor.

 
 
(1) De Gemeenschap heeft zich ten doel gesteld een ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid te handhaven en te ontwikkelen waarin het vrije verkeer van personen is gewaarborgd. Met het oog daarop neemt de Gemeenschap onder meer de maatregelen op het gebied van de justitiële samenwerking in burgerlijke zaken die nodig zijn voor de goede werking van de interne markt.

(2) De Europese Raad van Tampere van 15 en 16 oktober 1999 heeft de Raad en de Commissie verzocht nieuwe wetgeving uit te werken betreffende kwesties die een soepele justitiële samenwerking en een betere toegang tot het recht bevorderen, en heeft in deze context uitdrukkelijk verwezen naar het betalingsbevel.

(3) Op 30 november 2000 heeft de Raad een gezamenlijk programma van de Commissie en de Raad aangenomen betreffende maatregelen voor de uitvoering van het beginsel van wederzijdse erkenning van beslissingen in burgerlijke en handelszaken[5]. Dit programma voorziet in de mogelijkheid om in de Gemeenschap een specifieke, eenvormige of geharmoniseerde procedure in te voeren om op bepaalde gebieden, waaronder dat van de niet-betwiste schuldvorderingen, een rechterlijke beslissing te verkrijgen. Deze kwestie wordt ook behandeld in het op 5 november 2004 door de Europese Raad aangenomen Haags programma, waarin erop wordt aangedrongen voortvarend verder te werken aan een Europese betalingsbevelprocedure.

(4) Op 20 december 2002 heeft de Commissie een Groenboek betreffende een Europese procedure inzake betalingsbevelen en maatregelen ter vereenvoudiging en bespoediging van de procesvoering over geringe vorderingen aangenomen. Het groenboek heeft een raadpleging op gang gebracht over de mogelijke doelstellingen en kenmerken van een eenvormige of geharmoniseerde Europese procedure voor de invordering van niet-betwiste schuldvorderingen.

(5) De snelle en efficiënte invordering van openstaande schulden die niet het voorwerp van een rechtsgeschil zijn, is van het grootste belang voor het bedrijfsleven in de Europese Unie aangezien betalingsachterstanden een belangrijke oorzaak zijn van insolventie die het voortbestaan van bedrijven, vooral kleine en middelgrote bedrijven, in gevaar brengt en tot een groot verlies aan banen leidt.

(6) Hoewel alle lidstaten de kwestie van de invordering van het grote aantal niet-betwiste schuldvorderingen proberen aan te pakken, waarbij de meeste lidstaten een vereenvoudigde betalingsbevelprocedure uitwerken, verschilt zowel de inhoud van de nationale wetgeving als de doeltreffendheid van de interne procedures aanzienlijk. Bovendien zijn acties op grond van de huidige regelgeving in grensoverschrijdende situaties vaak niet-ontvankelijk of in de praktijk niet haalbaar.

(7) De daaruit voortvloeiende belemmeringen voor de toegang tot efficiënte verhaalmogelijkheden in grensoverschrijdende situaties en de verstoring van de mededinging in de interne markt ten gevolge van de ongelijke doeltreffendheid van de procedurele middelen die de schuldeisers in de verschillende lidstaten ter beschikking staan, maken Gemeenschapswetgeving noodzakelijk die schuldeisers en schuldenaren in de gehele Europese Unie gelijke concurrentievoorwaarden waarborgt.

(8) Deze verordening heeft ten doel: de beslechting van een geschil in grensoverschrijdende zaken met betrekking tot niet-betwiste geldvorderingen te vereenvoudigen, te versnellen en goedkoper te maken door een Europese betalingsbevelprocedure in te voeren; het vrije verkeer van Europese betalingsbevelen tussen de lidstaten te bewerkstelligen door minimumnormen vast te stellen waarvan de eerbiediging tot gevolg heeft dat in de lidstaat van tenuitvoerlegging geen intermediaire procedure hoeft te worden ingeleid voorafgaand aan de erkenning en tenuitvoerlegging.

(9) De bij deze verordening ingevoerde procedure is een aanvullend en optioneel instrument voor de eiser, die geheel vrij gebruik kan blijven maken van de procedures uit het nationale recht. Deze verordening komt dus niet in de plaats van, en houdt evenmin een harmonisatie in van de bestaande nationaalrechtelijke mechanismen voor inning van niet-betwiste schuldvorderingen.

