Overwegingen bij COM(2018)439 - InvestEU programme 2021-2027 - EU monitor

EU monitor
Maandag 6 juli 2020
kalender

Overwegingen bij COM(2018)439 - InvestEU programme 2021-2027

Dit is een beperkte versie

U kijkt naar een beperkte versie van dit dossier in de EU Monitor.

 
dossier COM(2018)439 - InvestEU programme 2021-2027.
document COM(2018)439 NLEN
datum 6 juni 2018
 
(1) Met 1,8% van het bbp van de EU, tegen 2,2% in 2009, lagen de activiteiten op het gebied van infrastructuurinvesteringen in de Unie in 2016 ongeveer 20% onder de investeringspercentages van vóór de wereldwijde financiële crisis. Hoewel de investeringsquotes in de Unie zich blijken te herstellen, blijven zij zo onder het niveau dat in een krachtige herstelperiode mag worden verwacht en zijn zij ontoereikend om de jarenlange onderinvesteringen te compenseren. Belangrijker is dat de huidige investeringsniveaus en -prognoses niet de structurele investeringsbehoeften van de Unie dekken in het licht van de technologische veranderingen en het mondiale concurrentievermogen, onder meer voor innovatie, vaardigheden, infrastructuur, kleine en middelgrote ondernemingen ("kmo's") en de noodzaak om belangrijke maatschappelijke uitdagingen zoals duurzaamheid of vergrijzing aan te pakken. Voortzetting van de steun is dan ook nodig om marktfalen en suboptimale investeringssituaties aan te pakken en de investeringskloof in bepaalde sectoren te verkleinen teneinde de beleidsdoelstellingen van de Unie te verwezenlijken.

(2) Uit evaluaties is gebleken dat de verscheidenheid aan financiële instrumenten die in het kader van het meerjarig financieel kader 2014-2020 zijn gecreëerd, tot overlappingen heeft geleid. Deze verscheidenheid heeft ook tot complexiteit geleid voor intermediairs en eindontvangers, die met verschillende subsidiabiliteits- en rapportageregels werden geconfronteerd. Het ontbreken van verenigbare regels belemmerde ook de combinatie van verschillende fondsen van de Unie, hoewel een dergelijke combinatie gunstig zou zijn geweest voor de ondersteuning van projecten die verschillende soorten financiering nodig hadden. Er moet dan ook één fonds, het InvestEU-fonds, worden opgericht om de steun aan de eindontvangers efficiënter te laten functioneren door het financiële aanbod in het kader van één enkele begrotingsgarantie te integreren en te vereenvoudigen, waardoor de impact van het optreden van de Unie wordt verbeterd en de kosten voor de begroting van de Unie worden verminderd.

(3) De afgelopen jaren heeft de Unie ambitieuze strategieën goedgekeurd om de eengemaakte markt te voltooien en duurzame groei en banen te stimuleren, zoals de kapitaalmarktenunie, de strategie voor een digitale eengemaakte markt, het pakket schone energie voor alle Europeanen, het actieplan van de Unie voor de circulaire economie, de strategie voor emissiearme mobiliteit, de defensiestrategie en de ruimtevaartstrategie voor Europa. Het InvestEU-fonds moet de synergieën tussen deze elkaar wederzijds versterkende strategieën benutten en versterken door steun te verlenen voor investeringen en toegang tot financiering.

(4) Op het niveau van de Unie vormt het Europees Semester voor de coördinatie van het economisch beleid het kader voor de vaststelling van de nationale hervormingsprioriteiten en de monitoring van de uitvoering ervan. De lidstaten ontwikkelen hun eigen nationale meerjarige investeringsstrategieën ter ondersteuning van deze hervormingsprioriteiten. De strategieën moeten samen met de jaarlijkse nationale hervormingsprogramma's worden gepresenteerd om een overzicht te bieden van en te zorgen voor de coördinatie van de prioritaire investeringsprojecten die met nationale middelen of EU-middelen, of met beide, moeten worden ondersteund. Voorts kan met deze strategieën de EU-financiering op een samenhangende wijze worden gebruikt en kan de toegevoegde waarde van met name uit hoofde van de Europese structuur- en investeringsfondsen, de Stabilisatiefunctie voor Europese investeringen en het InvestEU-fonds te ontvangen financiële steun in voorkomend geval worden gemaximaliseerd.

