Overwegingen bij COM(2010)93 - Agentschap voor het operationele beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht (door de Commissie ingediend overeenkomstig artikel 293, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de EU)

Dit is een beperkte versie

U kijkt naar een beperkte versie van dit dossier in de EU Monitor.

 
 
(1) Het Schengeninformatiesysteem van de tweede generatie (SIS II) is ingesteld bij Verordening (EG) nr. 1987/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 20 december 2006 betreffende de instelling, de werking en het gebruik van het Schengeninformatiesysteem van de tweede generatie (SIS II)[41] en Besluit 2007/533/JBZ van de Raad van 12 juni 2007 betreffende de instelling, de werking en het gebruik van het Schengeninformatiesysteem van de tweede generatie (SIS II)[42]. Overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1987/2006 en Besluit 2007/533/JBZ is gedurende een overgangsperiode de Commissie belast met het operationele beheer van het centrale SIS II. Na die overgangsperiode wordt een beheersautoriteit belast met het operationele beheer van het centrale SIS II en bepaalde aspecten van de communicatie-infrastructuur.

(2) Het visuminformatiesysteem (VIS) is ingesteld bij Beschikking 2004/512/EG van de Raad van 8 juni 2004 betreffende het opzetten van het Visuminformatiesysteem (VIS)[43]. Overeenkomstig Verordening (EG) nr. 767/2008 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het visuminformatiesysteem (VIS) en de uitwisseling tussen de lidstaten van informatie op het gebied van visa voor kort verblijf (VIS-verordening)[44] is gedurende een overgangsperiode de Commissie belast met het operationele beheer van het VIS. Na die overgangsperiode wordt een beheersautoriteit belast met het operationele beheer van het centrale VIS, de nationale interfaces en bepaalde aspecten van de communicatie-infrastructuur.

(3) Eurodac is ingesteld bij Verordening (EG) nr. 2725/2000 van de Raad van 11 december 2000 betreffende de instelling van “Eurodac” voor de vergelijking van vingerafdrukken ten behoeve van een doeltreffende toepassing van de Overeenkomst van Dublin[45]. Overeenkomstig Verordening (EG) nr. XX/2009 betreffende de instelling van “Eurodac” voor de vergelijking van vingerafdrukken ten behoeve van een doeltreffende toepassing van Verordening (EG) nr. […/…] is gedurende een overgangsperiode de Commissie belast met het operationele beheer van Eurodac. Na die overgangsperiode wordt een beheersautoriteit belast met het operationele beheer van het centrale systeem en bepaalde aspecten van de communicatie-infrastructuur.

(4) Teneinde te voorzien in het operationele beheer van SIS II, VIS en Eurodac na afloop van de overgangsperiode, en mogelijk in het operationele beheer van andere informatietechnologiesystemen (“IT-systemen”) op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht, dient een beheersautoriteit te worden opgericht.

(5) Met het oog op het benutten van synergieën moet het operationele beheer van deze systemen bij één entiteit worden ondergebracht, zodat schaalvoordelen kunnen worden gerealiseerd, een kritische massa tot stand kan komen en de hoogst mogelijke benuttingsgraad van kapitaal en personele middelen kan worden gewaarborgd.

(6) De beheersautoriteit dient juridisch, administratief en financieel autonoom te zijn, en dient derhalve de vorm aan te nemen van een regelgevend agentschap met rechtspersoonlijkheid.

(7) De taken van de beheersautoriteit, zoals die zijn vastgesteld bij Verordening (EG) nr. 1987/2006, Verordening (EG) nr. 767/2008 en Verordening (EG) nr. XX/2009 betreffende de instelling van “Eurodac” voor de vergelijking van vingerafdrukken ten behoeve van een doeltreffende toepassing van Verordening (EG) nr. […/…], moeten daarom worden vervuld door dit agentschap. Deze taken omvatten tevens de verdere technische ontwikkeling.

(8) Daarnaast moet het agentschap specifieke opleidingen op het gebied van het VIS en SIS II organiseren.

(9) Tevens kan het agentschap worden belast met de opzet, de ontwikkeling en het operationele beheer van andere grootschalige IT-systemen, op basis van een daartoe strekkend rechtsinstrument ter uitvoering van titel V van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Bovendien moet het agentschap worden belast met het volgen van de ontwikkelingen op onderzoeksgebied en met proefprojecten ten behoeve van grootschalige IT-systemen in het kader van de uitvoering van titel V van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op specifiek en exact verzoek van de Commissie.

