Overwegingen bij COM(2018)466 - Bijstandsprogramma voor de ontmanteling van de kerncentrale van Ignalina in Litouwen (het Ignalina-programma) - EU monitor

EU monitor
Zaterdag 21 september 2019
kalender

Dit is een beperkte versie

U kijkt naar een beperkte versie van dit dossier in de EU Monitor.

 
 
(1) Volgens Protocol nr. 4 bij de Toetredingsakte van 2003 betreffende de kerncentrale van Ignalina 13 , heeft Litouwen zich ertoe verbonden de eenheden 1 en 2 van de kerncentrale van Ignalina uiterlijk op respectievelijk 31 december 2004 en 31 december 2009 te sluiten en deze eenheden vervolgens te ontmantelen.

(2) In overeenstemming met de verplichtingen van het toetredingsverdrag en met steun van de Unie heeft Litouwen de beide eenheden binnen de respectieve termijnen gesloten en aanzienlijke vooruitgang geboekt met de ontmanteling ervan. De werkzaamheden om het niveau van stralingsrisico nog verder naar beneden te brengen moeten worden voortgezet. Op basis van de beschikbare ramingen zijn voor dit doel na 2020 extra financiŽle middelen nodig.

(3) De activiteiten die onder deze verordening vallen, moeten in overeenstemming zijn met de toepasselijke wetgeving van de Unie en de lidstaten. De ontmanteling van de kerncentrale die onder deze verordening valt, moet worden uitgevoerd overeenkomstig de wetgeving inzake nucleaire veiligheid, namelijk Richtlijn 2009/71/Euratom van de Raad 14 , en de wetgeving inzake afvalbeheer, namelijk Richtlijn 2011/70/Euratom van de Raad 15 . Litouwen blijft de eindverantwoordelijkheid dragen voor de nucleaire veiligheid en het veilige beheer van verbruikte splijtstof en kernafval.

(4) In Protocol nr. 4 is bepaald dat de Unie zich er rekenschap van geeft dat het vervroegd sluiten en vervolgens ontmantelen van de kerncentrale van Ignalina - die is uitgerust met twee van de voormalige Sovjet-Unie geŽrfde reactoren van het RBMK-type met een vermogen van 1†500†MW - een ongekend grootscheepse onderneming is die voor Litouwen uitzonderlijke financiŽle lasten met zich meebrengt die niet in verhouding staan tot de omvang en de economische draagkracht van het land en dat zij haar via het Ignalina-programma verleende steun na 2006 ononderbroken moet voortzetten en verlengen voor de periode van de volgende financiŽle vooruitzichten.

(5) In deze verordening worden de financiŽle middelen vastgelegd voor het bijstandsprogramma voor de ontmanteling van nucleaire installaties van de kerncentrale van Ignalina in Litouwen (hierna 'het programma' genoemd) hetgeen voor het Europees Parlement en de Raad gedurende de jaarlijkse begrotingsprocedure het voornaamste referentiebedrag moet zijn in de zin van punt 17 van het Interinstitutioneel Akkoord tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie van 2 december 2013 betreffende de begrotingsdiscipline, samenwerking in begrotingszaken en een goed financieel beheer 16 .

(6) Verordening (EU, Euratom) 2018/Ö van het Europees Parlement en de Raad [het nieuwe Financieel Reglement] 17 (hierna 'het Financieel Reglement' genoemd) is van toepassing op dit programma. Deze bevat regels voor de uitvoering van de Uniebegroting, daaronder begrepen regels voor subsidies, prijzen, aanbestedingen, indirecte uitvoering, financiŽle bijstand, financieringsinstrumenten en begrotingsgaranties.

