Overwegingen bij COM(2017)331 - Wijziging van verordeningen 1095/2010 over de EU-Autoriteit voor effecten en markten en 648/2012 wat betreft vergunningen aan CTPís en erkenning van CTPís uit derde landen - EU monitor

EU monitor
Maandag 9 december 2019
kalender

Dit is een beperkte versie

U kijkt naar een beperkte versie van dit dossier in de EU Monitor.

 
 
1) Verordening (EU) nr.†648/2012 van het Europees Parlement en de Raad 46 vereist dat gestandaardiseerde otc-derivatencontracten worden gecleard via een centrale tegenpartij (hierna ďCTPĒ genoemd) in overeenstemming met soortgelijke vereisten in andere G20-landen. In die verordening werden ook strenge prudentiŽle, organisatorische en bedrijfsvoeringsregels voor CTPís opgenomen en regelingen vastgesteld voor het prudentieel toezicht daarop om de risicoís voor gebruikers van een CTP tot een minimum te beperken en de financiŽle stabiliteit te schragen.

2) Sinds de vaststelling van Verordening (EU) nr.†648/2012 is het volume van CTP-activiteit in de Unie en wereldwijd snel in omvang en reikwijdte toegenomen. De activiteiten van CTPís zullen zich de komende jaren blijven uitbreiden met de invoering van aanvullende clearingverplichtingen en de toename van vrijwillige clearing door tegenpartijen die niet onder de clearingverplichting vallen. Het voorstel van de Commissie van 4 mei 2017 47 tot gerichte wijziging van Verordening (EU) nr.†648/2012 om de doelmatigheid en evenredigheid ervan te verbeteren, zal verdere prikkels creŽren voor CTPís om tegenpartijen centrale clearing van derivaten aan te bieden en clearing toegankelijker maken voor kleine financiŽle en niet-financiŽle tegenpartijen. Hechtere en meer geÔntegreerde kapitaalmarkten als gevolg van de kapitaalmarktenunie (hierna ďKMUĒ genoemd) zullen de vraag naar grensoverschrijdende clearing in de EU doen toenemen, waardoor het belang en de verwevenheid van CTPís binnen het financiŽle stelsel nog groter zullen worden.

3) Het aantal†CTPís die momenteel in de Unie zijn gevestigd en krachtens Verordening (EU) nr.†648/2012 een vergunning hebben, blijft relatief beperkt, namelijk 17 in juni 2017. 28 CTPís uit derde landen zijn erkend in het kader van de gelijkwaardigheidsbepalingen van die verordening, zodat ze ook hun diensten mogen aanbieden aan in de Unie gevestigde clearingleden en handelsplatforms 48 . De clearingmarkten zijn goed geÔntegreerd in de hele Unie, maar tegelijk ook zeer sterk geconcentreerd in bepaalde activaklassen en kennen een hoge mate van verwevenheid. Door de concentratie van het risico is het faillissement van een CTP weinig waarschijnlijk, maar potentieel zeer ingrijpend. In overeenstemming met de G20-consensus heeft de Commissie in november 2016 een voorstel voor een verordening betreffende het herstel en de afwikkeling van CTPís 49 aangenomen om ervoor te zorgen dat de autoriteiten naar behoren zijn voorbereid op een faillerende CTP, waardoor de financiŽle stabiliteit wordt gevrijwaard en de kosten voor de belastingbetaler minimaal blijven.

4) Niettegenstaande dit wetgevingsvoorstel en in het licht van de groeiende omvang, de complexiteit en de grensoverschrijdende dimensie van clearing in de Unie en wereldwijd moeten de toezichtregelingen voor CTPís uit de Unie en uit derde landen worden herbekeken. Door geconstateerde problemen in een vroeg stadium aan te pakken en een duidelijk en coherent toezichtkader voor CTPís uit de Unie en uit derde landen in te stellen, zou de algemene stabiliteit van het financiŽle stelsel van de Unie worden versterkt en het potentiŽle risico van een CTP-faillissement nog verder worden verlaagd.

5) In het licht van het bovenstaande heeft de Commissie op 4 mei 2017 een mededeling aangenomen over de aanpak van uitdagingen voor kritieke financiŽle marktinfrastructuren en de verdere ontwikkeling van de kapitaalmarktenunie 50 , waarin duidelijk wordt gemaakt dat verdere wijzigingen van Verordening (EU) nr.†648/2012 nodig zijn ter verbetering van het huidige kader dat financiŽle stabiliteit waarborgt en de verdere ontwikkeling en verdieping van de KMU ondersteunt.

