Overwegingen bij COM(2018)380 - Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) - EU monitor

EU monitor
Donderdag 24 oktober 2019
kalender

Dit is een beperkte versie

U kijkt naar een beperkte versie van dit dossier in de EU Monitor.

 
dossier COM(2018)380 - Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG).
document COM(2018)380 NLEN
datum 30†mei†2018
 
(1) Bij de uitvoering van de fondsen moeten de in artikel†3 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) en in artikel†10†VWEU neergelegde horizontale beginselen, met inbegrip van de in artikel†5 VEU neergelegde beginselen van subsidiariteit en evenredigheid, worden geŽerbiedigd, rekening houdend met het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. De lidstaten en de Commissie moeten ernaar streven ongelijkheden tussen mannen en vrouwen op te heffen en de gelijkheid van mannen en vrouwen te bevorderen, het genderperspectief te integreren en discriminatie op grond van geslacht, ras of etnische afkomst, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele gerichtheid te bestrijden. De doelstellingen van de fondsen moeten worden nagestreefd in het kader van duurzame ontwikkeling en van de bevordering door de Unie van de in de artikelen†11 en†191, lid†1, VWEU verankerde doelstelling inzake behoud, bescherming en verbetering van de kwaliteit van het milieu, waarbij het beginsel 'de vervuiler betaalt' wordt toegepast.

(2) Op 17†november 2017 hebben het Europees Parlement, de Raad en de Commissie gezamenlijk de Europese pijler van sociale rechten 15 afgekondigd als reactie op de sociale uitdagingen in Europa. Rekening houdend met de veranderende realiteit van de arbeidsmarkt, moet de Unie voorbereid worden op de huidige en toekomstige uitdagingen van de globalisering en digitalisering, door groei inclusiever te maken en het sociaal en werkgelegenheidsbeleid te verbeteren. De twintig kernbeginselen van de pijler zijn opgebouwd rond drie categorieŽn: gelijke kansen en toegang tot de arbeidsmarkt, billijke arbeidsvoorwaarden, en sociale bescherming en inclusie. De Europese pijler van sociale rechten fungeert als overkoepelende leidraad voor het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering (EFG) en stelt de Unie in staat de toepasselijke beginselen in de praktijk te brengen in het geval van grote herstructureringen.

(3) Op 20†juni 2017 heeft de Raad de reactie van de Unie 16 op de Agenda†2030 voor duurzame ontwikkeling van de Verenigde Naties (VN) 17 , 'Een duurzame Europese toekomst', bekrachtigd. De Raad onderstreept hoe belangrijk het is om duurzame ontwikkeling te bereiken in al haar drie dimensies (economisch, sociaal en milieu), en om dit op een evenwichtige en geÔntegreerde wijze te doen. Het is cruciaal dat duurzame ontwikkeling integraal deel gaat uitmaken van het beleidskader van de EU en dat de Unie ambitieus beleid voert om wereldwijde uitdagingen aan te pakken. De Raad verwelkomde de mededeling van de Commissie 'Volgende stappen voor een duurzame Europese toekomst' van 22†november 2016 als een eerste stap naar het integreren van de duurzameontwikkelingsdoelstellingen en het centraal stellen van duurzame ontwikkeling in alle beleidsdomeinen van de Unie, ook via haar financieringsinstrumenten.

(4) In februari 2018 heeft de Commissie haar mededeling 'Een nieuw, modern meerjarig financieel kader voor een Europese Unie die efficiŽnt haar prioriteiten verwezenlijkt na 2020' 18 vastgesteld. In de mededeling wordt onderstreept dat de Uniebegroting eveneens de unieke sociale markteconomie van Europa moet ondersteunen. Daarom zal het van het grootste belang zijn om de werkgelegenheidskansen te verbeteren en de knelpunten op het gebied van vaardigheden aan te pakken, in het bijzonder ook die welke verband houden met de digitalisering. Budgettaire flexibiliteit moet een belangrijk beginsel zijn van het volgende meerjarig financieel kader. De flexibiliteitsmechanismen moeten worden behouden om de Unie in staat te stellen te reageren op onvoorziene gebeurtenissen en ervoor te zorgen dat de begrotingsmiddelen worden gebruikt waar zij het hardst nodig zijn.

