Overwegingen bij COM(2018)369 - Programma inzake uitwisselingen, bijstand en opleiding voor de bescherming van de euro tegen valsemunterij voor de periode 2021-2027 (het Ďprogramma Pericles IVí) - EU monitor

EU monitor
Zondag 22 september 2019
kalender

Dit is een beperkte versie

U kijkt naar een beperkte versie van dit dossier in de EU Monitor.

 
 
1) De Unie en de lidstaten hebben zich ten doel gesteld de maatregelen vast te stellen die noodzakelijk zijn voor het gebruik van de euro als munteenheid. Die maatregelen omvatten de bescherming van de euro tegen valsemunterij en daarmee verband houdende fraude, en vergroten aldus de doeltreffendheid van de economie van de Unie en zorgen voor de houdbaarheid van de overheidsfinanciŽn.

2) Verordening†(EG) nr.†1338/2001 16 van de Raad voorziet in de uitwisseling van informatie, samenwerking en wederzijdse bijstand waardoor een geharmoniseerd kader wordt geschapen voor de bescherming van de euro. De werking van die verordening werd bij Verordening†(EG) nr.†1339/2001 17 van de Raad uitgebreid tot de lidstaten die de euro niet als munteenheid hebben aangenomen, teneinde in de hele Unie een gelijkwaardig niveau van bescherming van de euro te bieden.

3) Acties ter bevordering van de uitwisseling van informatie en personeel en van technische en wetenschappelijke bijstand en gespecialiseerde opleiding dragen wezenlijk bij tot de bescherming van de munteenheid van de Unie tegen valsemunterij en daarmee verband houdende fraude en derhalve tot het realiseren van een hoog en gelijkwaardig beschermingsniveau in de hele Unie, terwijl wordt aangetoond dat de Unie in staat is om ernstige vormen van georganiseerde criminaliteit aan te pakken.

4) Een programma voor de bescherming van de euro tegen valsemunterij draagt bij tot de bewustmaking van burgers van de Unie en verbetert de bescherming van de euro, in het bijzonder door de voortdurende verspreiding van resultaten van door dat programma ondersteunde acties.

5) Eerdere steun voor dergelijke acties, door middel van de Besluiten 2001/923/EG 18 en 2001/924/EG 19 van de Raad, naderhand gewijzigd en verlengd bij de Besluiten 2006/75/EG 20 , 2006/76/EG 21 , 2006/849/EG 22 , 2006/850/EG 23 en Verordening (EU) nr. 331/2014 van het Europees Parlement en de Raad 24 , heeft het mogelijk gemaakt om de acties van de Unie en de lidstaten op het gebied van de bescherming van de euro tegen valsemunterij te versterken. De doelstellingen van het programma voor de bescherming van de euro tegen valsemunterij (Ďhet programma Periclesí) voor de periode 2002-2006, 2007-2013 en 2014 tot 2017 25 zijn met succes verwezenlijkt.

6) In de mededeling aan het Europees Parlement en de Raad over de tussentijdse evaluatie van het programma Pericles 2020 is de Commissie tot de conclusie gekomen dat de voortzetting van het programma Pericles 2020 na 2020 moet worden ondersteund, gezien de toegevoegde waarde ervan voor de EU, het langetermijneffect ervan en de duurzaamheid van de acties ervan.

7) Het advies in de tussentijdse evaluatie luidde dat de in het kader van het programma Pericles 2020 gefinancierde acties moeten worden voortgezet, rekening houdend met mogelijkheden om de indiening van aanvragen te vereenvoudigen, de differentiatie van begunstigden aan te moedigen, zich te blijven richten op nieuwe en terugkerende bedreigingen van namaak en de belangrijkste prestatie-indicatoren te stroomlijnen.

8) Daarom moet een nieuw programma voor de periode 2021-2027 (het 'programma Pericles IV') worden vastgesteld. Er dient voor te worden gezorgd dat het programma Pericles IV in overeenstemming is met andere relevante programmaís en acties en deze aanvult. Voor de toepassing van het programma Pericles IV dient de Commissie derhalve, in het kader van het in Verordening (EG) nr. 1338/2001 vermelde raadgevend comitť, het nodige overleg te plegen met de belangrijkste betrokken actoren, met name de door de lidstaten aangewezen bevoegde nationale autoriteiten, de Europese Centrale Bank, en Europol, ter evaluatie van de behoeften op het gebied van de bescherming van de euro, in het bijzonder met betrekking tot uitwisselingen, bijstand en opleiding.