6) De toezichtregelingen in het kader van Verordening (EU) nr.†648/2012 hangen hoofdzakelijk van de eigen autoriteit af. In de Unie gevestigde CTPís worden momenteel erkend door en staan onder toezicht van colleges van nationale toezichthouders, de Europese Autoriteit voor effecten en markten (ESMA), de betrokken leden van het Europees Stelsel van centrale banken (ESCB), alsook van andere betrokken autoriteiten. De colleges hangen voor de coŲrdinatie en uitwisseling van informatie af van de bevoegde nationale autoriteit die verantwoordelijk is voor de handhaving van de bepalingen in Verordening (EU) nr.†648/2012. Uiteenlopende toezichtpraktijken voor CTPís in de Unie kunnen leiden tot regelgevings- en toezichtarbitrage, waardoor de financiŽle stabiliteit in gevaar kan komen en ongezonde concurrentie kan ontstaan. De Commissie wees op deze nieuwe risicoís en de behoefte aan meer convergentie van toezichtpraktijken in haar mededeling van september 2016 over de KMU 51 en in de openbare raadpleging over de activiteiten van de Europese toezichthoudende autoriteiten (ETAís) 52 .

7) De fundamentele taken van het ESCB omvatten het definiŽren en uitvoeren van het monetair beleid van de Unie en het bevorderen van het vlotte functioneren van betalingssystemen. Veilige en efficiŽnte financiŽlemarktinfrastructuren, met name clearingsystemen, zijn essentieel zijn voor de uitvoering van deze essentiŽle taken en het bereiken van het hoofddoel van het ESCB, namelijk de handhaving van prijsstabiliteit. De betrokken leden van het ESCB, als centrale banken die de valutaís uitgeven van door de CTP geclearde financiŽle instrumenten, moeten worden betrokken bij het toezicht op CTPís, wegens de potentiŽle risicoís die slecht functionerende CTPís kunnen vormen voor de uitoefening van deze essentiŽle taken en de hoofddoelstelling, met negatieve gevolgen voor de instrumenten en tegenpartijen die gebruikt worden voor de doorwerking van het monetaire beleid. Als gevolg daarvan moeten de valuta-uitgevende centrale banken worden betrokken bij de beoordeling van het risicobeheer van een CTP. Hoewel de mandaten van centrale banken en toezichthouders elkaar kunnen overlappen, is bovendien de focus mogelijk zoek wanneer toezichthoudende maatregelen gevolgen hebben voor de voornaamste verantwoordelijkheden van centrale banken op het gebied van prijsstabiliteit, monetair beleid en de betalingssystemen. In crisissituaties kunnen zulke discrepanties de risicoís voor de financiŽle stabiliteit vergroten indien de toewijzing van verantwoordelijkheden tussen de autoriteiten onduidelijk blijft.

8) De Verdragen hebben een economische en monetaire unie ingesteld die de euro als munt heeft, en de Europese Centrale Bank (hierna ďde ECBĒ genoemd) opgericht als instelling van de Unie voor dit doel. De Verdragen bepalen bovendien dat het ESCB wordt bestuurd door de besluitvormende organen van de ECB, en dat enkel de ECB machtiging mag verlenen tot uitgifte van de euro. De specifieke rol van de ECB binnen het ESCB als de centrale bank van uitgifte van de eenheidsmunt van de Unie moet derhalve worden erkend.

9) In het licht van het mondiale karakter van de financiŽle markten en de noodzaak om inconsistenties in het toezicht op CTPís uit de EU en uit derde landen aan te pakken, moet de ESMA meer mogelijkheden krijgen om bij het toezicht op CTPís meer convergentie te betrachten. Om nieuwe taken en verantwoordelijkheden aan de ESMA te kunnen verlenen, moet Verordening (EU) nr.†1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (hierna ďde ESMAĒ genoemd) 53 worden gewijzigd.

10) Een specifieke bestuursvergadering (hierna ďCTP-bestuursvergaderingĒ genoemd) moet worden opgericht binnen de raad van toezichthouders van de ESMA om taken met betrekking tot CTPís in het algemeen, en toezicht op CTPís uit de Unie en uit derde landen in het bijzonder, te verrichten. Om de CTP-bestuursvergadering vlot uit de startblokken te doen komen, moet duidelijkheid worden verschaft over haar contacten met de raad van toezichthouders van de ESMA, haar opzet en de taken die zij moet vervullen.