(5) Het InvestEU-fonds dient bij te dragen aan de verbetering van het concurrentievermogen van de Unie, onder meer op het gebied van innovatie en digitalisering, de duurzaamheid van de economische groei van de Unie, de sociale veerkracht en inclusiviteit en de integratie van de kapitaalmarkten van de Unie, met inbegrip van oplossingen voor de aanpak van de fragmentatie ervan en de diversifiëring van de financieringsbronnen voor de ondernemingen in de Unie. Daartoe moet het projecten ondersteunen die technisch en economisch levensvatbaar zijn door een kader te bieden voor het gebruik van vreemdvermogens-, risicodelings- en eigenvermogensinstrumenten, op basis van een garantie uit hoofde van de begroting van de Unie en door bijdragen van de uitvoerende partners. Het moet vraaggestuurd zijn, en de steun in het kader van het InvestEU-fonds moet er tegelijkertijd op gericht zijn bij te dragen tot de verwezenlijking van beleidsdoelstellingen van de Unie.

(6) Het InvestEU-fonds moet steun verlenen voor investeringen in materiële en immateriële activa om groei, investeringen en werkgelegenheid te bevorderen en aldus bij te dragen tot een beter welzijn en een eerlijkere inkomensverdeling in de Unie. Steun uit het InvestEU-fonds moet een aanvulling vormen op steun van de Unie die wordt verleend via subsidies.

(7) De Unie heeft haar goedkeuring gehecht aan de doelstellingen van de Agenda 2030 van de Verenigde Naties en de doelstellingen inzake duurzame ontwikkeling daarvan en het Akkoord van Parijs in 2015, alsook het kader van Sendai voor rampenrisicovermindering 2015-2030. Om de overeengekomen doelstellingen te bereiken, met inbegrip van de doelstellingen die deel uitmaken van het milieubeleid van de Unie, moeten de maatregelen voor duurzame ontwikkeling significant worden geïntensiveerd. Bijgevolg moeten de beginselen van duurzame ontwikkeling een prominente plaats innemen bij de vormgeving van het InvestEU-fonds.

(8) Het InvestEU-programma moet bijdragen tot de opbouw van een duurzaam financieel stelsel in de Unie dat de heroriëntering van privaat kapitaal op duurzame investeringen ondersteunt overeenkomstig de doelstellingen die zijn geformuleerd in het actieplan van de Commissie voor de financiering van duurzame groei 13 .

(9) Als uitdrukking van het belang van de aanpak van de klimaatverandering in lijn met de toezeggingen van de Unie om het Akkoord van Parijs en de doelstellingen inzake duurzame ontwikkeling van de Verenigde Naties uit te voeren, zal het InvestEU-programma bijdragen tot de integratie van klimaatmaatregelen en tot het bereiken van een algemene doelstelling van 25% van de begrotingsuitgaven van de Unie ter ondersteuning van klimaatdoelstellingen. Bij de acties in het kader van het InvestEU-programma zal naar verwachting 30 % van de totale financiële middelen van het InvestEU-programma aan de realisatie van klimaatdoelstellingen bijdragen. De betrokken acties zullen tijdens de voorbereiding en de uitvoering van het InvestEU-programma worden vastgesteld en zullen opnieuw worden beoordeeld in het kader van de betrokken evaluatie- en herzieningsprocedures.

(10) De bijdrage van het InvestEU-fonds aan de verwezenlijking van de klimaatdoelstelling zal worden gevolgd aan de hand van een EU-klimaatvolgsysteem dat door de Commissie in samenwerking met de uitvoerende partners is ontwikkeld en waarbij op passende wijze gebruik wordt gemaakt van de criteria die in [de verordening tot vaststelling van een kader ter bevordering van duurzame investeringen 14 ] zijn vastgesteld om te bepalen of een economische activiteit uit milieuoogpunt duurzaam is.

(11) Volgens het Global Risks Report 2018 van het World Economic Forum heeft de helft van de tien meest kritieke risico's die de wereldeconomie bedreigen, betrekking op het milieu. Dergelijke risico's zijn onder meer lucht-, bodem- en waterverontreiniging, extreme weersomstandigheden, biodiversiteitsverlies en het falen van de beperking van en de aanpassing aan de klimaatverandering. Milieubeginselen zijn sterk verankerd in de Verdragen en veel van het beleid van de Unie. Bijgevolg moet de integratie van milieudoelstellingen in de verrichtingen in verband met het InvestEU-fonds worden bevorderd. Milieubescherming en de daarmee samenhangende preventie en het beheer van risico's moeten worden geïntegreerd in de voorbereiding en uitvoering van investeringen. De EU moet ook haar uitgaven in verband met biodiversiteit en luchtverontreiniging volgen om te voldoen aan de rapportageverplichtingen krachtens het Verdrag inzake biologische diversiteit en Richtlijn (EU) 2016/2284 van het Europees Parlement en de Raad 15 . Investeringen ten behoeve van ecologische duurzaamheidsdoelstellingen moeten daarom worden gevolgd met behulp van gemeenschappelijke methoden die coherent zijn met die welke zijn ontwikkeld in het kader van andere programma's van de Unie die betrekking hebben op klimaat, biodiversiteit en beheer van luchtverontreiniging, zodat het individuele en gecombineerde effect van investeringen op de belangrijkste componenten van het natuurlijke kapitaal, waaronder lucht, water, land en biodiversiteit, kan worden beoordeeld.