9) De horizontale financiŽle regels die het Europees Parlement en de Raad op grond van artikel 322 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie hebben vastgesteld, zijn op deze verordening van toepassing. Deze regels zijn neergelegd in het Financieel Reglement en bepalen met name de procedure voor het opstellen en uitvoeren van de begroting door middel van subsidies, overheidsopdrachten, prijzen, indirecte uitvoering, en voorzien in controles op de verantwoordelijkheid van financiŽle actoren. De op basis van artikel 322 VWEU vastgestelde regels hebben ook betrekking op de bescherming van de begroting van de Unie in geval van algemene tekortkomingen ten aanzien van de rechtsstaat in de lidstaten, aangezien de eerbiediging van de rechtsstaat een essentiŽle basisvoorwaarde is voor een goed financieel beheer en effectieve EU-financiering.

10) Deze verordening is in overeenstemming met de beginselen van toegevoegde waarde en evenredigheid. Het programma Pericles IV moet de samenwerking bevorderen tussen de lidstaten onderling en tussen de Commissie en de lidstaten, met het oog op de bescherming van de euro tegen valsemunterij, zonder afbreuk te doen aan de verantwoordelijkheden van de lidstaten en met een efficiŽnter gebruik van middelen dan op nationaal niveau mogelijk zou zijn. Optreden op het niveau van de Unie is noodzakelijk en gerechtvaardigd, omdat dit de lidstaten duidelijk ondersteunt bij de collectieve bescherming van de euro en het gebruik aanmoedigt van gemeenschappelijke Uniestructuren ter versterking van de samenwerking en de uitwisseling van informatie tussen de bevoegde autoriteiten.

11) Het programma Pericles IV moet worden uitgevoerd in overeenstemming met het meerjarig financieel kader dat is vastgesteld in [verwijzing naar de MFK-verordening voor de periode na 2020 ("Verordening (EU, Euratom) .../2018 van de Raad")].

12) Om eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van het programma Pericles IV te waarborgen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend. De Commissie dient jaarlijkse werkprogramma s vast te stellen waarin de prioriteiten, de verdeling van de begrotingsmiddelen en de beoordelingscriteria voor de subsidies voor acties zijn bepaald. De uitzonderlijke en naar behoren gemotiveerde gevallen, waarin een verhoging van de cofinanciering noodzakelijk is om de lidstaten meer financiŽle flexibiliteit te bieden opdat zij de projecten ter bescherming en vrijwaring van de euro naar tevredenheid kunnen uitvoeren en voltooien, moeten een onderdeel zijn van de jaarlijkse werkprogramma s.

13) Bij deze verordening worden de financiŽle middelen voor het programma Pericles IV vastgesteld, die voor het Europees Parlement en de Raad in de loop van de jaarlijkse begrotingsprocedure het voornaamste referentiebedrag vormen in de zin van [verwijzing die in voorkomend geval moet worden bijgewerkt overeenkomstig het nieuwe interinstitutioneel akkoord: punt 17 van het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer].

14) Overeenkomstig het Financieel Reglement, Verordening (EU, Euratom) nr.†883/2013 van het Europees Parlement en de Raad 26 , Verordening (Euratom, EG) nr.†2185/96 van de Raad 27 en Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad 28 moeten de financiŽle belangen van de Unie worden beschermd door evenredige maatregelen, daaronder begrepen voorkoming, opsporing, correctie en onderzoek van onregelmatigheden en fraude, terugvordering van verloren gegane, onverschuldigd betaalde of onjuist bestede financiŽle middelen alsmede, in voorkomend geval, oplegging van administratieve sancties. In het bijzonder kan het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) nr.†883/2013 en Verordening (Euratom, EG) nr.†2185/96 onderzoeken, daaronder begrepen controles en verificaties ter plaatse, uitvoeren om vast te stellen of er sprake is van fraude, corruptie of andere onwettige activiteiten waardoor de financiŽle belangen van de Unie worden geschaad. Overeenkomstig Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad kan het Europees Openbaar Ministerie overgaan tot onderzoek en vervolging van fraude en andere onwettige activiteiten waardoor de financiŽle belangen van de Unie worden geschaad in de zin van Richtlijn (EU)†2017/1371 van het Europees Parlement en de Raad. Personen of entiteiten die middelen van de Unie ontvangen, moeten overeenkomstig het Financieel Reglement ten volle meewerken aan de bescherming van de financiŽle belangen van de Unie en de nodige rechten en toegang verlenen aan de Commissie, OLAF, het EOM, en de Europese Rekenkamer (ERK).

15) De Commissie moet bij het Europees Parlement en de Raad een tussentijds evaluatieverslag over de uitvoering van het Pericles IV-programma indienen, alsmede een definitief evaluatieverslag over de verwezenlijking van de doelstellingen van het programma.

16) Verordening (EU) nr.†331/2014 moet daarom worden ingetrokken.

17) Er moet worden gezorgd voor een soepele overgang zonder onderbreking tussen het programma Pericles 2020 en het programma Pericles IV, en de looptijd van het programma Pericles IV moet worden afgestemd op [verwijzing naar de MFK-verordening voor de periode na 2020] Verordening (EU, Euratom) .../2018 29 ]. Het programma Pericles IV moet derhalve van toepassing zijn met ingang van 1 januari 2021.