11) Om te zorgen voor een samenhangende toezichtbenadering en de mandaten van de bevoegde autoriteiten die betrokken zijn bij het toezicht op CTPís, tot hun recht te laten komen, moet de CTP-bestuursvergadering bestaan uit permanente leden en CTP-specifieke leden. Permanente leden zijn het hoofd van de CTP-bestuursvergadering en twee onafhankelijke directeuren, die op onafhankelijke en objectieve wijze moeten optreden in het belang van de Unie als geheel. De Commissie en de ECB moeten ook permanente leden benoemen. De leden van elke specifieke CTP omvatten een vertegenwoordiger van de bevoegde nationale autoriteiten van de lidstaten waar de CTP is gevestigd, die wordt aangewezen overeenkomstig Verordening (EU) nr.†648/2012, en een vertegenwoordiger van de betrokken valuta-uitgevende centrale bank(en). Het hoofd van de CTP-bestuursvergadering moet als waarnemers ook leden van het toezichthoudend college kunnen uitnodigen, alsook vertegenwoordigers van autoriteiten van door de ESMA erkende CTPís uit derde landen, om ervoor te zorgen dat de standpunten van de andere betrokken autoriteiten in aanmerking worden genomen door de CTP-bestuursvergadering. Terwijl de permanente leden moeten deelnemen aan alle vergaderingen van de CTP-bestuursvergadering, geldt dat vereiste voor CTP-specifieke leden en waarnemers enkel indien dat nodig en passend is voor onder hun toezicht staande CTPís. De aanwezigheid van onafhankelijke permanente leden en CTP-specifieke leden moet ervoor zorgen dat in de CTP-bestuursvergadering genomen besluiten consistent, adequaat en evenredig zijn in de hele Unie en dat de betrokken nationale bevoegde autoriteiten, centrale valuta-uitgevende banken en waarnemers worden betrokken bij de besluitvorming in kwesties die betrekking hebben op een in een lidstaat gevestigde CTP.

12) Voor een besluit over een in een lidstaat gevestigde CTP moet de CTP-bestuursvergadering bijeenkomen en ervoor zorgen dat haar permanente leden en de leden in kwestie die de bevoegde nationale autoriteiten vertegenwoordigen en die door de lidstaat zijn aangewezen in overeenstemming met Verordening (EU) nr.†648/2012 bij het besluitvormingsproces worden betrokken, evenals de waarnemers die zijn benoemd door de betrokken valuta-uitgevende centrale banken. Bij het nemen van een besluit over een in een derde land gevestigde CTP mogen enkel de permanente leden, de betrokken valuta-uitgevende centrale bank(en) en eventuele waarnemers van de CTP-bestuursvergadering aan het besluitvormingsproces deelnemen.

13) Om te zorgen voor een passende, doeltreffende en snelle besluitvorming moeten het hoofd, de twee directeuren van de CTP-bestuursvergadering en de vertegenwoordiger van de bevoegde autoriteit van de lidstaat waar de CTP is gevestigd, stemrecht hebben. De vertegenwoordigers van de ECB, de Europese Commissie en de betrokken centrale bank(en), alsmede waarnemers, mogen geen stemrecht hebben. De CTP-bestuursvergadering moet haar besluiten nemen bij gewone meerderheid van haar leden, en het hoofd heeft bij staking van stemmen de doorslaggevende stem.

14) De CTP-bestuursvergadering moet verantwoordelijk zijn voor de specifieke taken die haar zijn opgedragen krachtens Verordening (EU) nr.†648/2012 om te zorgen voor het goede functioneren van de interne markt en voor de financiŽle stabiliteit van de Unie en haar lidstaten.

15) Om doeltreffend toezicht te garanderen, moet de bestuursvergadering van de CTP over specifiek personeel en voldoende middelen beschikken om haar autonomie, onafhankelijkheid en de adequate uitvoering van haar taken te waarborgen. In de verklaring van de ESMA overeenkomstig Verordening (EU) nr.†1095/2010 moeten de gevolgen voor de begroting aan bod komen.

16) Om in een passend niveau van deskundigheid en verantwoordingsplicht te voorzien, moeten het hoofd en de twee directeuren van de CTP-bestuursvergadering worden benoemd op basis van verdienste, vaardigheden, kennis van clearing, post-trading en financiŽle aangelegenheden, alsmede relevante ervaring met betrekking tot het toezicht op en de regulering van CTPís. Zij moeten worden gekozen op basis van een open selectieprocedure. De Commissie legt een voorstel voor de benoeming van kandidaten ter goedkeuring voor aan het Europees Parlement. Nadat het Europees Parlement dat voorstel heeft goedgekeurd, moet de Raad een uitvoeringsbesluit vaststellen.