(12) Investeringsprojecten waarvoor met name op het gebied van infrastructuur substantiële steun van de Unie wordt verleend, moeten worden onderworpen aan een duurzaamheidstoets in overeenstemming met de richtsnoeren die de Commissie in samenwerking met de uitvoerende partners in het kader van het InvestEU-programma moet ontwikkelen en waarbij op passende wijze gebruik wordt gemaakt van de criteria die zijn vastgesteld in [de verordening tot vaststelling van een kader ter bevordering van duurzame investeringen] om te bepalen of een economische activiteit ecologisch duurzaam is en coherent met de richtsnoeren die voor andere programma's van de Unie zijn ontwikkeld. Dergelijke richtsnoeren dienen passende bepalingen te omvatten om overmatige administratieve lasten te voorkomen.

(13) De lage investeringspercentages in infrastructuur in de Unie tijdens de financiële crisis ondermijnden het vermogen van de Unie om duurzame groei, concurrentievermogen en convergentie te stimuleren. Forse investeringen in de Europese infrastructuur, waaronder de energie- en klimaatdoelstellingen voor 2030, zijn van fundamenteel belang om de duurzaamheidsdoelstellingen van de Unie te halen. De steun uit het InvestEU-fonds moet dan ook gericht zijn op investeringen in vervoer, energie, met inbegrip van energie-efficiëntie en hernieuwbare energie, het milieu, klimaatmaatregelen en maritieme en digitale infrastructuur. Om het effect en de toegevoegde waarde van de financieringssteun van de Unie te maximaliseren, is het aangewezen een gestroomlijnd investeringsproces te bevorderen dat zichtbaarheid van de projectpijplijn en consistentie tussen de relevante programma's van de Unie mogelijk maakt. Rekening houdend met de bedreigingen voor de veiligheid moet bij investeringsprojecten waarvoor steun van de Unie wordt verleend, rekening worden gehouden met de beginselen inzake de bescherming van de burgers in de publieke ruimte. Een en ander moet een aanvulling vormen op de inspanningen van andere fondsen van de Unie, zoals het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling, waarmee steun wordt verleend voor de veiligheidscomponenten van investeringen met betrekking tot de publieke ruimte, vervoer, energie en andere kritieke infrastructuur.

(14) Hoewel het niveau van de totale investeringen in de Unie stijgt, zijn investeringen in activiteiten met een hoger risico, zoals onderzoek en innovatie, nog steeds ontoereikend. De daaruit voortvloeiende onderinvesteringen in onderzoek en innovatie zijn schadelijk voor het industriële en economische concurrentievermogen van de Unie en de levenskwaliteit van haar burgers. Het InvestEU-fonds moet passende financiële producten aanbieden voor de verschillende stadia van de innovatiecyclus en een breed scala van belanghebbenden, met name om opschaling en toepassing van oplossingen op commerciële schaal in de Unie mogelijk te maken, teneinde dergelijke oplossingen concurrerend te maken op de wereldmarkten.

(15) Er zijn dringend significante inspanningen nodig om in digitale transformatie te investeren en de voordelen ervan onder alle burgers en bedrijven in de Unie te verspreiden. Tegenover het sterke beleidskader van de strategie voor de digitale eengemaakte markt moeten nu investeringen met een soortgelijke ambitie staan, onder meer in kunstmatige intelligentie.

