Overwegingen bij COM(2018)325 - Stelsel van eigen middelen van de EU - EU monitor

EU monitor
Zaterdag 21 september 2019
kalender

Dit is een beperkte versie

U kijkt naar een beperkte versie van dit dossier in de EU Monitor.

 
dossier COM(2018)325 - Stelsel van eigen middelen van de EU.
document COM(2018)325 NLEN
datum 2†mei†2018
 
(1) Het stelsel van eigen middelen van de Unie moet de zekerheid bieden dat de middelen toereikend zijn voor een geordende ontwikkeling van het beleid van de Unie, zonder dat daarbij de noodzaak van een strakke begrotingsdiscipline uit het oog wordt verloren. De ontwikkeling van het stelsel van eigen middelen kan en moet tevens in zo groot mogelijke mate bijdragen tot de ontwikkeling van beleidsinitiatieven van de Unie.

(2) De Europese Raad van 7 en 8†februari†2013 heeft een beroep gedaan op de Raad om te blijven voortwerken aan het voorstel van de Commissie voor een nieuwe vorm van eigen middelen uit de belasting over de toegevoegde waarde om die zo eenvoudig en transparant mogelijk te maken, het verband met het Uniebeleid inzake belasting over de toegevoegde waarde en de feitelijke ontvangsten uit de belasting over de toegevoegde waarde te versterken en een gelijke behandeling van de belastingbetalers in alle lidstaten te waarborgen.

(3) In juni 2017 heeft de Commissie een discussienota aangenomen over de toekomst van de EU-financiŽn 18 . De Commissie stelde een reeks opties voor om de eigen middelen zichtbaarder aan Uniebeleidslijnen te koppelen, met name de eengemaakte markt en duurzame groei. Volgens deze nota moet bij de introductie van nieuwe eigen middelen aandacht worden besteed aan de transparantie, eenvoud en stabiliteit ervan, aan de samenhang met de beleidsdoelstellingen van de Unie, aan het effect ervan op het concurrentievermogen en op duurzame groei en aan de billijke verdeling ervan onder de lidstaten.

(4) Met het Verdrag van Lissabon zijn veranderingen doorgevoerd aan de bepalingen met betrekking tot het stelsel van de eigen middelen, waardoor het aantal bestaande middelen kan worden verminderd en nieuwe eigen middelen kunnen worden gecreŽerd.

(5) Het bestaande stelsel om de eigen middelen uit de belasting over de toegevoegde waarde vast te stellen, is herhaaldelijk door de Rekenkamer, het Europees Parlement en de lidstaten gekritiseerd als te ingewikkeld. Daarom is het passend om de berekening van die eigen middelen te vereenvoudigen.

(6) Om de financieringsinstrumenten van de Unie beter op haar beleidsprioriteiten af te stemmen, om de rol van het Uniebudget voor het functioneren van de eengemaakte markt beter tot uiting te brengen, om de doelstellingen van Uniebeleid beter te ondersteunen en om de op het bruto nationaal inkomen gebaseerde bijdragen van de lidstaten aan de jaarlijkse begroting van de Unie te verlagen, dienen nieuwe categorieŽn eigen middelen te worden ingevoerd die zijn gebaseerd op de gemeenschappelijke geconsolideerde heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting, de nationale ontvangsten uit het emissiehandelssysteem van de Europese Unie en een op basis van niet-gerecycleerd kunststof verpakkingsafval gebaseerde nationale bijdrage.

(7) De Europese eengemaakte markt komt ondernemingen die in meer dan ťťn lidstaat actief zijn, zeer ten goede. Door het heterogene karakter van belastingstelsels in de Unie ontstaat echter een oneerlijk voordeel voor vennootschappen die kunnen vermijden vennootschapsbelasting te betalen daar waar zij waarde creŽren. De Commissievoorstellen van 2016 19 voor een gemeenschappelijke heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting en gemeenschappelijke geconsolideerde heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting willen een antwoord bieden op deze oneerlijke situatie door een gelijk speelveld te herstellen. Deze categorie eigen middelen zou erin bestaan dat een uniform afdrachtpercentage wordt toegepast op het aan elke lidstaat volgens de Unieregels inzake de gemeenschappelijke geconsolideerde heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting toegewezen aandeel van de belastbare winst. Deze eigen middelen dienen alleen te gelden voor de entiteiten waarvoor de Unieregels inzake de gemeenschappelijke geconsolideerde heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting verplicht zijn.

(8) De Unie beschouwt het als een prioriteit om haar doelstelling te behalen van een emissiereductie met ten minste 40†% tussen 1990 en 2030, waartoe zij zich op grond van het Klimaatakkoord van Parijs heeft verbonden. Het emissiehandelssysteem van de Europese Unie is een van de belangrijkste instrumenten die zijn opgezet om deze doelstelling tot uitvoer te brengen en genereert ontvangsten via de veiling van emissierechten. Gezien het geharmoniseerde karakter van het emissiehandelssysteem van de Europese Unie en de financiering die de Unie verschaft om mitigatie- en aanpassingsinspanningen in de lidstaten te stimuleren, is het passend om in dit verband een nieuwe categorie eigen middelen voor de Uniebegroting in te voeren. Deze eigen middelen dienen te zijn gebaseerd op de door lidstaten geveilde rechten, met inbegrip van de voorlopige kosteloze toewijzing aan de energiesector. Om rekening te houden met de specifieke bepalingen voor bepaalde lidstaten waarin wordt voorzien door Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad 20 , dienen emissierechten die met het oog op solidariteit en groei over bepaalde lidstaten worden verdeeld, alsmede voor het innovatiefonds en het moderniseringsfonds bestemde rechten niet te worden meegerekend voor het bepalen van de eigenmiddelenbijdrage.