(10) In het kader van de procedure moet voor de communicatie tussen het gerecht en de partijen zoveel mogelijk gebruik worden gemaakt van standaardformulieren, teneinde de afhandeling ervan te vergemakkelijken en het gebruik van automatische gegevensverwerking mogelijk te maken.

(11) Wanneer de lidstaten besluiten welke gerechten bevoegd zijn om een Europees betalingsbevel uit te vaardigen, moeten zij naar behoren rekening houden met de noodzaak de toegang tot de rechter te waarborgen.

(12) De eiser moet worden verplicht om in het verzoek om een Europees betalingsbevel gegevens te verstrekken die het mogelijk maken de vordering en de gronden ervoor duidelijk te identificeren, waardoor de verweerder met kennis van zaken kan beslissen of hij de vordering al dan niet wil betwisten.

(13) In deze context moet de eiser ook verplicht zijn bewijselementen aan te voeren waarop hij zou kunnen steunen om de juistheid van zijn beweringen aan te tonen, zonder dat hij daadwerkelijk een schriftelijk bewijsstuk moet overleggen aan het gerecht.

(14) Voor de indiening van een verzoek om een Europees betalingsbevel moeten de toepasselijke gerechtskosten worden betaald.

(15) Het gerecht onderzoekt het verzoek, met inbegrip van de kwestie van de rechtsmacht en de aangevoerde bewijselementen, op basis van de in het formulier vermelde informatie. Aldus zou het gerecht prima facie de gronden van de vordering kunnen onderzoeken en onder meer kennelijk ongegronde of niet-ontvankelijke vorderingen kunnen afwijzen. Dit onderzoek hoeft niet noodzakelijkerwijs door een rechter te worden uitgevoerd.

(16) In het Europees betalingsbevel moet de verweerder ervan in kennis worden gesteld dat hij ofwel de openstaande schuld aan de eiser kan betalen, ofwel binnen een termijn van 30 dagen verzet kan aantekenen, indien hij de vordering wil betwisten. Naast volledige informatie over de vordering, die door de eiser wordt verstrekt, moet de verweerder op de hoogte worden gebracht van de juridische betekenis van het Europees betalingsbevel en met name van de gevolgen van het niet betwisten van de vordering.

(17) Hoewel er geen rechtsmiddel openstaat tegen de afwijzing van een verzoek om een Europees betalingsbevel, sluit dit niet de mogelijkheid uit van herziening van de beslissing op hetzelfde gerechtelijke niveau.

(18) Wegens verschillen tussen de lidstaten op het gebied van de voorschriften voor civiele procedures, en met name de voorschriften inzake de betekening en kennisgeving van stukken, moet een specifieke en gedetailleerde definitie van de minimumnormen worden opgesteld. Met name een wijze van betekening of kennisgeving waarbij wordt uitgegaan van een juridische fictie ten aanzien van de naleving van deze minimumnormen, kan voor de betekening of kennisgeving van een Europees betalingsbevel niet als voldoende worden beschouwd.

(19) Alle in de artikelen 13 en 14 vermelde wijzen van betekening en kennisgeving zijn gebaseerd op volledige zekerheid (artikel 13) of op een zeer hoge mate van waarschijnlijkheid (artikel 14) dat het betekende document de geadresseerde heeft bereikt.

(20) Persoonlijke betekening of kennisgeving aan anderen dan de verweerder zelf, overeenkomstig artikel 14, lid 1, onder a) en b), mag alleen worden geacht aan de vereisten van die bepalingen te voldoen indien deze personen het Europees betalingsbevel daadwerkelijk in ontvangst hebben genomen.

(21) Artikel 15 dient van toepassing te zijn in situaties waarin de verweerder zich niet zelf voor het gerecht kan vertegenwoordigen, zoals in het geval van een rechtspersoon, en waarin van rechtswege is bepaald door wie hij wordt vertegenwoordigd, en in situaties waarin de verweerder een ander, met name een advocaat, heeft gemachtigd hem in de specifieke gerechtelijke procedure te vertegenwoordigen.

(22) Het gerecht moet zorgen voor de volledige naleving van de procedurele minimumnormen en een gestandaardiseerd Europees betalingsbevel uitvaardigen.

(23) De verweerder kan verzet aantekenen door middel van het in de bijlage opgenomen standaardformulier. De gerechten nemen echter andere schriftelijke vormen van verzet in aanmerking indien deze duidelijk zijn geformuleerd.