17) Om de transparantie en de democratische controle te waarborgen en de rechten van de instellingen van de Unie te vrijwaren, moeten het hoofd en de twee directeuren van de CTP-bestuursvergadering verantwoording afleggen aan het Europees Parlement en de Raad voor besluiten die op grond van deze verordening zijn genomen.

18) Het hoofd en de twee directeuren van de CTP-bestuursvergadering moeten op onafhankelijke en objectieve wijze optreden in het belang van de Unie. Zij moeten ervoor zorgen dat naar behoren rekening wordt gehouden met het goede functioneren van de interne markt en de financiŽle stabiliteit in de lidstaten en de Unie.

19) Ter bevordering van consistentie in de hele Unie in het toezicht op CTPís uit de Unie en uit derde landen moet het hoofd van de CTP-bestuursvergadering colleges voorzitten en beheren, en moeten de permanente leden van de CTP-bestuursvergadering deze bijwonen. De ECB moet, indien van toepassing en overeenkomstig Verordening (EU) nr.†1024/2013 van de Raad, ook deelnemen aan de colleges om haar mandaat uit te voeren overeenkomstig artikel†127 van het VWEU.

20) Met het oog op een passend en doeltreffend besluitvormingsproces moeten de permanente leden van de CTP-bestuursvergadering elk ťťn stem in de colleges hebben, met uitzondering van de vertegenwoordiger van de Commissie, die geen stemrecht heeft. De huidige leden van de colleges moeten hun huidige stemrechten behouden.

21) Hoewel de nationale bevoegde autoriteiten hun huidige toezichthoudende taken uit hoofde van Verordening (EU) nr.†648/2012 blijven uitoefenen, is de voorafgaande toestemming van de ESMA vereist voor bepaalde besluiten ter bevordering van consistentie in het toezicht op CTPís in de hele Unie. Een specifiek mechanisme is ingevoerd voor gevallen van onenigheid tussen de ESMA en de bevoegde nationale autoriteiten. Evenzo moet beter rekening worden gehouden met de mandaten van de valuta-uitgevende centrale banken betreffende hun monetaire beleidstaken, vanwege de mogelijke risicoís die het slechte functioneren van een CTP kunnen vormen voor de tenuitvoerlegging van het monetaire beleid van de Unie en het bevorderen van de goede werking van betalingssystemen. Daarom is de voorafgaande toestemming van de betrokken valuta-uitgevende centrale banken vereist voor bepaalde besluiten die door de nationale bevoegde instanties worden overwogen, in het bijzonder wanneer het gaat om de betalings- en afwikkelingsregelingen van een CTP en de bijbehorende procedures voor het beheer van het liquiditeitsrisico voor transacties die luiden in de valuta van die valuta-uitgevende centrale bank.

22) Teneinde de ESMA in staat te stellen haar taken met betrekking tot CTPís doeltreffend uit te voeren, moeten zowel CTPís uit de Unie als CTPís uit derde landen toezichtvergoedingen betalen voor de toezichthoudende en administratieve taken van de ESMA. Deze vergoedingen moeten de vergunningaanvragen van CTPís uit de Unie, de erkenning van CTPís uit een derde land en de jaarlijkse vergoedingen in verband met de taken onder de verantwoordelijkheid van de ESMA bekostigen. De Commissie moet bij gedelegeerde handeling nadere specificaties verschaffen omtrent de soorten vergoedingen, de aangelegenheden waarvoor een vergoeding moet worden betaald, de omvang van de vergoedingen en de manier waarop ze moeten worden betaald door CTPís uit de Unie die een vergunning hebben of aanvragen, en erkende CTPís uit derde landen.

23) De in deze verordening opgenomen toezichtregelingen voor CTPís die clearingdiensten in de Unie aanbieden, moeten ook worden getoetst. De toegang tot informatie, de mogelijkheid om inspecties ter plaatse te verrichten en de mogelijkheid voor de Unie en de autoriteiten van de lidstaten om onderling informatie uit te wisselen over CTPís uit derde landen, moeten worden verbeterd om significante gevolgen voor de financiŽle stabiliteit van entiteiten uit de Unie te voorkomen. Ook bestaat het risico dat wijzigingen in de regels of het regelgevende kader van een CTP uit een derde land niet in aanmerking kunnen worden genomen en negatieve gevolgen hebben voor de regelgevende of toezichthoudende resultaten, waardoor een ongelijk speelveld tussen de Unie en CTPís uit derde landen ontstaat.