(5) In haar " Witboek over de toekomst van Europa " 19 uit de Commissie haar bezorgdheid over isolationistische bewegingen, toenemende twijfels over de voordelen van open handel en de sociale markteconomie van de Unie in het algemeen.

(6) In haar " discussienota over het in goede banen leiden van de mondialisering " 20 wijst de Commissie de combinatie van handelsgerelateerde globalisering en technologische verandering aan als de belangrijkste factor voor een stijgende vraag naar geschoolde arbeidskrachten en een verminderd aantal banen waarvoor lagere kwalificaties vereist zijn. Niettegenstaande de over het algemeen aanzienlijke voordelen van meer open handel en de verdere integratie van de wereldeconomieŽn, moeten deze negatieve neveneffecten worden aangepakt. Aangezien de huidige voordelen van globalisering reeds ongelijk verdeeld zijn over mensen en regio's, wat een zeer grote impact heeft voor diegenen voor wie globalisering negatieve gevolgen heeft, bestaat het gevaar dat de steeds sneller evoluerende technologische vooruitgang deze gevolgen nog zal versterken. Daarom zal het, in overeenstemming met de beginselen van solidariteit en duurzaamheid, noodzakelijk zijn ervoor te zorgen dat de voordelen van globalisering billijker worden verdeeld door economische openheid en technologische vooruitgang te verzoenen met sociale bescherming.

(7) In haar 'discussienota over de toekomst van de EU-financiŽn' 21 onderstreept de Commissie de noodzaak om economische en sociale verschillen tussen en binnen de lidstaten te verkleinen. Investeren in gelijke behandeling, sociale inclusie, onderwijs en opleiding en gezondheid is daarom een kernprioriteit.

(8) De globalisering en technologische veranderingen zullen de onderlinge verwevenheid en afhankelijkheid van de wereldeconomieŽn wellicht nog versterken. Herverdeling van arbeid maakt integraal en onvermijdelijk deel uit van een dergelijke economische verandering. Indien de voordelen van verandering op billijke wijze moeten worden verdeeld, is steun verlenen aan ontslagen werknemers en personen die het risico lopen te worden ontslagen van cruciaal belang. Het EU-kwaliteitskader voor anticipatie op veranderingen en herstructurering 22 is het beleidsinstrument van de Unie dat het kader vaststelt voor beste praktijken voor anticipatie op en omgang met bedrijfsherstructurering. Het biedt een uitgebreid kader voor de wijze waarop de uitdagingen van economische aanpassing en herstructurering en de sociale gevolgen en de gevolgen voor de werkgelegenheid daarvan moeten worden aangepakt met adequate beleidsmiddelen. In het kader worden de lidstaten opgeroepen om op zodanige wijze gebruik te maken van nationale en EU-financiering dat de sociale gevolgen van herstructureringen, en met name de negatieve gevolgen voor de werkgelegenheid, beter kunnen worden opgevangen. De belangrijkste instrumenten van de Unie om steun te verlenen aan getroffen werknemers zijn het ESF+, dat is opgezet om anticiperende bijstand te bieden, en het EFG, dat is opgezet om reactieve steun te verlenen in geval van onverwachte grote herstructureringen.

(9) Het EFG is opgericht bij Verordening (EG) nr.†1927/2006 van het Europees Parlement en de Raad 23 voor het meerjarig financieel kader van 1†januari 2007 tot en met 31†december 2013 om de Unie in staat te stellen solidariteit te betonen met werknemers die worden ontslagen als gevolg van door de globalisering veroorzaakte grote structurele veranderingen in de wereldhandelspatronen.