(10) Het feit dat een agentschap wordt belast met het operationele beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht doet geen afbreuk aan de specifieke regels die voor die systemen gelden. In het bijzonder zijn de specifieke regels inzake het doel, de toegangsrechten, de beveiligingsmaatregelen en andere vereisten op het gebied van gegevensbescherming voor elk van de systemen waarvan het agentschap het operationele beheer verzorgt, volledig van toepassing.

(11) De lidstaten en de Commissie moeten vertegenwoordigd zijn in een raad van bestuur zodat zij op effectieve wijze toezicht kunnen uitoefenen op het functioneren van het agentschap. Deze raad van bestuur moet beschikken over de noodzakelijke bevoegdheden, met name om het jaarlijks werkprogramma vast te stellen, zijn taken te vervullen met betrekking tot de begroting van het agentschap, de financiële regeling die van toepassing is op het agentschap vast te stellen, de uitvoerend directeur te benoemen en procedures vast te stellen voor het nemen van besluiten door de uitvoerend directeur in verband met de operationele taken van het agentschap.

(12) Om de volledige autonomie en onafhankelijkheid van het agentschap te waarborgen, moet het agentschap de beschikking krijgen over een eigen begroting, die wordt betaald uit de algemene begroting van de Europese Unie. Op de bijdrage van de Unie en andere subsidies die ten laste komen van de algemene begroting van de Europese Unie moet de EU-begrotingsprocedure van toepassing zijn. De Rekenkamer moet de rekeningen controleren.

(13) Het agentschap dient samen te werken met andere agentschappen van de Europese Unie, binnen het kader van hun bevoegdheden, met name met agentschappen die zijn ingesteld op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht.

(14) Bij het verzorgen van het operationele beheer van de IT-systemen moet het agentschap Europese en internationale normen toepassen en de strengste professionele vereisten in acht nemen.

(15) Verordening (EG) nr. 45/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2000 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de communautaire instellingen en organen en betreffende het vrije verkeer van die gegevens[46] is van toepassing op de verwerking van persoonsgegevens door het agentschap. In deze verordening wordt onder meer bepaald dat de Europese toezichthouder voor gegevensbescherming de bevoegdheid heeft bij het agentschap alle informatie te verkrijgen die voor zijn onderzoeken noodzakelijk zijn.

(16) Om een transparante werking van het agentschap te waarborgen, moet Verordening (EG) nr. 1049/2001 van het Europees Parlement en de Raad inzake de toegang van het publiek tot documenten van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie[47] op het agentschap van toepassing zijn.

(17) Verordening (EG) nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en de Raad van 25 mei 1999 betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF)[48] moet van toepassing zijn op het agentschap, dat moet toetreden tot het Interinstitutioneel Akkoord van 25 mei 1999 tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Commissie van de Europese Gemeenschappen betreffende de interne onderzoeken verricht door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF)[49].

(18) Teneinde open en transparante arbeidsvoorwaarden en gelijke behandeling van personeel te waarborgen, moeten zowel op het personeel als op de uitvoerend directeur van het agentschap het statuut van de ambtenaren van de Europese Gemeenschappen en de regeling die van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Gemeenschappen (hierna “het statuut” genoemd) van toepassing zijn, met inbegrip van de voorschriften inzake het beroepsgeheim of een gelijkwaardige geheimhoudingsplicht.

(19) Het agentschap is een door de Unie opgericht orgaan in de zin van artikel 185, lid 1, van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad van 25 juni 2002 houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen[50] en dient zijn financiële regeling in overeenstemming daarmee vast te stellen.

(20) Verordening (EG, Euratom) nr. 2343/2002 van de Commissie van 19 november 2002 houdende de financiële kaderregeling van de organen, bedoeld in artikel 185 van Verordening (EG, Euratom) nr. 1605/2002 van de Raad houdende het Financieel Reglement van toepassing op de algemene begroting van de Europese Gemeenschappen[51] moet op het agentschap van toepassing zijn.

(21) Aangezien de doelstellingen van de voorgestelde maatregel, namelijk de oprichting van een agentschap op EU-niveau dat belast wordt met het operationele beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht, niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt en derhalve vanwege de omvang en de gevolgen van de maatregel beter door de Unie kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie overeenkomstig het in artikel 5 van het EU-Verdrag neergelegde subsidiariteitsbeginsel maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken.

(22) Deze verordening eerbiedigt de grondrechten en de beginselen die zijn vervat in artikel 6, lid 2, van het Verdrag betreffende de Europese Unie en in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.