(16) Kleine en middelgrote ondernemingen spelen een cruciale rol in de Unie. Bij de toegang tot financiering staan zij echter voor problemen vanwege het hoge risico en het ontbreken van voldoende onderpand. Bijkomende uitdagingen vloeien voort uit de behoefte van kleine en middelgrote ondernemingen om concurrerend te blijven door deel te nemen aan digitaliserings-, internationaliserings- en innovatieactiviteiten en door hun personeel bij- en na te scholen. Bovendien hebben zij, in vergelijking met grotere ondernemingen, toegang tot een beperkter aantal financieringsbronnen: zij geven gewoonlijk geen obligaties uit en hebben slechts beperkte toegang tot effectenbeurzen of grote institutionele beleggers. De toegang tot financiering is nog moeilijker voor kleine en middelgrote ondernemingen waarvan de activiteiten op immateriële activa zijn gericht. Kleine en middelgrote ondernemingen in de Unie zijn in hoge mate afhankelijk van banken en schuldfinanciering in de vorm van rekening-courantkredieten, bankleningen of leasing. Om kleine en middelgrote ondernemingen beter in staat te stellen hun oprichting, groei en ontwikkeling te financieren, economische neergangen op te vangen en de economie en het financiële stelsel veerkrachtiger te maken in tijden van economische neergang of schokken, is het noodzakelijk kleine en middelgrote ondernemingen te ondersteunen die met de bovengenoemde uitdagingen worden geconfronteerd en meer gediversifieerde financieringsbronnen ter beschikking te stellen. Een en ander vormt ook een aanvulling op de initiatieven die reeds zijn genomen in het kader van de kapitaalmarktenunie. Het InvestEU-fonds moet een kans bieden om te focussen op specifieke, meer doelgroepgerichte financiële producten.

(17) Zoals aangegeven in de discussienota over de sociale dimensie van Europa 16 en de Europese pijler van sociale rechten 17 , is het opbouwen van een meer inclusieve en eerlijkere Unie voor de Unie een topprioriteit om ongelijkheid aan te pakken en beleid inzake sociale insluiting in Europa te bevorderen. Ongelijkheid van kansen is met name van invloed op de toegang tot onderwijs, opleiding en gezondheidszorg. Investeringen in de sociale, vaardigheden- en met menselijk kapitaal verband houdende economie, alsmede in de integratie van kwetsbare bevolkingsgroepen in de samenleving, kunnen de economische kansen vergroten, vooral als de investeringen op het niveau van de Unie worden gecoördineerd. Het InvestEU-fonds moet worden gebruikt om investeringen in onderwijs en opleiding te ondersteunen, bij te dragen tot een toename van de werkgelegenheid, met name onder ongeschoolden en langdurig werklozen, en de situatie te verbeteren met betrekking tot solidariteit tussen de generaties, de gezondheidssector, dakloosheid, digitale inclusiviteit, gemeenschapsontwikkeling, de rol en de plaats van jongeren in de samenleving en van kwetsbare mensen, waaronder onderdanen van derde landen. Het InvestEU-programma moet ook bijdragen aan de ondersteuning van de Europese cultuur en creativiteit. Om de ingrijpende transformaties van samenlevingen in de Unie en de arbeidsmarkt in het komende decennium tegen te gaan, is het noodzakelijk te investeren in menselijk kapitaal, microfinanciering, financiering van sociale ondernemingen en nieuwe bedrijfsmodellen voor sociale economie, waaronder investeringen in sociale effecten en sociale uitbesteding. Het InvestEU-programma moet het zich ontwikkelende socialemarktecosysteem versterken door het aanbod van en de toegang tot financiering voor micro- en sociale ondernemingen te vergroten, om tegemoet te komen aan de vraag van degenen die dit het meest nodig hebben. In het verslag van de taskforce op hoog niveau inzake investeringen in sociale infrastructuur in Europa 18 is vastgesteld dat er investeringskloven zijn met betrekking tot sociale infrastructuur en diensten, onder meer op het gebied van onderwijs, opleiding, gezondheid en huisvesting, die steun vergen ook op het niveau van de Unie. Bijgevolg moeten de collectieve kracht van publiek, commercieel en filantropisch kapitaal en de steun van stichtingen worden aangewend om de ontwikkeling van de waardeketen van de sociale markt en een veerkrachtigere Unie te ondersteunen.

(18) Het InvestEU fonds moet in het kader van vier beleidsvensters opereren, die de belangrijkste beleidsprioriteiten van de Unie weerspiegelen, namelijk duurzame infrastructuur; onderzoek, innovatie en digitalisering; kleine en middelgrote ondernemingen; en sociale investeringen en vaardigheden.

(19) Elk beleidsvenster moet uit twee compartimenten bestaan, namelijk een EU-compartiment en een lidstaatcompartiment. Het EU-compartiment moet marktfalen in de hele Unie of suboptimale investeringssituaties op evenredige wijze aanpakken; ondersteunde acties moeten een duidelijke toegevoegde waarde voor Europa hebben. Het lidstaatcompartiment moet de lidstaten de mogelijkheid bieden een deel van hun middelen van fondsen onder gedeeld beheer bij te dragen voor de voorziening van de EU-garantie om de EU-garantie te gebruiken voor financierings- of investeringsverrichtingen om specifiek marktfalen of suboptimale investeringssituaties op hun eigen grondgebied aan te pakken, ook in kwetsbare en afgelegen gebieden zoals de ultraperifere gebieden van de Unie, teneinde de doelstellingen van het fonds onder gedeeld beheer te verwezenlijken. Acties die uit hoofde van het InvestEU fonds worden gesteund via EU- of lidstaatcompartimenten mogen private financiering niet overlappen of verdringen en mogen de concurrentie op de interne markt niet verstoren.