(24) Indien tijdig verzet is aangetekend, moet een einde worden gesteld aan de Europese betalingsbevelprocedure en moet de zaak automatisch overgaan naar een gewone burgerrechtelijke procedure, tenzij de eiser uitdrukkelijk heeft verzocht de procedure in dat geval stop te zetten. Het concept gewone burgerrechtelijke procedure in deze verordening hoeft niet noodzakelijkerwijs in de zin van het nationale recht te worden uitgelegd.

(25) In uitzonderlijke gevallen moet de verweerder het recht hebben om, zelfs na het verstrijken van de termijn voor het aantekenen van verzet, om heroverweging van het Europees betalingsbevel te verzoeken. Een dergelijke heroverweging in uitzonderlijke gevallen houdt niet in dat de verweerder een tweede mogelijkheid heeft om zich tegen de vordering te verzetten. Tijdens de heroverwegingsprocedure mogen alleen de gronden van de vordering worden onderzocht die voortvloeien uit de door de verweerder aangevoerde uitzonderlijke omstandigheden. Onder andere uitzonderlijke omstandigheden in de zin van artikel 20, lid 2, kan onder meer worden verstaan dat het Europees betalingsbevel op in het formulier verstrekte valse informatie is gebaseerd.

(26) De totale gerechtskosten van een Europees betalingsbevel en van de gewone burgerrechtelijke procedure die volgt op het aantekenen van verzet mogen niet hoger zijn dan de gerechtskosten van een gewone burgerrechtelijke procedure waaraan geen Europese betalingsbevelprocedure is voorafgegaan; deze kosten hebben bijvoorbeeld geen betrekking op advocatenhonoraria of kosten van betekening of kennisgeving van stukken door een andere instantie dan een gerecht.

(27) Een in een lidstaat uitgevaardigd Europees betalingsbevel dat uitvoerbaar is, moet met het oog op de tenuitvoerlegging ervan worden gelijkgesteld aan een betalingsbevel dat is uitgevaardigd in de lidstaat van tenuitvoerlegging. Op grond van het wederzijdse vertrouwen in de rechtspleging in de lidstaten kan door een gerecht van een lidstaat worden vastgesteld dat aan alle voorwaarden voor uitvaardiging van een Europees betalingsbevel is voldaan, zodat het betalingsbevel in alle andere lidstaten ten uitvoer kan worden gelegd, zonder rechterlijke toetsing van de toepassing van de procedurele minimumnormen in de lidstaat waar het betalingsbevel ten uitvoer moet worden gelegd. Onverminderd het bepaalde in deze verordening, en met name artikel 22, lid 1 en 2, en artikel 23, blijven de voorschriften voor de tenuitvoerlegging van een Europees betalingsbevel geregeld bij het nationale recht.

(28) Er zij op gewezen dat de termijnen worden berekend overeenkomstig Verordening (EEG, Euratom) nr. 1182/71 van de Raad van 3 juni 1971 houdende vaststelling van de regels die van toepassing zijn op termijnen, data en aanvangs- en vervaltijden[6].

(29) Daar de doelstellingen van deze verordening niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt en derhalve wegens de omvang of de gevolgen van de verordening beter door de Gemeenschap kunnen worden verwezenlijkt, kan de Gemeenschap, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan wat nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken.

(30) Deze verordening eerbiedigt de grondrechten en neemt de beginselen in acht die met name in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie worden erkend als algemene beginselen van het Gemeenschapsrecht. Deze verordening beoogt meer bepaald te waarborgen dat het recht op een eerlijk proces, zoals dat wordt erkend in artikel 47 van het Handvest, volledig wordt geëerbiedigd.

(31) De voor de uitvoering van deze verordening noodzakelijke maatregelen moeten worden vastgesteld overeenkomstig Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden[7].

(32) Overeenkomstig artikel 3 van het Protocol betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap is gehecht, hebben het Verenigd Koninkrijk en Ierland schriftelijk kenbaar gemaakt dat zij wensen deel te nemen aan de aanneming en toepassing van deze verordening.

(33) Denemarken neemt overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van het Protocol betreffende de positie van Denemarken, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap is gehecht, niet deel aan de aanneming van deze verordening, die derhalve niet bindend voor noch van toepassing in Denemarken is.