(10) In het kader van het Europees economisch herstelplan is het toepassingsgebied van Verordening (EG) nr.†1927/2006 in 2009 bij Verordening (EG) nr.†546/2009 van het Europees Parlement en de Raad 24 uitgebreid tot werknemers die worden ontslagen als rechtstreeks gevolg van de wereldwijde financiŽle en economische crisis.

(11) Voor de looptijd van het meerjarig financieel kader van 1†januari 2014 tot en met 31†december 2020 is bij Verordening†(EU) nr.†1309/2013 van het Europees Parlement en de Raad 25 het toepassingsgebied uitgebreid zodat niet alleen ontslagen eronder vallen die voortvloeien uit een ernstige economische ontwrichting, veroorzaakt doordat de in Verordening (EG) nr.†546/2009 behandelde wereldwijde financiŽle en economische crisis aanhoudt, maar ook ontslagen die voortvloeien uit een eventuele nieuwe wereldwijde financiŽle en economische crisis.

(12) De Commissie heeft een tussentijdse evaluatie van het EFG uitgevoerd om te beoordelen hoe en in welke mate de doelstellingen van het EFG worden bereikt. Het EFG bleek doeltreffend, met een hoger herintredingspercentage van ontslagen werknemers dan in de vorige programmeringsperiode. Uit de evaluatie is gebleken dat het EFG voor Europese meerwaarde zorgde. Dit geldt met name voor de volume-effecten ervan, wat betekent dat de EFG-steun niet alleen het aantal en de verscheidenheid van de aangeboden diensten verhoogt, maar ook het intensiteitsniveau ervan. Bovendien zijn EFG-maatregelen zeer zichtbaar en tonen zij de meerwaarde van EU-steun rechtstreeks aan het grote publiek. Er werden echter verschillende uitdagingen vastgesteld. Enerzijds werd de procedure voor beschikbaarstelling als overdreven lang beschouwd. Daarnaast hebben veel lidstaten melding gemaakt van problemen bij het opstellen van de uitgebreide achtergrondanalyse van de gebeurtenis die aanleiding gaf tot de gedwongen ontslagen. De belangrijkste reden die lidstaten met een potentieel EFG-dossier ervan weerhoudt een aanvraag in te dienen, zijn problemen op het vlak van financiŽle en institutionele capaciteit. Daarbij kan het louter gaan om een tekort aan arbeidskrachten; momenteel kunnen de lidstaten slechts om technische bijstand verzoeken wanneer zij een EFG-dossier uitvoeren. Aangezien gedwongen ontslagen onverwacht kunnen plaatsvinden, zou het belangrijk zijn dat de lidstaten in staat zijn om onmiddellijk te reageren en zonder vertraging een aanvraag kunnen indienen. Verder lijken in bepaalde lidstaten zwaardere inspanningen nodig voor het opbouwen van institutionele capaciteit om te zorgen voor een doelmatige en doeltreffende uitvoering van EFG-dossiers. De drempel van 500†ontslagen kreeg kritiek omdat hij te hoog wordt geacht, in het bijzonder in minder bevolkte gebieden 26 .

(13) De Commissie onderstreept het blijvende belang van de rol van het EFG als een flexibel fonds om werknemers die bij grootschalige herstructureringen hun baan verliezen, te ondersteunen en te helpen zo snel mogelijk een nieuwe baan te vinden. De Unie moet specifieke, eenmalige steun blijven verlenen om werknemers in door een ernstige economische ontwrichting getroffen regio's, bedrijfstakken, gebieden of arbeidsmarkten te helpen bij hun terugkeer op de arbeidsmarkt. Gezien de wisselwerking tussen en de wederzijdse effecten van open handel, technologische veranderingen of andere factoren, zoals de overgang naar een koolstofarme economie, en aangezien het bijgevolg steeds moeilijker wordt om een specifieke factor aan te wijzen die leidt tot ontslagen, moet de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG in de toekomst niet enkel gebaseerd zijn op de ingrijpende gevolgen van een herstructurering. Gezien het doel van het EFG, namelijk steun te verlenen in spoedeisende situaties en onverwachte omstandigheden, waarmee het een aanvulling is op de meer anticipatieve bijstand van het ESF+, moet het een flexibel en speciaal instrument buiten de maxima van het meerjarig financieel kader blijven, zoals in de mededeling van de Commissie "Een moderne begroting voor een Unie die ons beschermt, sterker maakt, en verdedigt: Het meerjarig financieel kader 2021-2027 " en de bijlage 27 erbij is vermeld.