(20) Het lidstaatcompartiment moet specifiek zijn geconcipieerd om het mogelijk te maken middelen onder gedeeld beheer te gebruiken voor de voorziening van een garantie die door de Unie wordt verleend. Met deze combinatie wordt beoogd de hoge rating van de Unie te mobiliseren om nationale en regionale investeringen te bevorderen en tegelijkertijd een consistent risicobeheer van de voorwaardelijke verplichtingen te waarborgen door de garantie van de Commissie onder indirect beheer te implementeren. De Unie moet de financierings- en investeringsverrichtingen garanderen waarin de garantieovereenkomsten tussen de Commissie en de uitvoerende partners in het kader van het lidstaatcompartiment voorzien, de Fondsen onder gedeeld beheer moeten voor de voorziening van de garantie zorgen, volgens een voorzieningspercentage dat door de Commissie wordt vastgesteld op basis van de aard van de verrichtingen en de daaruit voortvloeiende verwachte verliezen, en de lidstaat moet de verliezen boven de verwachte verliezen dragen door de verlening van een back-to-backgarantie aan de Unie. Dergelijke regelingen moeten worden gesloten in de vorm van één enkele bijdrageovereenkomst met elke lidstaat die vrijwillig voor deze optie kiest. De bijdrageovereenkomst moet een of meer specifieke garantieovereenkomsten omvatten die in de betrokken lidstaat moeten worden uitgevoerd. De vaststelling van het voorzieningspercentage per geval vereist een afwijking van [artikel 211, lid 1,] van Verordening (EU, Euratom) nr. XXXX 19 (het ‘Financieel Reglement’). Bij deze opzet is ook voorzien in één regeling voor begrotingsgaranties die worden ondersteund door centraal beheerde fondsen of door fondsen onder gedeeld beheer, waardoor de combinatie ervan zou worden vergemakkelijkt.

(21) Het InvestEU-fonds moet openstaan voor bijdragen van derde landen die lid zijn van de Europese Vrijhandelsassociatie, toetredende landen, kandidaten en potentiële kandidaten , landen die onder het nabuurschapsbeleid vallen en andere landen, overeenkomstig de voorwaarden die tussen de Unie en die landen zijn vastgesteld. Dit moet in voorkomend geval verdere samenwerking met de betrokken landen mogelijk maken, met name op het gebied van onderzoek en innovatie en kleine en middelgrote ondernemingen.

(22) Deze verordening stelt de financiële middelen vast voor andere maatregelen van het InvestEU-programma dan de voorziening van de EU-garantie, die voor het Europees Parlement en de Raad in de loop van de jaarlijkse begrotingsprocedure het voornaamste referentiebedrag vormen in de zin van [verwijzing die in voorkomend geval moet worden bijgewerkt overeenkomstig het nieuw interinstitutioneel akkoord: punt 17 van het Interinstitutioneel Akkoord van 2 december 2013 tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie betreffende de begrotingsdiscipline, de samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer 20 ].

(23) De EU-garantie van 38 000 000 000 EUR (lopende prijzen) op het niveau van de Unie zal naar verwachting meer dan 650 000 000 000 EUR aan extra investeringen in de hele Unie mobiliseren en moet indicatief over de beleidsvensters worden verdeeld.

(24) De EU-garantie die het InvestEU-fonds ondersteunt, moet indirect door de Commissie worden geïmplementeerd en is voor het benaderen van eindontvangers van uitvoerende partners afhankelijk. De Commissie dient met elke uitvoerende partner een garantieovereenkomst voor de toewijzing van garantiecapaciteit uit het InvestEU-fonds te sluiten om de financierings- en investeringsverrichtingen ervan te ondersteunen die aan de doelstellingen en subsidiabiliteitscriteria van het InvestEU-fonds voldoen. Het InvestEU-fonds moet een specifieke governancestructuur krijgen om een passend gebruik van de EU-garantie te waarborgen.