24) Een aanzienlijke hoeveelheid financiŽle instrumenten die luiden in de valutaís van de lidstaten wordt gecleard door erkende CTPís uit derde landen. Dit zal sterk toenemen wanneer het Verenigd Koninkrijk zich terugtrekt uit de Unie en de daar gevestigde CTPís niet langer onder de bepalingen van deze verordening zullen vallen. In de toezichthoudende colleges overeengekomen samenwerkingsregelingen zullen niet langer vallen onder de garanties en procedures van deze verordening, met inbegrip van het Hof van Justitie van de Europese Unie. Dit houdt belangrijke uitdagingen in voor de Unie en de autoriteiten van de lidstaten bij het beschermen van de financiŽle stabiliteit.

25) In het kader van haar inzet voor geÔntegreerde financiŽle markten moet de Commissie door middel van besluiten over de gelijkwaardigheid blijven vaststellen dat het juridische en toezichtkader van derde landen voldoet aan de vereisten van Verordening (EU) nr.†648/2012. Met het oog op een betere uitvoering van de huidige regeling inzake gelijkwaardigheid met betrekking tot CTPís moet de Commissie, indien nodig, de criteria voor de beoordeling van de gelijkwaardigheid van regelingen voor CTPís uit een derde land kunnen specificeren. Het is ook noodzakelijk om de ESMA te belasten met toezicht op de ontwikkelingen van de regelgeving en het toezicht in door de Commissie gelijkwaardig bevonden CTP-regelingen van derde landen. Zo moet worden verzekerd dat de criteria voor gelijkwaardigheid en eventuele specifieke voorwaarden voor hun toepassing door derde landen steeds vervuld worden. De ESMA brengt aan de Commissie op vertrouwelijke basis verslag uit over haar bevindingen.

26) Momenteel kan de Commissie te allen tijde een gelijkwaardigheidsbesluit wijzigen, opschorten of intrekken, met name wanneer zich in een derde land nieuwe ontwikkelingen voordoen die duidelijk van invloed zijn op de overeenkomstig de gelijkwaardigheidsvereisten van deze verordening beoordeelde elementen. Wanneer de bevoegde autoriteiten van een derde land niet langer te goeder trouw samenwerken met de ESMA of andere toezichthouders van de Unie of niet meer op doorlopende basis voldoen aan de toepasselijke gelijkwaardigheidsvereisten, kan de Commissie ook, onder meer, de autoriteit van het derde land waarschuwen of een specifieke aanbeveling publiceren. Wanneer de Commissie te allen tijde besluit de gelijkwaardigheid van een derde land ongedaan te maken, kan zij de toepassing van dit besluit uitstellen om de risicoís voor de financiŽle stabiliteit of van verstoringen van de markt op te vangen. Naast deze thans beschikbare bevoegdheden moet de Commissie ook bijzondere voorwaarden kunnen instellen om ervoor te zorgen dat de gelijkwaardigheidscriteria op doorlopende basis worden nageleefd door het derde land waarop een gelijkwaardigheidsbesluit betrekking heeft. De Commissie moet ook voorwaarden kunnen vaststellen die ervoor zorgen dat de ESMA haar verantwoordelijkheden effectief kan uitoefenen met betrekking tot CTPís uit derde landen die zijn erkend op grond van deze verordening of met betrekking tot de monitoring van regelgevings- en toezichtontwikkelingen in derde landen die van belang zijn voor vastgestelde gelijkwaardigheidsbesluiten.

27) Gezien de toenemende grensoverschrijdende dimensie van CTPís en hun verwevenheid met het financiŽle stelsel van de Unie is het noodzakelijk dat de Unie de potentiŽle risicoís van CTPís uit derde landen beter kan identificeren, monitoren en beperken. De rol van de ESMA moet derhalve worden uitgebreid om effectief toezicht te kunnen uitoefenen op CTPís uit derde landen die erkenning aanvragen om clearingdiensten te kunnen verrichten in de Unie. De betrokkenheid van de valuta-uitgevende centrale banken van de Unie bij de erkenning van en het toezicht op CTPís uit derde landen die actief zijn in de valuta die deze banken uitgeven, moet eveneens worden verbeterd. Derhalve moeten valuta-uitgevende centrale banken worden geraadpleegd over bepaalde aspecten die van invloed zijn op hun monetaire beleidstaken in verband met in valuta van de Unie luidende financiŽle instrumenten die in grote mate worden gecleard door buiten de Unie gevestigde CTPís.