(14) Zoals aangegeven moet, om het Europese karakter van het EFG te handhaven, een aanvraag voor steun worden ingediend wanneer een grote herstructurering een zeer grote impact heeft op de lokale of regionale economie. Dergelijke impact moet worden bepaald door een minimumaantal ontslagen binnen een specifieke referentieperiode. Rekening houdend met de bevindingen van de tussentijdse evaluatie, moet de drempel worden vastgesteld op 250†ontslagen binnen een referentieperiode van vier maanden (of zes maanden in sectordossiers). Rekening houdend met het feit dat ontslaggolven die in verschillende sectoren in dezelfde regio plaatsvinden een even grote impact hebben op de lokale arbeidsmarkt, moet het ook mogelijk zijn een aanvraag in te dienen voor een regio. Op kleine arbeidsmarkten, zoals kleine lidstaten of afgelegen gebieden, met inbegrip van de in artikel†349 VWEU bedoelde ultraperifere gebieden, of in uitzonderlijke omstandigheden, zou een aanvraag kunnen worden ingediend in geval van een geringer aantal ontslagen.

(15) Als blijk van de solidariteit van de Unie met ontslagen werknemers en zelfstandigen die hun werkzaamheden hebben beŽindigd, moet het medefinancieringspercentage van de kosten van het pakket van individuele dienstverlening gelijk zijn aan het medefinancieringspercentage van het ESF+ in de respectieve betrokken lidstaat.

(16) Het deel van de begroting van de Unie dat aan het EFG wordt toegewezen, moet door de Commissie worden uitgevoerd onder gedeeld beheer met de lidstaten in de zin van Verordening†(EU, Euratom) [number of the new Financial Regulation] van het Europees Parlement en de Raad 28 ("het Financieel Reglement"). Bijgevolg nemen de Commissie en de lidstaten de in het Financieel Reglement vermelde beginselen, zoals goed financieel beheer, transparantie en non-discriminatie, in acht bij de uitvoering van het EFG onder gedeeld beheer.

(17) Het Europees waarnemingscentrum voor het veranderingsproces, dat is ondergebracht bij de Europese Stichting tot verbetering van de levens- en arbeidsomstandigheden (Eurofound) in Dublin, staat de Commissie en de lidstaten bij de beoordeling van trends in de globalisering, van herstructureringen en van de aanwending van het EFG bij met kwalitatieve en kwantitatieve analyses.

(18) Ontslagen werknemers en zelfstandigen die hun werkzaamheden hebben beŽindigd, moeten, ongeacht hun arbeidsovereenkomst of -verhouding, op voet van gelijkheid toegang hebben tot het EFG. Daarom moeten zowel ontslagen werknemers als zelfstandigen die hun werkzaamheden hebben beŽindigd, als mogelijke EFG-begunstigden in de zin van deze verordening worden beschouwd.