(7) Overeenkomstig het Financieel Reglement, Verordening (EU, Euratom) nr.†883/2013 van het Europees Parlement en de Raad 18 , Verordening (EG, Euratom) nr.†2988/95 van de Raad 19 , Verordening (Euratom, EG) nr.†2185/96 van de Raad 20 en Verordening (EU)†2017/1939 van de Raad 21 moeten de financiŽle belangen van de Unie worden beschermd door evenredige maatregelen, daaronder begrepen voorkoming, opsporing, correctie en onderzoek van onregelmatigheden en fraude, terugvordering van verloren gegane, onverschuldigd betaalde of onjuist bestede financiŽle middelen alsmede, in voorkomend geval, oplegging van administratieve sancties. In het bijzonder kan het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) nr.†883/2013 en Verordening (Euratom, EG) nr.†2185/96 onderzoek verrichten, daaronder begrepen controles en verificaties ter plaatse, om vast te stellen of er sprake is van fraude, corruptie of andere onwettige activiteiten waardoor de financiŽle belangen van de Unie worden geschaad. Overeenkomstig Verordening (EU) 2017/1939 kan het Europees Openbaar Ministerie (EOM) overgaan tot onderzoek en vervolging van fraude en andere onwettige activiteiten waardoor de financiŽle belangen van de Unie worden geschaad in de zin van Richtlijn (EU)†2017/1371 van het Europees Parlement en de Raad 22 . Personen of entiteiten die middelen van de Unie ontvangen, moeten overeenkomstig het Financieel Reglement ten volle meewerken aan de bescherming van de financiŽle belangen van de Unie, de nodige rechten en toegang verlenen aan de Commissie, OLAF, het EOM en de Europese Rekenkamer, alsmede ervoor zorgen dat derden die betrokken zijn bij de uitvoering van middelen van de Unie, gelijkwaardige rechten verlenen.

(8) Deze verordening laat het resultaat onverlet van eventuele toekomstige staatssteunprocedures die kunnen worden ingeleid overeenkomstig de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.

(9) De financiering uit hoofde van deze verordening moet voornamelijk worden gericht op activiteiten ter uitvoering van de veiligheidsdoelstellingen van de ontmanteling, terwijl Litouwen de eindverantwoordelijkheid voor de nucleaire veiligheid blijft dragen.

(10) Het programma moet ook zorgen voor de verspreiding over alle lidstaten van de kennis die in het kader van het programma is vergaard, in samenwerking en in synergie met het andere relevante programma van de Unie voor ontmantelingswerkzaamheden in Bulgarije, Slowakije en het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek van de Commissie, aangezien dergelijke maatregelen de grootste toegevoegde waarde van de Unie met zich meebrengen.

(11) Bij de ontmanteling van de kerncentrale van Ignalina dient gebruik te worden gemaakt van de beste technische expertise die beschikbaar is, rekening houdend met de aard en de technische specificaties van de te ontmantelen installaties, zodat de veiligheid en de grootst mogelijke doeltreffendheid worden gewaarborgd en internationale beste praktijken in acht worden genomen.

(12) De Commissie en Litouwen moeten voor een effectieve monitoring en controle van het verloop van het ontmantelingsproces zorgen om de grootste meerwaarde voor de Unie van de in het kader van deze verordening toegewezen financiering te waarborgen, ook al ligt de eindverantwoordelijkheid voor de ontmanteling bij Litouwen. Dit omvat doeltreffende metingen van de voortgang en de prestatie en de vaststelling van corrigerende maatregelen, indien nodig.

(13) Overeenkomstig de punten 22 en 23 van het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven 23 moet dit programma worden geŽvalueerd op basis van informatie die verzameld is aan de hand van specifieke monitoringvoorschriften, waarbij echter overregulering en administratieve lasten, in het bijzonder voor de lidstaten, worden vermeden. Waar passend kunnen in die voorschriften meetbare indicatoren worden opgenomen als basis voor de evaluatie van de effecten van het programma op het terrein.

(14) Het bedrag van de aan het programma toegewezen vastleggingen, alsmede de programmalooptijd en de verdeling van middelen over de acties, kunnen op basis van de resultaten van de tussentijdse en definitieve evaluatieverslagen worden herzien.