(25) Er dient een adviesraad te worden ingesteld, bestaande uit vertegenwoordigers van de uitvoerende partners en vertegenwoordigers van de lidstaten, om informatie uit te wisselen en van gedachten te wisselen over de benutting van de financiële producten die in het kader van het InvestEU-fonds worden ingezet, en om te discussiëren over veranderende behoeften en nieuwe producten, met inbegrip van specifieke territoriale marktkloven.

(26) De Commissie moet beoordelen in welke mate de door de uitvoerende partners ingediende investerings- en financieringsverrichtingen verenigbaar zijn met het recht en het beleid van de Unie, terwijl de besluiten over financierings- en investeringsverrichtingen uiteindelijk door een uitvoerende partner moeten worden genomen.

(27) Een projectteam, bestaande uit deskundigen die door de uitvoerende partners ter beschikking van de Commissie zijn gesteld om professionele deskundigheid te bieden op het gebied van de financiële en technische beoordeling van voorgestelde financierings- en investeringsverrichtingen, moet de door de uitvoerende partners ingediende en door het investeringscomité te beoordelen verrichtingen een score toekennen.

(28) Een investeringscomité, bestaande uit onafhankelijke deskundigen, dient tot een besluit te komen over de verlening van steun uit hoofde van de EU-garantie voor financierings- en investeringsverrichtingen die aan de subsidiabiliteitscriteria voldoen, en externe deskundigheid te leveren bij de beoordeling van investeringsprojecten. Het investeringscomité dient verschillende formaties te hebben om de verschillende beleidsterreinen en sectoren zo goed mogelijk te bestrijken.

(29) Bij de selectie van de uitvoerende partners voor de inzet van het InvestEU-fonds moet de Commissie rekening houden met de capaciteit van de tegenpartij om de doelstellingen van het InvestEU-fonds te verwezenlijken en eigen middelen bij te dragen, teneinde een adequate geografische dekking en diversificatie te waarborgen, private investeerders aan te trekken en te zorgen voor voldoende risicodiversificatie alsmede voor nieuwe oplossingen om marktfalen en suboptimale investeringssituaties aan te pakken. Gezien de rol van de EIB krachtens de Verdragen, haar capaciteit om in alle lidstaten actief te zijn en de ervaring die zij heeft opgedaan in het kader van de huidige financiële instrumenten en het EFSI, dient de Europese Investeringsbank (EIB)-groep een bevoorrechte uitvoeringspartner te blijven in het kader van het EU-compartiment van het InvestEU-fonds. Naast de EIB-groep moeten nationale stimuleringsbanken of -instellingen in staat zijn een aanvullend financieel productassortiment aan te bieden, aangezien hun ervaring en capaciteiten op regionaal niveau gunstig kunnen zijn voor het maximaliseren van de impact van publieke middelen op het grondgebied van de Unie. Bovendien moet het mogelijk zijn andere internationale financiële instellingen als uitvoerende partner te hebben, met name wanneer zij in bepaalde lidstaten een comparatief voordeel bieden in termen van specifieke deskundigheid en ervaring. Ook andere entiteiten die aan de criteria van het Financieel Reglement voldoen, moeten als uitvoeringspartner kunnen optreden.

(30) Om ervoor te zorgen dat de interventies in het kader van het EU-compartiment van het InvestEU-fonds op marktfalen en suboptimale investeringssituaties op EU-niveau zijn gericht en tegelijkertijd de doelstellingen van een optimale geografische reikwijdte te verwezenlijken, moet de EU-garantie worden toegewezen aan uitvoerende partners, die alleen of samen met andere uitvoerende partners ten minste drie lidstaten kunnen bestrijken. Verwacht wordt echter dat ongeveer 75 % van de EU-garantie in het kader van het EU-compartiment zal worden toegekend aan een uitvoerende partner/uitvoerende partners die in alle lidstaten financiële producten in het kader van het InvestEU-fonds kan/kunnen aanbieden.

(31) De EU-garantie in het kader van het lidstaatcompartiment moet worden toegewezen aan elke uitvoerende partner die overeenkomstig [artikel 62, lid 1, onder c)], van het [Financieel Reglement] subsidiabel is, met inbegrip van nationale of regionale stimuleringsbanken of -instellingen, de EIB, het Europees Investeringsfonds en andere multilaterale ontwikkelingsbanken. Bij de selectie van de uitvoerende partners in het kader van het lidstaatcompartiment moet de Commissie rekening houden met de voorstellen van elke lidstaat. Overeenkomstig [artikel 154] van het [Financieel Reglement] moet de Commissie de regels en procedures van de uitvoerende partner beoordelen om zich ervan te vergewissen dat deze een niveau van bescherming van de financiële belangen van de Unie bieden dat gelijkwaardig is aan het door de Commissie geboden niveau.