(19) FinanciŽle bijdragen uit het EFG moeten in de eerste plaats gericht zijn op actieve arbeidsmarktmaatregelen die een snelle en duurzame terugkeer van de begunstigden op de arbeidsmarkt beogen binnen of buiten de sector waar zij oorspronkelijk werkzaam waren. De maatregelen moeten de verwachte behoeften van de lokale of regionale arbeidsmarkt weerspiegelen. Waar nodig moet echter ook de mobiliteit van ontslagen werknemers worden ondersteund om hen te helpen elders een nieuwe baan te vinden. Bijzondere aandacht moet worden geschonken aan de verspreiding van vaardigheden die vereist zijn in het digitale tijdperk. Er moeten beperkingen worden gesteld aan het opnemen van geldelijke toelagen in een gecoŲrdineerd pakket van individuele dienstverlening. Bedrijven zouden kunnen worden aangemoedigd om deel te nemen aan de nationale medefinanciering van de door het EFG gesteunde maatregelen.

(20) Bij de opstelling van het gecoŲrdineerde pakket van actieve arbeidsmarktbeleidsmaatregelen moeten de lidstaten de voorkeur geven aan maatregelen die in aanzienlijke mate zullen bijdragen tot de inzetbaarheid van de begunstigden. De lidstaten moeten ernaar streven dat zo spoedig mogelijk binnen de termijn van zes maanden voor de datum waarop het eindverslag over de uitvoering van de financiŽle bijdrage moet worden ingediend, zoveel mogelijk begunstigden die aan deze maatregelen deelnemen duurzaam op de arbeidsmarkt terugkeren.

(21) Bij het samenstellen van het gecoŲrdineerde pakket van actieve arbeidsmarktbeleidsmaatregelen moeten de lidstaten bijzondere aandacht besteden aan kansarme begunstigden, onder wie jongere en oudere werklozen en mensen die risico lopen op armoede, aangezien die groepen specifieke problemen ondervinden om terug te keren naar de arbeidsmarkt. Desondanks moeten de beginselen van gendergelijkheid en non-discriminatie, die tot de kernwaarden van de Unie behoren en in de Europese pijler van sociale rechten zijn verankerd, bij de uitvoering van het EFG in acht worden genomen en worden bevorderd.

(22) Met het oog op een doeltreffende en snelle ondersteuning van de begunstigden moeten de lidstaten alles in het werk stellen om volledige aanvragen voor een financiŽle bijdrage uit het EFG in te dienen. Indien de Commissie om aanvullende informatie verzoekt voor de beoordeling van een aanvraag, moet het verstrekken van aanvullende informatie worden beperkt in de tijd.

(23) In het belang van de begunstigden en van de organen die bevoegd zijn voor de uitvoering van de maatregelen, moet de aanvragende lidstaat alle betrokkenen bij de aanvraagprocedure, op de hoogte houden van de behandeling van de aanvraag.

(24) Conform het beginsel van goed financieel beheer mogen de financiŽle bijdragen uit het EFG niet in de plaats komen van, maar moeten zij zo mogelijk een aanvulling vormen op steunmaatregelen die voor de begunstigden in het kader van de fondsen van de Unie of in het kader van ander beleid of van andere programma's van de Unie beschikbaar zijn.

(25) Er moeten bijzondere bepalingen worden opgenomen voor informatie- en communicatieactiviteiten betreffende EFG-dossiers en -resultaten.

(26) Ter bevordering van de uitvoering van deze verordening moeten de uitgaven voor financiering in aanmerking komen, hetzij met ingang van de datum waarop de lidstaat begint met de individuele dienstverlening, hetzij met ingang van de datum waarop een lidstaat de administratieve uitgaven voor de uitvoering van het EFG op zich neemt.

(27) Om te voorzien in de behoeften die zich met name de eerste maanden van ieder jaar voordoen, wanneer het bijzonder moeilijk is bedragen over te schrijven uit andere begrotingslijnen, moet tijdens de jaarlijkse begrotingsprocedure een toereikend bedrag aan betalingskredieten worden opgenomen onder de begrotingslijn van het EFG.

(28) [Het begrotingskader van het EFG wordt vastgesteld in het meerjarig financieel kader en het Interinstitutioneel Akkoord tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie van [tijdstip in de toekomst] betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer 29 ("het Interinstitutioneel Akkoord")].