(23) Voor zover deze verordening betrekking heeft op SIS II en het VIS, neemt Denemarken, overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van het aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie gehechte protocol betreffende de positie van Denemarken, niet deel aan de aanneming van deze verordening en is deze niet bindend voor, noch van toepassing in deze lidstaat. Aangezien deze verordening voortbouwt op het Schengenacquis overeenkomstig de bepalingen van titel V van het derde deel van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, dient Denemarken overeenkomstig artikel 4 van het bovengenoemde protocol binnen een termijn van zes maanden na de datum waarop deze verordening is vastgesteld, te beslissen of het dit instrument al dan niet in zijn nationale wetgeving zal omzetten. Overeenkomstig artikel 5 van het voormalige, aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap gehechte Protocol betreffende de positie van Denemarken, heeft Denemarken beslist Verordening (EG) nr. 1987/2006 en Verordening (EG) nr. 767/2008 in Deens recht om te zetten. Uit hoofde van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en het Koninkrijk Denemarken betreffende de criteria en instrumenten om te bepalen welke staat verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat wordt ingediend in Denemarken of een andere lidstaat van de Europese Unie en Eurodac voor de vergelijking van vingerafdrukken ten behoeve van een doeltreffende toepassing van de Overeenkomst van Dublin[52] heeft Denemarken Verordening (EG) nr. 2725/2000 in zijn nationale wetgeving omgezet.

(24) Voor zover deze verordening betrekking heeft op SIS II als geregeld bij Verordening (EG) nr. 1987/2006 en op het VIS, houdt zij een ontwikkeling in van bepalingen van het Schengenacquis waaraan het Verenigd Koninkrijk niet deelneemt, overeenkomstig Besluit 2000/365/EG van 29 mei 2000 betreffende het verzoek van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland deel te mogen nemen aan enkele van de bepalingen van het Schengenacquis[53]. Derhalve neemt het Verenigd Koninkrijk niet deel aan de aanneming van deze verordening en is deze niet bindend voor, noch van toepassing op het Verenigd Koninkrijk, voor zover de erin vervatte maatregelen een ontwikkeling inhouden van bepalingen van het Schengenacquis die betrekking hebben op SIS II als geregeld bij Verordening (EG) nr. 1987/2006 en op het VIS. Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van het Protocol betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland wat de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht betreft, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en aan het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is gehecht, en onverminderd artikel 4 van dat protocol, neemt het Verenigd Koninkrijk niet deel aan de aanneming van deze verordening en is deze niet bindend voor, noch van toepassing op het Verenigd Koninkrijk, voor zover de erin vervatte maatregelen geen ontwikkeling inhouden van bepalingen van het Schengenacquis die betrekking hebben op SIS II als geregeld bij Verordening (EG) nr. 1987/2006 en op het VIS. Het Verenigd Koninkrijk neemt echter wel deel aan deze verordening voor zover zij betrekking heeft op SIS II als geregeld bij Besluit 2007/533/JBZ van de Raad, overeenkomstig artikel 8, lid 2, van Besluit 2000/365/EG van de Raad van 29 mei 2000 betreffende het verzoek van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland deel te mogen nemen aan enkele van de bepalingen van het Schengenacquis. Voorts heeft het Verenigd Koninkrijk bij brief van 23 september 2009 de voorzitter van de Raad in kennis gesteld van zijn voornemen om deel te nemen aan de aanneming van deze verordening, overeenkomstig artikel 3 van het Protocol betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap is gehecht. Voor zover deze verordening geen betrekking heeft op SIS II als geregeld bij Verordening (EG) nr. 1987/2006 en op het VIS, neemt het Verenigd Koninkrijk derhalve deel aan de aanneming ervan en is zij bindend voor en van toepassing op het Verenigd Koninkrijk.