(32) Financierings- en investeringsverrichtingen moeten uiteindelijk in eigen naam door een uitvoerende partner worden vastgesteld, overeenkomstig zijn interne regels en procedures worden uitgevoerd en in zijn eigen financiële staten administratief worden verwerkt. De Commissie dient dan ook uitsluitend verantwoording af te leggen over elke financiële verplichting die uit de EU-garantie voortvloeit, en het maximumbedrag van de garantie bekend te maken, met inbegrip van alle relevante informatie over de verstrekte garantie.

(33) Het InvestEU-fonds dient in voorkomend geval een soepele en efficiënte combinatie van subsidies of financiële instrumenten, of beide, mogelijk te maken, die uit de begroting van de Unie of uit het EU-innovatiefonds voor de handel in emissierechten (ETS) worden gefinancierd, waarbij die garantie wordt verleend in situaties waarin dit noodzakelijk is om investeringen optimaal te ondersteunen om bepaald marktfalen of suboptimale investeringssituaties aan te pakken.

(34) Projecten die door de uitvoerende partners worden ingediend voor steun in het kader van het InvestEU-programma, met inbegrip van de combinatie met steun van andere programma's van de Unie, moeten als geheel ook in overeenstemming zijn met de doelstellingen en subsidiabiliteitscriteria die zijn vervat in de regels van de relevante programma's van de Unie. Over het gebruik van de EU-garantie moet worden beslist volgens de regels van het InvestEU-programma.

(35) De InvestEU-advieshub moet de ontwikkeling van een robuuste pijplijn van investeringsprojecten in elk beleidsvenster ondersteunen. Daarnaast moet in een sectoroverschrijdende component in het kader van het InvestEU-programma worden voorzien om te zorgen voor één enkel aanspreekpunt en beleidsoverschrijdende projectontwikkelingsbijstand voor centraal beheerde programma's van de Unie.

(36) Om te zorgen voor een brede geografische spreiding van de adviesdiensten in de hele Unie en om met succes gebruik te maken van de lokale kennis over het InvestEU-fonds, moet waar nodig worden gezorgd voor een lokale aanwezigheid van de InvestEU-advieshub, rekening houdend met de bestaande steunregelingen, teneinde tastbare, proactieve maatwerkhulp ter plaatse te bieden.

(37) In het kader van het InvestEU-fonds is er behoefte aan steun voor capaciteitsopbouw om de organisatorische capaciteiten en marktmakende activiteiten te ontwikkelen die nodig zijn om kwaliteitsprojecten tot stand te brengen. Bovendien is het de bedoeling de voorwaarden te scheppen voor de uitbreiding van het potentiële aantal subsidiabele ontvangers in zich ontwikkelende marktsegmenten, met name wanneer de geringe omvang van individuele projecten de transactiekosten op projectniveau aanzienlijk verhoogt, zoals voor het socialefinancieringsecosysteem. De steun voor capaciteitsopbouw moet dan ook complementair en additioneel zijn ten opzichte van acties in het kader van andere EU-programma's die een specifiek beleidsterrein bestrijken.

(38) Het InvestEU-portaal moet worden opgezet om te voorzien in een gemakkelijk toegankelijke en gebruikersvriendelijke projectdatabank ter bevordering van de zichtbaarheid van investeringsprojecten die financiering zoeken, met een sterkere focus op het verstrekken aan de uitvoerende partners van een mogelijke pijplijn van investeringsprojecten die verenigbaar is met het recht en het beleid van de Unie.

(39) Ingevolge de punten 22 en 23 van het Interinstitutioneel Akkoord voor beter wetgeven van 13 april 2016 21 moet het InvestEU-programma worden geëvalueerd op basis van informatie die aan de hand van specifieke monitoringvereisten is verzameld, waarbij overregulering en administratieve lasten, met name voor de lidstaten, moeten worden vermeden. Deze vereisten kunnen in voorkomend geval meetbare indicatoren omvatten als basis voor de evaluatie van de effecten van het InvestEU-programma in de praktijk.

(40) Er moet een solide monitoringkader, gebaseerd op output-, resultaat- en impactindicatoren, worden geïmplementeerd om de vorderingen bij de verwezenlijking van de doelstellingen van de Unie te volgen. Om ervoor te zorgen dat verantwoording wordt afgelegd aan de Europese burgers, moet de Commissie jaarlijks verslag uitbrengen aan het Europees Parlement en de Raad over de voortgang, het effect en de verrichtingen van het InvestEU-programma.