(29) In het belang van de begunstigden moet de steun zo snel en efficiŽnt mogelijk ter beschikking worden gesteld. De lidstaten en de bij het EFG-besluitvormingsproces betrokken instellingen van de Unie moeten alles in het werk stellen om de voor de behandeling benodigde tijd te verminderen en de procedures te vereenvoudigen zodat de besluiten betreffende de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG probleemloos en snel kunnen worden vastgesteld. Daarom zal de begrotingsautoriteit in de toekomst besluiten over door de Commissie ingediende verzoeken om overschrijving, en zal een voorstel van de Commissie voor de beschikbaarstelling van middelen uit het EFG niet langer nodig zijn.

(30) Wanneer een onderneming sluit, kunnen de ontslagen werknemers worden geholpen om sommige of alle activiteiten van hun voormalige werkgever over te nemen.

(31) Om politiek toezicht door het Europees Parlement en voortdurend toezicht door de Commissie op de met de EFG-steunverlening behaalde resultaten mogelijk te maken, moeten de lidstaten een eindverslag indienen over de uitvoering van het EFG.

(32) Overeenkomstig de toepasselijke bepalingen van Verordening (EU, Euratom) nr.†966/2012 van het Europees Parlement en de Raad ("het Financieel Reglement") 30 of de opvolger daarvan moeten de lidstaten verantwoordelijk blijven voor de uitvoering van de financiŽle bijdrage en voor het beheer van en de controle op de door de financiering van de Unie ondersteunde acties. De lidstaten moeten verantwoorden hoe de uit het EFG ontvangen financiŽle bijdrage is gebruikt. Aangezien de uitvoeringsperiode van de EFG-maatregelen kort is, moeten de verslagleggingsverplichtingen rekening houden met de bijzondere aard van de steunverlening door het EFG.

(33) De lidstaten moeten ook alle onregelmatigheden, met inbegrip van fraude door begunstigden, voorkomen, opsporen en doeltreffend aanpakken. Daarnaast kan het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) nr.†883/2013 31 en de Verordeningen (Euratom, EG) nr.†2988/95 32 en 2185/96 33 administratieve onderzoeken, daaronder begrepen controles en verificaties ter plaatse, uitvoeren om vast te stellen of er sprake is van fraude, corruptie of andere onwettige activiteiten waardoor de financiŽle belangen van de Unie worden geschaad. Overeenkomstig Verordening (EU) 2017/1939 34 kan het Europees Openbaar Ministerie overgaan tot onderzoek en vervolging van fraude en andere strafbare feiten waardoor de financiŽle belangen van de Unie worden geschaad, zoals bepaald in Richtlijn (EU) 2017/1371 betreffende de strafrechtelijke bestrijding van fraude die de financiŽle belangen van de Unie schaadt 35 . De lidstaten moeten de nodige maatregelen nemen zodat personen of entiteiten die middelen van de Unie ontvangen ten volle meewerken aan de bescherming van de financiŽle belangen van de Unie, de nodige rechten en toegang verlenen aan de Commissie, het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF), het Europees Openbaar Ministerie (EOM) en de Europese Rekenkamer (ERK) alsmede ervoor zorgen dat derden die betrokken zijn bij de uitvoering van middelen van de Unie gelijkwaardige rechten verlenen. De lidstaten moeten de vastgestelde onregelmatigheden, waaronder fraude, aan de Commissie rapporteren en verslag uitbrengen over het gevolg dat eraan wordt gegeven alsook het gevolg dat wordt gegeven aan de onderzoeken van het OLAF.