28) Zodra de Commissie heeft vastgesteld dat het juridische en toezichtkader van een derde land als gelijkwaardig aan het kader van de Unie kan worden beschouwd, moet bij het erkennen van CTPís uit dat derde land rekening worden gehouden met de risicoís die deze CTPís vormen voor de financiŽle stabiliteit van de Unie of de lidstaat.

29) Bij de behandeling van de aanvraag om erkenning van een CTP uit een derde land moet de ESMA de omvang van het systeemrisico beoordelen dat deze CTP vormt voor de financiŽle stabiliteit van de Unie, aan de hand van objectieve en transparante criteria die in deze verordening zijn vastgelegd. Een gedelegeerde handeling van de Commissie moet nadere invulling te geven aan die criteria.

30) CTPís die niet systeemrelevant zijn voor de financiŽle stabiliteit van de Unie of van ťťn van haar lidstaten, moeten worden beschouwd als ďtier 1Ē-CTPís. CTPís die systeemrelevant zijn of waarschijnlijk zullen worden voor de financiŽle stabiliteit van de Unie of van ťťn van haar lidstaten, moeten worden beschouwd als ďtier 2Ē-CTPís. Wanneer de ESMA vaststelt dat een CTP uit een derde land niet systeemrelevant is voor de financiŽle stabiliteit van de Unie, moeten de bestaande erkenningsvoorwaarden uit hoofde van Verordening (EU) nr.†648/2012 van toepassing zijn op die CTP. Wanneer de ESMA vaststelt dat een CTP uit een derde land systeemrelevant is, moeten aanvullende vereisten worden vastgesteld in verhouding tot de omvang van het risico dat door die CTP wordt gevormd. De ESMA mag een CTP pas erkennen als die CTP voldoet aan deze vereisten.

31) De aanvullende vereisten moeten ook bepaalde prudentiŽle vereisten uit Verordening (EU) nr.†648/2012 omvatten die zijn gericht op het verhogen van de veiligheid en doeltreffendheid van een CTP. Het is de rechtstreekse verantwoordelijkheid van de ESMA om ervoor te zorgen dat een systeemrelevante CTP uit een derde land voldoet aan deze vereisten. De betrokken vereisten moeten de ESMA tevens in staat stellen volledig en effectief toezicht op die CTP uit te oefenen.

32) Met het oog op een passende betrokkenheid van de valuta-uitgevende centrale bank(en) moeten systeemrelevante CTPís uit een derde land ook voldoen aan alle aanvullende vereisten die deze centrale bank(en) noodzakelijk achten. De valuta-uitgevende centrale bank(en) moeten de ESMA zo snel mogelijk bevestigen of de CTP al dan niet voldoet aan de eventuele aanvullende vereisten en in elk geval binnen 180 dagen na de aanvraag van de CTP bij de ESMA.

33) De omvang van het risico dat een systeemrelevante CTP vormt voor het financiŽle stelsel en de stabiliteit van de Unie, varieert. De vereisten voor systeemrelevante CTPís moeten daarom worden toegepast op een wijze die in verhouding staat tot de risicoís die de CTP in kwestie voor de Unie kan vormen. Wanneer de ESMA en de betrokken valuta-uitgevende centrale bank(en) concluderen dat de systeemrelevantie van een CTP uit een derde land zodanig groot is dat aanvullende vereisten de financiŽle stabiliteit van de Unie niet kunnen verzekeren, moet de ESMA de Commissie kunnen aanbevelen dat de CTP in kwestie niet wordt erkend. De Commissie moet een uitvoeringshandeling kunnen vaststellen waarmee zij verklaart dat de CTP uit het derde land zich moet vestigen in de Unie en daar een vergunning moet hebben om clearingdiensten te kunnen verrichten in de Unie.

34) De ESMA moet de erkenning van CTPís uit derde landen alsook hun classificatie als tier 1- of tier 2-CTPís regelmatig beoordelen. In dit verband moet de ESMA rekening houden met, onder andere, de veranderingen in de aard, de omvang en de complexiteit van de activiteiten van de CTP uit een derde land. Dergelijke beoordelingen moeten minstens om de twee jaar en indien nodig vaker plaatsvinden.