(9) Aansluitend bij de Uniestrategie voor kunststoffen kan de Uniebegroting helpen bij te dragen aan het terugdringen van vervuiling door kunststof verpakkingsafval. Een categorie eigen middelen die is gebaseerd op een nationale bijdrage die evenredig is aan de hoeveelheid kunststof verpakkingsafval die niet wordt gerecycleerd in elke lidstaat, zal voor een prikkel zorgen om het verbruik van kunststoffen voor eenmalig gebruik terug te dringen, zal recyclage stimuleren en zal impulsen geven aan de circulaire economie. Ter zelfdertijd zal het lidstaten vrij staan om de meest geschikte maatregelen te nemen om die doelstellingen te behalen, in lijn met het subsidiariteitsbeginsel.

(10) Vermeden dient te worden dat lidstaten die thans correcties krijgen, geconfronteerd worden met een aanzienlijke en plotse verhoging van hun nationale bijdragen. Daarom dient tijdens een overgangsperiode te worden voorzien in tijdelijke correcties voor Oostenrijk, Denemarken, Duitsland, Nederland en Zweden door middel van forfaitaire verlagingen van hun op het bruto nationaal inkomen gebaseerde bijdragen. Die correcties dienen te worden uitgefaseerd tegen eind 2025.

(11) Door als inningskosten 20†% in te houden van de bedragen die door de lidstaten voor de traditionele eigen middelen worden geÔnd, wordt een hoog percentage eigen middelen niet aan de Uniebegroting ter beschikking gesteld. De door lidstaten op de traditionele eigen middelen ingehouden inningkosten dienen van 20†% opnieuw op het oorspronkelijke niveau van 10†% te worden gebracht, om financiŽle ondersteuning voor douaneapparatuur, personeel en informatie beter af te stemmen op de daadwerkelijke kosten en behoeften.

(12) Overeenkomstig artikel 311, vierde alinea, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie moet de Raad uitvoeringsmaatregelen voor het stelsel van eigen middelen van de Unie vaststellen. Dergelijke maatregelen dienen bepalingen van algemene en technische aard te omvatten, die gelden voor alle soorten eigen middelen en waarvoor passend parlementair toezicht van bijzonder belang is. Die maatregelen dienen nadere regels te bevatten voor het vaststellen van de in artikel 2, lid 1, genoemde ter beschikking te stellen bedragen aan eigen middelen, met inbegrip van de in artikel 2, lid 1, onder b) tot en met e), genoemde afdrachtpercentages voor de eigen middelen, de technische kwesties met betrekking tot het bruto nationaal inkomen, de bepalingen en regelingen die noodzakelijk zijn voor de uitoefening van de controle en het toezicht op de inning van eigen middelen, met inbegrip van regels betreffende de controles en bevoegdheden van ambtenaren en andere personeelsleden die door Commissie gemachtigd zijn om controles uit te voeren en eventuele relevante rapportagevereisten.

(13) De integratie van het Europees Ontwikkelingsfonds in de Uniebegroting zal vergezeld moeten gaan van een verhoging van de in het eigenmiddelenbesluit vastgestelde maxima. Een voldoende marge tussen de betalingen en de maxima voor de eigen middelen is noodzakelijk om ervoor te zorgen dat de Unie - onder alle omstandigheden - in staat is haar financiŽle verplichtingen na te komen, zelfs in tijden van economische neergang. Het maximum van de eigen middelen dient derhalve te worden verhoogd tot 1,29†% van de som van het bruto nationaal inkomen van de lidstaten tegen marktprijzen voor betalingskredieten en tot 1,35†% voor de vastleggingskredieten.

(14) Om redenen van samenhang, continuÔteit en rechtszekerheid dienen er bepalingen te worden vastgesteld die een soepele transitie mogelijk maken van het bij Besluit 2014/335/EG, Euratom ingevoerde stelsel naar het uit dit besluit voortvloeiende stelsel.

(15) Voor de toepassing van dit besluit dienen alle bedragen te worden uitgedrukt in euro.

(16) Om de transitie naar het herziene stelsel van eigen middelen te waarborgen en om ervoor te zorgen dat deze met het begrotingsjaar samenvalt, dient dit besluit met ingang van 1†januari†2021 van toepassing te zijn.†De bepalingen betreffende de bijdrage op basis van de gemeenschappelijke geconsolideerde heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting dienen evenwel geen terugwerkende kracht te hebben en dienen te worden uitgesteld aangezien Unieregels betreffende de gemeenschappelijke geconsolideerde heffingsgrondslag voor de vennootschapsbelasting nog niet zijn vastgesteld,†