(41) De horizontale financiële regels die het Europees Parlement en de Raad op grond van artikel 322 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie hebben vastgesteld, zijn op deze verordening van toepassing. Deze regels zijn neergelegd in het Financieel Reglement en bepalen met name de procedure voor het opstellen en uitvoeren van de begroting door middel van subsidies, overheidsopdrachten, prijzen, indirecte uitvoering, en voorzien in controles op de verantwoordelijkheid van financiële actoren. De op basis van artikel 322 VWEU vastgestelde regels hebben ook betrekking op de bescherming van de begroting van de Unie in geval van algemene tekortkomingen ten aanzien van de rechtsstaat in de lidstaten, aangezien de eerbiediging van de rechtsstaat een essentiële basisvoorwaarde is voor een goed financieel beheer en effectieve EU-financiering.

(42) Verordening (EU, Euratom) nr. [het nieuwe FR] is van toepassing op het InvestEU-programma. Zij stelt regels vast voor de uitvoering van de begroting van de Unie, met inbegrip van de regels inzake begrotingsgaranties.

(43) Overeenkomstig het Financieel Reglement, Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad 22 , Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 van de Raad 23 , Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad 24 en Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad 25 moeten de financiële belangen van de Unie worden beschermd door evenredige maatregelen, daaronder begrepen voorkoming, opsporing, correctie en onderzoek van onregelmatigheden en fraude, invordering van verloren gegane, onverschuldigd betaalde of onjuist bestede financiële middelen alsmede, in voorkomend geval, oplegging van administratieve sancties. In het bijzonder kan het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 en Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 administratieve onderzoeken, daaronder begrepen controles en verificaties ter plaatse, uitvoeren om vast te stellen of er sprake is van fraude, corruptie of andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad. Overeenkomstig Verordening (EU) 2017/1939 kan het Europees Openbaar Ministerie (EMO) overgaan tot onderzoek en vervolging van fraude en andere strafbare feiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad in de zin van Richtlijn (EU) 2017/1371 van het Europees Parlement en de Raad 26 . Personen of entiteiten die middelen van de Unie ontvangen, moeten overeenkomstig het Financieel Reglement ten volle meewerken aan de bescherming van de financiële belangen van de Unie, de nodige rechten en toegang verlenen aan de Commissie, OLAF, het EMO en de Europese Rekenkamer alsmede ervoor zorgen dat derden die betrokken zijn bij de uitvoering van middelen van de Unie gelijkwaardige rechten verlenen.

(44) Derde landen die lid zijn van de Europese Economische Ruimte (EER) kunnen aan programma's van de Unie deelnemen in het kader van de samenwerking die is ingesteld bij de EER-Overeenkomst, die voorziet in de uitvoering van de programma's door middel van een besluit op grond van die overeenkomst. Derde landen kunnen ook op basis van andere rechtsinstrumenten deelnemen. Er moet een specifieke bepaling in deze verordening worden opgenomen ter verlening van de nodige rechten en toegang aan de bevoegde ordonnateur, het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en de Europese Rekenkamer zodat zij hun respectieve bevoegdheden ten volle kunnen uitoefenen.

(45) Krachtens [referentie in voorkomend geval bijwerken overeenkomstig een nieuw LGO-besluit: artikel 88 van Besluit 2013/755/EU van de Raad] zijn personen en entiteiten die zijn gevestigd in landen en gebieden overzee subsidiabel overeenkomstig de voorschriften en doelstellingen van het InvestEU-programma en eventuele regelingen die van toepassing zijn op de lidstaat waarmee het betrokken land of gebied overzee banden heeft.

(46) Om de niet-essentiële onderdelen van deze verordening aan te vullen met investeringsrichtsnoeren waaraan financierings- en investeringsverrichtingen moeten voldoen, om een snelle en flexibele aanpassing van de prestatie-indicatoren te vergemakkelijken en om het voorzieningspercentage aan te passen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden gedelegeerd om overeenkomstig artikel 290 VWEU handelingen vast te stellen met betrekking tot de opstelling van de investeringsrichtsnoeren voor de financierings- en investeringsverrichtingen in het kader van verschillende beleidsvensters, de wijziging van bijlage III bij deze verordening om de indicatoren te herzien of aan te vullen en de aanpassing van het voorzieningspercentage. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen plaatsvinden in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord over beter wetgeven van 13 april 2016. Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen, ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van gedelegeerde handelingen.

(47) Het InvestEU-programma moet marktfalen in de hele EU en suboptimale investeringssituaties aanpakken en voorzien in Uniebrede markttests van innovatieve financiële producten en systemen om deze te verspreiden voor nieuw of complex marktfalen. Bijgevolg is optreden op het niveau van de Unie gerechtvaardigd,