35) De ESMA moet ook rekening kunnen houden met de mate waarin de conformiteit van een systeemrelevante CTP uit een derde land met de in dat derde land geldende vereisten kan worden vergeleken met de naleving door die CTP van de vereisten in Verordening (EU) nr.†648/2012. De Commissie moet een gedelegeerde handeling vaststellen tot nadere omschrijving van de voorwaarden om een dergelijke vergelijkbare conformiteit te beoordelen.

36) De ESMA moet alle noodzakelijke bevoegdheden hebben om toezicht uit te oefenen op erkende CTPís uit een derde land om ervoor te zorgen dat deze blijven voldoen aan de voorschriften van Verordening (EU) nr.†648/2012. Op bepaalde gebieden moeten de besluiten van de ESMA vooraf worden goedgekeurd door de betrokken valuta-uitgevende centrale bank(en).

37) De ESMA moet CTPís uit een derde land geldboeten kunnen opleggen wanneer zij tot de bevinding komt dat deze opzettelijk of uit onachtzaamheid een inbreuk op deze verordening hebben gepleegd. Bovendien moet de ESMA systeemrelevante CTPís geldboeten kunnen opleggen wanneer zij tot de bevinding komt dat deze opzettelijk of uit onachtzaamheid een inbreuk op de op hen toepasselijke aanvullende vereisten van deze verordening hebben gepleegd.

38) De ESMA moet dwangsommen kunnen opleggen om CTPís uit derde landen te dwingen een inbreuk te beŽindigen, de volledige en juiste informatie te verstrekken die ESMA heeft geŽist of een onderzoek of een inspectie ter plaatse te ondergaan.

39) De ESMA moet geldboeten kunnen opleggen aan zowel tier 1- als tier 2-CTPís wanneer zij tot de bevinding komt dat deze opzettelijk of uit onachtzaamheid een inbreuk op deze verordening hebben gepleegd door de ESMA onjuiste of misleidende informatie te verschaffen. De ESMA moet tier 2-CTPís geldboeten kunnen opleggen wanneer zij tot de bevinding komt dat deze opzettelijk of uit onachtzaamheid een inbreuk hebben gepleegd op de aanvullende vereisten in deze verordening die op hen van toepassing zijn.

40) Geldboeten moeten worden opgelegd in overeenstemming met de ernst van de inbreuken. De inbreuken moeten worden ingedeeld in verschillende groepen die met specifieke boeten worden bestraft. Om het bedrag van de boete voor een bepaalde inbreuk vast te stellen, moet de ESMA in twee fasen te werk gaan, namelijk de vaststelling van een basisbedrag van de boete en, indien nodig, de aanpassing van dit basisbedrag door bepaalde coŽfficiŽnten. Het basisbedrag moet rekening houdend met de jaaromzet van de betrokken CTP uit het derde land worden vastgesteld, en door toepassing, overeenkomstig deze verordening, van de desbetreffende coŽfficiŽnten naar boven of naar beneden worden bijgesteld.

41) In het kader van deze verordening moeten er coŽfficiŽnten voor verzwarende en verzachtende omstandigheden worden opgesteld zodat de ESMA over de nodige instrumenten beschikt om, rekening houdend met de omstandigheden, een boete vast te stellen die evenredig is met de ernst van de door een CTP uit een derde land gepleegde inbreuk.

42) Het besluit tot het opleggen van boeten of dwangsommen moet gebaseerd zijn op een onafhankelijk onderzoek.

43) Alvorens de ESMA beslist geldboeten of dwangsommen op te leggen, moet zij de aan de procedure onderworpen personen in de gelegenheid stellen te worden gehoord om hun recht van verweer te eerbiedigen.

44) De ESMA dient van het opleggen van geldboeten of dwangsommen af te zien wanneer een eerdere vrijspraak of veroordeling in een krachtens het nationale recht gevoerde strafprocedure wegens hetzelfde feit of in wezen gelijkaardige feiten reeds in kracht van gewijsde is gegaan.

45) De besluiten van de ESMA inzake geldboeten en dwangsommen moeten uitvoerbaar zijn en de tenuitvoerlegging ervan moet geschieden volgens de bepalingen van burgerlijke rechtsvordering die van kracht zijn op het grondgebied van de staat waar zij plaatsvindt. De bepalingen van burgerlijke rechtsvordering mogen geen bepalingen van strafvordering omvatten, maar kunnen bepalingen betreffende administratieve procedures omvatten.