(25) Voor zover deze verordening betrekking heeft op SIS II als geregeld bij Verordening (EG) nr. 1987/2006 en op het VIS, houdt zij een ontwikkeling in van de bepalingen van het Schengenacquis waaraan Ierland niet deelneemt, overeenkomstig Besluit 2002/192/EG van de Raad van 28 februari 2002 betreffende het verzoek van Ierland deel te mogen nemen aan bepalingen van het Schengenacquis[54]. Derhalve neemt Ierland niet deel aan de aanneming van deze verordening en is deze niet bindend voor, noch van toepassing op Ierland, voor zover de erin vervatte maatregelen een ontwikkeling inhouden van bepalingen van het Schengenacquis die betrekking hebben op SIS II als geregeld bij Verordening (EG) nr. 1987/2006 en op het VIS. Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van het Protocol betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland wat de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht betreft, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en aan het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is gehecht, en onverminderd artikel 4 van dat protocol, neemt Ierland niet deel aan de aanneming van deze verordening en is deze niet bindend voor, noch van toepassing op Ierland, voor zover de erin vervatte maatregelen geen ontwikkeling inhouden van bepalingen van het Schengenacquis die betrekking hebben op SIS II als geregeld bij Verordening (EG) nr. 1987/2006 en op het VIS. Ierland neemt echter wel deel aan deze verordening voor zover zij betrekking heeft op SIS II als geregeld bij Besluit 2007/533/JBZ van de Raad, overeenkomstig artikel 6, lid 2, van Besluit 2002/192/EG van de Raad van 28 februari 2002 betreffende het verzoek van Ierland deel te mogen nemen aan bepalingen van het Schengenacquis.

(26) Wat IJsland en Noorwegen betreft, houdt deze verordening, voor zover zij betrekking heeft op SIS II en het VIS, een ontwikkeling in van het Schengenacquis, als bedoeld in de Overeenkomst tussen de Raad van de Europese Unie, de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen inzake de wijze waarop IJsland en Noorwegen worden betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis[55], dat valt onder het gebied dat bedoeld is in artikel 1, punten A, B en G, van Besluit 1999/437/EG van de Raad van 17 mei 1999 inzake bepaalde toepassingsbepalingen van die overeenkomst[56]. Wat Eurodac betreft, is deze verordening een nieuwe maatregel in de zin van de overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap, de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen betreffende de criteria en de mechanismen voor de vaststelling van de staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat in een lidstaat, in IJsland of in Noorwegen wordt ingediend. Indien de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen besluiten deze verordening in hun nationale wetgeving om te zetten, dienen delegaties van deze landen derhalve zitting te hebben in de raad van bestuur van het agentschap, zij het zonder stemrecht. Om de nadere voorwaarden voor de deelname van de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen aan de activiteiten van het agentschap vast te stellen, moet tussen de Unie en deze twee landen een nadere regeling worden gesloten.

(27) Wat Zwitserland betreft, houdt deze verordening, voor zover zij betrekking heeft op SIS II en het VIS, een ontwikkeling in van de bepalingen van het Schengenacquis, in de zin van de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis[57], die vallen onder het gebied dat is bedoeld in artikel 1, punten A, B en G, van Besluit 1999/437/EG, gelezen in samenhang met artikel 3 van Besluit 2008/146/EG van de Raad van 28 januari 2008 betreffende de sluiting namens de Europese Gemeenschap van die Overeenkomst. Wat Eurodac betreft, is deze verordening een nieuwe maatregel in de zin van de overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de criteria en mechanismen voor de vaststelling van de staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat in een lidstaat of in Zwitserland wordt ingediend. Indien de Zwitserse Bondsstaat besluit deze verordening in zijn nationale wetgeving om te zetten, dient een delegatie van dit land derhalve zitting te hebben in de raad van bestuur van het agentschap, zij het zonder stemrecht. Om de nadere voorwaarden voor de deelname van de Zwitserse Bondsstaat aan de activiteiten van het agentschap vast te stellen, moet tussen de Unie en dit land een nadere regeling worden gesloten.

(28) Wat Liechtenstein betreft, houdt deze verordening, voor zover zij betrekking heeft op SIS II en het VIS, een ontwikkeling in van de bepalingen van het Schengenacquis, als bedoeld in het Protocol tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein betreffende de toetreding van het Vorstendom Liechtenstein tot de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis, die vallen onder het gebied bedoeld in artikel 1, punten A, B en G, van Besluit 1999/437/EG van de Raad van 17 mei 1999, gelezen in samenhang met artikel 3 van Besluit 2008/261/EG van de Raad[58]. Wat Eurodac betreft, is deze verordening een nieuwe maatregel als bedoeld in het Protocol tussen de Europese Gemeenschap, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein betreffende de toetreding van het Vorstendom Liechtenstein tot de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en Zwitserse Bondsstaat inzake de criteria en mechanismen voor de vaststelling van de staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat in een lidstaat of in Zwitserland wordt ingediend[59]. Een delegatie van het vorstendom Liechtenstein dient derhalve zitting te hebben in de raad van bestuur van het agentschap, zij het zonder stemrecht. Om de nadere voorwaarden voor de deelname van het Vorstendom Liechtenstein aan de activiteiten van het agentschap vast te stellen, moet tussen de Unie en dit land een nadere regeling worden gesloten.