(15) Maatregelen die in het kader van deze verordening worden medegefinancierd, moeten worden vastgesteld binnen de grenzen van het door Litouwen overeenkomstig Verordening 2013/1369/EU van de Raad25, en de eventuele herziene versies daarvan, ingediende ontmantelingsplan. In dit plan zijn de reikwijdte van het programma, de eindtoestand van volledige ontmanteling en de einddatum vastgesteld en komen de ontmantelingsactiviteiten, het bijbehorende tijdsschema, de kosten en de benodigde personele middelen aan bod. In voorkomend geval moet Litouwen bijgewerkte versies van het plan ter overweging aan de Commissie voorleggen bij de voorbereiding van de werkprogramma's.

(16) Het programma moet worden uitgevoerd met een gezamenlijke financiŽle inspanning van de Unie en van Litouwen. Er moet een maximumdrempel voor medefinanciering door de Unie worden vastgesteld in overeenstemming met de medefinanciering in het kader van de voorgaande programmaís. Rekening houdend met de praktijk van vergelijkbare programma's van de Unie en de sterkere Litouwse economie sinds het begin van het ontmantelingsprogramma van Ignalina tot het einde van de uitvoering van de maatregelen die in het kader van deze verordening worden gefinancierd, moet het medefinancieringspercentage van de Unie niet hoger liggen dan 80†% van de in aanmerking komende kosten. De resterende medefinanciering moet door Litouwen en uit andere bronnen dan de begroting van de Unie worden verstrekt, met name internationale financiŽle instellingen en andere donoren.

(17) Verordening (EU) nr.†1369/2013 24 moet daarom worden ingetrokken.

(18) Er is rekening gehouden met Speciaal verslag nr.†22/2016 van de Rekenkamer over de financiŽle steun van de Unie voor de ontmanteling van kerncentrales in Bulgarije, Litouwen en Slowakije, met de aanbevelingen van dat verslag en met het antwoord daarop van de Commissie,

(19) Het programma valt binnen de werkingssfeer van het nationale programma van Litouwen op grond van Richtlijn 2011/70/Euratom van de Raad.

(20) Om eenvormige voorwaarden voor de tenuitvoerlegging van artikel†3 van deze verordening te waarborgen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening†(EU)†nr.†182/2011 van het Europees Parlement en de Raad 25 .

(21) De horizontale financiŽle regels die het Europees Parlement en de Raad op grond van artikel 322 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie hebben vastgesteld, zijn op deze verordening van toepassing. Deze regels zijn neergelegd in het Financieel Reglement en bepalen met name de procedure voor het opstellen en uitvoeren van de begroting door middel van subsidies, overheidsopdrachten, prijzen, indirecte uitvoering, en voorzien in controles op de verantwoordelijkheid van financiŽle actoren. De op basis van artikel†322 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie vastgestelde regels hebben ook betrekking op de bescherming van de begroting van de Unie in geval van algemene tekortkomingen ten aanzien van de rechtsstaat in de lidstaten, aangezien de eerbiediging van de rechtsstaat een essentiŽle basisvoorwaarde is voor een goed financieel beheer en effectieve EU-financiering.

(22) Dit programma weerspiegelt het belang van de strijd tegen klimaatverandering in overeenstemming met de door de Unie aangegane verbintenissen om de Overeenkomst van Parijs en de doelstellingen voor duurzame ontwikkeling van de Verenigde Naties uit te voeren, en zal ertoe bijdragen dat klimaatactie in alle beleidsdomeinen van de Unie wordt geÔntegreerd en dat het algemene streefcijfer Ė 25†% van de EU-begrotingsuitgaven voor de ondersteuning van klimaatdoelstellingen Ė wordt gehaald. De desbetreffende acties zullen worden vastgesteld tijdens de voorbereiding en uitvoering van het programma en zullen opnieuw worden beoordeeld in het kader van de tussentijdse evaluatie.

(23) De soorten financiering en de uitvoeringsmethoden in het kader van deze verordening moeten worden gekozen op grond van hun vermogen om de specifieke doelstellingen van de acties te verwezenlijken en resultaten op te leveren, met name rekening houdend met de controlekosten, de administratieve lasten en het verwachte risico van niet-naleving. Daarbij moet het gebruik van vaste bedragen, vaste percentages en eenheidskosten worden overwogen, alsook financiering die niet gekoppeld is aan kosten als bedoeld in artikel†125, lid†1, van het Financieel Reglement.