46) In geval van een inbreuk door een tier 2-CTP moet de ESMA de bevoegdheid krijgen een scala van toezichtmaatregelen te nemen, onder meer de verplichting voor een tier 2-CTP om een inbreuk te beŽindigen en, in laatste instantie, de intrekking van een erkenning, wanneer een tier 2-CTP de bepalingen van deze verordening in ernstige mate of herhaaldelijk heeft geschonden. De ESMA moet bij de toepassing van de toezichtmaatregelen rekening houden met de aard en de ernst van de inbreuk en het evenredigheidsbeginsel eerbiedigen. Alvorens tot toezichtmaatregelen te besluiten, moet de ESMA de personen die aan een procedure worden onderworpen, de gelegenheid geven te worden gehoord, teneinde te voldoen aan hun rechten van verweer.

47) De validering van significante wijzigingen van de modellen en parameters die zijn vastgesteld voor de berekening van de marginvereisten van een CTP, bijdragen in het wanbetalingsfonds, zekerheidsvereisten, en andere mechanismen voor risicobeheersing, moet worden aangepast aan het nieuwe vereiste van voorafgaande toestemming door de ESMA met bepaalde besluiten van de bevoegde nationale autoriteit met betrekking tot in de Unie gevestigde CTPís. Om de procedures voor modelvalidering te vereenvoudigen, moet ťťn validering door de bevoegde nationale autoriteit die onderworpen is aan voorafgaande toestemming van de ESMA, de twee valideringen vervangen die de nationale bevoegde autoriteit en de ESMA onafhankelijk van elkaar moesten verrichten. Bovendien moet de wisselwerking tussen de validering en het besluit van het college worden verduidelijkt. Een significante wijziging van die modellen en parameters moet indien nodig voorlopig kunnen worden vastgesteld, met name wanneer een snelle wijziging noodzakelijk is om de soliditeit van het risicobeheer van de CTP te waarborgen.

48) Aan de Commissie moet de bevoegdheid om handelingen vast te stellen overeenkomstig artikel†290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie worden verleend met betrekking tot de nadere specificatie van het type vergoedingen, de aangelegenheden waarvoor vergoedingen verschuldigd zijn, het bedrag van de vergoedingen en de wijze waarop deze moeten worden betaald; de specificatie van de voorwaarden waaronder de criteria worden bepaald om vast te stellen of een CTP uit een derde land systeemrelevant is of waarschijnlijk zal worden voor de financiŽle stabiliteit van de Unie of van ťťn of meer van haar lidstaten; de nadere specificatie van de criteria die moeten worden gebruikt bij de beoordeling van gelijkwaardigheid van derde landen; de specificatie hoe en onder welke voorwaarden bepaalde vereisten worden nageleefd door CTPís uit een derde land; nadere procedureregels met betrekking tot het opleggen van boeten of dwangsommen, met inbegrip van bepalingen inzake het recht van verweer, termijnen, het innen van boeten of dwangsommen en de verjaringstermijnen voor het opleggen en afdwingen van dwangsommen of boeten; maatregelen om bijlage IV aan te passen aan de ontwikkelingen op de financiŽle markten.

49) Om te zorgen voor eenvormige voorwaarden voor de toepassing van deze verordening, en met name met betrekking tot de erkenning van CTPís uit derde landen en de gelijkwaardigheid van de rechtskaders uit derde landen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden verleend.

50) Aangezien de doelstellingen van deze richtlijn, namelijk het bevorderen van de veiligheid en doelmatigheid van CTPís door het invoeren van eenvormige vereisten voor hun activiteiten, niet voldoende door de lidstaten kunnen worden bereikt, maar vanwege de omvang en de gevolgen ervan beter door de Unie kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie overeenkomstig het in artikel†5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel maatregelen treffen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken.

51) Het gebruik door de ESMA van haar bevoegdheid tot erkenning van een CTP uit een derde land als tier 1- of tier 2-CTP moet worden uitgesteld tot de criteria nader zijn gespecificeerd aan de hand waarvan kan worden beoordeeld of een CTP uit een derde land al dan niet systeemrelevant is, of waarschijnlijk zal worden voor het financiŽle stelsel van de Europese Unie of van ťťn of meer van haar lidstaten.

52) Verordening (EU) nr. 1095/2010 en Verordening (EU) nr. 648/2012 dienen derhalve dienovereenkomstig te worden gewijzigd,