(34) Overeenkomstig het Financieel Reglement, Verordening (EU, Euratom) nr.†883/2013 van het Europees Parlement en de Raad[1], Verordening (EG, Euratom) nr.†2988/95 van de Raad[2], Verordening (Euratom, EG) nr.†2185/96 van de Raad[3] en Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad[4] moeten de financiŽle belangen van de Unie worden beschermd door evenredige maatregelen, daaronder begrepen voorkoming, opsporing, correctie en onderzoek van onregelmatigheden en fraude, terugvordering van verloren gegane, onverschuldigd betaalde of onjuist bestede financiŽle middelen alsmede, in voorkomend geval, oplegging van administratieve sancties. In het bijzonder kan het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) nr.†883/2013 en Verordening (Euratom, EG) nr.†2185/96 onderzoeken, daaronder begrepen controles en verificaties ter plaatse, uitvoeren om vast te stellen of er sprake is van fraude, corruptie of andere onwettige activiteiten waardoor de financiŽle belangen van de Unie worden geschaad. Overeenkomstig Verordening (EU) 2017/1939 kan het Europees Openbaar Ministerie (EOM) overgaan tot onderzoek en vervolging van fraude en andere onwettige activiteiten waardoor de financiŽle belangen van de Unie worden geschaad in de zin van Richtlijn (EU) 2017/1371 van het Europees Parlement en de Raad[5]. Personen of entiteiten die middelen van de Unie ontvangen, moeten overeenkomstig het Financieel Reglement ten volle meewerken aan de bescherming van de financiŽle belangen van de Unie, de nodige rechten en toegang verlenen aan de Commissie, OLAF, het EOM en de Europese Rekenkamer alsmede ervoor zorgen dat derden die betrokken zijn bij de uitvoering van middelen van de Unie gelijkwaardige rechten verlenen.

(35) Op deze verordening zijn de door het Europees Parlement en de Raad op basis van artikel†322 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie goedgekeurde horizontale financiŽle regels van toepassing. Deze regels zijn vastgelegd in het Financieel Reglement en bepalen met name de procedure voor de vaststelling en uitvoering van de begroting door middel van subsidies, aanbestedingen, prijzen en indirecte uitvoering, en in de regels is voorzien in controle van de verantwoordelijkheid van de financiŽle actoren. De op basis van artikel†322 VWEU vastgestelde regels hebben tevens betrekking op de bescherming van de begroting van de Unie in geval van algemene tekortkomingen op het gebied van de rechtsstaat in de lidstaten, aangezien de eerbiediging van de rechtsstaat een essentiŽle voorwaarde is voor goed financieel beheer en doeltreffende EU-financiering.

(36) Uit hoofde van de punten†22 en†23 van het Interinstitutioneel Akkoord voor beter wetgeven van 13†april 2016, is het nodig dit programma te evalueren op basis van de informatie die is verzameld via specifieke voorschriften voor monitoring, waarbij echter overregulering en administratieve lasten, in het bijzonder voor de lidstaten, worden vermeden. Waar passend kunnen in die voorschriften ook meetbare indicatoren worden opgenomen op basis waarvan gegevens over de effecten van het programma op het terrein worden verzameld.

(37) Dit programma weerspiegelt het belang van de strijd tegen klimaatverandering in overeenstemming met de toezeggingen van de Unie om de Overeenkomst van Parijs en de duurzameontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties uit te voeren, en zal ertoe bijdragen dat klimaatactie in alle beleidsdomeinen van de Unie wordt geÔntegreerd en dat het algemene streefdoel van 25†% van de EU-begrotingsuitgaven voor de ondersteuning van klimaatdoelstellingen wordt bereikt. Relevante acties zullen in kaart worden gebracht tijdens de voorbereiding en uitvoering van het Fonds, en opnieuw worden beoordeeld in het kader van de evaluatie ervan.

(38) Daar de doelstellingen van deze verordening niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt, maar vanwege de omvang en de gevolgen ervan beter door de Unie kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel†5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken.

(39) Rekening houdend met het feit dat de beroepsbevolking gezien de digitale transformatie van de economie over een bepaald niveau van digitale vaardigheden moet beschikken, moet de verspreiding van vaardigheden die vereist zijn in het digitale tijdperk een verplicht horizontaal onderdeel vormen van de aangeboden gecoŲrdineerde pakketten van individuele diensten.